Zoekresultaten 14551-14600 van de 47966 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-056
- Datum publicatie: 10-12-2020
- Datum uitspraak: 14-04-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:200
Klacht heeft betrekking op advocaat van de wederpartij. Dagvaarding is rechtsgeldig aan klager uitgebracht. Er is geen rechtsregel die een advocaat verplicht een afschrift hiervan aan de advocaat van de wederpartij in een eerdere zaak toe te sturen. Advocaat heeft standpunt van zijn cliënte verwoord, waaronder de stelling dat de exploitatievergunningen door de gemeente zijn ingetrokken wegens het ernstige vermoeden van mensenhandel op de prostitutiezone. Hieruit valt niet af te leiden dat de advocaat zelf heeft beweerd dat klager zich heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel. Klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-806 19-807
- Datum publicatie: 10-12-2020
- Datum uitspraak: 02-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:195
Klacht tegen advocaat van wederpartij. Klachtonderdeel over schending Gedragsregel 26: het overgangsrecht bij Gedragsregel 26 was niet van toepassing, aangezien in april 2018 een cassatieadvocaat in verband met de aanhangig gemaakte cassatieprocedure de zaak van de vorige advocaat had overgenomen. Met de cassatieadvocaat waren geen afspraken gemaakt over vertrouwelijkheid van de communicatie. Gedragsregel 26 niet geschonden. Klachtonderdeel over schending Gedragsregel 27: in het midden kan worden gelaten of de mededeling strijdig zou zijn met Gedragsregel 27, nu een eventuele schending daarvan het oordeel dat een dergelijke summiere mededeling onder de bijzondere omstandigheden van dit geval niet onbetamelijk was, niet anders zou maken. Alle klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:201 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-060
- Datum publicatie: 10-12-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:201
Dekenbezwaar betreffende zich niet coöperatief gedragen tijdens de bespreking in het bemiddelingsdossier en de vorm en de wijze van communiceren van advocaat in het klachtdossier. De raad overweegt dat partijen waren uitgenodigd om op vrijwillige basis deel te nemen en dat dit impliceert dat iedere deelnemer op elk moment het bemiddelingstraject kan afbreken c.q. een bemiddelingsgesprek kan verlaten. Dat verweerder bij zijn vertrek geagiteerd was maakt dit niet anders. De vraag doet zich voor welk criterium voor het optreden van verweerder jegens de deken dient te gelden. Er zijn de algemene fatsoensnormen die ieder individu jegens de ander in acht heeft te nemen. Daaraan moet verweerder in ieder geval voldoen. In dit geval speelt bovendien dat verweerder deel uitmaakt van de NOVA en zich uit dien hoofde dient te onderwerpen aan de toezichthoudende taak van de deken. Dat geeft een verdergaande verplichting dan voor een willekeurig individu geldt om (op fatsoenlijke wijze) op verzoeken van de deken te antwoorden. Daar staat weer tegenover dat verweerder als advocaat een zekere vrijheid heeft om zich op de wijze die hem goed dunkt jegens een wederpartij uit te laten. De raad oordeelt dat advocaat zich jegens de deken onnodig grievend heeft uitgelaten.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-527/DH/RO
- Datum publicatie: 10-12-2020
- Datum uitspraak: 12-10-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:170
Verzet ongegrond. In verzet zijn wel de feiten aangevuld, omdat deze in de voorzittersbeslissing onvolledig waren. Verder is de onderbouwing van de beslissing aangevuld, omdat deze in de voorzittersbeslissing summier was.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:196 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-818
- Datum publicatie: 10-12-2020
- Datum uitspraak: 26-10-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:196
Klager verwijt verweerder dat hij onvoldoende deskundigheid heeft ten toon gespreid op het relevante rechtsgebied, dat hij de zaak van klager bij een viergesprek onvoldoende heeft voorbereid en dat hij niet, althans niet direct klager heeft geïnformeerd over een reactie van de wederpartij. De raad heeft geoordeeld dat de verwijten onvoldoende onderbouwd zijn met uitzondering van het feit dat verweerder heeft toegegeven dat hij te lang heeft gewacht, namelijk twee weken, voordat hij een reactie van de wederpartij aan klager doorzond. Dit feit acht de raad echter van onvoldoende gewicht om als tuchtrechtelijk vergrijp aan te merken. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:202 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-102
- Datum publicatie: 10-12-2020
- Datum uitspraak: 20-04-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:202
