Zoekresultaten 14651-14700 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:185 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200144

    Appelverbod. Klacht tegen een voorzittersbeslissing van de raad is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:186 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200145

    Appelverbod. Klacht tegen een voorzittersbeslissing van de raad is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:187 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200154

    Artikel 13 beklag. Naar het oordeel van het hof heeft de deken terecht het aanwijzingsverzoek van klager, voor zover dat ziet op het voeren van een procedure tegen de advocaat van zijn wederpartij, afgewezen omdat een dergelijke procedure geen redelijke kans van slagen heeft. Ook in dit beklag heeft klager geen deugdelijke gronden aangevoerd die aanleiding geven te oordelen dat zo’n procedure wel succes zal hebben. Het hof constateert daarbij dat klager in een kort tijdsbestek drie kansloze aanwijzingsverzoeken aan de deken heeft gedaan in dezelfde dan wel aanverwante kwesties. Het beklag zal dan ook niet tot een andere beslissing leiden en ongegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.355

    Klacht tegen huisarts. Tegen klager is een strafrechtelijk onderzoek gestart in verband met het overlijden van zijn schoonmoeder en zijn rol daarin als huisarts. Verweerster was als vaste waarnemer werkzaam in de praktijk van klager en is op enig moment door de politie als getuige gehoord. Klager en zijn echtgenote verwijten verweerster, samengevat, dat zij ondeskundig en in strijd met de waarheid heeft verklaard en daarbij het medisch beroepsgeheim heeft geschonden en dat zij onzorgvuldig medisch heeft gehandeld. Ook verwijten klagers verweerster dat zij uitspraken heeft gedaan die buiten het terrein van haar professionele expertise vallen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft dit laatste onderdeel gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster heeft hierin berust. Klagers hebben beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van de andere klachtonderdelen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.300

    Klacht tegen een verpleegkundig specialist. De beklaagde verpleegkundig specialist is gespecialiseerd in acute zorg bij somatische aandoeningen en werkzaam in een gezondheidscentrum waar klager patiënt was. De verpleegkundig specialist heeft klager op het spreekuur gezien vanwege het vermoeden van een schimmelinfectie aan de penis. Klager verwijt de verpleegkundig specialist dat hij 1. niet bevoegd is een diagnose te stellen, 2. onnodig onderzoek aan de penis van klager heeft verricht, waarbij de betasting een zeer onaangenaam gevoel gaf, 3. geen correcte hulp heeft verleend toen na vier weken de klachten van klager niet weg waren, 4. SOA-testen heeft afgenomen die niet nodig waren toen klager na vier weken terug kwam, 5. medisch relevante informatie incorrect heeft genoteerd en 6. beoordelend heeft opgetreden, waarbij zaken in het dossier zijn genoteerd die niet kloppen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaard de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.343

    Klacht tegen psychiater. Verweerder heeft een adviesgesprek met klaagster gevoerd. Klaagster heeft dit gesprek voortijdig beëindigd. Klaagster verwijt verweerder dat hij ten onrechte een waanstoornis (van het paranoïde type) bij klaagster heeft gediagnosticeerd, hetgeen verweerder volgens klaagster heeft vastgelegd in een brief aan de huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft bij voorzittersbeslissing de klacht kennelijk ongegrond verklaard, wegens het gebrek aan feitelijke grondslag. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.014

    Klacht tegen gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft in opdracht van de Officier van Justitie in 2017 forensisch psychologisch onderzoek verricht bij klager. In dat kader hebben verschillende gesprekken plaatsgevonden tussen klager en de gz-psycholoog. Klager heeft zijn zienswijze met betrekking tot het conceptrapport naar voren gebracht. Vervolgens heeft de gz-psycholoog de definitieve Pro Justitia rapportage uitgebracht. Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij: 1. een zeer onrechtmatig geestesstoornisrapport over klagers levensloop heeft opgesteld; 2. ten onrechte, heeft gerapporteerd dat hij zou lijden aan een waanstoornis of zelfoverschatting. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/437

    Klaagster verwijt de fysiotherapeut (verweerster) dat zij klaagster onzorgvuldig heeft behandeld door een hardhandige behandeling van de geopereerde knie toe te passen, waardoor de klachten van klaagster zijn toegenomen. Voorts verwijt klaagster verweerster ook een gebrek aan transparantie over de behandelingen. Verweerster heeft verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.367

    Klacht tegen psychiater en psychiater in opleiding. Klager heeft een klacht ingediend tegen de psychiater en de psychiater in opleiding die bij klager een second opinion hebben uitgevoerd over de vraag of de eerder bij klager gestelde diagnose schizofrenie wel juist was. Klager verwijt de psychiater dat er geen volledige second opinion is uitgevoerd, dat hij heeft geweigerd een dossiercontrole uit te voeren en dat hij de eerdere diagnose heeft bevestigd. Bovendien verwijt klager de psychiater en de psychiater in opleiding een gebrek aan empathie . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.289

    Klacht tegen verloskundige. Klaagster verwijt verweerster dat zij, ondanks herhaalde verzoeken, niet het volledige medisch dossier aan klaagster heeft toegezonden. Daarnaast is volgens klaagster sprake van gebrekkige dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege kan zich in die beslissing vinden en verwerpt daarom het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.366

    Klacht tegen psychiater. Klager heeft een klacht ingediend tegen de psychiater en de psychiater in opleiding die bij klager een second opinion hebben uitgevoerd over de vraag of de eerder bij klager gestelde diagnose schizofrenie onjuist was. Klager verwijt de psychiater in opleiding dat er geen volledige second opinion is uitgevoerd, dat hij heeft geweigerd een dossiercontrole uit te voeren en dat hij de eerdere diagnose heeft bevestigd, omdat klager de psychiater en de psychiater in opleiding beschuldigt en hen een gebrek aan empathie verwijt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.290

    Klacht tegen een verloskundige. Klaagster verwijt verweerster dat zij, ondanks herhaalde verzoeken, niet het volledige medisch dossier aan klaagster heeft toegezonden. Daarnaast is volgens klaagster sprake van gebrekkige dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege kan zich in die beslissing vinden en verwerpt daarom het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.055

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.311

    Klacht tegen klinisch geriater. Klaagster verwijt de klinisch geriater dat zij het instituut Veilig Thuis heeft ingeschakeld zonder eerst zorgvuldig onderzoek te doen. Zo is er volgens haar ten onrechte niet voorafgaand aan de melding contact geweest met de huisartsen en met het andere ziekenhuis waar klaagster onder behandeling was geweest. Het Regionaal Tuchtcollege stelt vast dat de klinisch geriater pas bij de behandeling van klaagster betrokken is geraakt toen zij werd opgenomen op de afdeling geriatrie van het ziekenhuis. Op dat moment was de melding bij Veilig Thuis al door anderen gedaan. De klinisch geriater kan hier dus geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht daarom niet‑ontvankelijk. In beroep komt het Centraal Tuchtcollege tot dezelfde conclusie over de betrokkenheid van de klinisch geriater. Dit betekent echter dat de klacht ongegrond is (in plaats van niet-ontvankelijk).

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.299

    Klacht tegen een huisarts. De beklaagde huisarts is als waarnemend huisarts verbonden aan een gezondheidscentrum, waar klager patiënt was. Klager, gediagnosticeerd met schizofrenie, paranoïde type, verwijt de huisarts dat zij 1. klager een endocrinologisch onderzoek heeft geweigerd terwijl zijn dopamine laag was, 2. uitging van de diagnose die in de ggz-instelling was gesteld, terwijl daar geen onderbouwing voor was en 3. klager niet heeft geholpen bij het vinden van een nieuwe huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.229

    Klacht tegen psychiater. Klager is in het kader van een voorwaardelijke veroordeling opgenomen geweest in een forensisch psychiatrisch centrum. De psychiater was daar voor een gedeelte van de behandeling zijn behandelend psychiater. Klager verwijt de psychiater dat deze hem zou hebben gedwongen om depotmedicatie (antipsychotica) in te nemen, onder andere door klager in een isoleercel te plaatsen. De psychiater heeft de klacht betwist. Er is geen sprake geweest van dwangmedicatie. De psychiater heeft klager wel geadviseerd medicatie te gebruiken en klager stemde daar uiteindelijk steeds mee in. Dat klager gesepareerd is geweest, was niet om hem te dwingen medicatie te gebruiken maar omdat klager voor ernstige overlast zorgde en dit niet op andere wijze te begrenzen was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/094

