Zoekresultaten 9951-10000 van de 48550 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4351

    Klacht tegen huisarts, inhoudende dat beklaagde zich als arts voordoet terwijl hij niet wezenlijk als zodanig handelt, onterecht aangifte van vernieling heeft gedaan en discrimineert en onzrogvuldig handelt. Het college oordeelt dat beklaagde voldoende uitleg heeft gegeven over de energetische behandeling en de verwachtingen daaromtrent. Ook heeft beklaagde uitleg gegeven in welke hoedanigheid de behandeling zou uitvoeren. Verder oordeelt het college dat beklaagde geen betrokkenheid heeft gehad bij de aangifte van vernieling en dat klager niet heeft onderbouwd dat belaagde discrimineert of onzorgvuldig handelt. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:210 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-669/DH/DH

    Klacht tegen de eigen advocaat in een letselschadekwestie. Verweerder heeft verzuimd om belangrijke informatie en een afspraak met klager schriftelijk vast te leggen. Het risico dat met schriftelijk vastlegging kan worden vermeden, heeft zich verwezenlijkt. Dit blijkt uit deze klachtzaak en de aansprakelijkstelling van verweerder en zijn collega door klager. De raad neemt bij de bepaling van de op te leggen maatregel in aanmerking dat verweerder zich presenteert als specialist op het gebied van letselschade. De raad acht alles overwegend de maatregel van berisping passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:242 Raad van Discipline Amsterdam 22-519/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:236 Raad van Discipline Amsterdam 22-481/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:312 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-029/AL/OV

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:230 Raad van Discipline Amsterdam 22-814/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TSCTS:2022:1 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam Uitspraak 2022-04 (zaak 2022.V3-SCHOTSMAN)

    Op 16 februari 2021, omstreeks 11.00 uur LT, is de sleephopperzuiger Schotsman, met een diepgang van 6.40 m of 6.05 m (diepgang zoals in eerste melding vs. diepgang genoemd tijdens bezoek aan boord), aan de grond gelopen op de Westerschelde nabij boei VH-2, iets noordelijk van Breskens. Nadat het schip aan de grond gelopen was, is er (deels) gelost in het binnenvaartschip Marlea, waardoor de diepgang afnam en het schip om 11.55 uur weer loskwam. Een medewerker van Rijkswaterstaat (RWS) is aan boord geweest, maar heeft geen onderzoek naar mogelijke schade kunnenuitvoeren. Deze medewerker van RWS heeft aan betrokkene aangegeven dat hij deze gronding moest melden bij de ILT en Klasse.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:237 Raad van Discipline Amsterdam 22-297/A/NH

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarbij is van enige vooringenomenheid, zoals klager heeft gesteld, niet gebleken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:313 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-998/AL/MN

    Tussenbeslissing. Ambtshalve voortzetting van klachtonderdeel over gesteld normschendend gedrag dat de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarde van (financiële) integriteit raakt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:231 Raad van Discipline Amsterdam 22-808/A/A

    Voorzittersbeslissing; Klacht over de dienstverlening van de advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Verweerster heeft aan klager op verzoek van de deken een haalbaarheidsadvies uitgebracht over zijn kansen in hoger beroep. Niet gebleken is dat verweerster onzorgvuldig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:238 Raad van Discipline Amsterdam 22-537/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht voor een deel niet-ontvankelijk, omdat klager te laat over het handelen van verweerder heeft geklaagd en omdat verweerder voor een deel van de verweten gedragingen geen advocaat was. Klacht is voor het overige gegrond. Verweerder heeft als advocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich voor klager onbereikbaar te houden en klager niet op de hoogte te houden van de stand van zaken in zijn geschil met ABN Amro. Dit handelen van verweerder raakt aan de kernwaarde integriteit. De raad rekent dit verweerder zwaar aan. De raad neemt bij de op te leggen maatregel, behalve het tuchtrechtelijke verleden van verweerder, ook mee dat verweerder zonder bericht vooraf niet op de zitting is verschenen. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van acht weken en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:314 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1019/AL/MN

    Tussenbeslissing. Ambtshalve voortzetting van klacht over gesteld normschendend gedrag dat de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarde van (financiële) integriteit raakt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:232 Raad van Discipline Amsterdam 22-834/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:239 Raad van Discipline Amsterdam 22-337/A/A

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft op grond van de stukken geoordeeld over de klacht van klager en daarbij is de juiste maatstaf toegepast. Ook heeft de voorzitter rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:315 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1020/AL/MN

    Tussenbeslissing. Ambtshalve voortzetting van klacht over gesteld normschendend gedrag dat de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarde van (financiële) integriteit raakt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:233 Raad van Discipline Amsterdam 22-835/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3882

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een orthodontist. In de praktijk van de orthodontist heeft er een incident plaatsgevonden. Klaagster en haar partner verweten de orthodontist dat hij het behandelplan van klaagster zonder toestemming had aangepast. Nadat daarover discussie is ontstaan tussen de orthodontist en de partner van klaagster, zijn klaagster en haar partner verzocht om de praktijk te verlaten, is de behandelingsovereenkomst opgezegd door de orthodontist en heeft de orthodontist de tandarts van klaagster geïnformeerd over het stoppen van de behandeling en de reden daarvoor. Klaagster beklaagt zich over de eenzijdige aanpassing van het behandelplan, de opzegging van de behandelingsovereenkomst en het ongevraagd en onjuist informeren van de tandarts. Het verwijt dat de orthodontist de behandelovereenkomst heeft opgezegd is gegrond. Het college kan niet vaststellen dat er sprake was een ernstig geval dat een onmiddellijke beëindiging rechtvaardigt. Wel staat vast dat er sprake was van verbale agressie. In zo’n geval kan de behandelingsovereenkomst worden beëindigd, maar dan moet in ieder geval wel aan concrete zorgvuldigheidseisen worden voldaan. Het college is van oordeel dat de orthodontist deze waarborgen niet in acht heeft genomen. Hij heeft de behandelingsovereenkomst per direct opgezegd, zonder enige waarschuwing of gesprek vooraf, zonder inachtneming van een opzegtermijn en zonder waarborgen met het oog op de continuïteit van de behandeling in te bouwen. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:240 Raad van Discipline Amsterdam 22-494/A/A

    Raadsbeslissing; Gedeeltelijk gegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak, waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken. Verweerder heeft met name door zijn handelwijze bij het leggen van conservatoir derdenbeslag op de bankrekeningen van klager, ondanks het vonnis van de voorzieningenrechter en bij het leggen van beslag op de auto van klager laten zien zich niet bewust te zijn van zijn depolariserende rol in deze familierechtelijke kwestie. De maatregel van berisping is opgelegd met PKV.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:234 Raad van Discipline Amsterdam 22-503/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Niet gebleken van ondoelmatig handelen. Het stond verweerder vrij om de kwestie over de boedelverdeling in overleg met en in opdracht van zijn cliënte aan de rechtbank voor te leggen. Ook stond het verweerder vrij om in opdracht van zijn cliënte hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van de rechtbank waarbij zijn cliënte in het ongelijk is gesteld. Het feit dat de gang naar de (hogere) rechter tijd en geld kost, betekent ook niet dat verweerder tuchtrechtelijk iets te verwijten valt. Dat zijn nu eenmaal de gevolgen als een van beide partijen in een geschil besluit tot procederen. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zijn brief met daarin een financieel voorstel naar klagers voormalige advocaat te sturen. Dit is niet alleen slordig maar ook onzorgvuldig, te meer nu het een document met een financieel voorstel betreft in het kader van een familierechtzaak. Het is onaannemelijk dat sprake is van een vergissing, zoals verweerder heeft gesteld, omdat verweerder in zijn brief schrijft zelf te betwijfelen of klager nog door mr. R. werd bijgestaan. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3883

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een orthodontist. In de praktijk van de orthodontist heeft er een incident plaatsgevonden. Klaagster en haar partner verweten de echtgenoot van de orthodontist (die ook werkzaam is als orthodontist en samen met de orthodontist de praktijk voert) dat hij het behandelplan van klaagster zonder toestemming had aangepast. Nadat daarover discussie is ontstaan tussen de echtgenoot van de orthodontist en de partner van klaagster, zijn klaagster en haar partner door de orthodontist verzocht om de praktijk te verlaten, is de behandelingsovereenkomst opgezegd door de echtgenoot van de orthodontist en heeft de echtgenoot van de orthodontist de tandarts van klaagster geïnformeerd over het stoppen van de behandeling en de reden daarvoor. Klaagster beklaagt zich over de eenzijdige aanpassing van het behandelplan, de opzegging van de behandelingsovereenkomst en het ongevraagd en onjuist informeren van de tandarts. De klacht over de beëindiging van de behandelingsovereenkomst is gegrond. Het college kan niet vaststellen dat er sprake was een ernstig geval dat een onmiddellijke beëindiging rechtvaardigt. Wel staat vast dat er sprake was van verbale agressie. In zo’n geval kan de behandelingsovereenkomst worden beëindigd, maar dan moet in ieder geval wel aan concrete zorgvuldigheidseisen worden voldaan. Het college is van oordeel dat de orthodontist deze waarborgen niet in acht heeft genomen. Zij heeft de behandelingsovereenkomst per direct opgezegd, zonder enige waarschuwing of gesprek vooraf, zonder inachtneming van een opzegtermijn en zonder waarborgen met het oog op de continuïteit van de behandeling in te bouwen. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:241 Raad van Discipline Amsterdam 22-532/A/A

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:235 Raad van Discipline Amsterdam 22-502/A/NH

    Raadsbeslissing; Gedeeltelijk gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerster heeft nagelaten belangrijke afspraken schriftelijk vast te leggen. Evenmin is gebleken dat verweerster heeft gewaarschuwd voor het procesrisico dat klagers liepen. De raad heeft de maatregel van waarschuwing met proceskostenveroordeling passend geacht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:311 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-705/AL/OV

    Verzetbeslissing. De klacht betreft het handelen van verweerster als advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de raad heeft de voorzitter de juiste maatstaf toegepast en heeft de beslissing gebaseerd op de juiste feiten. Ook heeft hij rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2022:35 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/77

    Projectnotaris bij nieuwbouwplan heeft 26 akten gepasseerd waarbij percelen aan klagers (kopers) zijn geleverd. De notaris heeft niet (voldoende) onderzocht of klagers ten tijde van de levering over een afbouwgarantiecertificaat beschikten, terwijl het ontbreken daarvan als ontbindende voorwaarde was opgenomen in de aannemingsovereenkomsten en daarbij eveneens was bepaald dat ontbinding van de aannemingsovereenkomst eveneens zal leiden tot ontbinding van de koopovereenkomst. Bovendien heeft de notaris nagelaten de klagers die ten tijde van de levering niet over zo’n certificaat beschikten, te informeren over de rechtsgevolgen van het ontbreken daarvan, kort gezegd dat zij niet aan de levering hoefden mee te werken zolang zij geen certificaat hadden ontvangen. De kamer rekent het de notaris ernstig aan dat hij zijn zorgplicht en zijn daaruit voortvloeiende onderzoeks- en informatieplicht heeft geschonden, waardoor hij het vertrouwen van klagers in het notariaat heeft geschonden. Daarbij komt dat de notaris zich er op enig moment kennelijk wel bewust van was dat de certificaten niet aanwezig waren, maar dat hij vervolgens gelden in depot is gaan houden zonder daarvoor de juiste juridische weg te bewandelen. Schorsing van twee weken en proceskostenveroordeling. Klacht overigens ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4623

    Klacht tegen psychiater. Beklaagde heeft op verzoek van het UWV een rapport opgesteld in het kader van de beoordeling van klagers arbeids(on)geschiktheid. Klager klaagt er onder meer over dat het rapport niet zorgvuldig, begrijpelijk en inzichtelijk is. Daarnaast heeft de klacht betrekking op de gebruikte validatietest. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:306 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-475/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van voormalig deken. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad en hem kan dus geen tuchtrechtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Verweerder heeft toegelicht dat de derde klacht van klager over mr. X door een menselijke fout niet meteen in behandeling is genomen. In zijn verweer heeft verweerder daar zijn excuses voor aangeboden. Niet gebleken dat verweerder heeft geweigerd om de klacht in behandeling te nemen en de stukken bieden daar ook geen aanknopingspunten voor. Van een heimelijke samenspanning tussen verweerder en mr. X, zoals klager in zijn stukken heeft gesteld maar niet feitelijk heeft onderbouwd, is in het geheel niet gebleken. Van klager mag verwacht worden dat hij dergelijke boude uitspraken met voldoende bewijsstukken onderbouwt of dit soort beschuldigingen achterwege laat. Het tuchtrecht is niet gemaakt voor het uitvechten van allerlei geschillen tussen cliënten en advocaten die niet zien op de deugdelijke uitvoering van het vak van advocaat. De aanvullende stukken die klager nog heeft ingediend, hebben geen betrekking op de concrete klacht over verweerder en kunnen dan ook niet tot een ander oordeel leiden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3401

    Klacht tegen arts over opgestelde verwijzing van de zoon van klager naar een jeugdhulpinstantie. Klager verwijt beklaagde dat zij een verwijsbrief heeft verstuurd die – zonder medeweten van klager – afwijkend was van de in overleg met klager opgestelde verwijsbrief, waarmee beklaagde het ouderlijk gezag van klager niet heeft gerespecteerd. Naar het oordeel van het college heeft beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Beklaagde heeft wel met klager in de conceptfase overleg gevoerd. Maar het definitief vaststellen van de verwijsbrief behoort tot beklaagdes professionele verantwoordelijkheid. Daar hoeft klager het niet alle opzichten mee eens te zijn. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:307 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-234/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht tegen een klachtfunctionaris kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022-4239

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Verwijt dat de heupprothese niet goed is geplaatst. Bij second opinion bleek deze los te zitten, zodat heroperatie noodzakelijk was.Het college is van oordeel dat beklaagde adequaat heeft gehandeld. De noodzaak tot revisie komt met enige regelmaat voor. Beklaagde heeft haar goed in beeld gehouden, heeft oog gehad voor eventuele loslating en heeft telkens duidelijke vervolgafspraken gemaakt. Geen aanwijzingen dat de eerste operatie niet goed is gegaan. De bevindingen van de second opinion waren in wezen niet anders dan die van beklaagde. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:308 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-235/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4464

    Klacht tegen arts die de verzuimbegeleiding van klager deed toen klager zich ziekgemeld had voor zijn werk. Klager verwijt de arts dat klager - ondanks het negatieve advies hieromtrent van zijn behandelaar - mee moest werken aan belastende onderzoeken en dat beklaagde geen nulmeting heeft verricht en geen contact heeft gelegd met klagers behandelaar. Naar het oordeel van het college bestond er ten behoeve van het uitvoeren van het arbeidsdeskundigonderzoek geen noodzaak of verplichting contact op te nemen met de behandelaar van klager. Ook niet nadat klager daarom had verzocht. Het college komt tot dit oordeel op grond van het feit dat het eerste deskundigenoordeel dateerde uit november 2021. Het deskundigenoordeel – en de daarin opgenomen relevante informatie ten behoeve van de gezondheidssituatie van klager – was dus slechts enkele maanden oud en daarmee nog altijd relevant. Ook was de informatie van de behandelaar voor beklaagde bekend, namelijk diens advies om nog niet een paar keer in de week op locatie te gaan beginnen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:309 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-485/AL/GLD

    Betreft advocaat van de wederpartij. Advocaat heeft na ontvangst van een herstelbeslissing van het hof een nieuwe (iets lagere) berekening van de door klaagster verschuldigde rente opgesteld. Advocaat heeft bij uitblijven van betaling executiemaatregelen in het vooruitzicht gesteld. Betreft een zakelijke mededeling over de aanpak van de zaak. Advocaat heeft de voormalige advocaat van klaagster verzocht haar te informeren over de gevolgen van de aangekondigde executiemaatregelen. Deze advocaat had weliswaar laten weten dat hij zich had teruggetrokken als advocaat van klaagster, maar hij stond in het herstelarrest nog steeds als haar advocaat vermeld en klaagster had ook geen andere rechtsbijstand. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3711

    Klacht tegen verpleegkundige in tbs-instelling. De klacht heeft onder andere betrekking op de aanvraag van een EVBG-status, een longstay-aanvraag en de plaatsing op een bepaalde afdeling. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:310 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-575/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Betreft het optreden van de advocaat van de wederpartij. De klacht is deels niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de vervaltermijn van drie jaar zoals neergelegd in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet en deels kennelijk ongegrond. Van schending van gedragsregel 15 is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:305 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-257/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht van een advocaat over een andere advocaat. De raad constateert dat verweerder - namens zijn cliënten - beslag heeft gelegd en dat verweerder met klager heeft onderhandeld om tot een schikking te komen. De raad is van oordeel dat het verweerder vrij stond om op deze wijze te handelen. Op grond van de stukken, in het bijzonder de onder de feiten opgenomen communicatie tussen klager en verweerder, is niet gebleken dat verweerder niet heeft gestreefd naar een onderlinge verhouding met klager die berust op welwillendheid en vertrouwen. Van een schending van gedragsregel 24 is daarom geen sprake. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3754

    Ongegronde klacht tegen een internist-nefroloog. De internist was één van de behandelaren van de 19-jarige zoon van klaagster, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. Zij verwijten de internist onder andere dat zij de zoon van klaagster een noodzakelijke nierdialyse heeft onthouden en dat zij moeder en zoon onjuist heeft geïnformeerd over haar zorgen over de forse bloeddrukdaling. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college overweegt dat er in het dossier geen informatie te vinden is die erop wijst dat er een indicatie bestond voor (spoed)dialyse de dag nadat de internist de zoon van klaagster had gezien. Verder leidt het college uit een aantekening van de internist in het dossier af dat de internist de zoon van klaagster langer in het ziekenhuis had willen houden, omdat zij meer zekerheid wilde over de oorzaak van de lage bloeddruk. Daarbij heeft de internist aandacht geschonken aan het afbouwen van prednison. Ook volgt uit die aantekening voldoende dat de internist geprobeerd heeft dit aan klaagster en haar zoon duidelijk te maken. Kennelijk is dit niet gelukt. Het college kan achteraf niet vaststellen dat dit (uitsluitend) aan de internist heeft gelegen. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3891

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts niet in opleiding tot specialist. De arts was betrokken bij de behandeling van de 19-jarige zoon van klaagster, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. Klagers verwijten de arts dat hij de urgentie van de situatie van de zoon niet goed heeft ingeschat en geen ambulance heeft gestuurd, en dat hij de gemeentelijke lijkschouwer onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college overweegt dat de informatie in het dossier de arts, in combinatie met de klachten die de triagiste tegenover hem noemde, aanleiding had moeten geven de situatie van de zoon ernstiger in te schatten dan hij heeft gedaan. Dit klachtonderdeel is gegrond. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond. Het college legt geen maatregel op omdat sprake is van een lichte mate van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid. Het college merkt nog op dat het in gevallen als deze aanbeveling zou verdienen om een gezamenlijke evaluatie van de gebeurtenissen in de hele keten uit te voeren. Daarnaast is het van belang dat aandacht wordt besteed aan de vraag hoe opleidingstechnisch geïnvesteerd wordt in jonge artsen die niet in opleiding zijn tot specialist, en hoe hun supervisie is geregeld. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3889

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is de moeder van een 19-jarige zoon, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. De huisarts had nachtdienst op de HAP waar klaagster naartoe belde. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. De klacht luidt in het kort dat de huisarts zich onvoldoende heeft geïnformeerd over de toestand van de zoon, waardoor hij de situatie niet juist heeft beoordeeld. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college overweegt dat de huisarts ten minste bij de triagiste had moeten doorvragen naar de aard en ernst van de benauwdheid van de zoon. Het college is zich ervan bewust dat in deze situatie sprake is van een keten van samenwerking en verantwoordelijkheden, waarin de triagiste, de huisarts en de dienstdoende arts in het ziekenhuis allen een eigen rol vervullen. De beoordeling van de ene zorgverlener binnen de keten beïnvloedt echter de besluitvorming van de andere ketenzorgverlener(s). Ieder moet in zijn eigen positie in beginsel op de ander(en) kunnen vertrouwen, maar dit ontslaat – in dit geval – de huisarts niet van zijn eigen verantwoordelijkheid om zich goed te (laten) informeren. Het college legt geen maatregel op omdat sprake is van een lichte mate van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1286

    Klacht tegen psychiater/psychotherapeut. Klager en verweerster waren destijds collega’s bij een stichting die geestelijke gezondheidszorg verleent. Verweerster heeft na dossieronderzoek in het kader van de klokkenluidersregeling een melding gedaan bij de stichting over de dossiervoering en het declaratiegedrag van klager. Klager verwijt verweerster in deze tuchtzaak dat zij onbevoegd medische dossiers heeft ingezien van cliënten met wie zij geen behandelrelatie had, dat zij geen toestemming heeft gevraagd aan klager – de behandelverantwoordelijke – om de dossiers in te zien en dat zij heeft geweigerd in gesprek te gaan met klager over de melding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft bij een voorzittersbeslissing de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-751/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken deels kennelijk niet-ontvankelijk, voor zover de klacht ziet op het feit dat verweerder ervoor heeft gekozen geen dekenklacht in te dienen. Daarbij heeft klager geen rechtstreeks belang. Voor het overige kennelijk ongegrond, want niet gebleken dat verweerder zijn taken zodanig heeft verwaarloosd of zich zodanig heeft misdragen dat sprake is van gedragingen die een behoorlijk advocaat niet betamen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3890

    Ongegronde klacht tegen een internist. De internist was één van de behandelaren van de 19-jarige zoon van klaagster, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. Volgens klagers heeft de internist ondanks de allergie van de zoon voor dit middel barnidipine voorgeschreven en, geen rekening houdend met het angio-oedeem van de zoon, besloten tot afbouw van de prednison. Daarnaast heeft er geen warme overdracht plaatsgevonden toen de internist met vakantie ging. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college is van oordeel dat de internist juist heeft gehandeld door barnidipine voor te schrijven. Er is onvoldoende gebleken dat bij de zoon sprake zou zijn van een allergie voor deze stof. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Wat betreft het stopzetten van de prednison oordeelt het college dat de internist op grond van het medisch dossier en de huidige situatie van de zoon terecht heeft besloten om de prednison af te bouwen. De prednison, die oorspronkelijk was voorgeschreven voor het nefrotisch syndroom, droeg niet meer bij aan de medische situatie en behandeling van de zoon. Een verband tussen het recente begin van de afbouw van de prednison en het angio-oedeem met overlijden tot gevolg is niet komen vast te staan. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3888

    Ongegronde klacht tegen een internist-nefroloog. De internist was één van de behandelaren van de 19-jarige zoon van klaagster, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. Klagers verwijten de internist dat hij zoon en zijn moeder onvoldoende heeft geïnformeerd en geen toestemming van zoon heeft verkregen om de dialyselijn te plaatsen. Daarmee zou het zelfbeschikkingsrecht van de zoon geschonden zijn. Verder wordt de internist verweten dat hij bij het plaatsen van de dialyselijn het verkeerde materiaal heeft gebruikt en dat hij daarna onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de op hem rustende zorgplicht en regiefunctie. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college overweegt dat hoewel uit gespreksopnames die tijdens het inbrengen van de lijn zijn gemaakt het duidelijk is dat de zoon bang was voor het inbrengen van de dialyselijn, niet de conclusie kan worden getrokken dat er geen toestemming was en/of dat de gegeven toestemming voor het plaatsen van de dialyselijn later is ingetrokken. Hoewel de procedure voor de zoon emotioneel verliep, kan het college niet vaststellen dat zijn zelfbeschikkingsrecht is geschonden. Ongegrond. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:300 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-031/AL/MN

    Klaagster klaagt over de dienstverlening door verweerster. Er was gebrek aan helderheid over de te volgen procedure. Klaagster werd zonder enig overleg geschrapt uit een procedure. Ook reageerde verweerster niet op telefoontjes en e-mails en gaf uiteindelijk aan niet voor klaagster te willen optreden. Naar het oordeel van de raad zijn de klachten deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn deels ongegrond omdat verweerster aantoonde voldoende gereageerd te hebben.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:301 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-724/AL/NN

    Klaagster verwijt verweerder tekort geschoten te zijn in zijn dienstverlening. Verweerder liet de behandeling van klaagster zaak zonder overleg over aan een kantoorgenoot. Het feit dat klaagster pas twee jaar later bezwaar heeft gemaakt tegen de inschakeling van een kantoorgenoot en verweerder daar direct op gereageerd heeft door de zaak weer over te nemen, brengt naar het oordeel van de raad met zich mee dat verweerder niet onprofessioneel heeft gehandeld en dat hem op dit punt geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Klaagster verwijt dat verweerder voorts de afspraak om een schikkingsvoorstel te doen voordat er een uitspraak in een procedure was, niet te zijn nagekomen. Dit heeft verweerder nagelaten ondanks aandringen van klaagster. Dit klachtonderdeel is gegrond. Verweerder zou daarnaast ten onrechte geweigerd hebben urenregistraties aan klaagster te verschaffen. Gelet op de specifieke afspraken die zijn gemaakt met betrekking tot een fixed fee heeft klaagster naar het oordeel van de raad onvoldoende belang bij een urenspecificatie van verweerder. Bijzondere omstandigheden die dat anders zouden maken zijn niet gesteld of gebleken. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond. Klaagster verwijt verweerder terecht dat hij door declaraties ter zake zijn honorarium toe te zenden gehandeld heeft in strijd met de zorgvuldigheid die hem zeker in financiële zaken betaamt. Dit staat nog los van het feit dat verweerder op geen enkele wijze blijk heeft gegeven de financiële afspraken betreffende de zaak in eerste aanleg duidelijk voor klaagster te hebben vastgelegd. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. Vast staat naar het oordeel van de raad dat verweerder op geen enkel moment met klaagster heeft overlegd over de mogelijkheid om op basis van een toevoeging te procederen. Dat had voorafgaand aan het instellen van het hoger beroep en bij het maken van de afspraken over de kosten van dit beroep moeten gebeuren. Klaagsters verwijt hierover is gegrond. Verweerder krijgt een berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-458/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft onzorgvuldig jegens klager gehandeld door geen kantoorklachtenregeling aan klager kenbaar te maken en door de over de wijze van declareren gemaakte afspraak niet na te komen. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:296 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-066/AL/GLD

    Verweerster heeft in strijd met het eerste lid van gedragsregel 25 een e-mail aan de advocaat van klagers en in cc aan klagers zelf gestuurd. Ook een in cc gestuurde e-mail moet naar het oordeel van de raad worden gekwalificeerd als een rechtstreeks verstuurd bericht in de zin van genoemde gedragsregel. Door dit zo te doen heeft verweerster de filterfunctie van een advocaat miskend. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:302 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-045/AL/NN

    Deze klacht gaat over het optreden van verweerder als advocaat voor zijn wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij niet voldoende onafhankelijk is opgetreden en daarmee klagers belangen heeft geschaad. Klager heeft echter onvoldoende gesteld en onderbouwd op welke wijze zijn belangen door het optreden van verweerder zijn geschaad. Klager verwijt verweerder ook afspraken niet na te komen. Klager heeft ook dit verwijt niet met feiten onderbouwd. Ook zou verweerder mediation hebben afgewezen. Mediation is echter niet verplicht. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Het verwijt dat de wederpartij ten onrechte zou procederen op basis van een toevoeging is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-224/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Dat tussen het aanvaarden van klaagsters verzoek om rechtsbijstand en het verzenden van de laatste versie van de dagvaarding meerdere maanden zijn verstreken, kan verweerder gelet op niet alleen de complexiteit van de zaak maar vooral het aanhoudende en zeer uitvoerige commentaar van klaagster naar het oordeel van de raad niet worden aangerekend. Dat verweerder niet al het commentaar en niet alle wijzigingsvoorstellen van klaagster heeft verwerkt is naar het oordeel van de raad evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:297 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-153/AL/MN

    Naar het oordeel van de raad is niet vast te stellen dat verweerder opzettelijk een beroepsfout heeft gemaakt. Hij heeft de concept memorie van grieven voor indiening met klager besproken, zodat klager bekend was met de juridische grondslag van de grieven. Dat het gerechtshof heeft geoordeeld dat de vordering van klager verjaard is, kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:303 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1021/AL/MN

    Klaagster beklaagt zich over het optreden van verweerster als advocaat voor haar wederpartij. Verweerster heeft onvoldoende rekening gehouden met klaagsters belangen en die van de kinderen. Zij is niet de-escalerend opgetreden en heeft zich kwetsend uitgelaten over klaagster als moeder. Ook heeft verweerster haar vals en onjuist beschuldigd. De raad oordeelt dat niet is komen vast te staan dat verweerster zich onvoldoende terughoudend heeft opgesteld in deze familiezaak. Verweerster baseert zich uitdrukkelijk op informatie van haar cliënt en zij hanteert een voldoende zakelijke toonzetting. Het verwijt dat verweerster stukken die niet juist zijn zou hebben ingediend heeft klaagster niet aan de hand van schriftelijke bescheiden onderbouwd. Klaagster verwijt verweerster ook dat zij nodeloze procedures heeft aangespannen. Verweerster heeft uiteen gezet dat het hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking en het kort geding zijn aangespannen om tijd te winnen. Dit optreden past naar het oordeel van de raad binnen de grote mate van vrijheid die een advocaat heeft om de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die haar, in overleg met haar cliënt, goeddunkt. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Het verwijt dat de wederpartij procedeert op basis van een toevoeging waarvan klaagster stelt dat hij daarvoor niet in aanmerking komt is niet ontvankelijk.