Zoekresultaten 14201-14250 van de 47460 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:165 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-279

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken kennelijk ongegrond. Geen sprake van trage klachtafhandeling of – doorzending. Verder heeft te gelden dat het niet de taak van de deken is om een advocaat tot de orde te roepen. Dat verweerder de klachtenprocedure saboteert en informatie achterhoudt is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-441

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld ten aanzien van de inbeslagneming en de aankondiging van de executieverkoop van de collectie automobilia waarop pandrecht van klager rust. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:172 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-389

    Klacht over optreden cassatie advocaat. Verweerder heeft een negatief cassatiepreadvies gegeven en daarbij aangegeven dat zijn advies geen redelijke lichtpuntjes bood voor een mogelijk andere oordeel, zodat cassatie advocaat niet heeft aangeboden om cassatieberoep in te stellen. Cassatie advocaat heeft zich niet verbonden om cassatie in te stellen doch slechts om binnen de cassatietermijn een cassatiepreadvies uit te brengen en dat heeft cassatie advocaat gedaan. Niet is komen vast te staan dat cassatie advocaat bij de uitvoering van zijn opdracht tekort is geschoten. Voorts heeft klager niet aannemelijk gemaakt dat het gegeven cassatiepreadvies niet voldoet aan de kwaliteitseisen die daaraan gesteld mogen worden. Ook anderszins is de voorzitter daarvan niet gebleken. Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-309

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken is dat verweerster de rechtbank in het verzoekschrift feiten heeft voorgehouden, waarvan zij de onwaarheid kende of redelijkerwijs kon kennen. Klacht kennelijk ongegrond.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-472

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld ten aanzien van de behandeling van de zaak en de aan klager gegeven informatie over de hoger beroepstermijn. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-392

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Verweerster heeft terecht geweigerd een toevoeging aan te vragen en heeft direct aan klager duidelijk gemaakt dat zij hem alleen op betalende basis kon bijstaan. Verder is (onder andere) niet gebleken dat verweerster heeft geweigerd het dossier over te dragen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:167 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-310

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Het is aan verweerster als advocaat van haar cliënt om de slagingskansen van een procedure in te schatten waarbij belangen van de cliënt voorop staan. Dat de belangen van klaagster door het starten van de omgangsprocedure onnodig of onevenredig zijn geschaad zonder redelijk doel is niet gebleken. Verder is niet gebleken dat verweerster bewust heeft gelogen en agressief jegens klaagster heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:174 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-394

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Geen sprake van het (te) laat indienen van stukken. Geen strijd met gedragsregel 21 lid 1. Klacht mist voor het overige feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:168 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-311

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. De moeizame executie van het vonnis is niet aan verweerder te wijten. Van verkeerde advisering door verweerder is niet gebleken. Ook geen sprake van het tekort schieten in de communicatie.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-427

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Hetgeen verweerder heeft geschreven en gezegd, acht de voorzitter niet onnodig grievend. Klacht verder onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:169 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-312

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft zich bij het opstellen van een e-mail gebaseerd op e-mailcorrespondentie tussen klager en zijn ex-echtgenote. Het staat verweerder vrij om zich tegen een tuchtrechtelijke klacht te verweren zoals hij dat noodzakelijk acht. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-434

    Voorzittersbeslissing. Klacht grotendeels niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. Voor het overige kennelijk ongegrond: verweerder heeft telkens de relevante stukken aan klager verstrekt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-346

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in zijn hoedanigheid van bijzonder curator van de zoon van klager. Verweerder heeft zich bij de vervulling van die functie op de punten die in deze klachtzaak aan de orde zijn niet zodanig gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:164 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-025

    Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht ziet op een door verweerder ingenomen standpunt in de civiele procedure tegen klaagster. Het is niet aan de tuchtrechter om daarover te oordelen, tenzij verweerder een evident onpleitbaar standpunt zou innemen en hij klaagsters belangen daarmee nodeloos en op ontoelaatbare wijze zou schade. Daarvan is hier geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-437

