Zoekresultaten 14551-14600 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:143 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-513/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door over te gaan tot het leggen van conservatoir beslag. Van slechte bereikbaarheid van verweerster is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-327/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster is gedurende langere tijd ernstig tekort geschoten in haar communicatie met klaagster. Ook verweersters communicatie naar de deken is onvoldoende geweest. Dit sterkt de raad in zijn overtuiging dat sprake is van een structureel probleem. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 274/2019

    Klacht naar aanleiding van een door beklaagde uitgevoerde heupoperatie. Klacht dat beklaagde tijdens de operatie bewust heeft geaccepteerd dat het gebruikte implantaat te hoog zat, laterale doorlichting na het inbrengen van de collumschroef achterwege heeft gelaten en het advies heeft gegeven de heup te belasten is gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-331/DH/RO/D

    Dekenbezwaar dat samenhangt met 20-330. Verweerder heeft verzuimd om binnen de vervaltermijn en procedure in te stellen na het ontslag op staande voet van zijn cliënt. Bij de deken en de raad heeft verweerder geprobeerd om feiten te verdraaien en de schuld bij klager te leggen. Gedeeltelijk onvoorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-867/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-085/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Dit bezwaar en eerdere klachtzaken tonen een patroon in het handelen van verweerder. De raad bedoelt in het bijzonder de zaak met nummer 19-678/DH/RO, waarin op 7 september 2020 de beslissing van 10 februari 2020 van de raad door het Hof van Discipline grotendeels is bekrachtigd en de maatregel van schrapping in stand is gelaten. Het patroon dat de dossiers tonen is dat verweerder stelselmatig informatie onthoudt aan de deken, terwijl de deken op terechte gronden om die informatie vraagt. De kwesties die in dit dekenbezwaar aan de orde komen tonen een beeld van gerommel met financiën, fiscale malversaties en onwaarachtige verklaringen over de beschikbaarheid van een dossier waarin mogelijk sprake is van een ongebruikelijke transactie. Dit dekenbezwaar ziet op uiteenlopende zaken waarin verweerder gehouden is om de deken inlichtingen te verschaffen. Verweerder heeft dit nagelaten en daarmee ontduikt hij het toezicht dat de deken op grond van de Advocatenwet en de Wwft moet uitoefenen. De kernwaarde integriteit is in het geding en mogelijk ook de kernwaarde onafhankelijkheid. Verweerder vormt met zijn gedragingen een gevaar voor het vertrouwen in de advocatuur. Schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-330/DH/RO

    Klacht die samenhangt met dekenbezwaar 20-331. Klager heeft zich na zijn ontslag op staande voet gewend tot verweerder. Verweerder heeft verzuimd om binnen de vervaltermijn een procedure in te stellen. Gedeeltelijk onvoorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-676/DH/DH

    Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-042/DH/RO

    Raadbeslissing. Verweerster heeft nagelaten om schriftelijk aan klager te bevestigen dat alleen achteraf, in plaats van maandelijks, zou worden gefactureerd. Nadeel voor klager echter nihil geweest. Alle overige klachtonderdelen ongegrond. De raad volstaat met de gegrondverklaring en ziet af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:139 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-491/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/111

    De kern van de klacht van klaagster tegen de kaakchirurg (verweerder) ziet met name op de bejegening van klaagster door verweerder tijdens een behandeling en voorts op de door verweerder onvoldoende gegeven informatie over de nazorg. Voorts stelt klaagster dat verweerder vergelijkbaar gedrag vertoont bij andere patiënten, hetgeen haar verontrust. Verweerder heeft de klacht uitdrukkelijk betwist. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Ten aanzien van het laatste klachtonderdeel is klaagster niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:209 Raad van Discipline Amsterdam 20-611/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Uit het klachtdossier volgt dat verweerster haar werkzaamheden voor klager na de uitspraak van het hof in overleg met klager heeft beëindigd en de zaak heeft overgedragen aan een advocaat die cassatiezaken doet. Dat verweerster vervolgens, al dan niet in verband met de door haar gestelde vertrouwensbreuk, niet bereid was nieuwe werkzaamheden voor klager te verrichten is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.166

