Zoekresultaten 12601-12650 van de 48190 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:85 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/696396 DW/RK 20/335
- Datum publicatie: 21-10-2021
- Datum uitspraak: 21-10-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:85
Beslissing op verzet. Klager heeft geen gronden van het verzet ingediend. De oorspronkelijke beslissing, dat het leggen van bankbeslag na een dwangbevel niet tuchtrechterlijk laakbaar is, blijft in stand.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:36 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/99
- Datum publicatie: 20-10-2021
- Datum uitspraak: 01-07-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:36
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot het verwijderen van een abces bij een cavia en met betrekking tot de verleende nazorg veterinair onjuist c.q. nalatig te hebben gehandeld. Gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2022-E2021/016
- Datum publicatie: 20-10-2021
- Datum uitspraak: 20-10-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:66
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Verweerster wordt verweten dat zij met betrekking tot de inmiddels overleden tante van klaagster (patiënte):1. zich schuldig heeft gemaakt aan upcoding door het ZZP van 4 naar 7 te verhogen;2. willens en wetens een verkeerde diagnose in stand heeft gehouden;3. ernstig nalatig en onzorgvuldig heeft gehandeld en niet de noodzakelijke medische zorg heeft verleend;4. zonder toestemming van de vertegenwoordiger (klaagster) medicatie heeft toegediend en patiënte heeft verhuisd;5. patiënte heeft verhuisd naar een (voor klaagster) vrijwel onbereikbare locatie;6. niet transparant is en het medisch dossier van patiënte niet op orde heeft.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 ongegrond en verklaart klaagster niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 2 tot en met 6.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2463
- Datum publicatie: 20-10-2021
- Datum uitspraak: 20-10-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:67
Klaagster, als wettelijk vertegenwoordiger van patiënte, verwijt verweerster, arts verstandelijk gehandicapten, onder meer dat zij klaagster onvoldoende geïnformeerd heeft door geen contact met haar op te nemen over de bloeduitslagen van patiënte, zonder toestemming van en overleg met klaagster een belastend onderzoek heeft laten verrichten bij patiënte, zelfs nadat klaagster dat onderzoek had geannuleerd en verweerster daarover had geïnformeerd en zich baseert op afspraken en regelgeving binnen de instelling waarvan het bestaan dubieus is en die niet bij klaagster bekend zijn.Het college heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:216 Raad van Discipline Amsterdam 21-793/A/DH/W
- Datum publicatie: 19-10-2021
- Datum uitspraak: 11-10-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:216
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:34 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/114
- Datum publicatie: 19-10-2021
- Datum uitspraak: 01-07-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:34
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:213 Raad van Discipline Amsterdam 21-720/A/NH
- Datum publicatie: 19-10-2021
- Datum uitspraak: 11-10-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:213
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:214 Raad van Discipline Amsterdam 21-738/A/NH
- Datum publicatie: 19-10-2021
- Datum uitspraak: 11-10-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:214
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:215 Raad van Discipline Amsterdam 21-691/DH/RO
- Datum publicatie: 19-10-2021
- Datum uitspraak: 11-10-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:215
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:66 Accountantskamer Zwolle 21/736 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:66
De Accountantskamer heeft de accountant eerder in verband met het niet voldoen aan de PE-verplichtingen de maatregel van (onder andere) geldboete opgelegd. De accountant heeft deze geldboete niet betaald. Op grond van artikel 5 lid 4 Wtra is de accountant de nadere maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Het is de accountant zwaar aangerekend dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:67 Accountantskamer Zwolle 21/737 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:67
De Accountantskamer heeft de accountant eerder in verband met het niet voldoen aan de PE-verplichtingen de maatregel van (onder andere) geldboete opgelegd. De accountant heeft deze geldboete niet betaald. Op grond van artikel 5 lid 4 Wtra is de accountant de nadere maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Het is de accountant zwaar aangerekend dat zij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:68 Accountantskamer Zwolle 21/740 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:68
De Accountantskamer heeft de accountant eerder in verband met het niet voldoen aan de PE-verplichtingen de maatregel van (onder andere) geldboete opgelegd. De accountant heeft deze geldboete niet betaald. Op grond van artikel 5 lid 4 Wtra is de accountant de nadere maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Het is de accountant zwaar aangerekend dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:69 Accountantskamer Zwolle 21/741 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:69
De Accountantskamer heeft de accountant eerder in verband met het niet voldoen aan de PE-verplichtingen de maatregel van (onder andere) geldboete opgelegd. De accountant heeft deze geldboete niet betaald. Op grond van artikel 5 lid 4 Wtra is de accountant de nadere maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Het is de accountant zwaar aangerekend dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:70 Accountantskamer Zwolle 21/742 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:70
De Accountantskamer heeft de accountant eerder in verband met het niet voldoen aan de PE-verplichtingen de maatregel van (onder andere) geldboete opgelegd. De accountant heeft deze geldboete niet betaald. Op grond van artikel 5 lid 4 Wtra is de accountant de nadere maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Het is de accountant zwaar aangerekend dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-669/DB/ZZWB
- Datum publicatie: 18-10-2021
- Datum uitspraak: 04-10-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:166
Klacht tegen advocaat van de wederpartij. De klacht is deels van kennelijk onvoldoende gewicht: Verweerder heeft erkend dat hij de reeds eerder bij memorie van grieven geponeerde stelling over het aantal panden niet in de daarna ingediende conclusie had mogen herhalen, omdat klaagster intussen een uittreksel uit het register van het Kadaster had overgelegd waaruit de onjuistheid van die stelling bleek. De voorzitter overweegt dat niet iedere fout tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen oplevert. In dit geval heeft verweerder, zo blijkt uit de overgelegde stukken, namens zijn cliënte het standpunt willen onderbouwen dat klaagster een professionele vastgoedbelegger is die vele objecten in eigendom heeft. Nu tevens uit de stukken blijkt dat klaagster in rechte heeft erkend dat zij bedrijfsmatig vastgoed exploiteert, in welk verband zij meerdere panden in eigendom heeft, is het debat over het exacte aantal panden naar het oordeel van de voorzitter van een dermate ondergeschikt belang dat het feit dat verweerder een onjuist aantal panden heeft genoemd van kennelijk onvoldoende gewicht is om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Het stond verweerder vrij om namens zijn cliënte standpunten in te nemen, ook al was klaagster het niet met die standpunten eens. Dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden, waarvan hij de onwaarheid kende of kon kennen, is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:71 Accountantskamer Zwolle 21/743 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:71
De Accountantskamer heeft de accountant eerder in verband met het niet voldoen aan de PE-verplichtingen de maatregel van (onder andere) geldboete opgelegd. De accountant heeft deze geldboete niet betaald. Op grond van artikel 5 lid 4 Wtra is de accountant de nadere maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Het is de accountant zwaar aangerekend dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:65 Accountantskamer Zwolle 21/735 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:65
De Accountantskamer heeft de accountant eerder in verband met het niet voldoen aan de PE-verplichtingen de maatregel van (onder andere) geldboete opgelegd. De accountant heeft deze geldboete niet betaald. Op grond van artikel 5 lid 4 Wtra is de accountant de nadere maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Het is de accountant zwaar aangerekend dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:72 Accountantskamer Zwolle 21/744 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:72
De Accountantskamer heeft de accountant eerder in verband met het niet voldoen aan de PE-verplichtingen de maatregel van (onder andere) geldboete opgelegd. De accountant heeft deze geldboete niet betaald. Op grond van artikel 5 lid 4 Wtra is de accountant de nadere maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Het is de accountant zwaar aangerekend dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.219 en C2020.220
- Datum publicatie: 15-10-2021
- Datum uitspraak: 08-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:165
Klacht tegen psychiater/psychotherapeut. Klager is jarenlang psychoanalytisch behandeld. Na het plotselinge overlijden van de behandelaar is klager in behandeling gekomen bij de aangeklaagde psychiater/psychotherapeut. Deze behandeling heeft vijf jaar geduurd. Klager verwijt de psychiater/psychotherapeut in de kern dat hij de problematiek waarmee hij - klager - kampte vanaf het begin verkeerd heeft beoordeeld en verkeerd heeft aangepakt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de psychiater/psychotherapeut de behandeling ten onrechte niet periodiek heeft geëvalueerd en zo nodig heeft bijgestuurd en acht de klacht daarom gegrond. Dit college vernietigt de bestreden beslissing, verklaart de klacht alsnog gegrond en legt aan de psychiater/psychotherapeut de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:61 Accountantskamer Zwolle 21/493 Wtra AK
- Datum publicatie: 15-10-2021
- Datum uitspraak: 15-10-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:61
Gedeeltelijk gegronde klacht, waarschuwing. Een accountant had de opdracht om de jaarrekening van een maatschap samen te stellen. Hij heeft zonder overleg met de maten de (concept)jaarrekening 2019 van de maatschap aangepast en deze als definitief gepresenteerd. Dit is in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Ook heeft de accountant het bepaalde in artikel 21 VGBA niet nageleefd, omdat hij ten onrechte niet heeft onderkend dat zijn objectiviteit werd bedreigd door (onder andere) het geschil dat tussen de maten was ontstaan. Daardoor heeft hij gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van objectiviteit. De klacht is voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.255
- Datum publicatie: 15-10-2021
- Datum uitspraak: 15-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:166
Klacht tegen arts. Verweerder heeft voor een zorgverzekeraar beoordeeld of klaagster in aanmerking kwam voor vergoeding van interdisciplinaire medisch specialistische revalidatiezorg en negatief geadviseerd. Klaagster verwijt verweerder dat het advies onzorgvuldig en onvoldoende onderbouwd is en dat verweerder met het advies de grenzen van zijn deskundigheid heeft overschreden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard en het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze beslissing onder aanvulling van gronden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.103
