Zoekresultaten 15351-15400 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.102
- Datum publicatie: 18-09-2020
- Datum uitspraak: 18-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:166
Klacht tegen arts. Klaagster is gediagnosticeerd met hyperacusis (overgevoeligheid voor normaal harde geluiden). Dit kan bij klaagster tot verlammingsverschijnselen leiden. De gemeente heeft aan klaagster een woning toegewezen. Klaagster verzoekt om woningaanpassingen i.v.m. haar aandoening. De arts is werkzaam als WMO-adviesarts en heeft op verzoek van de gemeente een sociaal medisch advies opgesteld t.b.v. de bezwaarprocedure tussen klaagster en de gemeente. De arts heeft negatief geadviseerd over het aanpassen van de woning. De klacht houdt in dat de arts: a. een onkundig en niet-onderbouwd advies heeft gegeven in zijn hoedanigheid als arts, op een gebied waarin hij niet gespecialiseerd is (wat betreft gehoorbescherming en woonaanpassing aan de hand van geluiddichte boxen alsmede maatvoering leefruimte). De arts zou volgens klaagster geweigerd hebben contact op te nemen met door klaagster aangedragen behandelaren en medisch deskundigen. Ook heeft de arts volgens klaagster ten onrechte geen bronvermelding toegevoegd van zijn research; b. ten onrechte conclusies heeft getrokken die niet overeenkomen met de bevindingen van de betrokken specialisten. Zo heeft hij volgens klaagster ten onrechte geconcludeerd tot een noodzaak van een niet nader aangegeven behandeling, zonder het doel daarvan aan te geven en in tegenstelling tot de bevindingen van de betrokken specialisten; c. gedeeltelijk niet heeft voldaan aan de onderzoeksvraag door geen programma van eisen op te stellen. Hierdoor is volgens klaagster ook voor de volgende hulpverleners en instanties niet in te vullen naar welk soort passende woning gezocht dient te worden en vreest klaagster eindeloos niet passende woningaanbiedingen te zullen krijgen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigd, de klacht (deels) gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.108
- Datum publicatie: 18-09-2020
- Datum uitspraak: 18-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:167
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.235 en C2019.236
- Datum publicatie: 18-09-2020
- Datum uitspraak: 18-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:162
Klachten tegen psychiater. Klager is betrokken geweest bij een ongeval. Vanwege hoofdpijnklachten en concentratieproblemen is klager ontheven uit de leerplicht en gaat hij niet meer naar school. In het kader van een letselschadeprocedure de psychiater op verzoek van (de medisch adviseurs van) klager en de verzekeraar klager onderzocht met de vraag of er bij klager als gevolg van het ongeval een psychiatrische stoornis is ontstaan die beperkingen of blijvend functieverlies tot gevolg heeft. De conclusie van de psychiater luidde dat hij bij klager geen classificeerbare psychiatrische stoornis heeft kunnen vaststellen. Klager verwijt de psychiater dat hij 1) in strijd heeft gehandeld met de geldende criteria en richtlijnen voor het opstellen van een medische specialistische rapportage doordat hij niet of onvoldoende inhoudelijk is ingegaan op een aantal vragen en commentaren van klager en verschillende betrokkenen op het conceptrapport, en 2) contact heeft opgenomen met de hiervoor genoemde verzekeraar en klager daarbij heeft benadeeld door onwaarheden te verkondigen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klager in beide zaken.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:62 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-223/DB/OB
- Datum publicatie: 16-09-2020
- Datum uitspraak: 31-08-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:62
Advies over de (on)mogelijkheden en kans van slagen schriftelijk niet schriftelijk vastgelegd en onvoldoende gecommuniceerd. de zaak voorts onvoldoende voortvarend aangepakt door in de correspondentie meerdere malen de gerechtelijke procedure ter sprake te brengen, doch deze feitelijk niet aanhangig te maken Bij klaagster bestond de indruk dat verweerder haar zaak al die tijd daadwerkelijk in behandeling had. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:59 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-200/DB/LI
- Datum publicatie: 16-09-2020
- Datum uitspraak: 31-08-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:59
Verweerder was zich bewust van de lopende bezwaartermijn en heeft deze op basis van de onjuiste uitgangspunten ongebruikt laten verstrijken. Die handelwijze is naar het oordeel van de raad tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerders verweer, dat hij wel over voldoende kennis en kunde beschikte om de zaak van klagers aan te nemen kan niet worden gerijmd met hetgeen hij namens klagers in de voorlopige voorzieningenprocedure naar voren heeft gebracht. Klacht over gebrekkige informatie over de financiële afwikkeling met de verzekeraars is ongegrond. Deels gegrond, deels ongegrond. Berisping. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:60 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-134/DB/OB
- Datum publicatie: 16-09-2020
- Datum uitspraak: 31-08-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:60
Klager heeft gesteld dat het verweerster niet vrij stond om als vereffenaar op te treden omdat hij, voordat zij werd benoemd, meerdere keren telefonisch had benaderd voor advies en haar daarbij vertrouwelijke informatie heeft gegeven. Verweerster heeft die gesprekken betwist. Omdat de raad geen feiten heeft kunnen vaststellen die de conclusie rechtvaardigen dat het verweerster niet vrijstond om als vereffenaar op te treden is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:55 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/687220 / DW RK 20/369 C/13/687222 / DW RK 20/370
- Datum publicatie: 15-09-2020
- Datum uitspraak: 27-07-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:55
Schorsingsverzoek op grond van artikel 38 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw). Faillissement gerechtsdeurwaarderskantoor. Gerechtsdeurwaarder [a] heeft geen toegang tot de dossieradministratie. Koppeling financiële administratie met de dossiers is niet mogelijk. Schorsingsverzoek wordt ten aanzien van [a] toegewezen. Een gedeelte van de dossiers van [a] zijn overgedragen aan gerechtsdeurwaarder [b]. Die heeft ook enige tijd geen koppeling kunnen maken tussen de dossier- en financiële administratie. Omdat die situatie op kort termijn is opgelost en ten aanzien van [b] geen ernstig vermoeden van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is gerezen wordt het schorsingsverzoek ten aanzien van [b] afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/58
- Datum publicatie: 15-09-2020
- Datum uitspraak: 31-07-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:18
Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van de verklaring van erfrecht in erflaters nalatenschap. De klacht valt uiteen in twee onderdelen. Het eerste klachtonderdeel betreft het verwijt dat de notaris er op basis van informatie van drie van erflaters erfgenamen (de zussen) en zonder ruggespraak met de overige erfgenamen ten onrechte van is uitgegaan dat alle overige erfgenamen de drie zussen volmacht wilden geven om erflaters nalatenschap af te wikkelen. Dit klachtonderdeel wordt door de kamer ongegrond verklaard. Bij het opmaken van de (concept-)verklaring van zuivere aanvaarding inclusief boedelvolmacht is de notaris in eerste instantie weliswaar afgegaan op informatie van de zussen, maar de notaris heeft deze informatie naar het oordeel van de kamer voldoende toegelicht aan en geverifieerd bij klager. Het tweede klachtonderdeel betreft het verwijt dat de notaris heeft nagelaten een opdrachtbevestiging aan klager toe te zenden, klager vooraf te infomeren over de te verrichten werkzaamheden en de daarmee gepaard gaande kosten en hem een declaratie toe te zenden. Ook dit klachtonderdeel wordt door de kamer ongegrond verklaard. Klager heeft namelijk niet weersproken dat de zus opdracht heeft gegeven aan de notaris om de verklaring van erfrecht inzake het overlijden van erflater op te maken. Dat de zus als opdrachtgever van de notaris moet worden beschouwd, volgt ook uit de door de notaris overgelegde opdrachtbevestiging. Op de notaris rustte daarom niet de verplichting de door klager gestelde informatie en stukken ongevraagd aan hem te verstrekken. Indien klager bedoelde informatie en stukken desondanks rechtstreeks van de notaris had willen ontvangen, had het op zijn weg gelegen om de notaris hiervan in kennis te stellen en haar een redelijke termijn te geven voor het verstrekken van de door hem gewenste informatie, alvorens een klacht in te dienen. Niet is gebleken dat klager dit heeft gedaan. Voor zover klager de kamer verzoekt om de notaris te veroordelen tot het betalen van een vergoeding van kosten, overweegt de kamer dat de Wna niet in deze mogelijkheden voorziet. Klager wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 006/2020
- Datum publicatie: 15-09-2020
- Datum uitspraak: 15-09-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:97
Beklaagde werkt als verpleegkundige bij een FACT-team. Klaagster verwijt hem haar niet direct te hebben uitgeschreven toen bleek dat zij geen behandeling wilde, dat hij klaagster desondanks heeft besproken in een MDO, haar heeft proberen over te halen alsnog behandeling te accepteren en haar heeft verwezen naar een (ander) FACT-team. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 008/2020
- Datum publicatie: 15-09-2020
- Datum uitspraak: 15-09-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:98
Klaagster is op advies van een gz-psycholoog in opleiding door de huisarts verwezen naar de GGZ. Klaagster is het met die verwijzing niet eens en verwijt beklaagde dat zij als werkbegeleider het handelen van de gz-psycholoog in opleiding niet gecontroleerd heeft. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/9
- Datum publicatie: 15-09-2020
- Datum uitspraak: 31-07-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:16
Klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opmaken van de volmacht en (de wijziging van) het testament van moeder. Volgens klaagster heeft de kandidaat-notaris onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid en de onafhankelijke wilsvorming van moeder. De klacht van klaagster speelt tegen de achtergrond van de verstoorde relatie tussen haar en de broer. Volgens klaagster heeft de broer misbruik gemaakt van de aan hem verleende volmacht en is sprake van oudermishandeling. Het is echter niet aan de kamer om hierover een oordeel te geven. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover deze ziet op het verzoek om “de wijzigingen van het testament te ontbinden en de notariële volmacht ongeldig te verklaren” en de klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/64
- Datum publicatie: 15-09-2020
- Datum uitspraak: 22-07-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:17
Klagers 1 tot en met 3 verwijten de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opmaken van vaders testament. De kamer begrijpt dat de klacht (kort gezegd) uiteenvalt in de volgende onderdelen. In vaders testament is een aantal overbodige bepalingen opgenomen. Vaders testament wat betreft de bepaling 4 is in strijd met de wet. De notaris heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de beoordeling van de onafhankelijke wilsvorming van vader. Het testament geeft de wil van vader niet juist weer. Hoewel klagers 2 en 3 niet rechtstreeks betrokken zijn geweest bij de handelwijze van de notaris, is de kamer van oordeel dat zij als kinderen en erfgenamen van vader een redelijk belang hebben bij hun klacht over het testament. Een dergelijk belang acht de kamer niet aanwezig ten aanzien van klager 1. Het feit dat klager 1 de stiefvader van klagers 2 en 3 is en het feit dat hij zelf notaris is geweest, brengen niet met zich dat hij een indirect of afgeleid belang heeft bij de klacht. Klager 1 wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de klacht. De klacht van klagers 2 en 3 wordt op alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 005/2020
- Datum publicatie: 15-09-2020
- Datum uitspraak: 15-09-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:96
Klacht tegen de huisarts van klaagster naar aanleiding van een verwijzing naar de GGZ. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2020:55 Accountantskamer Zwolle 20/865 Wtra AK
- Datum publicatie: 14-09-2020
- Datum uitspraak: 14-09-2020
- ECLI:NL:TACAKN:2020:55
Voorzittersbeslissing. De meeste klachtonderdelen zien op gedragingen waarover de Accountantskamer en het CBb al een inhoudelijk oordeel hebben gegeven en zijn daarom niet-ontvankelijk (beginsel van ne bis in idem). Twee klachtonderdelen zijn niet-ontvankelijk omdat ze niet binnen de driejaarstermijn zijn ingediend. Eén klachtonderdeel is ongegrond. Niet gebleken is dat betrokkene druk op klager heeft uitgeoefend om geen klacht in te dienen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2020:56 Accountantskamer Zwolle 19/2341 Wtra AK
- Datum publicatie: 14-09-2020
- Datum uitspraak: 14-09-2020
- ECLI:NL:TACAKN:2020:56
De Accountantskamer heeft vastgesteld dat betrokkene het handelen wordt verweten dat het hof in zijn arrest van 27 oktober 2017 te zijnen laste bewezen heeft verklaard, te weten - kort gezegd - dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het in december 2003 opzettelijk doen van een onjuiste aangifte vennootschapsbelasting door de vennootschap waarvoor hij werkzaam was. Maatregel: doorhaling met een termijn van 10 jaar waarbinnen betrokkene niet opnieuw in het accountantsregister kan worden ingeschreven
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:192 Raad van Discipline Amsterdam 20-572/A/OV
- Datum publicatie: 14-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:192
Voorzittersbeslissing. Klacht over het kantoor van verweerder kennelijk niet-ontvankelijk, klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:193 Raad van Discipline Amsterdam 20-565/A/A
- Datum publicatie: 14-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:193
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder op een intimiderende en ongepaste wijze de belangen van zijn cliënte behartigt en dat de door hem geuite dreiging met beslaglegging disproportioneel is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:194 Raad van Discipline Amsterdam 20-568/A/A
- Datum publicatie: 14-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:194
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Geen sprake van chantage/afdreiging.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:189 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200075
- Datum publicatie: 13-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:189
Klacht van vereffenaar nalatenschap tegen advocaat van een erfgenaam. De verweten gedragingen hebben plaatsgevonden voordat klager als vereffenaar is aangesteld en dus zijn voorganger nog als vereffenaar optrad. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht, omdat hij heeft geklaagd na het verstrijken van de klachttermijn in 46g Advocatenwet. De klachttermijn is gestart toen zijn voorganger als de (voormalig) vereffenaar kennis kon nemen van de handelingen van verweerder. Gesteld noch gebleken is dat de (voormalig) vereffenaar pas na het verstrijken van de termijn kennis heeft kunnen nemen van de verweten handelingen of dat hij nadien pas bekend kon zijn geworden met de gevolgen van het handelen. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:188 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200153
- Datum publicatie: 12-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:188
Artikel 13 beklag. Klager stelt een advocaat nodig te hebben om een procedure te starten tegen zijn voormalig advocaat en de verjaring van de aansprakelijkstelling te stuiten. Het hof is met de deken van oordeel dat voor het stuiten van de verjaring van de aansprakelijkstelling van de voormalig advocaat van klager vertegenwoordiging van een advocaat niet is voorgeschreven noch kan dergelijke bijstand uitsluitend door een advocaat geschieden. Daarnaast hebben twee advocaten een negatief advies uitgebracht voor het voeren van de door klager gewenste procedure. Het beklag is ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:185 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200144
- Datum publicatie: 12-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:185
Appelverbod. Klacht tegen een voorzittersbeslissing van de raad is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:186 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200145
- Datum publicatie: 12-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:186
Appelverbod. Klacht tegen een voorzittersbeslissing van de raad is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:187 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200154
- Datum publicatie: 12-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:187
Artikel 13 beklag. Naar het oordeel van het hof heeft de deken terecht het aanwijzingsverzoek van klager, voor zover dat ziet op het voeren van een procedure tegen de advocaat van zijn wederpartij, afgewezen omdat een dergelijke procedure geen redelijke kans van slagen heeft. Ook in dit beklag heeft klager geen deugdelijke gronden aangevoerd die aanleiding geven te oordelen dat zo’n procedure wel succes zal hebben. Het hof constateert daarbij dat klager in een kort tijdsbestek drie kansloze aanwijzingsverzoeken aan de deken heeft gedaan in dezelfde dan wel aanverwante kwesties. Het beklag zal dan ook niet tot een andere beslissing leiden en ongegrond worden verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.355
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:150
Klacht tegen huisarts. Tegen klager is een strafrechtelijk onderzoek gestart in verband met het overlijden van zijn schoonmoeder en zijn rol daarin als huisarts. Verweerster was als vaste waarnemer werkzaam in de praktijk van klager en is op enig moment door de politie als getuige gehoord. Klager en zijn echtgenote verwijten verweerster, samengevat, dat zij ondeskundig en in strijd met de waarheid heeft verklaard en daarbij het medisch beroepsgeheim heeft geschonden en dat zij onzorgvuldig medisch heeft gehandeld. Ook verwijten klagers verweerster dat zij uitspraken heeft gedaan die buiten het terrein van haar professionele expertise vallen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft dit laatste onderdeel gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster heeft hierin berust. Klagers hebben beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van de andere klachtonderdelen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.300
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:157
Klacht tegen een verpleegkundig specialist. De beklaagde verpleegkundig specialist is gespecialiseerd in acute zorg bij somatische aandoeningen en werkzaam in een gezondheidscentrum waar klager patiënt was. De verpleegkundig specialist heeft klager op het spreekuur gezien vanwege het vermoeden van een schimmelinfectie aan de penis. Klager verwijt de verpleegkundig specialist dat hij 1. niet bevoegd is een diagnose te stellen, 2. onnodig onderzoek aan de penis van klager heeft verricht, waarbij de betasting een zeer onaangenaam gevoel gaf, 3. geen correcte hulp heeft verleend toen na vier weken de klachten van klager niet weg waren, 4. SOA-testen heeft afgenomen die niet nodig waren toen klager na vier weken terug kwam, 5. medisch relevante informatie incorrect heeft genoteerd en 6. beoordelend heeft opgetreden, waarbij zaken in het dossier zijn genoteerd die niet kloppen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaard de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.343
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:151
Klacht tegen psychiater. Verweerder heeft een adviesgesprek met klaagster gevoerd. Klaagster heeft dit gesprek voortijdig beëindigd. Klaagster verwijt verweerder dat hij ten onrechte een waanstoornis (van het paranoïde type) bij klaagster heeft gediagnosticeerd, hetgeen verweerder volgens klaagster heeft vastgelegd in een brief aan de huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft bij voorzittersbeslissing de klacht kennelijk ongegrond verklaard, wegens het gebrek aan feitelijke grondslag. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.014
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 28-08-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:158
Klacht tegen gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft in opdracht van de Officier van Justitie in 2017 forensisch psychologisch onderzoek verricht bij klager. In dat kader hebben verschillende gesprekken plaatsgevonden tussen klager en de gz-psycholoog. Klager heeft zijn zienswijze met betrekking tot het conceptrapport naar voren gebracht. Vervolgens heeft de gz-psycholoog de definitieve Pro Justitia rapportage uitgebracht. Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij: 1. een zeer onrechtmatig geestesstoornisrapport over klagers levensloop heeft opgesteld; 2. ten onrechte, heeft gerapporteerd dat hij zou lijden aan een waanstoornis of zelfoverschatting. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/437
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:114
Klaagster verwijt de fysiotherapeut (verweerster) dat zij klaagster onzorgvuldig heeft behandeld door een hardhandige behandeling van de geopereerde knie toe te passen, waardoor de klachten van klaagster zijn toegenomen. Voorts verwijt klaagster verweerster ook een gebrek aan transparantie over de behandelingen. Verweerster heeft verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.367
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:152
Klacht tegen psychiater en psychiater in opleiding. Klager heeft een klacht ingediend tegen de psychiater en de psychiater in opleiding die bij klager een second opinion hebben uitgevoerd over de vraag of de eerder bij klager gestelde diagnose schizofrenie wel juist was. Klager verwijt de psychiater dat er geen volledige second opinion is uitgevoerd, dat hij heeft geweigerd een dossiercontrole uit te voeren en dat hij de eerdere diagnose heeft bevestigd. Bovendien verwijt klager de psychiater en de psychiater in opleiding een gebrek aan empathie . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.289
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 28-08-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:159
Klacht tegen verloskundige. Klaagster verwijt verweerster dat zij, ondanks herhaalde verzoeken, niet het volledige medisch dossier aan klaagster heeft toegezonden. Daarnaast is volgens klaagster sprake van gebrekkige dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege kan zich in die beslissing vinden en verwerpt daarom het door klaagster ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.366
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:153
Klacht tegen psychiater. Klager heeft een klacht ingediend tegen de psychiater en de psychiater in opleiding die bij klager een second opinion hebben uitgevoerd over de vraag of de eerder bij klager gestelde diagnose schizofrenie onjuist was. Klager verwijt de psychiater in opleiding dat er geen volledige second opinion is uitgevoerd, dat hij heeft geweigerd een dossiercontrole uit te voeren en dat hij de eerdere diagnose heeft bevestigd, omdat klager de psychiater en de psychiater in opleiding beschuldigt en hen een gebrek aan empathie verwijt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.290
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 28-08-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:160
Klacht tegen een verloskundige. Klaagster verwijt verweerster dat zij, ondanks herhaalde verzoeken, niet het volledige medisch dossier aan klaagster heeft toegezonden. Daarnaast is volgens klaagster sprake van gebrekkige dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege kan zich in die beslissing vinden en verwerpt daarom het door klaagster ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.055
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:154
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.311
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 28-08-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:161
Klacht tegen klinisch geriater. Klaagster verwijt de klinisch geriater dat zij het instituut Veilig Thuis heeft ingeschakeld zonder eerst zorgvuldig onderzoek te doen. Zo is er volgens haar ten onrechte niet voorafgaand aan de melding contact geweest met de huisartsen en met het andere ziekenhuis waar klaagster onder behandeling was geweest. Het Regionaal Tuchtcollege stelt vast dat de klinisch geriater pas bij de behandeling van klaagster betrokken is geraakt toen zij werd opgenomen op de afdeling geriatrie van het ziekenhuis. Op dat moment was de melding bij Veilig Thuis al door anderen gedaan. De klinisch geriater kan hier dus geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht daarom niet‑ontvankelijk. In beroep komt het Centraal Tuchtcollege tot dezelfde conclusie over de betrokkenheid van de klinisch geriater. Dit betekent echter dat de klacht ongegrond is (in plaats van niet-ontvankelijk).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.299
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:155
Klacht tegen een huisarts. De beklaagde huisarts is als waarnemend huisarts verbonden aan een gezondheidscentrum, waar klager patiënt was. Klager, gediagnosticeerd met schizofrenie, paranoïde type, verwijt de huisarts dat zij 1. klager een endocrinologisch onderzoek heeft geweigerd terwijl zijn dopamine laag was, 2. uitging van de diagnose die in de ggz-instelling was gesteld, terwijl daar geen onderbouwing voor was en 3. klager niet heeft geholpen bij het vinden van een nieuwe huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.229
- Datum publicatie: 11-09-2020
- Datum uitspraak: 11-09-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:156
Klacht tegen psychiater. Klager is in het kader van een voorwaardelijke veroordeling opgenomen geweest in een forensisch psychiatrisch centrum. De psychiater was daar voor een gedeelte van de behandeling zijn behandelend psychiater. Klager verwijt de psychiater dat deze hem zou hebben gedwongen om depotmedicatie (antipsychotica) in te nemen, onder andere door klager in een isoleercel te plaatsen. De psychiater heeft de klacht betwist. Er is geen sprake geweest van dwangmedicatie. De psychiater heeft klager wel geadviseerd medicatie te gebruiken en klager stemde daar uiteindelijk steeds mee in. Dat klager gesepareerd is geweest, was niet om hem te dwingen medicatie te gebruiken maar omdat klager voor ernstige overlast zorgde en dit niet op andere wijze te begrenzen was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/094
- Datum publicatie: 09-09-2020
- Datum uitspraak: 09-09-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:112
Klager heeft een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (HPKB), welke is afgewezen. In hoger beroep is verweerder verzocht commentaar te geven op een door klager ingebrachte medische rapportage. Volgens klager heeft verweerder zijn onderzoek onzorgvuldig verricht en een rapportage opgesteld die medisch inhoudelijk onjuist is. Klacht ongegrond. Beperkt kader verweerder bij opstellen aanvullend rapport. Ongegrond
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:181 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200064
- Datum publicatie: 08-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:181
Herstelbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Raad heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het hof verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft geen duidelijkheid verschaft over de vraag of er nog een advocaat-cliënt verhouding was, hij heeft geen uitvoering gegeven aan de opdracht een advies op te stellen over de kans van slagen en de juridische positie en hij heeft in plaats daarvan zonder voorafgaande analyse op tamelijk ongerichte wijze werkzaamheden verricht en hij is de gedane toezegging een sommatie te verzenden, zonder nadere uitleg, niet nagekomen. Ook heeft verweerder de belangen van zijn cliënt laten behartigen door een advocaat die opkomt voor een partij met een tegengesteld belang, waarvan verweerder van meet af aan op de hoogte was. De kernwaarden deskundigheid en partijdigheid zijn geschonden. Het hof legt aan verweerder de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:182 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200076D
- Datum publicatie: 08-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:182
Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder dat hij niet heeft gereageerd op meerdere verzoeken om zich te verweren tegen de klacht van de vereffenaar. De deken heeft voorts de klacht van de vereffenaar overgenomen indien en voor zover de vereffenaar daarin niet-ontvankelijk wordt verklaard (200075). Ontvankelijkheid Voor zover verweerder heeft aangevoerd dat de deken niet-ontvankelijk is, omdat hij (zijn voorganger) bekend was met de feitelijke gedragingen door indiening in 2014 van een eerdere klacht door de vorige vereffenaar, oordeelt het hof dat de deken inderdaad niet-ontvankelijk is op het punt van belangenverstrengeling, vanwege de verstrijking van de klachttermijn. Voor de overige klachtonderdelen gaat dit betoog niet op en is de deken wel degelijk ontvankelijk, omdat de verweten gedragingen eerst naderhand hebben plaatsgevonden. A: niet reageren op de deken Verweerder heeft erkend dat hij niet heeft gereageerd op de verzoeken van de deken en gesteld noch gebleken is dat sprake was van bijzondere omstandigheden. Gegrond. Aanbod tot getuigenverhoor/verwijzing naar werkzaamheden stagiair Het hof heeft het aanbod tot het horen van getuigen afgewezen omdat zij (twee kantoorgenoten, zijn advocaat-stagiair en een medewerker van een verzekeringsmaatschappij) slechts bevestigen dat behalve verweerder ook zijn advocaat-stagiair aan het onderhavige dossier heeft gewerkt, en dat is niet in geschil. Voor het overige is het aanbod te algemeen van aard en niet nader onderbouwd. Voor zover verweerder voor alle aansprakelijkheid verwijst naar zijn advocaat-stagiair, stelt het hof vast dat deze advocaat-stagiair bij het aannemen van de opdracht nog geen advocaat was, en onder verantwoordelijkheid en op aanwijzingen van verweerder werkte in een omvangrijke en complexe zaak. Uit het dossier blijkt dat verweerder nauw betrokken was en bleef bij de behandeling van de zaak. Het verzoek om de advocaat-stagiair en de cliënte te horen wijst het hof eveneens af, omdat het verzoek te algemeen geformuleerd is en het hof zich op grond van het voorliggende dossier en de verklaringen voldoende voorgelicht acht. B: verkoop van woning Verweerder was door de vereffenaar gemachtigd om een woning te verkopen maar hij heeft daarbij de financiële belangen van de cliënte heeft geschaad door de woning zonder deugdelijk advies en voor een te lage waarde te verkopen. Het dienaangaande verweer wordt verworpen. C: auto Verweerder heeft bij de verkoop van een auto eveneens de financiële belangen van de cliënte geschaad door de auto pas na anderhalf jaar en voor een te laag bedrag te verkopen. Verweerder heeft verzuimd een afdoende verklaring te gegeven voor het op naam van zijn echtgenote zetten van de auto. D: vaststellingsovereenkomst Verweerder heeft zijn cliënte een vso laten tekenen waarbij zij afstand deed van alle civiele aanspraken en het tuchtklachtrecht, terwijl de inhoud daarvan haar niet duidelijk was (omdat zij geen Nederlands spreekt en in Brazilië enkel de basisschool heeft afgerond). Het verweer dat de cliënte familieleden of kerkleden had kunnen raadplegen, verwerpt het hof en merkt dat aan als een bevestiging van de desinteresse bij verweerder. E: declaraties Verweerder heeft aan zowel de cliënte als de nalatenschap deels dezelfde werkzaamheden gedeclareerd voor substantiële bedragen. Hij heeft minst genomen verzuimd om deze declaraties voor deze bedragen (in een omvangrijk en complex dossier) deugdelijk te controleren. Zijn verweer dat (inmiddels) de kantoordossiers ontbreken faalt, deze omstandigheid ligt in de risicosfeer van verweerder omdat hij gehouden is zorg te dragen voor zorgvuldige dossiervorming en bewaring van de dossiers. Uit de omstandigheid dat verweerder (ondanks het gestelde ontbreken van dossiers) een veelheid aan stukken heeft ingebracht, leidt het hof dat verweerder over meer stukken beschikt dan hij stelt. Maatregel Het hof komt gezien de ernst van de gegrond verklaarde bezwaaronderdelen tot de maatregel van schrapping. Verweerder heeft door zijn handelen de kernwaarden integriteit, onafhankelijk en partijdigheid met voeten getreden en daarvoor is geen plaats in de advocatuur.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:183 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200113
- Datum publicatie: 08-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:183
Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft een door klagers opgeroepen getuige (de voormalig advocaat van zijn cliënt) de werkdag voor het getuigenverhoor benaderd en geadviseerd dat die zich in het kader van zijn geheimhoudingsplicht moest laten adviseren over het verschoningsrecht. Toen de getuige reageerde daarvoor geen tijd meer te hebben, gaf verweerder de getuige in overweging zich ziek te melden. Het hof oordeelt dat verweerder daarmee gepoogd heeft een getuige te beïnvloeden (gedragsregel 22) en niet heeft gehandeld zoals dat een redelijk handelend en bekwaam advocaat betaamt. Dat de getuige een ervaren advocaat was en een bekende van verweerder doet niet ter zake: de enkele poging tot beïnvloeding is laakbaar. Klacht gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:191 Raad van Discipline Amsterdam 20-247/A/A
- Datum publicatie: 07-09-2020
- Datum uitspraak: 31-08-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:191
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/418
- Datum publicatie: 07-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:109
Klaagster verwijt de huisarts geen onderzoek te hebben ingesteld naar (mogelijke) bijwerkingen van de haar voorgeschreven medicatie, terwijl zij aangaf klachten te hebben. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 279/2019
- Datum publicatie: 07-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:93
Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. Het medisch dossier geeft duidelijk diagnose en behandeling aan. Door meerdere zorgverleners wordt aangetekend dat patiënte en dochter geen verder onderzoek wensen. Geen sprake van stopzetting behandeling of van ontslag uit ziekenhuis met onmiddellijke ingang.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 281/2019
- Datum publicatie: 07-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:94
Klacht tegen verpleegkundige kennelijk ongegrond. Uit verpleegkundig dossier blijkt niet van onvoldoende hulp of uitleg aan patiënt en dochter. Niet gebleken is dat patiënt overhaast uit ziekenhuis naar huis moest om plaats te maken voor een ander. Patiënt mocht een nacht langer in ziekenhuis blijven totdat er thuis een bed beneden was geregeld. Patiënt overlijdt die nacht. Geen aanwijzing dat er die nacht iets is gebeurd dat beklaagde kan worden verweten. Een vermeende, niet vaststaande uitlating van beklaagde duidt niet op een onregelmatigheid.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/007
- Datum publicatie: 07-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:110
Klaagster dient een klacht over de behandeling van wijlen haar moeder. Zij verwijt verweerder, huisarts, haar moeder niet te hebben ingestuurd per ambulance naar het ziekenhuis. Een dag nadat verweerder haar moeder had gezien, is haar moeder onverwachts overlijden. Volgens verweerder vertoonde de moeder van klaagster tijdens zijn onderzoek geen bijzonderheden die aanleiding gaven haar in te sturen naar het ziekenhuis. Volgens hem heeft hij niet de diagnose sepsis gemist, zoals klaagster stelt, en heeft hij ook anderszins niet onzorgvuldig gehandeld. Het college verklaart de klacht(en) ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 282/2019
- Datum publicatie: 07-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:95
Klacht tegen verpleegkundige kennelijk ongegrond. Overleden patiënt wordt tijdelijk van zaal naar artsenkamer verplaatst. Dit is niet ongepast en niet klachtwaardig. De persoonlijke ervaring daarvan door klaagster is niet doorslaggevend. Het ontbreken van een ‘fysieke handtekening’ bij aantekening niet-reanimeren doet aan de geldigheid daarvan niet af. De verantwoordelijke arts heeft de behandelbeperking handmatig aangetekend en voorzien van haar initialen en naam.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/044
- Datum publicatie: 07-09-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:111
Klager dient een klacht in tegen een huisarts. Hij verwijt de huisarts dat zij - aanvankelijk zonder hem gezien te hebben - een diagnose stelt. Wanneer klager een paar weken later een afspraak heeft bij de huisarts en haar attendeert op het feit dat haar spreekuur uitloopt, reageert de huisarts volgens klager onprofessioneel en onzorgvuldig en wil zij hem niet meer helpen en beëindigt zij de behandelrelatie, aldus klager. Ongegrond
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:177 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190310
- Datum publicatie: 05-09-2020
- Datum uitspraak: 04-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:177
Bekrachtiging beslissing van de raad: gegrond met waarschuwing. Persoonlijke aansprakelijkstelling van advocaat van de wederpartij tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder heeft daarmee klager als advocaat onderdeel gemaakt van het geschil tussen de cliënten van klager en verweerder.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:178 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190092H
- Datum publicatie: 05-09-2020
- Datum uitspraak: 04-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:178
Verzoek om herziening. Verzoeker is in de tuchtprocedure de klagende partij en geen advocaat aan wie een maatregel is opgelegd. Verzoeker kan dan ook geen beroep doen op de in het herzieningsprotocol opgenomen uitzonderingen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:179 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200103D
- Datum publicatie: 05-09-2020
- Datum uitspraak: 04-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:179
Hoger beroep tegen gegrond verklaarde dekenklacht ingetrokken. Hof bepaalt ingangsdatum schorsing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 307
- Pagina: 308
- Pagina: 309
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten