Zoekresultaten 12651-12700 van de 47477 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-011/DB/LI
- Datum publicatie: 07-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:97
Niet gebleken dat klagers door nalatig optreden of onjuiste informatie van de advocaat een regeling hebben getroffen die zij niet wilden. Advocaat heeft niet voldaan aan het bepaalde in artikel 6.28 lid 2 sub d en e van de Verordening op de advocatuur. Advocaat was zich niet bewust van de bepaling en heeft verklaard zich voortaan hieraan te zullen houden. Gelet hierop acht de raad oplegging van een maatregel aan de advocaat niet geboden. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2148-2020/231
- Datum publicatie: 07-06-2021
- Datum uitspraak: 07-06-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:66
Klaagsters dienen een klacht in tegen een orthopedisch chirurg over de behandeling van wijlen een vriendin. Zij verwijt de orthopedisch chirurg een verkeerde diagnose te hebben gesteld, onvoldoende informatie over de behandeling, de risico's en eventuele andere mogelijkheden te hebben gegeven en door het stellen van een verkeerde diagnose nalatig te zijn geweest, waardoor de kansen van hun vriendin op genezing ernstig is gereduceerd. Het college verklaart één van de klaagsters niet ontvankelijk in haar klacht. De andere klaagster is wel ontvankelijk in haar klacht, maar naar het oordeel van het college zijn de klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:114 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-170/DH/DH
- Datum publicatie: 07-06-2021
- Datum uitspraak: 02-06-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:114
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. Het stond verweerder vrij zijn verweer te voeren zoals hij dat heeft gedaan.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 20104
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:38
Klacht tegen zelfstandig gevestigd verpleegkundige, die in die hoedanigheid aan klager en zijn zoon in een plan van aanpak een behandeling heeft voorgesteld van onder meer EMDR en familieopstelling. Deze behandelingen behoren niet tot de gebruikelijke deskundigheid van een verpleegkundige. Gesteld noch gebleken is dat verweerster bevoegd en deskundig is om dergelijke behandelingen uit te voeren. Het college acht niet begrijpelijk dat verweerster heeft kunnen denken dat deze ‘behandeling’ zou kunnen leiden tot het in het plan voorgespiegelde resultaat, namelijk hereniging van het gezin en beëindiging van de uithuisplaatsing van klagers minderjarige zoon. Verweerster heeft geen verweerschrift ingediend en ook verder niet de moeite genomen zich ten opzichte van het college te verantwoorden. De klacht is gegrond, het college legt een berisping op en bepaalt dat deze maatregel (met vermelding van de naam van verweerster en de plaats waar zij werkzaam is) openbaar wordt gemaakt met de gronden waarop zij berust, zoals bedoeld in artikel 48, elfde lid, in verbinding met artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, en zevende lid en artikel 11 Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.015
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:122
Klacht tegen verpleegkundige. Klacht betreft overleden moeder van klagers. In de laatste fase van haar leven is zij opgenomen in een verzorgingstehuis. In de periode dat zij nog thuis woonde heeft de verpleegkundige samen met collega’s de moeder van klagers gedurende drie maanden verzorgd. De klacht houdt in dat de verpleegkundige haar beroepsgeheim heeft geschonden en zich bij de uitvaart en condoleancebijeenkomst grievend heeft uitgelaten en evident onware mededelingen heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels niet-ontvankelijk verklaard en deels kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege acht klagers ontvankelijk en verklaart de klacht alsnog grotendeels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2326-A2021/026
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:63
Klager verwijt verweerder, arbo-arts, dat hij medisch onzorgvuldig heeft gehandeld en hem niet op een fatsoenlijke en empathische wijze heeft bejegend. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/371583 / KL RK 20-68 C/05/371584 / KL RK 20-69 C/05/371585 / KL RK 20-70
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 23-02-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:15
Tweetrapsmaking. Klaagster stelt dat erflater het zo niet bedoeld heeft. Wilsgebrek en ook overige bezwaren niet voldoende feitelijk onderbouwd. Bij gemotiveerde betwisting op alle punten klacht op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.167
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:123