- Datum publicatie: 15-10-2021
- Datum uitspraak: 08-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:160
Klacht tegen een arts, destijds werkzaam bij het UWV. De arts heeft klager in mei 2016 beoordeeld in het kader van een aanvraag voor een WIA-uitkering en hiervan een rapportage opgesteld. Klager verwijt de arts dat hij a. ten aanzien van de rapportage niet zorgvuldig heeft gehandeld, b. ongemotiveerd en onzorgvuldig stukken van behandelend specialisten en medisch informatie heeft genegeerd en c. ten tijde van het handelen geen verzekeringsarts was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep, omdat het beroepschrift niet de gronden bevat waarop het beroep berust.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.128
- Datum publicatie: 15-10-2021
- Datum uitspraak: 08-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:161
Klacht tegen psychiater/psychotherapeut in haar hoedanigheid van voorzitter van de klachtencommissie van een beroepsvereniging. Er was geen sprake van een behandelrelatie. De klacht bij het Regionaal Tuchtcollege gaat over de wijze waarop de klachtenprocedure bij de klachtencommissie is gevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht niet-ontvankelijk, omdat de klacht niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht. De eerste en tweede tuchtnorm zijn niet van toepassing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:186 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210234
- Datum publicatie: 15-10-2021
- Datum uitspraak: 11-10-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:186
Artikel 13 beklag. Het hof is dan van oordeel dat de deken het artikel 13 verzoek van klager in zijn e-mail van 13 juli 2021 aldus te beperkt heeft opgevat door de door klager genoemde ‘aansprakelijkheidszaak” te interpreteren als een aansprakelijkstelling waarvoor geen advocaat nodig is. Daarbij overweegt het hof dat het door de deken als verweer aangevoerde argument dat klager zelf juridisch geschoold zou zijn, de beslissing van de deken niet kan dragen. Het beklag wordt gegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.129
- Datum publicatie: 15-10-2021
- Datum uitspraak: 08-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:162
Klacht tegen gz-psycholoog/psychotherapeut in haar hoedanigheid van voorzitter van een beroepsvereniging. Er was geen sprake van een behandelrelatie. De klacht bij het Regionaal Tuchtcollege gaat – onder meer - over de wijze waarop een klachtenprocedure bij de klachtencommissie van de beroepsvereniging is gevoerd en de behandeling van klager door leden van de beroepsvereniging. Volgens klager is de psychotherapeut als voorzitter van de beroepsvereniging verantwoordelijk voor het falen van deze behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht niet‑ontvankelijk, omdat de klacht niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht. De eerste en tweede tuchtnorm zijn niet van toepassing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.169
- Datum publicatie: 15-10-2021
- Datum uitspraak: 08-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:163
Beklaagde heeft op verzoek van de gemeente in het kader van de WMO een sociaal-medisch advies uitgebracht met over het toekennen van hulp bij de huishouding. De klacht bestaat uit drie onderdelen. Het eerste onderdeel luidt dat: het medisch advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat beklaagde geen acht heeft geslagen op de oordelen van de specialisten en geen (aanvullende) medische informatie heeft opgevraagd waardoor hij een onjuist advies heeft gegeven. Het tweede onderdeel luidt dat het niet inzichtelijk is geworden hoe beklaagde tot het advies is gekomen. Het derde onderdeel luidt dat beklaagde klagers het correctie- en blokkeringsrecht en de mogelijkheid van een second opinion heeft ontnomen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van de vader niet-ontvankelijk verklaard en de klacht van de zoon kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.170
- Datum publicatie: 15-10-2021
- Datum uitspraak: 08-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:164
Beklaagde heeft op verzoek van de gemeente in het kader van de WMO een sociaal-medisch advies uitgebracht met over het toekennen van hulp bij de huishouding. De klacht bestaat uit drie onderdelen. Het eerste onderdeel luidt dat: het medisch advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat beklaagde geen acht heeft geslagen op de oordelen van de specialisten en geen (aanvullende) medische informatie heeft opgevraagd waardoor hij een onjuist advies heeft gegeven. Het tweede onderdeel luidt dat het niet inzichtelijk is geworden hoe beklaagde tot het advies is gekomen. Het derde onderdeel luidt dat beklaagde klagers het correctie- en blokkeringsrecht en de mogelijkheid van een second opinion heeft ontnomen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft zowel de klacht van de vader als de klacht van de zoon kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-701/DB/LI
- Datum publicatie: 12-10-2021
- Datum uitspraak: 04-10-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:165
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0001
- Datum publicatie: 12-10-2021
- Datum uitspraak: 12-10-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:89
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/27
- Datum publicatie: 01-10-2021
- Datum uitspraak: 01-10-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:28
Klacht tegen cosmetisch arts. Klaagster onderging in 2017 een liposuctiebehandeling, uitgevoerd door beklaagde. Klaagster is ontevreden over de behandeling en het resultaat. Zij verwijt beklaagde – samengevat – dat hij zich niet heeft gehouden aan diverse afspraken die voorafgaand aan de ingreep zijn gemaakt. Zo was een collega van beklaagde actief betrokken bij de ingreep volgens klaagster, terwijl ze had afgesproken dat alleen beklaagde de ingreep en het hechten mocht uitvoeren. Voorts verwijt klaagster beklaagde dat hij onvoldoende informatie over de behandeling heeft verstrekt, onvoldoende pijnstilling heeft gegeven, geen goede nazorg heeft verleend en klaagster geen inzage heeft verleend in het volledige medisch dossier. Het college is van oordeel dat de juistheid van de verwijten niet vast is komen te staan. De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:162 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-224/DB/LI
- Datum publicatie: 29-09-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:162
Raadsbeslissing. Klacht over kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft afspraken met klager niet schriftelijk bevestigd. Hierdoor kan achteraf niet meer worden vastgesteld welke afspraken er tussen verweerder en klager zijn gemaakt en of verweerder klager heeft geïnformeerd over de afgesproken werkzaamheden. Deze onduidelijkheid komt voor risico van verweerder. Door dit niet te doen en klager ook daarna niet schriftelijk op de hoogte te houden over de stand van zaken heeft verweerder niet alleen in strijd gehandeld met gedragsregel 16, maar ook met hetgeen in de gegeven omstandigheden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. Geen sprake van een onredelijk honorarium. Klacht gegrond. Berisping en proceskostenveroordeling
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:163 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-893/DB/OB
- Datum publicatie: 29-09-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:163
Verzetbeslissing. Verzetgronden slagen niet. Voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:164 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-015/DB/ZWB
- Datum publicatie: 29-09-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:164
Verzetbeslissing. Verzetgronden slagen niet. Voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-360/AL/OV/D
- Datum publicatie: 28-09-2021
- Datum uitspraak: 20-09-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:192
Dekenbezwaar. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft niet, dan wel te laat voldaan aan een aantal verzoeken van de deken. Verweerder heeft daarmee de deken belemmerd in zijn toezichthoudende taak. De raad legt aan verweerder een waarschuwing en een voorwaardelijke geld boete op en stelt als bijzondere voorwaarde dat verweerder stukken aan de deken ter beschikking zal stellen en zal voldoen aan het verzoek van de deken met betrekking tot zijn kantoorwebsite.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-536/AL/GLD/D
- Datum publicatie: 28-09-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:193
Dekenbezwaar. De raad is van oordeel dat door een aantal privégedragingen van verweerder het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad en deze gedragingen voor een advocaat in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd moet worden geacht. Met betrekking tot de oplegging van een maatregel heeft de raad rekening gehouden met de ernst van de feiten en met een aantal persoonlijke omstandigheden. De raad legt een voorwaardelijk schorsing op voor de duur van twaalf weken en stelt als bijzondere voorwaarde dat verweerder zich niet schuldig maakt aan soortgelijke privégedragingen als in de onderhavige klachtzaak.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:212 Raad van Discipline Amsterdam 21-531/AL/NN/D
- Datum publicatie: 28-09-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:212
Toewijzing van een vordering ex artikel 48e van de Advocatenwet. De raad gelast de tenuitvoerlegging van de door het Hof van Discipline bij beslissing van 21 mei 2021 aan verweerder voorwaardelijk opgelegde schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van zes weken;
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:194 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-532/AL/NN/D
- Datum publicatie: 28-09-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:194
Dekenbezwaar. In een eerder dekenbezwaar heeft het hof van discipline bij beslissing van 21 mei 2021 verweerder een voorwaardelijke schorsing van zes weken opgelegd en heeft als bijzondere voorwaarde gesteld dat verweerder gehouden is om in het lopende onderzoek van de deken volledige medewerking te verlenen en binnen twee weken na deze beslissing de deken inzage te geven in de door de deken verzochte dossiers. Het onderhavige nieuwe dekenbezwaar ziet er op dat verweerder ook na de beslissing van het hof en na een nieuw verzoek van de deken de dossiers weigert te verstrekken. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt een (onvoorwaardelijke) schorsing voor de duur van twaalf weken op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-328/AL/OV/D
- Datum publicatie: 28-09-2021
- Datum uitspraak: 20-09-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:195
Dekenbezwaar. Advocaat in privéhoedanigheid. De raad verklaart het dekenbezwaar gedeeltelijk gegrond. De raad overweegt dat verweerder zich grievend en beledigend heeft uitgelaten over de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht. Dat heeft hij gedaan in een (privé-)rechtszaak en in de media. De raad acht dat gedrag zeer laakbaar. Op de zitting van de raad heeft verweerder aangegeven dat de door hem gedane uitlatingen feitelijk juist zijn. Verweerder lijkt daarmee het verwijtbare van zijn handelen niet in te zien. Die houding van verweerder vindt de raad zorgelijk. In het voordeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat hij niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. De raad legt een voorwaardelijke schorsing op voor de duur van twee weken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0048
- Datum publicatie: 28-09-2021
- Datum uitspraak: 28-09-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:88
Klacht tegen cardioloog over behandeling op de eerste hulp. Klager meldde zich hier met klachten van recidief atriumfibrileren. Op de eerste hulp is door middel van medicatie een succesvolle conversie naar sinusritme tot stand gekomen, waarna klager naar huis is gestuurd. Klacht ziet op de behandeling zelf en op de bejegening. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:52 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/367804 KL RK 20-35
- Datum publicatie: 27-09-2021
- Datum uitspraak: 23-12-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:52
Klaagster verwijt de oud-notaris garantiegelden, bestemd voor de stichting [F.] ten onrechte naar de bankrekening van [L.] te hebben overgemaakt. Klaagster heeft rekeningafschriften overgelegd waaruit blijkt dat de oud-notaris garantiegelden heeft overgemaakt aan [L.], in plaats van aan de stichting [F.] zelf. Het verwijt dat klaagster de oud-notaris maakt is daarom naar het oordeel van de kamer terecht. Klaagster kan in haar klacht worden ontvangen omdat zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij eerst in mei 2020 over de rekeningafschriften waarop de klacht gebaseerd is kon beschikken. Deze informatie moet daarom naar het oordeel van de kamer worden aangemerkt als een “redelijkerwijs nadien bekend geworden gevolg” in de zin van artikel 99 lid 21 Wna, zodat dit onderdeel van haar klacht - die binnen een jaar na het bij klaagster bekend worden van de rekeningafschriften bij klaagster is ingediend - ontvankelijk is. De notaris heeft door zijn handelen het beroep van de kopers op de garantieregeling feitelijk onmogelijk gemaakt en daarmee het vertrouwen in het notariaat ernstig geschaad. De oud-notaris is inmiddels echter bij wijze van tuchtmaatregel reeds uit zijn ambt ontzet. De hier op te leggen tuchtmaatregel blijft daarom beperkt tot een boete. De kamer acht een boete van € 10.000,00 gepast.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2307-A2021/053
- Datum publicatie: 27-09-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:96
Klager dient een klacht in tegen een neuroloog met het verwijt dat zij zich niet empathisch heeft opgesteld en tijdens twee consulten kortaf is geweest en dat zij een onduidelijk verwijsbrief met open datum heeft geschreven. Volgens klager kreeg hij weinig tijd van de neuroloog om zijn klachten voor te lezen en vragen te stellen. Door het haastige verloop van de consulten voelde hij zich niet begrepen en letterlijk genegeerd. Dat heeft geleid tot grote onzekerheid, onrust en stress, met name over zijn angst voor generaliseerde dystonie. Vanwege zijn grote zorgen over dystonie vindt hij dat de verwijzing met spoed had moeten worden aangevraagd en had moeten worden aangegeven naar welk specialisme hij werd doorverzen. Volgens de neuroloog bestonden de klachten van klager al jaren en was er geen dystonie gevonden en meende zij dat met de second opinion kon worden gewacht tot na de coronacrisis. Wat betreft het eerste klachtonderdeel erkent zij dat zij klager heeft onderbroken tijdens het voorlezen van zijn klachten, maar zij wilde gerichte vragen stellen om na het stellen van de diagnose en met kennis van zaken zijn vragen te beantwoorden. Naar het oordeel van het college is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/383544 / KL RK 21-21
- Datum publicatie: 27-09-2021
- Datum uitspraak: 12-07-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:48
Rol notaris bij zogenaamde warme grondhandel. Werkwijze notaris moet getoetst aan uitgangspunten zoals deze ten tijde van de transactie, dus eind 2019, geldig waren. In dit geval heeft de notaris niet in strijd met deze uitgangspunten heeft gehandeld. De kamer weegt daarbij mee dat klager voorafgaand aan de levering van de notaris een concept-akte met duidelijke waarschuwende tekst heeft ontvangen en deze conceptakte en waarschuwende tekst is door de kandidaat-notaris met klager op kantoor besproken, voordat klager de volmacht heeft ondertekend waarmee de akte van levering nadien is gepasseerd. Het was de eerste keer dat het kantoor van de notaris een transactie voor klager begeleidde en het was de eerste keer dat klager een speculatieve transactie afsloot, zo blijkt uit de aantekeningen die de kandidaat-notaris van het gesprek met klager gemaakt heeft. De prijsstijging die met de levering aan klager werd gerealiseerd was op zich zelf beschouwd op groede gronden verklaarbaar en tegelijk voor de notaris een gegeven, aangezien hij niet bij de voorafgaande transactie betrokken was. De kamer ziet daarom al met al geen aanknopingspunten de notaris een tuchtrechtelijk verwijt te maken van de wijze waarop de notaris in deze zaak, tegen de achtergrond van de destijds geldende uitgangspunten, invulling heeft gegeven aan zijn onderzoeks- en Belehrungsplicht en destijds geen doorslaggevende redenen heeft gezien zijn dienstverlening in deze zaak te weigeren. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/382700 / KL RK 21-10
- Datum publicatie: 27-09-2021
- Datum uitspraak: 14-07-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:49
N otaris wordt berispt omdat hij zijn werkzaamheden in deze zaak heeft beperkt tot het uitvoeren van de opdracht van een schuldeiser van klaagster, te weten het opstellen en laten ondertekenen van een akte schuldbekentenis. De notaris heeft verzuimd in contact te treden met (de gemachtigde van) klaagster en bij die partij de van belang zijnde informatie in te winnen en te geven. Bij gebrek aan een gesprek met (de gemachtigde van) klaagster heeft de notaris niet vernomen dat (de gemachtigde van) klaagster de vorderingen van schuldeiser betwistte. Bijgevolg heeft de notaris (de gemachtigde van) klaagster er dus ook niet op gewezen dat hij met de ondertekening van de volmacht het verweer tegen de vordering prijsgaf. Ook is klaagster door de notaris niet geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van executie van de akte van schuldbekentenis en ook niet op de mogelijkheid om juridisch advies in te winnen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:161 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-649/DB/ZWB
- Datum publicatie: 27-09-2021
- Datum uitspraak: 19-08-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:161