Advocaat van de wederpartij heeft de belangen van de wederpartij niet nodeloos geschaad. Klaagster werd bijgestaan door een advocaat. Het stond de advocaat van de wederpartij daarom niet vrij rechtstreeks met klaagster te communiceren en dus ook niet om haar terug te bellen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:61 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/668951 DW RK 19/349 MK/SM
- Datum publicatie: 10-12-2020
- Datum uitspraak: 10-11-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:61
Klacht ongegrond. De gerechtsdeurwaarder had beter moeten opletten bij het overmaken van gelden aan de rechthebbende. Hoewel hij hier steken heeft laten vallen, heeft de gerechtsdeurwaarder – zodra hij op de hoogte was geraakt van zijn omissie – het zo goed mogelijk opgelost.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-861/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:107
In de beslissing van de voorzitter is onvoldoende ingegaan op het verwijt van klager aan verweerder dat het hem vanwege het legaliteitsbeginsel niet vrij stond om, in ieder geval in de periode tot aan de zitting van de Raad van Discipline als bestuursorgaan in plaats van zijn voorganger te reageren op een klacht tegen die voorganger. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard wordt de behandeling van de klacht voortgezet. Verzet gegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-342/DB/LI
- Datum publicatie: 09-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:108
Klachtzaak tussen twee advocaten, waarbij de ene advocaat de andere advocaat beschuldigt van leugens in een eerdere klachtzaak tussen die advocaten. De opmerking diende geen doel in de aanhangige zaak en was enkel gericht op de persoon van de andere advocaat. Klacht is gegrond. Opmerking is gedaan zonder aanwezigheid van derden en mede gelet op de jarenlange animositeit tussen de advocaten over en weer niet van dusdanig gewicht dat het opleggen van een maatregel geboden is. Klacht gegrond, geen maatregel, geen kostenveroordeling
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:109 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-401/DB/LI
- Datum publicatie: 09-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:109
Het enkele feit dat de vonnissen van de rechtbank voor klagers negatief hebben uitgepakt, betekent niet dat dus de proceskansen te rooskleurig zijn ingeschat en de door de advocaat gekozen aanpak onjuist was. Advocaat heeft onnodige eis in reconventie ingesteld en zijn cliënt op onnodige kosten gejaagd (proceskostenveroordeling). Advocaat heeft zijn cliënt ten onrechte voorgehouden dat door de wederpartij niet op de eis in reconventie mocht worden gereageerd. Advocaat heeft de proceskansen en risico’s evenals de opdracht en de daaraan verbonden kosten niet schriftelijk vastgelegd. Advocaat heeft geen urenspecificaties aan klagers toegezonden noch inzicht gegeven in de wijze waarop de einddeclaratie tot stand is gekomen. Advocaat beschikte niet over een kantoorklachtenregeling. Gelet op gelijktijdige aansprakelijkstelling, valt de advocaat tuchtrechtelijk niet te verwijten dat hij de klacht niet meer in behandeling heeft genomen. Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Berisping, kostenveroordeling
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-190/DH/DH
- Datum publicatie: 09-12-2020
- Datum uitspraak: 03-08-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:164
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:272 Raad van Discipline Amsterdam 20-803/A/A
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:272
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat die proces-verbaal opvraagt vanwege een opmerking die op de zitting zou zijn gemaakt in een zaak waarin hij geen advocaat was kennelijk ongegrond. Gedragsregel 21 lid 3 niet rechtstreeks van toepassing. Als wel van toepassing dan niet in strijd met die gedragsregel gehandeld. Van napleiten is geen sprake.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:266 Raad van Discipline Amsterdam 20-636/A/A
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:266
Klacht over eigen advocaat. Verweerder is onvoldoende voortvarend te werk gegaan waardoor de zaak van klager vertraging heeft opgelopen. De raad rekent dit verweerder zwaar aan, nu klager gelet op zijn persoonlijke/financiële situatie een groot belang had bij een snelle afwikkeling van de zaak. Berisping en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-516/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:104
Verweerder heeft gehandeld in strijd met artikel 6.27 Voda door meer dan € 5.000, -- in contanten te aanvaarden van zijn cliënt zonder voorafgaand overleg met de deken en in strijd met artikel 6.19 Voda en de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid door derdengelden te ontvangen op zijn privérekening. Ook heeft verweerder de deken niet juist geïnformeerd door eerst te verklaren dat hij derdengelden had ontvangen op zijn kantoorrekening terwijl later bleek dat het de privérekening was en door wisselend te verklaren waarom de cliënte wenste dat het geld op de privérekening werd overgemaakt. Dekenbezwaar gegrond. Voorwaardelijke schorsing van 4 weken. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-077
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:139
Ongegronde klacht tegen een arts. Beklaagde heeft in een consult met klager en diens (inmiddels ex-) echtgenote gezamenlijk gesproken over mogelijke psychische/psychiatrische problematiek bij klager en op basis daarvan een verwijzing naar een psycholoog en later naar een psychiater opgesteld. Naar het oordeel van het College stemde klager er door het gezamenlijk met zijn echtgenote raadplegen van beklaagde zelf mee in dat zijn echtgenote deelgenoot was van het contact en de informatie-uitwisseling tussen klager en beklaagde over klagers (psychische) gezondheidssituatie. Dat beklaagde op enig moment in de periode daarna informatie of gegevens waarover hij beschikte vanwege de behandelrelatie met klager buiten klager om heeft gedeeld met diens (ex-)echtgenote is niet gebleken. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:273 Raad van Discipline Amsterdam 20-792/A/NH
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:273
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:267 Raad van Discipline Amsterdam 20-378/A/A
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:267
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:105 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-058/DB/ZWB
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:105
De voorzitter heeft de klacht te beperkt uitgelegd. Verzet gegrond. Klacht met toepassing van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet in alle onderdelen niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:274 Raad van Discipline Amsterdam 20-872/A/A/W
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:274
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Het is zes jaar geleden dat verweerder plaatsvervangend griffier van de raad was. Bovendien hebben verweerders zich om praktische redenen teruggetrokken, zodat verzoeker geen belang meer heeft bij een beoordeling van zijn verzoek.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:268 Raad van Discipline Amsterdam 20-365/A/A
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:268
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-286/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:106
Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij geldbedragen heeft geleend aan zijn (failliete) cliënt en/of ondernemingen die aan deze cliënt zijn gelieerd, gelden heeft geïnvesteerd in een of meer vennootschappen die aan deze cliënt zijn gelieerd, het deze cliënt mogelijk heeft gemaakt inkomsten/gelden buiten het zicht van de curator te houden en in faillissementen die hij als curator behandelde S heeft ingeschakeld en daarmee de ondernemingen waarvan verweerder zelf aandeelhouder was. Schorsing van 26 weken, waarvan 13 voorwaardelijk. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-056
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:140
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts . Het College is van oordeel dat beklaagde, gelet op de aanhoudende benauwdheidsklachten van patiënte, volgens de NHG-Standaarden standaarden het verloop van de klachten van patiënte actief had moeten volgen. De klacht slaagt in die zin dat niet gevolgd is of de voorgeschreven medicijnen het gewenste resultaat opleverden, er volgens het journaal slechts beperkt lichamelijk onderzoek is gedaan en er niet is besloten tot het maken van een X-thorax. Voorts is op het verzoek van klaagster om bij patiënte een huisbezoek af te leggen negatief besloten, dit terwijl er twee dagen hiervoor sprake was van hevig schommelen van de bloedsuikers met een insulineswitch als gevolg. Ook als er door klaagster alleen melding zou zijn gemaakt van braken, had gelet op het voorgaande een huisbezoek dienen te worden gebracht. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:275 Raad van Discipline Amsterdam 20-784/A/A/W
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:275
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Het enkele feit dat de tuchtrechter er ten onrechte vanuit is gegaan dat het verzoek van mevrouw W om op de zitting van 20 oktober 2020 beeld- of geluidsopnames te maken in overleg met verzoeker was gedaan en de griffie van de raad mevrouw W daarom namens de tuchtrechter heeft gevraagd om (uitsluitend) de schriftelijke toestemming van mrs. X en Y voor het maken van filmopnames, is daartoe onvoldoende. Met andere woorden: de wrakingskamer ziet niet in hoe de reactie van de tuchtrechter op het verzoek van mevrouw W bij verzoeker onmiddellijk de schijn heeft kunnen wekken dat de tuchtrechter vooringenomen of partijdig zou kunnen zijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:269 Raad van Discipline Amsterdam 20-791/A/NH