Klacht tegen psychiater, die met betrekking tot klaagster een geneeskundige verklaring in het kader van de Wet BOPZ heeft opgemaakt. Klaagster verwijt de psychiater dat zij de geneeskundige verklaring met een onjuiste diagnose naar de rechtbank heeft gestuurd, zonder dat klaagster deze had gezien. Klaagster betwist dat de psychiater een onafhankelijke psychiater is omdat zij werkzaam is bij Antes, waar klaagster ook onder behandeling is. Klaagster vindt daarnaast dat de psychiater meteen met haar in gesprek had moeten gaan toen zij een klacht indiende. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep tegen die beslissing. Daarbij onderstreept het Centraal Tuchtcollege dat de psychiater weliswaar de onjuiste diagnose heeft aangekruist in de geneeskundige verklaring, maar dat dit een vergissing is geweest en dat de psychiater – zodra zij met de fout bekend raakte – haar excuses hiervoor heeft aangeboden aan klaagster en de fout heeft hersteld door een addendum aan de geneeskundige verklaring toe te voegen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/374474 KL RK 20-100
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 23-02-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:16
Vaststaat dat de notaris klaagster heeft aangeschreven en telefonisch contact heeft gezocht met klaagster en haar voorafgaand aan de afgifte van de verklaring van erfrecht heeft proberen te horen. Dat dit niet tijdig is gelukt, kan de notaris gegeven ook de verdere omstandigheden in deze zaak, niet aangerekend worden. De notaris heeft gedaan hetgeen in dit geval redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden. Verder begrijpt de kamer dat klaagster bezwaar heeft tegen het feit dat zij erfgenaam aan de verklaring van erfrecht heeft meebetaald. Deze omstandigheid echter ziet op de onderlinge verhouding tussen de erfgenamen en kan de notaris niet tuchtrechtelijk verweten worden
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.201
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:124
Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich bij de huisarts gemeld met een sinds enkele dagen gezwollen testikel. De huisarts heeft antibiotica voorgeschreven. Bijna drie maanden later komt klager bij een collega van de huisarts op consult met dezelfde klachten; de kuur had niet geholpen. Klager is verwezen naar het ziekenhuis waar een testistumor met lymfogene metastasering is vastgesteld. Klager verwijt de huisarts: (1) dat hij klager niet direct heeft doorverwezen naar het ziekenhuis om een echo te laten maken (2) dat in het huisartsenjournaal ten onrechte staat dat klager zich moest melden als na het weekend geen verbetering zou optreden. De huisarts heeft dit volgens klager niet aan hem aangegeven en klager vermoedt dat het huisartsenjournaal later is aangepast. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 20144
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:36
Gegronde klacht van IGJ tegen (psychiatrisch) verpleegkundige die een relatie is aangegaan met een cliënt van wie zij de persoonlijk begeleider was. Het college volstaat met de maatregel van een voorwaardelijke schorsing van zes maanden met een proeftijd van twee jaar en publicatie van de uitspraak, nu verweerster ter zitting overtuigend heeft laten blijken dat zij het laakbare van haar handelen heel goed inziet, en zij naar het oordeel van het college passende maatregelen heeft getroffen om het risico op herhaling te minimaliseren. Het college raadt verweerster aan de door haar ingezette behandeling voort te zetten zolang haar behandelaar dat nodig oordeelt en te blijven gebruik maken van de door haar huidige werkgever aangeboden intervisie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.249
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:125
Klacht tegen psychiater. Klager was sinds een aantal jaar in behandeling bij de specialistische GGZ. Vanwege het vertrek van de toenmalig behandelend psychiater van klager, heeft de beklaagde psychiater de behandeling van klager overgenomen. Klager verwijt de beklaagde psychiater dat hij: 1) disproportioneel heeft gereageerd door na het mislopen van twee afspraken met hem de behandelrelatie heeft gestaakt en klager daardoor ernstig heeft benadeeld in zijn behandeltraject, 2) de behandelafspraken niet is nagekomen door de behandelrelatie met klager te staken en daarmee tevens alle andere behandelrelaties heeft gestaakt, ondanks dat er een behandelplan en een plan van aanpak waren opgesteld en klager een jarenlange en betrouwbare behandelrelatie met andere therapeuten had opgebouwd, en 3) klager aan zijn lot heeft overgelaten door hem niet meer te behandelen maar hem naar een andere instelling te verwijzen terwijl hij wist dat daar een wachttijd was en klagers klachten daardoor zouden verergeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing en voegt daaraan toe dat het opbouwen van een band met de behandelaars op zichzelf geen behandeldoel is en dus ook geen grond vormt voor voortzetting van de behandeling.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 20102b
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:37
Klacht tegen sociaal-psychiatrisch verpleegkundige ongegrond, grotendeels omdat verweerder bij het verweten handelen geen betrokkenheid heeft gehad. Voor zover het gaat om handelen waar verweerder wel bij betrokken was, oordeelt het college dat de door verweerder aan klager geschreven brief de communicatie door klager betreft en niet als dreigbrief kan worden gezien, dat klager niet onnodig met gewijzigde behandelplannen is geconfronteerd en dat klager, blijkens zijn ondertekening van het (besproken) behandelplan met de gewijzigde diagnose, van die gewijzigde diagnose op de hoogte is gesteld.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2021:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/09 VB 2020/10 VB 2020/11 VB 2020/12
- Datum publicatie: 04-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TDIVBC:2021:3
Op 4 juni 2021 heeft het VBC einduitspraak gedaan in het geschil tussen de stichting Animal Rights en vier dierenartsen die in opdracht van de NVWA in 2016 keuringen hebben verricht van partijen varkens voorafgaand aan vijf transporten over de weg van verzamelcentra in Nederland naar slachthuizen in Belgie. Bij aankomst in België zijn telkens ten aanzien van meerdere dieren onregelmatigheden geconstateerd, van welke onregelmatigheden de Belgische dierenartsen, verbonden aan het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de Voedselketen (FAVV) verslag hebben gedaan. Eerder, op 30 oktober 2021 heeft het VBC beslist dat de stichting kan worden ontvangen in haar klachten en dat de dierenartsen onderworpen zijn aan het veterinair tuchtrecht (ECLI:NL:TDIVBC:2020:9). In de einduitspraak oordeelt het VBC dat de betreffende dierenartsen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht voor de betreffende varkens als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet dieren. Aan elk van de dierenartsen is een waarschuwing gegeven.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2316-A2021/008
- Datum publicatie: 03-06-2021
- Datum uitspraak: 03-06-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:64
Klager heeft een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget aangevraagd in verband met (onder meer) gevoeligheid voor infecties wegens een miltverwijdering. Nadat deze aanvraag is afgewezen, heeft klager bezwaar gemaakt. Verweerder heeft in de bezwaarprocedure klager gehoord en het bezwaar afgewezen. Klager verwijt verweerder een verkeerde beoordeling en een onheuse bejegening. Deels gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:102 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-088/DH/DH
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 28-04-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:102
Voorzittersbeslissing. Klacht over uitlatingen in een presentatie kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:109 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-115/DH/DH
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 05-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:109
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Hoewel het juister was geweest als verweerder klager ervan op de hoogte had gesteld dat hij de toevoeging wilde intrekken, betekent het feit dat dit kennelijk niet is gebeurd naar het oordeel van de voorzitter niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verder kan uit de stukken niet worden afgeleid of verweerder met klager iets heeft afgesproken over vervolgacties. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:100 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200235D
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:100
Dekenbezwaar en schrapping. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, waarin de raad heeft overwogen dat dit bezwaar en eerdere klachtzaken een patroon in het handelen van verweerder aantonen. Dat patroon is dat verweerder stelselmatig informatie onthoudt aan de deken, terwijl de deken op terechte gronden om die informatie vraagt. Verweerder vormt met zijn gedragingen een gevaar voor het vertrouwen in de advocatuur.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:103 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-089/DH/DH
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 28-04-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:103
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Beëindiging werkzaamheden niet onzorgvuldig. Niet gebleken dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:101 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200281D
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:101
Dekenbezwaar over (onder meer) de wijze waarop verweerder zich tijdens een politieverhoor als advocaat van een verdachte heeft gedragen is door de raad gedeeltelijk gegrond verklaard. Het hof vernietigt deze uitspraak en verklaart het dekenbezwaar ongegrond. Verweerder heeft zich niet onbetamelijk gedragen tijdens het verhoor. Niet kan worden gezegd dat hij het behoorlijk verloop en de voortgang van een politieverhoor verstoord heeft zonder dat hij daarbij een redelijk belang van zijn cliënt diende op een wijze waarbij de grenzen van het toelaatbare en betamelijke zijn overschreden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:93 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-892/DB/OB
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:93
Advocaat heeft volgens de aan haar verstrekte en nadien (telefonisch) gewijzigde opdracht gehandeld en heeft klager steeds op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in zijn zaak. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:104 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-761/DH/RO
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:104
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:102 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210036
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:102
Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad waarin de klacht van klaagster tegen haar voormalig advocaat ongegrond is verklaard. Verweerster heeft geen tuchtrechtelijk verwijtbare steken laten vallen in de door haar voor klaagster gevoerde hoger beroepsprocedure.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:94 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-968/DB/OB
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:94
Advocaat heeft op haar openbaar Instagram account een foto gepost waarop een nog niet ingediend processtuk uit de echtscheidingsprocedure tussen klaagster en haar cliënt zichtbaar was. De advocaat heeft door deze handelwijze bewust het risico in het leven geroepen dat de door haar op internet geplaatste informatie herleidbaar was naar de specifieke zaak van klaagster, welk risico zich ook heeft voorgedaan. Dat het processtuk slechts voor een beperkte periode en niet voortdurend zichtbaar was, is niet relevant. Het processtuk is immers herleidbaar gebleken en als zodanig herkend. Bovendien kan een post op Instagram middels een screenshot eenvoudig worden vastgelegd. Het is begrijpelijk dat het gegeven dat een processtuk in een echtscheidingsprocedure op internet voor derden toegankelijk is, klaagster zodanig heeft geraakt, dat dit de verhouding van klaagster tegenover haar ex-echtgenoot op scherp heeft gesteld. Dit komt voor risico van de advocaat. Klacht gegrond, waarschuwing, kostenveroordeling
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:97 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210040
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 06-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:97
De plaatsvervangend griffier van de raad verzoekt de voorzitter van het hof om een klacht over verweerder voor behandeling te verwijzen naar een andere raad waar een klacht in behandeling is tegen advocaat mr. W., omdat de klacht samenhangt met een klacht tegen een deze advocaat. Klager is het met de verwijzing niet eens. Ten onrechte gaat klager ervan uit dat de klacht “onder het district” van dit hof valt, terwijl de voorzitter van het hof in deze fase een verwijzende instantie is. Ook het tweede argument “een frisse blik op het handelen van [verweerder]” legt geen doorslaggevend gewicht in de schaal nu de doelmatigheid juist meebrengt dat samenhangende klachten door één raad worden beoordeeld. Op grond van het bepaalde in artikel 46aa lid 5 van de Advocatenwet dient de klacht van klager tegen verweerder daarom te worden verwezen naar de raad waar de klacht tegen mr. W. in behandeling is.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:105 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-936/DH/RO
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:105
Beroepsfout; te laat instellen hoger beroep. Verweerster heeft na ontdekking van haar fout adequaat gehandeld. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:105 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-257
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:105
Dekenbezwaar. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond. De raad overweegt dat verweerster stelselmatig niet reageert op berichten en verzoeken van cliënten, andere advocaten en de deken. Verweerster heeft de raad er niet van kunnen overtuigen dat zij dit patroon zal doorbreken en dezelfde fouten, waardoor cliënten zich verlaten kunnen voelen en waarmee hen schade wordt toegebracht, niet weer zal maken. Verweerster handelt in vele zaken niet met de zorgvuldigheid die van een advocaat mag worden verwacht. Verweerster weet dit niet ten positieve te veranderen. Verweerster loopt weg voor moeilijke situaties. Coaching is eerder ingezet, en het opnieuw inzetten daarvan wordt door verweerster niet opportuun geacht. Gelet op het herhaalde tekortschieten van verweerster in diverse zaken gedurende meerdere jaren, is de raad van oordeel dat coaching niet voldoende zal helpen. De raad is daarom van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerster nog langer als advocaat werkzaam is. Gelet op de ernst van het aan verweerster verweten handelen, gezien in het perspectief van het tuchtrechtelijk verleden van verweerster, is de maatregel van schrapping van het tableau daarom passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:103 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200291D
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:103
Het hof stelt met de raad vast dat verweerder meermalen niet heeft voldaan aan het verzoek van de deken om een aantal dossiers aan haar ter beschikking te stellen en bekrachtigt de beslissing van de raad, behalve voor wat betreft de maatregel. Het hof ziet geen aanleiding verweerder een boete op te leggen. Oplegging van een voorwaardelijke schorsing van 6 weken (raad: 12 weken), met als bijzondere voorwaarde dat verweerder gehouden is om in het lopende onderzoek volledige medewerking te verlenen en de opgevraagde dossiers (voor zover nog niet verstrekt) aan de deken te verstrekken.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:95 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-1028/DB/ZWB
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:95
Advocaten hebben bij de overname van een zaak geen afspraken gemaakt over de verrekening van de aan de cliënte opgelegde eigen bedrage. Ook overigens is niet komen vast te staan dat er sprake is van tussen advocaten vastgelegde afspraken, waaruit blijkt dat de eerste advocaat had moeten begrijpen dat hij de aan zijn cliënte opgelegde eigen bijdrage niet meer aan haar in rekening mocht brengen. Het valt de eerste advocaat daarom tuchtrechtelijk niet aan te rekenen dat hij de eigen bijdrage bij zijn cliënte in rekening heeft gebracht en op betaling daarvan heeft aangedrongen. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:98 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200263
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 16-02-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:98
De klacht van klaagster is gericht tegen twee advocaten, beiden afkomstig uit verschillende arrondissementen, die vanwege inhoudelijke samenhang beiden zijn behandeld door dezelfde deken. De deken verzoekt de voorzitter van het hof de klacht tegen verweerster voor verdere behandeling te verwijzen naar dezelfde Raad als waar de klacht tegen de andere advocaat behandeld zal worden. Gelet op de kennelijke onderlinge samenhang tussen de klachten tegen de bedoelde advocaten en het verzoek van de deken, die de klachten tegen bedoelde advocaten al heeft onderzocht, zal het hof op grond van het bepaalde in artikel 46aa lid 5 van de Advocatenwet de klacht van klaagster tegen verweerster verwijzen naar dezelfde Raad als de raad die bevoegd is de klacht van de andere advocaat in behandeling te nemen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:106 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-132/DH/DH
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:106
Beslissing tot ambtshalve voortzetting van een ingetrokken klacht.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/366061 KL RK 20-22
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 16-10-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:49
Uitleg en toepassing a rtikel 18 lid 2 Verordening Beroeps- en gedragsregels 2011 (VBG) waarin wordt bepaald dat de notaris geen akten passeert bij de totstandkoming waarvan hij of een kantoorgenoot als partijadviseur van een van de partijen betrokken is geweest, tenzij alle betrokkenen daarmee instemmen op grond van aan hen vooraf verstrekte informatie, mits geen sprake van onoverbrugbaar belangenconflict. Tevens artikel 37 lid 1 Wna, is hier sprake van een partij- of van een proces verbaal akte?
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:106 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-258
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:106
Raadsbeslissing. Vordering ex artikel 48e van de Advocatenwet De raad gelast de tenuitvoerlegging van vier door de raad aan verweerster voorwaardelijk opgelegde schorsingen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:104 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200282
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:104
Bekrachtiging beslissing raad. Verweerder heeft (te) lang geweigerd te voldoen aan zijn betalingsverplichting op grond van een rechterlijke uitspraak. Hij heeft daarbij signalen van klager en diens advocaat genegeerd en een aanwijzing van de deken naast zich neergelegd. Voorwaardelijke schorsing van 2 weken, met de bijzondere voorwaarde dat verweerder aan klager een bedrag van € 250,- betaalt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:99 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210077
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:99
Ongegrond beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:281 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200185
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 17-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:281
De deken vraagt het verzoek van klager inhoudende het verzoek om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen, te verwijzen naar aan andere deken. De deken wijst erop dat het aanwijzingsverzoek van klager betrekking heeft op (onder meer) een voorgenomen procedure tegen de deken en voelt zich daardoor niet vrij om op dit artikel 13 verzoek te beslissen. De voorzitter ziet aanleiding de in de Advocatenwet opgenomen vervangingsregeling als een klacht is gericht tegen de deken (art. 46c lid 5 Advocatenwet) in dit geval analoog toe te passen. Net als bij een klacht gericht tegen een deken is ook hier van belang dat op aanwijzingsverzoek van klager in alle objectiviteit kan worden beslist. De voorzitter van het hof zal om redenen van doelmatigheid, dit verzoek verwijzen naar een andere deken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:107 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-092/DH/ZWB
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 05-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:107
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:101 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-036/DH/RO
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 28-04-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:101
Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:282 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200186
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 17-09-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:282
Klager heeft eerder een klacht tegen deze deken ingediend, die is verwezen naar een andere deken. In het kader van doelmatigheid wordt deze klacht ook naar die deken verwezen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:108 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-110/DH/RO
- Datum publicatie: 01-06-2021
- Datum uitspraak: 05-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:108
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond vanwege onvoldoende onderbouwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:37 Accountantskamer Zwolle 20/1767 Wtra AK
- Datum publicatie: 31-05-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:37
Klacht naar aanleiding van de controle van de jaarrekening van een gemeente. De Accountantskamer geeft een tussenbeslissing waarin de controlerend accountant wordt verzocht een drietal vragen schriftelijk te beantwoorden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:95 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210027
- Datum publicatie: 29-05-2021
- Datum uitspraak: 28-05-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:95
Klacht over de advocaat van de wederpartij. De advocaat van klagers heeft verweerster op 19 juli 2019 laten weten dat ingevolge het vonnis de hoofdsom “een dezer dagen” zou worden overmaakt naar het derdengeldenrekeningnummer van verweerster. Op 25 juli 2019 heeft de advocaat van klagers aan verweerster laten weten dat de hoofdsom was voldaan. Op 26 juli 2019 heeft verweerster het vonnis door de deurwaarder bij klaagster laten betekenen en op 30 juli 2019 heeft zij aan de advocaat van klagers laten weten dat het vonnis terzake de hoofdsom zou worden geëxecuteerd indien niet tijdig zou worden voldaan. Van verweerster mocht worden verwacht dat zij zou controleren of de hoofdsom was bijgeschreven op haar derdengeldenrekening en, zo ja, de deurwaarder zou instrueren de executiemaatregelen ter zake van de hoofdsom te staken, wat zij heeft nagelaten. Ten aanzien van de executie van de proceskosten had van verweerster verwacht mogen worden dat zij eerst het standpunt van haar cliënte aan de advocaat van klagers kenbaar had gemaakt alvorens executiemaatregelen te laten treffen, wat zij eveneens heeft nagelaten. Er is sprake van schending van de kernwaarde financiële integriteit. Het hof vernietigt het oordeel van de raad en verklaart de klacht gegrond. Het hof legt verweerster de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:96 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200270
- Datum publicatie: 29-05-2021
- Datum uitspraak: 28-05-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:96
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in de pers uitlatingen gedaan over klaagster. Het hof is van oordeel dat de uitlatingen niet gekwalificeerd kunnen worden als onnodig grievend en in strijd met de waarheid, maar verweerder heeft wel de grenzen van zorgvuldigheid jegens klaagster overschreden. Verweerder heeft zich tijdens het mediationtraject van zijn cliënt, de ex-man van klaagster, en klaagster in de pers uitgelaten over een belastingclaim van de Schotse belastingdienst. Verweerder wist dat de mediator deze kwestie (die weliswaar geen deel uitmaakte van de mediation) in het kader van de lopende mediation had aangekaart. De kwestie zorgde er volgens die mediator voor dat de zaak volledig stil kwam te liggen. Bij die stand van zaken, de nog lopende mediation waaronder de geheimhoudingsverplichting voor klaagster en de cliënt van verweerder, had verweerder niet naar buiten mogen treden over een voor het welslagen van de mediation relevante kwestie. Van verweerder mocht worden verwacht dat hij zich ervan zou vergewissen dat de mediation formeel was beëindigd alvorens zich tegenover een derde uit te laten over dit onderwerp, wat hij heeft nagelaten. Het hof zal, in tegenstelling tot de raad, slechts één klachtonderdeel gegrond verklaren en de klacht voor het overige ongegrond verklaren. Het hof legt verweerder de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:90 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-090/DH/DH
- Datum publicatie: 28-05-2021
- Datum uitspraak: 21-04-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:90
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk in verband met ne bis in idem en gedeeltelijke kennelijk ongegrond wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 143/2020
- Datum publicatie: 28-05-2021
- Datum uitspraak: 28-05-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:58
Klaagster is weduwe van patiënt. Patiënt is na een herseninfarct opgenomen in het ziekenhuis en aansluitend opgenomen in een revalidatiecentrum. Klaagster verwijt de ANIOS neurologie dat zij heeft besloten tot een klinische revalidatie in een revalidatiecentrum zonder patiënt te informeren over de optie van een poliklinische revalidatie, zonder de besluitvorming gedegen vast te leggen en zonder klaagster te betrekken bij de besluitvorming. Klaagster deels niet-ontvankelijk. Patiënt was akkoord met opname in het revalidatiecentrum en in het dossier is geen aanknopingspunt te vinden voor het oordeel dat patiënt op enig moment ontevreden is geweest over het handelen van beklaagde ten aanzien van de opname. Klaagster kan niet worden geacht in zoverre de wil van de patiënt te vertegenwoordigen. Voor zover klaagster klaagt niet bij de besluitvorming betrokken te zijn geweest is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:97 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-128/DH/RO
- Datum publicatie: 28-05-2021
- Datum uitspraak: 26-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:97
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Van valsheid in geschrifte, bedrog of dwaling is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.188
- Datum publicatie: 28-05-2021
- Datum uitspraak: 28-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:120
Klacht tegen een huisarts. In 2019 werd klaagster tijdens een vakantie in het buitenland ziek en werd zij opgenomen in een ziekenhuis. Zij brak haar vakantie af en belde vanuit het buitenland naar de praktijk van de huisarts om een spoedafspraak te maken. Klaagster werd na haar terugkeer twee keer door de huisarts gezien. Klaagster verwijt de huisarts dat hij onvoldoende zorg heeft verleend, dat de huisarts haar niet heeft onderzoek en onjuist heeft behandeld en dat de huisarts onoplettend is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en schorst de bevoegdheid van de huisarts voor de duur van drie maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de huisarts, gelet op de leeftijd van klaagster en de door haar geuite (hoofdpijn)klachten, ten onrechte geen blijk heeft gegeven dat hij de toepasselijke richtlijn in zijn overwegingen heeft betrokken, dat hij onvoldoende (lichamelijk) onderzoek heeft verricht en bovendien onvoldoende aantekeningen heeft gemaakt in het medisch dossier waardoor de continuïteit van de zorg niet kon worden gewaarborgd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gegrond, voor zover het de zwaarte van de opgelegde maatregel betreft, en legt aan de huisarts een voorwaardelijke schorsing van drie maanden op met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:89 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210001
- Datum publicatie: 28-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:89
Klacht over eigen advocaat. De klacht over de door verweerder gehanteerde strategie van ‘achterover leunen (enkel beroepen op bewijslast wederpartij)’ verklaart het hof in beroep alsnog gegrond. Van verweerder mag als advocaat in civielrechtelijke zaken de parate vakkennis aanwezig worden verondersteld dat aan bewijsvoering voor de eisende partij niet wordt toegekomen als de wederpartij (ic klagers met verweerder) de gestelde feiten niet of nauwelijks gemotiveerd betwist. Verweerder had moeten weten dat bij onvoldoende betwisting de rechtbank de vordering van de curator zou toewijzen en dit moeten voorkomen. Verder had verweerder een vermogensopstelling moeten (laten) opmaken zodat hij de gestelde vorderingen van de curator gemotiveerd kon betwisten dan wel schikkingsonderhandelingen kon opstarten. Verweerder heeft de kernwaarde deskundigheid geschonden. Verder heeft verweerder door hem genomen aktes niet aan klagers voorgelegd in concept en heeft hij ondanks zijn toezegging daartoe geen werk gemaakt van het feit dat klagers dubbel griffierecht hebben moeten betalen. Het beroep tegen de ongegrondverklaring van andere klachtonderdelen (niet in behandeling nemen klacht en onnodig grievende uitlatingen tegen gemachtigde klagers) faalt en daarvan bekrachtigt het hof het oordeel van de raad. Het hof legt aan verweerder de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van 6 weken op, omdat verweerder de kernwaarde deskundigheid op verschillende manieren en meerdere keren heeft geschonden (en hij in het verleden al een waarschuwing heeft gekregen voor de kwaliteit van zijn dienstverlening).
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:91 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-035/DH/RO
- Datum publicatie: 28-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:91
Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening gegrond. De dienstverlening van verweerder was onder de maat. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:98 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-168/DH/DH
- Datum publicatie: 28-05-2021
- Datum uitspraak: 26-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:98
Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 253
- Pagina: 254
- Pagina: 255
- ...
- Pagina: 950
- Volgende pagina zoekresultaten