Zoekresultaten 9501-9550 van de 48550 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-635/DB/LI
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:12
Advocaat heeft cliënt in een huurkwestie niet gewezen op de risico’s en kansen in een procedure, heeft zijn cliënt niet gewezen op de noodzaak van onderzoek naar en bewijs van gebreken aan zijn woning en de zaak te lang op zijn beloop gelaten. Advocaat heeft cliënt niet gewezen op de risico’s van opschorting van huurbetaling, waaronder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. Advocaat heeft niet zorggedragen voor informatie over zijn langdurige afwezigheid vanwege ziekte en vervanging door een kantoorgenoot.Klacht gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4019
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:32
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster is op de Spoedeisende Hulp onderzocht door een arts, niet in opleiding tot specialist (ANIOS). De ANIOS en haar supervisor – een collega van de internist – vonden dat er een indicatie was voor aanvullende diagnostiek en hebben klaagster de volgende ochtend overgedragen aan de dagdienst. Klaagster verwijt de internist dat zij niet de diagnose blindedarmontsteking heeft gesteld en geen aanvullende onderzoeken heeft verricht om de juiste diagnose te kunnen stellen. Volgens klaagster was de internist de supervisor van de ANIOS. De internist weerspreekt dat zij betrokken was bij de opname en het onderzoek op de SEH. Op grond van een verklaring van de ANIOS, in combinatie met de informatie in het medische dossier en het door de internist overgelegde dienstrooster, acht de voorzitter het niet aannemelijk dat de internist betrokken is geweest bij de opname en het onderzoek van klaagster op de SEH. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3992
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:26
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Klagers zijn de kinderen van de overleden patiënt van de huisarts. De doodsoorzaak is vermoedelijk cardiaal. Zij menen dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld in de laatste dagen voor het overlijden. Naar het oordeel van het college zijn de anamnese en het lichamelijk onderzoek onder de maat geweest; niet volgens de NHG-standaard Acuut coronair syndroom (ACS). Kennelijk heeft de huisarts een ACS niet overwogen, hetgeen wel van hem verwacht had mogen worden als hij de anamnese en het lichamelijk onderzoek conform de NHG-standaard had uitgevoerd. Het beloop na het eerste consult is een ‘logisch’ gevolg van het door de huisarts uitgezette beleid dat niet zag op het uitsluiten van een ACS. Of de patiënt door de huisarts goed is geïnformeerd over de uitslagen van het onderzoek kan het college niet beoordelen. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing en publicatie.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:15 Hof van Discipline 's Gravenhage 210378 210379 220219 220220
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 20-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:15
Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van testamentair executeur. Verweerder heeft door diverse handelingen het vertrouwen in de advocatuur ernstig beschaamd. Zo heeft verweerder bewust - althans had hij zich er bewust van moeten zijn dat hij - de erfgenamen onjuist geïnformeerd over de afdracht van de erfbelasting en volhardde daarin terwijl de Belastingdienst meerdere aanmaningen zond. Toen het gerechtshof een vereffenaar had benoemd en verweerder van rechtswege geen executeur meer was, heeft hij desondanks een (gebrekkige) akte van boedelbeschrijving laten opstellen en ten onrechte gebruikt bij de tuchtrechter in zijn eigen belang. Ook heeft verweerder ten laste van de boedel onnodige procedures gevoerd en verzuimd de proceskostenveroordeling te voldoen, waartoe het gerechtshof hem in privé veroordeelde. Ten slotte heeft verweerder zich voorgedaan als executeur bij de gemeente - toen hij geen executeur meer was - en de gemeente op die manier informatie ontfutseld over klager sub 2 en geprobeerd de belangen van klager sub 2 te schaden. Het beroep op ne bis in idem faalt, nu verweerder uitgaat van een te ruime definitie van dit beginsel. Schrapping. Proceskostenveroordeling (ook aan klaagster in eerste aanleg, die in beroep als gemachtigde optrad).
