Zoekresultaten 14251-14300 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:287 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-144
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 28-09-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:287
Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:6 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-110
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:6
De raad is van oordeel dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad door betrokken te raken bij het opzetten van een bedrijf dat een concurrent werd van het bedrijf van klaagster met wie hij al jarenlang samenwerkte en dat zich op hetzelfde terrein als het bedrijf van klaagster bewoog, namelijk het bijstaan van huurders met name bij zaken bij de Huurcommissie en de nasleep daarvan. Daarnaast is verweerder op enig moment opgetreden als advocaat van klaagster. Bij dit alles speelt mee dat verweerder klaagster op geen enkele manier over het opzetten van dat bedrijf informeerde, terwijl hun samenwerking voortduurde. Klaagster moest er zelf achter komen wat er speelde. Dit past een behoorlijk advocaat niet. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. De overige onderdelen van de klacht zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/11
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 02-02-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:3
ESSENTIE UITSPRAAK Klager maakt zijn voormalig huisarts in een zevental klachtonderdelen het verwijt (samengevat) dat hij niet professioneel gehandeld heeft, dat hij klager niet professioneel bejegend heeft en dat de zorgverlening aan klager niet juist is beëindigd. Beklaagde betwist de klachtonderdelen gemotiveerd. Het college is van oordeel dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:281 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-114
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 20-04-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:281
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht niet-ontvankelijk omdat de klacht is ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klaagsters hebben kennisgenomen van het handelen van verweerder.
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:83 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/664459 / DW RK 19/164
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 21-08-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:83
Gerechtsdeurwaarders hebben opgetreden als procesgemachtigde van klager. Zij hebben nagelaten klager een vonnis toe te sturen, en hebben, in weerwil van een verzoek van klager, een verweerschrift van klager niet ingediend bij de rechtbank. De gerechtsdeurwaarders hebben geen kosten in rekening gebracht en hebben aangeboden de kosten in hoger beroep te vergoeden. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:288 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-494
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 13-07-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:288
Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:7 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-855
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:7
Klaagster klaagt over het optreden van verweerder als advocaat van haar – inmiddels overleden - vader. De raad is van oordeel dat de klacht niet ontvankelijk moet worden verklaard omdat klaagster er niet in geslaagd is aan te tonen in welk rechtstreeks belang zij persoonlijk getroffen is. Zij heeft een dergelijk belang niet gesteld noch onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/06
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 02-02-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:4
ESSENTIE UITSPRAAK Klaagster is de moeder van wijlen haar dochter. Zij heeft klachten over de behandeling van beklaagde die werkzaam is geweest als huisarts van haar dochter. Beklaagde voert primair een niet-ontvankelijkheidsverweer. Het college verklaart de klacht niet-ontvankelijk omdat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:282 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-114
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 19-10-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:282
Verzetbeslissing. Anders dan de voorzitter is de raad van oordeel dat klaagsters hun klaagschrift tijdig hebben ingediend. Het verzet is dan ook gegrond. Klachtonderdelen over het handelen van verweerder acht de raad in strijd met gedragsregel 15. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:289 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-409
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 13-07-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:289
Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:8 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-786
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:8
Klager heeft verzet aangetekend tegen de beslissing van de voorzitter om zijn klacht niet-ontvankelijk te verklaren. Klager heeft geklaagd over verweerder als advocaat van de wederpartij van zijn cliënt. Verweerder zou in een ontslagzaak onjuiste informatie hebben verschaft aan klagers cliënt. De raad heeft het verzet niet-ontvankelijk verklaard omdat ook de raad van oordeel is dat klager geen rechtstreeks belang bij zijn klacht heeft.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/05
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 02-02-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:5