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:269
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klager lijkt in de veronderstelling te leven dat een advocaat alles moet doen wat de cliënt hem of haar opdraagt. Die veronderstelling is niet juist. De advocaat heeft een eigen verantwoordelijkheid om de zaak correct te behandelen en màg zich zelfs niet verschuilen achter de opdracht van zijn cliënt. Een advocaat kan door zijn cliënt dan ook niet verplicht worden om bepaalde stukken in een procedure in te brengen als de advocaat meent dat dit niet in het belang van een goede behandeling van de zaak is. In het laatste geval moet de advocaat dit wel tijdig en op zorgvuldige wijze kenbaar maken aan de cliënt. Uit hetgeen verweerster heeft aangevoerd blijkt dat zij daaraan heeft voldaan. Voorts geldt dat het een advocaat vrij staat om de werkzaamheden te beëindigen. Als de vertrouwensbasis is vervallen, is hij of zij daartoe zelfs gehouden. Wel dient de advocaat die beslissing zo tijdig kenbaar te maken en de cliënt te wijzen op de te nemen stappen, dat de cliënt daarvan geen procedurele schade ondervindt. Uit het klachtdossier blijkt dat verweerster ook daaraan heeft voldaan. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-001a
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:141
Klacht tegen een huisarts kennelijk niet-ontvankelijk. Als niet de levensgezel maar een andere nabestaande, zoals in dit geval klaagster, de tuchtklacht indient, wordt ook deze geacht de wil van de overleden patiënt te vertegenwoordigen, behoudens het geval dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven daaraan te twijfelen. Het College is van oordeel dat in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan er twijfels bestaan of klaagster overeenkomstig de wil van de overleden patiënt de klacht heeft ingediend. Uit verschillende aantekeningen in de patiëntenkaart leidt het College namelijk af dat de patiënt geen inmenging en betrokkenheid van klaagster wenste bij zijn medische behandeling. Dit geeft aanleiding om te veronderstellen dat klaagster met haar klacht niet de veronderstelde wil van de patiënt vertegenwoordigt. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2020:12 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/13
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TDIVBC:2020:12
Gewijzigde samenstelling van het Veterinair Tuchtcollege na sluiting onderzoek. Uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege is nietig. Het Veterinair Beroepscollege doet, met toepassing van artikel 8:39, tweede lid, van de Wet Dieren, de zaak zelf af. Voor het VBC staat voldoende vast dat de dierverloskundige buiten zijn bevoegdheid op regelmatige basis keizersneden uitvoerde zonder dat daartoe een dwingende veterinaire noodzaak bestond die hem ertoe dwong buiten de eigen bevoegdheid te handelen en dat de dierverloskundige diergeneesmiddelen heeft toegepast en heeft verstrekt terwijl hij daartoe als dierverloskundige niet bevoegd was en bovendien onvoldoende aan verslaglegging hiervan heeft gedaan. Het VBC schorst de dierverloskundige op grond van artikel 8.31, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet dieren onvoorwaardelijk in de bevoegdheid tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen op het gebied van de verloskunde voor een periode van zes maanden, te rekenen vanaf vrijdag 11 december 2020 te 0.00 uur. Deze schorsing geldt niet voor de werkzaamheden van de dierverloskundige als castreur en klauwbehandelaar en evenmin voor zijn handelsactiviteiten en legt de dierverloskundige op grond van artikel 8.31, eerste lid, aanhef en onder c, in samenhang gelezen met het vijfde en zesde lid, van de Wet dieren een voorwaardelijke geldboete op van € 5.000,00 met een proeftijd van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van deze uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-062
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:142
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. In de kern komt de klacht erop neer dat klaagster verwijt dat beklaagde niet tot de conclusie had kunnen komen dat er geen cognitieve beperking was, omdat de moeder van klaagster visueel beperkt was. Voor het College staat voldoende vast dat beklaagde op de hoogte was van de visuele beperking van de moeder van klaagster en dat beklaagde dat heeft betrokken in zijn onderzoek. Het College stelt daarom vast dat beklaagde zorgvuldig heeft gehandeld. Het College merkt daarnaast op dat het hebben van een visuele beperking niet betekent dat ook sprake is van een cognitieve stoornis en/of beperking. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:270 Raad van Discipline Amsterdam 20-794/A/NH
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:270
Voorzittersbeslissing. De klacht heeft betrekking op het optreden van verweerder in de periode vóórdat verweerder als advocaat beëdigd was. Een klacht kan uitsluitend behandeld worden en ontvankelijk zijn als die ziet op gedragingen die de advocaat heeft verricht in de periode dat hij advocaat was. De klacht is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-077a
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:143
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Zoals blijkt uit het medisch journaal meldde patiënt zich bij beklaagde met pijnklachten aan zijn rechterheup. Beklaagde heeft patiënt doorgestuurd voor foto’s en verwezen naar een fysiotherapeut. Er was daarom dan ook nog geen sprake van een situatie waarin een diagnose gesteld moest worden. Over andere klachten is niet gesproken, zodat er voor beklaagde geen aanleiding bestond om bloedonderzoek uit te voeren of een suikermeting te doen. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:271 Raad van Discipline Amsterdam 20-781/A/A 20-782/A/A 20-783/A/A
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:271
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop. Bij nagekomen brief hebben klagers nog gesteld dat zij hun klacht reeds eerder, op 29 augustus 2019, tijdens het dekenspreekuur hebben ingediend, maar klagers hebben dit standpunt onvoldoende onderbouwd. Klagers hebben voorts nog aangevoerd dat zij, als gevolg van de hoeveelheid informatie en de beschikbaarheid van stukken, redelijkerwijs pas later kennis hebben kunnen nemen van het handelen waar de klacht betrekking op heeft. De voorzitter gaat hier niet in mee en ziet hierin geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:265 Raad van Discipline Amsterdam 20-536/A/NH
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:265
Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft klachtwaardig jegens klaagster gehandeld door afgifte van het dossier herhaaldelijk te weigeren, zonder daarbij de deken in te schakelen. Voorts heeft verweerster verzuimd een analyse van de sterke en zwakke punten van de zaak van klaagster te geven, hetgeen juist in deze zaak geboden was. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-387/DB/LI
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:103
Het had op de weg van verweerder gelegen om bij klaagster naar de ontvangst van de beschikking te infomeren en haar te wijzen op het belang van het, na ontvangst van de beschikking, tijdig instellen van bezwaar. Omdat verweerder na zijn brief van 12 april 2019 geen actie meer heeft ondernomen, valt het ongebruikt laten verstrijken van de bezwaartermijn hem tuchtrechtelijk aan te rekenen. Dat de verzekeraar van de advocaat niet over gaat tot uitkering van een schadevergoeding overgaat betekent niet dat de advocaat de schadeclaim dient te voldoen. Hiervan is slechts sprake indien de schade vaststaat, wat niet het geval is. De raad ziet in de opstelling van verweerder in de aanloop naar en tijdens de tuchtrechtprocedure aanleiding om verweerder niet te veroordelen in de kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en de Staat. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing, geen kostenveroordeling aan de NOVA en Staat
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-277b
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:144
Kennelijk ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het College is van oordeel dat er geen onderbouwing is voor de klacht dat beklaagde tijdens de behandeling een onjuiste behandeling heeft toegepast. De behandelingen zijn gestart door een collega van beklaagde. Beklaagde is doorgegaan op het ingestelde behandelplan, een manuele therapie behandeling. De behandeling door beklaagde is hiervan niet afwijkend. Het overige klachtonderdeel is ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 099/2020
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:129
Klacht tegen de huisarts betreffende de bijwerkingen van de voorgeschreven medicatie Amlodipine. Klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-063
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:138
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Het College is van oordeel dat beklaagde, gelet op de aanhoudende klachten van patiënte, het verloop van de klachten actiever had moeten volgen. Patiënte was bekend met hartfalen. Beklaagde had overeenkomstig de NHG-standaard hartfalen bij patiënte bloed moeten laten prikken voor de brain natriuretic peptide (BNP)-waarde of een longfoto kunnen laten maken. Ook had het gewicht vaker gecontroleerd moeten worden dan waartoe beklaagde opdracht heeft gegeven. Door de klachten op zijn beloop te laten na het verlagen van de dosering bumetanide heeft beklaagde op dat punt onzorgvuldig gehandeld. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2014:33 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/71a
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 15-12-2014
- ECLI:NL:TNORSHE:2014:33
Onderzoek als bedoeld in art. 96 (oud) Wna.* De notaris heeft zijn praktijk medio 2009 verkocht aan notaris 1 en 2. Daarna is de notaris als zodanig (en later in deeltijd als kandidaat-notaris ex art. 30a Wna) aan het kantoor van notaris 1 en 2 verbonden gebleven. Notaris 1 was voor de overname van de praktijk via zijn toenmalige kantoor al betrokken bij een groot project en heeft deze werkzaamheden voortgezet via het nieuwe kantoor. De voorzitter van de Kamer van toezicht heeft een onderzoek gelast naar de handelwijze van de notaris en notaris 1 rond dat project. Bij deze uitspraak heeft de kamer de bedenkingen tegen de notaris m.b.t. dat project ongegrond verklaard omdat niet is gebleken dat hij zelf bij die werkzaamheden betrokken is geweest. De notaris heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld omdat hij geen zorg heeft gedragen voor een juiste en volledige presentatie van het kantoor. Zo waren mededelingen op de website en de wijze waarop het kantoor was ingeschreven bij het Handelsregister niet in overeenstemming met de daadwerkelijke eigendomsverhoudingen, terwijl op het briefpapier ook niet werd vermeld welke (kandidaat-)notarissen aan het kantoor verbonden waren. De kamer legt geen tuchtmaatregel op, onder meer omdat de kamer geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de intenties van de notaris en zijn serieuze inspanningen om (als gevolg van zijn gezondheidsproblemen) te trachten zorg te dragen voor tijdige overdracht van zijn protocol aan een capabele opvolger, terwijl aan hem nimmer een tuchtmaatregel was opgelegd. Op dezelfde datum heeft de kamer uitspraak gedaan over de bedenkingen tegen notaris 1 (SHE/2013/71b en SHE/2014/34). * (Deze uitspraak is destijds per abuis niet gepubliceerd)
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:220 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.387
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:220
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:221 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.388
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:221
.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-653
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 28-09-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:192
De stelling van de advocaat dat klager, met enkel bewijs middels het horen van partijgetuigen, zonder aanvullend bewijs, niet zou slagen in de aan hem gegeven bewijsopdracht, is niet onbegrijpelijk. De raad volgt de advocaat in zijn stelling dat het niet eenvoudig was om het opgedragen bewijs – het bewijs van wat de gerechtelijke beslissing zou zijn geweest als de zaak niet als verzetzaak was behandeld en de aannemer een bewijsopdracht zou hebben gekregen - te leveren. De advocaat heeft dit ook met klager besproken. Het staat een advocaat vrij om met de Raad voor Rechtsbijstand in overleg te treden indien de vergoeding niet toereikend is. Niet gebleken dat klager hiervan financieel nadeel heeft gelden. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:222 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.389
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:222
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:223 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.390
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:223
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:217 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.045
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:217
Verweerder was als klinisch psycholoog verbonden aan het centrum waar klaagster voor een deeltijdbehandeling gericht op persoonlijkheidsproblematiek verbleef. Verweerder was hoofdbehandelaar en zag klaagster tweemaal per week in de groepspsychotherapie. Op enig moment is klaagster gestopt met deze therapie. Verweerder bleef hoofdbehandelaar en heeft in de periode die volgde contact met klaagster gehouden over een deeltijdbehandeling in een andere groep en een door klaagster gewenste maagverkleining. Na een behandelimpasse is het contact met klaagster door verweerder overgedragen aan zijn collega, eveneens aangeklaagd (C2020.046). Klaagster is daarna voor behandeling naar een ander centrum gegaan. Klaagster verwijt verweerder dat: 1. hij tijdens de groepstherapie geen oog heeft gehad voor de verslechterende toestand van klaagster en de overdrachtsgevoelens die zij naar beklaagde toe ontwikkelde; 2. hij niet adequaat op de hulpvragen van klaagster heeft gereageerd; 3. hij een onjuist advies heeft gegeven ten aanzien van de maagoperatie; 4. de overdracht naar het andere centrum onzorgvuldig is geweest; 5. hij haar onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:224 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.391
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:224
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:218 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.046
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:218
Verweerster, klinisch psycholoog, was werkzaam als manager behandelzaken bij het centrum waar klaagster voor een deeltijdbehandeling gericht op persoonlijkheidsproblematiek verbleef. Een collega van verweerster, eveneens aangeklaagd (C2020.045) was hoofdbehandelaar. Op enig moment is klaagster gestopt met de therapie. Na een behandelimpasse met de hoofdbehandelaar is het contact met klaagster overgedragen aan verweerster. Verweerster heeft met klaagster over alternatieve behandelmogelijkheden besproken maar die zijn niet van de grond gekomen. Klaagster is uiteindelijk voor behandeling naar een ander centrum gegaan. Klaagster verwijt verweerster dat zij: 1.hulp had moeten bieden; 2.de ouders van klaagster in had moeten lichten; 3. bij de overdracht naar het andere centrum een andere therapie had moeten adviseren; 4. klaagster onheus bejegend heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-468/DH/DH 20-495/DH/DH 20-496/DH/DH 20-497/DH/DH 20-498/DH/DH 20-499/DH/DH 20-500/DH/DH 20-501/DH/DH 20-502/DH/DH 20-504/DH/DH
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:163
Gegrond dekenbezwaar tegen tien verweerders die in dienst zijn bij SRK Rechtsbijstand B.V. Op grond van artikel 5.11 Voda is het verweerders niet toegestaan om, terwijl zij in dienst zijn bij SRK, rechtsbijstand te verlenen aan personen die niet verzekerd zijn op grond van een rechtsbijstandverzekering. Nu BrandMR op betalende basis rechtsbijstand wil verlenen aan deze personen, kunnen verweerders geen werkzaamheden verrichten voor cliënten van BrandMR. De presentatie van verweerders op de website van BrandMR geeft een misleidend beeld en dat is in strijd met artikel 7.4 Voda. Regelgeving is zoals die is en moet worden nageleefd, ook al menen verweerders dat artikelen van de Voda hun vrijheid van meningsuiting ontoelaatbaar beperken en in strijd zijn met artikel 6 van de Mededingingswet. De raad is overigens niet van oordeel dat er sprake is van een ontoelaatbare beperking van de vrijheid van meningsuiting en is voorshands niet van oordeel dat de NOvA bij het vaststellen van de regelgeving in strijd met het geldende mededingingsrecht heeft gehandeld. De raad ziet ten slotte geen aanknopingspunten om de uitkomst van de civiele procedure, thans lopend bij de rechtbank Den Haag, af te wachten.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2014:31 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/34
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 15-12-2014
- ECLI:NL:TNORSHE:2014:31
Onderzoek als bedoeld in art. 96 (oud) Wna.* De notaris heeft een bedrag van € 500.000 overgeschreven van de derdengeldenrekening van het kantoor waaraan hij destijds was verbonden naar een rekening bij een andere bank die op zijn naam was geregistreerd. Daardoor is een negatieve bewaringspositie ontstaan. De kamer heeft geoordeeld dat de rekening op naam van de notaris niet kon worden aangemerkt als een bijzondere rekening in de zin van de (dwingendrechtelijke) bepalingen van art. 25 (oud) Wna, zodat de met dat artikel beoogde bescherming van derden niet kon worden geboden aan de rechthebbenden van de tegoeden die naar de rekening op naam van de notaris zouden worden overgeboekt. Deze gelden hebben bovendien als zekerheid gediend voor het debetsaldo dat de notaris op een andere privérekening bij dezelfde bank heeft doen ontstaan door gelden uit te lenen aan de echtgenote van een andere notaris, die deze gelden op haar beurt onder hypothecair verband heeft uitgeleend aan derden die door banken kennelijk niet als voldoende kredietwaardig werden aangemerkt. De notaris heeft vanaf de derdengeldenrekening van kantoor ook andere gelden overgeboekt naar een van deze privérekeningen, waaronder gelden die hij onder zich had uit hoofde van executele en uit hoofde van bewind over het vermogen van minderjarigen na het overlijden van hun vader. Bovendien heeft de notaris in strijd met de waarheid een akte van geldlening opgesteld en een (fictief) uittreksel uit de (thans) BRP, terwijl hij ook op diverse andere punten niet heeft gehandeld zoals het een behoorlijk notaris betaamt. Ontzetting uit het ambt. Op dezelfde datum heeft de kamer uitspraak gedaan over andere bedenkingen tegen deze notaris (SHE/2013/71b). * (Deze uitspraak is destijds per abuis niet gepubliceerd)
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:219 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.386
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:219
.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2014:32 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/71b
- Datum publicatie: 07-12-2020
- Datum uitspraak: 15-12-2014
- ECLI:NL:TNORSHE:2014:32
Onderzoek als bedoeld in art. 96 (oud) Wna.* De notaris heeft werkzaamheden verricht i.v.m. een omvangrijke projectontwikkeling met een financieel belang van 93,5 miljoen euro en vele internationale aspecten (waaronder betrokkenheid van diverse buitenlandse (rechts)personen, o.a. gevestigd in Belize, ondertekening van een contract in Dubai, beoogde legalisering in het Verenigd Koninkrijk, betaling van een bedrag van 2,3 miljoen euro aan een bank in Taiwan). Gelet op deze aspecten en de gang van zaken rond de totstandkoming van de overeenkomsten (zo was gebruik gemaakt van een vals stempel van een notariskantoor) en het feit dat de notaris op de dag van overboeking, ondanks herhaald verzoek daartoe, nog altijd niet de beschikking had over de vereiste legal opinions, is de kamer van oordeel dat de notaris zich als partij-adviseur voorafgaand aan de closing te lijdelijk heeft opgesteld. Een notaris kan zich van zijn gehoudenheid tot onderzoek en controle tuchtrechtelijk niet bevrijden door hierover iets anders met de cliënt overeen te komen. Op het moment dat de opdrachtgever klaarblijkelijk ernstig in tweestrijd verkeerde of hij al dan niet tot ondertekening van de contracten zou overgaan, had het naar het oordeel van de kamer op de weg van de notaris gelegen om zijn opdrachtgever ervan te weerhouden de overeenkomsten aan te gaan zolang de identiteit van de wederpartij niet aan de hand van legal opinions kon worden geverifieerd. Indien zijn opdrachtgever een dergelijk advies vervolgens in de wind zou hebben geslagen, had het op de weg van de notaris gelegen om de gelden die op de derdengeldenrekening in depot werden gehouden ten behoeve van de wederpartij niet zelf over te boeken, maar zijn opdrachtgever duidelijk schriftelijk over zijn standpunt te informeren. Tegelijk met deze beslissing heeft de kamer uitspraak gedaan over de handelwijze van de notaris ten tijde van zijn ambtsuitoefening bij zijn eerdere kantoor (SHE/2014/34). Omdat in die zaak aan de notaris de zwaarste tuchtmaatregel (ontzetting uit het ambt) werd opgelegd, heeft de kamer, hoewel (ook) de bedenkingen in deze zaak een tuchtmaatregel rechtvaardigden, geoordeeld dat om die reden in deze zaak geen plaats meer was voor het opleggen van een tuchtmaatregel. * (Deze uitspraak is destijds per abuis niet gepubliceerd)
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:190 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-398
- Datum publicatie: 04-12-2020
- Datum uitspraak: 18-05-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:190
Tijdig ingediende klacht over eigen advocaat in arbeidsgeschil. Dat klaagster geen gebruik heeft gemaakt van de interne klachtenregeling van verweerder of haar geschil aan de Geschillencommissie heeft voorgelegd, staat aan deze tuchtrechtelijke procedure niet in de weg. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder klaagster niet ondubbelzinnig schriftelijk gewezen op de risico’s van het niet tijdig aanvaarden van het door de werkgever gedane aanbod voor een vertrekregeling, waarmee hij in zijn zorgplicht jegens klaagster is tekortgeschoten (artikel 7.11 lid 2 Voda; Regel 16). Daarnaast had verweerder aan klaagster schriftelijk duidelijkheid moeten verschaffen over de aanpak van het maken van het verweerschrift voor het UWV, die daar regelmatig haar zorgen over heeft geuit. Dat verweerder dat heeft gedaan, is de raad uit de stukken niet gebleken. De raad is niet bevoegd om geschillen over de hoogte van de declaratie te beslechten. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:239 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200096
- Datum publicatie: 04-12-2020
- Datum uitspraak: 27-11-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:239
Hof vernietigt uitspraak raad, die de uitlatingen van de advocaat van de wederpartij niet onnodig grievend, maar wel onbehoorlijk beschouwde en een waarschuwing oplegde. Hoewel een zakelijker toon beter en constructiever was geweest, heeft verweerder de grens van de hem toekomende vrijheid niet overschreden.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 291
- Pagina: 292
- Pagina: 293
- ...
- Pagina: 960
- Volgende pagina zoekresultaten