    Klacht tegen verzekeringsarts bij het UWV. Klaagster is in 2017 uitgevallen voor haar werk en heeft een “Aanvraag deskundigenoordeel door werknemer” ingediend bij het UWV ter beoordeling van de vraag of het door de werkgever aangeboden werk passend is te achten. Een arbeidsdeskundige van het UWV heeft, alvorens hierover te rapporteren, een advies ingewonnen bij verweerder. Verweerder heeft daarop een “Verzekeringsgeneeskundige rapportage” en een “Medisch onderzoeksverslag” opgesteld. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens een rapport opgesteld met de conclusie dat de door de werkgever aangeboden arbeid passend is. De klacht houdt in dat verweerder zijn geheimhoudingsplicht jegens klaagster heeft geschonden en bij de beoordeling van de re-integratie inspanningen van de werkgever ten onrechte slechts heeft gekeken naar een bepaald punt in een jaar en niet naar het hele voorgaande jaar. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.227

    Klacht tegen basisarts, werkzaam voor een arbodienst. Klaagster is vijf jaar lang door verweerder begeleid bij verschillende periodes van langdurig verzuim. Klaagster is ontevreden over de verzuimbegeleiding door verweerder en dat is in haar ogen geen wonder omdat hij geen bedrijfsarts is. Toch heeft hij zich begeven op het terrein van de bedrijfsgeneeskunde en zich volgens klaagster voorgedaan als bedrijfsarts. Daarnaast vindt klaagster dat verweerder zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie aan haar werkgever te geven. Verder heeft zij nog een aantal aanvullende klachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.070

    Klacht tegen arts maatschappij en gezondheid die in dienst van de gemeente in 2018 en 2019 medisch advies heeft uitgebracht over de verlening van een gehandicaptenparkeerkaart. Klager is in 2013 betrokken geweest bij een ongeval met blijvend beenletsel als gevolg. Hij heeft een koeriersbedrijf en heeft bij de gemeente een gehandicaptenparkeerkaart aangevraagd. Klager verwijt de arts dat hij in 2018 en 2019 de situatie van klager op onzorgvuldige wijze heeft beoordeeld door niet alle relevante (medische) informatie op te vragen en mee te wegen in zijn oordeel en dat zijn verslaglegging in deze procedure onzorgvuldig is geweest. Het RTG verklaart het tweede klachtonderdeel (betreffende het medisch advies uit 2019) gegrond en waarschuwt de arts, en verklaart het eerste klachtonderdeel (betreffende het medisch advies uit 2018) ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen de ongegrondverklaring van het eerste klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.114

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager heeft zich in 2011 ziekgemeld. In 2013 is klager gezien door de verzekeringsarts, in het kader van het einde van de wachttijd van de wet WIA. De verzekeringsarts heeft in het medisch onderzoeksverslag onder meer geconcludeerd dat er sprake is van verminderde benutbare mogelijkheden als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebrek. De klacht houdt in dat de verzekeringsarts in dit medisch onderzoeksverslag heeft genoteerd dat volgens informatie van de bedrijfsarts klager na één gesprek is weggelopen uit een mediationgesprek, zonder bij klager na te gaan of hij inderdaad uit het mediationgesprek is weggelopen en daarmee klakkeloos is afgegaan op informatie van een niet nader genoemde bedrijfsarts. Volgens klager was juist zijn werkgever niet bereid tot mediation. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:208 Raad van Discipline Amsterdam 20-612/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder heeft aan klager bevestigd dat hij op korte termijn niet aan vervolgacties toekomt. Dat stond verweerder vrij. Verweerder heeft klager een faire keuze voorgelegd; of bij verweerder blijven en wachten totdat verweerder weer tijd voor de zaak zou hebben, of overstappen naar een andere advocaat. Klager heeft kennelijk voor het laatste gekozen. Dat valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 300/2019

    Klacht tegen gynaecoloog. Beklaagde wordt verweten dat zij klaagster onjuist dan wel onvolledig heeft geïnformeerd, de operatie niet op de juiste wijze heeft uitgevoerd en onvoldoende nazorg heeft verricht. Het college heeft vastgesteld dat uit niets is gebleken dat, gedurende de vele contactmomenten die beklaagde met klaagster heeft gehad, zij klaagster onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd. De operatie is lege artis uitgevoerd. Beklaagde heeft voldoende nazorg heeft geleverd. Zij heeft zelfs meer gedaan dan van een gemiddeld arts verwacht mag worden in gelijke omstandigheden, zoals het opnemen van contact met klaagster tijdens haar vakantie. Vervolgens is zij het beloop van het urologisch traject blijven volgen. Beklaagde heeft veel compassie en reflectie getoond, zoals uit het dossier blijkt en heeft zich ook ter zitting zeer empathisch opgesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 301/2019

    Klacht tegen gynaecoloog. Beklaagde wordt verweten dat zij klaagster onjuist dan wel onvolledig heeft geïnformeerd, de operatie niet op de juiste wijze heeft uitgevoerd en onvoldoende nazorg heeft verricht. Naar het oordeel van het college is voldoende aannemelijk dat beklaagde geen enkel verwijt valt te maken. Beklaagde heeft zich, ondanks het feit dat zij geen hoofdbehandelaar was, zeer betrokken opgesteld. Het tweede klachtonderdeel heeft geen betrekking op beklaagde omdat haar collega deze operatie heeft uitgevoerd. Beklaagde is niet tekort geschoten in de nazorg. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 213/2019

    Klacht tegen verpleegkundige ongegrond. Hoewel het beter had gekund is de verpleegkundige binnen de grenzen van een redelijke bekwame beroepsuitoefening gebleven toen zij op het verkeerde been werd gezet door verschillende informatie uit stukken omtrent de positionering van een darmpoliep. Een collega van beklaagde heeft het bedoelde telefonisch contact gehad met klagers. Omdat de verpleegkundige niet betrokken was bij het telefoongesprek kan haar dat niet tuchtrechtelijk verweten worde.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.055

    Klacht tegen een huisarts. De huisarts was de huisarts van klaagster en haar toenmalige echtgenoot. De klacht omvat drie aspecten, te weten: 1. het door de huisarts verstrekken van een verklaring aan klaagsters toenmalige echtgenoot, 2. het consult van klaagster in december 2016, de verslaglegging daarvan en de verklaring die de huisarts daarover aan klaagster heeft gegeven en 3. de gang van zaken bij het uitschrijven van klaagster als patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ten aanzien van de door de huisarts afgegeven verklaring gegrond, legt aan de huisarts een waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk voor zover het beroep ziet op de door het Regionaal Tuchtcollege gegrond verklaarde klachtonderdelen en voor zover klaagster nieuwe klachtonderdelen heeft aangevoerd en verwerpt voor het overige het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 296/2019

    Klacht tegen verpleegkundige gegrond. Beklaagde had professionele toonzetting moeten kiezen in Whatsapp-bericht aan de werkgever. Nadat klaagster het bericht op de telefoon van beklaagde had gelezen is het gesprek niet professioneel verlopen. Beklaagde was verantwoordelijk vanuit haar professie voor een correct verloop van het gesprek. Dat klaagster in een niet verantwoorde toestand het gesprek heeft verlaten is niet gebleken. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.141

    Klacht tegen huisarts. Klaagster had klachten van buikpijn en later bloedverlies. Een andere huisarts had bij klaagster een blaasontsteking vastgesteld en daarvoor antibiotica voorgeschreven. Vanwege het bloedverlies heeft klaagster die avond de huisartsenpost bezocht waar de beklaagde huisarts haar heeft onderzocht. De beklaagde huisarts heeft klaagster op basis van haar bevindingen en haar differentiaaldiagnose verwezen naar een uroloog. Later is gebleken dat klaagster baarmoederhalskanker had. Klaagster verwijt de beklaagde huisarts dat zij haar niet goed heeft onderzocht. Volgens klaagster heeft de huisarts niet goed gekeken en heeft zij niet gezien dat het bloed uit de vagina/ baarmoedermond kwam in plaats van uit de urethra (urinebuis). Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-613/DB/LI

    Advocaat in hoedanigheid van deken. Gelet op de aard van de klacht tegen mr. X en de op grond daarvan toepasselijke tuchtrechtelijke norm, was volgens de deken in het onderzoek geen noodzaak aanwezig om nader feitenonderzoek te doen en was waarheidsvinding niet aan de orde. Klager heeft vervolgens niet onderbouwd op grond waarvan een nader onderzoek door de deken naar feiten aangewezen was. Partijdigheid niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:56 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/672483 / DW RK 19/506

    De gerechtsdeurwaarder heeft een (aanzienlijke) negatieve bewaringspositie laten ontstaan, die door hem niet is gemeld, en niet is aangezuiverd. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder een ontoereikende administratie gevoerd. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder in een groot aantal gevallen bij de betekening van het proces-verbaal van het gelegde beslag de termijn van acht dagen zoals bepaald in artikel 475i van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering overschreden. Ten slotte heeft de gerechtsdeurwaarder in zijn repertoria exploten opgenomen die zijn uitgebracht door een gerechtsdeurwaarder die tijdens het uitbrengen van de exploten niet aan zijn gerechtsdeurwaarderskantoor verbonden was. Gelet op de gegrondheid van alle klachtonderdelen, meer in het bijzonder de klachtonderdelen die zien op de bewaringstekort(en), ziet de kamer, in lijn met vaste jurisprudentie op dit punt, aanleiding de maatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/420

    Klaagster dient een klacht in tegen een vaatchirurg over de behandeling van haar inmiddels overleden echtgenoot. Zij verwijt verweerder dat hij niet adequaat en niet tijdig is opgetreden na het optreden van een postoperatieve complicatie bij haar echtgenoot. Tevens verwijt zij hem gebrekkige dossiervoering en het nalaten van een calamiteiteitenmelding bij de IGJ. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-598/DB/OB

    Advocaat in hoedanigheid van deken. Klacht is behandeld conform de dekenale richtlijn. Ten aanzien van een aanwijzingsverzoek zijn aan klager zijn geen andere voorwaarden gesteld dan de in artikel 13 Advocatenwet aan een aanwijzingsverzoek verboden voorwaarden Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2052

    Klacht ingediend door de Inspectie. Verwijt aan verpleegkundige van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag jegens cliënte tijdens de behandelrelatie. Verpleegkundige was werkzaam in een instelling voor de behandeling van complexe psychiatrische problemen. College: klacht gegrond. A l door het aangaan van een relatie heeft verpleegkundige in strijd gehandeld met de voor hem geldende professionele normen en de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening in ernstige mate overschreden. De zorgverlener is (tuchtrechtelijk) verantwoordelijk voor het bewaken van die grenzen, in het bijzonder wanneer het gaat om extra kwetsbare patiënten/cliënten. Verpleegkundige heeft bovendien geen afkoelingsperiode in acht genomen en in eerste instantie geen openheid van zaken gegeven over de intimiteit van de relatie. Verpleegkundige toont wel inzicht in de ernst van de gedraging, maar heeft onvoldoende maatregelen getroffen. Risico op herhaling. Maatregel: voorwaardelijke schorsing van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde onder behandeling stellen van BIG-geregistreerd gz-psycholoog of psychotherapeut. Behandeling moet zijn gericht op het thema afstand en nabijheid en het overschrijden van de persoonlijke en professionele grenzen binnen of vlak na een behandelrelatie en het herkennen van signalen die mogelijk leiden tot overschrijding van de professionele grenzen. Publicatie in Staatscourant en tijdschrift Nursing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-569/DB/LI

    Advocaat heeft met zijn opmerking dat zijn cliënt zich door het optreden van klager bedreigd had gevoeld de grens die hem als advocaat van de wederpartij vrijstond niet overschreden. Het stond de advocaat vrij om aan de Raadsheer duidelijk te maken, op grond waarvan tussen partijen geen regeling tot stand is gekomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:200 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 193940

    Klacht over eigen advocaat (beroep bij het hof ingesteld in 2003). Tegen de wil van de cliënt optreden bij ‘the International Criminal Tribunal for Rwanda’ van de VN (ICTR). Klager kreeg van de griffier van het ICTR een advocaat toegevoegd, die klager als derde keuze had vermeld. Klager heeft tegen die aanwijzing bezwaar gemaakt bij de griffier, waarop de griffier een afwijzende beslissing heeft gewezen. Verweerder heeft de griffier geïnformeerd aan te willen blijven als advocaat, ondanks het verzoek van klager aan hem om terug te treden als zijn advocaat. Beroep op ‘ne bis in idem’ van verweerder slaagt niet: de beslissing van de griffier van het ICTR is geen tuchtrechtelijke beslissing. Daarbij faalt de stelling van verweerder dat de (internationaalrechtelijke) gedragscode van het hof het nationale tuchtrecht uitsluit, omdat uit het wettelijk kader binnen het ICTR aan de Nederlandse tuchtrechter rechtstreekse aanvullende rechtsmacht volgt. Het hof oordeelt evenals de raad dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat hij gezien de moeizame verhouding met klager onvoldoende heeft geprobeerd om in het belang van zijn cliënt van zijn taak te worden ontheven. Verweerder had hierom zelfstandig kunnen verzoeken bij de griffier dan wel namens klager beroep in kunnen stellen tegen de beslissing van de griffier. Klacht gegrond zonder oplegging van maatregel. Het hof bekrachtigt de overweging van de raad dat de overtuiging is verkregen dat verweerders afwegingen zijn ingegeven door integere en te respecteren motieven. Daarbij weegt het hof mee dat deze zaak uitzonderlijk lang heeft gelegen, terwijl dat niet aan verweerder te wijten is.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2020:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2019/18 VB 2019/19

    Paard. Niet in geschil is dat dierenarts 1 geen eigen diergeneeskundige handelingen bij de pony heeft verricht. Verder kan hij niet worden aangesproken op het diergeneeskundig handelen van dierenarts 2. Verwerpt het beroep. De conclusie is dat dierenarts 2 naar het oordeel van het Veterinair Beroepscollege zonder sluitende diagnose te snel het voorstel tot euthanasie van de pony aan klaagster heeft gedaan, zonder dat is aangetoond dat euthanasie op dat moment de enige overgebleven mogelijkheid was. Het Veterinair Tuchtcollege heeft derhalve ten onrechte geoordeeld dat het advies tot euthanasie aanvaardbaar is geweest. Beroep gegrond, vernietigt beslissing VTC, verklaard klacht gegrond, legt dierenarts 2 maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/426

    Klager verwijt verweerder, cardioloog, onder meer geen goed afweging te hebben gemaakt bij zijn pre-operatieve advies dat klager een opertie aan zijn halsslagaders aan zou kunnen. Tevens verwijt klager hem dat postoperatief geen revalidatie is aangeboden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/133

    De IGJ dient een klacht in tegen een tandarts met het verwijt de tandarts zijn praktijk heeft beëindigd zonder zijn patiënten hierover te infomreren, zonder zijn patiënten over te dragen en zonder zijn patiënten over de spoedgevallen dienst. Het college heeft verweerder in de gelgenheid gesteld schriftelijk te reageren op de klacht, maar de tandarts heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Gegrond, doorhaling, schorsing

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 072/2020

    Klacht tegen tandarts over orthodontische behandeling. Het college verklaart de klacht gegrond voor zover het betreft het ontbreken van een adequaat behandelplan. De inhoudelijke klachten over de uitgevoerde behandeling en de klacht dat de tandarts zich zou hebben voorgedaan als orthodontist acht het college ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 035/2020

    Klaagster is ontvangen in haar klacht tegen de arts die voor een zorgverzekeraar de machtigingsaanvraag van de revalidatiearts heeft beoordeeld. De door beklaagde beantwoorde vraagstelling was of klaagster in aanmerking kwam voor interdisciplinaire medisch specialistische revalidatiezorg (MSR). Daarbij heeft beklaagde de medische situatie van klaagster en het gevolgde behandeltraject beoordeeld en getoetst aan de voorwaarden voor vergoeding die bij en krachtens de Zorgverzekeringswet zijn gesteld. Aldus heeft het advies van beklaagde betrekking op een individuele persoon en betreft het handelen van beklaagde individuele gezondheidszorg. De klacht is ongegrond verklaard, omdat het advies voldoet aan de door het Centraal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg geformuleerde criteria voor rapportages.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:199 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200174

    Artikel 13 beklag. Klager heeft, ten tijde van de behandeling van zijn aanwijzingsverzoek door de deken, een advocaat bereid gevonden hem bij te staan in (het verdere verloop van) de procedure. Hierdoor heeft klager geen belang (meer) bij de behandeling van zijn aanwijzingsverzoek en dient zijn beklag reeds daarom ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:203 Raad van Discipline Amsterdam 20-347/A/NH

    Deels gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Door klager te beschuldigen van “verbale explosies op het werk”, terwijl verweerder niet kan toelichten op grond waarvan hij dat concludeert, terwijl bovendien klagers leidinggevende schrijft dat op het werk geen verbale explosies zijn waargenomen, heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Nu niet is uitgesloten dat de gewraakte uitlating berust op spraakverwarring ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:204 Raad van Discipline Amsterdam 20-078/A/A

    Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Anders dan klagers stellen is door de rechtbank niet als reden voor de inbewaringneming van klager genoemd dat klager niet of namens hem niet tijdig is gereageerd op sommaties van de curator. Bovendien zijn vrijwel alle e-mails door de curator ook rechtstreeks aan klager gestuurd. Klager was dus op de hoogte van hetgeen de curator van hem verwachtte. Verweerder heeft klager erop gewezen gevolg te geven aan de sommaties van de curator. Dat verweerder de partner van klager heeft geadviseerd de laptop eerst kapot te maken voordat zij de laptop aan de curator zou geven hebben klagers niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 015/2020

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager verwijt beklaagde met name dat zij hem niet heeft willen behandelen en dat zij hem heeft doorverwezen naar een instelling voor forensische zorg. Beklaagde heeft niet onzorgvuldig gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:205 Raad van Discipline Amsterdam 20-187/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 045/2020

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klaagster verwijt verweerder dat hij het ziektebeeld CVS/ME en de gevolgen daarvan niet onderkent, dat hij in plaats daarvan psychische problematiek als oorzaak voor de klachten van klaagster noemt en dat hij de diagnose en conclusies van haar behandelaren afkraakt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:206 Raad van Discipline Amsterdam 20-249/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:207 Raad van Discipline Amsterdam 20-607/A/A

    Klacht over advocaat in hoedanigheid van deken deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:201 Raad van Discipline Amsterdam 20-246/A/A

    Klacht over de eigen advocaat gedeeltelijk gegrond. Klaagster mocht er vanuit gaan dat verweerder de opdracht had aanvaard en met zijn werkzaamheden zou beginnen, nu verweerder niet bij aanvang van de opdracht heeft vastgelegd dat hij pas zou beginnen na toekenning van de toevoeging. Verweerder heeft gemeend zijn uurtarief bij klaagster in rekening te mogen brengen nadat de aanvraag om een toevoeging buiten behandeling was gesteld. Verweerder heeft klaagster voor zijn werkzaamheden echter geen declaratie met urenspecificatie gestuurd. Het stond verweerder in de gegeven omstandigheden niet vrij het door klaagster betaalde voorschot te behouden als betaling voor zijn werkzaamheden. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:202 Raad van Discipline Amsterdam 19-682/A/NH

    Deels gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft erkend dat hij klager vier maanden niet heeft geïnformeerd over zijn zaak en dat hij de schriftelijke reactie van de wederpartij op de sommatiebrief die verweerder namens klager heeft geschreven niet aan klager heeft doorgestuurd of overhandigd. De hiervoor door verweerder gegeven reden kan verweerder niet rijmen met hetgeen klager daarover op de zitting heeft verklaard. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:69 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-043/DB/OB

    Advocaat heeft overleg gevoerd over de inhoud van de vaststellingsovereenkomst, klager gemotiveerd geadviseerd en uitleg gegeven over de betekenis van finale kwijting. Klager heeft zich na overleg met zijn accountant akkoord verklaard met de overeenkomst en deze ondertekend. Verwijt dat de advocaat zonder overleg met klager heeft gehandeld is feitelijk onjuist. Advocaat heeft zich, na herhaalde waarschuwingen zich bij uitblijven van betaling van de declaraties te zullen onttrekken als advocaat en nadat hem ook was gebleken dat klager geen vertrouwen meer in hem had, uiteindelijk onttrokken als advocaat. Klager had voldoende tijd zich tot een andere advocaat te wenden.. Het nalaten daarvan valt de advocaat niet te verwijten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:58 Accountantskamer Zwolle 20/340 Wtra AK

    Klager heeft sinds 2004 een groot aantal steunverzoeken ingediend bij de Stichting Accountantsfonds. Deze stichting is opgericht in 1931 met als doel het verlenen van ondersteuning aan leden en oud-leden van thans de Nba of hun nabestaanden, die in zorgelijke financiële omstandigheden verkeren. Betrokkene is sinds 2013 voorzitter van het bestuur. De klacht gaat over het afwijzen van de aanvragen. Daarnaast vindt klager dat het bestuur middelen heeft verduisterd en betrokkene heeft samengespannen met overige bestuursleden omdat hij hun namen op verzoek van klager niet heeft gegeven. De klacht is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. De tegen betrokkene ingediende klacht over de steunverzoeken (voor zover ontvankelijk) is ongegrond omdat niet gesteld of gebleken is dat betrokkene persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Als de klacht feiten betreft die te relateren zijn aan handelen of nalaten door betrokkene persoonlijk, missen de verwijten feitelijke grondslag of heeft klager de verwijten niet aannemelijk gemaakt. Van een aan betrokkene te maken tuchtrechtelijk verwijt op grond van verduistering, al dan niet in samenspanning, is op geen enkele wijze gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:70 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-549/DB/ZWB

    Te weinig concrete feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat verweerder in en buiten rechte feitelijke informatie heeft verstrekt waarvan hij wist dat die onjuist was. Voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en de door de voorzitter gegeven motivering kan de beslissing dragen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-548/DB/ZWB

    Te weinig concrete feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat verweerder in en buiten rechte feitelijke informatie heeft verstrekt waarvan hij wist dat die onjuist was. Voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en de door de voorzitter gegeven motivering kan de beslissing dragen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/413

    Klager dient een klacht in tegen een chirurg, onder meer inhoudende dat hij na een operatie onvoldoende beeldvormend heeft ingezet tijdens de follow up van klager en voorafgaand aan een tweede operatie ten onrechte geen radiotherapie heeft ingezet. Verweerder voert verweer. Ongegrond