Zoekresultaten 13701-13750 van de 48204 resultaten
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:6 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/11
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 14-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:6
Klachtambtenaarzaak: Dierenarts wordt verweten in strijd met de wettelijke regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening bij gezelschapsdieren een derde keuze antibioticum (Baytril, REG NL 3144) te hebben toegepast zonder voorafgaand bacteriologisch onderzoek en gevoeligheidstest, waarbij ook niet van een duidelijk onderbouwde veterinaire noodzaak voor de directe inzet van dit derde keuze antibioticum is gebleken. Gegrond, volgt onvoorwaardelijke geldboete van € 250.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-296
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:61
Klaagster verwijt verweerster haar zaak niet goed behandeld te hebben. De raad hanteert bij haar beoordeling van dit verwijt als uitgangspunt dat de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen indien daarover wordt geklaagd. Dat gebeurd aan de hand van datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster door diverse brieven te sturen de nodige stappen heeft gezet om te komen tot een oplossing van het conflict tussen klaagster en haar werkgever. Weliswaar had zij die stappen vlotter kunnen nemen en de verwachtingen van klaagster over de mogelijke resultaten duidelijker kunnen sturen, maar alles tezamen leidt dit niet tot de conclusie dat verweerster onzorgvuldig of onprofessioneel heeft gehandeld. Deze klacht is dan ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 202/2020
- Datum publicatie: 29-04-2021
- Datum uitspraak: 29-04-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:53
Klacht tegen de huisarts van klaagster. De huisarts heeft klaagster op 25 november 2019 en 2 december 2019 gezien wegens rugklachten. Daarnaast heeft zij op 26 en 28 november 2019 telefonisch contact gehad met klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar niet direct heeft verwezen naar een neuroloog dan wel niet direct een MRI heeft laten maken. Ten tijde van de visite op 25 november 2019 en de telefonische consulten op 26 en 28 november 2019 waren geen alarmsymptomen die verwijzing noodzakelijk maakten. Het beeld bij de visite op 2 december 2019 was duidelijk veranderd. Klaagster voelde minder in haar benen en de kracht in haar linkerbeen was weg. De huisarts heeft hierop contact gezocht met de neuroloog en de situatie besproken, waarna werd afgesproken dat de neuroloog klaagster binnen drie dagen voor een spoedconsult zou oproepen. De uitvalverschijnselen waren onvoldoende om klaagster nog dezelfde dag door een neuroloog te laten onderzoeken. In overeenstemming met de NHG standaard lumbosacraal radiculair syndroom is een verwijzing naar de neuroloog binnen drie dagen in gang gezet. Het was vervolgens aan de neuroloog om al dan niet over te gaan tot het maken van een MRI-scan. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 203/2020
- Datum publicatie: 29-04-2021
- Datum uitspraak: 29-04-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:54
Klacht tegen huisarts van de huisartsenpost. Klaagster is in de avond gezien door beklaagde (werkzaam voor de huisartsenpost). Het consult vond plaats wegens ernstige rugpijnklachten met uitvalverschijnselen. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar niet direct heeft verwezen naar een neuroloog dan wel niet direct een MRI heeft laten maken. Beklaagde heeft voldoende onderzoek gedaan, waarbij geen aanwijzingen naar voren kwamen die een directe verwijzing naar een neuroloog noodzakelijk maakten, terwijl beklaagde uit de hem beschikbare gegevens afleidde dat klaagster de volgende dag door de neuroloog gezien zou worden en dat een MRI-scan gemaakt zou worden. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/257
- Datum publicatie: 29-04-2021
- Datum uitspraak: 29-04-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:51
Klager heeft een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget. Tegen het afwijzende besluit heeft klager bezwaar gemaakt. Klager dient een klacht in tegen de arts die het bezwaar van klager heeft behandeld met het verwijt dat de arts tijdens de telefonische hoorzitting klager met een gebrek aan empathie heeft bejegend en geen enkele aandacht heeft besteed aan de kern van de aanvraag, namelijk om als volwaardig mens te worden behandeld en te kunnen reizen. Ook houdt de klacht in dat verweer geen duidelijke uiteenzetting heeft gegeven van de redenen waarom de aanvraag werd afgewezen. Het college verklaart de klacht van klager kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/261
- Datum publicatie: 29-04-2021
- Datum uitspraak: 29-04-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:52
Klaagster verwijt verweerder, arbo-arts, dat hij haar niet heeft onderzocht op lichamelijke klachten en dat hij er ten onrechte van uit is gegaan dat zij een conflict had met haar werkgever. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/205
- Datum publicatie: 28-04-2021
- Datum uitspraak: 28-04-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:49
De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder, zonder toestemming van klager, medische stukken betreffende klager heeft toegestuurd naar Achmea, waardoor meerdere mensen (niet-medici, zoals de schadebehandelaar en de jurist) de stukken hebben kunnen inzien. Ook heeft verweerder nagelaten om aanvullende medische informatie over klager te beoordelen. Ten slotte stelt klager dat verweerder onvoldoende informatie had om tot het medisch advies te komen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-1012/DB/OB