    Klager heeft een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (HPKB), welke is afgewezen. In hoger beroep is verweerder verzocht commentaar te geven op een door klager ingebrachte medische rapportage. Volgens klager heeft verweerder zijn onderzoek onzorgvuldig verricht en een rapportage opgesteld die medisch inhoudelijk onjuist is. Klacht ongegrond. Beperkt kader verweerder bij opstellen aanvullend rapport. Ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:181 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200064

    Herstelbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Raad heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het hof verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft geen duidelijkheid verschaft over de vraag of er nog een advocaat-cliënt verhouding was, hij heeft geen uitvoering gegeven aan de opdracht een advies op te stellen over de kans van slagen en de juridische positie en hij heeft in plaats daarvan zonder voorafgaande analyse op tamelijk ongerichte wijze werkzaamheden verricht en hij is de gedane toezegging een sommatie te verzenden, zonder nadere uitleg, niet nagekomen. Ook heeft verweerder de belangen van zijn cliënt laten behartigen door een advocaat die opkomt voor een partij met een tegengesteld belang, waarvan verweerder van meet af aan op de hoogte was. De kernwaarden deskundigheid en partijdigheid zijn geschonden. Het hof legt aan verweerder de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:182 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200076D

    Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder dat hij niet heeft gereageerd op meerdere verzoeken om zich te verweren tegen de klacht van de vereffenaar. De deken heeft voorts de klacht van de vereffenaar overgenomen indien en voor zover de vereffenaar daarin niet-ontvankelijk wordt verklaard (200075). Ontvankelijkheid Voor zover verweerder heeft aangevoerd dat de deken niet-ontvankelijk is, omdat hij (zijn voorganger) bekend was met de feitelijke gedragingen door indiening in 2014 van een eerdere klacht door de vorige vereffenaar, oordeelt het hof dat de deken inderdaad niet-ontvankelijk is op het punt van belangenverstrengeling, vanwege de verstrijking van de klachttermijn. Voor de overige klachtonderdelen gaat dit betoog niet op en is de deken wel degelijk ontvankelijk, omdat de verweten gedragingen eerst naderhand hebben plaatsgevonden. A: niet reageren op de deken Verweerder heeft erkend dat hij niet heeft gereageerd op de verzoeken van de deken en gesteld noch gebleken is dat sprake was van bijzondere omstandigheden. Gegrond. Aanbod tot getuigenverhoor/verwijzing naar werkzaamheden stagiair Het hof heeft het aanbod tot het horen van getuigen afgewezen omdat zij (twee kantoorgenoten, zijn advocaat-stagiair en een medewerker van een verzekeringsmaatschappij) slechts bevestigen dat behalve verweerder ook zijn advocaat-stagiair aan het onderhavige dossier heeft gewerkt, en dat is niet in geschil. Voor het overige is het aanbod te algemeen van aard en niet nader onderbouwd. Voor zover verweerder voor alle aansprakelijkheid verwijst naar zijn advocaat-stagiair, stelt het hof vast dat deze advocaat-stagiair bij het aannemen van de opdracht nog geen advocaat was, en onder verantwoordelijkheid en op aanwijzingen van verweerder werkte in een omvangrijke en complexe zaak. Uit het dossier blijkt dat verweerder nauw betrokken was en bleef bij de behandeling van de zaak. Het verzoek om de advocaat-stagiair en de cliënte te horen wijst het hof eveneens af, omdat het verzoek te algemeen geformuleerd is en het hof zich op grond van het voorliggende dossier en de verklaringen voldoende voorgelicht acht. B: verkoop van woning Verweerder was door de vereffenaar gemachtigd om een woning te verkopen maar hij heeft daarbij de financiële belangen van de cliënte heeft geschaad door de woning zonder deugdelijk advies en voor een te lage waarde te verkopen. Het dienaangaande verweer wordt verworpen. C: auto Verweerder heeft bij de verkoop van een auto eveneens de financiële belangen van de cliënte geschaad door de auto pas na anderhalf jaar en voor een te laag bedrag te verkopen. Verweerder heeft verzuimd een afdoende verklaring te gegeven voor het op naam van zijn echtgenote zetten van de auto. D: vaststellingsovereenkomst Verweerder heeft zijn cliënte een vso laten tekenen waarbij zij afstand deed van alle civiele aanspraken en het tuchtklachtrecht, terwijl de inhoud daarvan haar niet duidelijk was (omdat zij geen Nederlands spreekt en in Brazilië enkel de basisschool heeft afgerond). Het verweer dat de cliënte familieleden of kerkleden had kunnen raadplegen, verwerpt het hof en merkt dat aan als een bevestiging van de desinteresse bij verweerder. E: declaraties Verweerder heeft aan zowel de cliënte als de nalatenschap deels dezelfde werkzaamheden gedeclareerd voor substantiële bedragen. Hij heeft minst genomen verzuimd om deze declaraties voor deze bedragen (in een omvangrijk en complex dossier) deugdelijk te controleren. Zijn verweer dat (inmiddels) de kantoordossiers ontbreken faalt, deze omstandigheid ligt in de risicosfeer van verweerder omdat hij gehouden is zorg te dragen voor zorgvuldige dossiervorming en bewaring van de dossiers. Uit de omstandigheid dat verweerder (ondanks het gestelde ontbreken van dossiers) een veelheid aan stukken heeft ingebracht, leidt het hof dat verweerder over meer stukken beschikt dan hij stelt. Maatregel Het hof komt gezien de ernst van de gegrond verklaarde bezwaaronderdelen tot de maatregel van schrapping. Verweerder heeft door zijn handelen de kernwaarden integriteit, onafhankelijk en partijdigheid met voeten getreden en daarvoor is geen plaats in de advocatuur.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:183 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200113

    Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft een door klagers opgeroepen getuige (de voormalig advocaat van zijn cliënt) de werkdag voor het getuigenverhoor benaderd en geadviseerd dat die zich in het kader van zijn geheimhoudingsplicht moest laten adviseren over het verschoningsrecht. Toen de getuige reageerde daarvoor geen tijd meer te hebben, gaf verweerder de getuige in overweging zich ziek te melden. Het hof oordeelt dat verweerder daarmee gepoogd heeft een getuige te beïnvloeden (gedragsregel 22) en niet heeft gehandeld zoals dat een redelijk handelend en bekwaam advocaat betaamt. Dat de getuige een ervaren advocaat was en een bekende van verweerder doet niet ter zake: de enkele poging tot beïnvloeding is laakbaar. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:191 Raad van Discipline Amsterdam 20-247/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/418

    Klaagster verwijt de huisarts geen onderzoek te hebben ingesteld naar (mogelijke) bijwerkingen van de haar voorgeschreven medicatie, terwijl zij aangaf klachten te hebben. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 279/2019

    Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. Het medisch dossier geeft duidelijk diagnose en behandeling aan. Door meerdere zorgverleners wordt aangetekend dat patiënte en dochter geen verder onderzoek wensen. Geen sprake van stopzetting behandeling of van ontslag uit ziekenhuis met onmiddellijke ingang.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 281/2019

    Klacht tegen verpleegkundige kennelijk ongegrond. Uit verpleegkundig dossier blijkt niet van onvoldoende hulp of uitleg aan patiënt en dochter. Niet gebleken is dat patiënt overhaast uit ziekenhuis naar huis moest om plaats te maken voor een ander. Patiënt mocht een nacht langer in ziekenhuis blijven totdat er thuis een bed beneden was geregeld. Patiënt overlijdt die nacht. Geen aanwijzing dat er die nacht iets is gebeurd dat beklaagde kan worden verweten. Een vermeende, niet vaststaande uitlating van beklaagde duidt niet op een onregelmatigheid.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/007

    Klaagster dient een klacht over de behandeling van wijlen haar moeder. Zij verwijt verweerder, huisarts, haar moeder niet te hebben ingestuurd per ambulance naar het ziekenhuis. Een dag nadat verweerder haar moeder had gezien, is haar moeder onverwachts overlijden. Volgens verweerder vertoonde de moeder van klaagster tijdens zijn onderzoek geen bijzonderheden die aanleiding gaven haar in te sturen naar het ziekenhuis. Volgens hem heeft hij niet de diagnose sepsis gemist, zoals klaagster stelt, en heeft hij ook anderszins niet onzorgvuldig gehandeld. Het college verklaart de klacht(en) ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 282/2019

    Klacht tegen verpleegkundige kennelijk ongegrond. Overleden patiënt wordt tijdelijk van zaal naar artsenkamer verplaatst. Dit is niet ongepast en niet klachtwaardig. De persoonlijke ervaring daarvan door klaagster is niet doorslaggevend. Het ontbreken van een ‘fysieke handtekening’ bij aantekening niet-reanimeren doet aan de geldigheid daarvan niet af. De verantwoordelijke arts heeft de behandelbeperking handmatig aangetekend en voorzien van haar initialen en naam.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/044

    Klager dient een klacht in tegen een huisarts. Hij verwijt de huisarts dat zij - aanvankelijk zonder hem gezien te hebben - een diagnose stelt. Wanneer klager een paar weken later een afspraak heeft bij de huisarts en haar attendeert op het feit dat haar spreekuur uitloopt, reageert de huisarts volgens klager onprofessioneel en onzorgvuldig en wil zij hem niet meer helpen en beëindigt zij de behandelrelatie, aldus klager. Ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:177 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190310

    Bekrachtiging beslissing van de raad: gegrond met waarschuwing. Persoonlijke aansprakelijkstelling van advocaat van de wederpartij tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder heeft daarmee klager als advocaat onderdeel gemaakt van het geschil tussen de cliënten van klager en verweerder.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:178 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190092H

    Verzoek om herziening. Verzoeker is in de tuchtprocedure de klagende partij en geen advocaat aan wie een maatregel is opgelegd. Verzoeker kan dan ook geen beroep doen op de in het herzieningsprotocol opgenomen uitzonderingen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:179 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200103D

    Hoger beroep tegen gegrond verklaarde dekenklacht ingetrokken. Hof bepaalt ingangsdatum schorsing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:180 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200030

    Wederzijds hoger beroep en bekrachtiging van de uitspraak van de raad (één klachtonderdeel gegrond, waarschuwing). Verweerder mocht in de procedures de standpunten innemen van zijn cliënten zoals door hem is gedaan. Verweerder heeft in strijd met Regel 12 (gedragsregels 1992) gehandeld door in een procedure een getuigenverklaring over te leggen met daarin citaten uit confraternele correspondentie. 

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/362897 / KL RK 19-158

    Geen twijfel over wilsbekwaamheid, geen reden voor de notaris om daar onderzoek naar te doen, klacht treft op dit punt geen doel. Voor wat betreft de klacht over de vaststelling van het vermogen: het tuchtrecht is er niet om de juistheid van de vastgestelde omvang van het vermogen te toetsen, maar om te beoordelen of de notaris het eigen vermogen op voldoende zorgvuldige wijze heeft vastgesteld.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:22 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/360594 / KL RK 19-131 C/05/360595 / KL RK 19-132

    De belangen van klagers als commanditaire vennoten worden door de transacties waar het hier om gaat zodanig geraakt dat klagers gebruikmakend van de bescherming die de Wna beoogt te bieden een tuchtklacht moeten kunnen indienen. Klagers kunnen daarom in hun klacht worden ontvangen. De belangen van de commanditaire vennoten vormden echter niet zonder meer een beletsel voor de werkzaamheden van de notaris in het kader van herstructurering en schuldovername. De belangen van klagers werden hierdoor wel geraakt maar niet wezenlijk gewijzigd danwel benadeeld. De klacht is daarom ongegrond op dit punt en (om andere redenen) ook op de overige onderdelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:190 Raad van Discipline Amsterdam 20-324/A/A 20-325/A/A/D

    Klacht over de eigen advocaat + dekenbezwaar. Schrapping + kostenveroordeling. Verweerder heeft in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet, Gedragsregel 18 lid 2 en artikel 6.27 Voda en het vertrouwen in de advocatuur geschaad door contante betalingen voor zijn werkzaamheden te aanvaarden terwijl aan klaagster een toevoeging was verleend, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestond en zonder daarvoor een kwitantie af te geven. Daarnaast is verweerder tekortgeschoten in de zijn dienstverlening aan klaagster, heeft hij belangrijke afspraken en adviezen niet schriftelijk vastgelegd en is hij niet adequaat omgegaan met een (mogelijke) beroepsfout. Verweerder heeft voorts niet gereageerd op herhaalde verzoeken van de deken om inlichtingen te verschaffen. Gelet op de ernst van de aan verweerder gemaakte verwijten en zijn lange antecedentenlijst rijst voor de raad het beeld op van een advocaat die stelselmatig blijk geeft zich onvoldoende bewust te zijn van voor de advocatuur elementaire beginselen en regelgeving en zich onvoldoende rekenschap te geven van de belangen die met deze regelgeving worden gediend. Bij dit verwijtbaar handelen en/of nalaten worden belangen van rechtzoekenden geschonden en geeft verweerder bij voortduring blijk de zorg voor de cliënt niet te kunnen betrachten. Ter zitting heeft verweerder er geen blijk van gegeven inzicht te hebben in zijn eigen handelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:186 Raad van Discipline Amsterdam 20-545/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Anders dan klager stelt heeft verweerder klager niet beschuldigd van kindermishandeling. Wel heeft verweerder geschreven dat hij heeft begrepen dat klager een onveilige situatie voor het kind had gecreëerd. Hiermee heeft verweerder de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden. Verweerder mocht dit schrijven in het belang van zijn cliënte en hij heeft daarbij voldoende distantie betracht door in de e-mail te schrijven “Ik begrijp”. Verweerder heeft aldus niet als feit geponeerd dat klager een onveilige situatie voor het kind had gecreëerd. Dat klager zich hierdoor in zijn eer en goede naam voelt aangetast mag zo zijn, maar dat betekent nog niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Anders dan klager kennelijk veronderstelt, bestaat er voorts geen verplichting voor de advocaat om zijn wederpartij erop te wijzen dat hij zich beter kan laten bijstaan door een eigen advocaat.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/466

    Klaagster verwijt de oogarts (verweerder) dat hij 1) ondanks klachten twee maanden heeft gewacht met het inplannen van een controleafspraak en heeft geweigerd medicatie voor te schrijven, 2) zich onbeschoft jegens klaagster heeft gedragen en 3) klaagster informatie heeft onthouden over de spoedeisende hulp en dat verweerder de letschelschade vergoedt. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:187 Raad van Discipline Amsterdam 20-100/A/A

    Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerder zich onvoldoende voor klaagster heeft ingespannen. Hoewel het beter was geweest als verweerder de opdracht en de daarvoor geldende financiële voorwaarden bij aanvang aan klaagster had bevestigd, is dit onvoldoende om hem hiervan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De opdracht met betrekking tot de omgang vloeide voort uit de eerdere opdracht. In de bevestiging van die opdracht heeft verweerder klaagster onder meer geïnformeerd over zijn uurtarief voor het geval de in die zaak verleende toevoeging zou worden ingetrokken. Klaagster was daarmee dus bekend en zij wist dus wat zij kon verwachten als verweerder haar op betalende basis zou bijstaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:188 Raad van Discipline Amsterdam 20-206/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:189 Raad van Discipline Amsterdam 20-360/A/A 20-361/A/A/D

    Klacht over de eigen advocaat + dekenbezwaar. Berisping. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij een prijsafspraak met klaagster heeft gemaakt die in strijd is met de daarvoor geldende regelgeving en een beroepsfout heeft gemaakt waarvan hij klaagster en zijn verzekeraar niet onverwijld op de hoogte heeft gesteld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/350

    Klager verwijt verweerder (psychiater en psychotherapeut) onder meer dat er een onjuiste (schadelijke) behandeling is toegepast en een verkeerder diagnose is gesteld, waardoor aan klager emotionele en psychische schade is toegebracht. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/015

    Klager verwijt verweerder (psychiater en psychotherapeut) onder meer dat er een onjuiste (schadelijke) behandeling is toegepast en een verkeerder diagnose is gesteld, waardoor aan klager emotionele en psychische schade is toegebracht. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:175 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200051

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Klager heeft een bedrag van € 715,89 naar de derdengeldrekening van verweerder overgemaakt. Daarbij heeft klager als omschrijving vermeld: “voorlopige alimentatie apr., mei en juni ’18 in afwachting rechterlijke uitslag op verzoek vervolgbetaling alimentatie”. Verweerder heeft het door klager betaalde bedrag enkele dagen later aan zijn cliënte doorbetaald. Klager beklaagt zich er over dat verweerder weigert het door hem gestorte bedrag terug te betalen. Het hof is van oordeel dat met het doel en functie van de derdenrekening de opvatting van verweerder dat hij (dan wel de stichting als houder van de derdenrekening) zijn cliënte als rechthebbende mocht aanmerken op de enkele grond dat zij dat standpunt innam niet verenigbaar is. Klager, die bij zijn betaling een niet voor misverstand vatbaar voorbehoud had gemaakt, mocht erop vertrouwen dat de overgemaakte gelden op de derdenrekening zouden blijven staan zolang niet rechtens – hetzij door een rechterlijke uitspraak, hetzij door een overeenkomst tussen partijen of anderszins – zou zijn komen vast te staan of klager aan zijn ex-echtgenote de betrokken alimentatietermijnen verschuldigd was. Ter zitting bij het hof, alwaar verweerder er geen blijk van gaf het onjuiste van zijn handelwijze in te zien, is hem de gelegenheid geboden binnen twee weken aan klager het naar de derdenrekening betaalde bedrag te restitueren. Verweerder heeft die gelegenheid benut. Het hof is met de raad van oordeel dat de klachtonderdelen ongegrond zijn. Nu de door verweerder overtreden norm een kernwaarde – integriteit – betreft, kan niet van een maatregel worden afgezien. Nu verweerder het door klager onverschuldigd betaalde geldbedrag aan klager heeft gerestitueerd, ziet het hof aanleiding te volstaan met de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:169 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190292