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4025
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:39
Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Klaagster is door een collega van de chirurg geopereerd in verband met een geperforeerde blindedarmontsteking. Zij verwijt de chirurg dat hij na de operatie lange tijd geen CT-scan heeft willen maken en niet naar haar heeft geluisterd. Op het moment dat er wel een CT-scan werd aangevraagd bleek er sprake van abcesvorming in het operatiegebied. Naar het oordeel van het college heeft de chirurg gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende chirurg mag worden verwacht. Dat hij niet geluisterd heeft naar klaagster is het college niet gebleken. Gelet op eerdere ervaringen van klaagster is voorstelbaar dat zij graag wilde dat er een CT-scan van haar buik zou worden gemaakt. Het is echter de arts die de indicatie voor een CT-scan stelt. Uit het dossier blijkt verder dat aan klaagster verschillende malen is uitgelegd waarom er op dat moment (nog) geen reden was om een CT-scan te maken en dat klaagster daarvoor begrip kon opbrengen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-602/DB/LI
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:13
Advocaat trad op als advocaat van een Stak en de (naast klaagster overige) bestuurders van die Stak in hun hoedanigheid van bestuurslid. Niet is komen vast te staan dat er sprake was van tegenstrijdige belangen tussen de Stak en de overige bestuurders van de Stak. Wel was er sprake van tegenstrijdige belangen tussen klaagster enerzijds en de (overige bestuurders van de) Stak anderzijds. Advocaat heeft niet voor klaagster opgetreden en daarom geen tegenstrijdige belangen behartigt.Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4020
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:33
Gegronde klacht tegen een internist. Klaagster is door een arts gezien op de Spoedeisende Hulp (SEH) vanwege buikpijn en koorts. De artsen op de SEH dachten differentiaal diagnostisch aan een gynaecologische oorzaak van de klachten. Besloten werd om klaagster op te nemen voor aanvullend onderzoek. De volgende ochtend werd klaagster overgedragen aan de dagdienst. De dienstdoende arts die vanaf de ochtendoverdracht betrokken was bij de opname van klaagster was op dat moment sinds zes weken werkzaam als ANIOS. De internist was haar supervisor. Klaagster verwijt de internist dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan en de diagnose blindedarmontsteking heeft gemist. De klacht is naar het oordeel van het college gegrond. Uit het dossier blijkt dat de arts in het dossier ‘loslaatpijn’ heeft genoteerd; dat is een kenmerkend symptoom voor peritoneale prikkeling, een belangrijke aanwijzing voor pathologie in de buik, zoals een blindedarmontsteking. Deze loslaatpijn is ook tussen de internist en de arts ter sprake gekomen. Daarbij heeft de internist een andere interpretatie gegeven aan de bevinding van de arts, die ertoe leidde dat er volgens hem niet echt sprake zou zijn van druk- en loslaatpijn, zonder dat de internist klaagster zelf heeft onderzocht. Naar het oordeel van het college had de internist klaagster zelf lichamelijk moeten onderzoeken als hij aan de bevinding van de arts twijfelde, te meer omdat de arts op dat moment slechts zes weken werkzaam was als ANIOS. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4545
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:32
De klacht tegen de psychiater betreft onvrede van de patiënt over de wachttijd voor de behandeling, over de behandeling zelf en de (wijze van) beëindiging daarvan. Ook vindt de patiënte dat de psychiater onvoldoende uitleg heeft gegeven over de klachtenprocedure waarbij zij als psychiater is aangesloten. Het college oordeelt dat de klacht gegrond is voor zover het gaat over het continuïteit van de patiëntenzorg bij de beëindiging van de behandelrelatie. Dat de psychiater gezien de complexe problematiek van de patiënte geen mogelijkheden meer zag om haar verder te behandelen, vindt het college op zich begrijpelijk. Wel had de psychiater pogingen moeten doen om voor de patiënte elders behandeling te vinden, te meer nu de patiënte ook geen huisarts meer had. Voor het overige acht het college de klacht ongegrond. Het college legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1451
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:16
Klacht tegen huisarts. De klacht betreft de behandeling van de inmiddels overleden echtgenote van klager. Klager verwijt verweerder dat hij niet naar de echtgenote van klager heeft omgekeken nadat zij was gevallen en haar heeft opgesloten. Klager verwijt verweerder dat hij speculaties over het gedrag van klager in het medisch dossier heeft genoteerd en hem niet naar een andere huisarts laat gaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3856
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:33
Klacht tegen gz-psycholoog. De klacht gaat over grensoverschrijdend gedrag. Klaagster is bij de gz-psycholoog onder behandeling geweest. In de kern verwijt klaagster de gz-psycholoog dat hij een relatie met haar is aangegaan en misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare situatie waarin zij verkeerde. Daarnaast verwijt zij hem dat tijdens de behandeling niet is toegekomen aan de hulpvraag. Het college verklaart de klacht deels gegrond en legt de gz-psycholoog een schorsing op van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-1000/DB/OB
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 26-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:10
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van vereffenaar. Verweerder mocht klagers rechtstreeks aanschrijven, ook al wist hij dat zij werden bijgestaan door een advocaat. Niet gebleken dat verweerder zich bij de vervulling van de functie van vereffenaar zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is ondermijnd. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1301
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:17
Klacht tegen huisarts. Klager verbleef in een PI waar verweerster hem meerdere malen op spreekuur heeft gezien. Bij volgende consulten werd klager ingeroosterd bij een collega van verweerster en heeft hij aangegeven alleen door verweerster onderzocht te willen worden. Vanwege een bij klager verondersteld aanwezige fixatie op verweerster is hij overgeplaatst naar een andere PI. Klager verwijt verweerster kort gezegd dat zij de overdracht van de zorg van klager onvoldoende zorgvuldig heeft laten verlopen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4541
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:34
Klacht tegen gz-psycholoog. De klacht gaat over een door beklaagde verricht diagnostisch traject met betrekking tot de (op dat moment) negenjarige zoon van klager. Volgens klager is hij buitengesloten en gediscrimineerd door de gz-psycholoog, heeft de gz-psycholoog een verkeerde diagnose gesteld en heeft zij in het traject de kant van moeder gekozen. Het college verklaart de klacht ongegrond. Ondanks dat klager niet betrokken is in het diagnostisch traject met betrekking tot zijn zoon, acht het college dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verder heeft klager zijn klacht niet onderbouwd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:13 Hof van Discipline 's Gravenhage 220195 220196 220197 220198
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:13
Appelverbod. Het beroep van klager is gericht tegen de beslissingen op verzet. De door klager aangevoerde gronden zien op de inhoudelijke beoordeling en motivering van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen. Het hoger beroep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4301
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:18
Kennelijk ongegronde klacht tegen oogarts. De oogarts heeft bij klager aan beide ogen een staaroperatie uitgevoerd. Klager verwijt de oogarts dat hij bij de eerste operatie verkeerde oogdruppels heeft voorgeschreven, waarbij geen rekening is gehouden met de medicatielijst van klager. Klager kreeg hierdoor een flinke neusbloeding. Het college overweegt dat de oogarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door het gebruik van Yellox voor te schrijven. Het gebruik van bloedverdunners is niet een harde contra-indicatie, alleen als een eerdere allergische reactie op deze of vergelijkbare medicatie is opgetreden. Van een dergelijke allergie bij klager blijkt niet uit het dossier. Klager verwijt de oogarts verder dat hij bij de tweede operatie een verkeerde lens heeft geplaatst; die lens functioneert niet omdat die geen cilinder heeft, ondanks dat in het oog een cilindrische afwijking was vastgesteld. Klager heeft nu een slechter zicht. De oogarts heeft de klacht bestreden. Het college overweegt als volgt. Met klager is meermalen besproken dat de mogelijkheid bestond om bij de staaroperatie(s) een multifocale of torische lens te plaatsen, maar klager wilde dat niet. Klager wist dus dat hij na de operatie nog een correctie nodig zou hebben in de vorm van een bril of contactlenzen. Voor en na de operatie is dezelfde cilinder gemeten. Er is geen duidelijke verklaring voor de huidige klachten. Het dossier geeft geen aanknopingspunten voor de stelling dat er bij de staaroperatie iets mis is gegaan. Van de ontstane situatie valt de oogarts geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-659/DB/LI
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:11
De voorzitter heeft op juiste feiten en gronden geoordeeld dat klacht tegen advocatenkantoor kennelijk niet-ontvankelijk is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4394
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:35
De klacht gaat over de behandeling van klaagster door een huisarts van de Spoedpost voor huisartsen in Enschede. Klaagster heeft zich ’s nachts gemeld bij de Spoedpost met hevige buikklachten die eerder die dag waren ontstaan. Na onderzoek heeft de huisarts een werkdiagnose gesteld en medicatie voorgeschreven. Klaagster heeft later die nacht opnieuw contact gezocht met de huisarts op de Spoedpost. Haar is toen gemeld dat de werking van de verstrekte medicatie moest worden afgewacht en dat in de ochtend contact met de reguliere huisarts kon worden gezocht. Klaagster verwijt de huisarts dat een te beperkt onderzoek is uitgevoerd en daardoor een onjuiste diagnose is gesteld. Zes dagen na het consult bij de huisarts op de Spoedpost is geconstateerd dat de blinde darm van klaagster geperforeerd was. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond omdat het van oordeel is dat niet is gebleken van een onzorgvuldig of te beperkt onderzoek door de huisarts op de Spoedpost. Het voorgeschreven medicijn was passend bij de werkdiagnose en zou tot vermindering van de pijnklachten hebben kunnen leiden, waardoor achterwege laten van acute pijnbestrijding niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4523
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:19
Ongegronde klacht tegen een oogarts. Klaagster verwijt de oogarts 1) het ontstaan van een oogontsteking door een injectie met een besmette naald en 2) dat hij klaagster niet serieus heeft genomen; ze kon pas een week later bij hem terecht, hij adviseerde paracetamol te nemen en heeft geen OCT-scan gemaakt. De oogarts heeft de klacht bestreden. De oogarts was niet betrokken bij het geven van de injectie. Van inspuiting met een besmette naald kan de oogarts dus geen verwijt worden gemaakt. Uit het dossier blijkt dat wel een OCT-scan is gemaakt. De verschijnselen van de later geconstateerde endophthalmitis waren op het moment dat de oogarts klaagster onderzocht nog niet zichtbaar. De oogarts heeft naar het oordeel van het college correct gehandeld door klaagster met spoed te laten komen, zorgvuldig onderzoek te doen naar haar klachten, de afspraak met klaagsters eigen behandelaar te vervroegen en haar het advies te geven zich te melden zodra de klachten zouden verergeren. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2023:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/28
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TNORSHE:2023:2
De notaris heeft opeenvolgende akten van levering gepasseerd van twee aan elkaar grenzende percelen. Klacht over zijn handelen nadat tussen de eigenaren van die percelen onduidelijkheid was ontstaan over het (veronderstelde recht op het) gebruik van kleine stukjes van elkaars percelen. De kamer is van oordeel dat klaagster uit de uitlatingen van de notaris in redelijkheid niet de indruk heeft kunnen krijgen dat zij in haar recht stond ten aanzien van het gebruik van het stukje grond van de nieuwe eigenaren of dat de notaris heeft nagelaten klaagster daarover naar behoren te informeren op basis van de inhoud van de door hem gepasseerde akten. Klacht over de wijze van communiceren, die niet optimaal is geweest, van onvoldoende gewicht om de notaris daar een tuchtrechtelijk verwijt van te maken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3877
- Datum publicatie: 30-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:36
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. De klacht gaat over de behandeling van klaagster bij een GGZ-instelling in verband met de bijzondere voorwaarden die opgelegd zijn bij een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. De psychiater behandelde klaagster, onderdeel van het behandelplan was het opstellen van een Delictscenario (DS) en Delict-terugval-preventieplan (DTPP). Klaagster verwijt de psychiater een onzorgvuldige behandeling en onheuse bejegening in een vijfgesprek. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond omdat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De communicatie van de psychiater tijdens het vijfgesprek had wel beter gekund, maar is in de gegeven omstandigheden niet zo ernstig dat het tuchtrechtelijk verwijtbaar is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:11 Hof van Discipline 's Gravenhage 220112
- Datum publicatie: 28-01-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:11
Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De door verweerder aan klaagster gezonden opdrachtbevestiging is onvoldoende. Verweerder heeft klaagster niet meegenomen in zijn (mogelijke) vertragingsstrategie en hij heeft op onprofessionele wijze met klaagster gecommuniceerd via e-mail en whatsapp. Uit het dossier komt het beeld naar voren dat verweerder in de zaak onvoldoende regie heeft gevoerd en is tekortgeschoten in het (tijdig en inhoudelijk) communiceren met klaagster. Het hof rekent verweerder het structurele tekortschieten in de communicatie en het onvoldoende regie voeren zwaar aan en acht, mede gelet op zijn tuchtrechtelijke verleden, de maatregel van een voorwaardelijke schorsing passend en geboden. In tegenstelling tot de zitting bij de raad is verweerder ter zitting bij het hof wel in staat gebleken op zijn gedrag te reflecteren en heeft hij enig inzicht getoond in het onbetamelijke van zijn handelen. Het hof matigt de opgelegde maatregel in die zin dat een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren wordt opgelegd. Proceskostenveroordeling. Verkorte bekrachtiging plus.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:12 Hof van Discipline 's Gravenhage 210334
- Datum publicatie: 28-01-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:12
Klacht tegen eigen advocaat. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Naar het oordeel van het hof is klachtonderdeel b) deels gegrond. Uit het dossier valt niet op te maken dat verweerder (belangrijke) afspraken met klaagster schriftelijk heeft bevestigd. Uit het dossier blijkt niet van een schriftelijk plan van aanpak (met bijbehorend proces-advies) voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding aan de bewindvoerder. Het hof stelt vast dat verweerder niet heeft voldaan aan de voor hem uit Gedragsregel 16 voortvloeiende verplichting tot schriftelijke bevestiging van belangrijke informatie en afspraken. Het hof acht van belang andermaal tot uitdrukking te brengen dat een advocaat zijn cliënt op de hoogte moet brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken en hij dat ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil, schriftelijk moet bevestigen. Gelet op het verloop van de zaak acht het hof het handelen van verweerder van onvoldoende ernst om hem een maatregel op te leggen. De klachtonderdelen a) en c) acht het hof net als de raad ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:11 Raad van Discipline Amsterdam 22-924/A/NH
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:11
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Het was de taak van verweerder om de belangen van de bewindvoerder te behartigen en om de standpunten van de bewindvoerder naar voren te brengen. Niet gebleken dat verweerder de rechtbank heeft misleid en opzettelijk onjuist heeft geïnformeerd, noch dat hij namens de bewindvoerder via misleiding en bedrog heeft geprobeerd om een titel te verkrijgen om zich met de Belgische procedure te bemoeien. Het verwijt dat verweerder strafbare feiten heeft gepleegd is volstrekt onvoldoende onderbouwd en enig (begin van) bewijs van de juistheid van klagers verwijt ontbreekt. In alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:9 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-479/AL/NN/D
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:9
Dekenbezwaar. Verweerder heeft ondanks herhaaldelijk verzoek van de deken de gevraagde kengetallen niet aangeleverd en is toezeggingen niet nagekomen. Daarmee heeft verweerder de deken in haar toezichthoudende taak belemmerd en in strijd gehandeld met gedragsregel 29. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4315
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:15
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Dat de verpleegkundige gezegd zou hebben dat de afspraak met de arbeidsdeskundige niet door zou gaan, is tegenstrijdig aan hetgeen zij genoteerd heeft in haar terugkoppeling. Het college kan niet vaststellen dat klager gelijk heeft en dus ook niet dat de verpleegkundige een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:5 Accountantskamer Zwolle 22/1301 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:5
Klacht gegrond, maatregel van doorhaling voor de duur van twee jaar. In 2019 heeft een reguliere kantoortoetsing bij het accountantskantoor van betrokkene plaatsgevonden. De uitkomst was dat de opzet van het kwaliteitsstelsel onvoldoende was. Omdat er ten tijde van de toetsing binnen het accountantskantoor geen toetsbare cliëntendossiers waren, kon de werking van het kwaliteitsstelsel niet worden getoetst. Daarom is het eindoordeel van de toetsing aangehouden en zou het accountantskantoor opnieuw door de toetser worden bezocht. Dit bezoek heeft echter niet plaatsgevonden. Klaagster verwijt betrokkene dat hij onvoldoende heeft meegewerkt aan de voorzetting van de toetsing, waardoor de toetsing tot op heden niet is afgerond. Ook wordt betrokkene verweten dat hij de monitoringsvragenlijst 2022 niet heeft ingevuld. Beide klachtonderdelen zijn gegrond. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel is betrokkene zwaar aangerekend dat hij geen inzicht heeft gegeven in de activiteiten van zijn kantoor. Door zijn houding heeft betrokkene zich feitelijk onttrokken aan het toezicht op de kwaliteit van zijn beroepsuitoefening, waardoor niet kan worden beoordeeld of de kwaliteit van de beroepsuitoefening van betrokkene in overeenstemming is met hetgeen van hem als accountant mag worden verwacht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:10 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-254/AL/NN
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:10
Ongegrond verzet. Voorzittersbeslissing met daarin een kennelijke verschrijving in de uitspraakdatum leidt niet tot nietigheid daarvan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:12 Raad van Discipline Amsterdam 22-951/A/A
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:12
Voorzittersbeslissing; Klacht niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de vervaltermijn van drie jaar zoals neergelegd in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4489
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:16
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Met klager en de verpleegkundige is het college van oordeel dat de verpleegkundige in zijn zorgmelding bij Veilig Thuis onvoldoende duidelijk heeft verwoord dat geen sprake was van eigen waarnemingen maar van een weergave van wat klager en zijn ex-partner vertelden. Verder heeft de verpleegkundige informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming nadat de behandelrelatie was beëindigd. Naar het oordeel van het college heeft de verpleegkundige in het telefonische contact met de raadsonderzoekers niet gehandeld volgens de beroepsnormen over het omgaan met medische informatie; het is onvoldoende objectief en getuigt onvoldoende van professionele distantie. Het college rekent de verpleegkundige dit handelen aan, omdat hij kort daarvoor tot het inzicht was gekomen dat zijn zorgmelding onvoldoende feitelijk was verwoord. Aan de andere kant is het college zich ervan bewust dat het handelen van de verpleegkundige heeft plaatsgevonden in de ingewikkelde context van zorgverlening binnen een FACT-team aan een cliënt die in een vechtscheiding verwikkeld is, tegen de achtergrond van onderzoeken door Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming en diverse juridische procedures tussen klager en zijn ex-partner. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TSCTS:2023:1 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2023-01 (2022.V6-EN AVANT)
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TSCTS:2023:1
Op 25 augustus 2021, omstreeks 23.09 uur LT, heeft aan boord van de sleepboot EA7 een zeer ernstig ongeval plaatsgevonden. Hierbij is een matroos om het leven gekomen en is een stagiair gewond geraakt. Het ongeval vond plaats in de Centrale Insteekhaven te Moerdijk. De EA7 voerde een havenassistentie uit, als achtersleepboot. Het zeeschip, dat geassisteerd werd, was de Tia Marta. De En Avant 4 was betrokken als voorsleepboot. De Tia Marta werd achteruit uit de Oostelijke Insteekhaven getrokken om vervolgens in de zwaaicirkel van de Centrale Insteekhaven gedraaid te worden om daarna vooruit richting het Zuid-Hollands Diep te gaan. Bij deze manoeuvre zijn de matroos en de stagiair bekneld geraakt tussen de sleeptros en de accommodatie. De matroos is vrijwel direct aan zijn verwondingen overleden. De stagiair heeft twee ribben gebroken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:11 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-358/AL/OV
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:11
Raadsbeslissing. Klacht van een advocaat. De raad oordeelt dat van 'napleiten' als bedoeld in gedragsregel 21 lid 3 geen sprake is. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:9 Raad van Discipline Amsterdam 22-964/A/NH
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:9
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Het behoort tot verweersters taak als partijdige belangenbehartiger de belangen van haar cliënte zo goed mogelijk te behartigen. Niet gebleken is dat verweerster daarbij de belangen van klager onnodig of onevenredig heeft geschaad zonder redelijk doel. De aansprakelijkheidsstelling kan niet als zodanig gelden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:13 Raad van Discipline Amsterdam 22-965/A/A
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:13
Voorzittersbeslissing; klacht over de dienstverlening eigen advocaat, gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk omdat de klacht deels zag op gedragingen van meer dan drie jaar geleden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4586
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:17
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. In deze tuchtprocedure neemt klager bij zijn klachten de lezing van de verpleegkundige tot uitgangspunt, namelijk dat de verpleegkundige na zijn onderzoek tot de werkhypothese is gekomen dat bij klager mogelijk sprake was van een hersenbloeding (CVA) en dat de verpleegkundige klager heeft geadviseerd om met de ambulance naar het ziekenhuis te gaan voor nader onderzoek door een neuroloog. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige ervan uit mocht gaan dat klager wilsbekwaam was toen hij volhardde in zijn weigering om met de ambulance mee te gaan. Verder kan het college de verpleegkundige volgen in zijn beslissing dat hij de weigering van klager moest accepteren. Met het geven van de, door klager begrepen, instructies hoe te handelen als de pijn zou aanhouden heeft de verpleegkundige zorgvuldig gehandeld. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TSCTS:2023:2 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2023-02 (2022.V7-EN AVANT)
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TSCTS:2023:2
Op 25 augustus 2021, omstreeks 23.09 uur LT, heeft aan boord van de sleepboot EA7 een zeer ernstig ongeval plaatsgevonden. Hierbij is een matroos om het leven gekomen en is een stagiair gewond geraakt. Het ongeval vond plaats in de Centrale Insteekhaven te Moerdijk. De EA7 voerde een havenassistentie uit, als achtersleepboot. Het zeeschip, dat geassisteerd werd, was de Tia Marta. De En Avant 4 was betrokken als voorsleepboot. De Tia Marta werd achteruit uit de Oostelijke Insteekhaven getrokken om vervolgens in de zwaaicirkel van de Centrale Insteekhaven gedraaid te worden om daarna vooruit richting het Zuid-Hollands Diep te gaan. Bij deze manoeuvre zijn de matroos en de stagiair bekneld geraakt tussen de sleeptros en de accommodatie. De matroos is vrijwel direct aan zijn verwondingen overleden. De stagiair heeft twee ribben gebroken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:24 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-945/DH/RO
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 25-01-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:24
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een handelsgeschil deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van rechtstreeks belang. Klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:10 Raad van Discipline Amsterdam 22-957/A/NH
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:10
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Het is inherent aan verweerders rol als advocaat van de wederpartij zich partijdig jegens klaagster op te stellen; Verweerder is niet gehouden alle e-mails van klaagster te beantwoorden of haar te voorzien van juridisch advies.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:8 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-925/AL/NN
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:8
Naar het oordeel van de raad mocht verweerster niet optreden als advocaat van de wederpartij tegen klaagster (een stichting). Verweerster heeft jarenlang als huisadvocaat voor klaagster opgetreden. Zij heeft niet vooraf instemming van klaagster gevraagd om voor de wederpartij op te treden. Verweerster heeft niet voldaan aan de 3e uitzonderingsgrond van gedragsregel 15 lid 3. Wegens het bij verweerster bekende bestaan van bezwaren bij klaagster tegen haar belangenbehartiging van de wederpartij, had verweerster zich moeten terugtrekken. Dat heeft zij niet gedaan, terwijl die bezwaren daartoe wel aanleiding gaven met een schijn van belangenverstrengeling. Ondanks de schending van artikel 46 Aw, gedragsregel 15 en de kernwaarden partijdigheid en vertrouwelijkheid, waarvoor een berisping geïndiceerd zou zijn, legt de raad een waarschuwing op. Niet is komen vast te staan dat verweerster concrete vertrouwelijke informatie over klaagster uit haar tijd als huisadvocaat tegen klaagster heeft gebruikt. Daarnaast heeft verweerster een blanco tuchtrechtelijk verleden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4261
- Datum publicatie: 27-01-2023
- Datum uitspraak: 27-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:14
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Naar het oordeel van het college mocht de verpleegkundige erop vertrouwen dat klager door het zetten van zijn paraaf op het toestemmingsformulier, toestemming gaf aan de verpleegkundige om een brief te schrijven over het belang van bewindvoering voor klager en aldus informatie over klager te delen. Anders dan waar klager kennelijk van uitgaat, heeft de verpleegkundige ook niet bepaald dat klager een bewindvoerder nodig had. De brief die de verpleegkundige heeft geschreven, diende ertoe om vanuit het perspectief van de verpleegkundige het belang van onderbewindstelling te motiveren en daarmee te ondersteunen. Dat is iets anders dan over bewindvoering bepalen of beslissen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4769
- Datum publicatie: 26-01-2023
- Datum uitspraak: 20-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:31
Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. De huisarts heeft terecht geweigerd om medicinale cannabis voor te schrijven. Dat de huisarts klager niet serieus heeft genomen en heeft gediscrimineerd is niet aannemelijk geworden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1284 Herstelbeslissing
- Datum publicatie: 26-01-2023
- Datum uitspraak: 18-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:15
Klacht van arts tegen anesthesioloog.De anesthesioloog is door de rechtbank tot deskundige benoemd in een strafzaak tegen een huisarts die wordt vervolgd voor de moord op zijn schoonmoeder en heeft in die strafzaak als deskundige een verklaring afgelegd. Over die strafzaak is in de krant een artikel verschenen met het bericht dat de anesthesioloog op de zitting had verklaard dat de palliatieve sedatie van de schoonmoeder terecht was omdat de schoonmoeder stervende was en dat er sprake was van een natuurlijke dood. Klaagster is arts en docent geneeskunde. Klaagster heeft kennisgenomen van dit krantenartikel en heeft naar aanleiding daarvan een tuchtklacht tegen de anesthesioloog ingediend. Klaagster verwijt de anesthesioloog dat hij in de rechtbank een onzorgvuldige verklaring heeft afgelegd. Klaagster vindt dat zij rechtsreeks belanghebbende is bij de door haar ingediende klacht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster bij voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende rechtstreeks belang van klaagster. Het Centraal Tuchtcollege deelt dat oordeel en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3751
- Datum publicatie: 26-01-2023
- Datum uitspraak: 25-01-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:6
Een psychotherapeut is een seksuele relatie aangegaan met klaagster, die zij op dat moment behandelde in haar eigen praktijk. Klaagster dient daar een klacht over in. Zij verwijt de psychotherapeut verder dat zij het seksueel grensoverschrijdende gedrag ook na de behandelperiode heeft laten voortduren en vertrouwelijke informatie over andere patiënten met haar heeft gedeeld. De klacht is gegrond. De psychotherapeut had geen seksuele relatie mogen aangaan met een aan haar zorg toevertrouwde patiënte. Ook had zij geen informatie over in elk geval één andere patiënt met klaagster mogen delen. De psychotherapeut heeft hiermee niet professioneel gehandeld en haar beroepsnormen ernstig geschonden. Doorhaling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:5 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-437/AL/MN
- Datum publicatie: 26-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:5
De raad heeft een mondelinge uitspraak tijdens de zitting gedaan en deze beslissing vastgelegd in een proces-verbaal. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2023/5230
- Datum publicatie: 26-01-2023
- Datum uitspraak: 25-01-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:8
Een gz-psycholoog is een seksuele relatie aangegaan met klaagster, die zij op dat moment behandelde in haar eigen praktijk. Klaagster dient daar een klacht over. Zij verwijt de gz-psycholoog verder dat zij het seksueel grensoverschrijdende gedrag ook na de behandelperiode heeft laten voortduren en vertrouwelijke informatie over andere patiënten met haar heeft gedeeld. De klacht is gegrond. De gz-psycholoog had geen seksuele relatie mogen aangaan met een aan haar zorg toevertrouwde patiënte. Ook had zij geen informatie over in elk geval één andere patiënt met klaagster mogen delen. De gz-psycholoog heeft hiermee niet professioneel gehandeld en haar beroepsnormen ernstig geschonden. Doorhaling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:6 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-087/AL/OV
- Datum publicatie: 26-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:6
Klagers zijn met een specifieke boek 2 BW zaak bij verweerder gekomen. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder de kernwaarde deskundigheid geschonden. Bij het aannemen van de zaak kon verweerder met zijn basiskennis van boek 2 BW niet overzien of hij de vereiste kwaliteit van de werkzaamheden kon leveren. Doordat hij niet meteen zelf qua kennis over die specifieke materie boven de zaak stond, is verweerder onvoldoende in staat gebleken om de juiste strategie te bepalen èn als ‘dominus litis’ klagers van de door hem gekozen strategie blijvend te overtuigen. Mogelijk is daardoor ook onvrede bij klagers ontstaan wat weer tot een verslechtering van hun onderlinge communicatie heeft geleid en uiteindelijk heeft geleid tot de onttrekking door verweerder. Na de ontstane vertrouwensbreuk met klagers mocht verweerder zich onttrekken en dat heeft hij zorgvuldig gedaan. Gezien de omstandigheid dat klager in zijn communicatie verweerder steeds beledigender en dwingender heeft bejegend, in samenhang met het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder, volstaat de raad, ondanks de schending van de kernwaarde deskundigheid, met een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:7 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-230/AL/OV
- Datum publicatie: 26-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:7
Verweerder heeft aanvankelijk als gerechtsdeurwaarder, daarna als zelfstandig incassojurist en vervolgens als advocaat voor klager gelden geïnd bij de veroordeelde wederpartij. Verweerder heeft als advocaat niet voldaan aan zijn informatieplicht richting klager. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder vanaf dat moment de voor klager voortgezette incassowerkzaamheden en daarover gemaakte afspraken aan klager heeft bevestigd. Verweerder had dat moeten doen en mocht er niet vanuit gaan dat de oude afspraken (als deurwaarder) met klager stilzwijgend waren verlengd. Daarin stonden een provisieregeling van 10% en een boetebeding bij voortijdige opzegging, wat voor advocaten in principe niet is toegestaan. Juist ook de vele vragen van klager in aanloop naar de beëdiging als advocaat, hadden voor verweerder extra aanleiding moeten zijn om alles duidelijk vast te leggen. Verweerder heeft dat niet schriftelijk gedaan, hetgeen voor zijn risico blijft. De raad is verder van oordeel dat verweerder, vanaf het moment dat hij advocaat is geworden, financieel niet zorgvuldig jegens klager heeft gehandeld door onvoldoende duidelijk met klager te communiceren over de financiële afwikkeling van zijn werkzaamheden. Dat hij dit niet integer heeft gedaan, is de raad niet gebleken. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4694
- Datum publicatie: 26-01-2023
- Datum uitspraak: 20-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:30
Klacht tegen een psychiater. Klager is opgenomen in een GGZ-instelling. Hij mocht in 2019 met ontslag onder voorwaarde dat hij Zypadhera (een antipsychoticum) zou gebruiken. Hij is daar een keer zo ziek van geworden dat hij werd opgenomen op de IC van het ziekenhuis. Klager verwijt de psychiater die deze medicatie voorgeschreven heeft dat dit is voorgevallen. Het college acht het niet verwijtbaar dat deze medicatie aan klager is voorgeschreven. Wat bij klager is gebeurd, is dat er een zeldzame complicatie is opgetreden die verband houdt met het gebruik van de medicatie. Dat dit is gebeurd, kan de psychiater niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:7 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-988/DB/OB
- Datum publicatie: 25-01-2023
- Datum uitspraak: 24-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:7
Advocaat in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerster heeft hoor en wederhoor toegepast en vervolgens haar bevindingen weergegeven. Verweerster is in haar brief van 15 juni 2021 uitvoerig ingegaan op de klacht van klager, op al hetgeen door klager tijdens het gesprek met verweerster ter toelichting op de klacht naar voren is gebracht en op het verweer van mr X. Advocaat heeft vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.Hoewel het, zoals de advocaat in haar verweer ook stelt, wellicht verstandiger was geweest om klager ook naar de vFas door te verwijzen, was de keuze van de advocaat om klager enkel naar de deken te verwijzen, gelet op de omstandigheden van de zaak, niet onbegrijpelijk. Het stond klager bovendien vrij om zich ook tot de vFas te wenden, wat hij ook heeft gedaan. Klager is door het handelen van verweerster niet in zijn belangen geschaad.Klacht gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk van onvoldoende gewicht.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:19 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-678/DH/DH
- Datum publicatie: 25-01-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:19
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:10 Hof van Discipline 's Gravenhage 210247
- Datum publicatie: 25-01-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:10
Klacht van (voormalig) advocaat tegen (voormalig) deken. De raad heeft de klacht van klager in alle drie de onderdelen ongegrond verklaard. Het hof onderschrijft de door de raad aangelegde toetsingsmaatstaf en de overwegingen. Geen van de uitvoerige beroepsgronden, noch de daarop gegeven toelichting, noopt het hof om de overwegingen van de raad voor onjuist te houden.Anders dan de raad oordeelt het hof evenwel dat de conclusie die uit de overwegingen van de raad moet worden getrokken is dat de klachten 1 en 2 gegrond moeten worden verklaard. Het optreden door een deken als belangenbehartiger van een advocaat in een individuele klachtzaak, ook al is die advocaat een voormalig deken, staat op gespannen voet met overige bij de deken belegde rollen in het rechtsbestel, kan daardoor het vertrouwen in de advocatuur schaden en dient daarom te worden vermeden.Deze gegrondverklaring brengt naar het oordeel van het hof echter niet mee dat een maatregel moet worden opgelegd. Het hof sluit de ogen niet voor het feit dat verweerder heeft gehandeld in overeenstemming met hetgeen op het moment van zijn handelen bestendig gebruik was bij lokale dekens. Dat het hof deze praktijk, op basis van voortschrijdend inzicht, eerst alleen als onwenselijk, maar inmiddels als onbetamelijk kwalificeert, hoeft niet ten nadele van verweerder uit te vallen. Gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de raad.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 190
- Pagina: 191
- Pagina: 192
- ...
- Pagina: 971
- Volgende pagina zoekresultaten