- Datum publicatie: 28-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:74
Letselschadezaak. Niet gebleken dat advocaat toezeggingen heeft gedaan dan wel verwachtingen heeft gewekt dat hij een procedure tegen ziekenhuis X aanhangig zou maken dan wel aanhangig had gemaakt. Advocaat heeft ten onrechte nagelaten schriftelijk vast te leggen dat er geen procedure tegen ziekenhuis X zou worden gestart. Misverstand hierover valt hem tuchtrechtelijk aan te rekenen. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing, kostenveroordeling
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-787/DB/LI
- Datum publicatie: 28-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:75
Ontvankelijkheid. Advocaat heeft facturen op verzoek van zijn cliënt (de cliënt) op naam van een BV, waarvan de cliënt medebestuurder was, gesteld, terwijl de werkzaamheden voor de cliënt in privé waren verricht. Klacht is door de BV ingediend. De tenaamstelling van de factuur op naam van de BV en de verzending daarvan aan haar is gebeurd in opdracht van de cliënt, die, zo is onweersproken gesteld, daartoe als bestuurder van de BV bevoegd was. Dit betekent dat niet kan worden aangenomen dat sprake is van een situatie waarin bij de BV door deze facturen misverstanden (kunnen) zijn ontstaan, laat staan van een situatie waarin daarvan misbruik is of kan zijn gemaakt. De BV heeft ook niet gesteld dat zij aan die facturen gevolgen heeft verbonden, zoals verrekening van btw, die daaraan niet verbonden behoorden te worden. In dit verband overweegt de raad voorts dat op de BV ook geen verplichting rustte om de door de advocaat in rekening gebrachte btw in mindering te brengen op de door de BV verschuldigde btw. De BV had er ook voor kunnen kiezen om de door haar betaalde facturen, inclusief btw, intern door te belasten aan de cliënt. De raad ziet daarom niet in welk belang de BV rechtstreeks is getroffen. Dat op enig moment kennelijk tussen de cliënt en zijn broer, mede bestuurder van de BV, onenigheid is ontstaan, betreft een interne aangelegenheid, die het voorgaande niet anders maakt. Dit onderdeel van de klacht is niet-ontvankelijk. Voor het overige ongegrond. Advocaat hoeft geen opdrachtbevestiging en urenspecificatie aan de BV te verschaffen, nu zij een derde betreft. Het feit dat de BV als derde de declaratie van de advocaat betaalt, maakt dit niet anders..
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-912/DB/LI
- Datum publicatie: 28-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:76
Voorzitter heeft terecht overwogen dat uit de uitspraak van het Hof van Discipline in een eerdere klachtzaak tussen partijen niet valt af te leiden dat verweerder niet voor de broer van klager mag optreden. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-615/DB/LI
- Datum publicatie: 28-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:77
Vast staat dat klaagster in haar hoedanigheid van executeur testamentair gelden van de spaarrekening heeft overgeboekt naar de betaalrekening. Advocaat van de broer van klaagster heeft in een procedure tegen klaagster ingebracht dat geld van de spaarrekening was verdwenen. Hoewel de woordkeuze van verweerder in zijn brief aan de kantonrechter ongelukkig was, kan de raad niet vaststellen dat verweerder de rechter bewust onjuist heeft geïnformeerd met het doel hem te misleiden, wat hem tuchtrechtelijk aan te rekenen zou zijn. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 2020/153
- Datum publicatie: 26-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:7
Klager dient een klacht in tegen een fysiotherapeut over de behandeling van wijlen zijn dochter. Hij verwijt de fysiotherapeut dat hij niet adequaat heeft gereageerd op een pijnlijk en dik onderbeen van zijn dochter. Tijdens de behandeling van de fysiotherapeut is er trombose ontwikkeld in het onderbeen, hetgeen de fysiotherapeut niet heeft onderkend, zo stelt klager. Als gevolg van de trombose is de dochter van klager overleden aan een acute longembolie. De fysiotherapeut voert verweer. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:77 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200226
- Datum publicatie: 24-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:77
Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft als accountant en fiscalist ruim 30 jaar lang een vertrouwensrelatie opgebouwd met klagers waardoor hij over veel vertrouwelijke informatie over het financiële reilen en zeilen en de interne praktijk van klagers (zowel de natuurlijke persoon als vennootschappen waarin hij directeur/aandeelhouder is) beschikte. Door vervolgens zijn cliënte (de zus van genoemde directeur/aandeelhouder en voormalig werkneemster bij een van de vennootschappen) bij te staan in een geschil met klagers inzake een ontslag om bedrijfseconomische redenen, een aandelenoverdracht en de cessie van een rekening courantschuld heeft verweerder zich schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling. Verweerder heeft een onbehoorlijke en ongerechtvaardigde disbalans laten ontstaan tussen partijen terwijl hij als advocaat de verantwoordelijkheid heeft bij te dragen aan een goede rechtsbedeling. Uit de stukken blijkt ook dat verweerder in de geschillen tussen klagers en zijn cliënte daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van zijn voorkennis. Verder heeft verweerder de redelijke bezwaren van klagers tot vier keer toe in de wind geslagen. Klacht gegrond. Schrapping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:82 Raad van Discipline Amsterdam 20-709/A/A/D