ESSENTIE UITSPRAAK Klaagster is de moeder van wijlen haar dochter. Zij heeft klachten over de behandeling van beklaagde die werkzaam is geweest als huisarts van haar dochter. Beklaagde voert primair een niet-ontvankelijkheidsverweer. Het college verklaart de klacht niet-ontvankelijk omdat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende in de zin van de wet BIG.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:283 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-020
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:283
Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft een (beroeps)fout gemaakt door niet op de zitting te verschijnen. Hij heeft als gevolg van deze fout klager niet heeft geïnformeerd over deze zitting. Voorts acht de raad de wijze waarop verweerder de gevolgen van zijn beroepsfout heeft geregeld, in strijd met het in artikel 46 e.v. van de Advocatenwet geregelde tuchtrecht dat beoogt een behoorlijke beroepsuitoefening te waarborgen. Gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:290 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-212
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 23-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:290
Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:284 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-003
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 09-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:284
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond. Verweerder heeft namens zijn cliënt aan klager geschreven dat - kort gezegd - klager als bestuurder van een vennootschap zonder overleg onverantwoorde betalingen heeft gedaan. Deze stelling heeft verweerder op de zitting van de Ondernemingskamer herhaald. Verweerder is er namens klager op gewezen dat deze stelling niet klopt en hem is verzocht om deze met bewijzen te onderbouwen. De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder hiermee de grenzen van de hem, als advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Verweerder mocht af gaan op wat zijn cliënt hem hierover had verteld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:291 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-343
- Datum publicatie: 02-02-2021
- Datum uitspraak: 23-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:291
Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:22 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-701/DB/OB
- Datum publicatie: 01-02-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:22
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster en diens kantoorgenoot mr. Z, treden tezamen op als advocaat voor klagers ex-partner. Klager klaagt over diverse aspecten van verweersters optreden. Nu niet is gebleken dat verweerster de grenzen van de aan haar, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden, verklaart de voorzitter de klachtonderdelen 1, 2, 3 en 5 kennelijk ongegrond. Klachtonderdeel 4 ziet op het verwijt dat verweerster, door namens de vrouw een gerechtelijke procedure aanhangig te maken, misbruik maakt van de toevoeging waarop de vrouw recht heeft. Dit klachtonderdeel is kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang van klager bij dit klachtonderdeel.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:1 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/370978 KL RK 20-66
- Datum publicatie: 01-02-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:1
De klacht heeft betrekking op een verklaring die de notaris voor klager en zijn (inmiddels ex)partner heeft opgesteld. De notaris had die verklaring nimmer aan klager mogen voorleggen ter ondertekening en hij had zich er beter van moeten vergewissen of dit daadwerkelijk de wil van partijen/klager was. Klager werd enorm onder druk gezet door zijn vrouw. Voorts verwijt klager de notaris dat hij zich als partijnotaris heeft gedragen in de civiele procedure tussen klager en zijn ex-partner over de afwikkeling van de partnerschapsvoorwaarden. De kamer heeft de klacht deels niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de klachttermijn en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-934/DB/OB
- Datum publicatie: 01-02-2021
- Datum uitspraak: 21-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:23
Het is ter vrije beoordeling van de advocaat en/of zijn cliënt of een regeling in der minne al dan niet haalbaar is. Indien de cliënt meent dat een regeling in der minne niet haalbaar is, kan de advocaat door de wederpartij noch door de gedragsregels daartoe worden verplicht. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-888/DB/OB
- Datum publicatie: 01-02-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:24
De klacht heeft betrekking op een declaratiegeschil, ter zake waarvan de tuchtrechter niet bevoegd is. Van excessief declareren is niet gebleken. Verweerster kan enkel verantwoordelijk worden gehouden voor haar eigen handelen. Dat niet mr. T maar verweerster zelf de klachtbehandeling ter hand heeft genomen is niet gebleken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-889/DB/OB
- Datum publicatie: 01-02-2021
- Datum uitspraak: 05-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:18
Advocaat in hoedanigheid van deken. Geen sprake van bewust onjuist informeren van de tuchtrechter met als doel deze te misleiden. Partijdigheid bij het onderzoek naar de klacht niet gebleken. Deken mag het standpunt innemen dat er sprake is van misbruik van klachtrecht door klager. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:12 Accountantskamer Zwolle 20/1276 en 20/1278 Wtra AK
- Datum publicatie: 01-02-2021
- Datum uitspraak: 01-02-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:12
Klacht tegen twee accountants van een kantoor. De klachten zien op de dienstverlening, die niet juist zou zijn: aanschaf van dure boekhoudprogramma’s die geen beter inzicht geven, een aantal jaarrekeningen is niet besproken, aangiften zijn niet tijdig ingediend en misbruik van retentierecht en machtspositie. Een aantal klachten ziet op de declaraties. Zo zou onvoldoende inzicht zijn gegeven in de declaraties, de tarieven zouden zonder medeweten van klaagsters zijn verhoogd, en is niet gereageerd op klachten daarover. Klachten tegen de ene accountant, die contactpersoon was, ongegrond: de gedragingen zijn niet tuchtrechtelijk verwijtbaar en/of niet onderbouwd. De klacht tegen de andere accountant is ook ongegrond: anders dan klaagsters stellen heeft hij wel op hun klacht over de declaraties gereageerd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-893/DB/OB
- Datum publicatie: 01-02-2021
- Datum uitspraak: 14-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:19
Het staat een advocaat vrij om bij gebreke van een tijdig antwoord rechtsmaatregelen aan te kondigen. Daarnaast stond het verweerder vrij om klager mede te delen dat zijn cliënte overweegt zich te wenden tot Nederlandse autoriteiten.om een melding van mogelijke fraude te doen. Dat verweerder zijn status als advocaat heeft gebruikt voor afpersing door een fraudemelding in het vooruitzicht te stellen indien klager niet tot betaling van het door zijn cliënte gevorderde bedrag zou overgaan, is uit de aan de raad overgelegde stukken niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-929/DB/OB
- Datum publicatie: 01-02-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:20
Het stond advocaat van de wederpartij vrij om in overleg met haar cliënte de rechtbank te verzoeken het faillissement van klaagster uit te spreken. Ten tijde van de faillissementsaanvraag sprake van een (deels) onbetwist vorderingsrecht van de cliënte van verweerster op klaagster en er was sprake van pluraliteit van schuldeisers. Verweerster heeft gehandeld binnen de grens die haar als advocaat van de wederpartij vrijstond. Het verweer dat sprake was van een “nepovereenkomst” is pas geruime tijd na de faillissementsaanvraag gevoerd en, wat hiervan ook moge zijn, op het moment van die faillissementsaanvraag niet bij verweerster bekend. Klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19203
- Datum publicatie: 01-02-2021
- Datum uitspraak: 01-02-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:11
Specialist ouderengeneeskunde wordt verweten dat hij de afspraak om tot palliatieve sedatie over te gaan, niet is nagekomen waardoor hij patiënte middeleeuws heeft laten sterven en de medicatie als “zo nodig” en niet als “nodig” heeft voorgeschreven, waardoor er veel te veel misverstanden zijn ontstaan. College: persoonlijk handelen verweerder staat centraal. Verweerder heeft met klager afgesproken dat hij een palliatieve behandeling zou inzetten. Het lijkt erop dat klager deze afspraak heeft geïnterpreteerd als palliatieve sedatie. De frequentie en de dosering van de medicatie was in de dagen voor het overlijden zo laag dat de morfine niet “vast” kon worden gegeven. De medicatie volgens het bijspuitschema kwam bovenop de medicatie uit het pompje. Verweerder heeft ten behoeve van de verzorging en verpleging voldoende duidelijk omschreven wanneer en in welke mate aan patiënte medicatie kon en mocht worden toegediend. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:21 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-700/DB/OB
- Datum publicatie: 01-02-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:21
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder en diens kantoorgenote mr. M, treden tezamen op als advocaat voor klagers ex-partner. Klager klaagt over diverse aspecten van verweerders optreden. Nu niet is gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden, verklaart de voorzitter de klachtonderdelen 1, 2, 3 en 5 kennelijk ongegrond. Klachtonderdeel 4 ziet op het verwijt dat verweerder de vrouw bijstaat op basis van een toevoeging. Dit klachtonderdeel is kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang van klager bij dit klachtonderdeel.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/72 en 73
- Datum publicatie: 31-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:1
Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris (kort gezegd) dat zij met betrekking tot moeders nalatenschap onzorgvuldig hebben gehandeld bij het opstellen van de verklaring van erfrecht, de boedelbeschrijving en de akte houdende vaststelling van de geldvorderingen. De klacht tegen de notaris en de kandidaat-notaris valt uiteen in een aantal onderdelen. De kamer heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en de uitbreiding van de klacht bij repliek niet ontvankelijk verklaard. Een aantal verwijten van klager (ten aanzien van onder meer de informatieverstrekking, het onderzoek naar de wilsbekwaamheid en de onafhankelijke wilsvorming van vader (die erfgenaam en executeur is in moeders nalatenschap) en de mededelingen over de boedelbeschrijving) acht de kamer te voorbarig. Verder is het de kamer niet gebleken dat de notaris en de kandidaat-notaris door hun communicatie voor (een verdere escalatie van de) verstoorde familieverhoudingen hebben gezorgd noch dat zij tussen 8 november 2019 en 3 december 2019 onterecht niets van zich hebben laten horen. Ten slotte is de kamer van oordeel dat de notaris zich ten aanzien van de door klager opgevraagde volmacht terecht op haar geheimhoudingsplicht jegens klager beroept
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/48
- Datum publicatie: 31-01-2021
- Datum uitspraak: 25-01-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:2
Het BFT verwijt de notaris dat hij voor de derde keer niet heeft voldaan aan de verplichting om voldoende opleidingspunten te behalen, ondanks de door het BFT geboden herstelmogelijkheden. Hiermee heeft de notaris in strijd gehandeld met artikel 2 Verordening bevordering vakbekwaamheid juncto artikel 5 Reglement bevordering vakbekwaamheid. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard. De kamer heeft ten aanzien van een eventueel op te leggen maatregel overwogen dat bij beslissing van het hof Amsterdam in een andere klachtzaak aan de notaris de maatregel van ontzetting uit het ambt is opgelegd, als gevolg waarvan de notaris zijn notariële werkzaamheden zal moeten staken. Uit de betreffende beslissing van het hof blijkt dat het hof het structurele tekort aan opleidingspunten van de notaris - hoewel deze klacht in de zaak bij het hof niet aan de orde was - heeft meegewogen bij het opleggen van de maatregel van ontzetting uit het ambt. De kamer is daarom van oordeel dat het opleggen van een maatregel in deze klachtprocedure geen toegevoegde waarde heeft. Aan de notaris is om die reden geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:19 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200252W
- Datum publicatie: 30-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:19
Wrakingsverzoek. Als uitgangspunt geldt dat de enkele omstandigheid dat een rechter al eerder bemoeienis heeft gehad met een zaak van dezelfde partij onvoldoende is om, objectief gezien, de vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen (zie HR 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4004). Bijkomende omstandigheden op grond waarvan deze vrees kan worden aangenomen, zijn in dit geval niet gesteld. Het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:12 Raad van Discipline Amsterdam 20-985/A/NH
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:12
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Aan klager kan worden toegegeven dat het lang heeft geduurd voordat verweerster bereid was tot dagvaarding over te gaan. Dit valt haar echter niet tuchtrechtelijk te verwijten. Verweerster is immers vanaf juni 2019 volop met de zaak van klager bezig geweest. De dagvaarding is uiteindelijk niet uitgebracht omdat klager en verweerster het niet eens waren over een aantal van de daarin op te nemen schadeposten en omdat klager nog voor de uitkomst van die discussie een klacht over verweerster had ingediend.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.012
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:42
Klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster heeft een ziekenhuis en een behandelaar aansprakelijk gesteld omdat zij meent dat er een medische fout is gemaakt. De verzekeraar van het ziekenhuis heeft de gynaecoloog, destijds gynaecoloog in een ander ziekenhuis en daarnaast medisch adviseur, verzocht op basis van het medisch dossier van klaagster een medisch advies uit te brengen. Klaagster heeft eerst de verzekeraar en daarna de gynaecoloog om inzage in het door hem opgestelde advies gevraagd maar heeft geen inzage gekregen. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij geen inzage heeft gegeven in het door hem opgestelde advies terwijl hij daartoe wel verplicht was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster en wijst het verzoek tot kostenveroordeling af.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.049
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:23
Klacht tegen internist. Klager lijdt sinds 2000 aan FMF, een ernstige chronische nierziekte en is daarvoor onder vanaf 2007 tot en met 2009 onder behandeling geweest bij de internist. Klager verwijt haar dat hij zij nalatig is geweest en dat hij hierdoor zijn beide nieren is kwijtgeraakt en een niertransplantatie heeft moeten ondergaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.004 en c2020.009
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:36
Klacht tegen gynaecoloog. De dochter van klagers is anderhalve week na de bevalling overleden. De klacht (bestaande uit 27 onderdelen) gaat onder meer over het medisch handelen, de samenwerking tussen de gynaecologen, de dossier-, informatie- en geheimhoudingsplicht, de nazorg na de bevalling en de afwikkeling van de melding van de calamiteit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, aan de gynaecoloog de maatregel van waarschuwing opgelegd en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. Beide partijen komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege herformuleert de vaste rechtspraak over de taken en verantwoordelijkheden van verschillende zorgverleners bij de behandeling van één patiënt, verklaart beide beroepen deels gegrond, vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verklaart de klacht, deels op andere gronden, gedeeltelijk gegrond. Het Centraal Tuchtcollege wijst het verzoek om veroordeling in de proceskosten in beroep af, handhaaft de maatregel van waarschuwing en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:60 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/13
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 26-11-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:60
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot het afleveren van antibiotica op een vleesvarkensbedrijf niet te hebben gehandeld conform de vigerende wet- en regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Deels gegrond, voor zover het de administratieve verantwoording en documentatie van de gemaakte keuzes qua ingezette antibiotica betreft. Volgt waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:13 Raad van Discipline Amsterdam 20-965/A/A
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:13
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft in zijn e-mail aan de advocaat van klager geschreven dat klager op twijfelachtige gronden liquiditeiten aan de praktijk heeft onttrokken. Gelet op de door verweerder gegeven toelichting, die door klager niet is betwist, is deze uitlating niet ongefundeerd. Verweerder heeft hiermee dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.023
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:30
Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog in opleiding werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Tijdens het preoperatief spreekuur voor de uitgestelde operatie is klaagster gezien door verweerder. Deze heeft tijdens het spreekuur telefonisch met zijn supervisor overlegd. Het bloed van klaagster is opnieuw onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en een maand later is klaagster geopereerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:43 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.078
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:43
Klacht tegen arts-assistent in opleiding (AIOS). Klager heeft zich op verwijzing van de huisarts gemeld bij de SEH. Daar is bloed afgenomen en een afspraak gemaakt voor de polikliniek interne, waarna klager naar huis is gegaan . De volgende dag heeft klager zich opnieuw bij de SEH gemeld. De AIOS had toen dienst. Na onderzoek heeft zij telefonisch advies ingewonnen van een internist en een neuroloog (beiden eveneens aangeklaagd). Klager kreeg pijnmedicatie en er werd een afspraak gemaakt voor de polikliniek neurologie. Later moest klager geopereerd worden en is bij klager de diagnose syndroom van Lemierre gesteld. Klager verwijt de AIOS dat hij op de SEH niet de zorg heeft gekregen die hij had mogen verwachten. Volgens klager had hij toen in persoon door de internist en de neuroloog gezien moeten worden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.017
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:24
Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Een half jaar later is het bloed van klaagster weer onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en door een collega van verweerder is akkoord gegeven voor de operatie. Bij de operatie was verweerder betrokken als anesthesioloog. Postoperatief is verweerder eenmalig telefonisch benaderd door een verpleegkundige in verband met hevige pijnklachten van klaagster. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij geen goede zorg heeft verleend en haar niet voldoende heeft voorgelicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.005
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:37
Klacht tegen gynaecoloog. De baby van klagers is anderhalve week na de bevalling overleden. De klacht, bestaande uit 11 onderdelen, gaat onder meer over het medisch handelen, de samenwerking tussen de verschillende gynaecologen, de dossier-, informatie- en geheimhoudingsplicht, de nazorg na de bevalling en de afwikkeling van de melding van de calamiteit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenveroordeling afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:61 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/29
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 26-11-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:61
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een hond, die aan nierinsufficiëntie leed, qua onderzoek, diagnostiek en behandeling veterinair onjuist te hebben gehandeld. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:14 Raad van Discipline Amsterdam 20-925/A/A
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:14
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. De verwijten die klager verweerster maakt komen erop neer dat klager vindt dat de vaststellingsovereenkomst niet wordt nageleefd. Zoals verweerster terecht heeft aangevoerd, is zij geen partij bij de vaststellingsovereenkomst. Zij kan daarom niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor de door klager gestelde niet- naleving van de vaststellingsovereenkomst. Het valt verweerster voorts niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zij namens haar cliente een deurwaarder heeft ingeschakeld om door klager verbeurde dwangsommen te incasseren.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:31 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.024
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:31
Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Tijdens het preoperatief spreekuur is klaagster gezien door verweerder. Deze heeft tijdens het spreekuur telefonisch contact opgenomen met de cardioloog en nog geen akkoord gegeven voor de operatie. De operatie is uiteindelijk, op advies van de cardioloog, uitgesteld. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:44 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.079
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:44
Klacht tegen internist. Klager heeft zich op verwijzing van de huisarts gemeld bij de SEH. Daar is bloed afgenomen en een afspraak gemaakt voor de polikliniek interne, waarna klager naar huis is gegaan . De volgende dag heeft klager zich opnieuw bij de SEH gemeld. De AIOS (eveneens aangeklaagd) had toen dienst. Na onderzoek heeft zij telefonisch advies ingewonnen van de internist en een neuroloog (eveneens aangeklaagd). Klager kreeg pijnmedicatie en er werd een afspraak gemaakt voor de polikliniek neurologie. Later moest klager geopereerd worden en is bij klager de diagnose syndroom van Lemierre gesteld. Klager verwijt de internist dat hij toen niet de zorg heeft gekregen die hij had mogen verwachten. Volgens klager had hij toen in persoon door de internist en de neuroloog gezien moeten worden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:25 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.018
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:25
Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerster als anesthesioloog in opleiding werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Een half jaar later is het bloed van klaagster weer onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en door een collega van verweerster is akkoord gegeven voor de operatie. Bij de operatie was verweerster betrokken als anesthesioloog in opleiding. Klager verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij geen goede zorg heeft verleend en haar niet voldoende heeft voorgelicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.006
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:38
Klacht tegen gynaecoloog. De baby van klagers is anderhalve week na de bevalling overleden. De klacht, bestaande uit 12 onderdelen, gaat onder meer over het medisch handelen, de samenwerking tussen de verschillende gynaecologen, de dossier-, informatie- en geheimhoudingsplicht, de nazorg na de bevalling en de afwikkeling van de melding van de calamiteit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenveroordeling afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:62 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/73
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 26-11-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:62
Dierenarts wordt verweten bij een klinisch en röntgenologisch onderzoek van een paard en het daarvan opgemaakte keuringsrapport veterinair onjuist c.q. onzorgvuldig te hebben gehandeld. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:15 Raad van Discipline Amsterdam 20-966/A/A
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:15
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een voldoende rechtstreeks belang. Het valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten dat hij klager heeft aangeduid met “de heer S” en “S”. Klager heeft niet onderbouwd dat en waarom het verweerder erom te doen was klager te criminaliseren. Dat verweerder feiten heeft geponeerd waarvan hij wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat die onjuist waren, kan de voorzitter op basis van het klachtdossier niet vaststellen. Het is aan de civiele rechter en niet aan de tuchtrechter om te oordelen over het inhoudelijke geschil tussen (onder meer) klager en de cliënte van verweerder.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.025
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:32
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Bij klaagster is een operatie aan haar rechteronderbeen uitgevoerd waarna zij klachten bleef houden, bestaande uit pijn in haar voet en enkel en irritatie aan haar onderbeen. Tijdens een consult van klaagster bij verweerder naar aanleiding van een door verweerder uitgevoerde schouderoperatie, kwamen ook de klachten aan het been van klaagster ter sprake. Anderhalve maand later is klaagster door verweerder aan haar been geopereerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg, gebrekkige voorlichting en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:45 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.080
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:45
Klacht tegen neuroloog . Klager heeft zich op verwijzing van de huisarts gemeld bij de SEH. Daar is bloed afgenomen en een afspraak gemaakt voor de polikliniek interne, waarna klager naar huis is gegaan . De volgende dag heeft klager zich opnieuw bij de SEH gemeld. De AIOS (eveneens aangeklaagd) had toen dienst. Na onderzoek heeft zij telefonisch advies ingewonnen van een internist (eveneens aangeklaagd) en een neuroloog. Klager kreeg pijnmedicatie en er werd een afspraak gemaakt voor de polikliniek neurologie. Later moest klager geopereerd worden en is bij klager de diagnose syndroom van Lemierre gesteld. Klager verwijt de neuroloog dat hij toen niet de zorg heeft gekregen die hij had mogen verwachten. Volgens klager had hij toen in persoon door de internist en de neuroloog gezien moeten worden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.019
- Datum publicatie: 29-01-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:26
Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Een half jaar later is het bloed van klaagster weer onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en door verweerder is akkoord gegeven voor de operatie. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij geen goede zorg heeft verleend en haar niet voldoende heeft voorgelicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 285
- Pagina: 286
- Pagina: 287
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten