Zoekresultaten 15851-15900 van de 48190 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:100 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-719
- Datum publicatie: 15-05-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:100
Raadsbeslissing. Klachtdossier biedt geen aanknopingspunten voor klaagsters standpunt dat verweerder op enig moment in de aanloop naar en bij de totstandkoming van de VSO als advocaat van klaagster is opgetreden. Hoewel verweerder transparanter had moeten zijn over zijn aanwezigheid bij en zijn rol tijdens de bespreking over de VSO, door bijvoorbeeld bij zijn handtekening te vermelden dat hij als advocaat van de heer K., althans van bedrijf I., optreedt, heeft verweerder door zijn handelen niet de schijn gewekt dat hij alleen voor klaagster dan wel voor klaagster en bedrijf I. tezamen als advocaat optrad. Daarnaast was verweerder tuchtrechtelijk niet gehouden om melding te maken van zijn vriendschap met de directeur van bedrijf I. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:107 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-786
- Datum publicatie: 15-05-2020
- Datum uitspraak: 11-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:107
Essentie: Naar het oordeel van de voorzitter heeft klager geen eigen rechtstreeks belang bij de klacht, zodat hij daarin kennelijk niet-ontvankelijk wordt verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 298/2019
- Datum publicatie: 14-05-2020
- Datum uitspraak: 14-05-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:65
Klaagster had bij collega van beklaagde uit dezelfde praktijk aangegeven dat ze over wilde naar praktijk van beklaagde. Beklaagde heeft voorafgaand aan het kennismakingsgesprek het dossier van klaagster ingezien. Bij voorkeur wordt daarvoor toestemming gevraagd maar college kan het gegeven de omstandigheden billijken dat beklaagde het heeft gedaan zonder toestemming. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 219/2019
- Datum publicatie: 14-05-2020
- Datum uitspraak: 14-05-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:66
Diverse klachtonderdelen, gericht tegen de huisarts van klager en zijn gemachtigde (echtgenote). De klachtonderdelen hebben betrekking op de tijdigheid van de verwijzing naar een neuroloog, de inhoud van een verwijzing naar een MDL-arts, het aandringen op casemanagement door de huisartsenpraktijk, het verstrekken van onjuiste informatie aan het tuchtcollege en het achterhouden van een deel van het medisch dossier voor de nieuwe huisarts van klager. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 297/2019
- Datum publicatie: 14-05-2020
- Datum uitspraak: 14-05-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:64
De klacht betreft de zorg in de huisartsenpraktijk voor een complexe psychiatrische patiënte in een crisissituatie. Het beleid van beklaagde is te billijken. Klacht kennelijk onggegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:318 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.240
- Datum publicatie: 13-05-2020
- Datum uitspraak: 06-06-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:318
Klacht tegen cardioloog. Bij klager dient, na een hartstilstand, een ICD geplaatst te worden. Vanwege problemen in het verleden stelt klager de voorwaarde dat hij daarbij niet behandeld wil worden door drie van de in het team aanwezige cardiologen waarna besloten wordt om klager voor het ondergaan van de implantatie over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. Klager verwijt verweerster onzorgvuldig handelen door verdere behandeling te weigeren en voorts dat zij voor klager nadelige informatie op het overdrachtsformulier voor het andere ziekenhuis heeft opgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af en gelast publicatie van de beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:319 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.241
- Datum publicatie: 13-05-2020
- Datum uitspraak: 06-06-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:319
Klacht tegen cardioloog. Bij klager dient, na een hartstilstand, een ICD geplaatst te worden. Vanwege problemen in het verleden stelt klager de voorwaarde dat hij daarbij niet behandeld wil worden door drie van de in het team aanwezige cardiologen waarna besloten wordt om klager voor het ondergaan van de implantatie over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. Klager verwijt verweerder onzorgvuldig handelen door verdere behandeling te weigeren en voorts dat hij voor klager nadelige informatie op het overdrachtsformulier voor het andere ziekenhuis heeft opgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af en gelast publicatie van de beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast publicatie.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:111 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190259
- Datum publicatie: 12-05-2020
- Datum uitspraak: 07-02-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:111
Geen doorbreking appelverbod. Wat klagers stellen over door hen aangedragen feiten waarop de raad niet is ingegaan betreft niet het beginsel van hoor en wederhoor, maar de inhoud van de beslissing en daarmee de motivering. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:94 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-450
- Datum publicatie: 12-05-2020
- Datum uitspraak: 14-04-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:94
Klacht over optreden van de advocaat van de wederpartij. Klaagster en de cliënt van verweerster zijn gescheiden en daarna verwikkeld geraakt in een conflict over de schoolkeuze van de minderjarige dochter van partijen, te weten een school in de plaats waar klaagster woont of in de woonplaats van de vader. Verweerster stond in dat conflict de vader bij. In die situatie heeft verweerster zich persoonlijk in het conflict gemengd door haar eigen dochter in te zetten om de dochter van partijen op een school rond te leiden in de woonplaats van haar cliënt. Daardoor kon bij klaagster de indruk ontstaan dat verweerster probeerde de dochter van partijen te beïnvloeden om een school te kiezen in de woonplaats van de vader. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De klacht is gegrond; waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:112 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190246H
- Datum publicatie: 12-05-2020
- Datum uitspraak: 11-05-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:112
Herzieningsverzoek op beslissing ex art. 13 Advocatenwet. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen op de regel dat herziening in beginsel niet mogelijk is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:110 Raad van Discipline Amsterdam 20-051/A/A
- Datum publicatie: 12-05-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:110
Klacht over eigen advocaat in alle onderdelen ongegrond. Verweerster had klager al eerder bijgestaan. Toen hij haar 11 maanden later opnieuw om juridische bijstand verzocht, betrof dat een vervolg op het eerdere contact.Dat klager daar zelf ook vanuit ging, blijkt uit zijn e-mail waarin hij sprak over heropening van het dossier. Verweerster heeft mogen uitgaan van een doorlopende opdracht van klager, waarvoor zij geen nieuwe opdrachtbevestiging hoefde te sturen. Verweerster heeft klager steeds geïnformeerd dat hij wellicht in aanmerking kwam voor gefinancierde rechtsbijstand, maar dat zij dergelijke zaken niet deed. Klager was er dus mee bekend dat verweerster hem alleen op betalende basis zou kunnen bijstaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:111 Raad van Discipline Amsterdam 20-048/A/A
- Datum publicatie: 12-05-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:111
Klacht over eigen advocaat in alle onderdelen ongegrond. Verweerder heeft aan klaagster diverse keren uiteen gezet op welke wijze hij verweer wilde voeren en welke stukken hij derhalve niet aan de rechtbank wilde overleggen. Klaagster heeft met die aanpak ingestemd. De raad heeft niet kunnen vaststellen dat die aanpak in deze zaak onjuist was. Verwijt dat een processtuk te laat in concept aan klaagster is toegestuurd mist feitelijke grondslag.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2020:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2019/10 VB 2019/11 VB 2019/12 VB 2019/13 VB 2019/14
- Datum publicatie: 12-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TDIVBC:2020:2
Het Veterinair Beroepscollege overweegt dat het in deze zaak gaat om overtredingen van wettelijke voorschriften. De dierenartsen hebben in de onderzochte periode ieder de voorschriften minstens 10 maal overtreden; vier van de vijf dierenartsen hebben in die periode de voorschriften zelfs meer dan 20 maal overtreden. Deze gedragingen bergen een risico in zich, want zij kunnen leiden tot resistentieontwikkeling en daardoor de volksgezondheid in gevaar brengen. Alles afwegende acht het Veterinair Beroepscollege een onvoorwaardelijke geldboete passend.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-257
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 09-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:81
Betreft een klacht over het optreden van verweerder voor een cliënt in een huurtoeslagkwestie in een zaak waarmee ook één van de klagers (niet zijnde advocaat) bemoeienis heeft gehad. De andere klager is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van eigen belang. Verweerder wordt verweten dat hij bij het aannemen van de zaak met klager had moeten overleggen en daarmee gedragsregel 17 en 22 (gedragsregels 1992) heeft overtreden. De raad is van oordeel dat daarvan geen sprake is omdat de genoemde gedragsregels zien op de relatie tussen advocaten onderling, waarvan hier geen sprake is. Ook het verwijt dat verweerder klager een cliënt heeft afgetroggeld is ongegrond, omdat de cliënt zich eigener beweging tot verweerder heeft gewend. Verder stond het verweerder vrij klager mee te delen dat hij overwoog een klacht in te dienen bij een klachtencommissie tegen klager. Dat is geen onbehoorlijk dreigement maar een juridisch geoorloofde maatregel. Ten aanzien van het verwijt dat verweerder misbruik heeft gemaakt van overheidsgelden door op basis van een toevoeging op te treden, is klager niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van eigen belang. De klacht is voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-502
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 16-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:88
Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft een eigen verantwoordelijkheid en kan niet door haar cliënt worden verplicht zijn opdracht uit te voeren. Verweerster heeft bovendien haar opdracht op een zorgvuldige wijze, als bedoeld in Gedragsregel 14 lid 3, neergelegd. Verweerster is niet gehouden cliënten vooraf over haar afwezigheid te informeren, tenzij in de betreffende periode termijnen verstrijken of andere spoedeisende zaken spelen. Daarvan was, voor zover verweerster kon weten, geen sprake. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:108 Raad van Discipline Amsterdam 19-823/A/NH
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:108
Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerster is ernstig tekortgeschoten in de behartiging van de belangen van klaagster door in een periode van vijf jaar niet, althans onvoldoende met klaagster te communiceren en door geen aanvang te maken met het verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht. Het klachtdossier laat het beeld zien van een advocaat die een te afwachtende houding inneemt en pas in actie komt als de cliënt daar meerdere keren om vraagt. De raad rekent verweerster dit gedrag zwaar aan en acht het passend en geboden dat verweerster daarvoor wordt berispt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-293
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 09-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:82
Klacht over eigen advocaat, inhoudend dat het cassatiemiddel ondeugdelijk was. Verweerder heeft uitvoerig uiteengezet wat een cassatieprocedure inhoudt, op welke (beperkte) wijze in cassatie wordt getoetst en dat deze procedure niet een volledige derde instantie is die de zaak opnieuw beoordeelt, zodat dit klachtonderdeel ongegrond is. Ook de klacht over de kwaliteit van de werkzaamheden is ongegrond. De werkzaamheden voldoen aan wat binnen de advocatuur als professionele standaard geldt. Verder heeft verweerder erkend dat hij vooraf geen afspraken heeft gemaakt met klager voor het geval zijn werkzaamheden de dekkingsruimte van de verzekering zouden overstijgen. Dat had hij moeten doen, maar nu hij het meerdere niet in rekening heeft gebracht aan klager, is dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voorts is niet gebleken dat verweerder excessief heeft gedeclareerd. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:89 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-184
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 06-04-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:89
Klaagster verwijt verweerder dat hij niet voor elke afzonderlijke opdracht van klaagster een schriftelijke bevestiging heeft verzonden. Verweerder heeft toegegeven dat hij heeft nagelaten voor elke nieuwe opdracht een bevestiging te zenden. Daarmee heeft hij gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt. Dit verwijt is dus terecht. Ook verwijt klager verweerder dat hij onjuist dan wel onterecht gedeclareerd heeft. De tuchtrechter toetst slechts of er excessief is gedeclareerd. Dat is niet door klaagster gesteld noch is dat de raad uit de stukken gebleken. De klacht dat verweerder een op zijn kantoor werkzame jurist heeft ingeschakeld voor een aantal werkzaamheden is ongegrond daar klaagster instemde met die werkwijze. Dat verweerder onprofessioneel zou hebben gehandeld in het kader van gelegde derdenbeslagen en de op grond daarvan afgelegde verklaringen, heeft klaagster niet aangetoond. Ook op dit punt is de klacht ongegrond. Het ontbreken van opdrachtbevestigingen is voor de raad geen aanleiding om een maatregel op te leggen mede omdat klager daardoor niet geschaad is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:109 Raad van Discipline Amsterdam 20-129/A/NH
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:109
Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder is in grote mate tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klager door (de inhoud van) het convenant niet met klager te bespreken. De raad rekent dit verweerder zwaar aan. Nu (het kantoor van) verweerder de samenwerking met Scheidingsexpert inmiddels heeft verbroken, verweerder ter zitting inzicht heeft getoond in zijn eigen handelen en hij een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft, zal de raad in dit geval volstaan met het opleggen van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-143
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 09-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:83
Klacht over eigen advocaat. Deze zou klager onvoldoende hebben geïnformeerd over de mogelijke intrekking van de toevoeging door de Raad voor Rechtsbijstand. Daarvan is, naar het oordeel van de raad, niet gebleken want klager heeft onder meer via de Raad voor Rechtsbijstand een bijlage bij de toevoeging ontvangen waarin staat dat en in welke gevallen een toevoeging kan worden ingetrokken. Klager stelt verder dat hij verweerster heeft meegedeeld dat hij geen resultaat wilde uit de echtscheiding. Dit is niet komen vast te staan, maar afgezien daarvan, maakt dit het oordeel van de raad niet anders. Bij een toevoeging gaat het om door de overheid gefinancierde rechtshulp waaraan voorwaarden worden gesteld. Het is niet aan een advocaat om deze regels op een oneigenlijke manier te omzeilen. Overigens heeft verweerster de belangen van klager naar behoren behartigd. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-954
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 03-02-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:77
Verweerder heeft een letselschadezaak overgenomen van de vorige advocaat van klager. Klacht betreft de vergoeding van de BGK van de vorige advocaat van klager. De afspraak was dat verweerder in de onderhandelingen met de verzekeringsmaatschappij de BGK van de vorige advocaat zou meenemen. Dat heeft hij gedaan, maar de verzekeringsmaatschappij was niet bereid het totale bedrag van de BGK te voldoen. Niet gebleken is dat verweerder aan klager heeft toegezegd dat deze “zich geen zorgen over de BGK van zijn vorige advocaat hoefde te maken”. De klachtonderdelen hierover zijn ongegrond. Wel is verweerder tekort geschoten in de informatievoorziening naar klager toe door hem er niet uitdrukkelijk op te wijzen dat in de vaststellingsovereenkomst niet was opgenomen dat de BGK van de vorige advocaat niet integraal zouden worden vergoed en dat klager zelf die kosten zou moeten betalen. In de begeleidende brief bij de vaststellingsovereenkomst stond daar wel iets over, maar klager ontkent die brief ontvangen te hebben. Niet vastgesteld kan worden of dat juist is terwijl het op de weg van verweerder had gelegen dat aan te tonen. Dat heeft hij niet gedaan. Ook als klager die begeleidende brief wel had ontvangen, is de raad van oordeel dat verweerder tekort is geschoten. De inhoud van de brief was onvoldoende duidelijk. Dit klachtonderdeel is gegrond. Maatregel: waarschuwing en boete van € 6.500,- met als voorwaarde dat boete niet hoeft te worden betaald als binnen de gestelde termijn een bedrag van € 5.000,- (het bedrag dat klager aan zijn vorige advocaat heeft moeten betalen) aan klager wordt betaald.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-545 19-546
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 06-04-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:90
Klagers verwijten verweerster dat er onvoldoende communicatie was. Er was geen plan van aanpak en het werk, zoals het opstellen van een dagvaarding werd voornamelijk door een secretaresse gedaan. Ook werd een door klagers geconstateerde fout niet hersteld. De deken is van oordeel dat verweerster ernstig tekort is geschoten in de aan klagers verleende rechtsbijstand en dat zij met name niet de deskundigheid ten toon gespreid heeft die van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht. Verweerster erkent de klachten. Hoewel de raad gezien de ernst van de klachten een (voorwaardelijke) schorsing heeft overwogen, heeft zij, omdat dat verweerster blijk heeft gegeven in te zien dat de gang van zaken in deze kwestie een behoorlijk advocaat niet betaamt en adequate maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen, volstaan met een berisping. Daarbij heeft zij ook meegewogen dat verweerster niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel heeft opgelegd gekregen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-311
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 09-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:84
Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. Verweerder zou zich onnodig grievend hebben uitgelaten over klagers. Hoewel de uitlatingen scherp van toon en inhoud zijn, zijn deze niet onnodig grievend, omdat verweerder het standpunt van zijn cliënt heeft verwoord. De litigieuze passages zijn ieder afzonderlijk niet onbehoorlijk, maar wel gezien de onderlinge samenhang van de uitlatingen en het veelvuldig gebruik van de forse beschuldigingen. Er is geen sprake van het poneren van onjuiste stellingen waar verweerder heeft gesteld dat klagers het faillissement van zijn cliënt “mede hebben geïnitieerd”. Klagers zijn niet de formele aanvrager maar hebben een steunvordering ingediend. Dat kan, naar het oordeel van de raad, worden aangemerkt als het “mede initiëren” van de faillissementsaanvraag. Verder heeft verweerder geen rol gespeeld bij de publicatie van een artikel in de plaatselijke krant, zodat de inhoud daarvan hem niet kan worden aangerekend. Het verwijt dat verweerder informatie uit de mediation naar buiten heeft gebracht treft geen doel. Het betrof informatie die al vóór de mediation bekend was. De klacht is deels gegrond, deels ongegrond. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:78 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-081
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 03-02-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:78
Klacht betreft de kwaliteit van de werkzaamheden. Verweerder zou onnodig juridische verweerschriften hebben opgesteld in een 2e en 3e ontslagprocedure bij het UWV terwijl reeds eerder een 1ste ontslagaanvraag was ingediend, waarop positief was beslist. Niet gebleken is dat de het schriftelijke verweer op de 2e en 3e ontslagaanvraag zinloos was. Evenmin kan worden vastgesteld dat de telefonische contacten die verweerder heeft gehad met de wederpartij en het UWV onnodig waren en dat verweerder niet over voldoende dossierkennis beschikte dan wel anderszins de belangen van klaagster onvoldoende heeft behartigd. Wel had verweerder eerder moeten reageren op een brief van klaagster met vragen en klachten over het optreden van verweerder. Verweerder heeft ruim 5 maanden gewacht met beantwoording. Dat is te lang. Dat klachtonderdeel is gegrond. Van excessief declareren is ok niet gebleken. Eén klachtonderdeel gegrond, maar geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-360
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 06-04-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:91
Klaagster heeft afspraken gemaakt over de kosten van de behandeling van haar zaak. Het kantoor van de inmiddels vertrokken advocaat stuurt klaagster op basis daarvan een declaratie waarvan klaagster meent dat dat niet juist is. Daarvan is de raad niet gebleken. Het inhoudelijke bezwaar tegen de declaratie kan de raad niet behandelen. De klacht over het onvriendelijk en dreigend optreden van verweerder – kantoorgenoot van de advocaat- is onvoldoende onderbouwd en daarmee ongegrond. Het verwijt dat verweerder de voormalige advocaat aan haar concurrentiebeding houdt en daarmee klaagsters vrije advocaatkeuze frustreert, treedt in de verhouding tussen verweerder en de voormalig advocaat. Klaagster heeft daar geen rechtstreeks belang bij zodat haar geen recht toekomt om hierover te klagen. Klaagster is dus niet-ontvankelijk in haar klacht op dit punt. Het feit dat verweerder al snel een deurwaarder heeft ingeschakeld om betaling van zijn nota’s te verkrijgen is niet in strijd met enige tuchtrechtelijke norm. Weliswaar is het een stevige aanpak maar ook dit is verklaarbaar gezien de ontstane verhoudingen. De klacht is op dit onderdeel eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-865/DB/LI
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:39
Geen sprake van overtreding van gedragsregel 26 omdat het enkele feit dat klager steeds boven zijn brieven “PERSOONLIJK & VERTROUWELIJK” heeft gezet, niet maakt dat uitdrukkelijke vertrouwelijkheid in de zin van Gedragsregel 26 tussen klager en verweerder is overeengekomen. Wel sprake van overtreding van Gedragsregel 27, maar onder de in deze zaak aan de orde zijnde omstandigheden is die overtreding niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht over (gestelde) vertraging in opheffing van beslagen niet-ontvankelijk vanwege ontbreken van direct eigen belang. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door indiening van klacht bij deken aan te kondigen. Deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-361
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 16-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:85
Dekenbezwaar. Verweerder heeft opgetreden voor diverse buitenlandse vennootschappen na doorverwijzing door een ander advocatenkantoor en contact met zijn cliënte onderhouden via een tussenpersoon. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder zich bij aanvaarding van de twee opeenvolgende opdrachten onvoldoende vergewist van de identiteit van de AG, van haar bestuurden en van de tussenpersoon, terwijl voldoende omstandigheden aanwezig waren die een gerede twijfel rechtvaardigden. Op grond van de in de beslissing genoemde omstandigheden is de raad van oordeel dat verweerder zowel bij aanvaarding van zijn eerste spoedopdracht van de AG in strijd met artikel 7.1 lid 1 en 7.2 lid 2 Voda heeft gehandeld, maar ook daarna opnieuw bij aanvaarding van zijn tweede opdracht. In elk geval op dat moment had verweerder moeten concluderen dat hij in redelijkheid niet in voldoende mate de gegevens als bedoeld in artikel 7.1 en 7.2 Voda over de identiteit van zijn cliënte, haar bestuurder en de tussenpersoon had verkregen, zodat hij zich van het verlenen van deze diensten had moeten onthouden, althans de opdracht terstond na ontdekking had moeten neerleggen. Dat heeft verweerder in strijd met artikel 7.3 echter niet gedaan, hetgeen hem tuchtrechtelijk wordt verweten. Wat betreft het verdere verwijt dat verweerder niet het door de wet voorgeschreven (verscherpte) onderzoek naar zijn cliënte heeft uitgevoerd in de zin van de - toen geldende - artikelen 3 en 8 Wwft (oud) oordeelt de raad dat de door verweerder voor zijn cliënte verrichte werkzaamheden niet onder het bereik van de Wwft vallen. Het namens zijn cliënte bijwonen van een AVA en daarna het voeren van procedures namens die cliënte is niet te kwalificeren als advisering inzake de juridische vormgeving van een onderneming als bedoeld in artikel 1 eerste lid onder a sub 12 onder letter c Wwft (oud). Deels gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:79 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-151
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 03-02-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:79
Klacht betreft de wijze waarop verweerder de belangen van klager, zijn cliënt, heeft behartigd. Verweerder zou meer de belangen van zijn buurman, de bouwbegeleider van een bouwproject naast het perceel van klager, hebben behartigd dan die van klager. Verweerder had aanvankelijk gesteld dat een omgevingsvergunning voor de verbouw op het naastgelegen perceel nodig was, maar na contact met de bouwbegeleider/buurman heeft hij zijn standpunt aangepast en stelde dat er voor de verbouwing geen omgevingsvergunning nodig was, terwijl klager er belang bij had dat een vergunning zou moeten worden aangevraagd. De raad is van oordeel dat verweerder op grond van nadere informatie en voortschrijdend inzicht tot een ander standpunt kon en mocht komen. Dat betekent niet dat hij de belangen van zijn cliënt daardoor onvoldoende heeft behartigd. Niet gebleken is dat verweerder zich niet heeft gehouden aan zijn opdracht dan wel dat hij ondeugdelijke adviezen heeft uitgebracht. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:105 Raad van Discipline Amsterdam 20-247/A/A
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:105
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:92 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-456
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 14-04-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:92
Verweerster heeft zich in een procedure tot vaststelling van kinder- en partneralimentatie, nadat een datum was bepaald voor uitspraak, per brief tot de rechter gewend zonder toestemming van de wederpartij. Verweerster heeft aangevoerd dat zij dat heeft gedaan omdat op de zitting bleek dat de rechter niet beschikte over het door haar ingediende verweerschrift. Zij heeft ter zitting haar dossierexemplaar overhandigd, maar de rechter heeft de behandeling niet geschorst om kennis te kunnen nemen van de inhoud van het verweerschrift. Om die reden heeft zij na de zitting de rechter per brief uitdrukkelijk gevraagd kennis te nemen van alle argumenten van haar cliënte. De raad oordeelt die handelwijze in strijd met gedragsregel 21 lid 3 (gedragsregels 2018) omdat de inhoud van de processtukken op de zitting aan de orde behoort te komen. Als dat onvoldoende zou zijn gebeurd, staan verweerster andere middelen ter beschikking dan het sturen van een brief achteraf. De klacht is gegrond; waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 016/2020
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 11-05-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:63
Klacht naar aanleiding van een verwijzing voor een allergietest (die klaagster niet vergoed heeft gekregen). Het voert te ver beklaagde in tuchtrechtelijke zin te verwijten dat hij niet specifiek heeft gedacht aan een mogelijke wijziging inanticonceptiepil als mogelijke oorzaak van de allergische reactie. Dat in de betreffende periode leveringsproblemen bestonden ten aanzien van anticonceptiemiddelen en voor sommige gebruiksters een alternatief moest worden gevonden, maakt het voorgaande niet anders. Beklaagde was er niet van op de hoogte dat dit ook voor klaagster gold. Gelet op de aanhoudende allergische klachten, die niet verminderden met de voorgeschreven cetirizine en de last die klaagster aangaf van deze klachten te hebben, was een verwijzing voor een allergietest een logische en adequate vervolgstap. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-277
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 16-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:86
Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Het heeft dermate lang geduurd voordat verweerder de afgesproken inventarisatie heeft uitgevoerd dat dit hem tuchtrechtelijk te verwijten valt. Voor klager heeft bijna een jaar onduidelijkheid bestaan over zijn situatie en dat klemt temeer daar het een kwetsbare cliënt betreft. Klacht is in zoverre gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:106 Raad van Discipline Amsterdam 20-248/A/A
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:106
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:80 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-359
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 09-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:80
Betreft klacht over de kwaliteit van de werkzaamheden van eigen advocaat. De raad oordeelt dat verweerder niet aan de kwaliteitseisen heeft voldaan door klaagster vooraf onvoldoende te informeren over mogelijke scenario’s en de gevolgen daarvan, als ook de proceskansen en het kostenrisico. Verder bevatte de concept kort gedingdagvaarding een essentiële fout. Aan een concept dagvaarding mogen minder hoge eisen worden gesteld dan aan een definitieve versie maar een concept dagvaarding mag niet zijn gebaseerd op een kansloze vordering (in het concept was in kort geding een verklaring voor recht gevorderd).Deze klacht is gegrond. De verwijten over financiële aangelegenheden zijn ongegrond. Klacht deels gegrond, deel ongegrond. Maatregel: waarchuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:93 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-458
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 14-04-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:93
Klacht betreft het optreden van verweerder in een geschil tussen klager en zijn ex-echtgenote over een vaststellingsovereenkomst die in het kader van de echtscheiding destijds is gesloten. Verweerder treedt in dit geschil op voor de ex-echtgenote van klager tegen klager, waartegen klager bezwaar maakt omdat hij stelt in de echtscheidingsprocedure cliënt te zijn geweest bij het kantoor van de huidige kantoorgenoot van verweerder. Verweerder betwist dat omdat klager geen cliënt is geweest van verweerder of het huidige samenwerkingsverband van verweerder. De raad oordeelt dat klager terecht heeft gesteld cliënt te zijn geweest van de huidige kantoorgenoot van verweerder, waardoor het verweerder niet vrijstaat thans tegen klager op te treden, terwijl geen sprake is van de uitzondering als genoemd in gedragsregel 15 lid 3. Verder is van onjuiste informatievoorziening aan de deurwaarder geen sprake; verweerder heeft zich vergist in het verschuldigde bedrag en die vergissing binnen een redelijke termijn rechtgezet. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:87 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-318
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 16-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:87
Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel bij de Raad van State is gebrekkig onderbouwd. Dit klemt temeer daar de Raad van State verweerder er van tevoren op heeft geattendeerd dat dit punt van (groot) belang werd geacht door de Raad van State. De kwaliteit van de dienstverlening is op dit punt onvoldoende geweest. Klacht is in zoverre gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:107 Raad van Discipline Amsterdam 20-249/A/NH
- Datum publicatie: 11-05-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:107
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:105 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190282
- Datum publicatie: 09-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:105
bekrachtiging beslissing raad (artikel 46 Advocatenwet).
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:106 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190251
- Datum publicatie: 09-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:106
bekrachtiging beslissing raad; geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:107 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190247
- Datum publicatie: 09-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:107
bekrachtiging beslissing raad; geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:108 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190156
- Datum publicatie: 09-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:108
Beslissing van de raad bekrachtigd. Klachten tegen verweerder, die als curator een procedure tegen klager heeft gevoerd op grond van bestuurdersaansprakelijkheid, ongegrond. Toetsingskader. Verweerder heeft vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:109 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190157
- Datum publicatie: 09-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:109
Verweerder stond curator bij als advocaat. Klachten tegen de curator zijn ongegrond bevonden. Klachten tegen verweerder eveneens ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:103 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200085
- Datum publicatie: 09-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:103
Beroep op doorbreking op het appelverbod. Afgewezen. De gronden van beroep van klagers betreffen de motivering van de beslissing van de raad en de door de raad vastgestelde feiten. Deze vormen geen grond voor doorbreking van het appelverbod en houden een verkapt hoger beroep in. Voor zover klagers stellen dat de raad in de verzetsbeslissing klachtonderdeel d niet hebben beoordeeld, geldt dat dat pas aan de orde is nadat de raad heeft geoordeeld dat het verzet gegrond zou zijn geweest. Dat is in deze zaak niet aan de orde. Klagers zijn niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:104 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190074
- Datum publicatie: 09-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:104
bekrachtiging beslissing raad (artikel 46 Advocatenwet).
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:8 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/39
- Datum publicatie: 08-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:8
Klachtambtenaarzaak: Dierverloskundige wordt verweten dat hij veterinaire handelingen heeft verricht waartoe hij niet bevoegd was. Gegrond. Volgt schorsing als veeverloskundige voor een periode van zes maanden. Daarnaast wordt een voorwaardelijke geldboete van € 5.000,= opgelegd.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:10 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/118
- Datum publicatie: 08-05-2020
- Datum uitspraak: 27-02-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:10
Beklaagde wordt verweten, zakelijk weergegeven, dat zij ten aanzien van de hond van klaagster zonder een diagnose te stellen, hormonale medicatie heeft voorgeschreven en dat zij die medicatie is blijven voorschrijven zonder enige vorm van monitoring en evaluatie. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:9 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/105
- Datum publicatie: 08-05-2020
- Datum uitspraak: 27-02-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:9
Beklaagde wordt verweten, zakelijk weergegeven, dat hij ten aanzien van de hond van klaagster onnodig dan wel onvolledig onderzoek heeft verricht en dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/130
- Datum publicatie: 08-05-2020
- Datum uitspraak: 27-02-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:11
Beklaagde wordt verweten, samengevat weergegeven, dat zij niet heeft onderkend dat er bij de merrie van klager sprake was van een zogeheten ‘red bag delivery’ en dat zij mede door het missen van die diagnose bij de bevalling niet adequaat heeft gehandeld en de merrie en het veulen uiteindelijk zijn geëuthanaseerd. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/379
- Datum publicatie: 08-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:72
Klager verwijt aangeklaagde met name dat zij na het overlijden van een overleden collega (de toenmalige behandelaar van klager) betrokken is geweest bij het verdelen van de patiënten onder haar collega's. Klager is vervolgens bij de echtgenoot van aangeklaagde in behandeling gekomen. Aangeklaagde is volgens klager er mede verantwoordelijk voor dat deze behandeling klager schade heeft berokkend. Aangeklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De voorzitter heeft klager ontvangen in zijn klacht en heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/113
- Datum publicatie: 08-05-2020
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:73
Klager verwijt aangeklaagde met name dat zij na het overlijden van een overleden collega (de toenmalige behandelaar van klager) betrokken is geweest bij het verdelen van de patiënten onder haar collega's. Klager is vervolgens bij de echtgenoot van aangeklaagde in behandeling gekomen. Aangeklaagde is volgens klager er mede verantwoordelijk voor dat deze behandeling klager schade heeft berokkend. Aangeklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De voorzitter heeft klager ontvangen in zijn klacht en heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 317
- Pagina: 318
- Pagina: 319
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten