Zoekresultaten 9251-9300 van de 48550 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:38 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-553/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4180

    Klacht tegen orthopedisch chirurg is van onvoldoende gewicht. De gebruikelijke werkwijze van de orthopedisch chirurg is dat binnen één week de verwijzer, in dit geval de huisarts, een brief wordt gestuurd met een samenvatting van het consult. In deze situatie heeft de second opinion heeft geen nieuwe relevante informatie opgeleverd en de continuïteit van de zorg aan klaagster is niet in geding geweest. De huisarts hoefde ook niet na de second opinion een deel van de behandeling op zich te nemen. Beklaagde en klaagster hebben afgesproken dat klaagster opnieuw contact op zou nemen als zij verder onderzoek wenste. Gelet op het voorgaande acht het college dit klachtonderdeel kennelijk van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:58 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/15

    Dierenarts wordt verweten, in hoofdzaak, dat hij ten onrechte heeft geconcludeerd dat de hond van klaagster een TIA had, dat hij vervolgens onnodig tot euthanasie heeft geadviseerd en dat de hond is behandeld in een periode waarin hij als dierenarts was geschorst. Op basis van de ingediende stukken en hetgeen ter zitting is verhandeld, heeft het college niet met zekerheid kunnen vaststellen dat beklaagde degene is geweest die de hond heeft behandeld. Klacht niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:43 Raad van Discipline Amsterdam 22-843/A/NH

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft zich ten opzichte van klager niet heeft gedragen zoals een behoorlijk en zorgvuldig handelende advocaat betaamt. Indien verweerder meende eerst een uitdrukkelijke akkoordverklaring te moeten hebben alvorens verdere werkzaamheden te verrichten, dan had de inhoud van elk van voormelde e-mails meer dan genoeg aanleiding voor verweerder moeten zijn geweest om klager erop te attenderen dat hij nog in afwachting was van de getekende akkoordverklaring van klager en voordien geen werkzaamheden voor hem zou verrichten. Uit deze e-mails komt duidelijk naar voren dat klager ervan uitging dat verweerder zijn zaken in behandeling had genomen en voor hem aan de slag was gegaan. Door hier niet op te reageren, heeft verweerder deze onduidelijkheid laten ontstaan en bestaan. Klacht in beide onderdelen gegrond. Onvoorwaardelijke schorsing van vier weken en matiging proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4046

    Klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts is ingeschakeld naar aanleiding van de ziekmelding van klaagster. Er hebben twee telefonische consulten plaatsgevonden en er is e-mailcontact geweest tussen klaagster en beklaagde over de belastbaarheid van klaagster. Daarnaast heeft de bedrijfsarts een belastbaarheidsprofiel laten opstellen door een verzekeringsarts. Op basis hiervan heeft de bedrijfsarts geconcludeerd dat er geen sprake is van ziekte/gebrek op grond waarvan beperkingen ten aanzien van werk geduid moeten worden. De bedrijfsarts heeft een tijdgebonden opbouw van werk en werkzaamheden geadviseerd om klaagster te laten terugkeren in haar eigen werk. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder meer dat hij tijdens het eerste telefonische consult al een diagnose heeft gesteld, dat hij zonder met klaagster te overleggen heeft besloten tot het laten verrichten van een belastbaarheidsprofiel door een derde, dat hij geen professionele houding heeft aangenomen en dat hij zich vooringenomen heeft opgesteld. Het college verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:37 Raad van Discipline Amsterdam 23-040/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht wordt niet ontvankelijk verklaard gelet op het ne bis in idem-beginsel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/48

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist. Klager is verwikkeld in een echtscheidingsprocedure met de moeder van zijn kinderen. In het kader van de echtscheidingsprocedure heeft beklaagde, in opdracht van het NIFP en op verzoek van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof), onder supervisie van een GZ-psycholoog een familierechtelijk onderzoek verricht om duidelijk te krijgen welke hoofdverblijfplaats voor de kinderen passend is wat betreft opvoeding en verzorging. Van dit onderzoek is een rapport uitgebracht. De klacht heeft betrekking op het door beklaagde en de GZ-psycholoog verrichte onderzoek en het door hen opgestelde rapport. Klager verwijt beklaagde dat zij hem ten onrechte heeft uitgesloten van het onderzoek en dat zij een ondeugdelijke rapportage heeft opgesteld. Het college verklaart de klacht gegrond. Op het onderzoek door beklaagde en de GZ-psycholoog is de Leidraad deskundigen in civiele zaken van toepassing. Op basis van deze leidraad is de raadsheer-commissaris van het gerechtshof als contactpersoon aangesteld waar beklaagde en de GZ-psycholoog bij vragen en twijfel terecht konden. Er was vertraging ontstaan in het onderzoek naar klager. Vanwege de strakke deadline vanuit het hof hebben beklaagde en de GZ-psycholoog er, na intern overleg met het NIFP, voor gekozen om het onderzoek af te ronden zonder dat klager onderzocht was. Het college acht het niet begrijpelijk dat zij de situatie omtrent de ontstane vertraging in het onderzoek naar klager niet met de raadsheer-commissaris hebben besproken. Intern overleg met het NIFP was onvoldoende. Dit maakt dat zij het onderzoek naar klager niet op deze manier hadden mogen afsluiten. Als gevolg hiervan is het rapport over klager onvolledig en daarmee ondeugdelijk. Ook de rapporten over de kinderen zijn onvolledig, nu klager daarin niet is meegenomen. Aan beklaagde wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:45 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-1013/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij in een burengeschil deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:39 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-613/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4179

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Uit de stukken volgt naar het oordeel van het college voldoende dat er wel in het voortraject voor de operatie gesproken is met klaagster over het doel en de inhoud van de voorgestelde operatie. Uit de aantekening van de orthopedisch chirurg van 5 juli 2016 blijkt voorts dat een standsverandering bij de voorgestelde operatie de bedoeling was en niet voorstelbaar is dat klaagster daar niets van wist voorafgaande aan de operatie. Het had in deze zaak achteraf discussie voorkomen als de informed consent expliciet schriftelijk zou zijn vastgelegd. Schriftelijke vastlegging was in ieder geval in 2016 echter niet wettelijk verplicht noch algemeen gebruikelijk in de zorg.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:59 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/69

    Dierenarts wordt verweten dat zij bij de hond van klaagster tegen haar wens in en zonder haar toestemming een castratie heeft uitgevoerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:44 Raad van Discipline Amsterdam 22-830/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Hoewel het de voorkeur had verdiend dat eerst (telefonisch) overleg zou hebben plaatsgevonden tussen advocaten, is de urgentie bij de indiening van het verzoekschrift begrijpelijk. De door klager in zijn e-mail – kennelijk zonder medeweten van zijn eigen advocaat – aangekondigde wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige dochter naar zijn eigen woonadres zou, zoals verweerster ter zitting heeft toegelicht, leiden tot het wegvallen van bepaalde toeslagen en daarmee ingrijpende financiële gevolgen voor de cliënte van verweerster hebben. Het stond verweerster dan ook vrij om het verzoekschrift in te dienen, want er was redelijke grond om te menen dat dat in het belang van haar cliënte was. Niet gebleken dat verweerster druk heeft uitgeoefend om de klacht in te laten trekken. Tot slot is het niet gebleken dat verweerster betrokken is geweest bij de oproep voor een minderjarigenverhoor of bij het invullen van de verklaring door de minderjarige dochter . Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:38 Raad van Discipline Amsterdam 23-084/A/A

    Klacht over advocaat in privé. Klacht is gedeeltelijk buiten de termijn ex artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet ingediend. Voor het overige hebben klagers geen eigen belang bij een klacht over de arbeidsrechtsrechtelijke verhouding tussen het bestuur van X, waarvan verweerder voorzitter is, en de heer A.Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 sub a en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3168

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager is verwikkeld in een echtscheidingsprocedure met de moeder van zijn kinderen. In het kader van de echtscheidingsprocedure heeft beklaagde, in opdracht van het NIFP en op verzoek van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof), als supervisor van een orthopedagoog-generalist, een familierechtelijk onderzoek verricht om duidelijk te krijgen welke hoofdverblijfplaats voor de kinderen passend is wat betreft opvoeding en verzorging. Van dit onderzoek is een rapport uitgebracht. De klacht heeft betrekking op het door beklaagde en de orthopedagoog-generalist verrichte onderzoek en het door hen opgestelde rapport. Klager verwijt beklaagde dat zij hem ten onrechte heeft uitgesloten van het onderzoek en dat zij een ondeugdelijke rapportage heeft opgesteld. Het college verklaart de klacht gegrond. Op het onderzoek door beklaagde en de orthopedagoog-generalist is de Leidraad deskundigen in civiele zaken van toepassing. Op basis van deze leidraad is de raadsheer-commissaris van het hof als contactpersoon aangesteld waar beklaagde en de orthopedagoog-generalist bij twijfel terecht konden. Er was vertraging ontstaan in het onderzoek naar klager. Vanwege de strakke deadline vanuit het gerechtshof hebben beklaagde en de orthopedagoog-generalist er, na intern overleg met het NIFP, voor gekozen om het onderzoek af te ronden zonder dat klager onderzocht was. Het college acht het niet begrijpelijk dat zij de situatie omtrent de ontstane vertraging in het onderzoek naar klager niet met de raadsheer-commissaris hebben besproken. Intern overleg met het NIFP was onvoldoende. Dit maakt dat zij het onderzoek naar klager niet op deze manier hadden mogen afsluiten. Als gevolg hiervan is het rapport over klager onvolledig en daarmee ondeugdelijk. Ook de rapporten over de kinderen zijn onvolledig, nu klager daarin niet is meegenomen. Aan beklaagde wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4175

    Klacht tegen plastisch chirurg kennelijk ongegrond. Er is, ook volgens het verslag van de second opinion, geen voorstel voor behandeling gedaan. Daarom valt ook niet in te zien dat de plastisch chirurg het belang van de plastisch chirurgen boven het belang van klaagster heeft gezet. Dat de plastisch chirurg, zoals hij zelf in het verweerschrift heeft aangegeven, uitleg heeft gegeven over eventuele verbetering van de littekens aan de arm maakt nog niet dat hij daarmee klaagsters belang niet heeft laten prevaleren. De plastisch chirurg heeft lichamelijk onderzoek gedaan, uitleg gegeven over de manier van operatie in 2017 en eventuele mogelijkheden om klaagsters ontevredenheid over het resultaat weg te nemen. Bij een operatie zoals in 2017 door klaagster is ondergaan kunnen de problemen die zij ervaart postoperatief voorkomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:40 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-649/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:39 Raad van Discipline Amsterdam 23-081/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Omdat de klacht over verweersters optreden in 2003 pas in 2022 is ingediend, en niet is gebleken van feiten en omstandigheden die maken dat die termijnoverschrijding verschoonbaar is, is de klacht op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet- ontvankelijk

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4392

    Klacht tegen een physician assistant (hierna: pa). Klager werd voor de tweede maal door de pa gezien vanwege pijnklachten aan zijn been. Tijdens het consult is er een ruzie ontstaan waarbij klager geweld heeft gebruikt tegen de pa, die daardoor ernstig letsel opliep. De pa heeft de behandelrelatie vervolgens beëindigd. Klager verwijt de pa – samengevat – dat hij zich ongepast naar klager heeft gedragen, klager heeft geprovoceerd, de behandelrelatie eenzijdig heeft beëindigd en over het geweldsincident heeft geschreven op de website van zijn beroepsvereniging. Klager meent dat de tekst te herleiden is tot klager. Het college acht de verwijten onterecht en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:60 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/52

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten zonder geldige groothandelsvergunning aanzienlijke hoeveelheden URA-gekanaliseerde diergeneesmiddelen te hebben geleverd aan een persoon die c.q. bedrijf dat evenmin over een (groothandels)vergunning beschikte. Gegrond. Volgt voorwaardelijke geldboete van € 2.000.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4174

    Klacht tegen verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Klaagster is in 2017 door een plastisch chirurg geopereerd aan haar hals. Tevens is er een “armlift” uitgevoerd. Eind 2017 is aan de verzekeringsarts een Medisch HaalbaarheidsOnderzoek (MHO) verzocht door de advocaat van klaagster. De verzekeringsarts mocht vertrouwen op de juistheid van de medische stukken die haar ter beschikking werden gesteld. Dat deze niet juist zijn, is door klaagster niet gemotiveerd onderbouwd. Er is geen verplichting om daarbij de betrokkene zelf te onderzoeken. Het kan de verzekeringsarts niet tuchtrechtelijk verweten worden welk bedrag de advocaat aan klaagster in rekening heeft gebracht voor het MHO. Daar is de verzekeringsarts niet bij betrokken geweest.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:41 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-726/DH/DH

    Verzet gedeeltelijk gegrond. De voorzitter heeft miskend dat klagers verweerder (ook) verwijten dat hij hen onvoldoende heeft geïnformeerd en geadviseerd over hun zaak. Een duidelijk en schriftelijk onderbouwd advies ontbreekt in het dossier. De klacht is daarom gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4460

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager verblijft in een TBS-kliniek. Hij beklaagt zich over ordemaatregelen die hem waren opgelegd nadat hij regels van de kliniek had overtreden. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:35 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-1005/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Dat verweerster zich in de ene discussie op de letterlijke tekst van de VSO baseert en in de volgende discussie verwijst naar de bedoeling van partijen, is niet klachtwaardig.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:40 Raad van Discipline Amsterdam 22-674/A/A

    Verzetbeslissing. De verzetgronden slagen niet. Klager heeft in zijn verzetschrift grotendeels herhaald wat hij ook in zijn klacht al naar voren had gebracht. De in het verzetschrift genoemde correcties en/of verduidelijkingen ten aanzien van de feiten en de beoordeling van de klacht zijn voor de raad geen aanleiding om aan de juistheid van het oordeel van de voorzitter te twijfelen. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4393

    Klacht tegen een huisarts. Klager is in de huisartsenpraktijk tweemaal gezien door een physician assistant (hierna: pa). Klager kreeg tijdens het tweede consult ruzie met de pa, werd agressief en bracht de pa ernstig letsel toe. Klager verwijt de huisarts dat zij de afspraak met klager, inhoudende dat hij alleen door haar gezien zou worden, niet heeft nageleefd. Daardoor kon het gebeuren dat klager zonder dat hij dat wilde door de pa werd gezien. Ook verwijt klager de huisarts dat zij na het incident met de pa onvoldoende oog voor klagers kant van het verhaal heeft gehad. Verder verwijt klager de huisarts dat zij niet het verhaal van klager besproken heeft met de pa. Het college acht de verwijten onterecht en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4173

    Klacht tegen plastisch chirurg kennelijk ongegrond. De klacht heeft betrekking op een door de plastisch chirurg uitgevoerde arm- en halslift. Klaagster verwijt de plastisch chirurg onder meer dat hij de ingrepen niet goed heeft uitgevoerd en dat hij niet reageerde op klaagsters verzoeken nadat klaagster merkte dat het niet goed zat in haar armen en hals. Naar het oordeel van het tuchtcollege zijn deze verwijten niet terecht en heeft beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:42 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-823/DH/DH

    Uit het klachtdossier spreekt een volstrekte onverschilligheid van verweerder naar klager en de letselschadekwestie van klager. De manier waarop verweerder heeft gehandeld is een advocaat onwaardig. De gang van zaken laat zien dat verweerder niet bekend is met de basisbeginselen voor het behandelen van een dossier, althans dat hij deze aan zijn laars lapt. Het roept bij de raad twijfel op over de integriteit van verweerder. Door toedoen van verweerder is klager jaren in het ongewisse gebleven. Klager is nu terug bij af met een dossier waarin de kans van slagen niet erg groot lijkt te zijn. Verweerder heeft de belangen van klager geschaad en het vertrouwen in de advocatuur beschaamd. De raad stelt vast dat verweerder eerder met de tuchtrechter in aanraking is gekomen. Verschillende, deels vergelijkbare klachten tegen hem zijn gegrond verklaard, met maatregelen van een waarschuwing en berispingen als gevolg. Schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van acht weken, waarvan vier weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5106

    Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster maakt de psychiater zeer ernstige verwijten: zij verwijt hem dat hij haar met de dood heeft bedreigd en verschillende gewelddadige en seksuele handelingen bij haar heeft verricht. De voorzitter overweegt dat zij niet kan vaststellen dat de psychiater de door klaagster gestelde handelingen zou hebben verricht. Klaagster heeft de zware beschuldigingen na de stellige ontkenning door de psychiater niet verder concreet toegelicht of onderbouwd. In het dossier zijn ook geen aanknopingspunten te vinden voor het handelen dat klaagster de psychiater verwijt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:3 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/16

