Zoekresultaten 15201-15250 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.252

    Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij: 1. ten onrechte de diagnose Borderline heeft vastgesteld en een onjuist behandeladvies heeft gegeven, namelijk Vaardigheden emotie-regulatie stoornis (VERS) behandeling; 2. ten onrechte weigert de diagnose in te trekken; 3. door de onjuiste behandeling klaagsters klachten heeft verergerd; 4. klaagster fysieke en emotionele schade heeft berokkend door haar niet serieus te nemen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het eerste en het tweede klachtonderdeel kennelijk ongegrond en de klacht voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.297

    Klacht tegen gz-psycholoog. Verweerster is als regie-behandelaar betrokken bij de behandeling van de dochter van klager. Klager heeft verweerster per brief vertrouwelijk om een gesprek verzocht. Verweerster heeft dit verzoek met de dochter en haar moeder gedeeld. Klager verwijt verweerster dat zij hiermee haar beroepsgeheim heeft geschonden en dat zij een interventie heeft gepleegd ten aanzien van de dochter en haar gezinsrelaties. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg, verklaart het eerste klachtonderdeel alsnog geheel en het tweede klachtonderdeel gedeeltelijk gegrond, legt aan verweerster een waarschuwing op en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.031

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Verweerster heeft in het kader van de behandeling gedurende circa drie maanden contact met klager gehad. Daarna heeft klager per e-mail het vertrouwen in verweerster opgezegd. Klager verwijt verweerster – kort gezegd – dat zijn vertrouwen in de gezondheidszorg kapot is gemaakt. Meer specifiek verwijt klager verweerster dat zij heeft gefraudeerd door, ook nadat de behandelrelatie door klager was opgezegd, in zijn dossier tijd te schrijven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en publicatie van beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.032

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Verweerder heeft in het kader van de behandeling gedurende circa drie maanden contact met klager gehad. Daarna heeft klager het vertrouwen in verweerder opgezegd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat zijn vertrouwen in de gezondheidszorg kapot is gemaakt. Meer specifiek verwijt klager verweerder onder andere dat hij heeft gefraudeerd door, ook nadat klager de behandelrelatie had opgezegd, in zijn dossier tijd te schrijven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.047

    Klacht tegen een huisarts. De klacht betreft de behandeling van de inmiddels door suïcide overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). Patiënt was bij de huisarts onder behandeling voor huidklachten. De vorige huisarts heeft de diagnose actinische keratose gesteld. De beklaagde huisarts heeft (ook) Aldara crème voorgeschreven. Klaagster verwijt de huisarts in algemene zin dat patiënt en zij zich niet gehoord en gezien hebben gevoeld. Ten aanzien van de behandeling verwijt klaagster de huisarts 1. dat zij op meerdere momenten tijdens de behandeling medisch onzorgvuldig heeft gehandeld, 2. dat er geen ‘informed consent’ voor de behandeling met de crème Aldara was, 3. dat de huisarts onvoldoende dossier heeft gevoerd en 4. dat de huisarts na het overlijden van patiënt onzorgvuldig en nalatig heeft gehandeld in de nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaard de klachten ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:60 Accountantskamer Zwolle 20/155 Wtra AK

    Klacht over accountant die een rapportage heeft opgesteld ten behoeve van een gerechtelijke procedure. De Accountantskamer heeft al eerder geoordeeld over een andere rapportage van deze accountant. Omdat het hier gaat om een andere opdracht is geen sprake van een klacht over eenzelfde gedraging. Niet gebleken van misbruik van tuchtprocesrecht. Klacht gegrond nu accountant geen hoor en wederhoor heeft toegepast, niet alleen niet ten aanzien van klager, maar ook niet ten aanzien van de accountant over wiens rapport hij conclusies trekt. Ook wist betrokkene dat hij niet over alle documenten beschikte, of kon dat vermoeden. Klacht voor het overige ongegrond. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 256/2019

    Klacht tegen GZ-psycholoog ongegrond. Beklaagde heeft zorgvuldig gehandeld bij de aanvullende rapportages aan het gerechtshof. Beklaagde mocht de werkdiagnose overnemen. Beklaagde is niet verantwoordelijk voor de na de regelovertreding opgelegde ordemaatregelen. Er is geen persoonlijk handelen gebleken wat betreft het ochtendbulletin en de kliniekraad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 218/2019

    Klacht tegen nefroloog. Beklaagde wordt verweten dat hij niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van hem mocht worden verwacht. Hij heeft verwarrende c.q. onjuiste informatie verstrekt met betrekking tot het zoutgehalte; er zijn geen juiste bloedanalyses gedaan waardoor een S-Aureus bacterie is opgelopen c.q. die bacterie is teruggekomen; beklaagde heeft geen aandacht geschonken aan ernstige buikpijnen gedurende de tweede opname waardoor er obstipatie en een darmperforatie is ontstaan; tijdens of na de stoma operatie hebben zich twee CVA’s voorgedaan die voorkomen hadden kunnen worden; het beschermkapje van een stomazakje was niet verwijderd waardoor klaagster helse pijnen heeft doorstaan; er zitten leemtes in het medisch dossier; klaagster zou onder druk zou zijn gezet om de klacht in te trekken. Het college heeft vastgesteld dat beklaagde geen onjuiste informatie heeft verstrekt. Beklaagde heeft veel aandacht heeft besteed aan het vinden van de bron van de bacteriemie. De juiste diagnostiek is uitgevoerd en klaagster is op de juiste wijze behandeld. Meer of andere bloedanalyses waren medisch gezien niet noodzakelijk. Beklaagde heeft onderzoek gedaan naar aanleiding van de buikklachten en heeft adequaat gehandeld. . Dat zich CVA’s hebben voorgedaan valt beklaagde niet tuchtrechtelijk te verwijten. Het verzorgen van een stoma betreft verpleegkundig handelen hetgeen beklaagde niet valt te verwijten. Er zijn geen leemtes in het dossier aangetoond. Het laatste klachtonderdeel is ingetrokken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/071

    Klaagster dient een klacht in tegen een psychiater en een arts, beiden werkzaam bij de crisisdienst. Klaagster is bekend met een schizo-affectieve stoornis, die al jaren stabiel is. Vlak na de bevalling van haar eerste kind raakt zij psychotisch ontregeld. Zij verwijt de artsen - kort gezegd - in gebreke te zijn gebleven ten aanzien van het leveren van goede medische zorg in een crisissituatie met betrekking tot een acute psychotische ontregeling. Dit betreft met name het herhaaldelijk weigeren van een psychiatrische beoordeling ondanks herhaalde verzoeken vanuit de familie, terwijl er duidelijke concrete signalen waren van ontregeling en het een onveilige situatie betrof voor klaagster zelf en haar pasgeboren baby. De artsen voeren verweer. Deels gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/072

    Klaagster dient een klacht in tegen een psychiater en een arts, beiden werkzaam bij de crisisdienst. Klaagster is bekend met een schizo-affectieve stoornis, die al jaren stabiel is. Vlak na de bevalling van haar eerste kind raakt zij psychotisch ontregeld. Zij verwijt de artsen - kort gezegd - in gebreke te zijn gebleven ten aanzien van het leveren van goede medische zorg in een crisissituatie met betrekking tot een acute psychotische ontregeling. Dit betreft met name het herhaaldelijk weigeren van een psychiatrische beoordeling ondanks herhaalde verzoeken vanuit de familie, terwijl er duidelijke concrete signalen waren van ontregeling en het een onveilige situatie betrof voor klaagster zelf en haar pasgeboren baby. De artsen voeren verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/073

    Klaagster dient een klacht in tegen een verpleegkundige; zij verwijt hem (onder meer) dat hij niet heeft erkend dat zij psychotisch aan het ontregelen was, dat hij haar niet in persoon heeft beoordeeld maar zijn argumentatie baseerde op een eerdere schriftelijke verslaglegging van zijn collega's, onjuiste en gebrekke dossiervoering, beleid en signalen vanuit het signaleringsplan niet bekend waren en niet erkend werden en dat hij geen nazorg heeft geboden. De verpleegkundige voert verweer. Naar het oordeel van het college is de klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-429/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft ten onrechte gesteld dat zij klaagster niet meer kon bijstaan op basis van de toevoeging, aangezien deze was beëindigd. De raad overweegt dat in beginsel voor hetzelfde rechtsbelang niet tweemaal een toevoeging kan worden verleend. Mocht de Raad voor Rechtsbijstand in een dergelijk geval toch een toevoeging hebben verleend, dan kan de Raad voor Rechtsbijstand die toevoeging weer intrekken, zodra blijkt dat het dossier ziet op hetzelfde rechtsbelang. Een reeds afgesloten toevoeging kan onder bijzondere omstandigheden wel heropend worden. Van die laatste nuancering blijkt niet uit verweersters brief en in zoverre is verweersters mededeling ook niet juist. De raad is evenwel van oordeel dat verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van haar mededeling, nu niet is gebleken dat klaagster enig nadeel heeft ondervonden van die mededeling. Klaagster wordt thans immers naar eigen zeggen door een andere advocaat bijgestaan op basis van een toevoeging in dezelfde zaak. Klacht ook voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/034

    Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij na summier onderzoek een verkeerde diagnos heeft gesteld en - daardoor - een verkeerde behandeling (kraken van de nek) heeft uitgevoerd. Verweerder heeft voorts (de klachten van) klaagster niet serieus genomen. Tot slot verwijt klaagster de fysiotherapeut dat hij, vlak voordat ze haar dossier ophaalde, zaken heeft gewijzigd in het dossier van klaagster. De fysiotherapeut heeft verweer gevoerd. Het college heeft de klacht in haar geheel ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-016/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat over gegeven advies. Verweerder heeft geen schriftelijk advies aan klager uitgebracht over de kansen en risico’s in klagers zaak. Daardoor kan niet kan worden vastgesteld wat is besproken over de te volgen strategie en de kans van slagen. Dat moet voor verweerders rekening komen. Verweerder heeft desgevraagd ter zitting van de raad verklaard dat zijn advies aan klager over de kans van slagen was vervat in zijn brief aan de wederpartij. In die brief heeft verweerder op stellige wijze naar voren gebracht dat de vordering van klagers wederpartij was verjaard. Bij gebreke van een andersluidend advies van verweerder aan klager, waarvan niet is gebleken, acht de raad goed voorstelbaar dat aldus bij klager de indruk is ontstaan dat verweerder positief was over klagers kans van slagen. Uit de overgelegde stukken blijkt weliswaar dat verweerder meerdere malen heeft voorgesteld om de situatie ter plekke te komen bekijken maar een uitdrukkelijk voorbehoud bij zijn advies blijkt hieruit niet. Het had op verweerders weg gelegen om, waar hij naar eigen zeggen van mening was dat hij eerst een definitief advies aan klager kon geven over diens positie nadat hij de situatie ter plaatse had bekeken, dit schriftelijk aan klager kenbaar te maken. Verweerder heeft dit nagelaten. De klacht is derhalve gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-550/DB/LI

    Advocaat heeft abusievelijk in verweerschrift vermeld dat klaagster had verzuimd een beschikking over te leggen: geen bewuste misleiding van de rechtbank. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2016

    Klacht tegen internist-oncoloog. De internist-oncoloog, behandelaar van de overleden vrouw van klager, wordt verweten: (1) na het bekend worden van de uitslag van de DPD-test de volledige dosering capecitabine te hebben toegediend in plaats van deze aan te passen of de toediening te stoppen. Bovendien is patiënte niet geïnformeerd over de uitslag van de test; (2) patiënte onvoldoende te hebben gemonitord tijdens de inname van de kuur; (3) onvoldoende en niet adequate te hebben gedaan aan dossiervorming in de periode vanaf de start van de capecitabine tot de stopdatum. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond terzake van klachtonderdeel 1, legt aan de internist-oncoloog een waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19206a

    Klacht tegen internist-oncoloog, die wordt verweten dat a) hij ten onrechte als diagnose heeft gesteld dat er sprake was metastasen in de longen en geen nadere controles en onderzoek heeft uitgevoerd; b) hij klager ten onrechte heeft aangemerkt als ‘ongeneeslijk ziek en uitbehandeld’ en ten onrechte heeft afgezien van de aanvankelijk voorziene curatieve bestraling en heeft gekozen voor een palliatieve methode; c) hij ten onrechte heeft afgezien van iedere verdere behandeling; d) zijn attitude jegens klager beneden peil is; e) hij, nadat klager geen patiënt meer bij verweerder was, ten onrechte en ongevraagd informatie over klager met derden heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-425/DB/ZWB

    Klacht tegen advocaat wederpartij over onnodig grievende uitlatingen over klaagster in een brief aan de rechtbank. Verweerder heeft naar voren gebracht dat in de gewraakte passage volstrekt niet wordt vermeld of wordt gesteld dat de genoemde eigenschappen, eigenschappen zijn van klaagster. Er zijn dan ook geen onnodig grievende uitlatingen in de richting van klaagster geformuleerd, aldus verweerder. De raad volgt verweerder niet in dit verweer. Naar het oordeel van de raad kan de passage uit verweerders brief, de inhoud en strekking van die brief mede in aanmerking genomen, niet anders worden begrepen dan dat de door verweerder genoemde eigenschappen onbetrouwbaarheid, leugenachtigheid, labiliteit en verraad wel degelijk een verwijzing zijn naar klaagster. Verweerder heeft voorts niet gesteld - en naar het oordeel van de raad is dat ook niet gebleken – dat de man bij het bezigen van deze bewoordingen een functioneel belang had en naar het oordeel van de raad is daarvan ook niet gebleken. Het bezigen van dergelijke kwalificaties zonder dat deze een redelijk doel dienen passen een behoorlijk handelend advocaat niet. Dat verweerder de bewuste passage heeft ingetrokken en zijn verontschuldigingen aan klaagster heeft aangeboden maken dit niet anders. Gegrond. Berisping. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/067

    Klager verwijt verweerder, psychiater, onder meer onjuistheden in zijn dossier te hebben opgenomen, zonder toestemming informatie aan zijn huisarts te hebben verstrekt (waaronder een diagnose die niet met klager zelf is besproken), geen verwijzing voor een second opinion te hebben gegeven, niet te hebben gezorgd voor een adequate overdracht en niet integer te handelen in de communicatie. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-442/DB/OB

    Klacht tegen eigen advocaat. Vast staat dat verweerster klaagsters zaak op 25 april 2016 in behandeling heeft genomen. Tevens staat vast dat verweerster zich eerst in mei 2018 heeft gezet tot het opstellen van de conceptdagvaarding en dat zij kort daarna haar procesadvies aan klaagster heeft toegelicht. De door verweerster naar voren gebrachte omstandigheden, dat zij uit een stroom van e-mails van klaagsters zoon de relevante informatie moest destilleren en dat zij met zwangerschapsverlof is geweest, vormen naar het oordeel van de raad onvoldoende rechtvaardiging voor het gedurende lange tijd ontbreken van concrete actie in klaagsters zaak. Van een behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht dat deze in staat is om op basis van de cliënt verkregen informatie op voortvarende wijze de relevante feiten en omstandigheden vast te stellen. Dat klaagster ermee heeft ingestemd dat de behandeling van haar zaak zou worden opgeschort gedurende verweersters afwezigheid vanwege zwangerschapsverlof is voorts niet gebleken. Naar het oordeel van de raad klaagt klaagster terecht over het feit dat de zaak lang stil heeft gelegen. In zoverre is de klacht gegrond. Klaagster verwijt verweerster voorts dat zij uiteindelijk het dossier heeft gesloten. Het is begrijpelijk dat klaagster teleurgesteld is over dat negatieve procesadvies, maar daarvan kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Indien klaagster zich niet met de aanpak van verweerster kon verenigen, lag het op haar weg om zich tot een andere advocaat te wenden. Van het feit dat verweerster klaagsters dossier heeft gesloten, kan verweerster naar het oordeel van de raad kortom geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht deels gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19206b

    Klacht tegen radiotherapeut. De radiotherapeut wordt verweten dat zij: a) ten onrechte als diagnose heeft gesteld dat er sprake was metastasen in de longen en geen nadere controles en onderzoek heeft uitgevoerd; b) klager ten onrechte heeft aangemerkt als ‘ongeneeslijk ziek en uitbehandeld’ en ten onrechte heeft afgezien van de aanvankelijk voorziene curatieve bestraling en heeft gekozen voor een palliatieve methode; c) ten onrechte heeft afgezien van iedere verdere behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/95

    Klacht tegen huisarts. Klager werd door de huisarts gezien in 2013 toen hij diverse lichamelijk klachten had, waaronder een loopoor en koorts. Een paar dagen eerder was klager al door een collega gezien. De klachten waren verergerd. De huisarts dacht aan een influenza en een middenoorsteking en stelde voor om voor de zekerheid ook een bloedonderzoek te laten verrichten de volgende dag. Later die dag verwees de huisarts klager, op dringend verzoek van diens zus, met spoed naar het ziekenhuis waar bleek dat hij een bacteriële hersenvliesontsteking had. De huisarts wordt – kort samengevat – verweten dat hij onvoldoende adequaat heeft gehandeld door aanvankelijk te volstaan met het inplannen van een bloedonderzoek de volgende dag en niet te vragen of de pijnmedicatie voldoende was. Ook heeft hij onvoldoende onderzoek gedaan en zou hij klager onheus bejegend hebben tijdens een nagesprek. Het college acht de verwijten die zien op het medisch handelen van verweerder gegrond en het verwijt omtrent de bejegening ongegrond. De huisarts krijgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-054

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Het College ziet geen aanleiding om de deskundigheid van beklaagde als verzekeringsarts in het kader van de keuring in twijfel te trekken. Beklaagde heeft op basis van de beschikbare medische gegevens en zijn eigen onderzoek een zelfstandig oordeel gevormd over de loopbeperking van klager. Het College heeft verder geen aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat het rapport van beklaagde ten aanzien van de inzichtelijkheid en objectiviteit niet aan de eisen voldoet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/010

    Klagers dienen een klacht in jegens een kinderoncoloog over de behandeling van hun inmiddels overleden minderjarige dochter. Zij verwijten de kinderoncoloog onder meer hun dochter ten onrechte te hebben behandeld met een experimentele behandeling, dat zij tekort is geschoten in haar informatieplicht met betrekking tot de experimentele behandeling en dat zij tijdens de behandeling in strijd heeft gehandeld met het studie-protocol door een medicijn voor chemotherapie toe te dienen. Verweerster voert verweer. deels gegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-261

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Beklaagde heeft niet voldaan aan de eisen van vakkundigheid en deskundigheid inzake het verrichten van een onderzoek dat aan een deskundigenrapport ten grondslag ligt. Het deskundigenrapport van beklaagde voldoet niet aan de eisen van vakkundigheid en deskundigheid, zoals geformuleerd door het CTG. Het College voegt daaraan toe dat een deskundige niet verplicht is alternatieve oorzaken aan te geven voor beperkingen, als hij meent het oneens te zijn met door anderen gestelde causaal verband tussen een ongeval en beperkingen. Vermeldt de deskundige wel alternatieve oorzaken, zoals in dit geval de echtscheiding en persoonlijkheidsfactoren, dan dient hij die vermoedens nader te onderbouwen, hetgeen hier niet afdoende is gebeurd. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:204 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200065

    Klacht betreft de kwaliteit van de werkzaamheden van de eigen advocaat. Verweerder zou onnodig juridische verweerschriften hebben opgesteld in een 2e en 3e ontslagprocedure bij het UWV terwijl reeds eerder een 1ste ontslagaanvraag was ingediend, waarop positief was beslist. Niet gebleken is dat de het schriftelijke verweer op de 2e en 3e ontslagaanvraag zinloos was. Evenmin kan worden vastgesteld dat de telefonische contacten die verweerder heeft gehad met de wederpartij en het UWV onnodig waren en dat verweerder niet over voldoende dossierkennis beschikte dan wel anderszins de belangen van klaagster onvoldoende heeft behartigd. Van excessief declareren is ook niet gebleken. Alle klachtonderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/035

    Klacht tegen kinder- en jeugdpsychiater over onder meer het zonder toestemming van de ouders doorgeven van informatie aan derden en overleg plegen met andere hulpverleners. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-028

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Beklaagde heeft in opdracht van de advocaat van de werkgever van klager een huisbezoek bij klager afgelegd in het kader van een second opinion. Beklaagde is tijdens het gesprek onduidelijk geweest en heeft klager niet volledig ingelicht over het doel van zijn bezoek en de te beantwoorden vragen. Beklaagde heeft verzuimd om een concept van het advies aan klager voor te leggen dan wel de inhoud van dat advies met klager te bespreken. Hierdoor heeft klager zijn correctie- en blokkeringsrecht niet kunnen uitoefenen. Voorts had beklaagde zonder kennisneming van relevante medische informatie en zonder een deugdelijke anamnese geen advies mogen uitbrengen over de werkhervattingsmogelijkheden van klager. Het College vindt bekendmaking van de beslissing van belang, omdat het vragen heeft bij de wenselijkheid van dit soort onderzoeken, waartegen de richtlijnen van de NVAB zich op zichzelf niet verzetten, naast de bestaande mogelijkheden die een werkgever heeft wanneer hij zich niet kan vinden in het oordeel van zijn bedrijfsarts. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping en publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:205 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200108

    Verzoek tot aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-220

    Gegronde klacht tegen een arts. Voortzetting van de klacht door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Beklaagde heeft zich op onzorgvuldige wijze een definitief oordeel gevormd over de mogelijkheid van de oorspronkelijke klager om te re-integreren in zijn eigen werk, hoewel de klager zich nog in een hersteltraject bevond en nog onder behandeling was. Beklaagde heeft onvoldoende acht geslagen op de rapportages van de behandelaren van de klager. Beklaagde heeft op dit punt ook geen enkel zelfinzicht getoond. Verder is beklaagde tekort geschoten in zijn informatieverplichting over de supervisie en heeft ten onrechte door het stellen van een onjuiste voorwaarde niet meegewerkt aan een second opinion. Het feit dat beklaagde heeft ingestemd met althans meegewerkt aan het aansprakelijk stellen van de klager voor de kosten van de tuchtprocedure, waardoor de klager zich genoodzaakt heeft gezien de klacht in te trekken, acht het College buitengewoon ernstig, omdat dit het wettelijk recht op het indienen van een tuchtklacht en de verplichting van een arts om zich toetsbaar op te stellen in kern aantast. Daar komt bij dat de gemachtigde van beklaagde ter zitting weliswaar heeft aangegeven dat beklaagde dit een volgende keer niet weer zal doen, maar niettemin geen bereidheid heeft getoond om hierop te reflecteren en integendeel de aansprakelijkstelling heeft verdedigd. Klacht gegrond verklaard. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden en publicatie van de beslising.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:215 Raad van Discipline Amsterdam 20-180/A/A

    Klacht over uitlatingen die verweerder heeft gedaan in het kader van een over hem ingediende tuchtklacht ongegrond. De raad stelt voorop dat hij er begrip voor heeft dat klager de gewraakte uitlatingen als grievend heeft ervaren. De raad kent evenwel groot gewicht toe aan de omstandigheden waaronder verweerder die uitspraken heeft gedaan. Die maken dat de raad van oordeel is dat dat gedrag verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten valt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:216 Raad van Discipline Amsterdam 20-258/A/A

    Deels niet-ontvankelijke en deels ongegronde klacht. Niet gebleken dat de door verweerder gebruikte woorden in zijn brief aan de deken onjuist zijn en ook overigens is de brief niet klachtwaardig.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:210 Raad van Discipline Amsterdam 20-643/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. De brief van verweerster is niet als bedreigend aan te merken. Evenmin sprake van onnodig grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:217 Raad van Discipline Amsterdam 20-248/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/090

    Klager dient een klacht in tegen een psychiater met onder andere het verwijt dat hij disproportioneel heeft gereageerd door na het mislopen van twee afspraken de behandelovereenkomst met klager op te zeggen. Verweerder daarentegen geeft aan dat de reden waarom de behandelovereenkomst is beëindigd te maken heeft met het uitbehandeld van klager binnen de de specialistische ggz en hij voor klager meer mogelijkheden ziet binnen de basis ggz. Verweerder heeft geprobeerd klager warm over te dragen naar de basis ggz, maar dat is helaas niet gelukt en uiteindelijk is klager naar de huisarts terugverwezen. Het college verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:211 Raad van Discipline Amsterdam 20-031/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:212 Raad van Discipline Amsterdam 20-177/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-002/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van het gegeven advies en de dienstverlening. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet genoemde termijn. Dat verweerster klager heeft bijgestaan in een kansloze beslagzaak en kwalitatief geen goed werk heeft geleverd is niet gebleken, noch dat zij excessief heeft gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:213 Raad van Discipline Amsterdam 20-178/A/A

    Deels gegrond verzet. Anders dan de voorzitter is de raad van oordeel dat verweerder ingevolge Gedragsregel 15 lid 2 toestemming aan klager had moeten vragen om de brief aan de raad te sturen, of op zijn minst een afschrift van de brief aan klager moeten sturen. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:214 Raad van Discipline Amsterdam 20-179/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/012

    Klaagster verwijt verweerder dat hij gedreigd heeft met een gedwongen opname en de wens van klaagster met rust gelaten te worden niet heeft gerespecteerd. Verweerder heeft primair de niet-ontvankelijkheid van klaagster bepleit, subsidiair heeft verweerder de klacht bestreden. Het college heeft klaagster ontvankelijk verklaard en de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/105

    Klager, gedetineerd in het kader van een TBS-oplegging, verwijt verweerder onder meer dat hij de in het PBC vastgestelde diagnose heeft gevolgd en dat hij een verkeerde behandeling krijgt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 260/2019

    Chirurg zou niet tijdig hebben ingegrepen om hypernatriëmie bij patiënt terug te dringen, wat tot diens dood zou hebben geleid. Het college overweegt dat de patiënt op alle vlakken achteruit ging na het oplopen van ribfracturen. De hypernatriëmie was slechts een van de complicaties. In afwachting van de beslissing van de familie om de behandeling al dan niet te doen voortzetten had het infuusbeleid wel al aangepast moeten worden. In het geheel weegt dit echter niet zwaar genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/104

    Klager, gedetineerd in het kader van een TBS-oplegging, verwijt verweerster onder meer dat zij de in het PBC vastgestelde diagnose heeft gevolgd en dat hij een verkeerde behandeling krijgt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 216/2019

    Klacht tegen huisarts. Beklaagde wordt verweten dat hij zich tijdens een consult onbehoorlijk heeft gedragen en niet de benodigde zorg heeft geboden. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-335/DB/OB

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening in een strafzaak. Klager is niet in zijn belangen geschaad doordat verweerder tijdens de zitting bij het hof op 8 december 2016 een brief van mr. S aan PH niet heeft ingebracht. In het algemeen geldt dat een advocaat een processtuk voorafgaand aan indiening in concept aan de cliënt moet voorleggen. Dat heeft verweerder nagelaten. Waar verweerder heeft gesteld dat de inhoud van de cassatieschriftuur en de daarin opgenomen gronden voorafgaand aan indiening met klager zijn besproken en klager niet concreet heeft onderbouwd op welke punten de inhoud van de schriftuur afweek van het besprokene, kan verweerder hiervan echter geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Ook van de onttrekking kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Hij mocht concluderen dat sprake was van een vertrouwensbreuk. Hij heeft zich wel erg kort voor de zitting onttrokken, maar klagers belangen zijn hierdoor niet geschaad. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 217/2019

    Klacht tegen huisarts. Beklaagde wordt verweten: (1) dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft gegeven, (2) dat zij ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een andere beroepsbeoefenaar (cardioloog), (3) haar optreden bij het aanbieden van een brief twee dagen na een consult. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-175/DB/OB

    Klacht tegen curator terecht op grond van de artikelen 46g, lid 1 sub a en 46j lid 1 sub c Advocatenwet niet-ontvankelijk resp. kennelijk ongegrond verklaard. Verzet ongegrond.

  • Diverse klachten naar aanleiding van verricht onderzoek naar aanleiding van signalen over onregelmatigheden; vervolg op eerdere klachten. Klachtonderdelen d (deels), f, g, j, k en m niet-ontvankelijk; klachtonderdelen a, b, c, d (deels), e, h, i, l, n, o en p ongegrond. Geen misbruik van tuchtrecht. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkenen er ten tijde van het uitvoeren van het persoonsgericht onderzoek van mochten uitgaan dat de accountantsorganisatie onder de uitzondering van artikel 1, derde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus viel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 019/2020

    Klacht naar aanleiding van het door beklaagde onvoldoende serieus nemen van de klachten van klaagster en het missen van de juiste diagnose. Klacht ongegrond nu beklaagde voldoende de regie heeft gevoerd en de klachten van klaagster voldoende serieus heeft genomen