    Bekrachtiging beslissing raad. Klacht dat de advocaat klager het lijntje heeft gehouden en te weinig heeft gedaan ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:176 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190306D herstel

    Herstelbeslissing. Het hof heeft geen ingangsdatum bepaald voor de opgelegde schorsing in de beslissing inzake 190306D en herstelt dit in deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:170 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180306H

    Herzieningsverzoek afgewezen. Artikel 57 lid 4 Advocatenwet bepaalt dat het hof mede kan oordelen over feiten die de raad niet voor een maatregel vatbaar heeft geacht, hetgeen met zich mee brengt dat het hof, anders dan verzoeker aanvoert, ambtshalve een maatregel kan opleggen als hij daartoe aanleiding ziet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/446

    Klaagster, die een postitieve familie-anamnese ten aanzien van borstkanker heeft, dient een klacht in tegen een plastisch chirurg met het verwijt dat hij een borstverkleiningsoperatie heeft gedaan zonder onderzoek (naar borstkanker) en dat hij tijdens de operatie (zoals achteraf is gebleken) in de tumor heeft gesneden. Verweerder is van mening dat hij dat hij de operatie, met de van klaagster verkregen informatie en met zijn bevindingen van het lichamelijk onderzoek, heeft kunnen verrichten. Er waren op dat moment geen relatie dan wel absolute contra-indcaties om de operatie uit te voeren. Deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:171 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200050

    Appelverbod. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klager. Het beroep van klager richt zich tegen het oordeel van de raad dat geen maatregel is opgelegd. Nu klager appelleert tegen een beslissing waarbij zijn klacht gegrond is verklaard, is hij daarin niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:172 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200058

    Advocaten onderling. Verweerder is namens voormalig cliënten van klager een procedure tegen klager gestart wegens een vordering tot schadevergoeding. Klager beklaagt zich erover dat verweerder in de door hem aangespannen procedure stellingen heeft aangedragen waarvan hij wist of moest weten dat deze onjuist waren en dat deze onnodige procedure aanzienlijke kosten voor klager heeft meegebracht. Het hof is van oordeel dat geen sprake is van een onpleitbaar ingenomen standpunt door verweerder, aangezien uitvoerig is geprocedeerd. Daar komt bij dat verweerder gemotiveerd heeft betwist dat hij ten onrechte is afgegaan op de beweringen van zijn cliënten en heeft klager geen feiten aangedragen waaruit blijkt dat verweerder tegen klager stellingen heeft aangedragen waarvan hij wist of moest weten dat deze onjuist waren. Het hof verwerpt de grieven van klager en zal de beslissing van de raad bekrachtigen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:166 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200037

    Klacht tegen eigen advocaat. De advocaat is ingeschakeld via de rechtsbijstandsverzekeraar van klager. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een e-mailbericht van klager met daarin informatie van klager over zijn medische gesteldheid door te zenden aan de verzekeraar. Deze email bevat medische gegevens van klager (suikerwaarden van een diabetespatiënt) en hiervoor is niet relevant of die informatie juist is dan wel afkomstig zijn van een arts. Verweerder heeft de kernwaarde geheimhouding geschonden. Het hof legt aan verweerder de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:173 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190334

    Klacht tegen eigen advocaat. Het hof sluit aan bij het oordeel van de raad dat de klacht niet-ontvankelijk is. De klacht is ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop klager heeft kennis genomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft. Verkorte bekrachtiging.