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:82
Gegrond dekenbezwaar en oplegging van een waarschuwing. Verweerder heeft zijn tekort aan opleidingspunten niet tijdig ingehaald.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:76 Raad van Discipline Amsterdam 20-875/A/NH 20-876/A/NH
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:76
Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder 1 heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met de met klager gemaakte afspraken, zonder eventueel nadien gemaakte afwijkende afspraken schriftelijk vast te leggen, de aangifte van de ouders van klager niet naar het openbaar ministerie te sturen en door zonder dat zelf na te gaan mee te delen dat die aangifte is geseponeerd. De raad acht hiervoor de oplegging van een waarschuwing passend en geboden. Klacht over kantoorgenoot van de eigen advocaat ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.348
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:87
Klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft in opdracht van de werkgever van klager de verzuimbegeleiding van klager verzorgd. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij opzettelijk het deskundigenoordeel van het UWV heeft (doen) laten verdwijnen, het deskundigenoordeel niet heeft gebruikt voor de re-integratie van klager, na haar chaotisch en ongebruikelijk snelle ontslag medische gegevens op onwettelijke wijze heeft achtergelaten in haar kantoor bij de werkgever van klager waardoor zij in strijd heeft gehandeld met de Algemene verordening gegevensbescherming, in haar verweerschrift in eerste aanleg een valse verklaring heeft afgelegd over het deskundigenoordeel van het UWV wat heeft geleid tot de klacht dat de bedrijfsarts een valse verklaring heeft afgelegd in het verweerschrift in beroep over het deskundigenoordeel van het UWV om de discrepantie tussen het verweerschrift in eerste aanleg en haar persoonlijke werkaantekeningen te verklaren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in het derde klachtonderdeel en de klacht voor het overige in al haar onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-325/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:73
Advocaat wordt verdacht van handel/invoer in harddrugs en witwassen. De advocaat betwist iedere betrokkenheid bij handel/invoer in harddrugs en witwassen. Naar het oordeel van de raad kan aan de hand van hetgeen thans aan de raad aan bevindingen voorvloeiende uit het strafrechtelijk onderzoek is gepresenteerd, mede in het licht van de verklaringen van verweerder, niet althans onvoldoende worden vastgesteld dat er sprake is van ernstige vermoedens van strafbaar handelen van verweerder. Hierdoor kan evenmin worden vastgesteld dat er sprake is van een ernstig vermoeden van een handelen of nalaten waardoor enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang is geschaad of dreigt te worden geschaad. De enkele verdenking van strafbaar handelen is daartoe onvoldoende. Verzoek ex artikel 60ab Advocatenwet wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 233/2020
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:52
klacht IGJ tegen fysiotherapeut. Beklaagde was eerder door tuchtcollege voor twaalf maanden onvoorwaardelijk geschorst wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënte. Beklaagde blijkt op het moment van behandeling van die tuchtzaak andermaal een relatie met een (andere) patiënt te hebben gehad. Hij heeft daarover geen openheid gegeven. Het college is niet overtuigd van de intrinsieke motivatie van beklaagde om aan zijn problemen te werken. Klacht gegrond. Doorhaling. Voorlopige voorziening.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:83 Raad van Discipline Amsterdam 20-643/A/NH
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:83
Verzet is op een van de klachtonderdelen gegrond verklaard. Dat klachtonderdeel is na beoordeling ongegrond verklaard. Er bestaan onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerster de deken feitelijke informatie heeft verstrekt waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:77 Raad van Discipline Amsterdam 21-172/A/A
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:77
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Dat verweerder tekort is geschoten in zijn (beperkte dienstverlening aan klager is door klager onvoldoende gesteld en onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:27 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 6732333 DW RK 19/543
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:27
De gerechtsdeurwaarder heeft onjuist gerelateerd bij de betekening van een beschikking aan klager. De betekening was niet in overeenstemming met de daadwerkelijke gang van zaken. Maatregel van waarschuwing opgelegd. Geen proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/265
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:43
