Zoekresultaten 15251-15300 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19159

    Verpleegkundige. 17 klachtonderdelen, waaronder het doen van negatieve uitspraken over het functioneren en de deskundigheid van klager in zijn functie als huisarts, het zonder toestemming inzien van het dossier van een overleden patiënte, schending van het medisch beroepsgeheim, het doen van uitspraken over een patiënte die de deskundigheid van de verpleegkundige te buiten gaan en het betichten van klager van een ernstig strafbaar feit zonder betrokken te zijn geweest bij de behandeling van patiënte. College: Eén klachtonderdeel wordt gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het college is van oordeel dat klaagster niet-ontvankelijk is voor zover dat klachtonderdeel ziet op het toebrengen van schade aan ‘de familie’, waarbij het college de term ‘familie’ aldus begrijpt dat klagers zèlf zijn geschaad. Eén klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. Het college is van oordeel dat het verweerder tuchtrechtelijk kan en moet worden verweten dat hij het dossier van de overleden patiënte heeft ingezien de dag voordat hij als getuige door de politie werd gehoord in verband met het overlijden van de patiënte. Verweerder was immers niet betrokken geweest bij de behandeling van de patiënte en had uit dien hoofde geen reden om het dossier in te zien. Het op handen zijnde verhoor bij de politie vormde daarvoor geen rechtvaardiging. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk gegrond, waarschuwing. Publicatie in Staatscourant en tijdschrift Nursing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-242/DH/RO/D

    Verweerder heeft de kernwaarden integriteit en vertrouwelijkheid heeft geschonden doordat hij in een strafzaak waarin hij als advocaat voor de verdachte optrad degene die werd aangemerkt als slachtoffer heeft benaderd en gesproken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-192/DH/RO

    Klacht over de kwaliteit van dienstverlening ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-029/DH/RO

    Beslissing op verzet: verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:140 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-490/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege een gebrek aan rechtstreeks belang. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat de opmerking van verweerder spottend (en wellicht ongelukkig) maar niet onnodig grievend is te noemen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:153 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-574/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Voor het overige kennelijk ongegrond, want onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:201 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190080HW2 en 190237HW2

    Tweede wrakingsverzoek tegen leden van de wrakingskamer buiten behandeling gelaten, wrakingsverzoek afgewezen. Hof bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-774/DH/DH

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familiekwestie ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-737/DH/DH 19-738/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht tegen verweerder ongegrond, omdat hij als advocaat-stagiair geen inzicht heeft gehad in het giraal verkeer noch kennis droeg van de bankafschriften. Aan verweerder kan dan ook geen verwijt worden gemaakt met betrekking tot de ontvangen betalingen. Klacht tegen verweerster ook ongegrond, omdat verweerster onder de gegeven omstandigheden de betalingen van de vof mocht accepteren, ook na het protest van klager ter zitting.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-515/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerster zich niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-599/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Verweerster is gedurende langere tijd onbereikbaar geweest, zowel voor haar cliënten, als voor instanties. Verweerster had (veel sneller) maatregelen kunnen en moeten treffen, maar heeft dat nagelaten. Gelet op de ernst en de duur van het gedrag, alsmede de zorgen van de raad, wordt een voorwaardelijke schorsing van twee weken opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:202 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200097

    Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:148 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-874/DH/DH

    Verweerster heeft conservatoire maatregelen getroffen jegens klaagster, haar cliënt, met het oog op betaling van facturen die opeisbaar zouden worden als de toevoeging ingetrokken zou worden. Verweerster heeft daarbij niet vermeld dat het ging om toekomstige vorderingen. Dat had zij moeten doen, en in zoverre heeft zij onbetamelijk gehandeld. De raad ziet niet in dat anders zou zijn beslist ten aanzien van de conservatoire maatregelen als verweerster volledige informatie had gegeven, onder meer omdat de omvang van de toekomstige vordering niet werd betwist door klaagster. Omdat klaagster aldus niet in haar belangen is geschaad, beslist de raad dat geen maatregel wordt opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-601/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over opvragen BRP-uittreksel kennelijk ongegrond. Klaagster is door de aanvraag niet in enig (tuchtrechtelijk) belang geschaad. Niet gebleken is van enig verband tussen het opvragen van het uittreksel en een door klaagster gesteld incident.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:142 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-514/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat kennelijk ongegrond, omdat door klager onvoldoende concreet is gemaakt waar dat het geval zou zijn geweest.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-329/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft ruim 3 maanden niets van zich laten horen, ook niet na contact van klaagster. Overige klachtonderdelen ongegrond. Maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:203 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200098D en 200099D

    Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Hof bepaalt ingangsdatum schorsing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:149 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-130/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 262/2019

    Klacht naar aanleiding van een door beklaagde uitgevoerd enkel artrodese. De ingreep is uitgevoerd in een operatiefaciliteit die onvoldoende waarborgen bood voor verlening van voor de ingreep verantwoorde zorg. Ook slagen de klachten met betrekking tot het informeren van klaagster, de positie van de ingedraaide schroeven, het handelen nadat duidelijk was dat de diastase in de artrodese zodanig was dat het niet waarschijnlijk was dat deze zonder nader ingrijpen door botvorming zou worden gedicht en de wijze van beoordeling van beeldvormend materiaal. De klacht over de opstelling van beklaagde in het kader van de afhandeling van civielrechtelijke aansprakelijkheid slaagt niet. Volgt berisping.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/13

    Klacht tegen chirurg met (onder andere) oncologische expertise. Klacht heeft betrekking op de behandeling van de inmiddels overleden echtgenoot (patiënt) van klaagster. Bij patiënt werd in 2014 een melanoom vastgesteld, met metastasen in de halsklieren. Beklaagde was de behandelend (oncologisch) chirurg. Nadat al het aangetaste weefsel radicaal verwijderd leek te zijn, heeft beklaagde patiënt meegedeeld dat er geen chemotherapie of bestraling nodig was. Enige tijd later werden er opnieuw metastasen aangetroffen. Patiënt is toen toch verwezen voor bestraling en enkele maanden later komen te overlijden. Klaagster verwijt beklaagde dat hij zonder klaagster en patiënt in te lichten, is afgeweken van de richtlijn die bestraling voorschrijft als er meer dan twee aangetaste lymfeklieren worden aangetroffen (eerste verwijt). Het tweede verwijt is dat er geen verslag van een multidisciplinair overleg aanwezig is waaruit blijkt waarom er is afgeweken van de richtlijnen. En het derde verwijt luidt dat beklaagde zonder overleg met een melanoomcentrum overgegaan is tot een operatieve ingreep bij een patiënt met een stadium IIIB melanoom. Het college is van oordeel dat het eerste verwijt gegrond is en de tweede en derde ongegrond zijn. Het college verbindt hier als maatregel een waarschuwing aan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-348/DH/RO

    Raadbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klager niet of niet goed geïnformeerd over het doel en de strekking van het door verweerder ingediende verzoekschrift. Verweerder heeft ook nagelaten het een en ander schriftelijk vast te leggen. Verder heeft verweerder een aan klager toekomend bedrag pas na ruim drie jaar aan klager overgemaakt. Van verduistering, fraude of misbruik van de derdengeldenrekening – zoals klager stelt – is echter geen sprake. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:143 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-513/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door over te gaan tot het leggen van conservatoir beslag. Van slechte bereikbaarheid van verweerster is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-327/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster is gedurende langere tijd ernstig tekort geschoten in haar communicatie met klaagster. Ook verweersters communicatie naar de deken is onvoldoende geweest. Dit sterkt de raad in zijn overtuiging dat sprake is van een structureel probleem. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 274/2019

    Klacht naar aanleiding van een door beklaagde uitgevoerde heupoperatie. Klacht dat beklaagde tijdens de operatie bewust heeft geaccepteerd dat het gebruikte implantaat te hoog zat, laterale doorlichting na het inbrengen van de collumschroef achterwege heeft gelaten en het advies heeft gegeven de heup te belasten is gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-331/DH/RO/D

    Dekenbezwaar dat samenhangt met 20-330. Verweerder heeft verzuimd om binnen de vervaltermijn en procedure in te stellen na het ontslag op staande voet van zijn cliënt. Bij de deken en de raad heeft verweerder geprobeerd om feiten te verdraaien en de schuld bij klager te leggen. Gedeeltelijk onvoorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-867/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-085/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Dit bezwaar en eerdere klachtzaken tonen een patroon in het handelen van verweerder. De raad bedoelt in het bijzonder de zaak met nummer 19-678/DH/RO, waarin op 7 september 2020 de beslissing van 10 februari 2020 van de raad door het Hof van Discipline grotendeels is bekrachtigd en de maatregel van schrapping in stand is gelaten. Het patroon dat de dossiers tonen is dat verweerder stelselmatig informatie onthoudt aan de deken, terwijl de deken op terechte gronden om die informatie vraagt. De kwesties die in dit dekenbezwaar aan de orde komen tonen een beeld van gerommel met financiën, fiscale malversaties en onwaarachtige verklaringen over de beschikbaarheid van een dossier waarin mogelijk sprake is van een ongebruikelijke transactie. Dit dekenbezwaar ziet op uiteenlopende zaken waarin verweerder gehouden is om de deken inlichtingen te verschaffen. Verweerder heeft dit nagelaten en daarmee ontduikt hij het toezicht dat de deken op grond van de Advocatenwet en de Wwft moet uitoefenen. De kernwaarde integriteit is in het geding en mogelijk ook de kernwaarde onafhankelijkheid. Verweerder vormt met zijn gedragingen een gevaar voor het vertrouwen in de advocatuur. Schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-330/DH/RO

    Klacht die samenhangt met dekenbezwaar 20-331. Klager heeft zich na zijn ontslag op staande voet gewend tot verweerder. Verweerder heeft verzuimd om binnen de vervaltermijn een procedure in te stellen. Gedeeltelijk onvoorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-676/DH/DH

    Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-042/DH/RO

    Raadbeslissing. Verweerster heeft nagelaten om schriftelijk aan klager te bevestigen dat alleen achteraf, in plaats van maandelijks, zou worden gefactureerd. Nadeel voor klager echter nihil geweest. Alle overige klachtonderdelen ongegrond. De raad volstaat met de gegrondverklaring en ziet af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:139 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-491/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/111

    De kern van de klacht van klaagster tegen de kaakchirurg (verweerder) ziet met name op de bejegening van klaagster door verweerder tijdens een behandeling en voorts op de door verweerder onvoldoende gegeven informatie over de nazorg. Voorts stelt klaagster dat verweerder vergelijkbaar gedrag vertoont bij andere patiënten, hetgeen haar verontrust. Verweerder heeft de klacht uitdrukkelijk betwist. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Ten aanzien van het laatste klachtonderdeel is klaagster niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:209 Raad van Discipline Amsterdam 20-611/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Uit het klachtdossier volgt dat verweerster haar werkzaamheden voor klager na de uitspraak van het hof in overleg met klager heeft beëindigd en de zaak heeft overgedragen aan een advocaat die cassatiezaken doet. Dat verweerster vervolgens, al dan niet in verband met de door haar gestelde vertrouwensbreuk, niet bereid was nieuwe werkzaamheden voor klager te verrichten is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.166

    Klacht tegen verzekeringsarts bij het UWV. Klaagster is in 2017 uitgevallen voor haar werk en heeft een “Aanvraag deskundigenoordeel door werknemer” ingediend bij het UWV ter beoordeling van de vraag of het door de werkgever aangeboden werk passend is te achten. Een arbeidsdeskundige van het UWV heeft, alvorens hierover te rapporteren, een advies ingewonnen bij verweerder. Verweerder heeft daarop een “Verzekeringsgeneeskundige rapportage” en een “Medisch onderzoeksverslag” opgesteld. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens een rapport opgesteld met de conclusie dat de door de werkgever aangeboden arbeid passend is. De klacht houdt in dat verweerder zijn geheimhoudingsplicht jegens klaagster heeft geschonden en bij de beoordeling van de re-integratie inspanningen van de werkgever ten onrechte slechts heeft gekeken naar een bepaald punt in een jaar en niet naar het hele voorgaande jaar. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.227

    Klacht tegen basisarts, werkzaam voor een arbodienst. Klaagster is vijf jaar lang door verweerder begeleid bij verschillende periodes van langdurig verzuim. Klaagster is ontevreden over de verzuimbegeleiding door verweerder en dat is in haar ogen geen wonder omdat hij geen bedrijfsarts is. Toch heeft hij zich begeven op het terrein van de bedrijfsgeneeskunde en zich volgens klaagster voorgedaan als bedrijfsarts. Daarnaast vindt klaagster dat verweerder zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie aan haar werkgever te geven. Verder heeft zij nog een aantal aanvullende klachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.070

    Klacht tegen arts maatschappij en gezondheid die in dienst van de gemeente in 2018 en 2019 medisch advies heeft uitgebracht over de verlening van een gehandicaptenparkeerkaart. Klager is in 2013 betrokken geweest bij een ongeval met blijvend beenletsel als gevolg. Hij heeft een koeriersbedrijf en heeft bij de gemeente een gehandicaptenparkeerkaart aangevraagd. Klager verwijt de arts dat hij in 2018 en 2019 de situatie van klager op onzorgvuldige wijze heeft beoordeeld door niet alle relevante (medische) informatie op te vragen en mee te wegen in zijn oordeel en dat zijn verslaglegging in deze procedure onzorgvuldig is geweest. Het RTG verklaart het tweede klachtonderdeel (betreffende het medisch advies uit 2019) gegrond en waarschuwt de arts, en verklaart het eerste klachtonderdeel (betreffende het medisch advies uit 2018) ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen de ongegrondverklaring van het eerste klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.114

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager heeft zich in 2011 ziekgemeld. In 2013 is klager gezien door de verzekeringsarts, in het kader van het einde van de wachttijd van de wet WIA. De verzekeringsarts heeft in het medisch onderzoeksverslag onder meer geconcludeerd dat er sprake is van verminderde benutbare mogelijkheden als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebrek. De klacht houdt in dat de verzekeringsarts in dit medisch onderzoeksverslag heeft genoteerd dat volgens informatie van de bedrijfsarts klager na één gesprek is weggelopen uit een mediationgesprek, zonder bij klager na te gaan of hij inderdaad uit het mediationgesprek is weggelopen en daarmee klakkeloos is afgegaan op informatie van een niet nader genoemde bedrijfsarts. Volgens klager was juist zijn werkgever niet bereid tot mediation. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:208 Raad van Discipline Amsterdam 20-612/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder heeft aan klager bevestigd dat hij op korte termijn niet aan vervolgacties toekomt. Dat stond verweerder vrij. Verweerder heeft klager een faire keuze voorgelegd; of bij verweerder blijven en wachten totdat verweerder weer tijd voor de zaak zou hebben, of overstappen naar een andere advocaat. Klager heeft kennelijk voor het laatste gekozen. Dat valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 300/2019

    Klacht tegen gynaecoloog. Beklaagde wordt verweten dat zij klaagster onjuist dan wel onvolledig heeft geïnformeerd, de operatie niet op de juiste wijze heeft uitgevoerd en onvoldoende nazorg heeft verricht. Het college heeft vastgesteld dat uit niets is gebleken dat, gedurende de vele contactmomenten die beklaagde met klaagster heeft gehad, zij klaagster onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd. De operatie is lege artis uitgevoerd. Beklaagde heeft voldoende nazorg heeft geleverd. Zij heeft zelfs meer gedaan dan van een gemiddeld arts verwacht mag worden in gelijke omstandigheden, zoals het opnemen van contact met klaagster tijdens haar vakantie. Vervolgens is zij het beloop van het urologisch traject blijven volgen. Beklaagde heeft veel compassie en reflectie getoond, zoals uit het dossier blijkt en heeft zich ook ter zitting zeer empathisch opgesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 301/2019

    Klacht tegen gynaecoloog. Beklaagde wordt verweten dat zij klaagster onjuist dan wel onvolledig heeft geïnformeerd, de operatie niet op de juiste wijze heeft uitgevoerd en onvoldoende nazorg heeft verricht. Naar het oordeel van het college is voldoende aannemelijk dat beklaagde geen enkel verwijt valt te maken. Beklaagde heeft zich, ondanks het feit dat zij geen hoofdbehandelaar was, zeer betrokken opgesteld. Het tweede klachtonderdeel heeft geen betrekking op beklaagde omdat haar collega deze operatie heeft uitgevoerd. Beklaagde is niet tekort geschoten in de nazorg. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 213/2019

    Klacht tegen verpleegkundige ongegrond. Hoewel het beter had gekund is de verpleegkundige binnen de grenzen van een redelijke bekwame beroepsuitoefening gebleven toen zij op het verkeerde been werd gezet door verschillende informatie uit stukken omtrent de positionering van een darmpoliep. Een collega van beklaagde heeft het bedoelde telefonisch contact gehad met klagers. Omdat de verpleegkundige niet betrokken was bij het telefoongesprek kan haar dat niet tuchtrechtelijk verweten worde.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.055

    Klacht tegen een huisarts. De huisarts was de huisarts van klaagster en haar toenmalige echtgenoot. De klacht omvat drie aspecten, te weten: 1. het door de huisarts verstrekken van een verklaring aan klaagsters toenmalige echtgenoot, 2. het consult van klaagster in december 2016, de verslaglegging daarvan en de verklaring die de huisarts daarover aan klaagster heeft gegeven en 3. de gang van zaken bij het uitschrijven van klaagster als patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ten aanzien van de door de huisarts afgegeven verklaring gegrond, legt aan de huisarts een waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk voor zover het beroep ziet op de door het Regionaal Tuchtcollege gegrond verklaarde klachtonderdelen en voor zover klaagster nieuwe klachtonderdelen heeft aangevoerd en verwerpt voor het overige het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.141

    Klacht tegen huisarts. Klaagster had klachten van buikpijn en later bloedverlies. Een andere huisarts had bij klaagster een blaasontsteking vastgesteld en daarvoor antibiotica voorgeschreven. Vanwege het bloedverlies heeft klaagster die avond de huisartsenpost bezocht waar de beklaagde huisarts haar heeft onderzocht. De beklaagde huisarts heeft klaagster op basis van haar bevindingen en haar differentiaaldiagnose verwezen naar een uroloog. Later is gebleken dat klaagster baarmoederhalskanker had. Klaagster verwijt de beklaagde huisarts dat zij haar niet goed heeft onderzocht. Volgens klaagster heeft de huisarts niet goed gekeken en heeft zij niet gezien dat het bloed uit de vagina/ baarmoedermond kwam in plaats van uit de urethra (urinebuis). Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-613/DB/LI

    Advocaat in hoedanigheid van deken. Gelet op de aard van de klacht tegen mr. X en de op grond daarvan toepasselijke tuchtrechtelijke norm, was volgens de deken in het onderzoek geen noodzaak aanwezig om nader feitenonderzoek te doen en was waarheidsvinding niet aan de orde. Klager heeft vervolgens niet onderbouwd op grond waarvan een nader onderzoek door de deken naar feiten aangewezen was. Partijdigheid niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:56 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/672483 / DW RK 19/506

    De gerechtsdeurwaarder heeft een (aanzienlijke) negatieve bewaringspositie laten ontstaan, die door hem niet is gemeld, en niet is aangezuiverd. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder een ontoereikende administratie gevoerd. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder in een groot aantal gevallen bij de betekening van het proces-verbaal van het gelegde beslag de termijn van acht dagen zoals bepaald in artikel 475i van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering overschreden. Ten slotte heeft de gerechtsdeurwaarder in zijn repertoria exploten opgenomen die zijn uitgebracht door een gerechtsdeurwaarder die tijdens het uitbrengen van de exploten niet aan zijn gerechtsdeurwaarderskantoor verbonden was. Gelet op de gegrondheid van alle klachtonderdelen, meer in het bijzonder de klachtonderdelen die zien op de bewaringstekort(en), ziet de kamer, in lijn met vaste jurisprudentie op dit punt, aanleiding de maatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/420

    Klaagster dient een klacht in tegen een vaatchirurg over de behandeling van haar inmiddels overleden echtgenoot. Zij verwijt verweerder dat hij niet adequaat en niet tijdig is opgetreden na het optreden van een postoperatieve complicatie bij haar echtgenoot. Tevens verwijt zij hem gebrekkige dossiervoering en het nalaten van een calamiteiteitenmelding bij de IGJ. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-598/DB/OB

    Advocaat in hoedanigheid van deken. Klacht is behandeld conform de dekenale richtlijn. Ten aanzien van een aanwijzingsverzoek zijn aan klager zijn geen andere voorwaarden gesteld dan de in artikel 13 Advocatenwet aan een aanwijzingsverzoek verboden voorwaarden Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2052

    Klacht ingediend door de Inspectie. Verwijt aan verpleegkundige van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag jegens cliënte tijdens de behandelrelatie. Verpleegkundige was werkzaam in een instelling voor de behandeling van complexe psychiatrische problemen. College: klacht gegrond. A l door het aangaan van een relatie heeft verpleegkundige in strijd gehandeld met de voor hem geldende professionele normen en de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening in ernstige mate overschreden. De zorgverlener is (tuchtrechtelijk) verantwoordelijk voor het bewaken van die grenzen, in het bijzonder wanneer het gaat om extra kwetsbare patiënten/cliënten. Verpleegkundige heeft bovendien geen afkoelingsperiode in acht genomen en in eerste instantie geen openheid van zaken gegeven over de intimiteit van de relatie. Verpleegkundige toont wel inzicht in de ernst van de gedraging, maar heeft onvoldoende maatregelen getroffen. Risico op herhaling. Maatregel: voorwaardelijke schorsing van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde onder behandeling stellen van BIG-geregistreerd gz-psycholoog of psychotherapeut. Behandeling moet zijn gericht op het thema afstand en nabijheid en het overschrijden van de persoonlijke en professionele grenzen binnen of vlak na een behandelrelatie en het herkennen van signalen die mogelijk leiden tot overschrijding van de professionele grenzen. Publicatie in Staatscourant en tijdschrift Nursing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-569/DB/LI

    Advocaat heeft met zijn opmerking dat zijn cliënt zich door het optreden van klager bedreigd had gevoeld de grens die hem als advocaat van de wederpartij vrijstond niet overschreden. Het stond de advocaat vrij om aan de Raadsheer duidelijk te maken, op grond waarvan tussen partijen geen regeling tot stand is gekomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:200 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 193940

    Klacht over eigen advocaat (beroep bij het hof ingesteld in 2003). Tegen de wil van de cliënt optreden bij ‘the International Criminal Tribunal for Rwanda’ van de VN (ICTR). Klager kreeg van de griffier van het ICTR een advocaat toegevoegd, die klager als derde keuze had vermeld. Klager heeft tegen die aanwijzing bezwaar gemaakt bij de griffier, waarop de griffier een afwijzende beslissing heeft gewezen. Verweerder heeft de griffier geïnformeerd aan te willen blijven als advocaat, ondanks het verzoek van klager aan hem om terug te treden als zijn advocaat. Beroep op ‘ne bis in idem’ van verweerder slaagt niet: de beslissing van de griffier van het ICTR is geen tuchtrechtelijke beslissing. Daarbij faalt de stelling van verweerder dat de (internationaalrechtelijke) gedragscode van het hof het nationale tuchtrecht uitsluit, omdat uit het wettelijk kader binnen het ICTR aan de Nederlandse tuchtrechter rechtstreekse aanvullende rechtsmacht volgt. Het hof oordeelt evenals de raad dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat hij gezien de moeizame verhouding met klager onvoldoende heeft geprobeerd om in het belang van zijn cliënt van zijn taak te worden ontheven. Verweerder had hierom zelfstandig kunnen verzoeken bij de griffier dan wel namens klager beroep in kunnen stellen tegen de beslissing van de griffier. Klacht gegrond zonder oplegging van maatregel. Het hof bekrachtigt de overweging van de raad dat de overtuiging is verkregen dat verweerders afwegingen zijn ingegeven door integere en te respecteren motieven. Daarbij weegt het hof mee dat deze zaak uitzonderlijk lang heeft gelegen, terwijl dat niet aan verweerder te wijten is.