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 19 augustus 2021 in de zaak 21-649 /DB/ZWB naar aanleiding van de klacht van: klager over: verweerder Klager heeft op 9 maart 2021 een klacht ingediend over verweerder bij de voorzitter van het Hof van Discipline De voorzitter van het Hof van Discipline heeft bij beslissing van 29 maart 2021 de klacht voor onderzoek verwezen naar de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: de deken). De [plaatsvervangend] voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van 2 augustus 2021 met kenmerk K21-0135, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 12. 1 FEITEN Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 1.1 Klager heeft op 9 november 2020 met gebruikmaking van drie webformulieren (met nummers 1277615,1277477 en 1277368) klachten ingediend over mr. X bij verweerder in zijn hoedanigheid van deken van de orde van advocaten in het arrondissement. De stafjurist heeft bij brief van 20 november 2020 namens de deken aan klager de ontvangst van de drie webformulieren bevestigd en bericht dat de drie klachten zijn gevoegd tot een klacht, welke klacht werd geregistreerd onder nummer K243 2020. Op verzoek van mr X op 7 december 2020 is haar tot 31 december 2020 uitstel voor haar reactie verleend. Mr X heeft per email van 28 december 2020 aan de stafjurist bericht dat zij klachtformulieren met de nummers 127747 en 1277368 niet had ontvangen. Mr X heeft op 31 december 2020 haar reactie op klacht met nummer 1277615 aan de stafjurist toegezonden en verzocht op haar email van 28 december 20202 te reageren. De stafjurist heeft op 5 januari 2021 de ontbrekende stukken aan mr X toegezonden en haar een nader uitstel van twee weken verleend om hierop te reageren. 1.2 Klager heeft per email van 12 januari 2021 verzocht om de drie (samengevoegde) klachten door te sturen naar de Raad van Discipline. De stafjurist heeft klager per email van 12 januari 2021 geantwoord dat voordat een klacht wordt doorgezonden een klacht door de deken dient te worden onderzocht. Zij verzocht hem binnen de gestelde termijn te repliceren. De stafjurist heeft na ontvangst van de repliek en dupliek partijen per email van 23 februari 2021 bericht dat het onderzoek naar de klacht was gesloten en zij binnen 6 weken een dekenstandpunt konden verwachten. 1.3 Klager heeft op 3 maart 2021 aan de stafjurist bericht dat hij geen reactie van mr X had ontvangen op zijn klachten zoals verwoord op de webformulieren met nummers 1277368 en 1277477. De stafjurist heeft bij brief van 4 maart 2021 de ontvangst van deze klachten bevestigd en aan mr X verzocht uiterlijk op 25 maart 2021 op deze klachten te reageren. 1.4 Op 9 maart 2021 heeft klager bij de voorzitter van het Hof van Discipline een klacht ingediend over verweerder. 2 KLACHT 2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerder het volgende: Verweerder heeft in zijn hoedanigheid van deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld bij de behandeling van de klachten van klagers met nummers 1277615, 1277477 en 1277368. Verweerder heeft bij zijn onderzoek naar de klachten van klager geen rekening gehouden met de artikelen 1.4, 2.1, 3.3, 3.4 en 3.5 van de Leidraad dekenale behandeling; regel 29 van de gedragsregels Advocatuur en de artikelen 10a lid 1 sub d, 45a en 45 c lid 2 en 46 Advocatenwet, waardoor het vertrouwen van klager in de Advocatuur is geschaad. Verweerder heeft ter toelichting op zijn klacht het volgende naar voren gebracht: 2.2 Verweerder heeft in strijd met artikel 1.4 van de Leidraad gehandeld doordat de drie klachtformulieren zijn samengevoegd tot één dossier met nummer 1277615. 2.3 Verweerder heeft gehandeld in strijd met de artikelen 2.1 en 3.4 van de Leidraad door de ontvangst van de klachten met nummers 1277368 en 1277477 pas op 4 maart 2021 aan klager te bevestigen en aan mr X toe te sturen, waardoor de behandeling onnodig is vertraagd en mr X drie maanden extra de tijd heeft gehad om te reageren. Bovendien is aan haar tweemaal uitstel verleend. 2.4 Verweerder heeft in strijd met artikel 3.5 van de Leidraad en gedragsregel 29 gehandeld door geen consequenties te verbinden op het niet reageren van mr X op de email van de stafjurist van 5 januari 2021. 2.5 Klager is niet juist geïnformeerd over de klachtenprocedure, waardoor in strijd is gehandeld met artikel 10a sub d jo artikel 46 Advocatenwet. De stafjurist heeft op 4 maart 2021 ten onrechte gesteld dat mr. X nog niet in de gelegenheid was geweest om te reageren op de drie klachten, terwijl zij hiertoe reeds op 5 januari 2021 in de gelegenheid was gesteld. 2.6 Verweerder heeft ondanks herhaald verzoek van klager de zaak niet aan de Raad van Discipline voorgelegd. 2.7 Verweerster heeft onvoldoende toezicht uitgeoefend op de stafjurist. 3 VERWEER 3.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan. 4 BEOORDELING 4.1 De klacht heeft betrekking op het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland. De voorzitter neemt als uitgangspunt dat het in de artikelen 46 en volgende van de Advocatenwet geregelde tuchtrecht betrekking heeft op het handelen en nalaten van advocaten als zodanig en beoogt een behoorlijke beroepsuitoefening te waarborgen. Maar ook wanneer een advocaat optreedt in een andere hoedanigheid dan die van advocaat, bijvoorbeeld als deken, blijft voor hem het advocatentuchtrecht gelden. Indien hij zich bij de vervulling van die andere functie zodanig gedraagt dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad, zal in het algemeen sprake zijn van handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt waarvan hem een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt (HvD 30 januari 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:16, HvD 7 april 2014, ECLI:NL:TAHVD:2014:124). Concreet betekent dit dat in dit geding de vraag voorligt of verweerder zich bij de vervulling van zijn functie van deken van de orde van advocaten op de punten die in dit geding aan de orde zijn zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Verweerder heeft de klacht behandeld volgens de “Leidraad dekenale klachtbehandeling”. De leidraad is een richtlijn over de wijze waarop een klacht dient te worden behandeld. Bij de uitvoering daarvan komt de deken beleidsvrijheid toe. De vraag die ter beoordeling van de voorzitter voorligt is of verweerder zich binnen die beleidsvrijheid tijdens de behandeling van de klacht van klager tegen mr. X zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de Advocatuur is geschaad. 4.2 Verweerder heeft als meest verstrekkend verweer niet-ontvankelijkheid bepleit, omdat door klager op 15 maart 2021 eveneens Awb-klacht tegen verweerder heeft ingediend. De raad volgt verweerder hierin niet. Een Awb-klacht staat een tuchtrechtelijke procedure niet in de weg. De klacht is daarom ontvankelijk. 4.3 In de Leidraad is ter informatie van klagers en beklaagde advocaten vastgelegd hoe in het algemeen een klacht door een deken wordt behandeld. De deken heeft echter de vrijheid om te bepalen op welke wijze hij het onderzoek naar een klacht inricht en kan daarbij afwijken van de Leidraad. De deken wordt in het algemeen bij zijn taak ondersteund door een stafjurist, maar de deken draagt de (tuchtrechtelijke) verantwoordelijkheid voor het verloop van de klachtbehandeling. 4.4 Vast staat dat de stafjurist op 20 november 2020 de drie klachtformulieren onder één dossiernummer heeft geregistreerd, de ontvangst van de drie klachtformulieren heeft bevestigd en aan mr X heeft verzocht op de klachten te reageren. Uit de email van mr X van 28 december 2020 aan de stafjurist volgt dat de bij de zaken met nummers 1277477 en 1277368 behorende klachtformulieren niet aan haar waren toegezonden. Deze zijn door de stafjurist op 5 januari 2021 alsnog aan mr X toegezonden. Verweerder heeft in zijn verweer naar voren gebracht dat de stafjurist, gelet op de vrijwel gelijkluidende tekst van de drie klachtformulieren, ervan was uitgegaan dat het om dezelfde klachten ging. Hoewel dit achteraf anders bleek te zijn, betekent dit niet dat hieruit kan worden afgeleid dat de klachtbehandeling bewust vertraagd is. De klachtformulieren zijn op eerste verzoek alsnog aan mr X toegezonden en ook toen klager de stafjurist berichtte dat mr X nog niet had gereageerd op de klachtformulieren met de nummers 1277477 en 1277368 heeft de stafjurist direct daarna namens de deken mr X in de gelegenheid gesteld om daarop binnen drie weken te reageren. De enkele omstandigheid dat vanwege een vergissing van de stafjurist niet direct alle klachtformulieren aan mr X zijn toegezonden, waardoor de klachtbehandeling enkele maanden langer heeft geduurd, betekent niet dat verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken valt. Niet valt in te zien dat klager door de behandeling van zijn klachten nodeloos in zijn belangen is geschaad. De behandeling van de klacht heeft, hoewel enigszins vertraagd door de administratieve vergissing, binnen een redelijke termijn plaatsgevonden. Niet is gebleken dat verweerder bewust bezig is geweest om mr X een extra reactietijd te gunnen. Ook overigens valt niet in te zien welk tuchtrechtelijk verwijt verweerder valt te maken. Dat verweerder niet onmiddellijk nadat klager hem dat verzoek heeft gedaan de klacht aan de Raad van Discipline heeft voorgelegd, is overeenkomstig de onderliggende regelgeving nu het aan verweerder is om de klacht te onderzoeken en daartoe is verweerder ook eerst overgegaan. Ook op dit punt kan verweerder tuchtrechtelijk niets worden verweten. 4.5 Op grond van het voorgaande is de voorzitter van oordeel dat geen sprake is van zodanige gedragingen van verweerder in zijn hoedanigheid van deken tijdens de behandeling van de klachten van klager over mr. X dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De voorzitter zal de klacht daarom, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond verklaren BESLISSING De voorzitter verklaart: de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, [plaatsvervangend] voorzitter, bijgestaan door mr. I.J.M. Huysmans-van Opstal als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2021. Griffier Voorzitter
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2237-A2021/007B
- Datum publicatie: 24-09-2021
- Datum uitspraak: 24-09-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:94
Klaagster verwijt de huisarts met name dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en onvoldoende zorg heeft verleend, met als gevolg dat de juiste diagnose te laat is gesteld waardoor klaagster niet de juiste medicatie heeft gekregen en in het ziekenhuis is beland. Voorts verwijt klaagster de huisarts dat zij niet in gesprek is gegaan met klaagster. Klaagster voelde zich niet serieus genomen door de huisarts. De huisarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:158 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-747/DB/NN/W
- Datum publicatie: 24-09-2021
- Datum uitspraak: 23-09-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:158
Verzoek tot wraking is niet ingediend, direct of koft nadat de gestelde feiten en omstandigheden verzoeker bekend zijn geworden. Verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2334-A2021/038
- Datum publicatie: 24-09-2021
- Datum uitspraak: 24-09-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:95
Klaagster dient een klacht in tegen een huisarts, met het verwijt dat dat zij zonder toestemming en zonder voorafgaand contact op te nemen medische gegevens heeft verstrekt van haarzelf en haar zoon aan Veilig Thuis. Verweerster is van mening dat zij op grond van artikel 5.2.6. Wmo 2015 gerechtigd was de gevraagde informatie aan Veilig Thuis te verstrekken, maar erkent dat zij klaagster zo snel als mogelijk nader hand in kennis had dienen te stellen van de informatie die zij heeft verstrekt aan Veilig Thuis. Zij betreurt het dat zij dit niet heeft gedaan en heeft hiervoor meerdere malen haar excuses aangeboden. Deels gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:159 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-060/DB/ZWB 21-062/DB/ZWB 21-063/DB/ZWB
- Datum publicatie: 24-09-2021
- Datum uitspraak: 20-09-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:159
Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat over de dienstverlening. Klagers hebben geklaagd dat verweerder vanwege zijn gebrekkige mondelinge uitdrukkingsvaardigheid niet in staat was om ter zitting naar behoren op te treden namens klagers. Dat de afwijzende beslissing van de rechtbank het gevolg is geweest van een ondermaats optreden en/of gebrekkige mondelinge uitdrukkingsvaardigheid van verweerder ter zitting is noch uit de overgelegde uitspraak van de rechtbank noch anderszins gebleken. Klagers stelden ter zitting dat dit wel zou blijken zodra verweerder zelf het woord tijdens de zitting zou voeren. Verweerder heeft zelf het woord gevoerd en, naar de raad heeft kunnen vaststellen, aldus aangetoond dat hij zonder problemen in staat is om standpunten helder te verwoorden. Klagers hebben voorafgaande aan de zitting aangegeven dat zij de zitting waarin verweerder hen bijstond, hebben opgenomen; zij hebben geëist dat de raad deze geluidsopname integraal ter zitting zou beluisteren. De raad heeft dit niet toegestaan maar aan klagers de mogelijkheid geboden om het geluidsbestand, voorafgaande aan de zitting, aan de raad te overleggen met het verzoek om dit onderdeel te laten uitmaken van het dossier. Klagers zijn daartoe niet overgegaan. Zoals hiervoor reeds overwogen, is het beluisteren van de geluidsopname niet noodzakelijk gebleken nu de raad op basis van de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting over voldoende informatie beschikte om een beslissing te kunnen nemen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:160 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-061/DB/ZWB
- Datum publicatie: 24-09-2021
- Datum uitspraak: 20-09-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:160
Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat over de dienstverlening. Dat verweerder in zijn communicatie met klaagster is tekort geschoten is naar het oordeel van de raad uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting niet gebleken. Naar het oordeel van de raad is de klacht te algemeen geformuleerd en onvoldoende geconcretiseerd. De raad overweegt dat het aan de klager is om een tuchtklacht voldoende feitelijk en concreet te omschrijven en met bewijs te onderbouwen, zodat de tuchtrechter de feiten die de klager aan de klacht ten grondslag legt, kan vaststellen en beoordelen. De raad stelt vast dat klaagster de klacht niet met concrete feiten en omstandigheden heeft toegelicht en onderbouwd en dat enig (begin van) bewijs van de juistheid van klaagsters stellingen ontbreekt. Ter zake het verwijt van klaagster dat de door verweerder vervaardigde brieven en processtukken vol stonden met taalfouten heeft te gelden dat verweerder dit verwijt uitdrukkelijk heeft weersproken, terwijl klaagster stukken waaruit de juistheid van haar verwijt blijkt niet, ook niet na daartoe door de deken te zijn verzocht, heeft overgelegd. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/2
- Datum publicatie: 23-09-2021
- Datum uitspraak: 20-09-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:23
De klacht van het BFT valt, kort gezegd, uiteen in de volgende klachtonderdelen. Het BFT verwijt de notaris dat hij heeft gehandeld in strijd met de Beleidsregel integere beroepsuitoefening (hierna: de Beleidsregel). Het BFT houdt de notaris mede verantwoordelijk voor de door de kandidaat-notaris gepasseerde akte van oprichting van [Y B.V.]. Deze akte mist authenticiteit. C. De notaris heeft zijn poortwachtersrol onvoldoende vervuld bij twee aandelenoverdrachten. Klachtonderdeel A wordt gegrond verklaard. De kamer is van oordeel dat artikel 1 van de Beleidsregel van toepassing is op de (inhoudelijke) samenwerking tussen de notaris en de uit het ambt ontzette oud-notaris, die als (enige) werknemer werkte voor [Y B.V.]. Zou dat niet het geval zijn, dan zou de werking van deze bepaling kunnen worden ontlopen door een ontzette notaris (telkens) als werknemer van een zelfstandige entiteit, niet zijnde een notariskantoor, samen te laten werken met een notaris. Daarmee zou de bepaling feitelijk nauwelijks tot geen betekenis hebben. Klachtonderdeel B wordt ongegrond verklaard. De kamer is van oordeel dat de notaris in de gegeven omstandigheden geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klachtonderdeel C wordt gegrond verklaard. Wat betreft de maatregeloplegging heeft de kamer overwogen dat - gezien de ernst van de verweten gedragingen en het feit dat een groot deel van de klachtonderdelen gegrond wordt verklaard - de optelsom zou kunnen zijn dat aan de notaris de zwaardere maatregel van berisping wordt opgelegd, maar daarvoor ziet de kamer te weinig grond. De notaris heeft blijk gegeven van inzicht in het verwijtbare van zijn handelen en nalaten ten aanzien van klachtonderdeel C. Hij heeft ook maatregelen getroffen ter verbetering van de naleving van zijn verplichtingen op grond van de Wwft. Zo heeft hij naar eigen zeggen zijn kantoorbeleid verbeterd en aangescherpt. In zijn verweerschrift heeft de notaris uitgebreid toegelicht op welke wijze hij dat heeft gedaan en heeft hij gewezen op een audit van zijn notariskantoor in november 2019, waarbij het kantoor “up to standards” werd bevonden. Daar komt bij dat de aan de notaris gemaakte verwijten betrekking hebben op het handelen/nalaten van de notaris in 2015, 2016 en 2017 en er sinds die tijd binnen het notariaat een behoorlijke ontwikkeling heeft plaatsgevonden in de bewustwording op het gebied van integere beroepsuitoefening en de Wwft. Verder weegt in het voordeel van de notaris mee dat hij een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft. Gezien het vorenstaande acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 252
- Pagina: 253
- Pagina: 254
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten