Zoekresultaten 14901-14950 van de 47966 resultaten
-
ECLI:NL:TGZREIN:2020:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19164a
- Datum publicatie: 29-10-2020
- Datum uitspraak: 29-10-2020
- ECLI:NL:TGZREIN:2020:51
Dermatoloog wordt verweten dat hij nalatig is geweest bij de behandeling van klaagster, het medisch dossier niet goed heeft bijgehouden en klaagster heeft behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding in plaats van als patiënte met een melanoom (high risk) verleden. Alle klachtonderdelen ongegrond. Geen sprake geweest van nalatigheid, onderzoek en behandeling toereikend, klachtonderdeel medisch dossier niet voldoende onderbouwd en niet gebleken dat klaagster ten onrechte is behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2020:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19164b
- Datum publicatie: 29-10-2020
- Datum uitspraak: 29-10-2020
- ECLI:NL:TGZREIN:2020:52
Chirurg wordt verweten dat hij nalatig en onzorgvuldig is geweest bij de behandeling van klaagster, de verkeerde diagnose heeft gesteld, een verkeerde follow-up heeft voorgesteld, het medisch dossier niet goed heeft bijgehouden en klaagster heeft behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding in plaats van als patiënte met een melanoom (high risk) verleden. Alle klachtonderdelen ongegrond. Geen sprake van nalatigheid c.q. onzorgvuldigheid of verkeerde diagnose. Onderzoek en behandeling toereikend. Follow up conform protocol. Klachtonderdeel medisch dossier niet voldoende onderbouwd. Niet gebleken dat klaagster ten onrechte is behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2020:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19164c
- Datum publicatie: 29-10-2020
- Datum uitspraak: 29-10-2020
- ECLI:NL:TGZREIN:2020:53
Radioloog wordt verweten dat zij nalatig is geweest, de verkeerde diagnose heeft gesteld, onzorgvuldig is geweest door bij tweede bezoek klaagster geen biopt te nemen en klaagster heeft behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding in plaats van als patiënte met een melanoom (high risk) verleden. Alle klachtonderdelen ongegrond. Uitgevoerde onderzoek was toereikend, geen sprake van verkeerde diagnose of onzorgvuldig handelen, nemen biopt was bij tweede bezoek niet geïndiceerd. Niet gebleken dat klaagster ten onrechte is behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-165/DB/ZWB
- Datum publicatie: 28-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:86
Advocaat heeft in hoedanigheid van deken gehandeld binnen de beleidsvrijheid die hem in die hoedanigheid toekwam. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-034/DB/LI/D
- Datum publicatie: 28-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:87
Advocaat is niet in het bezit van een adequate beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Sprake van een dusdanig zorgelijke financiële situatie waardoor advocaat in behoorlijke praktijkuitoefening wordt belemmerd. Advocaat is –mede als gevolg van die zorgelijke financiële situatie- betrokken bij een grote hoeveelheid klachtzaken en bemiddelingsverzoeken aan de deken. Bezwaar gegrond. Schrapping. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:208 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200082
- Datum publicatie: 28-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:208
Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder mocht de wederpartij rechtstreeks benaderen onder de gegeven omstandigheden. Dat een dagvaarding was betekend en aangebracht en de procedure niet was geroyeerd doet daar niet aan af. De procedure lag al acht maanden stil zonder dat er contact was geweest tussen verweerder en de gemachtigde van klagers. Klagers hebben verweerder expliciet bericht van de zaak af te willen, dat zij niet meer worden bijgestaan door de gemachtigde en verzocht om een schikking. Verweerder mocht onder de gegeven omstandigheden op dit bericht vertrouwen. In de tuchtprocedure is door de gemachtigde van klagers geen verklaring van klager overgelegd waaruit blijkt dat klager terug wil(de) komen op de schikking noch dat hij een andere verklaring dan verweerder heeft over de gang van zaken rondom de schikking. Verweerder hoefde een en ander dus niet te verifiëren bij de gemachtigde van klagers. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:209 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200107
- Datum publicatie: 28-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:209
Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft onvoldoende duidelijk gecommuniceerd in reactie op het plan van aanpak van klager, waarin klager voor de zaak essentiële vragen heeft gesteld en het voornemen heeft opgenomen het hoofdkantoor van zijn werkgever aan te schrijven wat een schending van het geheimhoudingsbeding van klager zou (kunnen) meebrengen. Verweerder had klager hierover moeten adviseren en de afspraken schriftelijk vast moeten leggen. Tevens heeft verweerder onvoldoende duidelijk gereageerd op het verzoek van klager een e-mail van de advocaat van de wederpartij over te leggen in de procedure. Als verweerder dat niet wilde doen omdat hij meende dat het confraternele correspondentie betrof, had hij dit schriftelijk moeten terugkoppelen aan klager. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard, omdat die door klager onvoldoende onderbouwd zijn. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:210 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200128W
- Datum publicatie: 28-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:210
Afwijzing wrakingsverzoek. Het hof is van oordeel dat verzoeker zijn verzoek tot wraking van verweerders te laat heeft gedaan. Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek met betrekking tot gebeurtenissen ter zitting van 21 augustus 2020 immers pas eerst op 1 september ingediend. Verzoeker heeft daarover verklaard dat hij alles moest laten bezinken en dat hij zo ontdaan was dat hij niet in staat was een en ander op papier te zetten. Van een professionele rechtsbijstandverlener als verzoeker, die sinds 2006 advocaat is, mag echter worden verwacht dat hij, zoals de wet voorschrijft, het wrakingsmiddel terstond inzet wanneer de redengevende feiten of omstandigheden om te wraken zich voordoen. Hieraan kan weliswaar nog een korte periode voor reflectie worden toegevoegd, maar het hof acht elf dagen daarvoor een te lange periode. Uit het wrakingsverzoek, alsook uit het proces-verbaal van de zitting van 21 augustus 2020, blijkt immers dat verzoeker al op de zitting het gevoel had dat er niet naar hem werd geluisterd, dat er werd gedaan alsof hij een opzettelijke leugenaar zou zijn en dat hij geen eerlijke behandeling van zijn zaak kreeg. Daar had hij op dat moment, of kort daarna, naar kunnen handelen. Aan een inhoudelijke beoordeling van de wrakingsgronden komt de wrakingskamer om die reden niet toe.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:211 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200133
- Datum publicatie: 28-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:211
Beklag ex art. 5 Advocatenwet tegen de beslissing van de raad van de orde om klagers verzoek tot (her)inschrijving op het tableau niet in behandeling te nemen. Het hof stelt vast dat klager, voordat hij zichzelf van het tableau liet schrappen, in een hooglopend en langdurig conflict was gekomen met de wederpartij van zijn cliënt, de deken van het arrondissement en in diens voetspoor verweerder. Klager is op grond van zijn handelen in die kwestie tuchtrechtelijk veroordeeld en liet zich schrappen toen de deken voornemens was om onderzoek te doen naar klager en zijn kantoorgenoot. Op het moment van klagers verzoek waren nog geen twee jaar verstreken sinds de schrapping. De voorgeschiedenis van de schrapping wordt niet genoemd in het verzoek. Evenmin blijkt eruit dat klager de (zakelijke) banden heeft verbroken met de desbetreffende kantoorgenoot. Klager heeft er tegenover de raad geen blijk van gegeven dat hij zich ervan bewust is dat hij diverse betrokkenen in hun beroeps- of ambtsuitoefening heeft geraakt en mogelijk beschadigd. Aan de suggestie van leden van de raad om daarover met de vorige deken in contact te treden, heeft hij geen gehoor gegeven. Gelet op deze omstandigheden heeft de raad in het licht van de voorgeschiedenis kunnen oordelen dat sprake is van de gegronde vrees dat klager zich, wanneer hij opnieuw tot de balie zou toetreden, andermaal schuldig zou maken aan gedrag dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:206 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200017 en 200018
- Datum publicatie: 28-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:206
Klachten over eigen advocaten. Verweerder in 200018 heeft de letselschadezaak na een kopstaartbotsing van klagers in behandeling genomen. Het hof oordeelt dat verweerder als professional in een tuchtprocedure wordt verwacht dat hij op eigen initiatief inzicht biedt in zijn handelwijze bij de uitoefening van zijn beroep. Gezien het zeer summiere dossier en gebrek aan processtukken in de procedure van klagers acht het hof aannemelijk dat verweerder niet voortvarend heeft gehandeld zoals dat van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht. Het overleggen van urenspecificaties is daartoe onvoldoende. Dat hij slecht bereikbaar was is door klagers niet aannemelijk gemaakt. De klacht dat klagers geen opdrachtbevestiging hebben ontvangen van verweerder verklaart het hof ongegrond. De verklaringen van partijen zijn tegenstrijdig over de gang van zaken rondom de opdrachtbevestiging zodat dit zonder een feitelijke grondslag niet kan worden vastgesteld. Het hof acht het aannemelijk dat klagers de opdrachtbevestiging hebben gelezen en getekend gezien de verklaringen in de procedure bij de raad. Tot slot heeft verweerder in tegenstelling tot wat in de opdrachtbevestiging staat klagers niet geïnformeerd toen de schadeverzekeraar verweerder berichtte de declaraties niet te zullen vergoeden. Hierdoor zijn klagers overvallen door de declaraties bij de beëindiging van de dienstverlening. Aan verweerder wordt een berisping opgelegd, nu hij de kernwaarde deskundigheid en financiële integriteit heeft geschonden. Verweerder in 200017 nam het dossier van verweerder in 200018 over toen hij met pensioen ging. Tegen hem wordt alleen de klacht over de te trage dossieroverdracht gegrond verklaard. Nadat een belangenbehartiger van klagers zich had gemeld heeft verweerder het dossier nog 2,5 maand onder zich gehouden. De onduidelijkheid rondom de belangenbehartiging ontstond pas nadat de behartiger al een rappel had gestuurd en was dus geen reden het dossier niet al onverwijld na het eerste verzoek over te dragen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264d
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:113
Kennelijk ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. In deze zaak staat ter toetsing of beklaagde binnen de gestelde tijd voor spoedoperaties aanwezig was in het ziekenhuis. Het College is van oordeel dat niet is gebleken van onvolkomenheden in het handelen van beklaagde. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264a
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:107
Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klagers klagen in het bijzonder over onvoldoende begeleiding door beklaagde van de hoge bloeddruk van klaagster tijdens de zwangerschap. Klaagsters bloeddruk is terecht gekwalificeerd als matige zwangerschapshypertensie. Beklaagde heeft hierop gehandeld conform het protocol van het ziekenhuis en de NVOG-richtlijn “Hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap”. Dit protocol vermeldt bij matige zwangerschapshypertensie: “Afhankelijk van de bloeddruk en foetale parameters klinische of frequente poliklinische controle”. Dat beklaagde voor het laatste heeft gekozen valt naar het oordeel van het College binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264g
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:114
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. Gebleken is dat door beklaagde de nodige onderzoeken zijn verricht en dat er geen aanwijzingen zijn dat beklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld. Het College komt tot het oordeel dat beklaagde adequaat en zorgvuldig heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264f
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:108
Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Voor wat betreft de opname overweegt het college dat beklaagde heeft gehandeld conform het protocol van het ziekenhuis en de NVOG-richtlijn “Hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap”. Dit protocol vermeldt bij matige zwangerschapshypertensie: “Afhankelijk van de bloeddruk en foetale parameters klinische of frequente poliklinische controle”. Dat beklaagde voor het eerste (de opname) heeft gekozen valt naar het oordeel van het College binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264i
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:115
Klacht kennelijk niet-ontvankelijk tegen een verloskundige. In het klaagschrift hebben klagers in diverse, verschillende, klachten tegen verschillende zorgverleners van het ziekenhuis geuit. Wat klagers echter in dit verband precies van beklaagde hadden verwacht of wat volgens klagers de (verwijtbare) rol van beklaagde hierin is geweest, is uit het klaagschrift niet duidelijk geworden. Beklaagde kan zich hiertegen onvoldoende verweren. Het klaagschrift voldoet daarom niet aan de eisen van artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en artikel 4 van het Tuchtrechtbesluit BIG. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264b
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:109
Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Gezien het feit dat de bloeddruk op 15 december 2018 lager was in vergelijking met die van 5 dagen ervoor, was er voor beklaagde geen reden om klaagster op te nemen. Hoewel er een discrepantie lijkt te zijn tussen het niet opnemen van klaagster terwijl de medicatie wel is verhoogd, is er geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen; de behandeling was er in de dagen ervoor op gericht de bloeddruk te verlagen. In korte tijd is met het ophogen van de medicatie een lagere bloeddruk gerealiseerd. Het College acht de beslissing van beklaagde om klaagster niet op te nemen verdedigbaar. Verder zijn er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat beklaagde de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen. Ook in het natraject is hier niet van gebleken, voor zover klagers daarover hebben geklaagd. Beklaagde heeft waar nodig steeds uitleg gegeven en heeft klagers begeleid in het natraject. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-046
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:116
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Vaststaat dat beklaagde het medisch dossier van klager heeft ingezien terwijl zij geen behandelrelatie met hem had en klager haar daartoe ook geen toestemming had verleend. Zij had dus geen recht op inzage in het patiëntendossier van klager. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Omdat b eklaagde ter zitting inzicht heeft getoond in het laakbare van haar handelen door haar werkgever disciplinair is gestraft , wordt geen maatregel opgelegd. Publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2020:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2019/02
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TDIVBC:2020:8
Met het Veterinair Tuchtcollege is het College van oordeel dat, gelet op de klachten waarmee de hond werd aangeboden in combinatie met de door de dierenarts beschreven bevindingen, het veterinair handelen van de dierenarts nog binnen de grenzen van de redelijke bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264c
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:110
Ongegronde klacht tegen een arts. Beklaagde is slechts kort bij de behandeling van klagers betrokken. Er zijn geen aanwijzingen dat beklaagde niet overeenkomstig de professionele standaard heeft gehandeld dan wel anderszins verwijtbaar nalatig is geweest. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-071
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:117
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Beklaagde heeft zich gedurende een aantal maanden geldbedragen van aan zijn zorg toevertrouwde cliënten op onrechtmatige wijze toegeëigend. Het College is van oordeel dat beklaagde door zich wederrechtelijk geld van kwetsbare en van hem afhankelijke cliënten toe te eigenen, ver buiten de professionele grenzen is gegaan die hij als verpleegkundige/persoonlijk begeleider in acht had te nemen. Nu beklaagde niet ter zitting is verschenen, heeft hij niet kunnen toelichten wat de stand van zaken is omtrent behandeling van zijn psychische problematiek. Informatie aan de hand waarvan het College in staat wordt gesteld de kans op herhaling in te schatten en te beoordelen in welke mate beklaagde inzicht toont in de laakbaarheid van zijn gedrag en de gevolgen van dat gedrag voor de benadeelde cliënten, ontbreekt. Onder deze omstandigheden acht het College het niet verantwoord om beklaagde na enige tijd terug te laten keren in zijn beroep als verpleegkundige. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Doorhaling van de inschrijving in het BIG-register en publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264h
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:111
Ongegronde klacht tegen een kinderarts. Het College is van oordeel dat niet is gebleken van onvolkomenheden in het handelen van beklaagde. De reanimatie is volgens de Richtlijn ‘Reanimatie van pasgeborenen’ verlopen. Bovendien heeft beklaagde de uitkomst van bepaling bloedgas en lactaat afgewacht en betrokken bij het besluit om de reanimatie te staken. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2020:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen F2019/03
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRGRO:2020:12
Klacht tegen bekkenfysiotherapeut. Klaagster verwijt beklaagde dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld, onzorgvuldig en onbevoegd een niet-erkende behandeling (de NIMOC-methode) heeft toegepast en onvoldoende is voorgelicht over het risico dat de klachten konden verergeren door de behandeling. Daarnaast verwijt klaagster beklaagde onvoldoende dossierverslaggeving en onzorgvuldig declareren. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond. Beklaagde heeft na anamnese en lichamelijk onderzoek een passende en milde behandeling toegepast, zoals blijkt uit het dossier, waarvoor beklaagde is opgeleid. Niet gebleken is dat de verergering van klachten bij klaagster aan beklaagde toe te rekenen is noch dat beklaagde op onzorgvuldige of afwijkende wijze zorg heeft gedeclareerd.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264e
- Datum publicatie: 27-10-2020
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:112
Klacht kennelijk niet-ontvankelijk tegen een arts. In het klaagschrift hebben klagers verschillende klachten tegen verschillende zorgverleners van het ziekenhuis geuit. Uit het medisch dossier blijkt niet dat beklaagde betrokken is geweest bij de behandeling van klaagster. Wat klagers in dit verband precies van beklaagde hadden verwacht of wat volgens klagers de (verwijtbare) rol van beklaagde hierin is geweest, is niet duidelijk geworden. Beklaagde kan zich hiertegen onvoldoende verweren. Het klaagschrift voldoet daarom niet aan de eisen van artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en artikel 4 van het Tuchtrechtbesluit BIG. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/095
- Datum publicatie: 26-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:138
Klager dient een klacht in tegen een KNO-arts. Hij verwijt de arts dat hij onnodig voor een operatie klagers neusschelp heeft aangetast (vermoedelijk om ruimte voor zichzelf te maken bij het opereren volgens klager) met als gevolg ernstige levenslange klachten van het Lege neus syndroom tot gevolg, dat de aantasting van de neusschelp heeft ontkend en uit het operatieverslag heeft weggelaten, steeds maar verklaarde dat klagers klachten mentaal waren, dat hij een second opinion arts heeft beïnvloed door in zijn verwijzing onwaarheden over klagers opstelling heeft opgenomen etc. Verweerder voert aan dat hij het zeer scheefstaande neustussenschot heeft rechtgezet via een craniale benadering. Hij heeft geen deel van de neusschelp verwijderd of erin geknipt of deze middels eletriciteit doen slinken. Hij betwist met klem dat hij verrichtingen in of aan de neus van klager uit het operatieverslag heeft gelaten. Hij heeft de klachten van klager steeds serieus genomen; hij vindt het aannemelijk dat door de gecreëerde ruimte in de neus er een verandering in de luchtstroom is ontstaan die een andere sensatie hebben veroorzaakt. De klachten van klager zijn niet objectiveerbaar, maar verweerder zal de ervaring van klager ook niet weerleggen. Het college verklaart de klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365140 KL RK 20-9
- Datum publicatie: 26-10-2020
- Datum uitspraak: 11-08-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:26
Klacht afwikkeling nalatenschap. Klaagster verwijt de notaris tal van onzorgvuldigheden. Klachten allen ongegrond. Vanwege gebrek aan voldoende deugdelijke onderbouwing dan wel vanwege gemotiveerde weerlegging van de klachtgronden door de notaris.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/060
- Datum publicatie: 26-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:139
Verweerder, huisarts, wordt onder meer verweten de behandelovereenkomst onrechtmatig te hebben opgezegd en niet adequaat te hebben gereageerd op een aansprakelijkstelling. Deels gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TACAKN:2020:62 Accountantskamer Zwolle 20/70 en 20/71 Wtra AK
- Datum publicatie: 26-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TACAKN:2020:62
Klacht over waardebepaling onderneming op gezamenlijk verzoek van gescheiden echtelieden, over de totstandkoming van het rapport en over de behandeling van een interne klacht bij het accountantskantoor. Klachten ongegrond. Klager heeft niet onderbouwd waarom het rapport niet eenduidig interpreteerbaar is. De Accountantskamer is van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd dat de accountant zich bij de uitvoering van zijn onderzoek heeft laten “verleiden” dan wel anderszins onheus heeft laten beïnvloeden door klagers voormalige echtgenote en haar advocaat. Als deskundige had de accountant een zekere vrijheid bij de inrichting van zijn onderzoek. Het behoorde niet tot de taak van de accountant, als door klager en zijn voormalige echtgenote ingeschakelde deskundige, om zich uit te laten over de civiele procedure die tussen klager en zijn voormalige echtgenote gevoerd werd. Niet gebleken is dat de accountant in zijn communicatie over het tijdsverloop dat gemoeid was met het maken van het rapport tekort is geschoten. Dat de behandeling van de interne klacht tegen de accountant niet tot het door klager gewenste resultaat heeft geleid, betekent niet dat de interne klacht daarmee onzorgvuldig is behandeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-857/DB/OB/D
- Datum publicatie: 26-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:84
Dekenbezwaar. Gedragingen van verweerder in de privésfeer die absoluut ongeoorloofd zijn. In het midden kan blijven hoe deze feiten strafrechtelijk kunnen worden gekwalificeerd. Vertrouwen in de advocatuur en in de eigen beroepsuitoefening geschaad en gehandeld in strijd met de kernwaarden van de advocatuur. Administratie kantoor niet op orde. Verweerder heeft, ondanks herhaalde verzoeken, de deken niet de mogelijkheid gegeven om inzicht te krijgen in de actuele financiële positie waarin verweerders advocatenpraktijk zich bevindt. Zonder concrete aanwijzingen dat de kernwaarden van de advocatuur in het geding zijn en zonder aanknopingspunten in de regelgeving, ziet de raad geen grond om het bezwaar van de deken, voor zover dat ziet op de exploitatie door verweerder van een shisha lounge, gegrond te achten. Naar het oordeel van de raad is daarentegen wel sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen voor zover verweerder niet heeft zorg gedragen voor een gesplitste financiële administratie van de advocatenpraktijk enerzijds en de shisha lounge anderzijds. Het is als bepaald onbehoorlijk aan te merken om te laat te verschijnen bij afspraken en zittingen en de aan het adres van de deken gemaakte verwijten en door verweerder geuite insinuaties over de beweegreden van de deken voor diens optreden jegens verweerder zijn naar het oordeel van de raad ontoelaatbaar. Dekenbezwaar deels gegrond. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden: schrapping. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-866/DB/OB
- Datum publicatie: 26-10-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:85
Verweerder heeft zich binnen de proeftijd schuldig gemaakt aan een in art. 46 Advocatenwet bedoelde gedraging. De raad gelast ex art. 48e Advocatenwet de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk aan verweerder opgelegde schorsing voor de duur van acht weken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.356
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:182
Klacht tegen anesthesioloog. De anesthesioloog is op de poli Pijngeneeskunde van een ziekenhuis werkzaam. Klager werd vanwege rugklachten met uitstraling naar het linkerbeen tot aan de tenen door zijn behandelend neuroloog naar de anesthesioloog verwezen. Klager verwijt de anesthesioloog dat hij bij de radiofrequente facetdenervatie aan het linkerbeen van klager een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd, doordat bij deze behandeling de rechtervoet van klager plotseling naar voren en omhoog klapte. Als gevolg hiervan heeft klager een blauw en paars rechterbeen dat kouder is dan het linkerbeen, en dat niet meer functioneert waardoor klager al diverse keren gevallen is. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 176/2019
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:117
Klacht tegen GZ-psycholoog deels gegrond. De klachten over het functioneren bij het afstemmingsoverleg, de behandeling, de publicatie van een krantenartikel en de miscommunicatie met de familie rond een nazorggesprek zijn ongegrond. Al met al concludeert het college dat de documentatie onder de maat is, hetgeen niet anders wordt als deze wordt gezien in samenhang met het voortgangsoverzicht, zoals door beklaagde is aangevoerd. Daarbij komt dat ook het voortgangsoverzicht tekortkomingen kent. Zo heeft beklaagde ter zitting aangevoerd dat de risicotaxatie snelle wisselingen kende, maar in het voortgangsverslag komt dat niet, althans niet gestructureerd, terug.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.277
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:189
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door een orthopeed verwezen naar de afdeling neurologie van het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is of was. Zij heeft daar contact gehad met verschillende neurologen. Tegen vijf van hen heeft zij een klacht ingediend. Zij verwijt verweerders in de kern dat zij de diagnose kortdurende infarcten hebben gemist en dat zij haar, vanwege afwijkende labwaarden, niet hebben doorverwezen naar een hematoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.377
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:183
Klacht tegen huisarts. Ruim een week nadat klager zich bij een nieuwe huisarts als patiënt had laten inschrijven, heeft hij deze huisarts gevraagd om een kopie van zijn medisch dossier. Klager verwijt de huisarts (1) dat hij hem niet het volledig medische dossier heeft verstrekt en (2) dat hij klager delen van zijn medisch dossier heeft verstrekt waarvan hij wist dat deze onjuistheden bevatten dan wel vervalst waren. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 gegrond en klachtonderdeel 2 ongegrond en legt aan de huisarts geen maatregel op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 2.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 159/2019AB
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:118
Reikwijdte correctierecht in het kader van een vorderingsprocedure ex artikel 130-134 Wegenverkeerswet 1994.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.278
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:190
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door een orthopeed verwezen naar de afdeling neurologie van het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is of was. Zij heeft daar contact gehad met verschillende neurologen. Tegen vijf van hen heeft zij een klacht ingediend. Zij verwijt verweerders in de kern dat zij de diagnose kortdurende infarcten hebben gemist en dat zij haar, vanwege afwijkende labwaarden, niet hebben doorverwezen naar een hematoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.086
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:184
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De moeder van klager (hierna: patiënte) leed aan dementie. Op verzoek van de huisarts van patiënte heeft de specialist ouderengeneeskunde patiënte in 2013 gezien om (mee) te beoordelen of er sprake was van een medische indicatie voor opname in een verzorgingshuis of een verpleeghuis. Toen patiënte begin 2014 werd opgenomen in een woonzorgcentrum werd de specialist ouderengeneeskunde de behandelend arts van patiënte. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde m.n. dat zij gedurende enkele maanden medische handelingen heeft verricht bij de moeder van klager zonder de aanwezigheid van een medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/077
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:134
Klager dient een klacht in tegen een gezondheidszorgpsycholoog met het verwijt dat hij hem heeft aangeraakt en ongepaste opmerkingen heeft gemaakt, waardoor klager meer last van zijn trauma heeft en heeft gehad. De gezondheidszorgpsycholoog heeft klager, ten tijde van de behandeling minderjarig, benaderd via lichamelijk contact door bijvoorbeeld schouders, rug, borstkas en tepels te masseren. De gezondheidszorgpsycholoog, verweerder, geeft aan dat hij gelooft in de zeggingskracht van lichte vormen van lichamelijk contact bij vormen van behandeling gecombineerd met ontspanningsoefeningen en Mindfulness. Het is nooit zijn intentie geweest dan oefenen in ontspanning. Het is voor hem confronterend dat klager de aanrakingen niet zo heeft ervaren. Gegrond, schorsing inschrijving register voor een periode van een jaar
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.279
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:191
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door een orthopeed verwezen naar de afdeling neurologie van het ziekenhuis waar verweerster werkzaam is of was. Zij heeft daar contact gehad met verschillende neurologen. Tegen vijf van hen heeft zij een klacht ingediend. Zij verwijt verweerders in de kern dat zij de diagnose kortdurende infarcten hebben gemist en dat zij haar, vanwege afwijkende labwaarden, niet hebben doorverwezen naar een hematoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.035
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:185
Klager is na een consult door zijn huisarts naar een psychiater verwezen. Klager verwijt zijn huisarts dat hij: 1. de door klager gerapporteerde lichamelijke klachten net serieus nam; 2. klager onheus heeft bejegend door met de vuisten op tafel te slaan en tegen hem te schreeuwen; 3. klager zonder overleg en zonder diens toestemming heeft doorverwezen naar de psychiater en hierdoor zijn privacy heeft geschonden; 4. de behandelingsovereenkomst met de patiënt ten onrechte heeft opgezegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/106
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:135
Klager verwijt verweerster, GZ-psychologe, ten onrechte de in het PBC gestelde diagnose te hebben gevolgd alsmede dat door haar te laat en naar de verkeerde behandelafdeling te zijn overgeplaatst. Ten slotte voelt klager zich door haar gediscrimineerd omdat verweerster geen verlof voor hem heeft willen aanvragen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.350 en c2019.368
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:186
Klacht tegen psychiater. De aangeklaagde psychiater heeft op verzoek van het UWV een medisch psychiatrische expertise over klaagster opgesteld. De klacht betreft onzorgvuldige rapportage, het correctierecht, schending van klaagsters privacy en bedreiging en intimidatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en de psychiater voor dat deel de maatregel van waarschuwing opgelegd. Beide partijen zijn in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt in beide zaken het beroep. De maatregel van waarschuwing blijft gehandhaafd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/069
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:136
Klager verwijt de GZ-psycholoog (verweerder) dat hij het verslag psychologisch onderzoek omtrent klager mede heeft ondertekend als supervisor zonder klager zelf gezien/gesproken te hebben. Daarnaast bevat het verslag een verkeerde (overgenomen) diagnose en is een belangrijk life event van klager ten onrechte niet opgenomen in het verslag. Tot slot had verweerder klager moeten doorverwijzen voor verder adequaat specialistisch onderzoek. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/373491 KL RK 20-90
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 04-08-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:24
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 223/2019
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:115
Klacht tegen huisarts betreffende consult van klaagster en haar zoon. De klacht is dat hij de suicidale uitingen van patiënt tijdens het consult niet serieus heeft genomen en dat hij klaagster onvoldoende nazorg heeft geboden na de suïcide van haar zoon. Patiënt heeft zich zes weken na het consult gesuïcideerd. Klaagster is ontvankelijk in haar klacht Klacht betreffende serieus nemen en de inschatting suïcidaliteit is niet gegrond. De klacht over het niet nakomen van de afspraak om patiënt te bellen is wel gegrond. Beklaagde heeft maatregelen genomen om dergelijke afspraken niet te vergeten. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.275
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:187
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door een orthopeed verwezen naar de afdeling neurologie van het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is of was. Zij heeft daar contact gehad met verschillende neurologen. Tegen vijf van hen heeft zij een klacht ingediend. Zij verwijt verweerders in de kern dat zij de diagnose kortdurende infarcten hebben gemist en dat zij haar, vanwege afwijkende labwaarden, niet hebben doorverwezen naar een hematoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/364616 KL RK 20-5
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 22-07-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:25