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/135

    De familie verwijt de arts (verweerster) dat zij 1) heeft geweigerd te vertellen welke onderzoeksvraag beantwoord moest worden, 2) ten onrechte heeft geconcludeerd dat er bij de vader geen sprake is van een energetische beperking, 3) het correctierecht verkeerd heeft toegepast en verstrekte gegevens bewust heeft genegeerd en 5) heeft nagelaten door te vragen naar overige (mantel)taken bij het vaststellen van de belasting. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht op alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:229 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200142

    Beroep tegen besluit algemene raad tot afwijzing van verzoek om vrijstelling van artikel 9j, eerste lid, van de Advocatenwet. Naar het oordeel van het hof heeft de algemene raad in redelijkheid tot haar besluit tot afwijzing kunnen komen. Volgens de algemene raad beschikt appellant over onvoldoende proceservaring om op grond van de uitzonderingsgrond te kunnen worden toegelaten tot de cassatiebalie, nu zijn ervaring voornamelijk ziet op het adviseren van advocaten-generaal en andere cassatieadvocaten. Appellant kan dus -anders dan degenen voor wie de wetgever heeft beoogd een uitzondering te maken- niet bogen op de ruime proceservaring waarover onvoorwaardelijk ingeschreven advocaten en bijvoorbeeld –voormalig- leden van de Hoge Raad beschikken. Door het ontbreken van die proceservaring kon de algemene raad in redelijkheid tot de vaststelling komen dat appellant niet beschikt over de vereiste bekwaamheid om in de periode dat hij nog niet onvoorwaardelijk als advocaat is toegelaten, zelfstandig de cassatiepraktijk uit te oefenen. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:230 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200149

    Klacht tegen advocaat. Beroep is beperkt tot de maatregel van schrapping die de raad heeft opgelegd. Verweerder heeft klager op diverse momenten tussen 2012 en 2017 laten weten dat een procedure nog liep, terwijl daarin in augustus 2012 een eindvonnis was gewezen. Verweerder heeft tot in de procedure bij de raad onduidelijkheid laten bestaan over de gang van zaken in die zaak. Het hof matigt de maatregel en legt een schorsing voor de duur van 52 weken op waarvan 13 weken voorwaardelijk. Het hof slaat acht op de specifieke context van de persoonlijke relatie met klager en de druk die verweerder daarin heeft gevoeld en sluit niet uit dat de schending van kernwaarde integriteit tot deze context beperkt moet worden gezien. Verweerder heeft beginstappen in zelfinzicht gezet. Uit het tuchtrechtelijk verleden van verweerder blijkt niet van eerdere schendingen van de kernwaarde integriteit. Het hof legt als bijzondere voorwaarde op dat aan de deken wordt voorgelegd het plan van aanpak van de praktijkcoach en de ontwikkeling van het coachingstraject. Geen proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-271b

    Ongegronde klacht tegen een arts. Het College begrijpt goed dat de totaal ruptuur zeer vervelend voor klaagster is geweest, maar heeft geen aanwijzingen dat dit het gevolg is van ondeskundig handelen van beklaagde. Ook tijdens de nacontrole in oktober is beklaagde, mede gezien de in het dossier opgenomen verslagen van eerdere controles, niet tekort geschoten in de zorg die klaagster van haar mocht verwachten. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 681115/NT 20-7

    Klagers verwijten de notaris dat hij hen onvoldoende heeft geadviseerd, dat de notaris jegens hen een ongeïnteresseerde houding heeft aangenomen en dat hij de zaak traag heeft afgehandeld. De kamer verklaart de klacht ongegrond. Niet is gebleken van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-271a

    Klacht niet-ontvankelijk tegen een gynaecoloog. Beklaagde was ten tijde van de bevalling van klaagster niet in het ziekenhuis werkzaam. Vast staat dat beklaagde niet betrokken is geweest bij de gebeurtenissen waar de klacht betrekking op heeft. Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam 681588/NT 20-9

    De notaris heeft niet gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt. De kamer acht het elementair dat een notaris bij een verzoek tot uitbetaling van een depotbedrag zijn eigen afweging maakt en daarbij zorgvuldig te werk gaat, met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen. Het lijkt erop dat hij zijn oren naar de wensen van één partij heeft laten hangen, in plaats van zijn rol als onafhankelijk en onpartijdig baken in het rechtsverkeer tussen partijen waar te maken. De kamer acht dit ernstig, maar houdt rekening met het feit dat de notaris niet eerder een (tucht)maatregel is opgelegd, hij inzicht heeft getoond in het onjuiste van zijn handelen en heeft verklaard in de toekomst anders te zullen handelen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-271c

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Het College begrijpt goed dat de totaal ruptuur zeer vervelend voor klaagster is geweest, maar heeft geen aanwijzingen dat dit het gevolg is van ondeskundig handelen van de anios gynaecologie of beklaagde. Beklaagde is niet betrokken geweest bij de controles van klaagster na de bevalling. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-001b

    Klacht niet-ontvankelijk tegen een gynaecoloog. Klaagster is in haar klacht niet-ontvankelijk, omdat de klacht geen handelen of nalaten betreft in strijd met de zorg die beklaagde behoorde te betrachten ten opzichte van klaagster dan wel haar ex-partner. Het handelen/nalaten waar klaagster over klaagt betreft geen handelen/nalaten van beklaagde in haar hoedanigheid van gynaecoloog of anderszins als arts. Dat is een vereiste om een oordeel over dat handelen/nalaten te kunnen geven. Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-239

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. Het College kan niet vaststellen hoe de communicatie is verlopen. Wat betreft de behandeling is het College van oordeel dat beklaagde niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat er voor het opnieuw plaatsen van het infuus meerdere pogingen nodig waren (klaagster en beklaagde verschillen van mening over het aantal pogingen), waarbij patiënte vastgehouden moest worden omdat zij vanwege haar paniek niet goed de aanwijzingen van beklaagde kon opvolgen, is erg vervelend, maar dit kan beklaagde niet (tuchtrechtelijk) verweten worden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-182a

    Ongegronde klacht tegen een arts. Het College overweegt dat het inschatten van de wilsonbekwaamheid een aan een arts voorbehouden oordeel is. Het College ziet geen reden aan te nemen dat de beklaagde dit niet juist heeft gedaan of daarover mede had moeten overleggen met familieleden. Het niet-reanimeren van patiënte was derhalve conform de wensen van patiënte, mocht reanimeren medisch geïndiceerd zijn geweest. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-271d

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Beklaagde heeft adequaat en zorgvuldig gehandeld. Dat klaagster onder de douche collabeerde is vervelend, maar valt beklaagde niet aan te rekenen. Beklaagde heeft hier adequaat op gereageerd door klaagster terug te helpen in bed en van het collaberen melding te maken bij de bij klaagster betrokken arts-assistent gynaecologie. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-182b

    Ongegronde klacht tegen een internist. Het College overweegt dat het inschatten van de wilsonbekwaamheid een aan een arts voorbehouden oordeel is. Het College ziet geen reden aan te nemen dat de beklaagde dit niet juist heeft gedaan of daarover mede had moeten overleggen met familieleden. Het niet-reanimeren van patiënte was derhalve conform de wensen van patiënte, mocht reanimeren medisch geïndiceerd zijn geweest. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/029

    Klager dient een klacht in tegen een arts-assistent in opleiding tot psychiater met het verwijt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan fraude bij het vaststellen van de diagnose 'paranoïde wanen' en 'floride psychotisch toestandsbeeld' in zijn rapportage van 10 januari 2017. Daarnaast heeft verweerder zijn beroepsgeheim geschonden door tijdens gesprekken, waarbij familieleden van klager aanwezig waren, medische informatie over klager te verstrekken. Ook heeft verweerder zijn supervisor beïnvloed waardoor zij bij de behandeling van de gevraagde RM een valse verklaring heeft afgegeven, terwijl klager haar nog nooit had gesproken Verweeder daarentegen stelt dat hij met klager de werkhypothese psychotische ontregeling heeft gesproken en dat dat met medicatie moest worden behandeld. Wanneer klager dat zou blijven weigeren, moest een rm worden aangevraagd, zo heeft verweerder aan klager uitgelegd. Verweerder heeft zorgvuldig gediagnosticeerd en geen onjuiste verklaring in het dossier opgenomen of afgegeven. Hij bewist zijn beroepsgeheim geschonden te hebben; de familieleden waren ook bij de rm-zittingen aanwezig, waartegen klager geen bezwaar heeft gemaakt, en ook medische informatie is gedeeld. Op latere tijdstippen heeft verweerder gesproken met familieleden op basis van veronderstelde toestemming van klager. Bovendien heeft heeft klager ingestemd met aanwezigheid van zijn ouders, die toezicht moesten houden na een eventueel voorwaardelijk ontslag, tijdens een ZAG-gespprek, zo stelt verweerder. Het college verklaart de klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/037

    Klager dient een klacht in tegen een psychiater met het verwijt dat zij als hoofdbehandelaar/supervisor van een andere arts zich (mede) schuldig heeft gemaakt aan fraude bij het vaststellen van de diagnose 'paranoïde wanen' en 'floride psychotisch toestandsbeeld'; ook zij heeft ter zittin in het kader van een rm-beoordeling verklaard dat klager zou lijden aan een geestesstoornis. De psychiater heeft daarnaast misbruik gemaakt van haar positie als arts tijdens de IBS-periode, waarmee zij klagers gezondheid ernstig heeft geschaad door het inzetten van dwangmedicatie en door klager onnodig onder druk te zetten. Verweerster heeft onder meer aangevoerd dat met klager de werkhypothese psychotische ontregeling is besproken en dat dat met medicatie moest worden behandeld en wanneer klager dat zou blijven weigeren een rechterlijke machtiging aangevraagd zou worden. Verweerster heeft zorgvuldig gediagnosticeerd, geen onjuiste verklaring afgegeven of opgenomen in het dossier en er is geen sprake geweest van misbruik of chantage door het dreigen met dwangmedicatie, zo stelt verweerster. Het tuchtcollege verklaart de klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:201 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.001

    Klacht tegen huisarts. De huisarts heeft klaagster in 2010 op consult gezien naar aanleiding van verschillende klachten. De moeder van klaagster heeft insectenbeten als mogelijke oorzaak naar voren gebracht. De huisarts zag geen aanwijzingen voor zorgen over een tekenbeet . Na april 2013 is de huisarts niet meer bij de behandeling van klaagster betrokken geweest. In 2014 heeft klaagster bij de opvolgend huisarts de mogelijkheid van een tekenbeet naar voren gebracht. Door een Duitse arts is in 2014 bij klaagster een erythema migrans en Lyme vastgesteld. Klaagster verwijt de huisarts dat zij een erythema migrans niet heeft herkend, geen Lymetest heeft aangevraagd en geen medische behandeling heeft ingezet tegen de ziekte van Lyme en/of andere tekenbeetziekten. Het RTG heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het CTG verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.241

    Klacht tegen cardioloog. De moeder van klager is met hartfalen opgenomen geweest in het ziekenhuis waar beklaagde als cardioloog werkzaam is. Beklaagde heeft klagers moeder behandeld en vervolgens overgedragen aan een collega- cardioloog (eveneens aangeklaagd). Klagers moeder is een aantal dagen daarna met terminale zorg naar huis gegaan en overleden. Klager verwijt beklaagde dat zij patiënte bewust heeft laten uitdrogen en bewust morfine heeft toegediend, wat haar dood tot gevolg heeft gehad. Dit betekent volgens klager dat beklaagde zonder toestemming palliatieve sedatie heeft toegepast. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.242

    Klacht tegen cardioloog. De moeder van klager is met hartfalen opgenomen geweest in het ziekenhuis waar beklaagde als cardioloog werkzaam is. Beklaagde heeft de behandeling van klagers moeder overgenomen van een collega-cardioloog (eveneens aangeklaagd). Klagers moeder is een aantal dagen daarna met terminale zorg naar huis gegaan en overleden. Klager verwijt beklaagde dat zij patiënte bewust heeft laten uitdrogen en bewust morfine heeft toegediend, wat haar dood tot gevolg heeft gehad. Dit betekent volgens klager dat beklaagde zonder toestemming palliatieve sedatie heeft toegepast. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.371

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klager heeft een huisartsenpraktijk en was als huisarts de hoofdbehandelaar van zijn schoonmoeder. Zijn schoonmoeder (patiënte) woonde in een verpleeghuis. Zij leed aan dementie. In juli 2016 overleed zij . Het Openbaar Ministerie is een onderzoek gestart naar de dood van de patiënte en de betrokkenheid van klager hierbij. Beklaagde is specialist ouderengeneeskunde en tevens forensisch arts. Op verzoek van het Openbaar Ministerie heeft de politie beklaagde benaderd en hem verzocht om aan de hand van het medisch dossier een aantal vragen te beantwoorden over de aan patiënte toegediende medicatie en haar overlijden. Beklaagde heeft een verslag gemaakt. De klacht houdt in: 1. beklaagde is buiten het terrein van zijn eigen kennen en kunnen als deskundige opgetreden; 2. beklaagde heeft verstrekkende ongefundeerde medisch onjuiste uitspraken gedaan; 3. het verslag is onzorgvuldig en onduidelijk opgemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing en verklaart opnieuw rechtdoende de klacht deels gegrond zoals in r.o. 4.6 en 4.7 is overwogen, legt de arts de maatregel van waarschuwing op en wijst het verzoek tot kostenveroordeling af.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2062c

    Klacht tegen SEH-arts ongegrond. Geen opdracht gegeven om een CT-angiografie te maken, omdat er geen aanwijzingen waren voor een acuut bedreigd been. Klager is correct geadviseerd zich zo spoedig mogelijk bij zijn eigen huisarts te melden voor herhaald en vervolgonderzoek.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19124

    Verzekeringsarts wordt verweten dat zij 1) klager verkeerde en misleidende informatie heeft gegeven over het opnemen van een gesprek, 2) klagers nieuwe klachten in de niet-medische rapportage Ziektewet heeft beoordeeld “op de stukken”, terwijl klager geen stukken had ingebracht en bestaande stukken niet relevant waren, 3) in de niet-medische rapportage opdracht heeft gegeven om de betaling aan klager te stoppen vóór de datum van aanzegging, 4) de niet-medische rapportage ten onrechte niet heeft geclassificeerd als geheim en 5) het medisch verslag pas heeft opgesteld nadat klager een klacht had ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens. College: v erweerster heeft na het onderzoek, in strijd met de door haar aan klager gedane toezegging, geen contact met klager opgenomen over de vraag hoe na het spreekuurcontact verder zou worden gehandeld en of hij nog nadere gegevens wenste in te brengen. Verweerster heeft geconcludeerd dat geen nieuwe medische gegevens zijn aangeleverd die tot arbeidsongeschiktheid hebben geleid. Nu er geen nieuwe stukken waren, kon zij in redelijkheid niet op basis van een dossieranalyse tot die conclusie komen en heeft zij klager met de rapportage overrompeld. Klachtonderdeel 2) is gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19187

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde na overlijden ongegrond. Het was weekend en verweerster was niet op de locatie, maar is zo snel mogelijk gekomen. Onderweg had zij contact met de verpleging en op basis van de haar verstrekte informatie is zij op de juiste gronden tot een voorlopige diagnose gekomen, rekening houdend met niet-reanimeren beleid en heeft zij het juiste beleid ingezet. Dat patiënte overleden is voordat verweerster ter plekke was, valt haar niet te verwijten.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2062a

    Klacht tegen huisarts in opleiding op de SEH ongegrond. Geen opdracht gegeven om een CT-angiografie te maken, omdat er geen aanwijzingen waren voor een acuut bedreigd been. Klager is correct geadviseerd zich zo spoedig mogelijk bij zijn eigen huisarts te melden voor herhaald en vervolgonderzoek.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:60 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/661653 / DW RK 19/65 MK/SM

    Gelijk aan wat de kamer bij beslissing van 22 januari 2019 en het Gerechtshof bij beslissing van 29 oktober 2019 eerder hebben bepaald (in een andere zaak tegen de gerechtsdeurwaarder) heeft de kamer (opnieuw) geoordeeld dat het vermelden van de kosten van het exploot met verwijzing naar het Btag, in de e-Court procedure, als misleidend moet worden aangemerkt. Ondanks de omstandigheid dat in de onderhavige zaak – anders dan in voornoemde zaken – meerdere gevallen van misleiding betrof, ziet de kamer geen aanleiding een zwaardere maatregel dan (opnieuw) een berisping op te leggen. De kamer heeft het nog wel nodig gevonden om het BFT te wijzen op haar verantwoordelijkheid als bestuursorgaan en onafhankelijk toezichthouder door andermaal aan te geven zorgvuldigheid te betrachten in haar treffen met de pers/media.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2062b

    Klacht tegen internist ongegrond. Geen opdracht gegeven om een CT-angiografie te maken, omdat er geen aanwijzingen waren voor een acuut bedreigd been. Klager is correct geadviseerd zich zo spoedig mogelijk bij zijn eigen huisarts te melden voor herhaald en vervolgonderzoek.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-144

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het handelen van verweerder in zijn hoedanigheid van deken. Dekenstandpunt. Het is duidelijk dat klager het niet eens is met het dekenstandpunt van verweerder, maar dat betekent niet dat verweerder zich zodanig heeft gedragen dat hij het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:146 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-770

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen voormalig eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2020:54 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/3

    Dierenarts wordt verweten dat zij ten aanzien van een kat, die een gebitsreiniging zou ondergaan, veterinair tekort is geschoten doordat onder haar verantwoordelijkheid door een paraveterinair in opleiding voorafgaand aan de ingreep een zogenoemde endotracheale tube op een zuurstofgenerator is aangesloten zonder een ventilatiesysteem, als gevolg waarvan de kat is overleden. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-015a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. De beslissing van de voetenpoli – waar beklaagde deel van uitmaakt en mede de verantwoordelijkheid draagt – om eerst een conservatieve behandeling in te zetten door middel van drukontlasting en wondzorg is de juiste keuze volgens de richtlijn van de behandeling van patiënten met een diabetische voet. De overwegingen met betrekking tot de behandeling op de voetenpoli zijn telkens genoteerd in het dossier van klager. Deze overwegingen geven geen aanknopingspunten voor het College om aan de behandeling te twijfelen of om aan te nemen dat er aanwijzingen waren om van de richtlijn af te wijken. Er was geen aanleiding om klager eerder naar de orthopedisch chirurg door te verwijzen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:226 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200143

    Hof bekrachtigt beslissing raad, waarbij de advocaat van de wederpartij een waarschuwing is opgelegd wegens onnodig grievende uitlatingen over klager.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:159 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-220

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. In de opdrachtbevestiging is opgenomen dat klaagster afstand heeft gedaan van gefinancierde rechtsbijstand. Klaagster heeft deze opdrachtbevestiging voor akkoord getekend. Verweerder heeft urenspecificaties naar klaagster verstuurd. Niet gebleken dat sprake is van excessief declareren. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:61 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-113/DB/ZWB

    Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door aan de notaris informatie te verstrekken waarvan zij wist dat deze onjuist was. Door de wijze waarop verweerster haar antwoord aan de notaris heeft geformuleerd, bestond de mogelijkheid dat de notaris op het verkeerde been zou worden gezet, met mogelijk nadelige consequenties van financiële aard voor klaagster. Verweerster heeft aldus de kernwaarde integriteit geschonden. De raad acht de maatregel van berisping passend en geboden. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2015

    Verwijt aan huisarts dat zij niet naar klaagster heeft geluisterd, haar niet serieus heeft genomen en ten onrechte heeft geweigerd een uitstrijkje te maken. Uit medisch dossier blijkt dat verweerster de klachten van klaagster serieus heeft genomen, deze heeft onderzocht en daarop behandeling heeft ingezet. Verweerster heeft op juiste en deugdelijke gronden geconcludeerd dat er geen reden was om een uitstrijkje te maken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:93 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-585/DB/LI

    Advocaat heeft belangen van klager niet nodeloos geschaad. Klacht is onvoldoende onderbouwd dan wel feitelijk onjuist. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:220 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200074

    Klacht betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat in de afwikkeling van een echtscheiding. Volgens klaagster heeft verweerster onvoldoende onderzoek verricht naar de geldigheid van huwelijkse voorwaarden en heeft zij ontoelaatbare druk op klaagster uitgeoefend om een compromisvoorstel te accepteren. Verder was zij volgens klaagster niet bereid om met de gemachtigde van klaagster overleg te voeren. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad waarin alle klachtonderdelen ongegrond waren verklaard.