We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 13451-13500 van de 47966 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:4 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/63

    Dierenarts wordt verweten dat er met betrekking tot een hond geen bloedonderzoek is verricht, terwijl daartoe wel reeds een bloedmonster was afgenomen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:72 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-955

    Dit dekenbezwaar betreft de vraag of verweerder artikel 46 van de Advocatenwet heeft geschonden meer in het bijzonder artikel 10a lid 1 sub d van de Advocatenwet dat inhoudt dat de advocaat bij de uitoefening van zijn beroep integer is en zich onthoudt van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. De raad oordeelt dat dit in deze zaak het geval is. Verweerder heeft onder zijn verantwoordelijkheid facturen laten opstellen ten name van vennootschappen terwijl de gedeclareerde werkzaamheden zien op zaken van de bestuurders van die vennootschappen in privé, zoals bijvoorbeeld in een echtscheiding en een strafzaak. Dit gebeurde met het doel de fiscus te misleiden in het kader van de Btw-heffing. De raad legt verweerder de maatregel van een berisping op omdat hij onvoldoende inzicht heeft getoond in het onbetamelijke van zijn handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.098

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De verpleegkundige is sinds 2019 bij de behandeling van klaagster betrokken als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij: 1) depotmedicatie heeft achtergehouden en niet heeft toegediend, 2) zich hiervoor heeft willen indekken door op 3 mei 2019 een e-mail te sturen dat klaagster de dag ervoor niet op de afspraak was verschenen, en 3) bij klaagster heeft aangedrongen om te verhuizen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:43 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365021 KL RK 20-6

    De geheimhoudingsplicht betreft niet alleen de inhoud van besprekingen maar strekt zich ook uit tot de identiteit van partijen, het tijdstip van een gesprek en het gespreksonderwerp

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:80 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200290

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Volgens klagers getuigt de preliminaire overweging in de beslissing van de raad van vooringenomenheid. Naar het oordeel van het hof staat het de raad vrij om, alvorens o​​​​​ver te gaan tot de uiteenzetting van de inhoudelijke beoordeling van de klacht, enkele algemene overwegingen vooraf te formuleren en aldus de context van de beoordeling te schetsen. Niet valt in te zien hoe dit blijk zou geven van vooringenomenheid, gelet op het gegeven dat een beslissing wordt geconcipieerd nadat de beraadslaging hierover is afgerond. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad en neemt die over, verwerpt de beroepsgronden van klagers en bekrachtigt de beoordeling van de raad.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:5 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/64

    Dierenarts wordt verweten dat ten aanzien van een hond onvoldoende onderzoek te hebben verricht en onjuiste medicatie te hebben voorgeschreven. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-046

    Klaagster verwijt verweerder haar in het geschil met haar buren niet naar behoren te hebben bijgestaan. Bij gebreke van een onderbouwd verweer acht de raad deze onderdelen van de klacht gegrond. Noch bij de deken noch voorafgaand aan de zitting van de raad heeft verweerder gebruik gemaakt van de gelegenheid om zijn standpunt schriftelijk kenbaar te maken en met stukken te onderbouwen. Klaagster verwijt verweerder ook dat hij onvoldoende heeft gedaan om een zitting in een kort geding uit te stellen omdat zij daar op de vastgestelde datum niet bij aanwezig kon zijn. Uit het vonnis van de voorzieningenrechter blijkt echter dat verweerder ter zitting van het kort geding heeft verzocht om de zaak aan te houden. Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond. De raad legt de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:73 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-975

    Voorzittersbeslissing. Niet gebleken dat verweerster zich in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van het bedrijf van klager zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De rechter-commissaris heeft klagers verzoek om verweerster geen toestemming te geven het faillissement van zijn holding aan te vragen afgewezen en de rechtbank heeft de aanvraag beoordeeld en het faillissement uitgesproken. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-953

    Raadsbeslissing. Klacht van derde over handelen van verweerder als advocaat. Opmerkingen van verweerder over klager in krantenartikel vrij scherp geformuleerd maar niet onnodig grievend. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat verweerder op enig moment als advocaat van klager of van een wederpartij van klager is opgetreden. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-525/DB/ZWB

    Advocaat heeft geen regie gevoerd in de zaak van haar cliënte, haar cliënte niet geïnformeerd over het verloop van haar zaken, onvoldoende voortvarend gehandeld, een concept beroepschrift vlak voor het verstrijken van de beroepstermijn aan haar cliënte toegestuurd en onvoldoende inhoudelijk besproken, geen afschrift van het ingediende beroepschrift aan haar cliënte toegestuurd, cliënte niet tijdig om de vereiste financiële stukken gevraagd, zich op eerste verzoek vlak voor de zitting onttrokken zonder haar cliënte op de (negatieve) gevolgen daarvan te wijzen en zonder om aanhouding te verzoeken. Sprake van een eerder vergelijkbaar tuchtrechtelijk (nalatig) handelen. Klacht (grotendeels) gegrond, schorsing van 26 weken, waarvan 22 weken voorwaardelijk, met proeftijd van 2 jaar. Bijzonder voorwaarde dat advocaat zich gedurende een jaar dient te gedragen naar de aanwijzingen van de door de raad benoemde coach.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:67 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-727

    Klacht tegen de deken. Klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk, vanwege verstrijken van de termijn. De klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat de deken zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling en onzorgvuldig handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.099

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De verpleegkundige was tot 1 mei 2019 bij de behandeling van klaagster betrokken als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige van het FACT-team. De klacht luidt dat klaagster bewust verward is gemaakt om klaagster te laten opnemen in de kliniek waar de verpleegkundige vanaf 1 mei 2019 werkzaam is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:6 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/11

    Klachtambtenaarzaak: Dierenarts wordt verweten in strijd met de wettelijke regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening bij gezelschapsdieren een derde keuze antibioticum (Baytril, REG NL 3144) te hebben toegepast zonder voorafgaand bacteriologisch onderzoek en gevoeligheidstest, waarbij ook niet van een duidelijk onderbouwde veterinaire noodzaak voor de directe inzet van dit derde keuze antibioticum is gebleken. Gegrond, volgt onvoorwaardelijke geldboete van € 250.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-296

    Klaagster verwijt verweerster haar zaak niet goed behandeld te hebben. De raad hanteert bij haar beoordeling van dit verwijt als uitgangspunt dat de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen indien daarover wordt geklaagd. Dat gebeurd aan de hand van datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster door diverse brieven te sturen de nodige stappen heeft gezet om te komen tot een oplossing van het conflict tussen klaagster en haar werkgever. Weliswaar had zij die stappen vlotter kunnen nemen en de verwachtingen van klaagster over de mogelijke resultaten duidelijker kunnen sturen, maar alles tezamen leidt dit niet tot de conclusie dat verweerster onzorgvuldig of onprofessioneel heeft gehandeld. Deze klacht is dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 202/2020

    Klacht tegen de huisarts van klaagster. De huisarts heeft klaagster op 25 november 2019 en 2 december 2019 gezien wegens rugklachten. Daarnaast heeft zij op 26 en 28 november 2019 telefonisch contact gehad met klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar niet direct heeft verwezen naar een neuroloog dan wel niet direct een MRI heeft laten maken. Ten tijde van de visite op 25 november 2019 en de telefonische consulten op 26 en 28 november 2019 waren geen alarmsymptomen die verwijzing noodzakelijk maakten. Het beeld bij de visite op 2 december 2019 was duidelijk veranderd. Klaagster voelde minder in haar benen en de kracht in haar linkerbeen was weg. De huisarts heeft hierop contact gezocht met de neuroloog en de situatie besproken, waarna werd afgesproken dat de neuroloog klaagster binnen drie dagen voor een spoedconsult zou oproepen. De uitvalverschijnselen waren onvoldoende om klaagster nog dezelfde dag door een neuroloog te laten onderzoeken. In overeenstemming met de NHG standaard lumbosacraal radiculair syndroom is een verwijzing naar de neuroloog binnen drie dagen in gang gezet. Het was vervolgens aan de neuroloog om al dan niet over te gaan tot het maken van een MRI-scan. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 203/2020

    Klacht tegen huisarts van de huisartsenpost. Klaagster is in de avond gezien door beklaagde (werkzaam voor de huisartsenpost). Het consult vond plaats wegens ernstige rugpijnklachten met uitvalverschijnselen. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar niet direct heeft verwezen naar een neuroloog dan wel niet direct een MRI heeft laten maken. Beklaagde heeft voldoende onderzoek gedaan, waarbij geen aanwijzingen naar voren kwamen die een directe verwijzing naar een neuroloog noodzakelijk maakten, terwijl beklaagde uit de hem beschikbare gegevens afleidde dat klaagster de volgende dag door de neuroloog gezien zou worden en dat een MRI-scan gemaakt zou worden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/257

    Klager heeft een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget. Tegen het afwijzende besluit heeft klager bezwaar gemaakt. Klager dient een klacht in tegen de arts die het bezwaar van klager heeft behandeld met het verwijt dat de arts tijdens de telefonische hoorzitting klager met een gebrek aan empathie heeft bejegend en geen enkele aandacht heeft besteed aan de kern van de aanvraag, namelijk om als volwaardig mens te worden behandeld en te kunnen reizen. Ook houdt de klacht in dat verweer geen duidelijke uiteenzetting heeft gegeven van de redenen waarom de aanvraag werd afgewezen. Het college verklaart de klacht van klager kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/261

    Klaagster verwijt verweerder, arbo-arts, dat hij haar niet heeft onderzocht op lichamelijke klachten en dat hij er ten onrechte van uit is gegaan dat zij een conflict had met haar werkgever. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/205

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder, zonder toestemming van klager, medische stukken betreffende klager heeft toegestuurd naar Achmea, waardoor meerdere mensen (niet-medici, zoals de schadebehandelaar en de jurist) de stukken hebben kunnen inzien. Ook heeft verweerder nagelaten om aanvullende medische informatie over klager te beoordelen. Ten slotte stelt klager dat verweerder onvoldoende informatie had om tot het medisch advies te komen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-1012/DB/OB

    Letselschadezaak. Niet gebleken dat advocaat toezeggingen heeft gedaan dan wel verwachtingen heeft gewekt dat hij een procedure tegen ziekenhuis X aanhangig zou maken dan wel aanhangig had gemaakt. Advocaat heeft ten onrechte nagelaten schriftelijk vast te leggen dat er geen procedure tegen ziekenhuis X zou worden gestart. Misverstand hierover valt hem tuchtrechtelijk aan te rekenen. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing, kostenveroordeling

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-787/DB/LI

    Ontvankelijkheid. Advocaat heeft facturen op verzoek van zijn cliënt (de cliënt) op naam van een BV, waarvan de cliënt medebestuurder was, gesteld, terwijl de werkzaamheden voor de cliënt in privé waren verricht. Klacht is door de BV ingediend. De tenaamstelling van de factuur op naam van de BV en de verzending daarvan aan haar is gebeurd in opdracht van de cliënt, die, zo is onweersproken gesteld, daartoe als bestuurder van de BV bevoegd was. Dit betekent dat niet kan worden aangenomen dat sprake is van een situatie waarin bij de BV door deze facturen misverstanden (kunnen) zijn ontstaan, laat staan van een situatie waarin daarvan misbruik is of kan zijn gemaakt. De BV heeft ook niet gesteld dat zij aan die facturen gevolgen heeft verbonden, zoals verrekening van btw, die daaraan niet verbonden behoorden te worden. In dit verband overweegt de raad voorts dat op de BV ook geen verplichting rustte om de door de advocaat in rekening gebrachte btw in mindering te brengen op de door de BV verschuldigde btw. De BV had er ook voor kunnen kiezen om de door haar betaalde facturen, inclusief btw, intern door te belasten aan de cliënt. De raad ziet daarom niet in welk belang de BV rechtstreeks is getroffen. Dat op enig moment kennelijk tussen de cliënt en zijn broer, mede bestuurder van de BV, onenigheid is ontstaan, betreft een interne aangelegenheid, die het voorgaande niet anders maakt. Dit onderdeel van de klacht is niet-ontvankelijk. Voor het overige ongegrond. Advocaat hoeft geen opdrachtbevestiging en urenspecificatie aan de BV te verschaffen, nu zij een derde betreft. Het feit dat de BV als derde de declaratie van de advocaat betaalt, maakt dit niet anders..

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-912/DB/LI

    Voorzitter heeft terecht overwogen dat uit de uitspraak van het Hof van Discipline in een eerdere klachtzaak tussen partijen niet valt af te leiden dat verweerder niet voor de broer van klager mag optreden. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-615/DB/LI

    Vast staat dat klaagster in haar hoedanigheid van executeur testamentair gelden van de spaarrekening heeft overgeboekt naar de betaalrekening. Advocaat van de broer van klaagster heeft in een procedure tegen klaagster ingebracht dat geld van de spaarrekening was verdwenen. Hoewel de woordkeuze van verweerder in zijn brief aan de kantonrechter ongelukkig was, kan de raad niet vaststellen dat verweerder de rechter bewust onjuist heeft geïnformeerd met het doel hem te misleiden, wat hem tuchtrechtelijk aan te rekenen zou zijn. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 2020/153

    Klager dient een klacht in tegen een fysiotherapeut over de behandeling van wijlen zijn dochter. Hij verwijt de fysiotherapeut dat hij niet adequaat heeft gereageerd op een pijnlijk en dik onderbeen van zijn dochter. Tijdens de behandeling van de fysiotherapeut is er trombose ontwikkeld in het onderbeen, hetgeen de fysiotherapeut niet heeft onderkend, zo stelt klager. Als gevolg van de trombose is de dochter van klager overleden aan een acute longembolie. De fysiotherapeut voert verweer. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:77 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200226

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft als accountant en fiscalist ruim 30 jaar lang een vertrouwensrelatie opgebouwd met klagers waardoor hij over veel vertrouwelijke informatie over het financiële reilen en zeilen en de interne praktijk van klagers (zowel de natuurlijke persoon als vennootschappen waarin hij directeur/aandeelhouder is) beschikte. Door vervolgens zijn cliënte (de zus van genoemde directeur/aandeelhouder en voormalig werkneemster bij een van de vennootschappen) bij te staan in een geschil met klagers inzake een ontslag om bedrijfseconomische redenen, een aandelenoverdracht en de cessie van een rekening courantschuld heeft verweerder zich schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling. Verweerder heeft een onbehoorlijke en ongerechtvaardigde disbalans laten ontstaan tussen partijen terwijl hij als advocaat de verantwoordelijkheid heeft bij te dragen aan een goede rechtsbedeling. Uit de stukken blijkt ook dat verweerder in de geschillen tussen klagers en zijn cliënte daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van zijn voorkennis. Verder heeft verweerder de redelijke bezwaren van klagers tot vier keer toe in de wind geslagen. Klacht gegrond. Schrapping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:82 Raad van Discipline Amsterdam 20-709/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar en oplegging van een waarschuwing. Verweerder heeft zijn tekort aan opleidingspunten niet tijdig ingehaald.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:76 Raad van Discipline Amsterdam 20-875/A/NH 20-876/A/NH

    Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder 1 heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met de met klager gemaakte afspraken, zonder eventueel nadien gemaakte afwijkende afspraken schriftelijk vast te leggen, de aangifte van de ouders van klager niet naar het openbaar ministerie te sturen en door zonder dat zelf na te gaan mee te delen dat die aangifte is geseponeerd. De raad acht hiervoor de oplegging van een waarschuwing passend en geboden. Klacht over kantoorgenoot van de eigen advocaat ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.348

    Klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft in opdracht van de werkgever van klager de verzuimbegeleiding van klager verzorgd. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij opzettelijk het deskundigenoordeel van het UWV heeft (doen) laten verdwijnen, het deskundigenoordeel niet heeft gebruikt voor de re-integratie van klager, na haar chaotisch en ongebruikelijk snelle ontslag medische gegevens op onwettelijke wijze heeft achtergelaten in haar kantoor bij de werkgever van klager waardoor zij in strijd heeft gehandeld met de Algemene verordening gegevensbescherming, in haar verweerschrift in eerste aanleg een valse verklaring heeft afgelegd over het deskundigenoordeel van het UWV wat heeft geleid tot de klacht dat de bedrijfsarts een valse verklaring heeft afgelegd in het verweerschrift in beroep over het deskundigenoordeel van het UWV om de discrepantie tussen het verweerschrift in eerste aanleg en haar persoonlijke werkaantekeningen te verklaren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in het derde klachtonderdeel en de klacht voor het overige in al haar onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-325/DB/ZWB

    Advocaat wordt verdacht van handel/invoer in harddrugs en witwassen. De advocaat betwist iedere betrokkenheid bij handel/invoer in harddrugs en witwassen. Naar het oordeel van de raad kan aan de hand van hetgeen thans aan de raad aan bevindingen voorvloeiende uit het strafrechtelijk onderzoek is gepresenteerd, mede in het licht van de verklaringen van verweerder, niet althans onvoldoende worden vastgesteld dat er sprake is van ernstige vermoedens van strafbaar handelen van verweerder. Hierdoor kan evenmin worden vastgesteld dat er sprake is van een ernstig vermoeden van een handelen of nalaten waardoor enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang is geschaad of dreigt te worden geschaad. De enkele verdenking van strafbaar handelen is daartoe onvoldoende. Verzoek ex artikel 60ab Advocatenwet wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 233/2020

    klacht IGJ tegen fysiotherapeut. Beklaagde was eerder door tuchtcollege voor twaalf maanden onvoorwaardelijk geschorst wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënte. Beklaagde blijkt op het moment van behandeling van die tuchtzaak andermaal een relatie met een (andere) patiënt te hebben gehad. Hij heeft daarover geen openheid gegeven. Het college is niet overtuigd van de intrinsieke motivatie van beklaagde om aan zijn problemen te werken. Klacht gegrond. Doorhaling. Voorlopige voorziening.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:83 Raad van Discipline Amsterdam 20-643/A/NH

    Verzet is op een van de klachtonderdelen gegrond verklaard. Dat klachtonderdeel is na beoordeling ongegrond verklaard. Er bestaan onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerster de deken feitelijke informatie heeft verstrekt waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:77 Raad van Discipline Amsterdam 21-172/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Dat verweerder tekort is geschoten in zijn (beperkte dienstverlening aan klager is door klager onvoldoende gesteld en onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:27 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 6732333 DW RK 19/543

    De gerechtsdeurwaarder heeft onjuist gerelateerd bij de betekening van een beschikking aan klager. De betekening was niet in overeenstemming met de daadwerkelijke gang van zaken. Maatregel van waarschuwing opgelegd. Geen proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/265

    Klaagster dient een klacht in over behandeling van wijlen haar moeder tegen een specialist ouderengeneeskunde en een (destijds) basisarts. Zij verwijt de specialist ouderengeneeskunde onvoldoende supervisie over het werk van de tijdelijke basisarts te hebben uitgeoefend, veel te traag actie ondernomen te hebben toen haar moeder ineens ziek werd en de ernst van de situatie onvoldoende te hebben ingeschat en niet de waarheid te hebben gesproken over tijdstippen waarop zij met klaagster contact zou hebben opgenomen over het ziek worden van haar moeder. Klaagster verwijt de basisarts enstige nalatigheid door rapportages van de verzorging onvoldoende te hebben meegenomen in zijn besluitvorming en niet te overleggen met de superviserend specialist ouderengeneeskunde. Verweerders voeren verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:78 Raad van Discipline Amsterdam 21-175/A/A

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij vanwege diens uitleg van een schikkingsovereenkomst. Klacht is kennelijk ongegrond. De advocaat heeft geen evident onbepleitbaar standpunt ingenomen en dus niet de belangen van klager nodeloos en op ontoelaatbare wijze geschaad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:28 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/675551 DW/RK 19/615

    De gerechtsdeurwaarder heeft gebruik gemaakt van een oud e-mailadres van klaagster waardoor zij niet (tijdig) heeft gereageerd op een brief van de gerechtsdeurwaarder. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder op een oud banknummer van klaagster een bedrag teruggestort. Klachten hierover zijn gegrond. Er wordt echter geen maatregel opgelegd omdat klaagster de e-mail wel heeft ontvangen en de gerechtsdeurwaarder tijdig het bedrag op een juist rekeningnummer heeft geretourneerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/264

    Klaagster dient een klacht in over behandeling van wijlen haar moeder tegen een specialist ouderengeneeskunde en een (destijds) basisarts. Zij verwijt de specialist ouderengeneeskunde onvoldoende supervisie over het werk van de tijdelijke basisarts te hebben uitgeoefend, veel te traag actie ondernomen te hebben toen haar moeder ineens ziek werd en de ernst van de situatie onvoldoende te hebben ingeschat en niet de waarheid te hebben gesproken over tijdstippen waarop zij met klaagster contact zou hebben opgenomen over het ziek worden van haar moeder. Klaagster verwijt de basisarts enstige nalatigheid door rapportages van de verzorging onvoldoende te hebben meegenomen in zijn besluitvorming en niet te overleggen met de superviserend specialist ouderengeneeskunde. Verweerders voeren verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:83 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.115

    Klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts is als onafhankelijk bedrijfsarts werkzaam voor de werkgever van klager en heeft klager in het kader van zijn arbeidsongeschiktheid begeleid. Klager kon zich niet vinden in het advies van de bedrijfsarts dat klager niet geschikt was voor eigen werk, maar wel voor aangepast werk van een paar uur per dag. Klager heeft daarop verzocht om een second opinion van een andere bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft zijn medewerking aanvankelijk geweigerd vanwege zwaarwegende argumenten. Na nadere e-mailwisseling heeft de bedrijfsarts aangegeven dat hij alsnog meewerkt met het verzoek. De second opinion heeft plaatsgevonden. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door e-mailcorrespondentie over de second opinion aan diverse mensen binnen het bedrijf door te sturen, ten onrechte niet heeft ingestemd met een second opinion, partij kiest voor de werkgever en niet integer handelt en dat hij geen volledig dossier heeft aangelegd, dan wel dat hij niet het gehele dossier heeft verstrekt aan klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Klager komt in beroep tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen c. en d. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en wijst het verzoek om kostenveroordeling af.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:79 Raad van Discipline Amsterdam 21-207/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij is kennelijk ongegrond. De advocaat heeft door geen gevolg te geven aan een bepaald verzoek van klager de ruime mate van vrijheid die hij geniet om de belangen van zijn cliӫnt te behartigen niet overschreden.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:29 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 673407 DW/RK 19/543

    De gerechtsdeurwaarder dient te communiceren met de bewindvoerder als de schuldenaren onder bewind zijn gesteld. Ondanks dat de bewindvoerder de gerechtsdeurwaarder meerdere keren heeft meegedeeld dat haar cliënten onder bewind staan, heeft de gerechtsdeurwaarder hen rechtstreeks benaderd. Maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:84 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.210

    Klacht tegen arts, werkzaam voor een arbodienst. Klager is werkzaam als keukeninstallateur. Hij heeft in verband met nekklachten en klachten aan handen en armen, ontstaan na vertillen op het werk, contact gezocht met de arbodienst en een afspraak gekregen op het spreekuur van de arts. Op het spreekuur is gebleken dat klager een dag eerder door zijn werkgever was ziekgemeld. De arts heeft beperkingen vastgesteld. De klacht houdt in dat de arts klager ten onrechte geen rust heeft gegund doordat zij heeft voorgeschreven dat hij 40 uur per week moest werken. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:80 Raad van Discipline Amsterdam 21-173/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Geen sprake van (juridische) chantage of het voeren van een onnodige procedure tegen klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.211

    Klacht tegen arts, werkzaam voor een arbodienst. Klager is werkzaam als keukeninstallateur. Hij heeft in verband met nekklachten en klachten aan handen en armen, ontstaan na vertillen op het werk, contact gezocht met de arbodienst. Een arts (eveneens aangeklaagd, C2019.210) heeft beperkingen vastgesteld. Klager heeft vervolgens verscheidene spreekuurcontacten met de aangeklaagde arts gehad. De klacht houdt in dat de arts ten onrechte geen urenbeperking heeft vastgesteld, heeft nagelaten een arbeidsdeskundig onderzoek in te zetten, een onjuiste verklaring/rapport heeft afgegeven, de werkgever heeft geadviseerd klager aangepast werk aan te bieden zonder een FML op te stellen en een arbeidsdeskundige in te schakelen en zijn dossier niet op orde heeft. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:81 Raad van Discipline Amsterdam 20-697/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar en oplegging van een waarschuwing. Verweerder heeft zijn tekort aan opleidingspunten niet tijdig ingehaald.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:75 Raad van Discipline Amsterdam 20-856/A/A

    Gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met gedragsregel 25 klaagster rechtstreeks aan te schrijven. De raad acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden. In dit verband weegt de raad mee dat verweerder al in een vroeg stadium door de gemachtigde van klager is gewezen op gedragsregel 25 en zijn (vermeende) tuchtrechtelijk laakbaar handelen, maar zich pas veel later echt is gaan verdiepen in de reikwijdte van deze gedragsregel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.287

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is werkzaam als keukeninstallateur. Hij heeft in verband met nekklachten en klachten aan handen en armen, ontstaan na vertillen op het werk, contact gezocht met de arbodienst. Een arts (eveneens aangeklaagd, C2019.210) heeft beperkingen vastgesteld. Op enig moment heeft de bedrijfsarts de begeleiding van klager overgenomen. De klacht houdt in dat de bedrijfsarts (1) ten onrechte heeft aangegeven dat klager heeft ingestemd met het inlichten van zijn werkgever, (2) in een rapportage heeft aangegeven dat geen sprake was van (deels) arbeidsgerelateerd verzuim, (3) de verkeerde diagnose of behandeling heeft gesteld en klager geen rust heeft gegund en (4) klager niet heeft verwezen naar een andere bedrijfsarts voor een second opinion. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 1, 2 en 3 ongegrond verklaard, klachtonderdeel 4 gegrond verklaard, bepaald dat geen maatregel wordt opgelegd en bepaald dat de beslissing zal worden gepubliceerd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen de ongegrondverklaring van de klachtonderdelen 1, 2 en 3.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:233 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.136

    Klacht tegen arts. Klager dient een klacht in over de zorg voor zijn (inmiddels) overleden moeder. Na een val is patiënte naar de spoedeisende hulpafdeling van het ziekenhuis gebracht. Beklaagde was daar toen de dienstdoende arts en in het eerste jaar van zijn opleiding tot orthopedisch chirurg. Klager verwijt beklaagde dat hij patiënte opiaten heeft voorgeschreven ondanks haar allergie daarvoor en dat hij haar toen niet in het ziekenhuis heeft opgenomen, maar naar huis heeft gestuurd, waardoor haar overlijden volgens klager is versneld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager ontvankelijk en verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:234 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.137

    Klacht tegen internist/ MDL-arts. Klager dient een klacht in over de zorg voor zijn (inmiddels) overleden moeder. Na een val is patiënte gezien op de spoedeisende hulpafdeling van het ziekenhuis en naar huis teruggekeerd. Twee dagen later is patiënte in het ziekenhuis opgenomen. Beklaagde besluit tot een behandelbeleid gericht op comfort in plaats van een curatieve behandeling. Klager verwijt beklaagde onzorgvuldig medisch handelen met als zwaartepunt het verrichten van euthanasie zonder toestemming van patiënte. Ook verwijt klager beklaagde dat dit niet (vooraf) met hem is besproken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager ontvankelijk en verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-283

    Toewijzing verzoek ex artikel 60b Advocatenwet. De raad constateert dat de gedragingen van verweerder elkaar gedurende een lange periode hebben opgevolgd, en een dusdanige spreiding vertonen – zij variëren van onvoldoende deskundigheid en professionaliteit tot een gebrek aan onafhankelijkheid – dat verweerder, in de termen van artikel 60b van de Advocatenwet, geen blijk geeft van een behoorlijke praktijkuitoefening. Daarbij komt dat verweerder ter zitting van de raad geen inzicht heeft getoond in zijn disfunctioneren, althans zich onvoldoende bewust is van de ernst daarvan. Dit laatste brengt de raad tot het oordeel dat, anders dan door verweerder verzocht, niet kan worden volstaan met een minder verstrekkende voorziening dan schorsing voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/260

    Klager verblijft in een TBS-kliniek. Hij verweet verweerder, psychiater, dat hij ademhalingsproblemen heeft gekregen door een verkeerde medicijnencombinatie, dat verweerder zijn medicatie heeft verhoogd en hem medicatie heeft gegeven waarvan hij ernstig depressief is geraakt. Later heeft klager zijn klachten ingetrokken, maar verweerder heeft verzocht de klachten toch te behandelen. De klachten zijn ongegrond verklaard. Ongegrond