Klaagster dient een klacht in over behandeling van wijlen haar moeder tegen een specialist ouderengeneeskunde en een (destijds) basisarts. Zij verwijt de specialist ouderengeneeskunde onvoldoende supervisie over het werk van de tijdelijke basisarts te hebben uitgeoefend, veel te traag actie ondernomen te hebben toen haar moeder ineens ziek werd en de ernst van de situatie onvoldoende te hebben ingeschat en niet de waarheid te hebben gesproken over tijdstippen waarop zij met klaagster contact zou hebben opgenomen over het ziek worden van haar moeder. Klaagster verwijt de basisarts enstige nalatigheid door rapportages van de verzorging onvoldoende te hebben meegenomen in zijn besluitvorming en niet te overleggen met de superviserend specialist ouderengeneeskunde. Verweerders voeren verweer. Ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:78 Raad van Discipline Amsterdam 21-175/A/A
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:78
Klacht tegen de advocaat van de wederpartij vanwege diens uitleg van een schikkingsovereenkomst. Klacht is kennelijk ongegrond. De advocaat heeft geen evident onbepleitbaar standpunt ingenomen en dus niet de belangen van klager nodeloos en op ontoelaatbare wijze geschaad.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:28 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/675551 DW/RK 19/615
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:28
De gerechtsdeurwaarder heeft gebruik gemaakt van een oud e-mailadres van klaagster waardoor zij niet (tijdig) heeft gereageerd op een brief van de gerechtsdeurwaarder. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder op een oud banknummer van klaagster een bedrag teruggestort. Klachten hierover zijn gegrond. Er wordt echter geen maatregel opgelegd omdat klaagster de e-mail wel heeft ontvangen en de gerechtsdeurwaarder tijdig het bedrag op een juist rekeningnummer heeft geretourneerd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/264
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:44
Klaagster dient een klacht in over behandeling van wijlen haar moeder tegen een specialist ouderengeneeskunde en een (destijds) basisarts. Zij verwijt de specialist ouderengeneeskunde onvoldoende supervisie over het werk van de tijdelijke basisarts te hebben uitgeoefend, veel te traag actie ondernomen te hebben toen haar moeder ineens ziek werd en de ernst van de situatie onvoldoende te hebben ingeschat en niet de waarheid te hebben gesproken over tijdstippen waarop zij met klaagster contact zou hebben opgenomen over het ziek worden van haar moeder. Klaagster verwijt de basisarts enstige nalatigheid door rapportages van de verzorging onvoldoende te hebben meegenomen in zijn besluitvorming en niet te overleggen met de superviserend specialist ouderengeneeskunde. Verweerders voeren verweer. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:83 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.115
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:83
Klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts is als onafhankelijk bedrijfsarts werkzaam voor de werkgever van klager en heeft klager in het kader van zijn arbeidsongeschiktheid begeleid. Klager kon zich niet vinden in het advies van de bedrijfsarts dat klager niet geschikt was voor eigen werk, maar wel voor aangepast werk van een paar uur per dag. Klager heeft daarop verzocht om een second opinion van een andere bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft zijn medewerking aanvankelijk geweigerd vanwege zwaarwegende argumenten. Na nadere e-mailwisseling heeft de bedrijfsarts aangegeven dat hij alsnog meewerkt met het verzoek. De second opinion heeft plaatsgevonden. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door e-mailcorrespondentie over de second opinion aan diverse mensen binnen het bedrijf door te sturen, ten onrechte niet heeft ingestemd met een second opinion, partij kiest voor de werkgever en niet integer handelt en dat hij geen volledig dossier heeft aangelegd, dan wel dat hij niet het gehele dossier heeft verstrekt aan klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Klager komt in beroep tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen c. en d. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en wijst het verzoek om kostenveroordeling af.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:79 Raad van Discipline Amsterdam 21-207/A/A
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:79
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij is kennelijk ongegrond. De advocaat heeft door geen gevolg te geven aan een bepaald verzoek van klager de ruime mate van vrijheid die hij geniet om de belangen van zijn cliӫnt te behartigen niet overschreden.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:29 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 673407 DW/RK 19/543
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 29-01-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:29
De gerechtsdeurwaarder dient te communiceren met de bewindvoerder als de schuldenaren onder bewind zijn gesteld. Ondanks dat de bewindvoerder de gerechtsdeurwaarder meerdere keren heeft meegedeeld dat haar cliënten onder bewind staan, heeft de gerechtsdeurwaarder hen rechtstreeks benaderd. Maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:84 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.210
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:84
Klacht tegen arts, werkzaam voor een arbodienst. Klager is werkzaam als keukeninstallateur. Hij heeft in verband met nekklachten en klachten aan handen en armen, ontstaan na vertillen op het werk, contact gezocht met de arbodienst en een afspraak gekregen op het spreekuur van de arts. Op het spreekuur is gebleken dat klager een dag eerder door zijn werkgever was ziekgemeld. De arts heeft beperkingen vastgesteld. De klacht houdt in dat de arts klager ten onrechte geen rust heeft gegund doordat zij heeft voorgeschreven dat hij 40 uur per week moest werken. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:80 Raad van Discipline Amsterdam 21-173/A/A
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:80
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Geen sprake van (juridische) chantage of het voeren van een onnodige procedure tegen klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.211
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:85
Klacht tegen arts, werkzaam voor een arbodienst. Klager is werkzaam als keukeninstallateur. Hij heeft in verband met nekklachten en klachten aan handen en armen, ontstaan na vertillen op het werk, contact gezocht met de arbodienst. Een arts (eveneens aangeklaagd, C2019.210) heeft beperkingen vastgesteld. Klager heeft vervolgens verscheidene spreekuurcontacten met de aangeklaagde arts gehad. De klacht houdt in dat de arts ten onrechte geen urenbeperking heeft vastgesteld, heeft nagelaten een arbeidsdeskundig onderzoek in te zetten, een onjuiste verklaring/rapport heeft afgegeven, de werkgever heeft geadviseerd klager aangepast werk aan te bieden zonder een FML op te stellen en een arbeidsdeskundige in te schakelen en zijn dossier niet op orde heeft. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:81 Raad van Discipline Amsterdam 20-697/A/A/D
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:81
Gegrond dekenbezwaar en oplegging van een waarschuwing. Verweerder heeft zijn tekort aan opleidingspunten niet tijdig ingehaald.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:75 Raad van Discipline Amsterdam 20-856/A/A
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:75
Gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met gedragsregel 25 klaagster rechtstreeks aan te schrijven. De raad acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden. In dit verband weegt de raad mee dat verweerder al in een vroeg stadium door de gemachtigde van klager is gewezen op gedragsregel 25 en zijn (vermeende) tuchtrechtelijk laakbaar handelen, maar zich pas veel later echt is gaan verdiepen in de reikwijdte van deze gedragsregel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.287
- Datum publicatie: 23-04-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:86
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is werkzaam als keukeninstallateur. Hij heeft in verband met nekklachten en klachten aan handen en armen, ontstaan na vertillen op het werk, contact gezocht met de arbodienst. Een arts (eveneens aangeklaagd, C2019.210) heeft beperkingen vastgesteld. Op enig moment heeft de bedrijfsarts de begeleiding van klager overgenomen. De klacht houdt in dat de bedrijfsarts (1) ten onrechte heeft aangegeven dat klager heeft ingestemd met het inlichten van zijn werkgever, (2) in een rapportage heeft aangegeven dat geen sprake was van (deels) arbeidsgerelateerd verzuim, (3) de verkeerde diagnose of behandeling heeft gesteld en klager geen rust heeft gegund en (4) klager niet heeft verwezen naar een andere bedrijfsarts voor een second opinion. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 1, 2 en 3 ongegrond verklaard, klachtonderdeel 4 gegrond verklaard, bepaald dat geen maatregel wordt opgelegd en bepaald dat de beslissing zal worden gepubliceerd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen de ongegrondverklaring van de klachtonderdelen 1, 2 en 3.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:233 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.136
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 15-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:233
Klacht tegen arts. Klager dient een klacht in over de zorg voor zijn (inmiddels) overleden moeder. Na een val is patiënte naar de spoedeisende hulpafdeling van het ziekenhuis gebracht. Beklaagde was daar toen de dienstdoende arts en in het eerste jaar van zijn opleiding tot orthopedisch chirurg. Klager verwijt beklaagde dat hij patiënte opiaten heeft voorgeschreven ondanks haar allergie daarvoor en dat hij haar toen niet in het ziekenhuis heeft opgenomen, maar naar huis heeft gestuurd, waardoor haar overlijden volgens klager is versneld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager ontvankelijk en verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:234 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.137
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 15-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:234
Klacht tegen internist/ MDL-arts. Klager dient een klacht in over de zorg voor zijn (inmiddels) overleden moeder. Na een val is patiënte gezien op de spoedeisende hulpafdeling van het ziekenhuis en naar huis teruggekeerd. Twee dagen later is patiënte in het ziekenhuis opgenomen. Beklaagde besluit tot een behandelbeleid gericht op comfort in plaats van een curatieve behandeling. Klager verwijt beklaagde onzorgvuldig medisch handelen met als zwaartepunt het verrichten van euthanasie zonder toestemming van patiënte. Ook verwijt klager beklaagde dat dit niet (vooraf) met hem is besproken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager ontvankelijk en verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-283
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 20-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:52
Toewijzing verzoek ex artikel 60b Advocatenwet. De raad constateert dat de gedragingen van verweerder elkaar gedurende een lange periode hebben opgevolgd, en een dusdanige spreiding vertonen – zij variëren van onvoldoende deskundigheid en professionaliteit tot een gebrek aan onafhankelijkheid – dat verweerder, in de termen van artikel 60b van de Advocatenwet, geen blijk geeft van een behoorlijke praktijkuitoefening. Daarbij komt dat verweerder ter zitting van de raad geen inzicht heeft getoond in zijn disfunctioneren, althans zich onvoldoende bewust is van de ernst daarvan. Dit laatste brengt de raad tot het oordeel dat, anders dan door verweerder verzocht, niet kan worden volstaan met een minder verstrekkende voorziening dan schorsing voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/260
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 22-04-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:45
Klager verblijft in een TBS-kliniek. Hij verweet verweerder, psychiater, dat hij ademhalingsproblemen heeft gekregen door een verkeerde medicijnencombinatie, dat verweerder zijn medicatie heeft verhoogd en hem medicatie heeft gegeven waarvan hij ernstig depressief is geraakt. Later heeft klager zijn klachten ingetrokken, maar verweerder heeft verzocht de klachten toch te behandelen. De klachten zijn ongegrond verklaard. Ongegrond
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:280 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200204
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 06-10-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:280
Op grond van de Advocatenwet worden uitsluitend klachten tegen een deken of tegen advocaat-leden van de raad van discipline door de voorzitter verwezen naar een deken van een andere orde. Onderhavige klacht is gericht tegen (uitsluitend) de stafjurist van de deken. Nu de klacht verband houdt met verweersters optreden als gemachtigde van de deken in een klachtprocedure tegen de deken, zal de voorzitter de klacht niettemin verwijzen naar een deken van een andere orde. Van de deken kan immers niet worden verlangd dat hij in het kader van een klacht onderzoek doet naar de gedraging van zijn gemachtigde.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-426
- Datum publicatie: 22-04-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:53
Dekenbezwaar, die in drie hoofdonderwerpen zijn te verdelen: de wijze van optreden van verweerder als werkgever in zijn arbeidsgeschil met mr. R, de wijze van optreden van verweerder jegens de deken en bepaalde derden na het bemiddelingsgesprek tussen verweerder en mr. R bij de deken, en het handelen van verweerder voor/na de afwijzing door de Raad van de Orde van de goedkeuring van de stage en patronaatschap van mr. H op het kantoor van verweerder. De raad oordeelt de deken niet-ontvankelijk in een aantal bezwaren, omdat de daarin verweten gedragingen niet het algemeen belang betreffen waarop de deken moet toezien. Verweerder heeft op niet zorgvuldige en integere wijze een aantal toevoegingen, die op naam van mr. R stonden, onbevoegd en prematuur bij de Raad voor Rechtsbijstand in het persoonlijke account van mr. R. gedeclareerd. Verweerder heeft daarna geweigerd om op verzoek van de Raad voor Rechtsbijstand de op zijn kantoorrekening ontvangen toevoegingsgelden terug te betalen. De onwelwillende en intimiderende wijze van bejegening door verweerder van de medewerkers van de Raad voor Rechtsbijstand daarna is naar het oordeel van de raad zeer onbetamelijk geweest en getuigt van een gebrek aan respect voor deze belangrijke ketenpartner van de advocatuur. Daarnaast heeft verweerder de grens om de eigen (kantoor)belangen te verdedigen met de nodige rechtsmiddelen ruimschoots overschreden, zowel vóór als ook na de afwijzing van de goedkeuring tot stage van mr. H bij hem op kantoor. Niet alleen heeft verweerder vele medewerkers van het Ordebureau en van de Raad van de Orde op buitensporige en ook op buitenproportionele wijze onder druk gezet, met als enige doel zijn eigen gelijk te halen. Verweerder heeft bovendien het zeer zware middel van een voorlopig getuigenverhoor van 17 getuigen namens zichzelf en namens zijn kantoor geëntameerd tegen diezelfde personen. Met welk doel verweerder dit alles zo heeft gedaan en waarom juist tegen mensen waarmee hij binnen zijn beroepsgroep nauw moet kunnen samenwerken, heeft verweerder de raad niet duidelijk kunnen maken; een toereikende verklaring daarvan ontbreekt. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt, de kernwaarde (financiële) integriteit geschonden en het vertrouwen van derden in de beroepsgroep geschaad. Het zou verweerder volgens de raad sieren om zijn houding van de altijd benadeelde persoon om te buigen naar een houding die past bij een professionele advocaat, die open staat voor redelijk overleg. Als stok achter de deur wordt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing van vier weken opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/46
- Datum publicatie: 21-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:6
