Zoekresultaten 14201-14250 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:15 Accountantskamer Zwolle 20/585 Wtra AK

    Klacht tegen accountant die werkzaam is als gemachtigde en coördinator tuchtrecht bij het Openbaar Ministerie. Klacht is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond; oplegging maatregel van berisping. Handelen van betrokkene is onderworpen aan tuchtrechtspraak (artikel 42 Wab). Betrokkene kon, toen hij er uitdrukkelijk en gemotiveerd op werd gewezen dat wel degelijk inbreuk werd gemaakt op het verschoningsrecht van een advocaat niet volstaan met een verwijzing naar het standpunt van het Openbaar Ministerie in dezen. Betrokkene heeft, door de bedreiging voor het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid niet te onderkennen en door geen maatregel te nemen, gehandeld in strijd met dat beginsel. Betrokkene heeft zich in zijn rol als gemachtigde van het Openbaar Ministerie in een klachtprocedure bediend van zeer zware bewoordingen, onder meer over klager. Betrokkene had zich bij het bepleiten van het standpunt dat klager had meegewerkt aan een niet geoorloofde constructie en dat sprake was van “liegen” van een andere woordkeuze moeten bedienen. Weliswaar trad betrokkene op als gemachtigde, maar hij kan de hoedanigheid van accountant waarin hij blijkens de door hem gebruikte titels ook optrad niet afschudden. Als gevolg daarvan had hij zich moeten afvragen of hij als accountant voldoende deugdelijke grondslag had voor de door hem gedane uitlatingen en of mogelijk sprake was van een bedreiging. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2022

    De plastisch chirurg is niet serieus omgegaan met klaagster en haar klachten en zorgen in verband met een beschadigde borstprothese bij alle contactmomenten. Verweerder heeft niet goed naar klaagsters klachten en zorgen geluisterd en deze niet vastgelegd in het medisch dossier. Zijn onderzoek is niet of uiterst summier beschreven en hij heeft nagelaten de door klaagster meegebrachte MRI-scan te bekijken. Hij heeft klaagster niet deugdelijk geïnformeerd over de ingreep en niet gebleken is dat hij met haar het behandelplan en de eventuele andere opties, de voor- en nadelen van de algehele versus de lokale anesthesie en de kosten heeft besproken. Gedeeltelijk gegrond. Omvangrijk tuchtrechtelijk verleden. De kans is groot dat verweerder zijn handelwijze niet zal aanpassen, zoals hij dit ook eerder niet heeft gedaan. Risico’s voor de veiligheid en andere gerechtvaardigde belangen van patiënten. Deze moeten hiervan op de hoogte kunnen raken. Berisping met openbaarmaking met de gronden waarop zij berust, artikel 48, elfde lid Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2073

    Patiënt met acute pijnklachten is op SEH gezien door ANIOS en in overleg met MDL-arts ter observatie met pijnstilling opgenomen. Klacht dat de MDL-arts patiënt zelf niet op de SEH heeft gezien ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:270 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200191

    Het hof vernietigt de beslissing van de raad en verklaart de klacht ongegrond. Het grootste deel van het (forse) verschil tussen de inschatting door verweerder van de proceskosten en de daadwerkelijke proceskostenveroordeling is ontstaan doordat het gerechtshof in de stukken een vermeerdering van eis heeft gelezen die verweerder niet beoogd heeft in te stellen en waarmee verweerder dus ook geen rekening heeft hoeven houden. Verweerder heeft zich wel met één liquidatiepunt vergist, maar dat valt binnen de marge van een redelijke inschatting en is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:31 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200188

    Bekrachtiging van de beslissing van de raad. Klacht tegen eigen advocaat over o.a. ontijdig terugtrekken, excessief declareren, gemaakte fouten en onvoldoende informatie over de kosten in alle klachtonderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:25 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200131

    Klacht van een advocaat over een advocaat (nav handelen in procedure tussen cliënten). Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door brieven inhoudende schikkingsonderhandelingen integraal over te leggen in de procedure. Dat klager in zijn processtuk al was ingegaan op de uitgangspunten tijdens die onderhandelingen doet voor het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder niet ter zake. Wel ziet het hof aanleiding de maatregel te matigen, nu klager dit handelen van verweerder heeft uitgelokt. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2077

    Klacht tegen MDL-arts in alle tien klachtonderdelen ongegrond. Patiënte was sedert 2014 onder behandeling wegens radiatie enteritis en werd met enige regelmaat opgenomen met een ileus, die telkens bij conservatief beleid herstelde. Kern van de beslissing is dat verweerder in de klachten en symptomen van patiënte geen aanleiding behoefde te zien om nader en/of vaker onderzoek te doen, bijvoorbeeld middels een coloscopie of CT-scan, en daarin ook geen reden behoefde te zien om aan darmkanker te denken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:32 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200124

    Advocaat van de wederpartij wordt verweten zich onnodig grievend te hebben uitgelaten door te stellen dat de kinderen door klager jarenlang fysiek en emotioneel mishandeld zijn en dat klager 100% schuld heeft aan de verstoorde verhoudingen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, die deze klacht gegrond bevond en een berisping oplegde. Daarbij wordt expliciet ingegaan op de voor de advocaat van de wederpartij in familiezaken geldende maatstaf.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:26 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200068

    Klacht over advocaat wederpartij in familierechtelijke procedure. De klacht van klager dat verweerster haar verweerschrift niet gelijktijdig aan de rechtbank als aan zijn advocaat heeft toegezonden wordt ongegrond verklaard, bij gebrek aan feitelijke grondslag daarvoor. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:27 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200202

    Klacht over advocaat wederpartij. In de liquidatieprocedure van klaagster (een door het kantoor betrokken adviesbureau in een zaak van een cliënt) heeft verweerder namens zijn kantoor bij de rechtbank gemeld dat het kantoor nog een vordering op haar had omdat klaagster is betaald voor vrijwilligerswerk. De klacht houdt in dat verweerder ten overstaan van een rechter heeft gelogen omdat geen sprake is geweest van vrijwilligerswerk. Het hof verklaart de klacht ongegrond, omdat de uitlating van verweerder niet als liegen kan worden gekwalificeerd maar als een achterhaald juridisch standpunt aangezien partijen langdurig hebben geprocedeerd over de vraag of klaagster recht had op betaling. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:28 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200195

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft niet gelogen door ter zitting bij de rechter te zeggen dat de rechtsvoorganger van zijn cliënt in een eerdere procedure geen verweer heeft gevoerd. Een proces-verbaal is een zakelijke en geen woordelijke weergave van hetgeen ter zitting is verhandeld. De pleitnota van verweerder behoort ook tot het proces-verbaal en daarin heeft hij opgenomen dat de rechtsvoorganger geen inhoudelijk verweer had gevoerd. Gezien ook de inhoud van het formele verweer van de rechtsvoorganger van zijn cliënt kan niet geconcludeerd worden dat verweerder heeft gelogen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:29 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200224

    Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad waarbij de klacht over de kwaliteit van de dienstverlening ongegrond is verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:30 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200184

    Bekrachtiging beslissing raad. Waarschuwing vanwege onvoldoende communicatie met de cliënte, in het bijzonder het niet op voorhand toesturen van concept-stukken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-771/DH/RO

    Verzet niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:21 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-824/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk, omdat klager al eerder heeft geklaagd tegen verweerder over hetzelfde feitencomplex. Een nieuwe klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:28 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-323/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerder is betrokken geweest bij het weghalen van een auto van zijn cliënt bij een bewaarder. Ook is hij zonder waarschuwing overgegaan tot executie van een vonnis. Verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit. De raad legt een voorwaardelijke schorsing van twee weken op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:22 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-823/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft bij de beslaglegging op klagers woning niet gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt. Van belangenverstrengeling is de voorzitter niet gebleken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:20 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200267

    Artikel 13 verzoek. Klager heeft slechts een lijst met namen van advocaten verstrekt die hij zou hebben benaderd met het verzoek hem bij te staan en heeft zijn verzoek vervolgens desgevraagd niet verder aangevuld. De door klager verschafte informatie voldoet niet aan de vereisten voor een verzoek tot aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet. Daarnaast is het hof met de deken van oordeel dat de procedure die klager wenst te voeren geen redelijke kans van slagen heeft. Het beklag van klager wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:29 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-899/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over uitstel(verzoek) zitting kennelijk ongegrond. Klager heeft geen feiten om omstandigheden gesteld die reden geven om te twijfelen aan de mededeling van verweerder.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:23 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-822/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond, vanwege een gebrek aan onderbouwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:21 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200233

    Artikel 13 verzoek. Op verzoek van klager heeft de deken een aantal keren uitstel verleend om het aanwijzingsverzoek aan te vullen. De deken heeft klager voldoende tijd gegeven om de gevraagde stukken aan te leveren. Dit heeft klager nagelaten. Klager heeft slechts een lijst met namen van advocaten verstrekt die hij zou hebben benaderd met het verzoek hem bij te staan en heeft zijn verzoek verder niet aangevuld. De door klager verschafte informatie voldoet niet aan de vereisten voor een verzoek tot aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet. Het beklag is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:30 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-897/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:24 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-579/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening deels gegrond. Verweerder heeft nagelaten klager te wijzen op het feit dat mr. B, naar wie verweerder klager doorverwees, geen advocaat is. Ook heeft verweerder nagelaten uitdrukkelijk aan klager te melden dat verweerder niet langer bij de zaak betrokken was. Het was verweerders verantwoordelijkheid om over deze zaken geen onduidelijkheid te laten bestaan. De raad legt een berisping op. Klachtonderdelen over mr. B niet-ontvankelijk, nu deze niet onderworpen is aan het Nederlandse advocatentuchtrecht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:22 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200150

    Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Door het verzoek om verlenging spreektijd vijftien minuten na het versturen daarvan aan het hof aan de advocaat van klager te sturen heeft verweerder voldaan aan het bepaalde in Gedragsregel 21 lid 1. De onjuistheid in de pleitnota van verweerder is voorts onvoldoende zwaarwegend om hem daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Verkorte bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:25 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-578/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels gegrond. Verweerder heeft te laat hoger beroep ingesteld. In de nasleep daarvan heeft hij adequaat gehandeld en de fout leidt niet tot onherstelbare gevolgen voor klager. Overige klachtonderdelen daarom ongegrond. De raad volstaat met de (gedeeltelijke) gegrondverklaring en ziet af van het oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:23 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200163

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft met het ongefundeerd opnemen van ernstige beschuldigingen in zijn processtukken de belangen van klager nodeloos en onevenredig geschaad. Verweerder heeft daarmee de aan hem toekomende vrijheid – de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem goeddunkt – overschreden. De context waarin de beschuldigingen zijn gedaan, ziet het hof niet als een toereikende rechtvaardiging voor de gebruikte bewoordingen. Verweerder heeft onvoldoende afstand gehouden tot zijn cliënt. Dat raakt de kernwaarde onafhankelijkheid. Vernietiging beslissing raad, berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:26 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-489/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:24 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200033D en 200034D

    Dekenbezwaar tegen kantoor en medeverantwoordelijk bestuurder over gebruik van de term ‘professional support lawyer’. Het hof wijst erop dat tuchtrecht ziet op de toetsing van het handelen van de individuele advocaat. Een klacht of dekenbezwaar die betrekking heeft op gedrag dat “het kantoor” kan worden aangerekend, kan worden ontvangen als gericht tegen de individuele leden van een maatschap of alle bestuurders van een rechtspersoon. Het is de taak van de deken om aan te dragen en adresseren wie dat zijn. In dit geval valt de klacht tegen het kantoor en de klacht tegen verweerder samen en heeft het door de deken gemaakte onderscheid geen betekenis. Een advocaat dient te vermijden dat in zijn optreden naar buiten een misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt gegeven over de wijze van praktijkvoering. Het plaatsen van omschrijvingen van de functies van medewerkers op de website van het kantoor betreft dergelijk optreden naar buiten. Door op hetzelfde tabblad naast de advocaten van het kantoor ook de professional support lawyers te vermelden, heeft het kantoor een onjuiste dan wel onvolledige voorstelling van zaken gegeven, door niet (voldoende) duidelijk te maken dat zij een andere hoedanigheid hebben dan die van advocaat. Het hof acht het op deze wijze creëren, dan wel laten bestaan, van onduidelijkheid onbetamelijk. Het hof acht het gebruik van de term ‘professional support lawyer’ op zichzelf niet onaanvaardbaar of onbetamelijk. De term kan echter tot verwarring leiden. Die verwarring kan worden voorkomen door de term niet te gebruiken, of door ervoor te zorgen dat bij extern gebruik bij eerste lezing onmiddellijk duidelijk is dat professional support lawyers geen advocaten zijn. Een algemeen verbod op deze aanduiding is niet aan de orde. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:30 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-622/DB/LI

    Klager verzoekt een herbeoordeling van een tweetal onderdelen van de door hem in 2015 tegen verweerder ingediende klacht, waarop de tuchtrechter reeds onherroepelijk heeft beslist. Klager dient op grond van het in artikel 47b Advocatenwet vastgelegde ne bis in idem-beginsel niet-ontvankelijk te worden verklaard in dit onderdeel van zijn klacht. Klacht verder deels niet-ontvankelijk ex art. 46g Advocatenwet en deels ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder onwaarheden heeft verkondigd.

  • ECLI:NL:TSCTS:2021:1 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2021-02 (2020.V3-Zaanborg)

    Op 15 januari 2020 is het ms Zaanborg in ballastconditie vertrokken uit de haven van Ravenna, Italië. Dat was in de avond en de loods ging binnen de pieren van boord af. Vrij kort daarna heeft het schip een vast object (platform) geraakt. Daarbij ontstond forse schade boven de waterlijn, voornamelijk aan bakboordzijde van het voorschip.

  • ECLI:NL:TSCTS:2021:2 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2021-01 (2020.V4-Zaanborg)

    Op 15 januari 2020 is het ms Zaanborg in ballastconditie vertrokken uit de haven van Ravenna, Italië. Dat was in de avond en de loods ging binnen de pieren van boord af. Vrij kort daarna heeft het schip een vast object (platform) geraakt. Daarbij ontstond forse schade boven de waterlijn, voornamelijk aan bakboordzijde van het voorschip.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/163

    Klager verwijt verweerder 1) dat hij zich voordoet als bedrijfsarts in plaats van Arboarts en zich niet heeft laten bijstaan door een supervisor, 2) dat hij advies heeft uitgebracht na enkel een kort telefonisch gesprek en dat hij geen medische informatie heeft opgevraagd bij de behandelaars van klager en 3) dat hij het advies van de second opinion arts naast zich heeft neergelegd. Verweerder heeft erkend dat hij abusievelijk nog heeft ondertekend als bedrijfsarts, terwijl hij dat niet meer was. Voor het overige heeft verweerder de klacht betwist. Gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/174

    Klager verwijt de orthopedisch chirurg dat hij 1) klager ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een andere beroepsbeoefenaar, 2) geen verwijzing voor een MRI-scan heeft verstuurd naar het andere ziekenhuis, ondanks dat dit wel was afgesproken, 3) onvoldoende informatie over de behandeling heeft gegeven en 4) gehandeld heeft in strijd met artikel 1 van de Grondwet. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht (in al haar onderdelen) kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TSCTS:2021:11 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2020.V4-ZAANBORG

    Op 15 januari 2020 is het ms Zaanborg in ballastconditie vertrokken uit de haven van Ravenna, Italië. Dat was in de avond en de loods ging binnen de pieren van boord af. Vrij kort daarna heeft het schip een vast object (platform) geraakt. Daarbij ontstond forse schade boven de waterlijn, voornamelijk aan bakboordzijde van het voorschip.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:47 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.052

    Klacht tegen tandarts. Tijdens verblijf van verweerster in het buitenland heeft klaagster zich bij de praktijk gemeld vanwege een afgebroken kies. Zij is zonder tussenkomst van een tandarts gezien en behandeld door een mondhygiëniste. Een deel van de klachten richt zich op de behandeling, maar de klaagster verwijt verweerster ook dat de organisatie van de praktijk onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt die beslissing, oordeelt dat de tandarts tekort is geschoten in de organisatie van de praktijk, legt de maatregel van berisping op en biedt de beslissing aan ter (geanonimiseerde) publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:28 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-616/DB/OB

    Klager verzoekt een herbeoordeling van een tweetal onderdelen van de door hem in 2015 tegen verweerder ingediende klacht, waarop de tuchtrechter reeds onherroepelijk heeft beslist. Klager dient op grond van het in artikel 47b Advocatenwet vastgelegde ne bis in idem-beginsel niet-ontvankelijk te worden verklaard in dit onderdeel van zijn klacht. Klacht verder deels niet-ontvankelijk ex art. 46g Advocatenwet en deels ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder onwaarheden heeft verkondigd, noch dat hij zich onnodig grievend heeft uitgelaten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:29 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-617/DB/OB

    De voorzitter stelt vast dat in de onderhavige klachtzaak de gevolgen van het gestelde handelen of nalaten in elk geval op 15 september 2017 aan klager bekend waren. Ingevolge het bepaalde in artikel 46g lid 2 Advocatenwet verstreek de termijn waarbinnen klager kon klagen op 15 september 2018. Klager heeft eerst bij brief d.d. 30 mei 2019 geklaagd zodat de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bepaalde termijn is verstreken. Klager kan dan ook niet in zijn klacht worden ontvangen. De voorzitter zal de klacht op grond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:294 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-204

    De voorzitter oordeelt klager niet-ontvankelijk in de klacht wegens indiening ervan buiten de wettelijke driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet. Van verschoonbare termijnoverschrijding is de voorzitter niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-260/DB/LI

    Of de cliënt van verweerder al dan niet rechtsgeldig tot bestuurder is benoemd in X en op grond daarvan namens X aan verweerder opdracht kon verstrekken om een procedure tegen klager aanhangig te maken betreft een civielrechtelijke kwestie waarover partijen nog procederen. De voorzitter heeft terecht overwogen dat de tuchtrechter ter zake geen bevoegdheid toekomt. De stelling dat door de (gestelde) onbevoegde vertegenwoordiging door verweerder van X de aandelen in X of de aan klager gelieerde onderneming als minderheidsaandeelhoudster zijn gedaald is door klager onvoldoende cijfermatig onderbouwd. Voor zover in rechte onherroepelijk zou komen vast te staan dat verweerder X onbevoegd vertegenwoordigd heeft, komt X mogelijk een vordering toe tot vergoeding van de daardoor geleden schade. Aan (indirect) aandeelhouders, waaronder de aan klager gelieerde vennootschap, komt in beginsel geen vordering toe tot vergoeding van afgeleide schade. Derhalve heeft de voorzitter terecht overwogen dat klager niet onderbouwd heeft dat hij rechtstreeks in zijn eigen belangen is of kon worden geschaad. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:295 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-204

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:26 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-556/DB/LI

    Advocaat heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door medische gegevens over klaagster aan het emailadres van haar broer toe te sturen. Advocaat heeft geen opdrachtbevestiging aan klaagster toegezonden, klaagster niet geadviseerd over de aanpak van haar zaken, geen inschatting van de kans van slagen van de procedures gegeven noch informatie over het kostenrisico. Verweerder heeft de kernwaarde van de in een advocaat/ cliënt relatie geldende geheimhoudingsplicht geschonden en is bij de aanpak van de zaken van klaagster ernstig nalatig gebleven. Dit (nalatig) handelen van verweerder valt de advocaat tuchtrechtelijk in ernstige mate aan te rekenen en rechtvaardigt op zich zelf een zware maatregel. De zaak staat niet op zichzelf. Aan de advocaat zijn in de periode 2018–2020 meerdere tuchtrechtelijke maatregelen betreffende nalatig handelen opgelegd. Klacht gegrond, schorsing voor de duur van twee weken,kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-542/DB /LI

    Advocaat heeft, hoewel hij wist, althans behoorde te weten, dat de werkgever van klager had aangekondigd een ontbindingsprocedure te starten, geen actie ondernomen, als gevolg waarvan klager een rechtsgang heeft gemist. Advocaat wist dat klager was verhuisd en heeft hem, met het oog op de door de werkgever aangekondigde ontbindingsprocedure, niet op de risico’s daarvan gewezen. Toen de advocaat kennis nam van de beschikking, waarbij de arbeidsovereenkomst van klager was ontbonden, heeft hij niets ondernomen om de belangen van klager veilig te stellen danwel de gevolgen van zijn nalatig handelen te beperken. De advocaat heeft klager na zijn negatief advies t.a.v. een eventueel hoger beroep evenmin begeleid bij de overname van de zaak door een andere advocaat. Klacht gegrond, berisping, kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:285 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-854

    Raadsbeslissing. De raad acht de wijze waarop verweerder de gevolgen van zijn beroepsfout heeft geregeld, of beter gezegd heeft nagelaten te regelen, in strijd met het in artikel 46 e.v. van de Advocatenwet geregelde tuchtrecht dat beoogt een behoorlijke beroepsuitoefening te waarborgen. In het geval een advocaat een beroepsfout maakt is het van het grootste belang voor het vertrouwen in zowel de individuele advocaat als de advocatuur in zijn geheel dat de advocaat een adequate oplossing zoekt voor het regelen van de gevolgen van die fout. Dat is niet anders als de advocaat, wellicht op goede gronden, de gestelde schade betwist of klaagster ook nog andere maatregelen ten dienste stonden om haar gelijk te halen. De wijze waarop verweerder in de afwikkeling van de door hem gemaakte fout heeft gehandeld, door meermalen niet tijdig te reageren op verzoeken van zowel klaagster als zijn verzekeraar is niet als adequaat te kwalificeren en heeft er toe geleid dat de afwikkeling van de vaststelling van aansprakelijkheid en schade is vertraagd en klaagster langer dan nodig in onzekerheid heeft gezeten. De raad komt tot de conclusie dat verweerder jegens klaagster in zijn zorgplicht is tekortgeschoten en daarmee niet heeft gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2019/14

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:292 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-961

    Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening heeft gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval. Verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:286 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-789

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van verweerder als privépersoon. Klacht is te laat ingediend en van een verschoonbare termijnoverschrijding is geen sprake. Klager wordt ex artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet dan ook niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:5 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-691

    Voorzittersbeslissing. Niet gebleken dat verweerder zich in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van klaagster zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/18

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster meldt zich ziek en vraagt een consult aan. De casemanager voorziet de bedrijfsarts namens werkgever van voorinformatie dat arbeidsconflict aan ziekmelding ten grondslag ligt. Beklaagde komt er tijdens consult achter dat consult plaatsvindt op verzoek van werknemer. Klaagster legt reumatische klachten aan ziekmelding ten grondslag. Zij verwijt beklaagde dat hij haar klachten niet serieus neemt, maar uitgaat van de voorinformatie van de casemanager. College: beklaagde liet na de status van het consult te verduidelijken. Hij heeft onvoldoende recht gedaan aan hulpvraag klaagster. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:280 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-238

    Raadsbeslissing. De raad overweegt dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld omdat hij niet op een zorgvuldige wijze de opdracht heeft neergelegd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:293 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-498

    Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet is ongegrond.