    Klacht tegen twee dierenartsen betrekking hebbend op het vermeend onjuist vaccineren van het vee van klager tegen IBR (infectieuze bovine rhinotracheïtis), hetgeen volgens klager heeft geleid tot diverse ernstige problemen (huidplekken op de bil, kreupelheid, stramme houding/trillen, doffe vacht, neusvloeiing, mastitis, een sterk verhoogd tankcelgetal), met als gevolg een teruglopende melkproductie en een verhoogde uitval onder het vee. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:36 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-365/DH/DH

    Verweerster is in zaak 21-440/DH/DH berispt omdat zij klaagster zonder grond beschuldigde van het maken van misbruik van haar functie bij het openbaar ministerie. Na de beslissing van de raad heeft verweerster haar ongefundeerde beschuldigingen voortgezet. De raad legt aan verweerster nogmaals een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:41 Raad van Discipline Amsterdam 22-685/A/A

    Verzetbeslissing. De verzetgronden slagen niet. Klager heeft in zijn verzetschrift grotendeels herhaald wat hij ook in zijn klacht al naar voren had gebracht. De uitleg die klager geeft aan de termijn voor het indienen van een klacht als bedoeld in artikel 46g lid 2 AW gaat niet op en zijn betoog mist bovendien feitelijke grondslag. Naar aanleiding van het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 maart 2018 heeft klager verweerder aansprakelijk gesteld. Op grond van dezelfde informatie had klager ook (tijdig) een klacht over verweerder bij de deken kunnen indienen. Klager was toen immers al redelijkerwijs bekend met de voor hem mogelijk negatieve gevolgen van het handelen van verweerder. Daarvoor was het niet nodig om te wachten op de definitieve civielrechtelijke uitkomst van de afhandeling van de aansprakelijkstelling. Verder was het niet de verantwoordelijkheid van het kantoor van verweerder om klager te wijzen op de tuchtrechtelijke termijnen voor het indienen van een klacht bij de deken. Geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding toelaatbaar wordt geacht. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4326

    Beklaagde is als arts ingeschakeld als medisch adviseur door uitvoeringsorganisatie om te beoordelen of er bij klager sprake was van “structurele medische omstandigheden” in de zin van artikel 5.16 van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF), waardoor klager niet binnen de geldende diplomatermijn kon afstuderen (en zijn prestatiebeurs omgezet zou kunnen worden in een gift). De klacht heeft betrekking op het door beklaagde opgestelde adviesrapport. Het college verklaart de klacht deels gegrond, namelijk voor zover klager stelt dat beklaagde het wettelijke inzage- en blokkeringsrecht niet heeft toegepast. Het verweer dat beklaagde op dit punt heeft mogen vertrouwen op de juristen van de uitvoeringsorganisatie gaat volgens het college niet op. Beklaagde heeft als BIG-geregistreerde een eigen verantwoordelijkheid. Hij had kennis kunnen nemen van bijvoorbeeld de Richtlijn medisch specialistische rapportage in bestuurs- en civielrechtelijk verband. Het college legt als maatregel een waarschuwing op. De klacht is ongegrond voor zover klager stelt dat (de totstandkoming van) het rapport inhoudelijk niet klopt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:35 Raad van Discipline Amsterdam 23-083/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De feitelijke grondslag van de klacht, dat verweerster klaagster tijdens een IBS-zitting heeft vertegenwoordigd terwijl zij wist dat klaagster al een stamadvocaat had, ontbreekt. Dat de inbewaringstelling is verlengd en later een zorgmachtiging is opgelegd is niet het gevolg van ondermaats optreden van verweerster. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4172

    Klacht tegen plastisch chirurg kennelijk ongegrond. De plastisch chirurg heeft klaagster gezien met klachten na een eerdere, door een andere plastisch chirurg, uitgevoerde halslift. In de hals was sprake van een zwelling. Hiervoor heeft de plastisch chirurg klaagster verwezen naar de huidtherapeute voor littekentherapie. Daarnaast heeft de plastisch chirurg een littekencorrectie uitgevoerd. Klaagster verwijt de plastisch chirurg onder meer dat hij haar behandelingen liet ondergaan door de huidtherapeute, terwijl dit niet zinvol was. Volgens klaagster was namelijk sprake van een aangetrokken spier. Ook verwijt zij hem dat hij een machtiging voor een hersteloperatie aanvroeg bij klaagsters zorgverzekeraar, terwijl die operatie volgens haar niet tot de vergoedingen behoort, en dat hij meermaals een onjuiste reden opgaf op de factuur voor de operatie. Naar het oordeel van het tuchtcollege zijn deze verwijten niet terecht en heeft beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:43 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-1009/DH/DH 22-1010/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak kennelijk ongegrond. Verweerder heeft steeds gehandeld binnen de hem toekomende ruime vrijheid.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4182

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Uit het dossier blijkt dat lichamelijk onderzoek en bestudering van het aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden. De conclusie was dat er een chronisch open wond was en geen standsafwijkingen. Omdat geen standsafwijking bleek heeft de orthopedisch chirurg terecht geen operatieve standsverandering voorgesteld.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:4 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/81

    Klacht tegen twee dierenartsen. Eerste dierenarts wordt verweten dat klaagster niet direct op consult mocht komen toen zij in de avond telefonisch aan een assistente van de praktijk had gemeld dat haar hond sinds het consult dat de vorige dag had plaatsgevonden suf was en bruinkleurige urine had. Hiernaast wordt deze dierenarts verweten dat zij tijdens een consult de volgende dag de hond zonder voorafgaand onderzoek wilde laten inslapen en dat de hond te laat is doorverwezen naar een gespecialiseerde kliniek. De tweede dierenarts wordt verweten dat zij tijdens een consult geen antibiotica heeft voorgeschreven ter behandeling van de recidiverende huidklachten aan de poten van de hond. Beide klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:37 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-544/DH/DH

    Klaagster is een onderneming. Na het aftreden van de oud bestuurder (vader) en het aantreden van de nieuwe bestuurder (zoon), komen vragen op over werkzaamheden van en facturatie door verweerder. De stelling van klaagster is dat verweerder gehouden is om duidelijkheid te verschaffen. Het verwijt treft geen doel, omdat vast komt te staan dat verweerder telkens informatie en stukken heeft verstrekt aan klaagster in de persoon van de oud bestuurder/vader. Deze informatie moet aldus bekend worden geacht bij klaagster. Dat informatie niet van vader op zoon is overgedragen is in de eerste plaats een intern probleem. Verweerder heeft zich niettemin bereid getoond om informatie nogmaals te verstrekken. De raad kan niet vaststellen dat verweerder daarbij stukken heeft achtergehouden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:34 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-003/AL/OV

    Gegrond verzet door onjuiste uitleg door voorzitter van een aantal klachtonderdelen. Verweerster, toen nog advocaat, heeft klager onvoldoende schriftelijk voorgelicht over de gang van zaken en de kans van slagen in zijn hoger beroep. De vele vragen van klager en ook de beslissing van het hof om de zaak na een schriftelijke ronde meteen voor beraad in het roljournaal te plaatsen, hadden reden voor verweerster moeten zijn om met klager te overleggen over het gewenste vervolg van de zaak. Dat heeft verweerster niet gedaan, hetgeen haar tuchtrechtelijk wordt aangerekend. Dat klager daardoor het hoger beroep heeft verloren, is de raad uit de stukken echter niet gebleken. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:42 Raad van Discipline Amsterdam 22-623/A/A

    Verzetbeslissing. Verzet gedeeltelijk gegrond. Uit het door klager overgelegde proces-verbaal blijkt dat verweerder als getuige (telefonisch) een verklaring bij de politie heeft afgelegd naar aanleiding van een aangifte tegen klager ter zake van stalking. Tegen deze achtergrond valt niet goed te plaatsen dat de voorzitter in haar beslissing heeft overwogen dat klager niet heeft onderbouwd dat verweerder een getuigenverklaring tegen hem heeft afgelegd. De voorzitter is dan ook van onjuiste feiten uitgegaan. Dat in de voorzittersbeslissing bij de weergave van het procesverloop wel melding is gemaakt van de e-mail waarbij het proces-verbaal is overgelegd, doet hieraan niet af. Het klachtonderdeel over de geheimhoudingsplicht van verweerder is ongegrond. Voor het overige is het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4297

    Klacht tegen KNO-arts. Bij klager is een brughoektumor (een goedaardige tumor in de buurt van een gehoorzenuw) verwijderd door de KNO-arts. Hierbij is per ongeluk een bloedvat doorgenomen. Het bloedvat werd geclipt waardoor er een doorbloedingsstoornis in een deel van de hersenen is ontstaan. Dit laatste heeft tot bewegingsstoornissen geleid bij klager. Klager verwijt de KNO-arts dat hij het bloedvat heeft doorgenomen tijdens de operatie, dat hij klager van tevoren niet heeft verteld dat dit zou kunnen gebeuren en welke schade daardoor kan ontstaan en dat hij klager niet meteen na de operatie heeft verteld wat er was gebeurd. Het college is van oordeel dat de verwijten van klager onterecht zijn. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:36 Raad van Discipline Amsterdam 23-085/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Zitting heeft met gebruikmaking van telehoren plaatsgevonden. Niet gebleken dat de belangen van klager daardoor onvoldoende zorgvuldig zijn behartigd. Klager heeft bovendien zelf te kennen gegeven niet naar de rechtbank te willen afreizen. Klager heeft niet onderbouwd welke voor de beoordeling van de zaak relevante stukken door de advocaat niet in het geding zijn gebracht. Niet gebleken dat verweerder heeft geweigerd de zaak voortvarend over te dragen. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4183

    Klacht tegen arts betrokken bij euthanasietraject kennelijk ongegrond. Klaagster heeft zich aangemeld met een verzoek om euthanasie vanwege pijn en beperkingen als gevolg van een trauma aan haar voet. Beklaagde was als ambulant arts betrokken bij de beoordeling van klaagsters verzoek. Er hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden tussen klaagster, beklaagde en een verpleegkundige. Om de klachten van klaagster te inventariseren en toetsen heeft beklaagde een second opinion gevraagd bij de pijnpoli. Door de pijnpoli zijn een aantal behandelmethodes geadviseerd. Klaagster was het hiermee niet eens en wilde hieraan niet meewerken. Daarop is geconcludeerd dat het euthanasietraject niet kon worden vervolgd. Klaagster verwijt beklaagde onder meer dat hij haar niet serieus heeft genomen in haar verzoek tot euthanasie, geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de situatie waarin zij verkeerde en dat hij onnodig tijd heeft gerekt. Naar het oordeel van het tuchtcollege zijn deze verwijten niet terecht en heeft beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:51 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/90

    Dierenarts wordt verweten het niet los komen van de nageboorte bij een paard niet als een spoedsituatie te hebben beschouwd en dat het paard niet tijdig is behandeld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:45 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/30

    Klacht tegen twee dierenartsen die wordt verweten dat zij tegen de uitdrukkelijke wens van klaagster in, de ontvelde staart van haar kat tijdens een spoeddienst niet hebben geamputeerd. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:52 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/96

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de zieke hond van klager te hebben nagelaten een huisbezoek af te leggen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:46 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/20

    Dierenarts en paraveterinair wordt verweten dat zij tijdens het verblijf van een kat in een dierenpension onjuist en onzorgvuldig hebben gehandeld met betrekking tot de toediening van insuline. Klachten deels gegrond, met oplegging van een waarschuwing in beide zaken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1287

    Klacht tegen huisarts. De echtgenote van klager is overleden aan de gevolgen van kanker. De klacht gaat over de behandeling van zijn echtgenote. Klagers echtgenote heeft de huisarts bezocht met rugklachten en buikklachten die weer overgingen in rugklachten. Naderhand bleek dat er sprake was van kanker. De klacht van klager gaat over het niet ingaan op het verzoek van patiënte om beeldvormend onderzoek van de rug, het pas na zeven weken na de ernstige diagnose een huisbezoek afleggen, geen zorgdragen voor medische zorg in de thuissituatie en patiënte niet voorzien van morfine bij de ambulancerit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht over het beeldvormend onderzoek gegrond verklaard en de huisarts daarvoor een waarschuwing opgelegd en de klacht verder afgewezen. Partijen zijn over een weer in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht over het beeldvormend onderzoek alsnog ongegrond en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:53 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/114

    Dierenarts treft het verwijt met betrekking tot een hond, die nadien een uveo-dermatologisch syndroom ( Vogt Koyanagi Harada) bleek te hebben, geen volledig algemeen klinisch onderzoek en een te beperkt oogonderzoek te hebben verricht en nalatig te hebben gehandeld met betrekking tot de voorgeschreven medicatie, naast dat de tijdsduur tot het geadviseerde controleconsult te lang is geweest. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:47 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/94

    Klacht tegen twee dierenartsen over het met betrekking tot de zieke kat van klaagster verrichtte onderzoek, de diagnosestelling en de behandeling. Klachten zijn respectievelijk niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard.