We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 14651-14700 van de 47966 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:206 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.281 t/m C2019.285

    .

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19205

    Essentie 19205 zitting 14 oktober 2020 19205 Kinderarts wordt verweten dat zij tekortgeschoten is in het onderzoek van patiënte en de uitvoering van een second opinion bij patiënte heeft tegengehouden. Zij wilde patiënte steeds niet terug zien, verwees terug naar de revalidatiekliniek, wilde alleen telefonisch met klaagster over haar klacht praten en heeft geen excuses aangeboden. Alle klachtonderdelen gegrond. Kinderarts is na het ontslag van patiënte als hoofdbehandelaar tekortgeschoten in de regievoering. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2014a

    2014a Kno-arts wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig en bewust misleidend titelmisbruik door zich in huis-aan-huis verspreide folders ten onrechte uit te geven als plastisch chirurg. Gegrond, kno-arts als mede-eigenaar kliniek medeverantwoordelijk voor het binnen de kliniek gevoerde beleid. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2014b

    2014b Kno-arts wordt verweten dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig en bewust misleidend titelmisbruik door zich in huis-aan-huis verspreide folders ten onrechte uit te geven als plastisch chirurg. Kno-arts erkent dat (de eigenaren van) de kliniek huis-aan-huis hebben laten verspreiden, waarbij zij ten onrechte is geafficheerd als plastisch chirurg, maar was daarvan niet op de hoogte. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 2014c

    2014c Kno-arts wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig en bewust misleidend titelmisbruik door zich in huis-aan-huis verspreide folders ten onrechte uit te geven als plastisch chirurg. Kno-arts erkent dat (de eigenaren van) de kliniek huis-aan-huis hebben laten verspreiden, waarbij hij ten onrechte is geafficheerd als plastisch chirurg, maar was daarvan niet op de hoogte. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2014d

    2014d Kno-arts wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig en bewust misleidend titelmisbruik door zich in huis-aan-huis verspreide folders ten onrechte uit te geven als plastisch chirurg. Kno-arts erkent dat (de eigenaren van) de kliniek huis-aan-huis hebben laten verspreiden, waarbij hij ten onrechte is geafficheerd als plastisch chirurg, maar was daarvan niet op de hoogte. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2014e

    2014e Kno-arts wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig en bewust misleidend titelmisbruik door zich in huis-aan-huis verspreide folders ten onrechte uit te geven als plastisch chirurg. Kno-arts erkent dat (de eigenaren van) de kliniek huis-aan-huis hebben laten verspreiden, waarbij hij ten onrechte is geafficheerd als plastisch chirurg, maar was daarvan niet op de hoogte. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:253 Raad van Discipline Amsterdam 20-755/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat in alle onderdelen niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop. De voorzitter stelt de datum van indiening van de klacht vast op de datum waarop klaagster het klachtonderdeel voor het eerst genoemd en inhoudelijk uiteengezet heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:232 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200088

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. De raad heeft klachtonderdeel a ongegrond verklaard en klachtonderdeel b gegrond zonder een maatregel op te leggen. Het hof vernietigt de gegrondverklaring van klachtonderdeel b van de raad en verklaart klager in dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk. Klager wenste (zo blijkt uit de door hem zelf opgestelde transcriptie van het telefoongesprek tussen hem en verweerster) de door verweerster gevraagde gegevens niet te verstrekken, waardoor verweerster niet worden verweten dat zij het afschrift van haar conclusie van dupliek niet aan klager heeft toegestuurd - zeker niet nu verweerster hem nadrukkelijk op de consequenties heeft gewezen. Daarnaast is klager met het aankruisen van het vinkje op het B-formulier (als gevolg waarvan hij geen kopie van de conclusie zou hebben ontvangen, zo stelt klager) door de procesadvocaat van verweerster niet in zijn belangen geschaad. Het al dan niet aanvinken van “wederpartij geïnformeerd” op het B-formulier had niet tot een ander resultaat geleid. Alsdan heeft hij geen belang bij dit klachtonderdeel, en zal het hof hem op dit punt niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:260 Raad van Discipline Amsterdam 20-479/A/A/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft herhaaldelijk in strijd gehandeld met gedragsregel 29 en de kernwaarden integriteit en deskundigheid. Verder heeft verweerder gedragsregels 6 en 24 geschonden. Hij heeft hierdoor niet alleen mr. S benadeeld, maar ook een adequate, efficiënte en voortvarende bemiddeling door de deken onmogelijk gemaakt. Verweerder heeft op de zitting niet aan de raad duidelijk kunnen maken waarom hij heeft gehandeld zoals hij heeft gedaan. De raad kan dan ook niet anders concluderen dan dat een en ander totaal geen prioriteit had. Nu sprake is van schending van kernwaarden en gelet op het feit dat verweerder in het verleden ook regelmatig in gebreke is gebleven tijdig over te gaan tot verrekening van een toevoeging en door de toenmalige deken op zijn verantwoordelijkheden daarvoor is gewezen, is de raad van oordeel dat in dit geval niet met minder kan worden volstaan dan een berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:254 Raad van Discipline Amsterdam 20-753/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat-wederpartij in echtscheidingsprocedure. Dat verweerder gemaakte afspraken niet nakomt en niets heeft gedaan om tot een afrekening te komen kan niet worden vastgesteld. De vraag of het beslag op oneigenlijke gronden is gelegd is voorbehouden aan de civiele rechter. Daarbij geldt dat de toets die de tuchtrechter dient aan te leggen bij de beoordeling van het gedrag van de advocaat een andere is dan de toets die de civiele rechter aanlegt bij de beoordeling van een vordering tot opheffing van een beslag. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is de voorzitter niet gebleken. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:233 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200122

    Kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Het hoger beroep richt zich tegen de gegrond verklaarde klachtonderdelen b en c. Concreet stelt klaagster dat verweerder op de hoogte had dienen te zijn met de zorgovereenkomst die haar wederpartij in de procedure bij antwoord had overgelegd. Anders dan de raad oordeelt het hof dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van de voorbereiding van de zitting bij de kantonrechter en het ter zitting intrekken van de zaak. Verweerder mocht afgaan op de nadrukkelijke mededelingen van klaagster dat zij nimmer een zorgovereenkomst had ondertekend. Klaagster verwijt verweerder verder dat zij het vonnis van de kantonrechter van 14 maart 2018 eerst na het verstrijken van de beroepstermijn van verweerder heeft ontvangen. Het hof acht zijn verklaring omtrent het verstrekken van het vonnis geloofwaardig. Daarbij neemt het hof in overweging dat vast staat dat klaagster op de hoogte was met de inhoud van het vonnis aangezien zij aanwezig was bij het intrekken van de vordering ter zitting. Het hof verklaart beide klachtonderdelen ongegrond en vernietigd de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:261 Raad van Discipline Amsterdam 20-166/A/A 20-167/A/A/D

    Klacht van sectorhoofd recherche en dekenbezwaar over (onder meer) de wijze waarop verweerder zich tijdens een politieverhoor als advocaat van een verdachte heeft gedragen. De klacht van het sectorhoofd is niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een voldoende rechtstreeks belang. Het dekenbezwaar is gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft het behoorlijk verloop en de voortgang van een politieverhoor verstoord zonder dat hij daarbij een redelijk belang van zijn cliënt diende op een wijze waarbij de grenzen van het toelaatbare en betamelijk zijn overschreden. Dat valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Het is van belang dat de verschillende spelers in het straf(proces)recht op een professionele manier met elkaar kunnen omgaan en de wijze waarop verweerder zich tijdens het verhoor heeft opgesteld draagt daaraan niet bij. Waarschuwing + kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:255 Raad van Discipline Amsterdam 20-750/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in het belang van haar cliënte gehandeld door ook de (in)direct bestuurders van de contractspartij van haar cliënte te dagvaarden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:234 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200128

