Zoekresultaten 15451-15500 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/455

    Klager, gedetineerd, verwijt verweerster, verpleegkundige bij de Penitentiaire Inrichting, dat zij hem ten onrechte een consult bij de huisarts heeft geweigerd en dat zij via een bewaker zijn klachten heeft uitgevraagd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:55 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-449/DB/OB

    Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van vereffenaar. Klager heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht die de conclusie rechtvaardigen dat verweerder met zijn handelen in zijn hoedanigheid van vereffenaar het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/109

    Verweerder is verzekeringsarts en heeft in het kader van een procedure tegen het UWV voor klager een verzekeringsgeneeskundig rapport opgesteld. Klager verwijt verweerder dat het rapport onzorgvuldig is opgesteld. Het is ondeugdelijk, niet voldoende onderbouwd en bevat tegenstrijdige conclusies. Deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:56 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-222/DB/ZWB

    Verweerder heeft in zijn brief d.d. 17 januari 2020 op ongeoorloofde wijze druk uitgeoefend op klagers met als kennelijke doel hen te doen afzien van het in het geding brengen van informatie, die volgens hen relevant was voor de boordeling van de zaak. Verweerder heeft uitingen gedaan die in strijd zijn met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt en die daarmee het vertrouwen in de beroepsgroep zeer ernstig schaden. Bij het bepalen van de op te leggen maatregel neemt de raad in aanmerking dat verweerder ter zitting er geen blijk van heeft gegeven inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen. Een week schorsing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:57 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-783/DB/LI

    Klacht van een derde. Voorzitter heeft terecht overwogen dat bij de beoordeling van een klacht van een derde voorop staat dat een advocaat een ruime mate van vrijheid geniet om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze als hem in overleg met zijn cliënt goeddunkt en dat, indien die advocaat zich bij de uitoefening van zijn taak als advocaat zodanig gedraagt dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur of zijn beroepsuitoefening wordt ondermijnd, sprake kan zijn van een handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, waarvan hem een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden. De voorzitter heeft acht geslagen op alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet levert geen nieuwe gezichtspunten op. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-715/DB/LI

    Klager heeft de termijn voor het indienen van verzet overschreden. In hetgeen klager ten aanzien van de overschrijding van de termijn heeft aangevoerd, namelijk dat hij enige tijd in het buitenland heeft verbleven en dat hij zich niet bewust was van de termijnoverschrijding, ziet de raad geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2109/440

    Klaagster verwijt verweerder dat hij klaagster sinds de operatie aan haar enkel slecht heeft begeleid, haar onvoldoende heeft geïnformeerd en niet naar haar heeft geluisterd. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het college de tegen hem ingediende klacht als (kennelijk) ongegrond af te wijzen. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/439

    Klaagster was via de chirurg verwezen naar verweerster (neuroloog). Klaagster verwijt verweerster dat zij onvoldoende zorg heeft verleend door na het 2e consult geen vervolgafspraak meer te maken en klaagster niet verder te verwijzen. Daarnaast verwijt klaagster dat er sprake is van een gebrek aan transparantie over de behandeling. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/055

    Klaagster verwijt verweerder, GZ-psycholoog, ten onrechte te hebben gesteld dat klaagster leidt aan paranoïde wanen, alsmede dat hij telefonsich negatieve informatie over haar zou hebben verstrekt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-216

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het College stelt voorop dat hij niet kan vaststellen hoe de behandelingen zijn verlopen met betrekking tot de door klager aangegeven pijn en de kracht waarmee door beklaagde is gemobiliseerd. Dit betekent niet dat het woord van klager minder geloof verdient dan dat van beklaagde, maar voor een oordeel of een bepaalde verweten gedraging onzorgvuldig (en dus tuchtrechtelijk verwijtbaar) is, moet worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan het College hier niet vaststellen, omdat de lezingen van klager en beklaagde op dit punt lijnrecht tegenover elkaar staan. Het College is van oordeel dat beklaagde, met de kennis van het moment van de behandeling, geen contra-indicatie had om tot de door hem gekozen behandeling over te gaan. Het dossier biedt het College evenmin aanknopingspunten voor de conclusie dat het proces van de hernia door de behandeling van beklaagde negatief is beïnvloed. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:150 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190179

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft als doorgeefluik tussen klagers en de cassatieadvocaat gefungeerd. Voor de wijze waarop verweerster cassatieadvies heeft gevraagd valt haar in de gegeven omstandigheden geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Daarentegen mocht Van verweerster wel worden verwacht dat zij haar cliënten enige uitleg (vertaalslag) had gegeven bij het doorgeleiden van het cassatieadvies.. Het gaat hier niet om een enorme uitbreiding van haar takenpakket, maar om een zorgvuldige behandeling van de zaak. Dat er weinig tijd was voor cassatie en dat verweerster was ingeschakeld via een rechtsbijstandsverzekeraar doet voor de vraag of zij haar taak adequaat heeft uitgevoerd niet ter zake. Het hof legt als zakelijke terechtwijzing een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-005

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Partijen verschillen nadrukkelijk van mening over de vraag of er tussen klaagster en beklaagde in de periode 2011-2017 sprake is geweest van een seksuele relatie. Het College moet vaststellen dat klaagster geen bewijs ten grondslag heeft gelegd aan deze klacht. Wegens gebrek aan enige vorm van bewijs, kan het College daarom het bestaan van een seksuele relatie op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet vaststellen. De klacht kan daarom niet gegrond worden verklaard. Dit berust niet op de omstandigheid dat aan het woord van klaagster minder geloof dient te worden gehecht dan aan het woord van de beklaagde, maar op de omstandigheid dat voor een oordeel dat bepaalde gedragingen van een fysiotherapeut hem tuchtrechtelijk worden verweten, eerst moet worden vastgesteld dat de feitelijke grondslag voor dat oordeel aanwezig is, dat wil zeggen dat aannemelijk is geworden dat feitelijk sprake is van zodanige gedragingen. Dat is hier niet het geval. Dit vermoeden ontstaat evenmin uit de relatief lange duur van de behandelrelatie of de gebrekkige administratie van beklaagde, al dringt het College er bij beklaagde op aan kritischer te letten op de noodzaak een behandelrelatie in stand te houden en zijn administratie beter bij te houden. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:151 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180001D

    Beslissing na de herziening van de eindbeslissing in de procedure bij het hof. Dekenbezwaar. Omvang van de zaak na herziening: In tegenstelling tot hetgeen verweerder heeft aangevoerd, wordt de zaak in beroep na herziening opnieuw behandeld en niet voortgezet. Grieven: De raad heeft het onderdeel van het dekenbezwaar dat verweerder misbruik van toevoegingsgelden heeft gemaakt gegrond verklaard en reeds op basis daarvan de maatregel van schrapping opgelegd. Het hof is van oordeel dat de feitelijke grondslag aan het bezwaar van misbruik van toevoegingsgelden is komen te ontvallen doordat de ABRvS het besluit van de Raad voor de Rechtsbijstand (RVR) tot intrekking van 18 verstrekte LAT-toevoegingen heeft vernietigd. Uit het ontbreken van stukken waaruit persoonlijke juridische bijstand door verweerder volgt en het ontbreken van een urenregistratie kan niet worden geconcludeerd dat verweerder geen werkzaamheden heeft verricht in die dossiers. De RvR heeft alle ingetrokken toevoegingsvergoedingen hersteld. Het hof verklaart het dekenbezwaar in dit verband ongegrond. Omvang beroep: Het hof komt toe aan de bespreking van de bezwaaronderdelen die de raad onbesproken heeft gelaten (devolutieve werking). In tegenstelling tot hetgeen verweerder heeft aangevoerd levert het gebrek aan een eerste feitelijke instantie op die onderdelen geen schending van fair trial-beginsel op, maar gaat het om een procesrechtelijke consequentie. Daarbij hebben partijen bij het hof de gelegenheid gekregen hun standpunten te motiveren en onderbouwen. Beoordeling bezwaar: Verweerder heeft in een van zijn LAT-zaken een misverstand laten bestaan over de betaling van griffierecht, miskend dat dit geen eenvoudige incassozaak was en er niet voor gezorgd dat de op zijn kantoor aanwezige derde opdrachtnemer wist hoe te handelen bij een hulpvraag van een cliënt maar die vraag zelfstandig (foutief) heeft behandeld.Verweerder heeft meerdere beroepsfouten gemaakt zoals de indiening van een onjuist verzoekschrift bij de rechtbank, het te laat instellen van een kansloos verzet en het laten verstrijken van een beroepstermijn in een tweetal zaken omdat in de ene zaak het beroepschrift naar een verkeerd faxnummer is gestuurd en in de andere zaak onvoldoende onderbouwd door hem is betwist dat hij het beroepschrift tijdig heeft ingediend.Verweerder heeft voorts inhoudelijke werkzaamheden laten uitvoeren door medewerkers en een jurist met wie hij een samenwerkingsverband had, terwijl de toevoegingen in die dossiers op zijn naam (en verantwoordelijkheid) zijn aangevraagd en de cliënten hierover niet zijn geïnformeerd. Daarbij hadden meerdere medewerkers de beschikking over de digitale handtekening van verweerder, waardoor niet is na te gaan of inhoudelijke stukken door hem zijn opgesteld of gezien.Verweerder heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door een derde, met wie hij een samenwerkingsverband heeft, vrijelijk toegang te geven tot alle dossiers. Het verweer dat die persoon een afgeleide geheimhouding heeft faalt. Dit komt alleen toe aan die persoon voor zover hij in de uitvoering van de opdracht kennis moet nemen van stukken uit het dossier.Tot slot oordeelt het hof dat verweerder zijn dossiers onvoldoende schriftelijk heeft afgehecht en dat verweerder onduidelijkheden heeft laten bestaan ten aanzien van de overdracht van zijn dossiers na zijn uitschrijving uit het tableau. Maatregel: Verweerder de kernwaarden deskundigheid, integriteit en geheimhouding geschonden. Het hof legt de maatregel van voorwaardelijke schorsing van 26 weken op en houdt rekening met het feit dat verweerder al een tijd is uitgeschreven van het tableau , het gegeven dat hij bij eventuele inschrijving nog een onvoorwaardelijke schorsing van 3 maanden moet ‘uitzitten’ en een onvoorwaardelijke schorsing in zoverre dus weinig effect zal sorteren. Verweerder is gezien zijn tuchtrechtelijk verleden kennelijk hardleers op het punt van zorgvuldige belangenbehartiging van cliënten. Het hof heeft bij deze maatregel rekening gehouden met het langdurig verloop van deze zaak in de tuchtprocedure. Het hof heeft daarbij overwogen dat de aanvang van de proeftijd wordt opgeschort totdat verweerder weer is ingeschreven op het tableau.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:152 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200013

    Anders dan de raad is het hof van oordeel dat klager wel ontvankelijk is in alle onderdelen van zijn klacht tegen stafjurist van de raad van de orde over schending geheimhoudingsplicht. Het delen van informatie met een stafjurist van een andere raad van de orde over een tuchtrechtzaak, waarin klager (destijds advocaat) en zijn cliënt betrokken waren is geen schending van de geheimhoudingsplicht. De stafjurist mocht deze informatie delen met een geheimhouder die een vergelijkbare (afgeleide) geheimhoudingsplicht heeft in het kader van de toezichttaak van de orde. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:146 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200028

    Klacht heeft betrekking op het optreden van advocaat (verweerder) in diens hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van de moeder van klager. Verweerder heeft tijd geschreven voor zijn werkzaamheden inzake door klager tegen hem ingediende klachten. De vraag ligt voor of verweerder bij zijn wijze van declareren in zijn hoedanigheid van vereffenaar zich zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Een vereffenaar heeft recht op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld. Anders dan klager aanvoert is het hof van oordeel dat een geschil over de hoogte of de juistheid van de declaratie van een vereffenaar niet thuis hoort bij de tuchtrechter, maar bij de kantonrechter. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:153 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190206

    Klacht van een advocaat tegen een advocaat. Klagende advocaat heeft een regisserende rol gehad in het onderzoek van de FIOD naar het handelen van de belastingadviseur. Beklaagde advocaat treedt op voor het kantoor waar de belastingadviseur aan verbonden was. Nu de aansprakelijkheid van de cliënt van verweerder mede afhankelijk was van de aansprakelijkheid van de belastingadviseur en gezien de rol van klager in het FIOD-onderzoek, mocht verweerder zich tijdens de mondelinge behandeling met een scherpe toon tot klager richten. Deken had ook appel ingesteld vanwege het belang van de vrijheid van meningsuiting van de advocaat. Klacht in appel alsnog ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:147 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200057

    Bekrachtiging beslissing raad met verbetering van gronden. Geen misbruik klachtrecht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:154 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190316

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster heeft de advocaat van klager geen afschrift van het V2-formulier gestuurd waarmee zij zich bij het hof heeft onttrokken als advocaat van de wederpartij. Het hof vernietigt de beslissing van de raad (gegrond, waarschuwing) en verklaart de klacht ongegrond. Gering verzuim: het was een vergissing, verweerster heeft haar excuus gemaakt en zich toetsbaar opgesteld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:148 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200072

    Beklag ex artikel 5 ongegrond. Niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan hernieuwde inschrijving na eerdere schrapping binnen de termijn van 5 jaar gerechtvaardigd zou zijn.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:155 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200063D

    Klacht van de deken tegen een advocaat. De raad heeft een maatregel van schrapping opgelegd. Verweerder is in hoger beroep gegaan en heeft daarna zijn hoger beroep ingetrokken. Verweerder heeft zich in mei jl. laten schrappen van het tableau. Het hof stelt vast dat advocaten die niet meer als zodanig overeenkomstig art. 1 lid 1 Advocatenwet zijn ingeschreven, onderworpen blijven aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen en nalaten gedurende de tijd dat zij ingeschreven waren. Het hof stelt vast dat met de intrekking de beslissing van de raad onherroepelijk is geworden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:149 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200109

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/406

    Klager dient een klacht in tegen verweerster, werkzaam als huisarts, met het verwijt dat zij onder meer verkeerde dingen heeft geadviseerd voor zijn buikklachten en diaree. Volgens klager adviseerde verweerster hem cola te drinken tegen de diarree, terwijl klager diabetes heeft. Verweerster voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/353

    Klaagster had zich wegens diverse klachten gewend tot verweerster, arts gespecialiseerd in de ziekte van Lyme. Volgens klaagster heeft verweerster onder meer haar ten onrechte de indruk gegeven dat zij leed aan de ziekte van Lyme, heeft zij haar medicatie gegeven die schadelijk voor haar was en is zij uiteindelijk spoorloos verdwenen. Hierdoor is klaagster er te laat achter gekomen dat zij feitelijk leed aan een hersentumor. Gegrond, doorhaling

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:54 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-453/DB/OB

    Klacht tegen vereffenaar deels niet-ontvankelijk o.g.v. art. 46g Advocatenwet en deels kennelijk niet-ontvankelijk o.g.v. het ne bis in idem beginsel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:143 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200027

    Bekrachtiging beslissing raad dat verweerder Gedragsregel 15 heeft overtreden door klager, een jarenlange relatie van zijn kantoor, een aansprakelijkstelling namens een andere cliënt te sturen. Er is niet voldaan aan de voorwaarden die in Gedragsregel 15 lid 3, a-c worden gesteld. Het hof matigt de opgelegde maatregel (schorsing van 20 weken, waarvan 10 weken voorwaardelijk) tot een berisping, nu de eerder opgelegde berisping dateert van 10 jaar geleden en verweerder ter zitting bij het hof heeft erkend dat hij het anders had moeten doen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:137 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200091

    Beklag ex art. 5 Advocatenwet tegen de beslissing van de raad van de orde om het verzoek tot inschrijving van het tableau niet in behandeling te nemen. Het hof oordeelt dat de raad van de orde het verzoek tot inschrijving mocht weigeren wegens gegronde vrees dat klager inbreuk zal maken op wetten en regels die gelden voor advocaten of de betamelijkheidsnorm uit 46 Advocatenwet zal schenden. Als een advocaat is geschrapt, is verzet tegen inschrijving in beginsel gerechtvaardigd tenzij die advocaat op overtuigende wijze heeft aangetoond dat gedragsontsporingen in de toekomst onwaarschijnlijk zijn. In deze zaak was aan klager in 2016 een spoedshalve schorsing opgelegd door de raad van discipline, waartegen klager beroep heeft ingesteld. De deken heeft de indiening van zijn bezwaar in navolging op die spoedvoorziening aangehouden in afwachting van behandeling van het beroep. Klager heeft vervolgens zijn beroep tegen de spoedschorsing ingetrokken en zich uitgeschreven van het tableau. Anders dan klager betoogt, mag de raad van de orde die voorgeschiedenis meewegen bij zijn besluit, omdat klager de maatregel van schrapping enkel heeft weten te ontwijken door zichzelf uit te schrijven van het tableau. De weigering van de raad van de orde was in beginsel gerechtvaardigd. Daarbij is het verzoek van verweerder ingediend binnen 5 jaar na schrapping van het tableau. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:144 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200007

    Wederzijds hoger beroep. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, waarbij de klacht onder meer deels niet-ontvankelijk werd verklaard en deels gegrond. Twee beroepsfouten door termijnen te laten verstrijken en onzorgvuldig handelen bij het inwinnen van medisch advies in een letselschadezaak rechtvaardigen de door de raad opgelegde voorwaardelijke schorsing van twee weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:138 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190307

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster heeft zonder toestemming mededelingen gedaan aan het hof over schikkingsonderhandelingen en aan het hof een brief verstuurd terwijl de zaak al voor arrest stond. De raad had een waarschuwing opgelegd. Het hof acht de gegrond verklaarde feiten ernstige feiten. Verweerster heeft geen blijk gegeven in te zien op tuchtrechtelijk verwijtbare wijze te hebben gehandeld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, behalve ten aanzien van de opgelegde maatregel. Berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:145 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190280D

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerder heeft geen dan wel onvoldoende medewerking verleend aan onderzoek van de deken. Ook heeft verweerder niet voldoende voortvarend medewerking verleend aan het onderzoek door de deken naar de (aanwezigheid van) geheimhoudingsverklaringen. Verweerder heeft met zijn weigerachtige houding de deken belemmerd in het uitvoeren van haar toezichthoudende rol. Aan verweerder is door de raad de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken opgelegd. Dit onder bepaling dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de raad later anders mocht bepalen op de grond dat verweerder de bijzondere voorwaarde, inhoudende dat verweerder binnen één maand nadat de beslissing van de raad onherroepelijk is geworden zijn volledige medewerking verleent aan ieder nader onderzoek door de deken, niet heeft nageleefd, en voorts onder bepaling dat de inzagetermijn bedoeld in artikel 8a lid 3 Advocatenwet wordt verkort tot twee jaar. Dat acht het hof een te ruim geformuleerde, ongeclausuleerde, voorwaarde. Het hof vernietigt de beslissing van de raad, voor zover daarin bij wijze van bijzondere voorwaarde is bepaald dat verweerder zijn volledige medewerking verleent aan ieder nader onderzoek door de deken en stelt daarvoor in de plaats de bijzondere voorwaarde dat verweerder gehouden is om in de lopende onderzoeken volledige medewerking te verlenen en desgevraagd onverwijld bescheiden te verschaffen, tenzij zulks op goede gronden kan worden geweigerd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad voor het overige.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:139 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190317

    Klacht over collega-advocaat. Onvoldoende is komen vast te staan dat de cliënte van klaagster door verweerder is benadeeld en ook is onvoldoende gebleken dat verweerder feiten naar voren heeft gebracht waarvan hij wist of redelijkerwijs kon weten dat die niet juist zijn. Klachten ongegrond. Beslissing van raad bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:140 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200026

    Klacht gericht tegen de advocaat van de ex-echtgenote van klager. Uitgangspunt is dat een advocaat mag afgaan op door zijn cliënt verstrekte gegevens. Het is het hof niet gebleken van valsheid en evenmin dat verweerder er bedacht op had hoeven zijn dat het huurcontract vals zou zijn. Klacht ongegrond. Verkorte bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:141 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200048

    Wederzijds beroep van klager en verweerder tegen beslissing van de raad waarbij aan verweerder een waarschuwing was opgelegd. Verweerder heeft een e-mail aan klager in cc aan de verzekeraar verstuurd. In deze e-mail bericht verweerder dat hij de belangen van klager niet langer behartigt en geeft hij zijn inhoudelijke visie op de zaak, alsmede een door hem voorgestelde aanpak. Verweerder wist dat klager het niet eens was met deze visie en voorgestelde aanpak. Het hof oordeelt dat de geheimhoudingsplicht van verweerder op deze e-mail van toepassing is en dat verweerder deze e-mail niet zonder overleg met klager aan de verzekeraar had mogen sturen. Een door klager getekende machtiging staat aan dat oordeel niet in de weg. De grieven van klager en verweerder falen. Bekrachtiging beslissing raad. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:135 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200029

    Beslissing van de raad wordt deels vernietigd, deels bekrachtigd. Verweerder heeft klaagster onvoldoende (schriftelijk) geïnformeerd over haar positie en heeft een procedure gevoerd zonder zich te realiseren dat deze procedure bijzonder weinig kans van slagen maakte, zonder de grote risico’s van deze procedure en alternatieve mogelijkheden met klaagster te bespreken. Ook heeft hij niet nagedacht over mogelijke alternatieven voor de procedure. Er bestond echter voor verweerder geen reden om klaagster naar een financieel adviseur te verwijzen of zich zelf te verdiepen in haar financiële mogelijkheden. De maatregel blijft ongewijzigd: berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:142 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200059

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij over het in het geding brengen van medische gegevens bij een tuchtzaak tegen een arbeidsdeskundige wordt door het hof op andere gronden dan bij de raad gegrond verklaard. Het was in het kader van een adequate rechtsbijstand van zijn cliënt niet noodzakelijk deze gegevens in het geding te brengen, omdat zij in de tuchtzaak geen rol speelden. Verweerder heeft de gegevens na bezwaar van klager teruggetrokken. Anders dan de raad acht het hof het daarbij gemaakte voorbehoud om daarop alsnog een beroep te kunnen doen, mochten de gegevens in de zaak alsnog een rol blijken te spelen, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De raad had een berisping opgelegd. Het hof volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:136 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190273

    Verweerder is tekortgeschoten in de dienstverlening. De raad heeft de klacht deels gegrond verklaard met een berisping. Het hof is van oordeel dat verweerder naast de door de raad gegrond verklaarder klachtonderdelen ook tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door niet of te laat op berichten van de gemachtigde van klaagster te reageren en door de laat aan de memorie van grieven te beginnen. Voor het overige wordt de beslissing van de raad bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 086/2019

    - Klacht tegen arts-assistent in opleiding tot gynaecoloog ongegrond. Gecompliceerde bevalling, baby overleden. Beklaagde was aan het begin van haar opleiding. Ze was zich bewust van de risico’s van de zwangerschap en had steeds overleg met haar supervisor. Van beklaagde kon nog niet worden verwacht dat zij het (al door de eerder dienstdoende gynaecoloog ingezette) beleid van haar supervisor ter discussie zou stellen. Het nalaten de huisarts telefonisch te informeren over een ernstig incident, kan haar als basisarts niet tuchtrechtelijk worden verweten. Dit had van de superviserend gynaecoloog mogen worden verwacht

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 087/2019

    - klacht tegen basisarts ongegrond. Gecompliceerde bevalling, baby overleden. De klacht heeft voornamelijk betrekking op hetgeen vóór haar dienst was gebeurd. Beklaagde heeft aan het begin van haar dienst patiënte gezien en adequaat een spoedkeizersnee geïnitieerd. Het nalaten de huisarts telefonisch te informeren over een ernstig incident, kan haar als basisarts niet tuchtrechtelijk worden verweten. Dit had van de superviserend gynaecoloog mogen worden verwacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 088/2019

    Beklaagde, een verpleegkundige, zou onvoldoende adequaat hebben gereageerd op dringende hulpvraag van partner over klaagsters toestand. Het college oordeelt dat de standpunten van klaagster en beklaagde tegenover elkaar staan. Objectieve bronnen die de doorslag kunnen geven, ontbreken. Het college acht de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.339

    Klacht tegen huisarts. Klager is verschillende keren bij verweerster op consult geweest vanwege langdurige emotionele en spanningsklachten. Klager verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij hem verkeerde medicatie heeft voorgeschreven, hem ten onrechte naar een psychiater heeft doorgestuurd en onvoldoende of onjuiste medische informatie in het dossier van klager heeft vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:51 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/667525 / DW RK 19/285 LV/SM

    Tussenbeslissing. Behandeling wordt aangehouden om de gerechtsdeurwaarder in de gelegenheid te stellen om aan te tonen dat de ambtshandelingen tegen klager door een ander kantoor zijn verricht dan het kantoor van de beklaagde gerechtsdeurwaarder.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/428

    Klager verwijt veweerder, chirurg, onder meer onvoldoende onderzoek te hebben gedaan naar cysten of tumoren alvorens een carotis endarterectomie uit te voeren. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.103

    Klacht tegen een chirurg die bij klager in 2016 onder algehele narcose een dubbelzijdige liesbreukcorrectie heeft uitgevoerd. Klager is enkele uren na de operatie naar huis gegaan. Later die avond is hij gecollabeerd en met spoed naar een ziekenhuis in de buurt van zijn woonplaats gebracht. Daar is een hematoom vastgesteld. Klager heeft nog een aantal dagen in het ziekenhuis gelegen. Hij verwijt de chirurg dat hij vóór de ingreep geen eigen medisch onderzoek heeft verricht, tijdens de operatie een clip heeft geplaatst in het operatiegebied en dat niet heeft opgenomen in het operatieverslag, en na de ingreep onvoldoende lichamelijk onderzoek bij klager heeft verricht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:52 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/680053 / DW RK 20/80 LV/SM

    - laten ontstaan van een bewaringstekort en deze niet onverwijld te hebben aangezuiverd én het niet voldoen aan de minimum ratio voor liquiditeit. Alle klachtonderdelen worden gegrond verklaard. De gerechtsdeurwaarder is de maatregel van schorsing opgelegd voor de duur van één maand

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 003/2020

    Klacht tegen orthopeed over de behandeling van schouderklachten is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.089

    Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot herziening. In verzet voert verzoeker aan dat hij geen herzieningsverzoek heeft ingediend maar een verzoek tot herregistratie. Herregistratie in het BIG-register is voorbehouden aan het CIBG en het Centraal Tuchtcollege heeft op dit punt geen bevoegdheid. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:53 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/668780 DW RK 19/342 LV/SM

    De gerechtsdeurwaarder heeft een vergissing begaan bij bevraging huwelijksgoederenregister waardoor ten onrechte beslag is gelegd op het inkomen van de echtgenote van de schuldenaar. Gelet op de informatie die voorhanden was, in combinatie met een vertraagde inschrijving van de huwelijkse voorwaarden, was er geen reden voor de gerechtsdeurwaarder om te twijfelen aan de uitkomst van de bevraging. Van tuchtrechtelijk laakbaar handelen is op dit punt dan ook niet gebleken. Wel is de gerechtsdeurwaarder onzorgvuldig geweest met de privacy gevoelige informatie van klaagster en diens echtgenoot, terwijl dit eenvoudig anders had gekund. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder, kort nadat bekend is geworden dat Covid-19 een wereldwijde epidemie betrof, de overheid gepaste maatregelen had aangekondigd en de KBvG een dringend advies voor haar leden daarop had afgestemd, kennelijk toch de noodzaak gezien om twee keer bij klaagster langs te gaan om of beslag op de inboedel te leggen, dan wel de staat van de inboedel te bepalen. Hieruit blijkt dat de gerechtsdeurwaarder zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de reële gezondheidsrisico’s die dergelijke bezoeken met zich mee kunnen brengen. Juist met het oog op die risico’s is het advies van de KBvG aan haar leden gegeven. In het licht van het voorgaande is een dergelijk handelen niet wat, gelet op de gegeven omstandigheden, een goed gerechtsdeurwaarder betaamt. De maatregel van berisping wordt opgelegd met een veroordeling in de proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/438

    Klaagster voelt zich in de steek gelaten door verweerder (orthopedisch chirurg). Klaagster verwijt hem 1) dat hij klaagster en haar klachten tijdens de fysoptherapie niet serieus heeft genomen, 2) dat hij geen nazorg heeft verleend na de knie-operatie en 3) een gebrek aan transparantie. Verweerder heeft verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 085/2019

    - Klacht tegen gynaecoloog gegrond. Gecompliceerde bevalling, baby overleden. Vanwege drukte geen overdracht tussen beklaagde en de eerder dienstdoende gynaecoloog. Beklaagde heeft patiënt niet persoonlijk gezien. Niet begrijpelijk dat beklaagde de CTG’s als goed beoordeelde en de beslissing nam om klaagster rustgevende medicatie te geven en de bevalling over de nacht heen te tillen. Beklaagde had de huisarts persoonlijk behoren in te lichten. Beklaagde erkent de verwijten. Hij is inmiddels met pensioen en niet meer big-geregistreerd. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.365

    Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager is in 2016 enkele malen door de fysiotherapeut behandeld. Hij verwijt haar dat zij tijdens de behandeling de blote voet van klager tegen haar borst heeft aangedrukt, bij de huisarts van klager informatie heeft opgevraagd naar zijn persoon zonder dit te beperken tot gegevens die direct of indirect van invloed zijn op de fysiotherapeutische zorg en zonder toestemming van klager vertrouwelijke informatie heeft gedeeld met derden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing voor zover deze gaat over het inwinnen van informatie bij de huisarts en verklaart de klacht in zoverre gegrond. Het Centraal Tuchtcollege ziet aanleiding om in dit geval geen maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:54 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/668509 / DW RK 19/332 LV/SM

    De gerechtsdeurwaarder die overgaat tot beslaglegging onder de werkgever van de partner van een schuldenaar, dient daarbij een hoge mate van zorgvuldigheid in acht te nemen. Het beslag wordt immers gelegd op het inkomen van de niet-schuldenaar waarbij diens werkgever komt te beschikken over (privacy)gevoelige informatie. In gevallen als deze is de ondergrens voor het in acht nemen van de zorgvuldigheid, het op voorhand bevragen van het (openbare) huwelijksgoederenregister. Nu niet valt te achterhalen of een dergelijke bevraging heeft plaatsgevonden, moet worden aangenomen dat dit niet is gebeurd, met een ten onrechte beslaglegging als gevolg. De gevolgen van het niet bevragen van het huwelijksgoederenregister trekken zich verder door nu dit geleid heeft tot het opnemen van onjuiste gegevens in het exploot van beslaglegging. Dit is tuchtrechtelijk laakbaar. Op de inhoud van een door een gerechtsdeurwaarder uitgebracht exploot moet blindelings kunnen worden vertrouwd. De maatregel van berisping wordt opgelegd met een veroordeling in de proceskosten.