Zonder rechtvaardigingsgrond aan te kunnen voeren heeft de kandidaat-notaris, klaagster als erfgenaam meer dan acht jaren in onwetendheid gelaten over het bestaan en de omvang van haar erfenis. Toen klaagster eenmaal op de hoogte was van de nalatenschap, was de kandidaat-notaris traag en/of onvolledig met het verstrekken van informatie. Door deze gang van zaken zijn fundamentele ambtsbeginselen ernstig verwaarloosd en is het aanzien van en het maatschappelijk vertrouwen in het notariaat ernstig beschadigd. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris het zelfstandig werken als kandidaat-notaris niet langer kan worden toevertrouwd en dat de maatregel van ontzegging van de waarnemingsbevoegdheid voor onbepaalde duur als bedoeld in artikel 103 lid 3 Wna passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.304
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:181
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is een huisarts die – net als de aangeklaagde bedrijfsarts – werkzaam is bij Defensie. De bedrijfsarts werkte al in een gezondheidscentrum van Defensie toen klager daar solliciteerde op de functie van huisarts en ook werd aangesteld. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij zijn functie heeft misbruikt om klager van zijn werkplek te laten uitsluiten, en dat hij de grenzen van zijn functie heeft overschreden door zich met het aanstellingsbeleid van de organisatie te bemoeien. Ook verwijt klager verweerder dat hij negatieve verklaringen over hem heeft afgelegd aan derden zonder dat hij ooit met klager hierover in gesprek is gegaan. Het Regionaal Tuchtcollegecollege verklaart de klacht in zijn geheel gegrond en berispt verweerder. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat klager behoorde tot de verzorgingspopulatie van de bedrijfsarts, maar nooit een beroep heeft gedaan op de bedrijfsarts, zodat geen behandelrelatie is ontstaan. De eerste tuchtnorm is daarom niet van toepassing. De klacht kan wel worden getoetst aan de tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts niet heeft gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt en vernietigt de bestreden beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 013/2020
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:116
Klacht over (onder meer) nazorg en verslaglegging na borstlift en borstvergroting, waarna complicaties (onder meer tepelnecrose) ontstonden. Het college oordeelt dat de verslaglegging geen volledige en waarheidsgetrouwe weergave van de gang van zaken geeft. Ook de nazorg was volstrekt onvoldoende. Overeenkomsten met een eerder tegen beklaagde ingediende klacht die heeft geleid tot een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken. Volgt onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.276
- Datum publicatie: 23-10-2020
- Datum uitspraak: 23-10-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:188
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door een orthopeed verwezen naar de afdeling neurologie van het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is of was. Zij heeft daar contact gehad met verschillende neurologen. Tegen vijf van hen heeft zij een klacht ingediend. Zij verwijt verweerders in de kern dat zij de diagnose kortdurende infarcten hebben gemist en dat zij haar, vanwege afwijkende labwaarden, niet hebben doorverwezen naar een hematoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/8
- Datum publicatie: 22-10-2020
- Datum uitspraak: 28-09-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:19
Klager is door de rechtbank veroordeeld om zijn medewerking te verlenen aan de levering van een registergoed, waarbij een onzijdig persoon is benoemd. Nog voordat de notaris een conceptakte aan klager had toegestuurd en voordat duidelijk was of klager zijn medewerking zou verlenen aan de levering, beschikte de notaris al over een volmacht tot passeren van de onzijdig persoon. Het had op de weg van de notaris gelegen om eerst duidelijkheid te krijgen over de vraag of klager zou meewerken aan de levering. Nu niet vaststaat dat klager zijn medewerking niet wilde verlenen, heeft hij terecht geklaagd over het feit dat hem niet was toegestaan (kosteloos) een reactie te geven op de conceptakte en dat, door hem uit te sluiten bij het passeren van de akte van levering, hem de mogelijkheid is ontnomen vragen te stellen over de onderliggende koopakte. Ook is de kamer (onder meer) van oordeel dat een termijn van twee dagen om te reageren op de conceptakte, voordat de akte zou worden gepasseerd, te kort was. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij de kamer heeft overwogen dat enkele klachtonderdelen wegens gebrek aan informatie van de zijde van de notaris ongegrond worden verklaard. Gelet op het tuchtrechtelijke verleden van de notaris en zijn daarna onveranderde (proces)houding ziet de kamer reden voor het opleggen van de maatregel van twee weken schorsing in de uitoefening van het ambt. De eerder aan de notaris opgelegde maatregelen, waaronder twee keer een week schorsing, hebben kennelijk (nog steeds) niet geleid tot het inzicht dat door een klager geuite bezwaren serieus moeten worden genomen. Ook de onveranderde opstelling van de notaris in de klachtprocedure vervult de kamer aanhoudend met zorg. Proceskostenveroordeling.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 298
- Pagina: 299
- Pagina: 300
- ...
- Pagina: 960
- Volgende pagina zoekresultaten