Zoekresultaten 15551-15600 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.317

    Klacht tegen psychiater. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor autisme en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Verweerder is directeur zorg volwassenen van de instelling waar het centrum deel van uit maakt. Klager verwijt verweerder dat hij in zijn hoedanigheid van directeur onzorgvuldig heeft gehandeld door de instelling onvoldoende op verantwoorde zorg te managen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in zijn klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van klager op een van de klachtonderdelen en wijst dat klachtonderdeel vervolgens af. Voor het overige verwerpt het college het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.330

    Klacht tegen psychiater. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor autisme en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Verweerder is lid van de Raad van Bestuur van de instelling en verantwoordelijk voor de portefeuille ‘kwaliteit van zorg’. Klager verwijt verweerder dat hij in zijn hoedanigheid van bestuurder onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in zijn klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.324

    Klacht tegen psychotherapeut. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor autisme en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Op enig moment is klager in het kader van een advies voor behandeling doorverwezen naar het centrum waar verweerder als manager zorg werkzaam is. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door de zorg onvoldoende op verantwoorde wijze te managen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19218

    Behandeling van vijfjarig, onder toezicht gesteld, uit huis geplaatst kind in een instelling door een multidisciplinair samengesteld team. Vervangende toestemming kinderrechter voor behandeling. Klacht ouders over het niet adequaat diagnosticeren en behandelen van autisme bij het kind. Weigering ouders mee te werken aan de behandeling. Ongegrond. Het college oordeelt dat verweerders hebben aangetoond dat de ernstige situatie van het kind duidelijk maakte dat er meer aan de hand was dan een autismestoornis zodat een multidisciplinaire en systeemgerichte behandeling, zoals door verweerders voorgestaan, noodzakelijk was.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19221

    Behandeling van vijfjarig, onder toezicht gesteld, uit huis geplaatst kind in een instelling door een multidisciplinair samengesteld team. Vervangende toestemming kinderrechter voor behandeling. Klacht ouders over het niet adequaat diagnosticeren en behandelen van autisme bij het kind. Weigering ouders mee te werken aan de behandeling. Ongegrond. Het college oordeelt dat verweerders hebben aangetoond dat de ernstige situatie van het kind duidelijk maakte dat er meer aan de hand was dan een autismestoornis zodat een multidisciplinaire en systeemgerichte behandeling, zoals door verweerders voorgestaan, noodzakelijk was.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19220

    Behandeling van vijfjarig, onder toezicht gesteld, uit huis geplaatst kind in een instelling door een multidisciplinair samengesteld team. Vervangende toestemming kinderrechter voor behandeling. Klacht ouders over het niet adequaat diagnosticeren en behandelen van autisme bij het kind. Weigering ouders mee te werken aan de behandeling. Ongegrond. Het college oordeelt dat verweerders hebben aangetoond dat de ernstige situatie van het kind duidelijk maakte dat er meer aan de hand was dan een autismestoornis zodat een multidisciplinaire en systeemgerichte behandeling, zoals door verweerders voorgestaan, noodzakelijk was.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19219

    Behandeling van vijfjarig, onder toezicht gesteld, uit huis geplaatst kind in een instelling door een multidisciplinair samengesteld team. Vervangende toestemming kinderrechter voor behandeling. Klacht ouders over het niet adequaat diagnosticeren en behandelen van autisme bij het kind. Weigering ouders mee te werken aan de behandeling. Ongegrond. Het college oordeelt dat verweerders hebben aangetoond dat de ernstige situatie van het kind duidelijk maakte dat er meer aan de hand was dan een autismestoornis zodat een multidisciplinaire en systeemgerichte behandeling, zoals door verweerders voorgestaan, noodzakelijk was.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19196a

    19196a Cardioloog wordt verweten dat hij patiënte niet goed heeft geïnformeerd over een zorgelijke vernauwing van de aortaklep, het voeren van een expectatief beleid en het niet maken van een consultverslag waardoor huisarts niet op de hoogte was. Geen sprake van zorgelijke verslechtering. Op goede gronden conservatief medicamenteus beleid gevoerd. Consultverslag wel aanwezig maar niet naar huisarts gestuurd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19196b

    19196b In verband met overlijden van patiënte wordt zaalarts verweten dat er geen galdrain is geplaatst, een overdosis Cofact is toegediend, niet over obductie is gesproken en dat er sprake is van onjuiste dossiervoering. Geen sprake van een acute noodsituatie die een onmiddellijke galblaasdrainage vereiste. INR-streefwaarde. Geen sprake van overdosering Cofact. Geen onjuiste verslaglegging. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:133 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190080HW3 en 190237HW3

    Wrakingsbeslissing. Het verzoek tot wraking is ongegrond. Verzoeker heeft niet onderbouwd op welke wijze de hoofdbetrekking van de gewraakte leden en/of nevenbetrekkingen of activiteiten enige (schijn van) vooringenomenheid of partijdigheid met zich brengen in de behandeling van het wrakingsverzoek van 27 maart 2020 van verzoeker.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19196c

    19196c In verband met overlijden van patiënte wordt chirurg, als hoofdbehandelaar, verweten dat er geen galdrain is geplaatst, een overdosis Cofact is toegediend, niet over obductie is gesproken en dat er sprake is van onjuiste dossiervoering. Geen sprake van een acute noodsituatie die een onmiddellijke galblaasdrainage vereiste. INR-streefwaarde. Geen sprake van overdosering Cofact. Geen onjuiste verslaglegging. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-008

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Het eerste en tweede klachtonderdeel komen er in de kern op neer dat beklaagde heeft nagelaten eerst informatie bij klager in te winnen alvorens een melding te doen bij Veilig Thuis. Hoewel het uitgangspunt van de meldcode is om de aanwijzingen en signalen van kindermishandeling of huiselijk geweld zoveel mogelijk met de betrokkenen - waaronder met beide gezagdragende ouders - te bespreken, kan daarvan worden afgeweken, bijvoorbeeld als schade dreigt voor het slachtoffer. In dit geval heeft beklaagde aanleiding gezien om na het inwinnen van advies bij Veilig Thuis en een collega arts, niet in gesprek met klager te gaan maar hem mee te delen dat hij een melding bij Veilig Thuis zou gaan doen. Indien de aanwijzingen en signalen over mogelijk grensoverschrijdend seksueel gedrag juist zouden zijn, dan viel immers niet uit te sluiten dat door het niet direct doen van een melding, extra schade voor de dochter van klager zou dreigen. Het College acht die handelwijze verdedigbaar. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-185a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager heeft nagelaten het klachtonderdeel wat betreft de onjuiste diagnose – ondanks daartoe meermalen in de gelegenheid te zijn gesteld – te concretiseren of feitelijk te onderbouwen. Dit klachtonderdeel blijft daardoor onduidelijk. Nu klager niet heeft omschreven waarin het aan beklaagde verweten gedrag gestalte heeft gekregen, kan dit onderdeel van de klacht niet gegrond worden verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/033

    Gedetineerde klager verwijt psycholoog en psychotherapeut onder meer onvoldoende te hebben gedaan met zijn klachten van slapeloosheid alsmede met de verklaring uit de vorige PI dat hij niet kan meedoen aan de arbeid. Verweerder voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-185b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Niet kan worden vastgesteld dat door beklaagde daadwerkelijk de diagnose depressie is gesteld. Naast dat het stellen van de diagnose door beklaagde wordt betwist, heeft het College ook geen beschikking over het huisartsenjournaal omdat beklaagde dit op verzoek van klager heeft vernietigd. Of en door wie de diagnose is gesteld kan derhalve niet vast komen te staan. Het College wil daarnaast benoemen dat klager heeft nagelaten de klachtonderdelen – ondanks daartoe meermalen in de gelegenheid te zijn gesteld – te concretiseren of feitelijk te onderbouwen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 19/454

    Gedetineerde klager verwijt psycholoog en psychotherapeut onder meer onvoldoende te hebben gedaan met zijn klachten van slapeloosheid alsmede met de verklaring uit de vorige PI dat hij niet kan meedoen aan de arbeid. Verweerder voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-003a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het College kan niet vaststellen dat beklaagde informatie aan het Centrum Indicatiestelling zorg (CIZ) heeft verstrekt. Klaagster heeft haar klacht hieromtrent niet onderbouwd en de klacht mist daardoor feitelijke grondslag. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-230a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het voorschrijven van salbutamol in combinatie met de problematiek waar klaagster bekend mee is, is op zichzelf gezien niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klaagster heeft haar klacht verder niet feitelijk onderbouwd. Het College oordeelt, mede gelet op hetgeen in het dossier beschreven staat, dat beklaagde geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van klaagster minder geloof verdient dan dat van beklaagde, maar op de omstandigheid dat onvoldoende aannemelijk is dat wat in het patiëntdossier staat vermeld een onjuiste weergave is van de gang van zaken. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-260

    Gegronde klacht tegen een huisarts. In dit geval ging het om het verstrekken van medische gegevens van klaagster op vraag van de medisch adviseur van een arbeidsongeschiktheidsverzekeraar. Uit tuchtrechtelijke uitspraken en de ‘KNMG-Richtlijn omgaan met medische gegevens’, KNMG, 2018, volgt een helder kader voor artsen hoe om te gaan met het verstrekken van medische gegevens aan derden. De gegevensverstrekking moet zich in een dergelijk geval beperken tot het beantwoorden van een specifieke vraagstelling en het geven van feitelijke, relevante informatie. Wanneer een vraagstelling onduidelijk of te ruim is, dient een arts eerst om verduidelijking te vragen. Een arts dient verder altijd behoedzaam en uiterst zorgvuldig om te gaan met het verstrekken van medische informatie aan derden. Gelet op de vraagstelling van de medisch adviseur en de verstrekte machtiging door klaagster, heeft beklaagde verwijtbaar onzorgvuldig gehandeld door het gehele patiëntendossier van klaagster vanaf 2003 te verstrekken. Beklaagde heeft zijn fout erkend en benadrukt dat hij in zijn praktijk nog extra zorgvuldig omgaat met het verstrekken van gegevens aan derden. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing. Ter publicatie aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-031

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De kern van het eerste klachtonderdeel ziet op het missen van de juiste diagnose door beklaagde. Op zichzelf behoeft het missen van de juiste diagnose niet doorslaggevend te zijn voor het slagen van de klacht. De klacht is pas gegrond, als vast komt te staan dat de wijze waarop beklaagde tot de diagnose is gekomen in strijd is met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam beroepsgenoot mag worden verwacht. De handelwijze van beklaagde bij het komen tot de door haar gestelde diagnose kan niet onzorgvuldig worden genoemd, zodat haar geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. De mogelijke onzorgvuldigheid dat beklaagde niet opnieuw contact met klager heeft gezocht, nadat zij hem eerder telefonisch niet kon bereiken, maakt niet dat beklaagde een tuchtrechtelijk verwijt treft. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/69

    Klager heeft vele bezwaren geuit aan het adres van de notaris. Kort gezegd komen deze bezwaren er op neer dat klager de notaris verwijt dat hij in zijn hoedanigheid van vereffenaar van erflaatsters nalatenschap onzorgvuldig, partijdig, afhankelijk en misleidend heeft gehandeld en misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheden. De kamer stelt vast dat klager eerder een klacht heeft ingediend tegen de notaris. In die eerdere klachtprocedure heeft de kamer op 20 januari 2020 uitspraak gedaan. De klachtonderdelen 1 en 2 van de onderhavige klacht houden in essentie dezelfde twee verwijten in als die eerdere klacht en/of borduren daar op voort, terwijl klager in de onderhavige klacht geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht die hij niet ook al bij de eerste klacht naar voren had kunnen brengen. Voor zover klager in de eerdere klachtprocedure over deze onderwerpen niet volledig is geweest, komt dat voor zijn rekening en heeft klager zijn recht verloren om hierover nog een keer te klagen (‘ne-bis-in-idem-beginsel’). Dit betekent dat klager niet-ontvankelijk is in de klachtonderdelen 1 en 2. De overige klachtonderdelen (3 tot en met 12) zijn niet-ontvankelijk dan wel ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:49 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/674980 DW RK 19/594

    beslissing op verzet. klaagster heeft in verzetfase nieuwe klachten ingediend, daarin kan zij niet worden ontvangen. Voorzitter heeft juiste maatstaf toegepast in de oorspronkelijke beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.332

    Klaagster verwijt de psychiater een onnodige behandeling en het verstrekken van onnodige medicijnen. Het college begrijpt dat de psychiater in de kern wordt verweten de voorgeschreven lithium door een andere stof te hebben vervangen waardoor klaagster allerlei vervelende bijwerkingen heeft gekregen. Volgens klaagster heeft de psychiater aan de apotheek andere recepten doorgestuurd dan voor lithium. Klaagster weet dit zeker omdat zij nu weer lithium gebruikt en geen bijwerkingen ervaart. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.362

    Klager, piloot, dient een klacht in tegen een bedrijfsarts, werkzaam als onderdeelsarts op de vliegbasis. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij 1) onjuiste informatie heeft toegevoegd aan het medisch dossier van klager, 2) zijn beroepsgeheim heeft geschonden, en 3) zich niet heeft verantwoord voor zijn doen en laten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 1 en 3 gegrond verklaard, de arts ter zake daarvan de maatregel van berisping opgelegd, en de klacht voor het overige afgewezen. Het beroep van de arts richt zich tegen de gegrondverklaring van de klachtonderdelen 1 en 3 en de opgelegde maatregel. Het incidenteel beroep van klager richt zich tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 2. Het Centraal Tuchtcollege laat het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in stand, behalve voor wat betreft de opgelegde maatregel: in dit specifieke geval kan volgens het Centraal Tuchtcollege worden volstaan met oplegging van de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:50 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/662655 DW RK 19/639

    Verzet is te laat ingediend. Niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.167

    Klacht tegen bedrijfsarts. Na klagers ziekmelding bij zijn werkgever heeft de bedrijfsarts klager gedurende zes maanden, tot en met oktober 2015, begeleid. In november 2015 heeft de bedrijfsarts klager verwezen naar een Medisch Centrum voor een expertise. In december 2015 is de begeleiding van klager overgenomen door een opvolgend bedrijfsarts. In juni 2016 is het expertiserapport uitgebracht. De bedrijfsarts heeft de werkgever van klager over dit rapport geïnformeerd. Klager verwijt de bedrijfsarts 1. dat hij vertrouwelijke medische informatie aan de werkgever van klager heeft verstrekt terwijl hij niet meer de bedrijfsarts van klager was en 2. de bedrijfsarts zijn beroepsgeheim heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping op. In beroep erkent de bedrijfsarts dat hij klachtwaardig heeft gehandeld, toont hij ook inzicht in zijn handelen en heeft hij op dit handelen gereflecteerd, zodat het Centraal Tuchtcollege van oordeel is dat kan worden volstaan met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.016

    Klaagster is werkzaam als productiemedewerkster. De aangeklaagde bedrijfsarts begeleidt klaagster al meerdere jaren. In de afgelopen jaren hebben er meerdere re-integratieperiodes plaatsgevonden. Klaagster heeft een suïcidepoging gedaan. Klaagster verwijt de bedrijfsarts – zakelijk weergegeven - dat de bedrijfsarts haar psychische klachten niet serieus neemt en haar ten onrechte volledig arbeidsgeschikt heeft verklaard. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:51 Accountantskamer Zwolle 19/316 Wtra AK

    Klacht tegen accountant over de controle van de cijfers van een economische entiteit (zonder juridische vorm) die is opgezet om een earn out te berekenen. De klacht is in wezen te vereenzelvigen met een eerste en een tweede klacht. Aan de gewraakte gedragingen verbindt klaagster echter andere gevolgen. Klacht is niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel. Gesteld handelen in strijd met Standaard 501 is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.225

    Klacht tegen plastisch chirurg. Klager is door de plastisch chirurg geopereerd. De klacht gaat over informed consent, het onzorgvuldig handelen bij de ingreep, het verstrekken van verkeerde informatie na afloop van de ingreep en manipulatie van het medisch dossier. Volgens klager heeft hij daardoor neurologische pijnklachten ontwikkeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.083

    Klacht tegen bedrijfsarts, werkzaam voor de Defensie Gezondheidszorg Organisatie. Namens klager is bij e-mailbericht van 20 februari 2015 verzocht om het medisch dossier van klager over de periode van 16 november 2009 tot en met 5 januari 2010 volledig te schonen en om elke referentie nadien naar deze periode eveneens uit het medisch dossier te verwijderen. Verweerster heeft dit verwijderingsverzoek in behandeling genomen. Klager verwijt verweerster in dit verband dat zij: 1) zonder medeweten en instemming van klager ten onrechte toegang heeft gehad tot het medisch dossier, 2) zonder medeweten en instemming van klager het medisch dossier heeft aangepast, 3) het medisch dossier niet volledig heeft geschoond conform de KNMG-norm, 4) valse oftewel onjuiste informatie aan het medisch dossier heeft toegevoegd, 5) zonder toestemming medische gegevens van klager heeft gedeeld met andere medewerkers van Defensie: a) de geadresseerden van de e-mail van 30 maart 2015, b) de bestuursstaf van het ministerie van Defensie, en 6) de vragen van klager in de brief van 2 september 2019 niet (voldoende) heeft beantwoord. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 3 (geheel), 4 (geheel) en 5 (gedeeltelijk) gegrond verklaard, bepaald dat ter zake daarvan geen maatregel aan de arts wordt opgelegd, en de klacht voor het overige afgewezen. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het beroep richt zich tegen de gedeeltelijke ongegrondverklaring van klachtonderdeel 5. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 5 alsnog in zijn geheel gegrond en in zoverre slaagt het beroep van klager, maar het Centraal Tuchtcollege ziet in deze omstandigheid geen aanleiding om de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege – dat aan de arts geen maatregel wordt opgelegd – te wijzigen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:52 Accountantskamer Zwolle 19/2351 Wtra AK

    Betrokkene is in verschillende rollen betrokken geweest bij een vennootschap, waarvoor zijn kantoor diensten verrichtte. Na overname van die vennootschap is een conflict ontstaan over de facturen van het accountantskantoor. Tijdens de incassoprocedure heeft de rechtbank de accountant bevolen specificaties van de facturen af te geven. Daarna is vastgesteld dat die specificaties niet origineel waren en bewerkt. De klacht ziet erop dat betrokkene aandelen bezat, terwijl hij ook verbonden was aan het accountantskantoor dat voor de vennootschap werkzaam was. Betrokkene zou daarnaast met de bankpas van de vennootschap zelf de declaraties van het accountantskantoor hebben betaald. Ook zou betrokkene hebben geweigerd urenspecificaties bij eerder verzonden declaraties te verstrekken. De urenspecificaties die betrokkene op last van de rechtbank verstrekte, waren vervalst, aldus klager. De Accountantskamer heeft de klacht deels gegrond verklaard en de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand opgelegd. Daarbij is in aanmerking genomen dat betrokkene onvoldoende de verschillende rollen (aandeelhouder, procuratie en adviseur) die hij had heeft onderkend en gescheiden gehouden. Voor derden was onduidelijk in welke hoedanigheid betrokkene handelde. De beginselen van objectiviteit en integriteit zijn niet nageleefd. Met name het handelen in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit wordt betrokkene zwaar aangerekend. Door betrokkene zijn bewerkte stukken in een gerechtelijke procedure ingediend en hij heeft nagelaten passende maatregelen te nemen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.256

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager ontvangt een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand. Verweerster heeft klager in juli 2012 gezien en gerapporteerd dat zij, indien er met een aantal beperkingen rekeningen wordt gehouden, klager fulltime belastbaar acht voor (een traject naar) werk. Klager verwijt de verzekeringsarts dat zij klager in haar rapportage arbeidsgeschikt heeft verklaard zonder dat zij beschikte over medische informatie van de behandelaar van klager. Als verweerster dat wel had gedaan, zou duidelijk zijn geweest dat klager nog ziek en onder behandeling was. De rechtbank heeft een beroep van klager ongegrond verklaard, omdat verweerster in 2012 hem arbeidsgeschikt heeft geacht. Als gevolg hiervan heeft klager zijn recht op een permanente ontheffing van de sollicitatieplicht verloren. Ook is hij daardoor langer ziek gebleven, aldus klager. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht van klager als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.259

    Klacht tegen arts. Klager heeft zich na ziekmelding bij zijn werkgever bij verweerder, werkzaam bij een arbodienst, op het spreekuur gemeld. Verweerder heeft geconstateerd dat er sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding en een advies opgesteld. Klager verwijt verweerder dat hij de werkzaamheden van een bedrijfsarts heeft uitgevoerd terwijl hij geen bedrijfsarts is, dat hij zich niet aan de relevante richtlijnen heeft gehouden en dat hij heeft verzuimd klager op de mogelijkheid van een second opinion te wijzen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast publicatie.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:48 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/673254 DW RK 19/536

    Beslissing op verzet. Ongegrond, de oorspronkelijke beslissing is op juiste grondslag genomen

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.310

    Klacht tegen plastisch chirurg die bij klaagster een operatie aan de huidplooien bij de mond heeft verricht. Klaagster was in het verleden door een andere arts behandeld met Bio-Alcamid waar zij lichamelijke klachten van ondervond. De klacht gaat over informed consent, het niet toedienen van antibiotica vóór, tijdens en na de ingreep, het niet verwijderen van make-up voorafgaand aan de ingreep, bejegening en het ten onrechte declareren als medische noodzaak. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster komt in beroep tegen vier van de vijf klachtonderdelen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:46 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/659114 DW RK 18/641

    Van de gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven mbt bij hem in behandeling zijnde incasso binnen redelijke termijn beantwoord. De gerechtsdeurwaarder heeft ten onrechte geen inzicht gegeven in de betaalde rente. De gerechtsdeurwaarder heeft niet gereageerd op een deel van de e-mails die klaagster heeft gestuurd. De maatregel van berisping wordt opgelegd met een veroordeling in de proceskosten.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:47 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/663420 DW RK 19/130

    De gerechtsdeurwaarder heeft toegezegd een brief te sturen naar de wederpartij van klager. Dit is niet gebeurd, ondanks toezegging. De klachtenprocedure van het kantoor van de gerechtsdeurwaarder is niet in overeenstemming met artikel 13 KBvG normen voor kwaliteit. De maatregel van waarschuwing wordt opgelegd zonder proceskosten veroordeling, omdat het de lichtste maatregel is die een zakelijke terechtwijzing inhoudt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/412

    Klager dient een klacht in tegen een bedrijfsarts, onder meer inhoudende dat de bedrijfsarts hem onheus zou hebben bejegend, hem heeft gedwongen tot het uitvoeren van niet passende werkzaamheden, de klachten van klager heeft genegeerd en geen oog heeft gehad voor zijn persoonlijke situatie en behoefte en hem heeft geweigerd door te verwijzen voor een arbeidsdeskundig onderzoek. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/004

    Verwijt aan verzekeringsarts dat zij klager onheus heeft bejegend, onder meer door te zeggen dat zij hem 'uit een burn-out wilde pushen'. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:20 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/364239 KL RK 19-170

    Iedere (kandidaat- of toegevoegd) notaris is tuchtrechtelijk aansprakelijk voor zijn eigen doen en laten en niet voor dat van een ander. Dit brengt mee dat de notaris in de voorliggende zaak niet tuchtrechtelijk kan worden aangesproken op het doen en laten van de kandidaat-notaris, tenzij dit handelen dan wel nalaten van de kandidaat-notaris de notaris tuchtrechtelijk toegerekend zou moeten worden. Daarvan is geen sprake. Klacht ook overigens ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:44 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/673162 DW RK 19/530

    Beslissing op bezwaar, aangevoerde gronden leiden niet tot herziening van de beslissing in eerste aanleg.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:45 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/656573 DW RK 18/574

    De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat er een fout is gemaakt bij de behandeling van het dossier. Aan de gerechtsdeurwaarder wordt nu de fout niet opzettelijk is gemaakt en niet gebleken is dat (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder structureel dergelijke fouten maakt, de maatregel van waarschuwing opgelegd. De gerechtsdeurwaarder wordt niet veroordeeld tot het betalen van de proceskosten.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-31 en 20-32

    Bekrachtiging van de beslissing van de voorzitter van 9 juli 2020 tot benoeming van een stille bewindvoerder.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:43 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/671743 DWRK 19/473

    Beslissing op verzet Niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder het door klager toegestuurde inkomsten- en uitgavenformulier heeft gebruikt bij het vaststellen van de beslagvrije voet. Evenmin heeft de gerechtsdeurwaarder aangegeven waarom deze door klager toegestuurde informatie niet voldoende was of om nadere bewijsstukken gevraagd. Klager is doordat geen rekening is gehouden met deze gegevens, waardoor de beslagvrije voet te laag werd vastgesteld, in betalingsmoeilijkheden gekomen. Dit wordt gerechtsdeurwaarder sub 2 aangerekend. De kamer ziet aanleiding hem voor deze tuchtrechtelijke fout de maatregel van berisping op te leggen. Twee van de drie gelegde beslagen zijn acht dagen na verloop van de termijn van artikel 475 i Rv aan klager zijn betekend. De gerechtsdeurwaarders hebben erkend dat de overbetekening te laat heeft plaatsgevonden en zij hebben daarom de kosten niet aan klager doorberekend. De gerechtsdeurwaarders hebben echter geen enkele reden gegeven waarom de betekening buiten de termijn heeft plaatsgevonden. Het niet naleven van een wettelijk voorschrift zonder dat daar enige verklaring voor is, is tuchtrechtelijk laakbaar. Aan gerechtsdeurwaarder sub 1 wordt € 500 boete opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:167 Raad van Discipline Amsterdam 20-435/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:168 Raad van Discipline Amsterdam 20-436/A/NH

    Voorzittersbeslissing, Klacht over verweerster in haar hoedanigheid van voorzitter van een vereniging kennelijk ongegrond. Het gaat om privégedragingen die geen verband houden met haar praktijkuitoefening. Evenmin sprake van gedragingen die absoluut ongeoorloofd zijn.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:40 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/660896 / DW RK 19/29

    het verrichten van ambtshandelingen rond de feestdagen in de maand december is niet tuchtrechtelijk laakbaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:169 Raad van Discipline Amsterdam 20-451/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:41 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/660903 DWRK 19/31

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet gereageerd op het verzoek van klaagster de hoogte van de vordering te specificeren. Klachtonderdeel is gegrond. De maatregel van waarschuwing wordt opgelegd. Er wordt afgezien van een kostenveroordeling, omdat dit de lichtste maatregel betreft. De gerechtsdeurwaarder wordt in de gelegenheid gesteld zich te verbeteren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:170 Raad van Discipline Amsterdam 20-452/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder de afwikkeling van de nalatenschap heeft gefrustreerd.