Zoekresultaten 15751-15800 van de 48190 resultaten
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:14 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/113
- Datum publicatie: 01-07-2020
- Datum uitspraak: 27-02-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:14
Dierenarts wordt verweten, samengevat en zakelijk weergegeven, veterinair nalatig te hebben gehandeld ten aanzien van de behandeling van het zieke veulen van klaagster. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:27 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/17
- Datum publicatie: 01-07-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:27
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een operatie van een fret onvoldoende rekening te hebben gehouden met en de diereigenaar onvoldoende te hebben gewezen op de daaraan verbonden risico’s. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:21 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/26
- Datum publicatie: 01-07-2020
- Datum uitspraak: 31-03-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:21
“Klachten tegen drie dierenartsen met betrekking tot de behandeling van een 18-jarige hond met evenwichtsproblemen. Twee dierenartsen hebben – uitgaande van een oorontsteking een behandeling met oorzalf ingezet c.q. voortgezet zonder het risico op perforatie van de trommelvliezen uit te sluiten of aanvullend (neurologisch) onderzoek te doen. Klachten gegrond. Waarschuwing. De derde dierenarts wordt verweten onvoldoende medische hulp te hebben geboden. Klacht ongegrond.”
-
ECLI:NL:TGZREIN:2020:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19149
- Datum publicatie: 01-07-2020
- Datum uitspraak: 01-07-2020
- ECLI:NL:TGZREIN:2020:31
In verband met een bij klaagster geconstateerde hersentumor, wordt huisarts onvoldoende zorg, beleid en aandacht verweten. Huisarts heeft niet volgens de richtlijn gehandeld noch er gemotiveerd van afgeweken. Op belangrijke onderdelen onvoldoende beleid gevoerd en onvoldoende dossiervoering. Huisarts heeft onvoldoende aandacht voor de klachten van klaagster heeft gehad en niet adequaat gereageerd. Gelet op tuchtrechtelijk verleden wordt schorsing opgelegd van drie maanden waarvan twee voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:15 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/122
- Datum publicatie: 01-07-2020
- Datum uitspraak: 27-02-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:15
Dierenarts wordt verweten qua onderzoek en diagnostiek met betrekking tot het verdikte linker voorbeen van het veulen van klager verwijtbaar nalatig te hebben gehandeld, waarbij een te sombere prognose is gegeven en, ten onrechte, is aangedrongen op euthanasie. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:28 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/37
- Datum publicatie: 01-07-2020
- Datum uitspraak: 04-05-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:28
Dierenarts wordt verweten dat met betrekking tot een hond, die een bult op zijn kop had, de diagnose kanker is gesteld zonder een in dat kader afgenomen biopt door een extern laboratorium te laten onderzoeken. Ook wordt de dierenarts verweten te hebben besloten dat klaagster zich voor de toekomst voor veterinaire zorg tot een andere dierenartspraktijk dient te wenden. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-276
- Datum publicatie: 30-06-2020
- Datum uitspraak: 30-06-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:77
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De volgens het ‘Protocol parodontale diagnostiek en behandeling’ van de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie voorgeschreven parodontologische diagnostiek is achterwege gebleven. Beklaagde had moeten signaleren dat er sprake was van aanzienlijke pockets (5mm) bij klager. Nu op de foto’s ook botafbraak rondom element 16 zichtbaar was, had dit voor beklaagde ten minste aanleiding moeten zijn voor het inzetten van nader parodontologisch onderzoek. Daarnaast voldoet de verslaglegging niet aan de eisen die daaraan worden gesteld in het algemeen en in het bijzonder in het licht van de in het Paro-protocol vervatte richtlijnen. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Nu beklaagde niet eerder in zijn lange loopbaan als tandarts tuchtrechtelijk is veroordeeld en ter zitting naar klager ook spijt heeft betuigd, zal het College volstaan met een berisping. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:114 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.264 en C2019.265
- Datum publicatie: 30-06-2020
- Datum uitspraak: 30-06-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:114
Klacht van twee zorgverzekeraars tegen een apotheker over frauduleus declareren. Het Centraal Tuchtcollege is, evenals het Regionaal Tuchtcollege, van oordeel dat de apotheker zich jegens klaagsters stelselmatig schuldig heeft gemaakt aan grootschalige declaratiefraude. Dit handelen is zodanig in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg dat de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde maatregel van onmiddellijke doorhaling van de inschrijving van de apotheker in het BIG-register moet blijven gehandhaafd. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-173a
- Datum publicatie: 30-06-2020
- Datum uitspraak: 30-06-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:78
Ongegronde klacht tegen een kaakchirurg . Het is – gelet op de uitleg van beklaagde, die het College kan onderschrijven, en op de aantekeningen in het dossier – niet voldoende aannemelijk geworden dat beklaagde bij de operatie op 10 maart 2015 onbedoeld een gaas in de mond van klaagster heeft achtergelaten. Voorts kan beklaagde onder de gegeven omstandigheden noch als behandelaar, noch als supervisor, hoofd- of regiebehandelaar een persoonlijk verwijt worden gemaakt van onvoldoende begeleiding van klaagster op het gebied van haar voeding en voedingstoestand. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-173b
- Datum publicatie: 30-06-2020
- Datum uitspraak: 30-06-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:79
Ongegronde klacht tegen een kaakchirurg. Gelet de feiten en omstandigheden zijn er niet voldoende aanwijzingen dat beklaagde en haar collega de operatie aan de rechterkant van het verhemelte van klaagster hebben verricht in plaats van aan de linkerkant. Voorts kan beklaagde geen verwijt worden gemaakt van onvoldoende begeleiding van klaagster op het gebied van haar voeding en voedingstoestand. Beklaagde mocht erop vertrouwen dat klaagster met betrekking tot haar voeding en voedingstoestand begeleiding had van de huisarts. Bovendien heeft beklaagde toch, op verzoek van klaagster, nog tweemaal voedingsspuiten voorgeschreven. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-173c
- Datum publicatie: 30-06-2020
- Datum uitspraak: 30-06-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:80
Ongegronde klacht tegen een kaakchirurg. Gelet de feiten en omstandigheden zijn er niet voldoende aanwijzingen dat beklaagde en haar collega de operatie aan de rechterkant van het verhemelte van klaagster hebben verricht in plaats van aan de linkerkant. De klacht kan daarom niet slagen. Daarmee wil het College niets afdoen aan de pijn die klaagster zegt nog steeds in haar mond te hebben en de last die zij heeft van haar gebitsprothese. Het College kan alleen niet vaststellen dat die pijn te wijten is aan een fout van beklaagde. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-267
- Datum publicatie: 30-06-2020
- Datum uitspraak: 30-06-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:81
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager heeft verschillende rekeningen ontvangen met betrekking tot de uitgevoerde behandeling door beklaagde en is van mening dat er sprake is van oplichting. Uit de stukken blijkt niet van onregelmatigheden in de door beklaagde gedane declaraties, laat staan van oplichting. Bovendien heeft beklaagde zich behulpzaam opgesteld door uitstel van betaling aan klager te verlenen en na te gaan waarom het bedrag van de restnota hoger was dan klager had verwacht. Toen bleek dat klager een naturapolis had en sprake was van niet-gecontracteerde zorg heeft beklaagde klager daarover uitleg te geven. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 212/2020
- Datum publicatie: 29-06-2020
- Datum uitspraak: 29-06-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:63
Klacht tegen een bedrijfsarts. Het oordeel van het college is dat de bedrijfsarts op onderdelen zijn deskundigheid en functie te buiten is gegaan en dat hij vergaande conclusies heeft getrokken die niet (inzichtelijk) worden onderbouwd door feiten en omstandigheden. Beklaagde werkt als zelfstandige met de kwetsbare doelgroep van arbeidsongeschikte werknemers. Dit baart het college zorgen. Voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 306/2020
- Datum publicatie: 26-06-2020
- Datum uitspraak: 26-06-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:68
Klacht tegen cardio-thoracaal chirurg. Patiënte zou worden geopereerd vanwege een aneurysma van de aortaboog. De operatie is twee keer uitgesteld en patiënte is kort voor de ingreep overleden. Het verwijt is -kort samengevat- dat beklaagde niet voortvarend genoeg is opgetreden. Het college oordeelt dat er op juiste wijze medische afwegingen zijn gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 307/2020
- Datum publicatie: 26-06-2020
- Datum uitspraak: 26-06-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:69
Klacht tegen cardio-thoracaal chirurg. Patiënte zou worden geopereerd vanwege een aneurysma van de aortaboog. De operatie is twee keer uitgesteld en patiënte is kort voor de ingreep overleden. Het verwijt is -kort samengevat- dat beklaagde niet voortvarend genoeg is opgetreden. Het college oordeelt dat er op juiste wijze medische afwegingen zijn gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2015:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2014/346
- Datum publicatie: 23-06-2020
- Datum uitspraak: 23-06-2015
- ECLI:NL:TGZRAMS:2015:60
De klacht betreft de behandeling van klagers vader, verder te noemen: patiënt. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij een medicatiefout heeft gemaakt en nalatig ten aanzien van patiënt heeft gehandeld. Patiënt is overleden. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:115 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200025
- Datum publicatie: 23-06-2020
- Datum uitspraak: 22-06-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:115
Beklag tegen beslissing tot aanwijzing van advocaat (art. 13). Beklag is te laat ingediend, omdat die na de beklagtermijn van 6 weken is ontvangen: niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:116 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200040
- Datum publicatie: 23-06-2020
- Datum uitspraak: 22-06-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:116
Beroep tegen voorzittersbeslissing van de raad. Hof verklaart zich onbevoegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:117 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190105H
- Datum publicatie: 23-06-2020
- Datum uitspraak: 22-06-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:117
Herzieningsverzoek advocaat. Verzoekster heeft in het kader van artikel 1.2 Herzieningsprotocol geen feiten aangevoerd die voor de beslissing van het hof hebben plaatsgevonden en destijds niet bekend konden zijn bij verzoekster. Dat verzoekster het niet eens is met de feitenvaststelling door het hof doet daar niet aan af. Ook heeft verzoekster onvoldoende aangevoerd voor een geslaagd beroep op art. 1.2 sub b Herzieningsprotocol (geen eerlijk proces). Dat het hof gemotiveerd een bewijsaanbod van verzoekster heeft gepasseerd is onvoldoende voor de conclusie dat een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Dat de tuchtrechters vooringenomen en ‘kritiekloos’ de zaak hebben behandeld is eveneens niet aannemelijk gemaakt. Verzoekster heeft geen zwaarwegende omstandigheden aangevoerd die de vrees rechtvaardigen dat mogelijk sprake is van partijdigheid. Voor zover verzoekster heeft aangevoerd dat zij geen eerlijk proces bij de raad heeft gehad, geldt dat zij daarvoor herziening bij de raad had kunnen vragen. Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:135 Raad van Discipline Amsterdam 20-093/A/NH
- Datum publicatie: 22-06-2020
- Datum uitspraak: 15-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:135
Klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond. Dat de door verweerder overgelegde verklaringen vals zijn heeft de raad, mede gelet op het verweer van verweerder, niet kunnen vaststellen. Rest de vraag of verweerder om andere redenen had moeten afzien van het overleggen van de verklaringen. Hoewel het niet de-escalerend werkt waar dat wel passend en geboden was, heeft verweerder de grenzen van de hem toekomende vrijheid naar het oordeel van de raad niet overschreden door de verklaringen aan de rechtbank over te leggen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:136 Raad van Discipline Amsterdam 20-332/A/NH
- Datum publicatie: 22-06-2020
- Datum uitspraak: 15-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:136
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Anders dan klager stelt heeft verweerder gedaan wat hij met klager overeen was gekomen. Dat verweerder heeft toegezegd een tuchtprocedure tegen de deskundige te voeren is niet gebleken. Verder geen sprake van excessief declareren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:137 Raad van Discipline Amsterdam 20-316/A/A 20-317/A/A
- Datum publicatie: 22-06-2020
- Datum uitspraak: 15-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:137
Klachten over de advocaten van de wederpartij kennelijk ongegrond. Hoewel aan klager kan worden toegegeven dat het taalgebruik in de door verweerders namens hun cliënte in het geding gebrachte e-mail gebrekkig is, is dit enkele feit onvoldoende voor de conclusie dat verweerders aan de echtheid van de e-mail hadden moeten twijfelen. Verweerster heeft de e-mail bovendien, toen zij erachter kwam dat de e-mail door de vrouw gefabriceerd was, ingetrokken zodat klager hiervan geen schade heeft ondervonden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:138 Raad van Discipline Amsterdam 20-333/A/NH
- Datum publicatie: 22-06-2020
- Datum uitspraak: 15-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:138
Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder partijdig is geweest in zijn onderzoek naar de door klager over een advocaat ingediende tuchtklacht.
-
ECLI:NL:TACAKN:2020:43 Accountantskamer Zwolle 20/210 Wtra AK
- Datum publicatie: 19-06-2020
- Datum uitspraak: 19-06-2020
- ECLI:NL:TACAKN:2020:43
Een accountant heeft samen met een compagnon (geen accountant) een accountantskantoor. De compagnon, die binnen het kantoor verantwoordelijk is voor kwaliteitsaangelegenheden, heeft voor de accountant verzwegen dat er een kantoortoetsing zou plaatsvinden. Omdat de compagnon de kantoortoetsing wilde ontlopen, heeft hij de afspraak voor de kantoortoetsing negen keer kort van tevoren afgezegd. De Accountantskamer heeft geoordeeld dat de accountant verantwoordelijk is voor het feit dat de kantoortoetsing niet heeft plaatsgevonden. Als enige accountant is hij de kwaliteitsbepaler en is hij verantwoordelijk voor het kwaliteitssysteem. Vanwege deze verantwoordelijkheid had de accountant erop moeten toezien dat de compagnon op juiste wijze uitvoering gaf aan de gedelegeerde taken op het gebied van de kwaliteit. Klacht gegrond. Tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand.
-
ECLI:NL:TACAKN:2020:44 Accountantskamer Zwolle 20/110 Wtra AK
- Datum publicatie: 19-06-2020
- Datum uitspraak: 19-06-2020
- ECLI:NL:TACAKN:2020:44
Een accountant heeft vertrouwelijke gegevens van klagers verstrekt aan zijn advocaat ten behoeve van een incassotraject. De advocaat heeft deze vertrouwelijke gegevens gebruikt om conservatoir derdenbeslag te leggen onder klanten van klagers, waardoor de vertrouwelijke gegevens ook terecht zijn gekomen bij die klanten. De accountant heeft hiermee het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid geschonden. Ook is sprake van schending van het fundamentele beginsel van integriteit. De accountant heeft zich niet gehouden aan de overeenkomst van opdracht en de algemene voorwaarden, waarin is afgesproken dat hij de vertrouwelijke gegevens niet zonder toestemming van klagers met derden zou delen en dat hij deze gegevens niet voor een ander doel zou gebruiken dan waarvoor ze aan hem waren verstrekt. Klacht gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:41 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-359/DB/OB
- Datum publicatie: 19-06-2020
- Datum uitspraak: 15-06-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:41
Voorzittersbeslissing. Van het feit dat verweerster de overeenkomst ondanks haar eerdere toezegging niet aan klagers advocaat heeft toegestuurd kan haar geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt, nu verweerster onweersproken heeft gesteld dat zij de overeenkomst niet van haar cliënte heeft ontvangen omdat haar cliënte de overeenkomst kwijt was. Niet tuchtrechtelijke verwijtbaar gehandeld door klager bij het uitblijven van betaling indiening van een faillissementsverzoek in het vooruitzicht te stellen. Dit was, anders dan klager stelt, in de gegeven omstandigheden geen ongeoorloofd pressiemiddel. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:133 Raad van Discipline Amsterdam 20-300/A/A
- Datum publicatie: 18-06-2020
- Datum uitspraak: 08-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:133
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Niet gebleken dat verweerder in zijn gedingstuk van 14 september 2019 de rechtbank onjuiste informatie heeft verstrekt. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:127 Raad van Discipline Amsterdam 20-208/A/A
- Datum publicatie: 18-06-2020
- Datum uitspraak: 08-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:127
Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Klaagster heeft onvoldoende onderbouwd dat verweerder haar belangen niet goed heeft behartigd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:134 Raad van Discipline Amsterdam 20-298/A/A
- Datum publicatie: 18-06-2020
- Datum uitspraak: 08-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:134
Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht. Anders dan klager kennelijk veronderstelt, betekent het enkele feit dat hij door het Juridisch Loket is verwezen naar verweerder niet dat een advocaat-cliëntrelatie tussen klager en verweerder tot stand is gekomen. Dat in de verwijzing door het Juridisch Loket is opgenomen dat het om een Lichte Advies Toevoeging gaat maakt dit niet anders.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:128 Raad van Discipline Amsterdam 20-235/A/A
- Datum publicatie: 18-06-2020
- Datum uitspraak: 08-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:128
Ongegronde klacht over de eigen advocaat. De raad acht de aanpak van verweerder – geen brief op hoge poten schrijven – begrijpelijk en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Als klaagster het niet eens was met deze aanpak had het op haar weg gelegen om dat aan verweerder duidelijk te maken. Dat heeft zij niet gedaan. Het stond verweerder voorts vrij het dossier van klaagster te sluiten en de toevoeging te declareren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:129 Raad van Discipline Amsterdam 20-154/A/A
- Datum publicatie: 18-06-2020
- Datum uitspraak: 08-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:129
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. De rechtbank had de beslissing aangehouden in afwachting van het verloop van de mediation. Verweerster heeft zich na mislukt mediationtraject zonder toestemming van klagers advocaat een inhoudelijke brief naar de rechtbank gestuurd. Deze handelwijze is in strijd met gedragsregel 21 lid 3 en met de norm van artikel 46 Advocatenwet. Klacht gegrond. Maatregel waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:130 Raad van Discipline Amsterdam 20-301/A/A
- Datum publicatie: 18-06-2020
- Datum uitspraak: 08-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:130
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Hoewel de voorzitter begrijpt dat klager het niet eens is met de beslissing van de vrouw zich tot verweerder te wenden in plaats van een mediator, kan het verweerder niet tuchtrechtelijk verweten worden dat hij vervolgens namens en in het belang van de vrouw een brief aan klager heeft gestuurd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:131 Raad van Discipline Amsterdam 20-287/A/A
- Datum publicatie: 18-06-2020
- Datum uitspraak: 08-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:131
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Het stond verweerster vrij om namens haar cliënt een verzoekschrift tot onderbewindstelling in te dienen. Daarbij behoefde zij niet de instemming van de overige kinderen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:132 Raad van Discipline Amsterdam 20-313/A/NH
- Datum publicatie: 18-06-2020
- Datum uitspraak: 08-06-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:132
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij (Gedragsregel 15 en misbruik derdengeldenrekening) kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang bij de klacht.
-
ECLI:NL:TACAKN:2020:42 Accountantskamer Zwolle 18/718 en 18/719 Wtra AK
- Datum publicatie: 17-06-2020
- Datum uitspraak: 17-06-2020
- ECLI:NL:TACAKN:2020:42
Klachten AFM over controle jaarrekening groep en tot de groep behorende dochtervennootschap. Contante commissiebetalingen door de dochtervennootschap. Klacht tegen de accountant van de dochtervennootschap deels gegrond; strijd met fundamenteel beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid; oplegging maatregel van berisping. Klacht tegen de groepsaccountant ongegrond. De Accountantskamer is van oordeel dat de accountant van de dochtervennootschap bij de start van ieder van de te controleren jaren niet het juiste uitgangspunt heeft gehad door al bij het begin van de controle te stellen dat het issue van de contante betalingen aan derden was opgelost. Uitgangspunt voor ieder controlejaar dient te zijn dat een accountant zich behoort af te vragen of er een risico op fraude is. Een dergelijk risico kan zich immers – ook na een beëindiging van een eerdere controle – ieder jaar opnieuw voor doen. Juist in deze controlejaren was bij de te controleren rechtspersonen sprake van voldoende concrete aanwijzingen om hieraan bijzondere aandacht te besteden. De Accountantskamer is van oordeel dat sprake was van een groot aantal signalen waaruit naar voren kwam dat ook in de controlejaren waar deze klacht betrekking op heeft sprake was van een doorgaande praktijk van contante betalingen bij wijze van ‘sales incentives’ in welke betalingen de accountant van de dochtervennootschap geen inzicht had. De Accountantskamer concludeert dat de accountant van de dochtervennootschap niet zo zeer zijn ogen heeft gesloten voor de aanwezige contante betalingen, maar dat hij ze niet heeft open gedaan. In het licht van de controlematerialiteit van de groep was het bedrag dat gemoeid was met de contante betalingen bij de dochtervennootschap zeer gering. Fraude en corruptie zijn onderdeel geweest van de uitgevoerde controles, het Board Report en de besprekingen met het management van de groep, zij het dat dit niet specifiek gericht was op de situatie bij de dochtervennootschap. Onderzoek had geen aanwijzingen opgeleverd dat de ‘scoping’ van de controle van de groepsjaarrekening tekortschoot. De groepsaccountant mocht zich hierdoor gesterkt voelen in de opvatting dat het plaatsvinden van dergelijke contante betalingen van een op groepsniveau zo geringe omvang niet direct meebracht dat sprake was van een frauderisicofactor op het niveau van de groep. De groepsaccountant mocht onder de gegeven, bijzondere omstandigheden afgaan op de informatie die hij van de accountant van de dochtervennootschap had ontvangen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2020:41 Accountantskamer Zwolle 17/920 en 17/925 Wtra AK
- Datum publicatie: 17-06-2020
- Datum uitspraak: 17-06-2020
- ECLI:NL:TACAKN:2020:41
Deze klachtzaak is verbonden met de klachtzaken 18/718 en 18/719 Wtra AK. Fishing expedition van klaagster versus geheimhoudings-/vertrouwelijkheidsverplichting van betrokken accountants. Klaagster klaagt erover dat de accountants jarenlang kennis hebben gehad van omkopingsfraude bij een dochteronderneming van een door hen gecontroleerde onderneming. De accountants zouden hebben nagelaten fraudes aan de bevoegde autoriteiten te melden. Klaagster heeft daarbij alleen gewezen op drie in het NRC gepubliceerde krantenartikelen. Op klaagster ligt de stelplicht en de bewijslast; met het enkel verwijzen naar die krantenartikelen heeft zij daar niet aan voldaan.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 201/2019
- Datum publicatie: 16-06-2020
- Datum uitspraak: 16-06-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:67
Klaagster verwijt beklaagde dat zij niet tijdig heeft gekozen voor het laten uitvoeren van een operatie aan een (te lange) Bricker-lis. Ook verwijt zij dat beklaagde antibiotica heeft voorgeschreven die de lever van klaagster heeft aangetast. Het college oordeelt dat beklaagde de mogelijke gevolgen en risico’s van terugkerende urineweginfecties heeft afgewogen tegen het risico van een ingrijpende operatie en dat haar handelwijze en afwegingen adequaat waren. De door beklaagde voorgeschreven onderhoudsdosering antibiotica is voorgeschreven nadat bleek dat de problemen met de lever niet het gevolg waren van antibiotica. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:181 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-229
- Datum publicatie: 15-06-2020
- Datum uitspraak: 02-06-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:181
Voorzittersbeslissing. De klachten dat verweerder zijn cliënten heeft geadviseerd om de Stichting te liquideren, daaraan zijn medewerking heeft verleend en het doen van een valse opgave aan het handelsregister van de Kamer van Koophandel door zijn cliënten heeft bevorderd missen feitelijke grondslag. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:126 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-232
- Datum publicatie: 15-06-2020
- Datum uitspraak: 02-06-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:126
De voorzitter oordeelt de klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder heeft in overleg met klager het verzoekschrift, zonder bijlagen, aan de rechtbank gestuurd en tijdig voor de zitting nadere producties ingediend. Overige klachten onvoldoende onderbouwd of inzichtelijk gemaakt.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.084
- Datum publicatie: 11-06-2020
- Datum uitspraak: 28-05-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:113
Klacht tegen bedrijfsarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond en deels ongegrond verklaard en aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping opgelegd. De bedrijfsarts heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld, waarna klaagster incidenteel beroep heeft ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege heeft de zaak ter terechtzitting behandeld, maar acht zich nadien nog onvoldoende ingelicht. In deze tussenbeslissing wordt het onderzoek heropend en de behandeling van de zaak aangehouden.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:17 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/344161 KL RK 18-158 C/05/344161 KL RK 18-158a
- Datum publicatie: 11-06-2020
- Datum uitspraak: 25-02-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:17
Betreft verzoek van een oud-notaris tot intrekking c.q. herziening van de beslissing van de voorzitter omtrent de waarneming in het vacante protocol van de oud-notaris. De voorzitter is van oordeel dat de benoeming van een waarnemer weliswaar kan worden aangemerkt als ordemaatregel, maar deze heeft niet het karakter van een voorlopige voorziening. In de wet op het notarisambt is, anders dan door de oud-notaris betoogd, geen op dit punt te voeren bodemprocedure voorgeschreven. Het instellen van hoger beroep is de aangewezen route om op te komen tegen een beslissing van de voorzitter van de kamer met betrekking tot de waarneming in een protocol. Dit staat ook met zoveel woorden in artikel 29 lid 3 Wna. Voorts heeft de oud-notaris onvoldoende gesteld en onderbouwd dat aan de eisen van herroeping op grond van artikel 382 Rv is voldaan. Tot slot heeft de oud-notaris onvoldoende onderbouwd dat aan de voorwaarden voor herziening is voldaan. Het verzoek is daarom afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/359820 KL RK 19-122
- Datum publicatie: 11-06-2020
- Datum uitspraak: 13-05-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:18
De notaris is executeur in de nalatenschap van moeder. Klaagsters zijn twee dochters van moeder en erfgenaam. Op zijn verzoek heeft de notaris de sieraden van moeder in bewaring genomen op zijn kantoor. In april 2018 constateert de medewerker van de notaris dat er een aantal sieraden is ontvreemd uit de kluis van de notaris. De notaris heeft klaagsters in maart 2019 over de vermissing van de sieraden geïnformeerd. Naar het oordeel van de kamer verwijten klaagsters de notaris terecht dat er bijna een jaar is verstreken tussen het moment dat de vermissing van de sieraden werd geconstateerd door de medewerker van de notaris en het moment dat klaagsters hierover door de notaris werden geïnformeerd. De notaris had de erfgenamen eerder kunnen en moeten informeren, hetgeen de notaris ook heeft erkend. Ook het verwijt van klaagsters dat het voor anderen dan de notaris kennelijk mogelijk is geweest om de sieraden ongemerkt uit de kluis te ontvreemden, is terecht. De notaris heeft aangevoerd dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de sieraden veilig waren opgeborgen, omdat de kluis voldoet aan alle voorschriften voor brand- en inbraakpreventie en alleen de notaris en zijn medewerkers toegang hebben tot de kluis. Uit de stukken blijkt dat de sieraden op verzoek van de notaris door hem in bewaring zijn genomen. Daarom rust op de notaris een verzwaarde zorgplicht, te meer omdat de sieraden ook een affectiewaarde voor de erfgenamen hebben. Omdat de doos met sieraden kennelijk voor anderen dan de notaris zelf toegankelijk was en de sieraden ongemerkt konden worden weggenomen, heeft de notaris zijn zorgplicht geschonden. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/396
- Datum publicatie: 10-06-2020
- Datum uitspraak: 10-06-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:75
Klaagster verwijt de huisarts dat zij een crisisdienst heeft ingeschakdeld zonder eerst contact te hebben met klaagster op een moment dat zij bovendien al een andere huisarts had. Verder verwijt klaagster dat de huisarts de hulpvraag van klaagster in het kader van PTSS heeft genegeerd, ten onrechte van een persoonlijkheidsstoornis heeft beticht etc. De huisarts voert verweer; zij heeft geprobeerd met klaagster telefonisch in contact te komen, maar zij kreeg geen gehoor. Verder betwist zij de overige verwijten die haar worden gemaakt. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:114 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190080HH en 190237HH
- Datum publicatie: 09-06-2020
- Datum uitspraak: 08-06-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:114
Verzoek om herziening. Gegrond. Het hof heeft een wrakingsverzoek ter zijde gelegd die in behandeling had moeten worden genomen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/50
- Datum publicatie: 05-06-2020
- Datum uitspraak: 20-04-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:12
Samengevat verwijten klagers de notaris dat hij onjuist en klachtwaardig heeft gehandeld door aan hen geen afschrift of uittreksel te verstrekken van het dossier met betrekking tot de notariële volmacht van erflaatster, meer specifiek door aan hen geen afschrift of uittreksel te verstrekken van de aantekeningen van de bespreking tussen de oud-notaris, erflaatster en [klager 6] in april 2011. De notaris heeft volgens klagers gehandeld in strijd met zijn zorgplicht ten opzichte van de gezamenlijke erfgenamen van erflaatster en daarmee een voedingsbodem gegeven voor een geschil tussen de erfgenamen. De notaris heeft met een beroep op de notariële geheimhoudingsplicht geweigerd inzage te geven in het betreffende dossier en de van dat dossier deel uitmakende gespreksaantekeningen. De kamer volgt de notaris in zijn verweer. De kamer heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat de notaris - die het protocol van de oud-notaris heeft overgenomen en ook met betrekking tot hetgeen vóór zijn ambtsperiode werd toevertrouwd en aan de bij zijn protocol behorende archieven werd toegevoegd een geheimhoudingsplicht heeft - zich in de gegeven omstandigheden ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht jegens klagers beroept. Bij dit oordeel weegt mee dat het ambtsgeheim niet beperkt is tot datgene wat zijn weerslag in een akte vindt. Ook hetgeen aan de oud-notaris schriftelijk of mondeling door erflaatster en/of [klager 6] is meegedeeld, valt in beginsel onder de geheimhouding, evenals de door de oud-notaris zelfgemaakte aantekeningen van gedachtewisselingen met erflaatster en [klager 6]. Nader onderzoek in het kader van deze klachtprocedure acht de kamer daarom niet noodzakelijk. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover deze ziet op het verzoek om het overleggen van stukken en de klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/46
- Datum publicatie: 05-06-2020
- Datum uitspraak: 20-04-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:13
De klacht van het BFT bestaat uit de volgende onderdelen. I. Onzorgvuldig handelen bij het passeren van het testament, het levenstestament en de algehele volmacht van moeder. De onzorgvuldigheid zit hem volgens het BFT in: A. onvoldoende onderzoek naar de wilsbekwaamheid van moeder; B. onvoldoende onderzoek naar de onafhankelijke wilsvorming van moeder; C. schending van de informatieplicht; D. onzorgvuldig handelen. II. Onzorgvuldig handelen bij de afwikkeling van verschillende boedeldossiers. De onzorgvuldigheid zit hem volgens het BFT in: A. onvoldoende communicatie/voortvarendheid/zorgvuldigheid; B. schending van de informatieplicht/belehrung; C. onzorgvuldige dossiervoering. De kamer verklaart alle klachtonderdelen gegrond. Naar het oordeel van de kamer zijn de feiten waarvan de notaris in de klachtonderdelen I A tot en met I D een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt zo ernstig dat een schorsing in de uitoefening van het ambt passend is. Het feit dat de door het BFT ingediende klachtonderdelen II A tot en met II C - die volgens het BFT met name illustratief zijn - gegrond worden verklaard, sterkt de kamer in het oordeel over de op te leggen maatregel. De kamer legt een schorsing voor de duur van twee weken op.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/47, 48 en 49
- Datum publicatie: 05-06-2020
- Datum uitspraak: 20-04-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:14
Klagers verwijten de oud-notaris en twee notarissen dat zij ten aanzien van een ontwikkelingsproject onzorgvuldig hebben gehandeld. De verwijten houden in de kern het volgende in. ten aanzien van de oud-notaris en [mr. A] In de individuele akten van levering staan onduidelijkheden casu quo onjuistheden. Dit leidt tot discussie tussen de eigenaren over wat ze nu eigenlijk hebben gekocht en dus tot rechtsonzekerheid. Bij het opstellen van opeenvolgende akten van levering is de verdeling van de 86 aandelen in de mandeligheid niet bewaakt - als gevolg waarvan uiteindelijk niet alle 86 aandelen in de eigendom van de mandeligheid zijn verdeeld - en is geen rekening gehouden met de forse functiewijziging (van kantoor naar horeca) van één van de bedrijven aan de mandelige weg. ten aanzien van [mr. B] In de periode van mei 2018 tot het indienen van de klacht is [mr. B] tekortgeschoten in zijn zorgplicht en heeft hij nagelaten om adequaat te handelen en een oplossing te bereiken voor de problemen met betrekking tot de mandeligheid. De kamer verklaart van de klacht alleen klachtonderdeel 1 jegens de oud-notaris gegrond. Vaststaat namelijk dat in de na de akten van (hoofd-/onder)splitsing door de oud-notaris gepasseerde akten van levering - waarbij de afzonderlijke 18 woonappartementen en de afzonderlijke 54 parkeerplaatsen in de parkeerkelder zijn (door)geleverd aan de betreffende kopers - de betreffende aandelen in de mandeligheid niet altijd juist staan vermeld. Dat op grond van de akte van hoofdsplitsing aan elk woonappartement en aan elke parkeerplaats in de parkeerkelder een aandeel in de mandelige weg met parkeerplaatsen is gekoppeld van 1/86e gedeelte, komt niet in iedere akte van levering tot uitdrukking. Hierdoor bestaat tussen klagers en de overige eigenaren van de mandelige weg en parkeerplaatsen onduidelijkheid over de omvang van hun aandeel in de mandeligheid. De kamer is van oordeel dat deze fouten de oud-notaris kunnen worden aangerekend. De door de oud-notaris erkende fouten in de omschrijving van de aandelen in de mandeligheid vinden hun oorsprong namelijk in de door hem zelf op 29 maart 2005 gepasseerde akte van hoofdsplitsing. De redactie van de in deze akte opgenomen bepaling met betrekking tot de aandelen in de mandelige weg en parkeerplaatsen blinkt niet uit in duidelijkheid. Hierbij speelt ook een rol dat voor de eigendom van de woningen en bedrijfsruimten de afzonderlijke aandelen in de mandeligheid niet nader zijn bepaald. Dat de akte van hoofdsplitsing op dit punt duidelijker had gemoeten, wordt bevestigd door het feit dat de oud-notaris genoemde fouten heeft gemaakt bij de uitponding van de appartementsrechten. Het gegrond verklaarde verwijt acht de kamer niet zodanig ernstig dat de oud-notaris daarvoor een tuchtrechtelijke maatregel moet worden opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:120 Raad van Discipline Amsterdam 19-813/A/A
- Datum publicatie: 04-06-2020
- Datum uitspraak: 25-05-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:120
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:121 Raad van Discipline Amsterdam 19-850/A/A
- Datum publicatie: 04-06-2020
- Datum uitspraak: 25-05-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:121
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:122 Raad van Discipline Amsterdam 20-265/A/A
- Datum publicatie: 04-06-2020
- Datum uitspraak: 25-05-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:122
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Dat verweerder heeft toegezegd het gehele door klager betaalde bedrag voor een oriënterend gesprek aan klager terug te betalen heeft klager tegenover de betwisting daarvan door verweerder niet onderbouwd.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 315
- Pagina: 316
- Pagina: 317
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten