Zoekresultaten 15401-15450 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:180 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200030

    Wederzijds hoger beroep en bekrachtiging van de uitspraak van de raad (één klachtonderdeel gegrond, waarschuwing). Verweerder mocht in de procedures de standpunten innemen van zijn cliënten zoals door hem is gedaan. Verweerder heeft in strijd met Regel 12 (gedragsregels 1992) gehandeld door in een procedure een getuigenverklaring over te leggen met daarin citaten uit confraternele correspondentie. 

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/362897 / KL RK 19-158

    Geen twijfel over wilsbekwaamheid, geen reden voor de notaris om daar onderzoek naar te doen, klacht treft op dit punt geen doel. Voor wat betreft de klacht over de vaststelling van het vermogen: het tuchtrecht is er niet om de juistheid van de vastgestelde omvang van het vermogen te toetsen, maar om te beoordelen of de notaris het eigen vermogen op voldoende zorgvuldige wijze heeft vastgesteld.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:22 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/360594 / KL RK 19-131 C/05/360595 / KL RK 19-132

    De belangen van klagers als commanditaire vennoten worden door de transacties waar het hier om gaat zodanig geraakt dat klagers gebruikmakend van de bescherming die de Wna beoogt te bieden een tuchtklacht moeten kunnen indienen. Klagers kunnen daarom in hun klacht worden ontvangen. De belangen van de commanditaire vennoten vormden echter niet zonder meer een beletsel voor de werkzaamheden van de notaris in het kader van herstructurering en schuldovername. De belangen van klagers werden hierdoor wel geraakt maar niet wezenlijk gewijzigd danwel benadeeld. De klacht is daarom ongegrond op dit punt en (om andere redenen) ook op de overige onderdelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:190 Raad van Discipline Amsterdam 20-324/A/A 20-325/A/A/D

    Klacht over de eigen advocaat + dekenbezwaar. Schrapping + kostenveroordeling. Verweerder heeft in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet, Gedragsregel 18 lid 2 en artikel 6.27 Voda en het vertrouwen in de advocatuur geschaad door contante betalingen voor zijn werkzaamheden te aanvaarden terwijl aan klaagster een toevoeging was verleend, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestond en zonder daarvoor een kwitantie af te geven. Daarnaast is verweerder tekortgeschoten in de zijn dienstverlening aan klaagster, heeft hij belangrijke afspraken en adviezen niet schriftelijk vastgelegd en is hij niet adequaat omgegaan met een (mogelijke) beroepsfout. Verweerder heeft voorts niet gereageerd op herhaalde verzoeken van de deken om inlichtingen te verschaffen. Gelet op de ernst van de aan verweerder gemaakte verwijten en zijn lange antecedentenlijst rijst voor de raad het beeld op van een advocaat die stelselmatig blijk geeft zich onvoldoende bewust te zijn van voor de advocatuur elementaire beginselen en regelgeving en zich onvoldoende rekenschap te geven van de belangen die met deze regelgeving worden gediend. Bij dit verwijtbaar handelen en/of nalaten worden belangen van rechtzoekenden geschonden en geeft verweerder bij voortduring blijk de zorg voor de cliënt niet te kunnen betrachten. Ter zitting heeft verweerder er geen blijk van gegeven inzicht te hebben in zijn eigen handelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:186 Raad van Discipline Amsterdam 20-545/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Anders dan klager stelt heeft verweerder klager niet beschuldigd van kindermishandeling. Wel heeft verweerder geschreven dat hij heeft begrepen dat klager een onveilige situatie voor het kind had gecreëerd. Hiermee heeft verweerder de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden. Verweerder mocht dit schrijven in het belang van zijn cliënte en hij heeft daarbij voldoende distantie betracht door in de e-mail te schrijven “Ik begrijp”. Verweerder heeft aldus niet als feit geponeerd dat klager een onveilige situatie voor het kind had gecreëerd. Dat klager zich hierdoor in zijn eer en goede naam voelt aangetast mag zo zijn, maar dat betekent nog niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Anders dan klager kennelijk veronderstelt, bestaat er voorts geen verplichting voor de advocaat om zijn wederpartij erop te wijzen dat hij zich beter kan laten bijstaan door een eigen advocaat.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/466

    Klaagster verwijt de oogarts (verweerder) dat hij 1) ondanks klachten twee maanden heeft gewacht met het inplannen van een controleafspraak en heeft geweigerd medicatie voor te schrijven, 2) zich onbeschoft jegens klaagster heeft gedragen en 3) klaagster informatie heeft onthouden over de spoedeisende hulp en dat verweerder de letschelschade vergoedt. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:187 Raad van Discipline Amsterdam 20-100/A/A

    Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerder zich onvoldoende voor klaagster heeft ingespannen. Hoewel het beter was geweest als verweerder de opdracht en de daarvoor geldende financiële voorwaarden bij aanvang aan klaagster had bevestigd, is dit onvoldoende om hem hiervan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De opdracht met betrekking tot de omgang vloeide voort uit de eerdere opdracht. In de bevestiging van die opdracht heeft verweerder klaagster onder meer geïnformeerd over zijn uurtarief voor het geval de in die zaak verleende toevoeging zou worden ingetrokken. Klaagster was daarmee dus bekend en zij wist dus wat zij kon verwachten als verweerder haar op betalende basis zou bijstaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:188 Raad van Discipline Amsterdam 20-206/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:189 Raad van Discipline Amsterdam 20-360/A/A 20-361/A/A/D

    Klacht over de eigen advocaat + dekenbezwaar. Berisping. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij een prijsafspraak met klaagster heeft gemaakt die in strijd is met de daarvoor geldende regelgeving en een beroepsfout heeft gemaakt waarvan hij klaagster en zijn verzekeraar niet onverwijld op de hoogte heeft gesteld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/350

    Klager verwijt verweerder (psychiater en psychotherapeut) onder meer dat er een onjuiste (schadelijke) behandeling is toegepast en een verkeerder diagnose is gesteld, waardoor aan klager emotionele en psychische schade is toegebracht. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/015

    Klager verwijt verweerder (psychiater en psychotherapeut) onder meer dat er een onjuiste (schadelijke) behandeling is toegepast en een verkeerder diagnose is gesteld, waardoor aan klager emotionele en psychische schade is toegebracht. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:175 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200051

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Klager heeft een bedrag van € 715,89 naar de derdengeldrekening van verweerder overgemaakt. Daarbij heeft klager als omschrijving vermeld: “voorlopige alimentatie apr., mei en juni ’18 in afwachting rechterlijke uitslag op verzoek vervolgbetaling alimentatie”. Verweerder heeft het door klager betaalde bedrag enkele dagen later aan zijn cliënte doorbetaald. Klager beklaagt zich er over dat verweerder weigert het door hem gestorte bedrag terug te betalen. Het hof is van oordeel dat met het doel en functie van de derdenrekening de opvatting van verweerder dat hij (dan wel de stichting als houder van de derdenrekening) zijn cliënte als rechthebbende mocht aanmerken op de enkele grond dat zij dat standpunt innam niet verenigbaar is. Klager, die bij zijn betaling een niet voor misverstand vatbaar voorbehoud had gemaakt, mocht erop vertrouwen dat de overgemaakte gelden op de derdenrekening zouden blijven staan zolang niet rechtens – hetzij door een rechterlijke uitspraak, hetzij door een overeenkomst tussen partijen of anderszins – zou zijn komen vast te staan of klager aan zijn ex-echtgenote de betrokken alimentatietermijnen verschuldigd was. Ter zitting bij het hof, alwaar verweerder er geen blijk van gaf het onjuiste van zijn handelwijze in te zien, is hem de gelegenheid geboden binnen twee weken aan klager het naar de derdenrekening betaalde bedrag te restitueren. Verweerder heeft die gelegenheid benut. Het hof is met de raad van oordeel dat de klachtonderdelen ongegrond zijn. Nu de door verweerder overtreden norm een kernwaarde – integriteit – betreft, kan niet van een maatregel worden afgezien. Nu verweerder het door klager onverschuldigd betaalde geldbedrag aan klager heeft gerestitueerd, ziet het hof aanleiding te volstaan met de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:169 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190292

    Bekrachtiging beslissing raad. Klacht dat de advocaat klager het lijntje heeft gehouden en te weinig heeft gedaan ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:176 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190306D herstel

    Herstelbeslissing. Het hof heeft geen ingangsdatum bepaald voor de opgelegde schorsing in de beslissing inzake 190306D en herstelt dit in deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:170 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180306H

    Herzieningsverzoek afgewezen. Artikel 57 lid 4 Advocatenwet bepaalt dat het hof mede kan oordelen over feiten die de raad niet voor een maatregel vatbaar heeft geacht, hetgeen met zich mee brengt dat het hof, anders dan verzoeker aanvoert, ambtshalve een maatregel kan opleggen als hij daartoe aanleiding ziet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/446

    Klaagster, die een postitieve familie-anamnese ten aanzien van borstkanker heeft, dient een klacht in tegen een plastisch chirurg met het verwijt dat hij een borstverkleiningsoperatie heeft gedaan zonder onderzoek (naar borstkanker) en dat hij tijdens de operatie (zoals achteraf is gebleken) in de tumor heeft gesneden. Verweerder is van mening dat hij dat hij de operatie, met de van klaagster verkregen informatie en met zijn bevindingen van het lichamelijk onderzoek, heeft kunnen verrichten. Er waren op dat moment geen relatie dan wel absolute contra-indcaties om de operatie uit te voeren. Deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:171 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200050

    Appelverbod. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klager. Het beroep van klager richt zich tegen het oordeel van de raad dat geen maatregel is opgelegd. Nu klager appelleert tegen een beslissing waarbij zijn klacht gegrond is verklaard, is hij daarin niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:172 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200058

    Advocaten onderling. Verweerder is namens voormalig cliënten van klager een procedure tegen klager gestart wegens een vordering tot schadevergoeding. Klager beklaagt zich erover dat verweerder in de door hem aangespannen procedure stellingen heeft aangedragen waarvan hij wist of moest weten dat deze onjuist waren en dat deze onnodige procedure aanzienlijke kosten voor klager heeft meegebracht. Het hof is van oordeel dat geen sprake is van een onpleitbaar ingenomen standpunt door verweerder, aangezien uitvoerig is geprocedeerd. Daar komt bij dat verweerder gemotiveerd heeft betwist dat hij ten onrechte is afgegaan op de beweringen van zijn cliënten en heeft klager geen feiten aangedragen waaruit blijkt dat verweerder tegen klager stellingen heeft aangedragen waarvan hij wist of moest weten dat deze onjuist waren. Het hof verwerpt de grieven van klager en zal de beslissing van de raad bekrachtigen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:166 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200037

    Klacht tegen eigen advocaat. De advocaat is ingeschakeld via de rechtsbijstandsverzekeraar van klager. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een e-mailbericht van klager met daarin informatie van klager over zijn medische gesteldheid door te zenden aan de verzekeraar. Deze email bevat medische gegevens van klager (suikerwaarden van een diabetespatiënt) en hiervoor is niet relevant of die informatie juist is dan wel afkomstig zijn van een arts. Verweerder heeft de kernwaarde geheimhouding geschonden. Het hof legt aan verweerder de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:173 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190334

    Klacht tegen eigen advocaat. Het hof sluit aan bij het oordeel van de raad dat de klacht niet-ontvankelijk is. De klacht is ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop klager heeft kennis genomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft. Verkorte bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:167 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200105

    Appelverbod. Niet gebleken is dat fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden waardoor geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden bij de raad. Er is geen sprake van doorbreking van het appelverbod. Klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:174 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200015

    Advocaat tegen de advocaat van de wederpartij. Voormalig cliënten van klager hebben tegen klager een procedure aangespannen wegens een vermeende beroepsfout. Daarna heeft klager tegen zijn voormalig cliënten een procedure aangespannen wegens een vordering tot betaling van de eigen bijdrage. Verweerder stond voormalig cliënten bij in beide procedures. Klager beklaagt zich er over dat verweerder onjuiste mededelingen heeft gedaan aan de kantonrechter tijdens de comparitie in de tweede procedure, doordat verweerder aan de kantonrechter heeft medegedeeld dat klager pas tijdens de schikkingsonderhandelingen in de eerste procedure aanspraak had gemaakt op voornoemde vordering en dat iedereen, inclusief de kantonrechter, daardoor zo verrast was dat deze vordering buiten de schikking is gebleven. Het hof is van oordeel dat de gegeven interpretatie van verweerder tijdens de tweede procedure dat iedereen “verrast” werd door de handelwijze van klager geen tuchtrechtelijk verwijt oplevert. Ten tweede beklaagt klager zich over een onjuiste mededeling aan de deken door verweerder, door mee te delen dat de kantonrechter in procedure 1 de vordering van klager had ‘weggewuifd’. Het hof is van oordeel dat gelet op de omstandigheden van het geval niet valt in te zien dat verweerder met de term “wegwuiven” – die niet noodzakelijk impliceert dat de kantonrechter de vordering onaannemelijk achtte – in strijd heeft gehandeld met het tuchtrecht. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad en acht de klacht op beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:168 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190300

    Klacht over de eigen advocaat deels in eerste aanleg niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige ongegrond. In hoger beroep bekrachtigt het hof de beslissing van de raad voor zover nog aan de orde. De termijn van artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet is (ruimschoots) overschreden. Geen sprake van verschoonbare overschrijding van deze termijn.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:162 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200073D

    Dekenbezwaar. Schending schorsingsvoorwaarden. Vast staat dat tijdens de schorsing van verweerder een dagvaarding onder zijn naam is uitgebracht door zijn waarnemer en dat dit een advocatenhandeling is. Het was de verantwoordelijkheid van verweerder zijn kantoororganisatie zodanig in te richten en de medewerkers goed te instrueren dat de voorwaarden van zijn schorsing niet zouden worden geschonden. Dat door de waarnemer de schorsingsvoorwaarde is geschonden, moet aan verweerder worden toegerekend. Daarbij zijn geen alarmbellen afgegaan bij de kantoorgenoot, die de betekende dagvaarding in ontvangst heeft genomen. Verder mocht van verweerder verwacht worden dat hij na de afloop van zijn schorsing extra oplettend was toen hij kennis nam van de op zijn naam uitgebrachte dagvaarding. De deken is hiervan enkel bij toeval, door een klacht van de wederpartij, op de hoogte gekomen. Beroep faalt. Schorsing voor de duur van 6 weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:156 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190323

    Het hof is, anders dan de raad, van oordeel dat verweerster in dit geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich tot het gerechtshof te wenden nadat uitspraak was bepaald. Het verzoek om het niet gevoerde partijdebat in het voorwaardelijk incidenteel beroep alsnog te mogen voeren kan niet worden gezien als napleiten, waarop gedragsregel 21 lid 3 ziet, maar betreft een niet inhoudelijk processueel verzoek aan het gerechtshof. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:163 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190306D

    Dekenbezwaar met 12 onderdelen over het handelen rondom het beheren van gelden op de derdengeldenrekening voor een failliet verklaarde cliënt. Schorsing voor de duur van 26 weken. Verweerder heeft in strijd met de wwft, vafi (thans: voda) en gedragsregels gehandeld. Daarbij heeft verweerder de kernwaarden onafhankelijkheid en (financiële) integriteit diverse malen met voeten getreden. Verweerder heeft onvoldoende oog voor de zware verantwoordelijkheid van een advocaat een goede rechtsbedeling te bevorderen in het belang van zijn cliënt en in het openbaar belang. Verweerder is zich kennelijk onbewust van de verschillende financiële belangen die zijn betrokken bij het aangaan en uitvoeren van een opdracht en dat hij zelfstandig de grenzen bewaakt waar die uitvoering niet langer betamelijk is en te verantwoorden valt. Daarbij was verweerder tuchtrechter gedurende de periode waarin hij een deel van de verweten gedragingen heeft verricht, waardoor van hem een extra scherp oog voor de kernwaarden mocht worden verwacht. Wegens de ongegrondverklaring van twee onderdelen, matigt het hof de duur van de schorsing van 34 naar 26 weken, waarbij het voorwaardelijke deel achterwege wordt gelaten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:157 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200069

    Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Niet gebleken is van een noodzaak om de brieven rechtstreeks aan cliënten van klager te sturen. Er is sprake van een zonder noodzaak fors aangezette overrompeling van cliënten van klager. Gedragsregel 25 en de betamelijkheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet zijn geschonden. Het hof acht het opleggen van een waarschuwing als zakelijke terechtwijzing op zijn plaats, ook al heeft verweerder geen tuchtrechtelijk verleden. Bekrachtiging van de beslissing van de Raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:164 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200100

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Klager is in beroep gekomen tegen de beslissing van de raad voor zover daarin de klacht van klager ongegrond is verklaard. Het hof is van oordeel dat de raad op goede gronden tot een ongegrondverklaring is gekomen en bekrachtigt die beslissing. Beroep faalt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:158 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200064

    Klacht over eigen advocaat. Raad heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het hof verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft geen duidelijkheid verschaft over de vraag of er nog een advocaat-cliënt verhouding was, hij heeft geen uitvoering gegeven aan de opdracht een advies op te stellen over de kans van slagen en de juridische positie en hij heeft in plaats daarvan zonder voorafgaande analyse op tamelijk ongerichte wijze werkzaamheden verricht en hij is de gedane toezegging een sommatie te verzenden, zonder nadere uitleg, niet nagekomen. Ook heeft verweerder de belangen van zijn cliënt laten behartigen door een advocaat die opkomt voor een partij met een tegengesteld belang, waarvan verweerder van meet af aan op de hoogte was. De kernwaarden deskundigheid en partijdigheid zijn geschonden. Het hof legt aan verweerder de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:165 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200101

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Klager is in beroep gekomen tegen de beslissing van de raad voor zover daarin de klacht van klager ongegrond is verklaard. Het hof is van oordeel dat de raad op goede gronden tot een ongegrondverklaring is gekomen en bekrachtigt die beslissing. Beroep faalt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:159 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200003

    Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder voorafgaand overleg met klaagster zaken uit de inboedel van de stiefmoeder van klaagster, waaronder de verkeerde lamp, in ontvangst te nemen. Verweerder mocht op grond van de in de correspondentie tussen klaagster en stiefmoeder althans hun advocaten vastgelegde afspraken concluderen dat klaagster geen (rechtens afdwingbaar) belang meer had bij het sluiten van een aparte schriftelijke vaststellingsovereenkomst en dat van hem geen verdere werkzaamheden meer nodig waren. Hoewel verweerder klaagster wellicht duidelijker had kunnen informeren, kan niet worden gezegd dat hij niet zorgvuldig heeft gehandeld. Klacht dat verweerder niet als een goed bewaarder heeft gezorgd voor de in ontvangst genomen lampenkap, waardoor deze beschadigd is, is van civielrechtelijke aard. Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gebleken die ingrijpen van de tuchtrechter rechtvaardigen. Klacht is ongegrond; het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:160 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200035

    Klacht van advocaat over de advocaat van de wederpartij niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Bekrachtiging van de beslissing van de Raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:161 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200036

    Gegronde klacht van advocaat over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft zich onnodig grievend over klager uitgelaten. Waarschuwing en kostenveroordeling. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/425

    Klacht tegen KNO-arts dat meer onderzoek had moeten worden gedaan alvorens tot operatie werd overgegaan. Verweerder voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:171 Raad van Discipline Amsterdam 20-462/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Tussen klager en verweerder is geen advocaat-cliëntrelatie tot stand gekomen. Het stond verweerder vrij de zaak van klager niet aan te nemen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:184 Raad van Discipline Amsterdam 20-488/A/A/W

    Afwijzing wrakingsverzoek buiten zitting. Kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:178 Raad van Discipline Amsterdam 20-116/A/A

    Deels gegrond verzet. Anders dan de voorzitter is de raad van oordeel dat verweerder de rechter onjuist heeft voorgelicht. De raad ziet in de gegeven omstandigheden af van het opleggen van een maatregel. Verweerder heeft de rechter weliswaar onjuist voorgelicht, maar de rechter beschikte over het vonnis van 21 september 2017 en heeft dus zelf kunnen vaststellen dat wel verweer was gevoerd. Bovendien beschikte ook klager over het vonnis van 21 september 2017 en heeft klager derhalve op de zitting van 22 november 2018 kunnen reageren op de onjuiste stelling van verweerder. Klager is dan ook niet in zijn belangen geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:172 Raad van Discipline Amsterdam 20-463/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. De betaling van de door klaagster genoemde bedragen heeft niet plaatsgevonden voor de echtscheidingsprocedure waarvoor een toevoeging was verleend. Het valt verweerster voorts niet te verwijten dat de toevoeging is ingetrokken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:185 Raad van Discipline Amsterdam 20-549/A/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Aan de onderbrekingen door de tuchtrechter op de zitting valt niet de gevolgtrekking te verbinden dat de rechterlijke onpartijdigheid van de tuchtrechter schade zou kunnen hebben geleden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:179 Raad van Discipline Amsterdam 20-211/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:173 Raad van Discipline Amsterdam 20-461/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. In de opdrachtbevestiging die verweerder aan klager heeft gestuurd staat duidelijk dat verweerder zou proberen de kosten op de werkgever te verhalen. Dat verweerder tijdens het gesprek op 5 december 2019 iets anders tegen klager heeft gezegd, heeft verweerder betwist en heeft klager hiertegenover niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:180 Raad van Discipline Amsterdam 19-859/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:174 Raad van Discipline Amsterdam 20-207/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Aansprakelijkstelling. Uitgangspunt is dat een advocaat een aansprakelijkstelling in beginsel zo spoedig mogelijk moet aanmelden bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en dat een advocaat die aanmelding niet mag weigeren grond van zijn eigen mening dat geen sprake was een beroepsfout of van schade. Verweerder heeft in 2015 toegezegd de aansprakelijkstelling te zullen melden, maar heeft dit pas in 2017 daadwerkelijk gedaan. Verweerder heeft hierover, ondanks diverse aansporingen daartoe, onduidelijk en niet tijdig gecommuniceerd. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht is gegrond. Maatregel van een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/018

    Klaagster dient namens zichzelf een klacht in over de behandeling van haar meerderjarige zoon. Klaagster verwijt de aangeklaagde psychiater dat hij 1) alarmsignalen heeft genegeerd en niet adequaat heeft ingegrepen, terwijl de toestand van haar zoon verslechterde, 2) ten onrechte geen IBS heeft uitgeschreven en 3) een onjuiste diagnose heeft gesteld. Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht, nu zij niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. De klacht ziet op de behandeling van de meederjarige zoon en deze kan zelf een klacht over zijn behandeling indienen. Klaagster stelt dat zij wel ontvankelijk is nu zij als moeder van een patiënt onder het begrip 'rechtstreeks belanghebbende' valt. Daarnaast is haar zoon onder curatele gesteld en wilsonbekwaam. Het college verklaart klaagster niet-ontvankelijk. Klaagster kan niet worden aangemerkt als 'rechtstreeks belanghebbende' als bedoeld in artikel 65 eerste lid, sub a Wet BIG. De klachtonderdelen zien alle op de behandelrelatie tussen verweerder en de zoon. Gesteld noch gebleken is dat haar meerderjarige zoon met het indienen van de klacht heeft ingestemd . Evenmin is gebleken dat de zoon van klaagster wilsonbekwaam is en niet in staat zou zijn om te beslissen over klachten over zijn behandeling. De omstandigheid dat de zoon van klaagster ontoerekeningsvatbaar is verklaard en onder curatele is gesteld, betekent niet zonder meer dat hij niet in staat zou zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen in deze. Bovendien kan niet worden afgeleid dat klaagster de (wettelijk) vertegenwoordiger van E is. Niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:181 Raad van Discipline Amsterdam 20-494/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder de rechtbank onjuist heeft geïnformeerd. Verweerder mocht verder de beschikking door de deurwaarder laten betekenen in het belang van zijn cliënte. Dat verweerder daarbij de belangen van klager onnodig of onevenredig heeft geschaad zonder redelijk doel is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:175 Raad van Discipline Amsterdam 20-476/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Daargelaten de vraag of klaagster als wederpartij kan klagen over de inhoud van de adviezen van verweerder aan zijn cliënte, geldt dat niet vast staat wat verweerder precies aan zijn cliënte heeft geadviseerd en al helemaal niet dat die adviezen onjuist zijn.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:182 Raad van Discipline Amsterdam 20-521/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Overigens is niet gebleken van een intieme vriendschap tussen verweerder en zijn kantoorgenoot (over wie klager een interne klacht had ingediend).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:176 Raad van Discipline Amsterdam 20-486/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:183 Raad van Discipline Amsterdam 20-522/A/A

    Voorzittersbeslissing, Klacht deels nier-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en deels kennelijk niet-ontvankelijk. Niet is gebleken dat verweerder in 2018 wederom als advocaat voor zijn partner is opgetreden in het geschil met klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:177 Raad van Discipline Amsterdam 20-487/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Met de brief van 6 februari 2020 heeft verweerster de grenzen van de haar toekomende vrijheid niet overschreden. Verweerster mocht een kopie van de brief sturen aan de mentor en de bewindvoerder.