    Met de raad is het hof van oordeel dat verweerder veel te lang heeft gewacht met het indienen van de toevoeging (klachtonderdeel a) en onbehoorlijk lang heeft gewacht met het toesturen van de gevraagde urenspecificatie die voor een verrekening nodig is waarmee de betaling aan klaagster onnodig is vertraagd (klachtonderdeel b). Anders dan verweerder betoogt, had klaagster, gelet op het voorgaande, goede redenen om zich over het verweerder verweten gedrag bij de deken te beklagen. De door verweerder geschetste gezondheidsproblemen, waarvan op de zitting bij het hof duidelijk is geworden dat verweerder hierdoor in mei 2015 vier weken uit de running was, vormen geen toereikend argument om zijn handelwijze in de periode maart 2014 tot maart 2018 ook maar in enige mate te kunnen rechtvaardigen. Hetzelfde geldt voor de door verweerder aangevoerde onbekendheid met het behandelen van toevoegingszaken en de door hem genoemde problemen met zijn website waardoor hij geen kennis zou hebben genomen van e-mails van klaagster. Waar het gaat om de door de raad opgelegde maatregel ziet het hof aanleiding deze te wijzigen. Het hof acht daarom een schorsing in de uitoefening van de praktijk van zes weken waarvan vier voorwaardelijk op zijn plaats.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2020:11 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/04

    Aangezien het beroepschrift niet voldoet aan de daaraan in artikel 8.35, derde lid, van de Wet dieren gestelde eisen en appellant geen gebruik heeft gemaakt van de hem bij herhaling geboden gelegenheid om dit verzuim te herstellen, zal het Veterinair Beroepscollege appellant niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:256 Raad van Discipline Amsterdam 20-746/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij van klaagster deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een eigen belang van klager en deels kennelijk ongegrond. Met haar verzoek aan de gemeente om de (geheime) persoonsgegevens van klaagster op te geven heeft verweerster gehandeld conform het Procesreglement, en in het (gerechtvaardigde) belang van haar cliënt. Hiermee heeft verweerster geen enkele (gedrags-)regel geschonden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:235 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190013

    Advocaat van de wederpartij. De raad heeft geoordeeld dat verweerster door gehoor te geven aan de wens van verweersters cliënt om niet in te stemmen met het schikkingsvoorstel van klager en om vonnis te vragen, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De inhoud van het verweerschrift is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar en de stelling over vermeende mishandeling en in het geding brengen van een krantenknipsel in over een strafrechtelijk onderzoek evenmin. Het hof verenigt zich met het oordeel van de raad en voegt er nog aan toe dat naar het oordeel van het hof niet gebleken is dat verweerster bewust feiten heeft geponeerd waarvan zij de onjuistheid kende en evenmin dat verweerster zich jegens klager onnodig grievend heeft uitgelaten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/045

    Klager dient een klacht in tegen een verzekeringsarts onder andere met het verwijt dat de arts zijn beroepsgeheim heeft geschonden. Volgens klager heeft de arts een gesloten enveloppe met medische informatie, waarop stond geschreven 'ter attentie van de medisch adviseur" zonder zijn toestemming met anderen gedeeld. Gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:257 Raad van Discipline Amsterdam 20-122/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:236 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200111

    Klacht ziet op het handelen van de advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij in strijd met Gedragsregel 27 over het verloop van de schikkingsonderhandelingen inhoudelijke mededelingen heeft gedaan aan de rechter aan wiens oordeel de zaak is onderworpen. De raad heeft dit klachtonderdeel gegrond verklaard, met als motivering dat het doel van deze gedragsregel is dat partijen vrijelijk met elkaar moeten kunnen overleggen zonder dat de inhoud van dit overleg het oordeel van de rechter kan beïnvloeden. Het hof is het niet eens met het oordeel van de raad. Het hof is van oordeel dat gesteld noch gebleken is dat verweerder (net zo min als de andere betrokken advocaten) op enigerlei wijze heeft deelgenomen aan dit overleg. Alsdan betreft het geen tussen advocaten gevoerde schikkingsonderhandelingen waar Gedragsregel 27 op ziet. Het hof vernietigt het oordeel van de raad en verklaart de klacht ongegrond. Samenvatting

