Zoekresultaten 13951-14000 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 171/2020

    Klacht tegen huisarts. Als gevolg van het voorschrijven van amlodipine is volgens klager lithiumintoxicatie met blijvende nierschade opgetreden. De overige klachtonderdelen zien op de communicatie en het niet serieus nemen van klager door beklaagde. Het college oordeelt, dat er geen bekende interactie is tussen amlodipine en lithium. Een dergelijke interactie volgt ook niet uit het NHG-Formularium en is zowel bij de internist als de huisartsen niet bekend. Het klachtonderdeel faalt. De overige klachtonderdelen zijn voldoende door beklaagde betwist en vinden geen steun in het medisch dossier. Veeleer volgt uit het medisch dossier dat beklaagde de klachten serieus heeft genomen, de mogelijkheid van tussentijdse evaluatie en controles heeft afgesproken en gedegen op de klachten heeft geacteerd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.148

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster is samen met haar dochter in behandeling gekomen bij de gz-psycholoog. Er volgen meerdere gesprekken van de gz-psycholoog met hen beiden en met ieder afzonderlijk. Klaagster verwijt de gz-psycholoog onder meer dat zij: 1. misleidende informatie heeft gegeven over haar deskundigheid althans dat het haar ontbreekt aan deskundigheid over ouderverstoting, 2. een onjuiste conclusie/diagnose heeft getrokken en een tunnelvisie had, 3. geen informatie heeft gegeven over het behandeldoel en de behandeling, 4. geen neutrale houding naar klaagster als ouder heeft gehad, 5. niet professioneel is omgegaan met klachten, 6. privacy van klaagster heeft geschonden en 7. niet heeft zorggedragen voor een doorverwijzing. Volgens klaagster heeft dit ertoe geleid dat het contact tussen klaagster en haar dochter niet is hersteld en de behandeling dus is mislukt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.151

    Klacht tegen huisarts. Beklaagde is werkzaam in een huisartsenpraktijk met een aantal andere huisartsen. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar collega-huisartsen niet heeft aangesproken op onjuistheden in het medisch dossier van klager en heeft meegewerkt aan het neerzetten van een vals medisch dossier van klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2002:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/220

    Klaagster verwijt verweerster, GZ-psychologe en leidinggevende van een traumacentrum, onder meer dat zij zonder toestemming met de ouders van klaagster heeft gepraat, haar ouders bij haar behandeling heeft betrokken en dat zij ongeoorloofd in haar dossier gekeken. Verweerster voert verweer. Deels gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:64 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.149

    Klacht tegen een huisarts. Klager heeft in 2017 in een oogkliniek een ooglidcorrectie ondergaan en stelt dat tijdens deze operatie zijn ogen zijn beschadigd. Achter zijn ogen zijn voorwerpen ingebracht en er is een operatie uitgevoerd die niets te maken had met de ooglidcorrectie. Ongeveer een jaar na de operatie is er fluoresceïne uit zijn ogen gevloeid en in een later stadium is narcotische vloeistof vrijgekomen. Klager heeft verschrikkelijke hoofdpijnen (gehad). Klager verwijt de huisarts dat hij niets heeft gedaan om klager te helpen, al dan niet via een verwijzing. Het verzoek van klager om een verwijzing voor een MRI scan om de oorzaak van zijn klachten aan te tonen is door de huisarts categorisch geweigerd. Klager verwijt de huisarts daarnaast dat hij niet meelevend en ondersteunend heeft gereageerd. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.342

    Klaagster is in haar auto van achteren aangereden door een verzekerd motorvoertuig. Zij heeft bij de verzekeraar een letselschadeclaim ingediend De verzekeraar heeft de aansprakelijkheid van haar verzekerde voor het ongeval erkend. Tussen klaagster en de verzekeraar is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de schade. Dat geschil betreft onder meer het causale verband tussen het ongeval en de medische klachten van beklaagde. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij: a. een onzorgvuldige dossiervoering heeft aangehouden; b. onrechtmatig persoonsgegevens als onderdeel van het medisch dossier heeft verwerkt; c. zonder medische vakkennis, zonder eigen medisch onderzoek en zonder toetsbare raadpleging van een consulent vergaande en niet onderbouwde conclusies op het vakgebied van de orthopedie heeft getrokken; d. in strijd met de gangbare inzichten zoals o.a. verwoord in de richtlijnen van het GAV, de GBL2.0 en rechtspraak heeft aangedrongen op volledige verstrekking van de medisch voorgeschiedenis (patiëntenkaart) van klaagster; e. de professionele standaard uit het oog heeft verloren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2002:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/220

    Klaagster verwijt verweerster, GZ-psychologe en leidinggevende van een traumacentrum, onder meer dat zij zonder toestemming met de ouders van klaagster heeft gepraat, haar ouders bij haar behandeling heeft betrokken en dat zij ongeoorloofd in haar dossier gekeken. Verweerster voert verweer. Deels gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:65 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.155

    Klacht tegen verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het UWV. Klager heeft zich ziekgemeld voor zijn werk als vrachtwagenchauffeur. De verzekeringsarts heeft in het kader van een bezwaarprocedure een medische rapportage over klager opgesteld en een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst. Hij heeft in een overleg met de arbeidsdeskundige aangegeven dat het werken met een soldeerbout geen belemmering is. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij: (1) miskent dat klager bij het werken met een hete soldeerbout een groot risico loopt op 3e en 4e graads brandwonden, mede vanwege wisselend psychofarmacagebruik; (2) hem emotioneel mishandeld en gediscrimineerd heeft; (3) onvoldoende kennis heeft van de ernst van 3e en 4e graads brandwonden; (4) klagers vertrouwen in de medische stand heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:59 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.116

    Klacht tegen huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster dat verweerster geen zorg verleent en haar niet doorverwijst naar een specialist voor een second opinion kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege staakt de behandeling van het door klaagster ingestelde beroep vanwege het feit dat klaagster inmiddels is overleden en het college geen redenen aan het algemeen belang ontleend aanwezig acht die vergen dat de behandeling van het beroep moet worden voortgezet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 050/2020

    Klacht tegen arts, werkzaam als specialist ouderengeneeskunde betreffende de zorg voor patiënte geboren in 1933 en overleden in 2019. De klacht betreft de medicamenteuze behandeling en de communicatie beklaagde. Beklaagde ernstig tekortgeschoten.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:60 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.121

    Klacht tegen huisarts. De klacht betreft de behandeling van klaagster door de huisarts die volgens klaagster te veel nadruk zou leggen op psychiatrische ziekteoorzaken. Klaagster woont bij haar ouders. Klaagster en haar moeder zijn patiënt in de huisartsenpraktijk van beklaagde. De moeder van klaagster is klaagsters gemachtigde in deze procedure. Klaagster verwijt beklaagde: 1) dat hij zegt dat klaagster en haar moeder niet willen inzien dat klaagster psychiatrisch ziek is, 2) dat hij de endocrinologische klachten van klaagster niet onderzoekt, en 3) dat hij ‘Veilig Thuis’ heeft ingeschakeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 158/2020

    Klacht tegen huisarts. Niet-gezagdragende vader benadert zijn eigen huisarts (die niet de huisarts van de minderjarige zoon is) om met spoed zoon te zien vanwege vermeende mishandeling door moeder. Moeder, die evenmin gezag heeft, klaagt onder andere erover dat beklaagde zonder toestemming van de voogd het kind heeft onderzocht, informatie over het kind aan vader heeft meegegeven en de meldcode kindermishandeling niet heeft gevolgd. Het college oordeelt dat beklaagde een juiste afweging heeft gemaakt om te beslissen de zoon te zien om te beoordelen of er daadwerkelijk sprake was van een spoedsituatie. Dat dit achteraf niet zo bleek te zijn, doet daaraan niet af. Vervolgens heeft beklaagde een dossiernotitie meegegeven waarin beklaagde heeft genoteerd wat de zoon tijdens het consult in het bijzijn van vader heeft verklaard. Dit is niet klachtwaardig omdat ook een niet-gezagdragende ouder recht heeft op bepaalde informatie over het minderjarige kind. Dat vader de notitie later inbracht in een gerechtelijke procedure, doet daaraan niet af. Tot slot acht het college het in deze context niet klachtwaardig dat de meldcode kindermishandeling is gevolgd. Het kind en zijn situatie waren bij Jeugdbescherming en Reclassering al bekend. Bovendien heeft klager tijdens het consult op verzoek van vader, die het kind daar weer moest terugbrengen, contact met die instelling gehad. Het volgen van de meldcode had in deze casus geen toegevoegde waarde. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 680436 / 20-3

    De kamer overweegt dat, hoewel sprake is van een beroepsfout en het weliswaar de verantwoordelijkheid van de notaris is om zijn kantoororganisatie zo in te richten dat dergelijke fouten worden voorkomen, niet iedere beroepsfout zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar moet worden geacht. De notaris heeft weliswaar, gelet op de eerder gedane toezegging slechts tot uitkering over te gaan bij akkoord van partijen, een onjuiste beslissing genomen met betrekking tot het uitkeren van het beslagen bedrag, maar gelet op de omstandigheid dat hij op dat moment als vaste waarnemer in een andere standplaats werkzaam was, zijn medewerkster de desbetreffende e-mail niet op de juiste plaats in het dossier had verwerkt en hij dus niet wist dat aan klager was toegezegd dat het geld niet zou worden uitgekeerd, is het handelen van de notaris naar het oordeel van de kamer niet (ook) tuchtrechtelijk verwijtbaar. Daar komt bij dat de notaris zijn fout jegens klager heeft erkend, hij zijn kantoororganisatie direct daarna zodanig heeft ingericht dat dit soort (communicatie)fouten in de toekomst niet meer zullen plaatsvinden en dat klager het aan [B] uitgekeerde bedrag inmiddels heeft ontvangen. De kamer acht dit klachtonderdeel dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 680437/NT 20-4 en 680438/NT 20-5

    De Stichting heeft als hypotheekhouder het recht van parate executie zoals bepaald in artikel 3:268 Burgerlijk Wetboek (BW). De notariële hypotheekakten dienen als executoriale titel zodat de Stichting op die basis bevoegd is executiemaatregelen tegen klager te treffen, tenzij zij misbruik maakt van die bevoegdheid. Op 9 mei 2018 heeft de Stichting executoriaal beslag gelegd ten laste van klager. Daaraan was op 2 mei 2018 een betalingsbevel voorafgegaan, zoals voorgeschreven in artikel 502 Rv. De veiling is aangezegd op 3 januari 2020, dus meer dan een jaar later. In artikel 503 Rv is voorgeschreven dat een betalingsbevel moet worden vernieuwd als de schuldeiser een jaar na het bevel heeft laten verlopen. In dit geval echter is de uitwinning na het betalingsbevel tijdig – immers 7 dagen later – gestart door het executoriaal beslag. Vervolgens is bij herstelexploot van 28 februari 2020 klager aangekondigd dat op 5 maart 2020 de twee percelen grond zouden worden geveild. Daarmee is – anders dan klager meent – de executoriale verkoop en openbaarmaking op juiste wijze door de notarissen vastgesteld en openbaar gemaakt. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 685061 / NT 20-27

    De kamer overweegt dat de notaris er ook voor had kunnen kiezen om (klager uitdrukkelijk te adviseren) de overdracht uit te stellen, hetgeen - gegeven de omstandigheden - in het belang van klager was. In feite heeft klager de aandelen immers voor het bedrag van € 1,- geleverd terwijl de waarde daarvan € 16.022,- volgens de balans van 1 september 2016 bedraagt. Het is de taak en verantwoordelijkheid van de notaris om klager dan voor te lichten en klager te bevragen om welke reden hij het risico nam de aandelen in feite (bijna) voor niets weg te geven. Dat heeft de notaris niet gedaan. De kamer acht dit klachtonderdeel dus gegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:48 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-078/DB/LI

    Advocaat heeft toelating tot de woning op straffe van een dwangsom , voorschot op schadevergoeding wegens verdwenen inboedelgoederen. Dat door de kantonrechter een lagere dwangsom is opgelegd en de vordering tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding is afgewezen valt de advocaat tuchtrechtelijk niet te verwijten. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:49 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-351/DB/LI

    Het enkele gegeven dat de voorzieningenrechter overweegt dat sprake is van een nodeloze procedure en de cliënte van verweerster in de proceskosten heeft veroordeeld, brengt nog niet met zich dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Er is naar het oordeel van de raad door klager onvoldoende gesteld waaruit blijkt dat verweerster een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. Dat klager op een gegeven moment toestemming heeft gegeven voor de skivakantie van de kinderen is daartoe onvoldoende. Er kunnen zich immers ook dan omstandigheden voordoen die met zich meebrachten dat de cliënte van verweerster voortzetting van het kort geding wenste Klager heeft geen eigen belang bij klachten die betrekking hebben op gedragingen tegenover derden. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:306 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-645

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar. De raad stelt vast dat verweerder meermalen niet heeft voldaan aan het verzoek van de deken om een aantal dossiers aan haar ter beschikking te stellen. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond. Oplegging van een voorwaardelijke schorsing van 12 weken, met als bijzondere voorwaarde dat verweerder gehouden is om in het lopende onderzoek volledige medewerking te verlenen, en een geldboete.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:45 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-627

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Een crediteur van een nalatenschap kan een zelfstandig belang hebben bij een klacht over de wijze waarop een advocaat van de declareert ten laste van de nalatenschap. Buitensporig declareren ten laste van een nalatenschap heeft immers als gevolg dat er substantieel minder actief overblijft voor de andere schuldeisers van de nalatenschap. Deze klachtonderdelen zijn derhalve wel ontvankelijk, maar ongegrond omdat de raad niet heeft kunnen vaststellen dat verweerder excessief heeft gedeclareerd. Klacht deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:50 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-935/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Niet gebleken dat verweerder het gerechtshof meerdere keren onjuist heeft voorgelicht in zijn memorie van antwoord van 12 februari 2019 en daarmee artikel 21 Rv heeft geschonden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:46 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-928

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerster een e-mail niet heeft doorgezonden en niet door heeft willen zenden is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/192

    Klager dient een klacht in tegen een psychiater die op verzoek van een officier van justitie een rapportage over klager heeft uitgebracht. Klager verwijt de psychiater onder meer dat zij onaangekondigd langskwam om met hem te spreken, dat zij een concept rapport over klager in de penitentiaire inrichting heeft achtergelaten, zodat het personeel die kon inzien, dat zij zonder toestemming contact met een slachtoffer heeft opgenomen etc. Verweerster voert verweer.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:43 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-370 20-382

    Klacht tegen eigen advocaat en dekenbezwaar. Advocaat heeft excessief gedeclareerd. Voorts ontbreekt een gedegen en zorgvuldige advisering en afweging van kansen en risico’s en van een inschatting van de aan (voortzetting van) procederen verbonden lasten. Ook had een betere bewaking van/waarschuwing voor en communicatie over de kosten van verweerder verwacht mogen worden zeker gelet op de hoge bedragen die aan verweerder - zijnde een particulier - zijn gedeclareerd. Verweerder heeft met de machtigingen tot verrekening zekerheid bedongen voor zijn declaraties anders dan in de vorm van een voorschot in geld en het overleg met de deken dat voor het aanvaarden van een dergelijke vorm van zekerheid op grond van regel 28 gedragsregels 1992 gepleegd had moeten worden is achterwege is gebleven. Handelen in strijd met de kernwaarden van de advocatuur. De raad moet vaststellen dat verweerder gedurende vele jaren tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat verweerder, gezien de inhoud van zijn verweer, zijn wijze van handelen kennelijk zelf niet als onjuist heeft beschouwd. Onvoorwaardelijk schorsing van 2 x 12 weken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:305 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-062

    Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. De raad verklaart een klacht over het laten betekenen van een vonnis ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:44 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-419 20-420

    Klacht tegen eigen advocaat en dekenbezwaar. Zaak hangt samen met een klacht tegen de vader van klager. (kenmerk: 20-370/AL/GLD en 20-382/AL/GLD). De raad laat in het midden in hoeverre in de periode waarin de gedragsregels 1992 van toepassing waren van verweerder in tuchtrechtelijke zin verwacht kon worden dat hij periodiek aan klager had gedeclareerd. Verweerder heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar nagelaten zijn declaraties deugdelijk te specificeren. Advocaat heeft excessief gedeclareerd en in strijd met de gedragsregels zonder voorafgaand overleg met de deken conservatoir beslag gelegd. Verweerder is tuchtrechtelijk verwijtbaar tekort geschoten in zijn informatieplicht jegens verweerder omtrent de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand. In de behandelde zaak was geld te verwachten dus op zich is begrijpelijk dat er gesproken is over de mogelijkheid dat klager de kosten zou moeten betalen maar advocaat had klager wel juist en volledig over de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand moeten informeren. Hij kon niet volstaan met vastlegging dat klager van die mogelijkheid afzag. Verweerder heeft een garantstelling opgesteld voor de betaling door klager van declaraties van zijn vader. In regel 28 lid 1 gedragsregels 1992 is opgenomen dat het een advocaat niet geoorloofd is voor de betaling van zijn declaratie andere zekerheid te aanvaarden dan een voorschot in geld, behoudens in bijzondere gevallen en dan slechts na overleg met de deken. Dat overleg heeft niet plaatsgevonden. Advocaat heeft de kernwaarden van financiële integriteit en onafhankelijkheid bij diverse handelingen en gedurende een periode van meerdere jaren onvoldoende in acht genomen. Gezien de inhoud van zijn verweer heeft de advocaat zijn wijze van handelen kennelijk zelf niet als onjuist beschouwd. Onvoorwaardelijke schorsing van 2 x 12 weken.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-250

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een anesthesioloog . Het College heeft in de eerder gedane uitspraken tussen klaagster en collega’s van beklaagde, al uitgebreid gemotiveerd overwogen van oordeel te zijn dat er geen reden was de operatie niet uit te voeren en in het geval van klaagster het uitvoeren van de operatie niet medisch onzorgvuldig was. Het College ziet geen aanleiding hierover thans anders te denken. Dat betekent dat ook beklaagde naar het oordeel van het College, voor zover hij betrokken was bij de behandeling van klaagster, niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:46 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200236

    Klacht van een advocaat die een klacht heeft ingediend tegen een advocaat in zijn hoedanigheid van (voormalig) deken. Verweerder is tegen de uitspraak van de raad in beroep gegaan. Het hof verduidelijkt in deze uitspraak de positie van de beklaagde advocaat handelend in zijn hoedanigheid van deken. Het hof overweegt dat de deken zowel advocaat is als bestuursorgaan (sinds 2015), waardoor het handelen van verweerder zowel via het advocatentuchtrecht (persoonlijk als advocaat) als via het bestuursrecht (institutioneel als bestuursorgaan) kan worden getoetst. De tuchtrechter toetst het handelen van verweerder als deken dan ook onveranderd (ook gezien de toelichting van de beroepsgroep uit 2018 op de herijkte gedragsregels) op basis van de betamelijkheidsnorm ex art. 46 Advocatenwet. In deze klachtzaak heeft verweerder op basis van een volgens hem van de Raad van State afkomstig signaal over klaagster een onderzoek ingesteld. Dit signaal heeft hij enkel telefonisch gekregen en hij heeft niet geverifieerd of dit signaal ook daadwerkelijk afkomstig was van de Raad van State. Van verweerder had mogen worden verwacht dat hij, voordat hij op basis van een signaal handelde, eerst zou zijn nagegaan van wie het signaal afkomstig was en dit had vastgelegd in zijn eigen dossier. Verweerder heeft, naar aanleiding van vragen van klaagster hierover, eerst ruim vier maanden later enig onderzoek naar de herkomst van het signaal verricht. Verweerder heeft het signaal niet kunnen verifiëren en kon hij zich ook niet herinneren waarop zijn besluit tot onderzoek was gebaseerd. Naar het oordeel van het hof had verweerder zich bewust moeten zijn van de impact van zijn handelwijze jegens klaagster en zich moeten onthouden van de lichtvaardige wijze waarop hij is omgegaan met een vermeend “signaal”. Er is sprake van laakbaar gedrag, nu een gemaakte fout heeft plaatsgevonden in het kader van dekenaal onderzoek zonder enige documentatie, waarbij geen reproduceerbare afweging is gemaakt. Net als de raad acht het hof de klacht in zoverre gegrond en bekrachtigt de door de raad opgelegde maatregel van een berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:44 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-933/DB/OB

    Klacht heeft betrekking op uitlatingen van de advocaat tijdens een gesprek bij de deken over eerder ingediende klachten. Geen sprake van bedreigende opmerkingen. Ten aanzien van de financiële afspraken tussen een advocaat en zijn cliënt komt de wederpartij geen klachtrecht toe Klacht ged niet-ontvankelijk, ged ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:47 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190210

    Klacht over advocaat die in zijn hoedanigheid van deken een dekenbezwaar heeft ingediend tegen klager. Het hof verduidelijkt in deze uitspraak de positie van de beklaagde advocaat in zijn hoedanigheid van deken. Het hof overweegt dat de deken zijn toezichthoudende taken als advocaat én (sinds 2015) als bestuursorgaan uitoefent, waardoor het handelen van verweerder zowel via het advocatentuchtrecht (persoonlijk als advocaat) als via het bestuursrecht (institutioneel als bestuursorgaan) kan worden getoetst. De tuchtrechter toetst het handelen van verweerder als deken dan ook onveranderd (ook gezien de toelichting van de beroepsgroep uit 2018 op de herijkte gedragsregels) op basis van de betamelijkheidsnorm ex art. 46 Advocatenwet. De huidig deken is in deze klachtzaak opgetreden als gemachtigde van verweerder tevens voorgaand deken. Het hof acht dit onwenselijk gezien de objectieve toezichthoudende rol van de huidig deken op het handelen van advocaten in zijn arrondissement. Het huidige gebruik van de dekens dat de zittend deken een klacht tegen een van zijn voorgangers voor zijn rekening neemt miskent dat verweerder persoonlijk en niet als deken ter verantwoording wordt geroepen. Wat betreft de klacht tegen verweerder over het ingediende dekenbezwaar, oordeelt het hof dat de beroepsgronden niet slagen. Niet valt in te zien dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad dan wel een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-074

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Het college is van oordeel dat beklaagde voldoende onderzoek heeft verricht voorafgaand aan beide ingrepen. Zoals blijkt uit de overgelegde gegevens heeft beklaagde voorafgaand aan de eerste ingreep een volledig KNO-onderzoek gedaan waarbij gebruik is gemaakt van een laryngoscoop. In verband met de verdenking van de ziekte van Morbus Sjögren was een biopt aangewezen. Bij het tweede consult heeft beklaagde klaagsters lip geïnspecteerd en gepalpeerd en een litteken fibroom geconstateerd en onder lokale verdoving verwijderd. Het college is verder van oordeel dat beklaagde aan zijn informatieplicht heeft voldaan. In de verslaglegging staat vermeld dat beklaagde de (operatie)risico’s heeft besproken. Daarnaast kreeg klaagster een folder mee met informatie over de ingreep. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:45 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-013/DB/LI

    Klaagster heeft niet onderbouwd op grond waarvan verweerder niet in redelijkheid kon menen dat een herzieningsprocedure onvoldoende kansrijk was. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-158

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Beklaagde is, in de procedure tussen klager en zijn broer, door de broer benaderd als (partij)deskundige. Zij heeft in dat kader onderzoek gedaan naar de twijfel die er bij de broer bestaat over de rechtsgeldigheid van het testament van de vader in verband met (de twijfel over) diens wilsbekwaamheid. Het College is van oordeel dat het rapport van beklaagde aan geen van de criteria voldoet die volgens vaste jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gelden voor een dergelijke deskundigenrapportage. Zo ontbreekt in het rapport een duidelijk overzicht van de feiten, omstandigheden en bevindingen waar beklaagde haar (vergaande) conclusies op baseert en is het rapport erg summier. Ook geeft het rapport geen blijk van een geschikte onderzoeksmethodiek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden. Tot slot getuigen ook de diskwalificerende opmerkingen over klager die beklaagde in het rapport maakt niet van een professionaliteit die verwacht mag worden. Het rapport geeft daardoor blijk van een onvoldoende mate van objectiviteit. Het College vindt dat beklaagde een zodanig ernstig verwijt gemaakt kan worden van haar handelwijze dat het College het van belang vindt om ook met de op te leggen maatregel te benadrukken dat dit zich niet meer mag herhalen. Ook weegt het College daarbij mee dat beklaagde op de zitting weinig zelfinzicht en reflectief vermogen heeft getoond. Klacht gegrond verklaard. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:49 Raad van Discipline Amsterdam 20-685/A/A 20-686/A/A

    Herstelbeslissing

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:46 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-603/DB/LI

    Advocaat heeft verzuimd een van de twee procespartijen te dagvaarden en is te lichtvaardig zonder eigen onderzoek op de mededeling van zijn cliënt dat geen sprake was van verjaring afgegaan. Advocaat heeft plan van aanpak en inschatting van kansen en risico’s niet schriftelijk vastgelegd. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond, gedeeltelijk gegrond, berisping, kostenveroordeling

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:50 Raad van Discipline Amsterdam 21-068/A/A 21-069/A/A 21-070/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaten van de wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een voldoende rechtstreeks belang en voor het overige kennelijk ongegrond. De voorzitter is van oordeel dat klagers 1, 2 en 3, tegenover de gemotiveerde en met stukken onderbouwde betwisting daarvan door verweerders, onvoldoende hebben onderbouwd dat zij zijn aan te merken als voormalige cliënten van (het kantoor van) verweerders. Het enkele feit dat het kantoor van verweerders een addendum en een bijlage bij dat addendum heeft opgesteld, betekent niet dat het kantoor voor alle bij de ontvlechting van G Beheer betrokken partijen is opgetreden. Ook geen sprake van onnodig grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:47 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-854/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Niet gebleken dat verweerster zich schuldig heeft gemaakt aan manipulatie, valsheid in geschrifte of vrijmetselarij praktijken, noch dat zij het gebruik van een onrechtmatige handelsnaam door haar opdrachtgever heeft verdedigd, noch dat zij een persoonlijk belang bij de uitkomst van de procedure had. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:22 Accountantskamer Zwolle 20/1223 en 20/1224 Wtra AK

    Klacht tegen twee accountants van hetzelfde kantoor. Eén van hen heeft conceptjaarrekeningen van een (beheer) vennootschap gestuurd naar een potentiële koper van aandelen in de beheervennootschap. De tweede accountant heeft dat toegestaan waardoor verkoper stelt bij het bepalen van de koopprijs in haar belang te zijn geschaad. Beiden hebben verscheidene (advies) werkzaamheden voor de vennootschappen en uiteindelijke koper van de aandelen verricht. Klacht is (deels) gegrond. De maatregel van waarschuwing is opgelegd aan een van beide accountants omdat onvoldoende acht is geslagen op de bedreigingen voor het zich houden aan het fundamentele beginsel van objectiviteit dat in het geding was en daartegen geen afdoende maatregel is getroffen De maatregel van berisping is opgelegd aan de tweede accountant omdat geen acht is geslagen op het zich houden aan zowel het fundamentele beginsel van objectiviteit als dat van vertrouwelijkheid.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:42 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-446/DB/OB

    Klacht over optreden advocaat wederpartij in familierechtelijke kwestie. Niet gebleken dat verweerster: onvoldoende professionele afstand heeft gehouden, zich onnodig grievend heeft uitgelaten over klagers en haar persoonlijk belang heeft ingebracht in de procedure tussen klagers en de cliënte van verweerster door de klacht over haar persoonlijk handelen (in de zaak met kenmerk 20-445/DB/OB) in die procedure in te brengen; een stelling geïntroduceerd bij de rechtbank waarvan ze redelijkerwijs de onjuistheid kende of had moeten kennen; onvoldoende professionele afstand gehouden en het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad en het bereiken van een regeling in der minne heeft gefrustreerd door persoonlijke informatie van klagers te delen met haar cliënte. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:23 Accountantskamer Zwolle 20/1548 en 20/1549 Wtra AK

    Klagers waren lid van een amateur voetbalvereniging. Eén van hen was de laatste paar jaar lid van de kascontrolecommissie. De ander is door het bestuur geschorst en later is zijn lidmaatschap opgezegd. Betrokkenen zijn voorzitter respectievelijk penningmeester van de vereniging geweest. Klagers hebben overleg gehad met betrokkenen over de financiële verantwoording van- en de gang van zaken binnen de vereniging. Klagers vinden dat betrokkenen (als leden van het bestuur) hun accountantstitel hebben misbruikt, hun geheimhoudingsplicht hebben geschaad, eigen belangen hebben laten prevaleren, valsheid in geschrifte hebben gepleegd, niet zijn opgetreden tegen lasteraars en niet vakbekwaam en integer hebben gehandeld. De klachtonderdelen zijn ongegrond omdat ze feitelijke grondslag missen, niet juist zijn of niet aannemelijk gemaakt zijn.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:43 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-474/DB/OB

    Gelet op de samenhang tussen de verkoop van de golfbaan, die tijdens de bespreking op 29 maart 2019 aan de orde was, en de kwestie die partijen in de civielrechtelijke procedure verdeeld hield, had van verweerder als behoorlijk handelend advocaat verwacht mogen worden dat hij niet alleen openheid van zaken had gegeven over de (dubbele) hoedanigheid (advocaat en belanghebbende) waarin hij aan het gesprek deelnam, maar ook dat hij voorafgaand aan het gesprek over zijn aanwezigheid bij dat gesprek overleg had gevoerd met de advocaat van klagers. Valsheid in geschrifte en vennootschapsfraude niet gebleken. Artikel 3: 43 BW niet van toepassing. Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:37 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-158/DB/LI

    Verweerder heeft niet naar behoren met klager gecommuniceerd en heeft de belangen van klager niet naar behoren heeft behartigd door slechts vier brieven te schrijven en geen kort geding op te starten. Van dit handelen moet verweerder een serieus tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. In het ontbreken van een tuchtrechtelijk verleden aan de zijde van verweerder, ziet de raad aanleiding om te volstaan met te volstaan met oplegging van een waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:44 Raad van Discipline Amsterdam 21-109/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Klaagster heeft onvoldoende onderbouwd dat verweerder over vertrouwelijke informatie afkomstig van klaagster beschikt die hij tegen haar kan gebruiken.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:25 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-07

    Door de werknemer van klagers was er conservatoir beslag gelegd op de overwaarde onder de notaris. Tot grote verbazing van klagers liet de notaris weten dat hij de gehele overwaarde onder zich zou houden. Dus ook het deel waar klaagster recht op had. Klagers waren het hier niet mee eens, maar volgens de notarisklerk was dit de normale gang van zaken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:38 Raad van Discipline Amsterdam 20-732/A/A

    Verweerster heeft de vertrouwelijke informatie over klager niet op oneigenlijke wijze verkregen en heeft in het gerechtvaardigd belang van haar cliënt gehandeld. Zij heeft mogen oordelen dat het voordeel dat zij voor haar cliënt wilde bereiken met de middelen waarvan zij zich bedient opweegt tegen het nadeel dat zij daarmee aan klager kan toebrengen. Zij had niet de voorafgaande toestemming van klager nodig om van de informatie gebruik te maken. Geen sprake van het nodeloos of op ontoelaatbare wijze schaden van de belangen van klager.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 19-74 en 19-75

    Klager verwijt de notarissen het volgende: 1. de vereffenaars (de kandidaat-notarissen) hebben onnodig veel werkzaamheden verricht en onnodig veel kosten voor rekening van de nalatenschap gebracht; 2. de vereffenaars hebben de verkoop van de woning aan de koper van hun keuze tegen een ongehoord lage verkoopprijs ver beneden de marktconforme taxatiewaarde geforceerd, hetgeen uiteindelijk een substantiële schadepost voor de erfgenamen en schuldeisers heeft opgeleverd; 3. de vereffenaars hebben nodeloos zeer hoge kosten voor rekening van de nalatenschap gebracht ten behoeve van het indienen van hun eigen ontslagverzoek (dat bij voorbaat al werd toegekend); 4. op meerdere fronten hebben de vereffenaars gehandeld in strijd met de Wet op het notarisambt, zijn afspraken niet nagekomen en bedienen zij zichzelf van leugens, ten gevolge waarvan de erfgenamen onrecht is aangedaan en ernstige schade is toegebracht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:41 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-702/DB/LI

    De gedragsregel die voor advocaten geldt ten aanzien van het overleggen van confraternele correspondentie heeft betrekking op de advocaten die bij die correspondentie in die zaak zijn betrokken. Beklaagde advocaat was daarbij niet betrokken. Het stond hem daarom vrij om de correspondentie tussen de advocaten in die andere procedure als bewijsstukken over te leggen. Beschikking van een rechtbank mag als bewijsstuk in een andere procedure worden overgelegd. Dat de zitting achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden staat hieraan niet in de weg. Advocaat heeft verzuimd een afschrift van een akte aan de advocaat van de wederpartij toe te sturen. Herstel volgde op eerste verzoek twee dagen later. Gedragsregel geldt tussen advocaten en laagster heeft hiervan geen nadeel ondervonden. Klacht ged niet-ontvankelijk, ged. ongegrond, ged. van onvoldoende gewicht

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:44 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200261

    Artikel 56 lid 1 Advocatenwet. Hoger beroep te laat ingesteld. Verweerder wist althans kon vanaf 5 oktober 2020 om 12.28 uur weten dat de beslissing van de raad aan hem was toegezonden per aangetekende e-mail en dat hij van de inhoud daarvan kennis kon nemen. Dat verweerder die beslissing eerst op 13 oktober 2020 om 13.52 uur heeft opgevraagd komt voor zijn rekening en risico. Geen gronden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Verweerder wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak wordt niet toegekomen. Artikel 48ac juncto artikel 57 lid 2 Advocatenwet bepalen dat een proceskostenveroordeling kan worden opgelegd als een klacht gegrond wordt verklaard en een maatregel wordt opgelegd. Hoewel het in dit geval niet tot een inhoudelijke beoordeling is gekomen, acht het hof een proceskostenveroordeling op zijn plaats. In verband met de dateringen van de beslissing van de raad en van het beroepschrift, heeft het hof ambtshalve bij de raad onderzoek gedaan naar de datum en de wijze van verzending per e-mail van de bestreden beslissing. Het hof heeft partijen op voorhand op de hoogte gesteld van de bevindingen en partijen in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Vervolgens is een mondelinge behandeling bepaald. Verweerder is niet verschenen. Klager is wel op de mondelinge behandeling verschenen en heeft kosten gemaakt om een nadere toelichting te geven. In het licht van deze omstandigheden en gelet op het feit dat de door de raad uitgesproken gegrondverklaring van de klacht en de daarbij opgelegde maatregel van kracht blijven, veroordeelt het hof verweerder in de proceskosten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:45 Raad van Discipline Amsterdam 21-039/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht is kennelijk niet ontvankelijk omdat het een herhaalde klacht is (ne bis in idem).

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:26 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-09

    De notaris heeft in de gegeven omstandigheden onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij de totstandkoming van het testament.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:39 Raad van Discipline Amsterdam 20-463/A/NH

    Verzet niet-ontvankelijk.