Zoekresultaten 15501-15550 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:54 Accountantskamer Zwolle 20/710 Wtra AK

    Betrokkene heeft een (interne) klacht c.q. aansprakelijkstelling behandeld die door klager is ingediend tegen de handelwijze van een aan de accountantsorganisatie verbonden register valuator. Betrokkene is geen onafhankelijke klachtbeoordelaar. Betrokkene heeft de klacht behandeld in het licht van de aansprakelijkstelling, met name de vraag naar de eventuele causaliteit tussen het gestelde tekortschieten van de register valuator enerzijds en de gestelde schade anderzijds. Dat stond betrokkene vrij, omdat tussen betrokkene en klager geen opdrachtrelatie bestond en zij over de scope van het onderzoek geen afspraken hadden gemaakt. De beoordeling van de klacht resulteerde niet in een onderzoeksrapport dat in opdracht (van een cliënt) is opgesteld maar in een reactie dat een partijstandpunt in een civielrechtelijk twistpunt met klager behelst. Voor de beoordeling van de klacht is van belang dat een door een accountant ingenomen civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt kan leiden. Tuchtrechtelijk ingrijpen is daarbij alleen in uitzonderlijke gevallen aan de orde. Voor de vervulling van zijn taak en voor de grondslag van de beslissing op de door klager ingediende klacht geldt geen specifiek nader voorschrift of standaard als bedoeld in artikel 24 en 25 van de VGBA noch een NBA-handreiking. De klacht is ongegrond. Voor zover de klacht was gericht tegen het accountantskantoor is deze niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:120 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-418/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop, voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:133 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-236/DH/RO/D

    Klaagster heeft onder begeleiding van een mediator (geen advocaat) een echtscheidingsconvenant opgesteld. De mediator heeft vervolgens verweerder ingeschakeld om de echtscheiding verder af te wikkelen. Verweerder heeft dat gedaan, maar zonder contact op te nemen met klaagster of haar te ontmoeten en zonder haar te informeren en te adviseren over de procedure. Dit is verwijtbaar, voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:127 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-282/DH/RO

    Verweerder heeft niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt door plotseling de hoedanigheid van advocaat van zijn eigen onderneming aan te nemen, zonder dat klaagster op de hoogte was van de complicaties die er waren in de schadeafwikkeling. De manier waarop hij verweerder contact heeft opgenomen is tuchtrechtelijk laakbaar; hij had niet direct een persoonlijke sommatie en aankondiging van rechtsmaatregelen moeten sturen. Hoewel een berisping passend zou zijn, ziet de raad in de door verweerder gemaakte excuses aanleiding slechts een waarschuwing op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:121 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-415/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. Verweerder mocht rechtstreeks brieven aan klaagster sturen. Verdere klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:134 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-871/DH/DH

    Verweerster heeft in een familierechtelijke procedure onjuiste stukken ingediend bij het hof. Zij heeft vervolgens niet adequaat gereageerd op herhaalde verzoeken van klaagster om de fout te herstellen, waarna klaagster voor herstel heeft gezorgd. Berisping

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:128 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-127/DH/DH

    Klacht dat verweerster onvoldoende voor klaagster heeft gedaan ongegrond. De raad is van oordeel dat het primair de verantwoordelijkheid is van de cliënt om een volledig en zo overzichtelijk mogelijk dossier aan te leveren. Daarbij is het aan de advocaat om sturing en hulp te geven. Het zal voor de cliënt immers niet altijd duidelijk zijn welke stukken relevant zijn en bij het ontbreken van stukken bij de cliënt is het ook aan de advocaat om zich in te spannen om deze stukken te verkrijgen. De advocaat mag echter blijven uitgaan van zelfredzaamheid van de cliënt. De inspanningen van de advocaat moeten redelijk zijn, maar hoeven niet zonder meer uitputtend te zijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:122 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-408/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop, voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:135 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-675/DH/RO

    Klacht van een advocaat over facturen voor werkzaamheden die verweerder heeft erkend, maar onbetaald heeft gelaten. De klacht is gegrond. Omdat hetzelfde feitencomplex in een eerdere klachtzaak van een andere klager al aan de orde is geweest en omdat in die zaak aan verweerder een maatregel is opgelegd, wordt in deze zaak geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:129 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-071/DH/DH

    Verweerster heeft een beroepsfout gemaakt door te verzuimen de echtscheidingsbeschikking in te schrijven en dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Zoals het een behoorlijk advocaat betaamt heeft zij haar fout, zodra deze bekend was, gemeld bij de wederpartij. Daarnaast heeft verweerster zich ingespannen om de fout te herstellen. Dit weegt in het voordeel van verweerster. Onbetamelijk is echter dat verweerster het verzoekschrift dat de kern vormde van het herstel van haar fout, heeft ingetrokken. Met de intrekking is zij tegemoet gekomen aan de uitdrukkelijke wens van haar cliënt, maar heeft zij de belangen van klaagster onevenredig geschaad. Dit is naar het oordeel van de raad verwijtbaar. Waarschuwing, in aanmerking genomen dat verweerster haar excuses heeft gemaakt en nog niet eerder met de raad in aanraking is gekomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:123 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-407/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond, want onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:136 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-072/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:130 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-747/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-380/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. Dat verweerder de pleitaantekeningen niet heeft voorgedragen, is niet klachtwaardig, nu klager tijdens de zitting een schikking heeft getroffen. Dat klager onder druk zou zijn gezet om te schikken, is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-404/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. De door klager ter discussie gestelde bewoordingen zijn niet van die aard dat daarmee de grenzen van professioneel gedrag zijn overschreden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:125 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-810/DH/DH

    Klacht over klachtenfunctionaris. Klagers klacht is niet behandeld conform de kantoorklachtenregeling, maar dit kan niet aan verweerder verweten worden. Verweerder heeft in het vervolg zijn verantwoordelijkheid als klachtfunctionaris miskend en fouten gemaakt in de behandeling van klagers klacht. De raad legt geen maatregel op, omdat verweerder zijn verontschuldigingen heeft aangeboden, klager geen belangrijk nadeel heeft ondervonden van het handelen van verweerder en gelet op het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder. Klagers klacht tegen het advocatenkantoor wordt ongegrond verklaard, omdat het gedrag waarover geklaagd wordt niet aan het kantoor kan worden toegerekend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-385/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:126 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-870/DH/DH

    Verweerster heeft maandenlang beloofd een procedure te zullen opstarten, waarna zij dit plotseling niet meer wilde omdat het procesrisico te groot zou zijn. Ook heeft verweerster toezeggingen gedaan en is die vervolgens niet nagekomen en is zij onzorgvuldig omgegaan met een tegen haar ingediende klacht. Gelet op de ernst en de duur van de gedragingen acht de raad een berisping nodig. Daarbij weegt de raad mee dat verweerster tot en met de zitting op geen enkele wijze haar verontschuldigingen aan klager heeft aangeboden, terwijl het ook voor haar zonneklaar was dat zij jegens hem diverse steken had laten vallen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:114 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-383/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over zijn advisering in een familierechtkwestie en over zijn besluit om zich terug te trekken gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:115 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-733/DH/DH/D

    Verweerder heeft werkzaamheden verricht voor een natuurlijke persoon. De facturen voor deze werkzaamheden zijn betaald door een derde, een vennootschap. Met de wijze van factureren heeft verweerder volgens de deken de mogelijkheid in het leven geroepen voor de vennootschap om de op basis van de facturen verschuldigde btw te verrekenen, terwijl geen sprake is van met btw belaste levering van diensten aan de vennootschap. De deken acht deze werkwijze tuchtrechtelijk verwijtbaar. De raad oordeelt anders. Volgens de raad heeft verweerder gedeclareerd conform de gemaakte afspraken en de onderlinge verhoudingen. Een advocaat hoeft slechts onderzoek te doen naar het doel van de betaling door een derde, als hij in redelijkheid twijfelt aan dat doel. Verweerder heeft in de facturen onder ‘betreffende’ en in de specificaties geen misverstand laten bestaan over de aard van de werkzaamheden en de belanghebbende erbij. Welke consequenties de vennootschap eventueel aan de declaraties verbindt, is irrelevant voor de beslissing omdat dit een aangelegenheid betreft waar verweerder buiten staat. De raad verklaart het dekenbezwaar ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:109 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-384/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond, want onvoldoende onderbouwd met feiten en omstandigheden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:116 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-631/DH/RO-a

    Verzetzaak. Het verzet is gedeeltelijke ongegrond en gedeeltelijke gegrond. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:110 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-403/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over curator kennelijk ongegrond. Dat klager het niet eens is met het besluit van de curator, maakt niet dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:117 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-631/DH/RO-b

    Uitvoerige klacht over de kwaliteit van dienstverlening ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:111 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-842/DH/DH

    Verzet deels gegrond en klachtonderdeel vervolgens ook gegrond. Verweerder heeft een forse foutieve inschatting gemaakt van de op te leggen proceskostenveroordeling. Verweerder had moeten voorzien dat de proceskostenveroordeling veel hoger uit zou vallen. Aan verweerder wordt een waarschuwing opgelegd. Verzet voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:118 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-615/DH/RO

    Klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een faillissementskwestie ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:112 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-190/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:119 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-743/DH/DH

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij over het in procedures overleggen van documenten waarvan de waarachtigheid ter discussie staat en over ontoelaatbare uitlatingen over klager ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:113 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-291/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken kennelijk ongegrond. Verweerder heeft wel degelijk onderzoek gedaan naar de melding van klager en heeft op goede gronden het verzoek tot handhaving van klager afgewezen. Het niet overleggen van een beleidsregel door verweerder in een procedure, is niet in strijd met gedragsregel 8.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-013

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is ontvankelijk in haar klacht. Het is het College op de terechtzitting gebleken dat klaagster goed in staat is zelfstandig te verwoorden dat zij verontwaardigd is over het feit dat ‘de huisarts informatie aan mijn zoon heeft gegeven waar ik veel last van heb. Hij had dat niet mogen doen’ en dat zij daarom een klacht heeft ingediend. Het is daarmee niet aannemelijk geworden dat zij de voor het indienen van een klacht vereiste wilsbekwaamheid mist. Dat bij klaagster geheugenstoornissen zijn vastgesteld, maakt dat niet anders. Door op verzoek van de schoondochter van klaagster de verklaring van 27 november 2019 te verstrekken, welke verklaring was bedoeld om te worden overgelegd in een juridische procedure waarbij klaagster de zeggenschap over o.a. haar financiën zou verliezen, zonder klaagster bijvoorbeeld op het spreekuur uit te nodigen om zich ervan te vergewissen dat klaagster hiermee instemde, heeft beklaagde zijn geheimhoudingsplicht geschonden. Van gerichte toestemming van patiënte zoals bedoeld in de KNMG-richtlijn ‘omgaan met medische gegevens’ is geen sprake. Dat de inhoud van de verklaring onjuist zou zijn, kan het College niet vaststellen. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/371

    Klager is op consult geweest bij een basisarts, die onder supervisie stond van een bedrijfsarts. Klager verwijt de supervisor, dat de supervisie onvoldoende is geweest wat betreft de rapportage en verslaglegging. Ook zouden heldere werkafspraken ontbreken en ontbreekt cruciale informatie in de rapportage. Verweerder voert verweer. Deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-249

    Ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Het College is van oordeel dat niet gesteld kan worden dat beklaagde geen passende zorg heeft geboden, de urgentie heeft miskend, of te laat arriveerde bij patiënt. Beklaagde heeft zorgvuldig gehandeld en haar beleid adequaat aangepast toen door de koorts een verdenking ontstond op bacteriaemie. Zij heeft de ernst niet onderschat. Ook heeft zij dit alles nauwgezet genoteerd in het dossier. Beklaagde heeft geprobeerd uit te leggen dat patiënt een urosepsis had en wat dat betekende. Ook heeft zij nadrukkelijk getracht uit te leggen dat patiënt mogelijk stervende was. Zij heeft gepoogd uit te leggen dat insturen naar het ziekenhuis niet meer in het belang van patiënt was. Beklaagde heeft op dit punt niet onzorgvuldig gehandeld gezien de toestand van patiënt en zij heeft daarbij voor ogen gehouden dat het primair gaat om het belang van patiënt zelf. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-262a

    Ongegronde klacht tegen een uroloog. Een anios heeft medische handelingen uitgevoerd onder toezicht en onder leiding van beklaagde . Het College is van oordeel dat b eklaagde redelijkerwij s mocht aannemen dat de anios bevoegd en bekwaa m was tot het verrichten van die handelingen . Niet kan worden geconstateerd dat dit het risico op het ontstaan van de darmperforatie heeft verhoogd. Voorts heeft beklaagde zich steeds ingespannen om klaagster informatie verstrekken. Dat klaagster de door haar verzochte informatie in delen heeft ontvangen en het dossier na tien jaar niet meer volledig is, kan beklaagde niet tuchtrechtelijk worden verweten . Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-213a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. De rol van beklaagde ten aanzien van klager is beperkt tot drie acties, waarvan eenmaal een administratieve actie, eenmaal heeft hij akkoord op een recept gegeven en eenmaal heeft hij met klager de uitslag van een MRI-scan besproken. Beklaagde heeft klager gerustgesteld en een opvolgadvies gegeven. Het College kan niet volgen in zijn stelling dat beklaagde hem onvoldoende heeft gehoord dan wel onvoldoende zorg heeft verleend. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 043/2020

    Bejegeningsklachten tegen bedrijfsarts ongegrond. Woord van klager tegenover dat van beklaagde. Dat beklaagde klager inhoudelijk niet serieus nam, is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-262b

    Ongegronde klacht tegen een uroloog (destijds anios). De door beklaagde uitgevoerde medische handelingen zijn uitgevoerd onder toezicht en onder leiding van een bevoegd uroloog. Van een anios, geselecteerd voor de opleiding urologie en al een jaar werkzaam bij de vakgroep Urologie in het ziekenhuis, die daarvoor ook al een jaar werkzaam is geweest op de afdeling urologie in een andere kliniek, mag verwacht worden dat deze in staat is betrekkelijk eenvoudige chirurgische handelingen, zoals in dit geval, te verrichten, zeker nu de opererende uroloog haar daarvoor geschikt achtte. Niet valt in te zien dat beklaagde gelet op haar inmiddels opgedane ervaring onvoldoende bekwaam zou zijn geweest om onder leiding en toezicht van de uroloog de door haar verrichte handelingen uit te voeren. Hoewel achteraf kan worden vastgesteld dat de pijn van klaagster niet paste bij een normaal post-operatief beloop van een laparoscopische pyelumplastiek kan niet worden geconcludeerd dat beklaagde de pijnanamnese verwijtbaar onjuist heeft verricht. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-213b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft beklaagde driemaal geconsulteerd. Uit het medisch dossier van klager blijkt dat beklaagde bij ieder consult de anamnese heeft afgenomen, onderzoek heeft gedaan en steeds adequaat actie heeft ondernomen naar aanleiding van de klachten waarmee klager zich op het consult presenteerde. Het College kan klager niet volgen in zijn stelling dat beklaagde hem onvoldoende heeft gehoord of onvoldoende zorg heeft verleend. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-242

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Vast staat dat beklaagde ‘op de gang’ door de VIT-verpleegkundige van het telefoongesprek op de hoogte is gesteld en heeft bevestigd dat er geen actie behoefde te worden ondernomen. Daarmee heeft hij op dat moment dus bemoeienis gehad met de zorgverlening aan patiënte die valt onder de eerste tuchtnorm van artikel 47 Wet BIG. Het College concludeert dat klaagster geen medische hulp is onthouden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-165

    Ongegronde klacht tegen een arts. Beklaagde is door een verpleegkundige geïnformeerd over de val van patiënte . Op basis van de bij beklaagde bekende informatie (-bekende- pijn in de rug, pijn aan het hoofd, een bult op het hoofd, helder aanspreekbaar) heeft beklaagde mogen oordelen dat het niet noodzakelijk was om patiënte die dag zelf te onderzoeken. Het behandelbeleid dat beklaagde daarop inzette was adequaat. Ook zijn er geen aanwijzingen dat het onderzoek, dat beklaagde de volgende dag bij het begin van haar dienst bij patiënte verrichtte, niet adequaat of onvolledig was. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/064

    De IGJ had een melding gekregen van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) in verband met een levensbeëindiging op verzoek, waarbij volgens de RTE de arts (specialist ouderengeneeskunde) bij een patiënte met vergevorderde dementie (volledig wilsonbekwaam) niet had gehandeld volgens de zorgvuldigheidseisen. De IGJ heeft respect voor de wijze waarop de arts steeds inzicht heeft gegeven in haar handelen en twijfelt ook niet aan de goede intenties van de arts in deze, maar is wel van oordeel dat zij buiten de kaders van de professionele standaard is getreden en een grens heeft overschreden. De IGJ verwijt de arts dat 1) zij geoordeeld heeft dat de schriftelijke gedateerde en onduidelijke wilsverklaring in de plaats kon komen van het mondelinge euthanasieverzoek van patiënte - was er wel sprake van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van patiënte gelet op de bevindingen die aanleiding geven om het tegendeel aan te nemen? - en 2) dat zij onvoldoende onderbouwd het volledig negatieve advies van de SCEN-arts terzijde heeft geschoven en zelf geen tweede consulent en/of deskundige heeft geraadpleegd, waardoor de arts niet de extra behoedzaamheid heeft betracht. De IGJ verzoekt het college de klacht gegrond te verklaren en de arts een maatregel op te leggen. De arts heeft verweer gevoerd. Zij is van oordeel dat zij zich kon en mocht baseren op de schriftelijke wilsverklaring van patiënte, die haar 'rechtsgeldigheid' op geen enkele wijze had verloren. Voorts heeft de arts inhoudelijk met de SCEN-arts van gedachten gewisseld en geconstateerd dat zij (blijvend) van mening zouden blijven verschillen. De arts heeft het negatief advies ingebracht in het MDO. Mede naar aanleiding van het MDO heeft de arts besloten geen nieuw consult te vragen. De arts is op basis van uitvoerige observaties, gesprekken en bestudering van de relevante (medische) gegevens tot de overtuiging gekomen dat, in afwijking van de SCEN-arts, wél aan de zorgvuldigheideisen werd voldaan. De arts is, in overleg met familie en verzorgenden, tot uitvoering van de euthanasie overgegaan. Zij is van oordeel dat de klacht ongegrond dient te worden verklaard, althans moet - subsidiair - worden vastgesteld dat zij ter zake niet verwijtbaar heeft gehandeld. Deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:53 Accountantskamer Zwolle 19/2068 Wtra AK

    Klacht over de gebrekkige controle van een in de jaarrekening opgenomen rekeningcourantvordering van de vennootschap op de STAK is ongegrond. Het verwijt dat betrokkene geen (aantoonbare) aandacht heeft besteed aan de vraag of financiële gegevens van de STAK in de jaarrekening van de vennootschap moesten worden geconsolideerd, is gegrond verklaard. Een controlerend accountant moet beoordelen of de te controleren entiteit op basis van het toegepaste stelsel van financiële verslaggeving bij het opmaken van de jaarrekening met betrekking tot groepsonderdelen al dan niet een consolidatieplicht heeft (Standaard 600). Van belang is dat alinea 309 van hoofdstuk 217 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) voorschrijft dat, indien sprake is van een stichting administratiekantoor, op grond van de administratievoorwaarden en de nader specifiek overeengekomen bepalingen wordt bepaald of het administratiekantoor deel uitmaakt van de consolidatiekring en of deze wordt opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. Betrokkene heeft overwegingen met betrekking tot de relatie tussen de vennootschap en de STAK niet in zijn controledossier vastgelegd (Standaard 230). Betrokkene diende vast te stellen of de vennootschap al dan niet de STAK in wezen beheerste (alinea 202 tot en met 204 van hoofdstuk 217 van de RJ), en dus een consolidatieplicht met betrekking tot financiële gegevens van de STAK had. Omdat een concrete vastlegging van de door betrokkene gestelde overwegingen ontbreekt, kan niet worden vastgesteld of betrokkene deze beoordeling zorgvuldig heeft gedaan. De klacht over onvoldoende objectief, integer en professioneel handelen is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:134 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200177

    Artikel 13 beklag. Klager is zaakvoerder van een vennootschap. De vennootschap is verwikkeld in een procedure bij de rechtbank. Voor deze procedure verzoekt klager aanwijzing van een advocaat. Gebleken is dat klager advocaten heeft geraadpleegd die bereid zijn de vennootschap te willen bijstaan. Nu dit het geval is en niet is gebleken dat de vennootschap voor een toevoeging in aanmerking komt, is het hof van oordeel dat de situatie zoals bedoeld in artikel 13 Advocatenwet zich niet voor doet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.318

    Klacht tegen psychotherapeut. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor autisme en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Verweerster was eerder betrokken bij een onderzoek in het kader van een second opinion. Zes jaar later heeft zij klager opnieuw gezien en is zij gestart met een intensieve tweewekelijkse traumabehandeling. Klager verwijt verweerster in de kern een onjuiste diagnose te hebben gesteld en dat zij alles heeft gedaan om die diagnose te handhaven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.353

    Klaagsters zijn moeder en dochter. De moeder had een urgentieverklaring aangevraagd bij de gemeente. De arts is door de gemeente ingeschakeld om advies uit te brengen over de vraag of moeder in aanmerking kwam voor een huisvestingurgentieverklaring. De klacht betreft het door de arts aan de gemeente uitgebrachte advies over het verlenen van huisvestingsurgentie. Klaagsters verwijten de arts dat: a. de rapportage van beklaagde op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen; b. de rapportage onwaarheden en onjuistheden behelst; c. de dochter ten onrechte niet door beklaagde is gehoord; d. ten onrechte niet is gewezen op het inzage-, correctie-, en blokkeringsrecht. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen a. en b. ongegrond, de klachtonderdelen c. en d. gegrond en legt de arts de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagsters.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.325

    Klacht tegen gz-psycholoog/psychotherapeut. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor autisme en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Verweerster was als psychotherapeut bij de behandeling van klager betrokken. Na een incident in de praktijk van de huisarts van klager heeft verweerster overleg met deze huisarts gehad. Klager verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld, onder meer door informatie met de huisarts te delen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.319

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor autisme en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Op enig moment is klager in het kader van een advies voor behandeling doorverwezen naar het centrum waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster dat zij in strijd met zijn belang heeft gehandeld door in plaats van traumabehandeling een second opinion uit te voeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. In beroep spreekt het Centraal Tuchtcollege zich ook uit over de in eerste aanleg door klager ingetrokken klacht dat verweerster kosten dubbel gedeclareerd heeft en oordeelt dat deze klacht, wanneer die, zoals klager stelt, niet als ingetrokken had moeten worden beschouwd, als ongegrond wordt afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.041

    Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige was in juni 2018 werkzaam op de spoedeisende hulp (SEH) van een ziekenhuis. De vader van klager had klager gebeld omdat hij zich niet goed voelde. Klager heeft zijn vader opgehaald en is naar de SEH gereden. Toen klager met zijn vader, die later een herseninfarct bleek te hebben, bij de SEH aan kwam, heeft de verpleegkundige hem verzocht eerst 112 te bellen, in plaats van acuut hulp te verlenen. Klager voelde zich hierdoor onvriendelijk en onheus bejegend. Naar aanleiding van een artikel in een dagblad is klager door het ziekenhuis beterschap beloofd. Klager heeft echter nooit vernomen of de protocollen zijn aangescherpt of dat er gesprekken hebben plaatsgevonden. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij 1. niet acuut hulp heeft verleend, 2. klager onheus heeft bejegend en 3. naderhand nooit contact met klager heeft opgenomen om te bespreken wat er is verbeterd. De verpleegkundige betwist de door klager gestelde feiten. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.326

    Klacht tegen psychiater. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor autisme en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Verweerder was als psychiater werkzaam bij het centrum. Klager verwijt verweerder dat hij onvoldoende zorg heeft verleend door – kort gezegd – de noodhulpvraag van klager te negeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.320

    Klacht tegen klinisch psycholoog. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor autisme en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Op enig moment is klager in het kader van een advies voor behandeling doorverwezen naar het centrum waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster dat zij in strijd met zijn belang heeft gehandeld door in plaats van traumabehandeling een second opinion uit te voeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. In beroep spreekt het Centraal Tuchtcollege zich ook uit over de in eerste aanleg door klager ingetrokken klacht dat verweerster kosten dubbel gedeclareerd heeft en oordeelt dat deze klacht, wanneer die, zoals klager stelt, niet als ingetrokken had moeten worden beschouwd, als ongegrond wordt afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.327

    Klacht tegen arts. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor autisme en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Verweerster was destijds werkzaam als arts in opleiding tot psychiater bij de crisisdienst. Klager verwijt verweerster dat zij – kort gezegd – onzorgvuldig heeft gehandeld door te adviseren over een justitieel traject waarmee zij klagers sociaal maatschappelijke positie heeft ondermijnd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.