We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 13501-13550 van de 47966 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:280 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200204

    Op grond van de Advocatenwet worden uitsluitend klachten tegen een deken of tegen advocaat-leden van de raad van discipline door de voorzitter verwezen naar een deken van een andere orde. Onderhavige klacht is gericht tegen (uitsluitend) de stafjurist van de deken. Nu de klacht verband houdt met verweersters optreden als gemachtigde van de deken in een klachtprocedure tegen de deken, zal de voorzitter de klacht niettemin verwijzen naar een deken van een andere orde. Van de deken kan immers niet worden verlangd dat hij in het kader van een klacht onderzoek doet naar de gedraging van zijn gemachtigde.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-426

    Dekenbezwaar, die in drie hoofdonderwerpen zijn te verdelen: de wijze van optreden van verweerder als werkgever in zijn arbeidsgeschil met mr. R, de wijze van optreden van verweerder jegens de deken en bepaalde derden na het bemiddelingsgesprek tussen verweerder en mr. R bij de deken, en het handelen van verweerder voor/na de afwijzing door de Raad van de Orde van de goedkeuring van de stage en patronaatschap van mr. H op het kantoor van verweerder. De raad oordeelt de deken niet-ontvankelijk in een aantal bezwaren, omdat de daarin verweten gedragingen niet het algemeen belang betreffen waarop de deken moet toezien. Verweerder heeft op niet zorgvuldige en integere wijze een aantal toevoegingen, die op naam van mr. R stonden, onbevoegd en prematuur bij de Raad voor Rechtsbijstand in het persoonlijke account van mr. R. gedeclareerd. Verweerder heeft daarna geweigerd om op verzoek van de Raad voor Rechtsbijstand de op zijn kantoorrekening ontvangen toevoegingsgelden terug te betalen. De onwelwillende en intimiderende wijze van bejegening door verweerder van de medewerkers van de Raad voor Rechtsbijstand daarna is naar het oordeel van de raad zeer onbetamelijk geweest en getuigt van een gebrek aan respect voor deze belangrijke ketenpartner van de advocatuur. Daarnaast heeft verweerder de grens om de eigen (kantoor)belangen te verdedigen met de nodige rechtsmiddelen ruimschoots overschreden, zowel vóór als ook na de afwijzing van de goedkeuring tot stage van mr. H bij hem op kantoor. Niet alleen heeft verweerder vele medewerkers van het Ordebureau en van de Raad van de Orde op buitensporige en ook op buitenproportionele wijze onder druk gezet, met als enige doel zijn eigen gelijk te halen. Verweerder heeft bovendien het zeer zware middel van een voorlopig getuigenverhoor van 17 getuigen namens zichzelf en namens zijn kantoor geëntameerd tegen diezelfde personen. Met welk doel verweerder dit alles zo heeft gedaan en waarom juist tegen mensen waarmee hij binnen zijn beroepsgroep nauw moet kunnen samenwerken, heeft verweerder de raad niet duidelijk kunnen maken; een toereikende verklaring daarvan ontbreekt. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt, de kernwaarde (financiële) integriteit geschonden en het vertrouwen van derden in de beroepsgroep geschaad. Het zou verweerder volgens de raad sieren om zijn houding van de altijd benadeelde persoon om te buigen naar een houding die past bij een professionele advocaat, die open staat voor redelijk overleg. Als stok achter de deur wordt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing van vier weken opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/46

    Afwikkeling eenvoudige nalatenschap waarover tussen erfgenamen geen onenigheid bestaat. De notaris is vanaf het overlijden van erflaatster medio 2007 betrokken geweest bij haar nalatenschap en medio 2012 benoemd als vereffenaar daarvan. Ruim 13 jaren later en b ijna 1,5 jaar na zijn toezegging bij de mondelinge behandeling van de eerste tuchtklacht over zijn handelwijze in deze nalatenschap en al zijn toezeggingen nadien, heeft de notaris de nalatenschap echter nog altijd niet afgewikkeld. Inmiddels zijn al meerdere erfgenamen overleden die hun aandeel in de nalatenschap nooit hebben mogen ontvangen. De notaris heeft pas na 13 jaren concrete informatie gegeven aan de erfgenamen over de omvang en samenstelling van de nalatenschap en de daarna opgestelde “boedelbeschrijving achteraf” beschouwt de kamer als een blamage. De notaris wekt de indruk van gemakzucht en slordigheid, mede door fouten en inconsequenties in zijn (proces)stukken, terwijl hij er mede door zijn (proces)houding n og altijd geen blijk van geeft dat hij zich er daadwerkelijk van bewust is dat hij als notaris en uit hoofde van zijn benoeming als vereffenaar gehouden is de belangen van de erfgenamen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te behartigen en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend moet handelen. Hierdoor heeft de notaris het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen in ernstige mate beschadigd, terwijl hij de belangen van klager bovendien niet met de grootst mogelijke zorgvuldigheid heeft behartigd. Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat. De kamer rekent dit de notaris zeer ernstig aan, vooral ook omdat de tuchtrechter eerder tuchtmaatregelen aan hem heeft opgelegd. Deze maatregelen hebben gezien het in de beslissing beschreven en beoordeelde handelen en nalaten van de notaris niet geleid tot de daarmee beoogde gedragsverandering. In deze zaak heeft de notaris naar het oordeel van de kamer wederom een hoge mate van desinteresse tentoongespreid. Dat de notaris in de periode tussen de beslissing op de eerste klacht over de nalatenschap en de indiening van deze tweede klacht zelfs niet de moeite heeft genomen om te reageren op de berichten van klager, heeft de kamer geschokt. Daarom is de kamer van oordeel dat het ter bescherming van het maatschappelijk vertrouwen in de zorgvuldige vervulling van het notarisambt noodzakelijk is de tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen. Proc eskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-747/DB/LI

    Klacht over eigen advocaat. De raad overweegt dat een zorgvuldig optredend advocaat in een zaak waarin een toevoeging is verstrekt zijn cliënt tijdig en schriftelijk behoort te wijzen op de mogelijkheid van een intrekking van die toevoeging en dat hij vervolgens de cliënt eigener beweging periodiek schriftelijk een urenspecificatie en kostenopgave verstrekt, zodat de cliënt de gelegenheid krijgt om zijn eigen afweging te maken omtrent de financiële risico’s bij het doorzetten van de zaak. Vaststaat dat verweerder klager niet correct schriftelijk heeft geïnformeerd over de resultaatstoetsing en de mogelijke consequenties daarvan voor klager. Immers, bij e-mail d.d. 12 april 2019 heeft verweerder klager ten onrechte voorgehouden dat de hoogte van het schikkingsbedrag niet van invloed zou zijn op de toevoeging, hetgeen nogmaals door verweerder bevestigd is in zijn email van 18 april 2019. Gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-185/DB/ZWB

    Klacht van curator tegen advocaat. Klager is curator van UA B.V. Vast staat dat klachtonderdeel 1 betrekking heeft op werkzaamheden die verweerster heeft verricht in de periode voorafgaand aan het faillissement van UA B.V.. Noch de heer K, noch UA B.V. hebben zich over het optreden van verweerster beklaagd en klager heeft de klacht ook niet namens de heer K of UA B.V. ingediend. In de periode waarop de klacht betrekking heeft was verweerster ook geen wederpartij van klager, zodat klager is aan te merken als derde. De raad concludeert dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in zijn hoedanigheid van curator een rechtstreeks belang heeft bij klachtonderdeel 1. Klachtonderdeel 1 is dus niet-ontvankelijk. Omdat klachtonderdeel 2 betrekking heeft op uitlatingen die verweerster heeft gedaan in de tussen klager en verweerster bij de deken gevoerde klachtprocedure kan klager wel in dit onderdeel van de klacht worden ontvangen. In de brief d.d. 26 november 2018 heeft verweerster gesteld: “ik betwist voorts bekendheid met concrete vorderingen van andere schuldeisers, met name of een bank enige aanspraak maakte op welke afdracht dan ook”. Gezien de inhoud en strekking van de op 15 december 2016 gesloten depotovereenkomst, waarbij verweerster partij was en waarin in de considerans expliciet is bepaald dat de Bank uit hoofde van gepretendeerde pandrechten aanspraak maakte op betaling van het beslagen bedrag van € 111.070,85, heeft verweerster naar het oordeel van de raad met die stelling in haar brief d.d. 26 november 2018 feiten gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of had kunnen kennen. Klachtonderdeel 2 is gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:69 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-839/DB/LI

    Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels niet-ontvankelijk op grond van art. 46g Advocatenwet, deels ongegrond en deels gegrond. Vast staat dat klager verweerder op 25 oktober 2017 aansprakelijk heeft gesteld en dat verweerder de claim eerst op 23 en 26 februari 2018 heeft doorgeleid aan zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. De raad is van oordeel dat verweerder te weinig voortvarendheid heeft betracht na ontvangst van de aansprakelijkstelling. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:70 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-969/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. De voorzitter is van oordeel dat verweerder door ten laste van klaagster conservatoir beslag te leggen de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid, niet heeft overschreden. De klachtonderdelen 1, 2 en 3 zijn kennelijk ongegrond. De klacht dat verweerder niet heeft gereageerd op het uitvoerig gemotiveerde en met bewijsstukken onderbouwde bezwaar dat klaagster op 30 januari 2020 heeft gemaakt en de ontvangst daarvan ook niet heeft bevestigd mist feitelijke grondslag en is eveneens kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-449/DB/OB

    Niet gebleken dat de voorzitter de feiten onvoldoende heeft weergegeven noch dat in die weergave een negatief beeld van klager wordt geschetst als “notoire querulant”. Omdat klager niet heeft gereageerd op de aan hem voorgelegde samenvatting van de klacht door de deken is de voorzitter bij de beoordeling van de klacht terecht van deze klachtomschrijving uitgegaan. Dat de klacht, zoals klager in verzet stelt, uit twee onderdelen bestaat, en dat de voorzitter het onderdeel dat ziet op artikel 3:167 BW in zijn beslissing ten onrechte niet heeft beoordeeld, volgt niet uit de door klager niet weersproken samenvatting van de klacht door de deken, waarvan de voorzitter terecht is uitgegaan. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-453/DB/OB

    Anders dan klager stelt, is niet gebleken dat de feiten tendentieus zijn weergegeven noch dat in die weergave een negatief beeld van klager wordt geschetst als “notoire klager”. De stelling van klager dat de voorzitter had moeten uitgaan van een ander/uitgebreider feitencomplex wordt eveneens gepasseerd. Ook het standpunt van klager, dat de voorzitter de klacht ten onrechte in twee onderdelen heeft weergegeven, wordt verworpen. De raad volgt klager evenmin in zijn opvatting dat de voorzitter in klachtonderdeel 1. onterecht de begrippen ‘valsheid in geschrifte’, ‘oplichting’ en ‘verduistering’ samen heeft genoemd. Zonder nadere toelichting, die klager niet heeft gegeven, valt niet in te zien waarom de voorzitter deze begrippen in aparte klachtonderdelen had dienen te splitsen. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:66 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-766/DB/LI

    Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels niet-ontvankelijk op grond van art. 46g Advocatenwet, deels ongegrond en deels gegrond. Vast staat dat klager verweerder op 5 juni 2018 aansprakelijk heeft gesteld en dat hij eerst op 3 augustus 2018 de gegevens van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar heeft ontvangen. De raad is van oordeel dat verweerder aldus te weinig voortvarendheid heeft betracht na ontvangst van de aansprakelijkstelling. Verweerder heeft daarnaast tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door, nadat hij aanvankelijk ten onrechte bij e-mail d.d. 20 januari 2020 aan klager had kenbaar gemaakt niet verplicht te zijn een urenspecificatie te verstrekken, eerst na geruime tijd en na tussenkomst van de deken de gevraagde urenspecificatie te verstrekken. Vast staat dat verweerder op 6 februari 2015 aan klager een declaratie heeft gestuurd ter zake de in eerste aanleg verrichte werkzaamheden. Weliswaar is na het later ingestelde appel gebleken dat de declaratie gerechtvaardigd was, maar, zoals verweerder ook heeft erkend, had hij deze declaratie op dat moment niet aan klager had mogen sturen, omdat reeds duidelijk was dat appel zou worden ingesteld en de Raad voor Rechtsbijstand in geval van het instellen van appel de resultaatsbeoordeling (nog) niet toepast op de toevoeging die is verstrekt voor het verrichten van werkzaamheden in eerste aanleg. De raad is van oordeel dat verweerder, door aan een toegevoegde cliënt ten onrechte een declaratie te verzenden, onzorgvuldig heeft gehandeld. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:239 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190132

    Verwijzingsverzoek afgewezen voor zover die de klacht tegen de stafjurist van het Ordebureau betreft. Voor zo een verwijzing bestaat geen wettelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:277 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200165

    Verwijzingsverzoek afgewezen. De klacht houdt in dat klager het oneens is met het standpunt van de deken, die hij heeft gegeven bij de afronding van zijn behandeling en onderzoek van een tuchtklacht. Als klager het met dat standpunt oneens is, kan hij een oordeel vragen bij de tuchtrechter (raad van discipline).

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:240 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190295

    Verwijzingsverzoek afgewezen, omdat verweerder geen deken meer is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:278 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200243

    Verwijzingsverzoek afgewezen. De klacht is ontoereikend toegelicht en onbegrijpelijk. Misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-090

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Niet is gebleken dat beklaagde haar oordeel slechts heeft gebaseerd op een – haar vooroordeel bevestigende – selectie van het medisch dossier. Dat beklaagde bij haar onderzoek en rapportage buiten haar medische expertise is getreden heeft het College op geen enkel punt vastgesteld. Verder acht het College de stellingen op het punt van liegen en valsheid in geschrifte niet onderbouwd, zodat daaraan wordt voorbijgegaan. Ook overigens is het College van oordeel dat beklaagdes rapport voldoet aan de geldende criteria waaraan een deskundigenrapport dient te voldoen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:272 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190258

    Verwijzingsverzoek afgewezen wegens misbruik van klachtrecht. Klager probeert op een oneigenlijke manier meerdere tuchtprocedures tegen advocaten te starten om stukken uit de hoofdprocedure te verkrijgen, terwijl er geen sprake is van nieuwe feiten. Nu de dekens daar niet aan meewerken, klaagt klager ook over die dekens. Aan dit handelen van klager moet paal en perk worden gesteld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:241 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190305

    Verwijzingsverzoek afgewezen, omdat de voorzitter in de brief van klager geen klacht ziet die voor verwijzing in aanmerking komt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:279 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200151

    Verwijzingsverzoek tegen verweerders toegewezen om redenen van doelmatigheid wegens verwevenheid met de klacht tegen de deken (die is verwezen).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/148

    Klaagster dient een klacht in tegen een neuroloog met onder andere het verwijt dat hij in de periode 2010-2020 niet open en eerlijk heeft gecommuniceerd, in 2010 onderzoek heeft gedaan naar hyperventilatie onder informed consent en zonder duidelijke indicatie, voor alle lichamelijke klachten van klaagster in 2010 gebruik heeft gemaakt van diagnostische middelen, in 2010 onwaarheid heeft gesproken over de mogelijkheid een EEG-verslag te vernietigen etc. Verweerder beroept zich primair op de niet-ontvankelijkheid van klaagster voor zover bij de indiening van het klaagschrift op 24 juni 2020 meer dan tien jaar zijn verstreken na het handelen van verweerder. Verder erkent verweerder dat hij klaagster in eerste instantie onjuist heeft geïnformeerd over de mogelijkheid het verslag van 2010 te vernietigen; hij heeft daarvoor reeds zijn excuses aangeboden. Daarnaast is verweerder van mening dat hij medisch gezien juist heeft behandeld. Het college verklaart klaagster ten aanzien van enkele klachtonderdelen niet-ontvankelijk wegens verjaring van de klachten. Verder is het college van oordeel dat de klacht van klaagster over het niet juist informeren van verweerder over de mogelijkheid een EEG-verslag te laten vernietigen van onvoldoende gewicht is. De overige klachten van klaagster zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-133

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Beklaagde is medisch adviseur bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR). Het CBR heeft als taak de rijgeschiktheid te beoordelen op basis van onder andere de Regeling eisen geschiktheid 2000. In sommige gevallen is voor die beoordeling informatie van een (onafhankelijk) medisch specialist nodig, zo ook in dit geval van de oogarts. Beklaagde heeft klager op juiste gronden verwezen naar de oogarts in verband met zijn diabetes. Het is het College niet gebleken dat beklaagde medische informatie heeft gedeeld met anderen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:273 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200056

    Verwijzingsverzoek afgewezen, omdat de klacht van klager niet voldoende concreet is omschreven met een toereikende toelichting. Niet valt in te zien wat een deken hieraan moet onderzoeken. Brieven van klager met een vergelijkbare inhoud worden mogelijk niet in behandeling genomen wegens misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:242 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190194

    Verwijzingsverzoek afgewezen, omdat die kennelijk prematuur is ingediend. Klager heeft meerdere malen verzocht het verwijzingsdossier aan te houden, omdat hij nog niet weet of hij de klacht tegen de deken wil handhaven. Voor zover klager in dit verband heeft verzocht de klacht tegen de advocaat, die de deken in behandeling had, te verwijzen, oordeelt de voorzitter dat die daartoe niet bevoegd is.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2051

    Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij zonder klagers medeweten, zonder noodzaak daartoe, zonder behandelrelatie en zonder klagers toestemming klagers medisch dossier heeft ingezien, valse verklaringen heeft afgelegd over zijn mogelijkheid tot toegang tot klagers medisch dossier en betrokken is geweest bij onjuiste aanpassing van het dossier. College: artikel 7:455 lid 2 BW bepaalt dat een hulpverlener de gegevens uit het dossier van een patiënt niet hoeft te vernietigen voor zover het gegevens betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de patiënt. Nu ook de toenmalige commandant van klager en de vliegerpsycholoog in verweerders aantekeningen werden genoemd, getuigt het van zorgvuldigheid van verweerder om deze op dit punt nog aan een toets te onderwerpen om er zeker van te zijn dat de aantekeningen ook daadwerkelijk in zijn geheel verwijderd konden worden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-179

    Gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De beklaagde heeft in haar advies aangegeven dat er een interventie nodig was. Zij brengt echter de aard en plaats van de interventie uitdrukkelijk in het onderhandelingsdomein van werkgever en werknemer. Ten behoeve van de verzuimbegeleiding dient de bedrijfsarts zich in haar advisering te beperken tot gegevens die de werkgever ook daadwerkelijk nodig heeft om zijn rol te kunnen vervullen. De bedrijfsarts had hier moeten en kunnen volstaan met de communicatie dat een interventie nodig was en dat klager daarvoor inmiddels was verwezen en dat in de komende maanden geen arbeid kon worden verricht. Voorts ziet het college uit de gepresenteerde feiten en omstandigheden van deze zaak geen actieve betrokkenheid van beklaagde als bedrijfsarts bij de verzuimbegeleiding van klager, terwijl beklaagde wel als bedrijfsarts verantwoordelijk is voor de arbeidsgezondheidskundige advisering aan de werkgever. Bij de probleemanalyse en het advies aan de werkgever is beklaagde in het geheel niet betrokken geweest en zij heeft ook geen enkele betrokkenheid hierbij getoond. Daarmee heeft beklaagde haar eigen verantwoordelijkheid als bedrijfsarts miskend. Ter zitting heeft beklaagde ook niet laten zien dat zij zich het Standpunt delegatie van taken door de bedrijfsarts en supervisie (NVAB 2020) en de Leidraad Casemanagement bij ziekteverzuimbegeleiding (NVAB 2020) eigen heeft gemaakt in haar werkwijze/functioneren als bedrijfsarts en dat zij reflectie heeft getoond op haar functioneren in deze zaak. Beklaagde heeft blijk gegeven van een (zeer) beperkte taakopvatting van de bedrijfsarts; daarmee doet zij niet alleen zichzelf tekort maar bovenal ook de zieke werknemer. Klacht gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:274 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200081

    Verwijzingsverzoek afgewezen, omdat verweerder geen lid van de raad van discipline meer is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:243 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190244 en 190283

    Verwijzingsverzoeken voor klachten over de voormalig deken en de directeur van het ordebureau zijn verwezen om redenen van doelmatigheid, nu de inhoud van die klachten inhoudelijk samenhangen met de verwezen klacht tegen de deken. Verder stelt de voorzitter vast dat volgende verzoeken in deze en aanverwante kwesties mogelijk niet in behandeling worden genomen wegens misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:74 Raad van Discipline Amsterdam 20-752/A/NH

    Gegronde klacht van advocaat over opvolgend advocaat. Verweerder is onvoldoende voortvarend geweest bij de verrekening van de door hem overgenomen toevoeging. Een advocaat dient integer om te gaan met het declareren en verrekenen van een door hem overgenomen toevoeging, juist omdat de eerder toegevoegde advocaat op dit punt is overgeleverd aan de opvolgend advocaat. Verweerder heeft dat in dit geval niet gedaan. Verweerder heeft niet uit eigen beweging contact opgenomen met de eerder toegevoegde advocaat om tot verrekening van de door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde vergoeding te komen en hij heeft de door de eerder toegevoegde advocaat opgegeven reis ten onrechte in eerste instantie niet gedeclareerd. Ook na aandringen van de eerder toegevoegde advocaat is verweerder niet voortvarend te werk gegaan. Hij heeft daarmee gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit en gedragsregel 24 geschonden. Op de zitting van de raad heeft verweerder geen inzicht getoond in zijn eigen handelen. Ondanks het blanco tuchtrechtelijke verleden van verweerder acht de raad de maatregel van berisping in deze omstandigheden passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 20122

    Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij wederrechtelijk kennis heeft genomen van medisch geheime informatie die afkomstig is uit klagers medisch dossier, zijn beroepsgeheim heeft geschonden en een collega-arts daartoe heeft aangezet, langs elektronische weg geheime medische informatie heeft verzonden met gebruikmaking van een systeem dat daarvoor niet geschikt is, zonder daarbij voorzorgsmaatregelen te nemen om te voorkomen dat niet-bevoegden kennis konden nemen van die informatie en valse beweringen heeft gedaan met betrekking tot het recht op en de mogelijkheid van opschoning van het medisch dossier. College: door verweerder gegeven informatie over mogelijkheden en het recht tot correctie en verwijdering van medische gegevens was onjuist. Geen aanwijzing voor opzet of kwade intenties. Dit klachtonderdeel is gegrond, de overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Geen oplegging maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-080

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Uit het rapport blijkt dat beklaagde bij de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid klagers trombose heeft meegewogen. Hierbij heeft beklaagde geen onderscheid gemaakt tussen trombose en een posttrombotisch syndroom, zoals hij heeft toegelicht in de dupliek. Het College is van oordeel dat dit onderscheid in het geheel van de beoordeling door beklaagde niet relevant is. Voor wat betreft de wijze waarop het lichamelijk onderzoek van beklaagde tijdens het spreekuurcontact heeft plaatsgevonden, spreken partijen elkaar tegen. De feiten kunnen daarom niet worden vastgesteld en daarom evenmin worden beoordeeld. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2057

    Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij zonder klagers medeweten en toestemming, zonder noodzaak daartoe en zonder behandelrelatie klagers medisch dossier heeft ingezien en langs elektronische weg geheime medische informatie heeft verzonden met gebruikmaking van een systeem dat daarvoor niet geschikt is, zonder daarbij voorzorgsmaatregelen te nemen om te voorkomen dat niet-bevoegden kennis konden nemen van die informatie. College: verweerder mocht uitgaan van een verwijderingsverzoek van klager en diens impliciete toestemming om het dossier met dat doel in te zien. Voor zover verweerder intern over de aantekeningen betreffende klager heeft ge-e-maild kan hem geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van onvoldoende veilige verzending. Dit is anders voor het verzenden van de e-mailwisseling naar verweerders privé e-mailadres: verzending van tot een persoon herleidbare medische gegevens naar een Gmailaccount zonder bijzondere voorzorgsmaatregelen kan en kon destijds niet als voldoende veilig worden beschouwd. Gedeeltelijk gegrond zonder oplegging maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:75 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200294W

    Voorzitter van het hof gewraakt omdat hij tijdens de mondelinge behandeling geen stukken meer in ontvangst wilde nemen. Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat die negen dagen na de zitting pas is ingediend. Daarbij is het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond, omdat het wrakingsmiddel niet is bedoeld om onwelgevallige procesbeslissingen te toetsen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:63 Raad van Discipline Amsterdam 21-010/A/A

    Klachtonderdelen deels niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. Wat betreft de overige klachten die verband houden met gelden op een derdenrekening valt verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Deze klachtonderdelen zijn daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:70 Raad van Discipline Amsterdam 21-263/A/A/W

    Wraking kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/191

    Klager dient een klacht in tegen een arts, werkzaam bij een Arbodienst, met het verwijt zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door overleg te voeren met de directeur van de Arbodienst naar aanleiding van een door klager aan haar gestuurde e-mail. Daarnaast verwijt klager dat de arts, verweerster, ten onrechte de titel 'bedrijfsarts' voert. Verweerster betwist dat zij geen medische informatie heeft doorgeleid aan haar directeur en dat zij haar beroepsgeheim niet geschonden heeft. Verweerster heeft zich ook niet uitgelaten als bedrijfsarts, maar in de door de Arbodienst verzonden uitnodigingen voor consulten is ten onrechte als bedrijfsarts aangeduid Klager dient een klacht in tegen een arts, werkzaam bij een Arbodienst, met het verwijt zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door overleg te voeren met de directeur van de Arbodienst naar aanleiding van een door klager aan haar gestuurde e-mail. Daarnaast verwijt klager dat de arts, verweerster, ten onrechte de titel 'bedrijfsarts' voert. Verweerster betwist dat zij geen medische informatie heeft doorgeleid aan haar directeur en dat zij haar beroepsgeheim niet geschonden heeft. Verweerster heeft zich ook niet uitgelaten als bedrijfsarts, maar in de door de Arbodienst verzonden uitnodigingen voor consulten is ten onrechte als bedrijfsarts aangeduid Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:64 Raad van Discipline Amsterdam 21-198/A/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:58 Raad van Discipline Amsterdam 21-105/A/A

    Niet gebleken dat het aan de advocaat betaalde bedrag van € 5.000,- enkel was bedoeld voor het voeren van een procedure in hoger beroep. De advocaat heeft werkzaamheden verricht en daarvoor terecht kosten in rekening gebracht. Advocaat heeft voorts voldoende onderbouwd dat zij aanleiding zag om de procedure in eerste aanleg af te ronden zonder beroep tegen de tussenbeslissing in te stellen. Advocaat heeft klaagster na het eindvonnis van de rechtbank gewezen op de risico’s in procedure in hoger beroep en haar geadviseerd daarvan af te zien. Zij heeft zich bovendien bereid verklaard de procedure, conform de gemaakte (financiële) afspraken af te ronden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:71 Raad van Discipline Amsterdam 21-150/A/A

    Klacht tegen advocaat die handelt in privé-hoedanigheid is kennelijk niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:65 Raad van Discipline Amsterdam 20-611/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:59 Raad van Discipline Amsterdam 21-119/A/A

    Klacht over een advocaat die als enige advocaat van twee partijen optreedt in een echtscheidingsprocedure, ingediend door één van de twee partijen. De klacht is kennelijk ongegrond. De advocaat is niet tekortgeschoten in de zware zorgplicht die in die situatie op hem rust.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:72 Raad van Discipline Amsterdam 21-139/A/NH

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening kennelijk ongegrond. De kwaliteit van de dienstverlening voldoet aan de daarvoor geldende maatstaven.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:66 Raad van Discipline Amsterdam 20-650/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:60 Raad van Discipline Amsterdam 21-118/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende concreet toegelicht en onderbouwd dat verweerder tekort is geschoten in zijn dienstverlening aan klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:73 Raad van Discipline Amsterdam 20-090/A/A 20-091/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:67 Raad van Discipline Amsterdam 20-522/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:61 Raad van Discipline Amsterdam 21-135/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Het valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten dat hij klager heeft meegedeeld dat zijn cliënten (en dus niet verweerder zelf) overwegen een tuchtklacht over klager in te dienen. Het staat de cliënten van verweerder vrij een tuchtklacht over klager in te dienen en bovendien heeft verweerder in zijn e-mail aan klager ook toegelicht waarom zijn cliënten dat overwegen. Het is verder niet aan de tuchtrechter om een oordeel te geven over de haalbaarheid van die tuchtklacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:68 Raad van Discipline Amsterdam 20-521/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:62 Raad van Discipline Amsterdam 21-137/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:69 Raad van Discipline Amsterdam 20-877/A/A

    Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft het doel van de comparitie en het treffen van een schikking voldoende aan klager uitgelegd. Niet is gebleken dat de getroffen schikking nadelig voor klager was.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 169/2020

    Klacht tegen psychiater over gedwongen opname en dwangmedicatie. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:28 Accountantskamer Zwolle 20/1894 Wtra AK

    Klacht tegen accountant in business. Klacht gegrond; oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van één maand. B etrokkene heeft door over de jaren 2014 en 2015 een verschil te laten ontstaan tussen de boekhouding (auditfiles en grootboekkaarten) enerzijds en de aangiften omzetbelasting anderzijds en dit verschil te laten voortbestaan, gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.