Afwikkeling eenvoudige nalatenschap waarover tussen erfgenamen geen onenigheid bestaat. De notaris is vanaf het overlijden van erflaatster medio 2007 betrokken geweest bij haar nalatenschap en medio 2012 benoemd als vereffenaar daarvan. Ruim 13 jaren later en b ijna 1,5 jaar na zijn toezegging bij de mondelinge behandeling van de eerste tuchtklacht over zijn handelwijze in deze nalatenschap en al zijn toezeggingen nadien, heeft de notaris de nalatenschap echter nog altijd niet afgewikkeld. Inmiddels zijn al meerdere erfgenamen overleden die hun aandeel in de nalatenschap nooit hebben mogen ontvangen. De notaris heeft pas na 13 jaren concrete informatie gegeven aan de erfgenamen over de omvang en samenstelling van de nalatenschap en de daarna opgestelde “boedelbeschrijving achteraf” beschouwt de kamer als een blamage. De notaris wekt de indruk van gemakzucht en slordigheid, mede door fouten en inconsequenties in zijn (proces)stukken, terwijl hij er mede door zijn (proces)houding n og altijd geen blijk van geeft dat hij zich er daadwerkelijk van bewust is dat hij als notaris en uit hoofde van zijn benoeming als vereffenaar gehouden is de belangen van de erfgenamen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te behartigen en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend moet handelen. Hierdoor heeft de notaris het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen in ernstige mate beschadigd, terwijl hij de belangen van klager bovendien niet met de grootst mogelijke zorgvuldigheid heeft behartigd. Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat. De kamer rekent dit de notaris zeer ernstig aan, vooral ook omdat de tuchtrechter eerder tuchtmaatregelen aan hem heeft opgelegd. Deze maatregelen hebben gezien het in de beslissing beschreven en beoordeelde handelen en nalaten van de notaris niet geleid tot de daarmee beoogde gedragsverandering. In deze zaak heeft de notaris naar het oordeel van de kamer wederom een hoge mate van desinteresse tentoongespreid. Dat de notaris in de periode tussen de beslissing op de eerste klacht over de nalatenschap en de indiening van deze tweede klacht zelfs niet de moeite heeft genomen om te reageren op de berichten van klager, heeft de kamer geschokt. Daarom is de kamer van oordeel dat het ter bescherming van het maatschappelijk vertrouwen in de zorgvuldige vervulling van het notarisambt noodzakelijk is de tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen. Proc eskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-747/DB/LI
- Datum publicatie: 21-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:67
Klacht over eigen advocaat. De raad overweegt dat een zorgvuldig optredend advocaat in een zaak waarin een toevoeging is verstrekt zijn cliënt tijdig en schriftelijk behoort te wijzen op de mogelijkheid van een intrekking van die toevoeging en dat hij vervolgens de cliënt eigener beweging periodiek schriftelijk een urenspecificatie en kostenopgave verstrekt, zodat de cliënt de gelegenheid krijgt om zijn eigen afweging te maken omtrent de financiële risico’s bij het doorzetten van de zaak. Vaststaat dat verweerder klager niet correct schriftelijk heeft geïnformeerd over de resultaatstoetsing en de mogelijke consequenties daarvan voor klager. Immers, bij e-mail d.d. 12 april 2019 heeft verweerder klager ten onrechte voorgehouden dat de hoogte van het schikkingsbedrag niet van invloed zou zijn op de toevoeging, hetgeen nogmaals door verweerder bevestigd is in zijn email van 18 april 2019. Gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-185/DB/ZWB
- Datum publicatie: 21-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:68
Klacht van curator tegen advocaat. Klager is curator van UA B.V. Vast staat dat klachtonderdeel 1 betrekking heeft op werkzaamheden die verweerster heeft verricht in de periode voorafgaand aan het faillissement van UA B.V.. Noch de heer K, noch UA B.V. hebben zich over het optreden van verweerster beklaagd en klager heeft de klacht ook niet namens de heer K of UA B.V. ingediend. In de periode waarop de klacht betrekking heeft was verweerster ook geen wederpartij van klager, zodat klager is aan te merken als derde. De raad concludeert dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in zijn hoedanigheid van curator een rechtstreeks belang heeft bij klachtonderdeel 1. Klachtonderdeel 1 is dus niet-ontvankelijk. Omdat klachtonderdeel 2 betrekking heeft op uitlatingen die verweerster heeft gedaan in de tussen klager en verweerster bij de deken gevoerde klachtprocedure kan klager wel in dit onderdeel van de klacht worden ontvangen. In de brief d.d. 26 november 2018 heeft verweerster gesteld: “ik betwist voorts bekendheid met concrete vorderingen van andere schuldeisers, met name of een bank enige aanspraak maakte op welke afdracht dan ook”. Gezien de inhoud en strekking van de op 15 december 2016 gesloten depotovereenkomst, waarbij verweerster partij was en waarin in de considerans expliciet is bepaald dat de Bank uit hoofde van gepretendeerde pandrechten aanspraak maakte op betaling van het beslagen bedrag van € 111.070,85, heeft verweerster naar het oordeel van de raad met die stelling in haar brief d.d. 26 november 2018 feiten gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of had kunnen kennen. Klachtonderdeel 2 is gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:69 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-839/DB/LI
- Datum publicatie: 21-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:69
Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels niet-ontvankelijk op grond van art. 46g Advocatenwet, deels ongegrond en deels gegrond. Vast staat dat klager verweerder op 25 oktober 2017 aansprakelijk heeft gesteld en dat verweerder de claim eerst op 23 en 26 februari 2018 heeft doorgeleid aan zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. De raad is van oordeel dat verweerder te weinig voortvarendheid heeft betracht na ontvangst van de aansprakelijkstelling. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:70 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-969/DB/OB
- Datum publicatie: 21-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:70
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. De voorzitter is van oordeel dat verweerder door ten laste van klaagster conservatoir beslag te leggen de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid, niet heeft overschreden. De klachtonderdelen 1, 2 en 3 zijn kennelijk ongegrond. De klacht dat verweerder niet heeft gereageerd op het uitvoerig gemotiveerde en met bewijsstukken onderbouwde bezwaar dat klaagster op 30 januari 2020 heeft gemaakt en de ontvangst daarvan ook niet heeft bevestigd mist feitelijke grondslag en is eveneens kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-449/DB/OB
- Datum publicatie: 21-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:71
Niet gebleken dat de voorzitter de feiten onvoldoende heeft weergegeven noch dat in die weergave een negatief beeld van klager wordt geschetst als “notoire querulant”. Omdat klager niet heeft gereageerd op de aan hem voorgelegde samenvatting van de klacht door de deken is de voorzitter bij de beoordeling van de klacht terecht van deze klachtomschrijving uitgegaan. Dat de klacht, zoals klager in verzet stelt, uit twee onderdelen bestaat, en dat de voorzitter het onderdeel dat ziet op artikel 3:167 BW in zijn beslissing ten onrechte niet heeft beoordeeld, volgt niet uit de door klager niet weersproken samenvatting van de klacht door de deken, waarvan de voorzitter terecht is uitgegaan. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-453/DB/OB
- Datum publicatie: 21-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:72
Anders dan klager stelt, is niet gebleken dat de feiten tendentieus zijn weergegeven noch dat in die weergave een negatief beeld van klager wordt geschetst als “notoire klager”. De stelling van klager dat de voorzitter had moeten uitgaan van een ander/uitgebreider feitencomplex wordt eveneens gepasseerd. Ook het standpunt van klager, dat de voorzitter de klacht ten onrechte in twee onderdelen heeft weergegeven, wordt verworpen. De raad volgt klager evenmin in zijn opvatting dat de voorzitter in klachtonderdeel 1. onterecht de begrippen ‘valsheid in geschrifte’, ‘oplichting’ en ‘verduistering’ samen heeft genoemd. Zonder nadere toelichting, die klager niet heeft gegeven, valt niet in te zien waarom de voorzitter deze begrippen in aparte klachtonderdelen had dienen te splitsen. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:66 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-766/DB/LI
- Datum publicatie: 21-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:66
Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels niet-ontvankelijk op grond van art. 46g Advocatenwet, deels ongegrond en deels gegrond. Vast staat dat klager verweerder op 5 juni 2018 aansprakelijk heeft gesteld en dat hij eerst op 3 augustus 2018 de gegevens van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar heeft ontvangen. De raad is van oordeel dat verweerder aldus te weinig voortvarendheid heeft betracht na ontvangst van de aansprakelijkstelling. Verweerder heeft daarnaast tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door, nadat hij aanvankelijk ten onrechte bij e-mail d.d. 20 januari 2020 aan klager had kenbaar gemaakt niet verplicht te zijn een urenspecificatie te verstrekken, eerst na geruime tijd en na tussenkomst van de deken de gevraagde urenspecificatie te verstrekken. Vast staat dat verweerder op 6 februari 2015 aan klager een declaratie heeft gestuurd ter zake de in eerste aanleg verrichte werkzaamheden. Weliswaar is na het later ingestelde appel gebleken dat de declaratie gerechtvaardigd was, maar, zoals verweerder ook heeft erkend, had hij deze declaratie op dat moment niet aan klager had mogen sturen, omdat reeds duidelijk was dat appel zou worden ingesteld en de Raad voor Rechtsbijstand in geval van het instellen van appel de resultaatsbeoordeling (nog) niet toepast op de toevoeging die is verstrekt voor het verrichten van werkzaamheden in eerste aanleg. De raad is van oordeel dat verweerder, door aan een toegevoegde cliënt ten onrechte een declaratie te verzenden, onzorgvuldig heeft gehandeld. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2019:239 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190132
- Datum publicatie: 20-04-2021
- Datum uitspraak: 29-05-2019
- ECLI:NL:TAHVD:2019:239
Verwijzingsverzoek afgewezen voor zover die de klacht tegen de stafjurist van het Ordebureau betreft. Voor zo een verwijzing bestaat geen wettelijke grondslag.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:277 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200165
- Datum publicatie: 20-04-2021
- Datum uitspraak: 27-07-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:277
Verwijzingsverzoek afgewezen. De klacht houdt in dat klager het oneens is met het standpunt van de deken, die hij heeft gegeven bij de afronding van zijn behandeling en onderzoek van een tuchtklacht. Als klager het met dat standpunt oneens is, kan hij een oordeel vragen bij de tuchtrechter (raad van discipline).
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 274
- Pagina: 275
- Pagina: 276
- ...
- Pagina: 965
- Volgende pagina zoekresultaten