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2020/07

    Klaagster verwijt beklaagde dat zij haar hoedanigheid van gezondheidszorgpsycholoog niet aan haar kenbaar heeft gemaakt, dat zij zonder toestemming van klaagster haar medisch dossier heeft ingezien, notities over haar persoonskenmerken heeft opgesteld en deze met anderen heeft gedeeld en dat zij overleg met derden over haar situatie heeft gevoerd. Klacht gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/046

    Klager dient een klacht in tegen een verzekeringsarts onder andere met het verwijt dat de arts zijn beroepsgeheim heeft geschonden. Volgens klager heeft de arts een gesloten enveloppe met medische informatie, waarop stond geschreven 'ter attentie van de medisch adviseur" zonder zijn toestemming met anderen gedeeld. Deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:258 Raad van Discipline Amsterdam 20-121/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:259 Raad van Discipline Amsterdam 20-009/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:231 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200155

    Klacht tegen eigen advocaat. Verkorte bekrachtiging. Met de raad is het hof van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd en ook niet is gebleken dat verweerder de zaak van klaagster niet serieus heeft genomen en/of het dossier niet heeft bestudeerd. Hetgeen in hoger beroep nog (aanvullend) naar voren is gebracht, leidt niet tot een ander oordeel. Het hof verwerpt de beroepsgronden van klaagster en zal de beoordeling van de raad bekrachtigen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365677 KL RK 20-18 C/05/369366 KL RK 20-53

    De notaris wordt verweten dat hij als protocolontvanger onvoldoende voortvarend te werk gaat om de overdracht van de aan hem toegewezen protocollen te realiseren. Daarnaast is sprake van diverse onzorgvuldigheden in zowel de financiële administratie als de dossiervoering. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen gegrond verklaard. Gelet op alle feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van schorsing voor de duur van twee weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:249 Raad van Discipline Amsterdam 20-140/A/A 20-142/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat die namens haar kantoor in opdracht van EY meewerkt aan de opstelling van rapporten voor DNB. Kern van de meeste klachtonderdelen gaat over de hoedanigheid en de rol van verweerster bij de totstandkoming van de rapporten en de status daarvan. Niet gebleken dat verweerster in het kader van haar werkzaamheden in opdracht van EY tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ook bij de andere klachtonderdelen is niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:70 Accountantskamer Zwolle 20/1165 Wtra AK

    Klacht van een kinderdagverblijf tegen accountant in verband met niet toereikende advisering en coaching over het personeelsbeleid, waardoor de medewerksters ten onrechte in een te hoge salarisschaal waren en bleven ingeschaald. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:250 Raad van Discipline Amsterdam 20-738/A/A

    Beslissing. Benoeming rapporteur conform verzoek deken ex artikel 60c Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:251 Raad van Discipline Amsterdam 20-422/A/A 20-423/A/A

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Klaagster heeft haar klacht te laat, na afloop van de termijn als bedoeld in artikel 46g lid 1 aanhef en onder a Advocatenwet, bij de deken ingediend. Termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Verzetgronden slagen niet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:252 Raad van Discipline Amsterdam 20-745/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerster moedwillig het dossier niet aan klager heeft verstrekt. Het valt verweerster verder niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zij klager niet heeft geïnformeerd over de mogelijkheid de zitting te verzetten. Dat klager door toedoen van verweerster geen eerlijk proces heeft gehad is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:31 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365193 KL RK 20-11 C/05/365194 KL RK 20-12

    Wat betreft de ontvankelijkheid van de klacht overweegt de kamer dat de vervaltermijn ex artikel 99 lid 21 Wna in beginsel aanvangt op het moment dat een klager kennisneemt van het klachtwaardige handelen van een notaris. De kamer volgt de stelling van klager dat de door de notarissen aangedragen omstandigheden signalen vormen die mogelijk aanleiding kunnen vormen voor klager om onderzoek te doen. Tijdens dit onderzoek zijn de dossiers onderzocht waaruit de concrete gedragingen bleken die tot vaststelling door klager van de vermeende normschendingen hebben geleid. De vervaltermijn is dan ook op zijn vroegst gestart op het moment dat klager zijn onderzoek begon. Een afwijking van voorgaand uitgangspunt zou kunnen worden gerechtvaardigd als klager geruime tijd laat verstrijken tussen de ontvangst van serieuze indicatoren en de start van een onderzoek. Klager wordt een redelijke termijn gegund om de signalen die hij ontvangt te verwerken en zo nodig een onderzoek te starten. Die termijn is in casu niet overschreden. Inhoudelijk komt de kamer tot het oordeel dat zowel de notaris als de kandidaat-notaris hun poortwachtersrol op grond van de Wna en de Wwft onvoldoende hebben vervuld bij de oprichting van zes Stichting-BV-structuren en twee aandelentransacties. De klacht is op alle onderdelen gegrond verklaard. De kamer overweegt met betrekking tot de notaris dat de zwaarte van zijn tekortkomingen in zijn rol als poortwachter in onderhavige procedure in beginsel een schorsing van geruime duur rechtvaardigen. Zij neemt daarbij echter in ogenschouw dat de duur van een op te leggen schorsing door de wetgever gemaximeerd is op zes maanden. Als de eerdere klachtprocedure en onderhavige klachten gevoegd zouden zijn behandeld, dan was de maximale duur voor de op te leggen schorsing dus zes maanden geweest en die maximumduur is al eerder aan de notaris opgelegd, ervan uitgaande dat het hof niet tot een ontzetting uit het ambt zou hebben besloten. Een verzwarend en ook nieuw element ten opzichte van de eerdere klachtprocedure is het feit dat de notaris in zijn rol als werkgever de zorg en verantwoordelijkheid had voor zijn kandidaat-notaris. De notaris was eindverantwoordelijk en het is hem te verwijten dat hij de procedures op zijn kantoor kennelijk onvoldoende heeft ingericht, waardoor de verweten gedragingen konden plaatsvinden. De notaris heeft zijn verantwoordelijkheid niet ten volle genomen door ervoor te kiezen om de kandidaat-notaris, die wat betreft het ondernemingsrecht nog zeer onervaren was, in te zetten op de in het geding zijnde dossiers zonder haar voldoende begeleiding en coaching te bieden. De notaris heeft ook op dit punt grove steken laten vallen en dit brengt met zich dat ook in onderhavige zaak een forse maatregel gerechtvaardigd is. Gelet op voorgaande heeft de kamer aan de notaris een schorsing voor de duur van twee weken en een geldboete van € 10.000,- opgelegd. Met betrekking tot de kandidaat-notaris overweegt de kamer dat de enkele omstandigheid dat de kandidaat-notaris niet eindverantwoordelijk is en bij haar werkzaamheden rekening heeft gehouden met de lijn die het kantoor volgde, de kandidaat-notaris niet ontslaat van haar verplichtingen als poortwachter. De kandidaat-notaris heeft hierin onvoldoende haar eigen verantwoordelijkheid genomen. Wel is het de kamer duidelijk dat de kandidaat-notaris haar kennis en vaardigheden voor wat betreft de poortwachtersrol heeft aangescherpt en ontwikkeld. Ook heeft de kamer oog voor het feit dat de onderhavige kwestie zwaar op het gemoed van de kandidaat-notaris heeft gedrukt en een grote impact heeft gehad op haar gezondheid. Gelet op alle feiten en omstandigheden heeft de kamer aan de kandidaat-notaris de maatregel opgelegd van ontzegging van de bevoegdheid om waar te nemen gedurende twee weken.

  • ECLI:NL:TSCTS:2020:2 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2020-02 (2019.V2-Alana Evita)

    In de nacht van woensdag 20 maart op donderdag 21 maart 2019 vond een incident plaats, waarbij een deel van de bemanning van het Nederlandse vrachtschip Alana Evita het schip heeft verlaten met de reddingsboot/MOB-boot en naar de vaste wal is gegaan (Barry-UK). Bij een poging terug te keren naar het schip zijn zij verdwaald en uiteindelijk gevonden na een SAR-operatie van de Britse kustwacht. Doordat deze bemanning het schip heeft verlaten, was het schip onderbemand en was er niemand meer aan boord met bevoegdheden als OOW. De HWTK was als enige officier aan boord.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:247 Raad van Discipline Amsterdam 20-570/A/A

    Gegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder is over het aantal te declareren uren onvoldoende transparant geweest. Verder heeft hij door kort voor de hoorzitting klager wederom te vragen om in te stemmen met de voorgelegde declaratienota, terwijl klager daar zijn kritische kanttekeningen bij had geplaatst, onzorgvuldig gecommuniceerd. Klager heeft hierdoor niet in vrijheid kunnen beslissen. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:68 Accountantskamer Zwolle 20/1317 Wtra AK

    PE-zaak. De accountant heeft zijn deelname aan gestructureerde PE-activiteiten in de driejaarscyclus 2016-2018 op geen enkele wijze onderbouwd. Daarom moet worden geconcludeerd dat hij slechts 60 uur aan ongestructureerde activiteiten (zelfstudie) heeft besteed. Dit betekent dat de accountant 60 uur te weinig heeft besteed aan PE-activiteiten. Klacht gegrond. Waarschuwing en een geldboete van € 4.200,- (€70,- per niet besteed PE-uur).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:241 Raad van Discipline Amsterdam 20-731/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Het stond verweerster vrij de echtscheidingsbeschikking te executeren. De voorzitter acht het begrijpelijk dat verweerster in de correspondentie met klager voorafgaand aan de beslaglegging geen expliciet verzoek om verrekening heeft gelezen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TSCTS:2020:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2020-03 (2020.V2-Vlistdiep)

    Op 9 mei 2019 heeft het Nederlands gevlagde vrachtschip Vlistdiep bij het verlaten van de haven van Georgetown in Guyana, een aanvaring gehad met het voor anker liggende schip Copenhagen, dat de vlag van Antigua Barbuda voert.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:248 Raad van Discipline Amsterdam 20-582/A/A

    Gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft met het verzenden van een brief na een zitting van de kantonrechter, niet gehandeld zoals een zorgvuldig handelend advocaat betaamt. De kantonrechter had het procesdebat op de zitting gesloten. Bovendien had klaagsters advocaat verklaard geen toestemming te (zullen) verlenen om de rechtbank te informeren. Voorts heeft verweerster met de brief de kantonrechter onvolledig en onjuist geïnformeerd. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/367795 KL RK 20-33

    De klacht ziet op de rol van de notaris bij de levering van een woning, waarbij klager de kopende partij was. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:69 Accountantskamer Zwolle 20/1349 Wtra AK

    PE-zaak. De accountant heeft voor de driejaarscyclus 2016-2018 te weinig PE-activiteiten geregistreerd. Vanwege de persoonlijke omstandigheden van de accountant moet volgens de Nba alleen gekeken worden naar de in 2017 en 2018 verrichte PE-activiteiten. Dit levert een tekort op van 10 PE-uren. Klacht gegrond. Waarschuwing. Voor het opleggen van een geldboete bestaat geen aanleiding gezien de persoonlijke omstandigheden van de accountant en het feit dat hij in 2016 wel PE-activiteiten heeft verricht, terwijl hij (achteraf) voor dat jaar van PE-activiteiten is ontheven.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:202 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.208

    Klacht tegen uroloog. Klager is sinds 2016 bij de vakgroep urologie van een ziekenhuis bekend in verband met een blaascarcinoom. In 2018 was een TUR-blaas geïndiceerd en met klager besproken. Klager heeft tijdens dit consult aangegeven dat hij niet wilde dat de operatie door uroloog X. zou worden uitgevoerd. De operatie is vervolgens gepland. In de brief van het opnamebureau is vermeld dat dr. Y. de operatie zou uitvoeren. De operatie is uitgevoerd door Z. verweerder, toentertijd AIOS in het laatste jaar van zijn opleiding. Dr. Y. was voor supervisie op het moment van de operatie aanwezig in het OK-complex. De klacht houdt in dat: 1. de operatie niet is uitgevoerd door dr. Y zoals vermeld in de brief van het opnamebureau; 2. klager als gevolg van de operatie last heeft van incontinentie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:242 Raad van Discipline Amsterdam 20-734/A/A 20-735/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klachten over de eigen advocaten kennelijk ongegrond. Verweerders hebben wel degelijk werkzaamheden voor klaagster verricht. Dat zij het (opgesoupeerde) voorschot niet hebben terugbetaald valt hen dan ook niet te verwijten. Dat verweerders onbereikbaar zijn geweest voor klaagster heeft klaagster tegenover de betwisting daarvan door verweerders niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TSCTS:2020:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2020-04 (2019.V3-Dintelstroom)

    Op maandag 17 september 2018 vond een arbeidsongeval plaats, waarbij de eerste stuurman van de Nederlandse sleepboot Dintelstroom ernstig gewond raakte. Tijdens het opspoelen van een nieuwe sleepdraad is deze sleepdraad plotseling over de towing pin ‘gewipt’ en heeft daarbij de eerste stuurman geraakt. Hierbij liep hij ernstige verwondingen op (o.a. knie uit de kom, geperforeerde long en gebroken ribben).

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:28 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365167 KL RK 20-10

    De notaris kan niet verweten worden bij de afwikkeling van de nalatenschap voorbij te zijn gegaan aan een, ondanks verzoek daartoe, niet ingediende vordering.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:203 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.209

    Klacht tegen uroloog. Klager is sinds 2016 bij de vakgroep urologie van een ziekenhuis bekend in verband met een blaascarcinoom. Het ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis (voor artsen/specialisten). In 2018 was een TUR-blaas geïndiceerd en met klager besproken. Klager heeft tijdens dit consult aangegeven dat hij niet wilde dat de operatie door uroloog X. zou worden uitgevoerd. De operatie is vervolgens gepland. In de brief van het opnamebureau is vermeld dat verweerder de operatie zou uitvoeren. De operatie is uitgevoerd door dr. Y., toentertijd AIOS in het laatste jaar van zijn opleiding. Verweerder was voor supervisie op het moment van de operatie aanwezig in het OK-complex. De klacht houdt in dat: 1. de operatie niet is uitgevoerd door verweerder zoals vermeld in de brief van het opnamebureau; 2. Klager als gevolg van de operatie last heeft van incontinentie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:243 Raad van Discipline Amsterdam 20-726/A/A

    Voorzittersbeslissing. Het stond verweerder vrij de zaak van klager niet aan te nemen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:29 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365541 KL RK 20-16

    Klaagster heeft diverse klachten met betrekking tot de totstandkoming van haar concepttestament. De klacht is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:204 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.071

    Klacht van Inspectie tegen radioloog. De klacht betreft een patiënte die per ambulance via de spoedeisende hulp (SEH) van het ziekenhuis werd binnengebracht met een verdenking op een subarachnoïdale bloeding. De neuroloog startte de behandeling en patiënte is later die avond overgedragen aan de intensive care. Toen de neurologische toestand verslechterde is beklaagde erbij gekomen voor een diagnostische angiografie. Patiënte en familie waren in de veronderstelling dat er ook een coiling zou worden uitgevoerd, maar deze is toen niet uitgevoerd. Er volgde een acute neurologische verslechtering. De coiling werd vervolgens uitgevoerd, maar patiënte vertoonde onvoldoende verbeteringen is twee weken later overleden. Er is een calamiteitenrapport opgesteld. De klacht bevat drie klachtonderdelen: 1. b eklaagde is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte omdat hij de coiling van patiënte niet zo spoedig mogelijk na de opname heeft uitgevoerd; 2. beklaagde is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte omdat hij a) geen overleg heeft gevoerd met de betrokken zorgverleners en b) heeft nagelaten de betrokken zorgverleners over zijn besluit te informeren; 3. de communicatie van beklaagde richting patiënte en de familie van patiënte was onvoldoende. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 2b gegrond, wijst de klacht voor het overige af en legt de radioloog de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:244 Raad van Discipline Amsterdam 20-737/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.