Zoekresultaten 9151-9200 van de 48550 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:47 Raad van Discipline Amsterdam 22-797/A/NH

    Raadsbeslissing; (Gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met gedragsregel 27 zonder toestemming van de wederpartij ter zitting uitlatingen te doen over de schikkingsonderhandelingen. Gelet op het feit dat verweerder na afloop van de zitting de rechtbank gelijk heeft verzocht zijn uitlatingen buiten beschouwing te laten en het getoonde inzicht volstaat de raad met het opleggen van de maatregel van waarschuwing met kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:48 Raad van Discipline Amsterdam 22-320/A/A

    Raadsbeslissing; (Gedeeltelijk) gegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat in een echtscheidingsprocedure. Verweerster heeft in haar dienstverlening niet voldaan aan de vereiste schriftelijke vastlegging zoals neergelegd in gedragsregel 16 lid 1. Uit het klachtdossier blijkt allereerst niet dat verweerster de opdracht schriftelijk heeft vastgelegd en dat verweerster klaagster daarbij heeft geïnformeerd over de kansen, risico’s en kosten van de te voeren echtscheidingsprocedure. Hoewel uit het klachtdossier wel naar voren komt dat verweerster veel zaken telefonisch dan wel per e-mail met klaagster heeft besproken, ontbreekt een tijdige schriftelijke vastlegging van zaken als de gekozen strategie en de keuzes die gaandeweg in de procedure zijn gemaakt. De onduidelijkheid over deze zaken komt bij gebreke van schriftelijke vastlegging voor risico van verweerster. Aan verweerster is de maatregel van waarschuwing met kostenveroordeling opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:388 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-951/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:17 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/410573 / KL RK 22-135

    Gelet op feitelijke toedracht in deze zaak voor notaris geen redenen om de wilsbekwaamheid van erflater te betwijfelen. Erflater voerde, ondanks het feit dat hij niet meer zelfstandig woonde, zelf zijn administratie en heeft zelf telefonisch contact opgenomen om een afspraak te maken voor een wijziging in zijn testament. Notaris heeft erflater voor het passeren van het testament twee maal onder vier ogen gesproken. De notaris heeft erflater daarbij gevraagd of hij medicijnen gebruikte die zijn verstandelijk vermogen zouden kunnen beïnvloeden en daarop heeft erflater ontkennend geantwoord. Erflater heeft tot twee maal toe duidelijk en vlot verwoord wat hij in zijn testament wilde wijzigen en waarom. In het daarop volgende gesprek de volgende dag heeft erflater de notaris onmiddellijk herkend toen de notaris de kamer van erflater binnenkwam. Duidelijk te kennen gegeven dat de volmacht aan klaagsters moet worden ingetrokken. Door de notaris onder verwijzing naar (niet overgelegde) aantekeningen geschetste beeld aannemelijk ook omdat deze beschrijving past in het beeld dat volgt uit het medisch dossier van de instelling over erflater.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4302

    Klacht tegen verzekeringsarts kennelijk ongegrond. De verzekeringsarts heeft in opdracht van een verzekeraar medisch advies uitgebracht. Klager is het niet eens met de (wijze van totstandkoming van) het rapport en het advies. Naar het oordeel van het college voldoet het rapport aan de daaraan te stellen eisen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:389 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-952/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4287

    Klacht tegen Gz-psycholoog. Klacht dat beklaagde niet in het belang van klaagsters broer heeft gehandeld door zich te laten leiden door de stukken die door de ggz-instelling zijn aangereikt. Zij kon daardoor niet objectief zijn.In haar rapportage is zij onzorgvuldig geweest in het juist weergeven van de feiten zoals aangeleverd door klaagster en haar broer. Het college overweegt dat het onderzoek bestond uit een ontwikkelingsanamnese, heteroanamnese, dossieronderzoek en psychiatrisch onderzoek. Vooral de gesprekken op 16 en 23 augustus 2018 die de Gz-psycholoog zelf met klaagster en haar broer heeft gevoerd zijn belangrijk geweest in de diagnostiek. Daarnaast zijn de door klaagster en haar broer ingevulde vragenlijsten in de beoordeling betrokken.Dit blijkt ook uit de rapportage van het psychologisch onderzoek en de daarin getrokken conclusie. Het college leidt hieruit niet af dat de informatie van de ggz-instelling daarbij leidend is geweest. Het college ziet geen aanwijzingen dat feiten onzorgvuldig in de rapportage staan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:390 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-953/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klager klaagt (onder meer) dat verweerder zich aan klagers zaak heeft onttrokken. De voorzitter is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder zich, gelet op het ontstane verschil van inzicht, kon en mocht onttrekken aan klagers zaak. Klager wilde hoger beroep instellen tegen het vonnis van de rechtbank. Verweerder wilde dat echter niet omdat hij geen mogelijkheden zag voor een succesvol in te dienen hoger beroep. Verweerder was daarom niet gehouden klagers belangen langer te behartigen. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de voorzitter ook op zorgvuldige wijze aan de zaak van klager onttrokken. Verweerder heeft (ruim) vóór het verstrijken van de appeltermijn aan klager laten weten dat hij hem niet zal bijstaan in een eventuele appelprocedure, hij heeft klager nogmaals op de appeltermijn gewezen en hij heeft klager laten weten dat hij zich tot een andere advocaat dient te wenden als hij toch in hoger beroep wenst te gaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4288

    Klacht tegen psychiater. Klacht dat beklaagde niet in het belang van klaagsters broer heeft gehandeld door zich te laten leiden door de stukken die door de ggz-instelling zijn aangereikt. Zij kon daardoor niet objectief zijn. Zij heeft het psychiatrisch onderzoek niet serieus genomen.Het college oordeelt dat beklaagde op basis van de beoordeling van alle informatie die is verkregen uit het diagnostisch onderzoek tot de conclusie is gekomen dat er bij klaagsters broer geen ASS-diagnose (meer) gesteld kon worden. Vooral de gesprekken die de gz-psycholoog zelf met klaagster en haar broer heeft gevoerd zijn belangrijk geweest in de diagnostiek. Daarnaast zijn de door klaagster en haar broer ingevulde vragenlijsten bij de beoordeling betrokken. Dit wordt ondersteund door de rapportage psychologisch onderzoek en de daarin getrokken conclusie. Geen gebrek aan objectiviteit. Geen aanwijzingen dat het onderzoek niet serieus is genomen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:391 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-981/AL/NN

    De voorzitter is van oordeel dat de verwijten die klager over zijn eigen advocaat maakt niet zijn komen vast te staan. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:392 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1025/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht tegen een advocatenkantoor kennelijk niet-ontvankelijk en de klacht tegen een klachtfunctionaris kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/410429 / KL RK 22-133

    Art 93 lid 1, 17 en 21 lid 1 Wna. Novitaris-arrest.Klagers verwijten de notaris dat hij ten onrechte zijn medewerking aan de levering van het pand heeft opgeschort. Het recht van klagers op levering van het pand is sterker dan de rechten die ING pretendeert te hebben uit hoofde van het op het pand rustende hypotheekrecht. Naar het oordeel van de kamer kon de notaris in dit geval in alle redelijkheid tot de afweging komen om zijn medewerking (vooralsnog) op te schorten, te meer omdat de omvang van het belang van ING substantieel genoeg was.De notaris staat immers buiten de bankrelatie tussen ING en X. Het is niet de taak van de notaris en hij heeft vanuit zijn positie ook onvoldoende mogelijkheden om uiteindelijk vast te stellen of en in hoeverre ING nog openstaande vorderingen heeft op X die gesecureerd worden door het op het pand rustende hypotheekrecht. Die taak is voorbehouden aan de civiele rechter en de notaris kan en mag niet op de stoel van de rechter gaan zitten. De door klagers geïnitieerde kort geding procedure bij de rechtbank Midden-Nederland is dan ook de aangewezen route om een gerechtelijke uitspraak te verkrijgen op basis waarvan de notaris kan acteren. Daarom heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:393 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-039/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klachten over een voormalig advocaat. De voorzitter verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn. De rest van de klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/412578 / KL RK 22-158

    Het had op de weg van de notaris gelegen om bij klager sub 1) te verifiëren of hij ermee instemde om de verkoopopbrengst van de woning in depot te houden. De notaris heeft dit echter nagelaten om niet steekhoudend redenen. Zelfs als de nalatenschap van de moeder nog niet verdeeld zou zijn, was dit immers geen reden geweest om de verkoopopbrengst in depot te houden omdat de notaris in de verdeling van die nalatenschap geen taak had. Eveneens nalatig was het dat de notaris, nadat hij door de gemachtigde van klagers op uitbetaling van de verkoopopbrengst was aangesproken en uitbetaling had toegezegd, de verkoopopbrengst nog eens vier maanden in depot heeft gehoudenKlacht gegrond. Waarschuwing, motivering maatregel. Notaris, ook al was hij “huisnotaris” heeft zijn taak hier te ruim opgevat. Verzachtend werkt dat de notaris het depotbedrag wel al had terugbetaald voordat klacht werd ingediend en dat de notaris volgens de openbare registratie niet eerder een tuchtmaatregel opgelegd kreeg.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:46 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1621

    Klacht tegen ambulanceverpleegkundige. De zoon van klaagster heeft 112 gebeld in verband met onwel worden van klaagster. Beklaagde is met de ambulance naar de woning van klaagster gekomen en heeft haar onderzocht. Hij heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding was om klaagster over te brengen naar het ziekenhuis. Later die dag heeft de familie van klaagster opnieuw 112 gebeld en is klaagster na onderzoek door een ander ambulanceteam naar het ziekenhuis meegenomen. Onderzoek in het ziekenhuis wees uit dat sprake was van een herseninfarct. Klaagster verwijt beklaagde een onjuiste en/of onzorgvuldige behandeling en onzorgvuldig onderzoek, een onjuiste diagnose en ten onrechte niet meenemen en/of doorverwijzen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4295

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster heeft in het ziekenhuis een cardiale ablatie via de lies ondergaan, waarna sprake was van een aanhoudende infectie. Er volgden meerdere opnames van klaagster. Bij het behandelteam van klaagster, waar de verpleegkundig specialist onderdeel van was, bestond het vermoeden dat de wond gemanipuleerd werd door klaagster of door haar ouders en dat er mogelijk sprake was van pediatric condition falsification (hierna: PCF). Na overleg met Veilig Thuis hebben een aantal leden van het behandelteam van klaagster, waaronder de verpleegkundig specialist, een melding bij Veilig Thuis gedaan. Deze melding werd uiteindelijk weer ingetrokken toen er geen aanwijzingen meer waren voor PCF. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist onder andere dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het doen van de melding aan Veilig Thuis, dat zij obsessief in het medisch dossier van klaagster heeft gekeken, dat zij op een aantal momenten de gezondheidssituatie van klaagster verkeerd heeft ingeschat en dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden. De verpleegkundig specialist heeft de klacht bestreden. Het college heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard. De verpleegkundig specialist heeft naar het oordeel van het college voldaan aan alle stappen van de Meldcode, zij mocht haar beroepsgeheim doorbreken om een melding te doen en zij heeft de situatie van klaagster voldoende zorgvuldig beoordeeld en gemonitord. Er valt de verpleegkundig specialist geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:47 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1321

    Klacht tegen verpleegkundige. Hij is als verpleegkundige bij Jeugdgezinszorg verbonden aan de school van de twee kinderen van klager. Veilig Thuis (VT) heeft beklaagde per e-mail op de hoogte gebracht dat het vanuit school een melding had ontvangen waarin zorgen zijn geuit over het gezin en hem gevraagd of VT hem in verband met het onderzoek voor informatie kon benaderen. Klager verwijt beklaagde schending van het beroepsgeheim door zonder klagers toestemming, zonder (een poging tot) overleg met klager en zonder noodzaak in een rapport aan VT informatie te verstrekken over klager en zijn minderjarige kinderen, zonder dat beklaagde hen ooit had gezien of gesproken. Bovendien bevat de verstrekte informatie tendentieuze opmerkingen, die klager zonder noodzaak in een negatief daglicht zetten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4294

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Klaagster heeft in het ziekenhuis een cardiale ablatie via de lies ondergaan, waarna sprake was van een aanhoudende infectie. Er volgden meerdere opnames van klaagster. Bij het behandelteam van klaagster, waar de chirurg onderdeel van was, bestond het vermoeden dat de wond gemanipuleerd werd door klaagster of door haar ouders en dat er mogelijk sprake was van pediatric condition falsification (hierna: PCF). Na overleg met Veilig Thuis hebben een aantal leden van het behandelteam van klaagster, waaronder de chirurg, een melding bij Veilig Thuis gedaan. Deze melding werd uiteindelijk weer ingetrokken toen er geen aanwijzingen meer waren voor PCF.Klaagster verwijt de chirurg onder andere dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het doen van de melding bij Veilig Thuis, dat zij als hoofdbehandelaar onvoldoende regie heeft gehad bij de behandeling, dat zij onjuiste behandelingen bij klaagster heeft uitgevoerd en dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden. De chirurg heeft de klacht bestreden. Het college heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard. De chirurg heeft naar het oordeel van het college voldaan aan alle stappen van de Meldcode, zij mocht haar beroepsgeheim doorbreken om een melding te doen en zij heeft op meerdere punten zorgvuldig gehandeld. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:48 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1138

    Klacht tegen gz-psycholoog. Aan klager is een tbs-maatregel opgelegd waardoor hij in de periode 2015-2017 in een tbs-kliniek heeft verbleven. De gz-psycholoog was in die periode bij de behandeling van klager betrokken. Klager maakt de gz-psycholoog in dat verband een viertal verwijten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/07

    Hond. Het Veterinair Tuchtcollege heeft terecht geoordeeld dat de dierenarts geen overbodige of niet-geïndiceerde onderzoeken heeft uitgevoerd. De dierenarts heeft voldoende beargumenteerd waarom zij tot de diverse onderzoeken is overgegaan. Verder heeft het Veterinair Tuchtcollege terecht geoordeeld dat geen aanleiding bestaat voor de conclusie dat de dierenarts onderzoeken in rekening heeft gebracht die niet bij de hond van appellante zijn uitgevoerd. Ook is niet gebleken dat de dierenarts over de uitgevoerde onderzoeken onvoldoende met appellante heeft overlegd. Dit betekent dat appellante geen gelijk krijgt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2021/1137

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager verbleef sinds mei 2019 in de tbs-kliniek waar de gz-psycholoog werkzaam was. De gz-psycholoog was bij de behandeling van klager betrokken. Klager maakt de gz-psycholoog in dat verband een aantal verwijten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4296

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster heeft in het ziekenhuis een cardiale ablatie via de lies ondergaan, waarna sprake was van een aanhoudende infectie. Er volgden meerdere opnames van klaagster. Bij het behandelteam van klaagster, waar de verpleegkundig specialist onderdeel van was, bestond het vermoeden dat de wond gemanipuleerd werd door klaagster of door haar ouders en dat er mogelijk sprake was van pediatric condition falsification (hierna: PCF). Na overleg met Veilig Thuis hebben een aantal leden van het behandelteam van klaagster, waaronder de verpleegkundig specialist, een melding bij Veilig Thuis gedaan. Deze melding werd uiteindelijk weer ingetrokken toen er geen aanwijzingen meer waren voor PCF. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist onder andere dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het doen van de melding aan Veilig Thuis, dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door medische gegevens te delen met Veilig Thuis, dat zij obsessief in het medisch dossier van klaagster heeft gekeken en dat zij op enig moment de gezondheidstoestand van klaagster heeft onderschat. De verpleegkundig specialist heeft de klacht bestreden. Het college heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard. De verpleegkundig specialist heeft naar het oordeel van het college voldaan aan alle stappen van de Meldcode, zij mocht haar beroepsgeheim doorbreken om een melding te doen. Voorts concludeert het college onder meer dat niet is gebleken dat sprake was van obsessieve en onrechtmatige inzage in het dossier en van onzorgvuldig handelen dan wel van onderschatting van de situatie is geen sprake geweest. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-629/AL/GLD

    Verweerder heeft zich na de ontstane vertrouwensbreuk met klager op zorgvuldige wijze teruggetrokken (gedragsregel 14 leden 2 en 3). Daarnaast heeft verweerder belangrijke afspraken en zijn telkens gehandhaafde advies over het plan van aanpak schriftelijk aan klager bevestigd (gedragsregel 16), zodat daarover geen misverstand bij klager heeft kunnen bestaan. Excessief declareren niet gebleken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-909/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een internationaalrechtelijke familiekwestie in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:34 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-922/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Advocaat voldoet niet aan de verplichtingen ex artikel 7.4 Voda. Advocaat heeft, ondanks herhaalde toezeggingen de in artikel 7.4 lid 2 Voda bedoelde gegevens publiek toegankelijk te maken en daartoe een website te lanceren, niets gedaan. Advocaat heeft ter zitting van de raad verklaard geen ambitie te hebben om met haar eenmanszaak een website te lanceren en te gebruiken. De raad rekent het de advocaat tuchtrechtelijk ernstig aan dat zij niet voldoet aan haar verplichtingen ex artikel 7.4. lid 2 Voda, daarin volhardt en dat zij de deken gedurende ruim anderhalf jaar aan het lijntje heeft gehouden, terwijl zij, naar ter zitting is gebleken, niet van plan is om aan het bepaalde in artikel 7.4 lid 2 Voda te gaan voldoen. Advocaat heeft haar stelling dat zij in de periode waarin zij toezeggingen aan de deken deed, met een collega met een gezamenlijke website bezig is geweest, onvoldoende aannemelijk gemaakt.Dekenbezwaar gegrond, schorsing 8 weken, waarvan 4 voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-308/AL/GLD

    Verzetbeslissing. Het verzoek om aanhouding is afgewezen. De wrakingsverzoeken zijn afgewezen. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:35 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-907/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Advocaat heeft verzekeringsbewijs ondanks herhaalde verzoeken van de deken pas na een tegen hem ingediend artikel 60ab verzoek en dekenbezwaar aan de deken overgelegd. Advocaat heeft de lokale ordebijdrage niet betaald, geen financiële kengetallen aangeleverd, onvoldoende opleidingspunten gehaald en de vermelding in het rechtsgebiedenregister niet doorgehaald. Omdat de advocaat zich al heeft laten schrappen van het tableau en gelet op zijn leeftijd een verzoek tot herinschrijving niet aannemelijk is, volstaat de raad met het opleggen van een berisping.Dekenbezwaar gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-505/AL/OV

    Klaagster is tijdens een (herhaald) opsporingsprogramma op tv als verdachte van Whatsapp-fraude in beeld gebracht. Kort na die uitzending bleek dat door een technische storing bij de betrokken bank de tijden van de pintransactie niet gelijk liepen met die van de camera van de bank, waardoor klaagster ten onrechte als verdachte in beeld is gebracht. Ondanks excuses is klaagster toch nog langer als verdachte aangemerkt. Daarin heeft zij om de bijstand van verweerder gevraagd. Verweerder heeft klaagster naar het oordeel van de raad aan haar lot overgelaten door telkens niet te reageren op haar vragen om contact en om niet met haar te overleggen over de te nemen stappen in haar stressvolle situatie. Verweerder heeft zijn zorgplicht jegens klaagster geschonden en daarbij ook in strijd met de kernwaarde deskundigheid gehandeld, terwijl hij voorafgaand aan of tijdens de zitting van de raad geen uitleg voor zijn handelen heeft gegeven of klaagster zijn verontschuldigingen heeft aangeboden. De raad acht een voorwaardelijke schorsing van 4 weken in de praktijkuitoefening van verweerder passend.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:36 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-935/DB/ZWB

    Advocaat heeft aan de rechtbank mededelingen over de inhoud van schikkingsonderhandeling gedaan. Advocaat heeft ter zitting erkend dat er geen sprake was van een onvoorwaardelijk aanbod, zoals bedoeld in de toelichting op gedragsregel 27, en dat hij gedragsregel 27 heeft overtreden. De raad volstaat , gelet op het ter zitting getoonde inzicht in het tuchtrechtelijk verwijtbaar karakter van zijn handelen en de toezegging dat hij in de toekomst met inachtneming van gedragsregel 27 zal gaan handelen, met het opleggen van een waarschuwing.Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-708/AL/GLD

    Schending informatie- en daarmee de zorgplicht. Naar het oordeel van de raad had verweerster in deze voor klager zeer emotioneel beladen kwestie meer regie moeten voeren. Zij had hem niet alleen mondeling maar ook schriftelijk, ook op eigen initiatief, op de hoogte moeten houden van de stand van zaken en wat zij daarin voor hem kon én wilde doen. Uit de e-mails van klager blijkt dat bij hem een voortdurende irritatie bestond over de werkwijze van verweerster die in zijn optiek niet naar hem wilde luisteren en een gesprek daarover weigerde. Een duidelijkere communicatie was nodig geweest. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:37 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-424/DB/OB 22-426/DB/OB

    Herstelbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4101

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een cardioloog. Klaagster verwijt de cardioloog als hoofdbehandelaar dat er op zijn afdeling geen oog en oor is geweest voor de verslechterende situatie van haar moeder (ontbreken van regie) en dat haar moeder niet de benodigde verzorging heeft gekregen die de beroerte en het uiteindelijke overlijden had kunnen voorkomen. Het college is van oordeel dat de cardioloog als zorgverlener correct heeft gehandeld, als hoofdbehandelaar zijn verantwoordelijkheid heeft genomen en zich toetsbaar heeft opgesteld door een melding te doen van een mogelijke calamiteit, waarna het onderzoek door het ziekenhuis op gang is gekomen. Het college is van oordeel dat de cardioloog zijn regiefunctie naar behoren heeft uitgevoerd en ziet in het dossier geen aanwijzing voor een situatie waarin de cardioloog anders had moeten optreden dan hij heeft gedaan, ook niet als behandelaar van de patiënte. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-252/AL/GLD

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:49 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-546/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4162

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een cardioloog. De cardioloog is door de rechtbank tot deskundige benoemd in een beroepsprocedure tussen klager en UWV. De cardioloog heeft een rapport uitgebracht. Klager verwijt de cardioloog dat hij toezeggingen (over opvragen van medische informatie en inzage-en correctierecht) niet is nagekomen, dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage onjuist is en blijk geeft van vooringenomenheid. Ook zou sprake zijn van belangenverstrengeling. Het college kan niet vaststellen dat de cardioloog de gestelde toezeggingen heeft gedaan. Het college is van oordeel dat het rapport van de cardioloog voldoet aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld. De conclusies van de cardioloog zijn op basis van het zorgvuldig uitgevoerde onderzoek voldoende onderbouwd en goed te volgen. Bovendien komen de conclusies van de cardioloog – anders dan klager stelt – overeen met de conclusies van klagers eigen cardioloog. De beschuldiging van vooringenomenheid en belangenverstrengeling is onvoldoende onderbouwd. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-684/AL/OV

    Tussen partijen is in geschil of verweerder een beroepsfout heeft gemaakt door een vordering van klager niet op de juiste wijze te stuiten waardoor deze zou zijn verjaard. De raad kan niet beoordelen of in deze kwestie sprake is van een beroepsfout, daarvoor zijn andere juridische wegen. Ook overigens kan de raad niet vaststellen dat verweerder in zijn dienstverlening richting klager is tekortgeschoten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3737

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts maatschappij en gezondheid. Naar aanleiding van een zorgmelding is Veilig Thuis een onderzoek gestart. Klaagster verwijt de arts onder meer inbreuk op het medisch beroepsgeheim en inmenging in de behandelovereenkomsten. Het college is van oordeel dat de vertrouwensarts voor het opvragen van de medische gegevens geen toestemming nodig had. Op grond van de WMO is Veilig Thuis bevoegd tot het opvragen en verwerken van medische gegevens zij nodig heeft in het kader van het onderzoek. In de onderhavige situatie was de uitkomst dat de vermoedens van kindermishandeling niet konden worden weerlegd, noch bevestigd. De WMO geeft aan Veilig Thuis in zo’n geval de bevoegdheid om hulp in te schakelen en adviezen te geven. De arts mocht in de rapportage de gegeven adviezen aan klaagster en aan behandelaars opnemen. Dat dan na enige tijd nog wordt nagegaan of de gegeven adviezen enig effect hebben gesorteerd, is onderdeel van de wettelijke taken en bevoegdheden – onder omstandigheden zelfs een verplichting - van Veilig Thuis. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:33 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-643/DB/OB

    Advocaat heeft nadat uitspraak is bepaald, zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij, nog inhoudelijk gereageerd op de deskundigheid van de te benoemen deskundige, terwijl de rechtbank partijen enkel de gelegenheid had geboden om aan de rechtbank te berichten of overeenstemming was bereikt over de te benoemen deskundige en om indien (een van de) partijen zich niet kon(den) vinden in de door de rechtbank geformuleerde vraagstelling met een eenvormig alternatief te komen.Klacht gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4626

    De klacht gaat over de behandeling van klager op de hartfalenpoli. Klager verwijt de cardioloog dat er geen hoofdbehandelaar was geregeld en deze niet bekend was bij klager. Klager verwijt de cardioloog als supervisor een onjuist medicatiebeleid, onvoldoende monitoring van klager en dat klager onvoldoende betrokken werd bij het medicatiebeleid. Het college verklaart de klacht ongegrond. De cardioloog is coördinator van de hartfalenpoli en niet de supervisor van de ook aangeklaagde verpleegkundig specialist. De organisatie van de hartfalenpoli is voldoende geregeld. De cardioloog is, behoudens aanwezigheid bij één MDO waarbij een specifieke vraagstelling over klager besproken is, niet persoonlijk betrokken geweest bij de behandeling van klager en voor die klachtonderdelen ook niet tuchtrechtelijk aan te spreken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4627

    De klacht gaat over de behandeling van klager op de hartfalenpoli. Klager verwijt de verpleegkundig specialist als supervisor een onjuist medicatiebeleid, onvoldoende monitoring van klager en dat klager onvoldoende betrokken werd bij het medicatiebeleid. Het college verklaart de klacht ongegrond. De verpleegkundig specialist heeft medicatiebeleid ingesteld conform de daarvoor geldende ESC Guidelines. In de periode van handelen werden in verband met de coronapandemie zo veel mogelijk consulten telefonisch gedaan. Bij de monitoring van klager voorafgaande aan 10 mei 2022 was de verpleegkundig specialist niet betrokken. Het informed consent mocht de verpleegkundig specialist veronderstellen en bovendien heeft de verpleegkundige in opleiding tot specialist (VIOS) klager teruggebeld over het medicatiebeleid en die afspraak per e-mail bevestigd. Dat klager zo ziek was dat een fysiek consult noodzakelijk was op 10 mei 2022 volgt niet uit het medisch dossier en het door klager op diezelfde dag verzonden e-mailbericht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:32 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-554/DB/OB 22-555/DB/OB

    De voorzitter is niet van de volledige feiten uitgegaan, omdat zij, althans dat blijkt niet uit haar beslissing, een door klaagster nagezonden en door de raad geaccepteerde brief niet in haar beslissing heeft meegenomen. Verzet gegrond.Klaagster heeft niet aangetoond dat verweerders als haar advocaat zijn opgetreden.Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:8 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/710132 DW RK 21/527 LV/SM

    Klager beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder niet reageert op herhaalde verzoeken om de incasso te staken en het dossier te sluiten, omdat de vordering niet meer zou bestaan. De kamer acht de klacht van klager ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:20 Accountantskamer Zwolle 22/642 Wtra AK

    Klager was tot 1 juli 2021 partner van een accountantsorganisatie. Volgens klager is hem onrecht aangedaan nadat hij in september 2018 zijn voormalig leidinggevende had beschuldigd van schending van mededingingsrecht. Die zou hem daarom hebben bedreigd en geïntimideerd. Klager heeft van de schending en de intimidatie melding gedaan. Klager vindt dat betrokkene hem als klokkenluider had moeten behandelen. Als klokkenluider had klager niet ten gevolge van zijn melding benadeeld mogen worden. De vergoedingen van klager over de periode 2017/2018 en 2019/2020 zijn echter met medewerking van betrokkene gekort en uiteindelijk is de partnershipovereenkomst met klager opgezegd. De klacht is ongegrond. Betrokkene kan niet met succes worden verweten dat de melding door klager niet conform de Klokkenluidersregeling van de accountantsorganisatie is behandeld. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij betrokkene al in 2018 over de beweerdelijke misstanden heeft geïnformeerd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:9 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/721662 / DW RK 22/316 LV/SM

    Beslissing op verzet. Niet-ontvankelijk. Verzet te laat ingediend

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4402

    Ongegronde klacht tegen een kinderarts. De klacht heeft betrekking op de medische behandeling van overleden zoon van klaagster. De kinderarts had destijds als werkdiagnose voor de luchtwegklachten ‘astma’ gesteld. Nadat een CT-onderzoek van de thorax was uitgevoerd met een zeer afwijkende uitslag, is de zoon in 2015 met spoed overgedragen aan een UMC. De zoon is in 2021 op 19-jarige leeftijd overleden als gevolg van pulmonale (arteriële) hypertensie in combinatie met diverse andere somatische en psychische aandoeningen. Klaagster verwijt de kinderarts dat zij heeft nagelaten tijdig onderzoek te doen naar de luchtwegklachten van haar zoon, mede gelet op de belaste familiegeschiedenis. Het college komt tot de conclusie dat de kinderarts met betrekking tot het tijdstip van het (opnieuw) uitvoeren van een CT-thorax, maar ook anderszins met betrekking tot het door haar gevoerde diagnostische beleid, niet heeft gehandeld in strijd met de norm van een redelijk bekwaam en redelijk handelend kinderarts. De kinderarts heeft het door haar gevoerde onderzoeksbeleid beargumenteerd toegelicht en haar keuzes voor bepaalde vormen van nader onderzoek op overtuigende wijze onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:45 Raad van Discipline Amsterdam 23-065/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over advocaat wederpartij. Verweerster is binnen de grenzen gebleven van de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij geniet in een huurzaak.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4952

    Ongegronde klacht tegen een kinderarts. De zoon van klagers is verschillende keren opgenomen geweest in het ziekenhuis. De kinderarts is betrokken geweest bij de laatste opname als eindverantwoordelijke. De zoon werd opgenomen vanwege een oppervlakkige ademhaling en wegdraaiende ogen. Een dag na de opname is de zoon van klagers thuis overleden. Klagers verwijten de kinderarts dat zij tijdens de opname te weinig onderzoek heeft gedaan. Het college is van oordeel dat de kinderarts niet is afgeweken van de Richtlijn BRUE (Brief Resolved Unexplained Event) of op andere wijze onzorgvuldig heeft gehandeld. De kinderarts heeft besloten om de zoon gedurende 24 uur op te nemen, aan de monitor te leggen en een ECG te verrichten. Hiermee heeft de kinderarts oog gehad voor de belaste (familie)geschiedenis van de zoon. Dat er aanwijzingen waren om gericht aanvullend onderzoek te doen is onvoldoende gebleken

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:17 Accountantskamer Zwolle 22/1811 Wtra AK

    Gegronde klacht, tijdelijke doorhaling van twee weken. Klaagsters waren met hun eenmanszaken klant van betrokkene. Ook de vof van hun vader en zijn twee broers (ooms van klaagsters) waren klant van betrokkene. De vader van klaagsters is in 2019 overleden, waarna de ooms de vof hebben voortgezet. Tussen klaagsters en de ooms is een geschil ontstaan over de waarde van het aandeel van hun vader in de vof. Betrokkene is de accountant van zowel klaagsters als de ooms gebleven. Klaagsters verwijten betrokkene dat hij geen maatregelen heeft genomen om de bedreiging van zijn objectiviteit weg te nemen, dat hij de stukken waar klaagsters om hebben gevraagd niet (tijdig) heeft afgegeven, dat hij zonder toestemming van klaagsters een onjuiste jaarrekening 2019 van de vof heeft samengesteld, dat hij zonder toestemming van klaagsters een onjuiste aangifte IB 2019 van vader heeft ingediend bij de Belastingdienst en dat hij zonder toestemming vertrouwelijke stukken van klanten aan derden heeft verstrekt. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene niet tijdig heeft onderkend dat de tegengestelde belangen van klaagsters en de ooms een (mogelijke) bedreiging van zijn objectiviteit vormden. Deze bedreiging ontstond al op het moment van overlijden van vader. Betrokkene had daarnaast niet kunnen volstaan met de toezending van de conceptjaarrekening 2019 aan klaagsters. Betrokkene had aan klaagsters tekst en uitleg moeten geven over de waarderingsgrondslagen in de conceptjaarrekening 2019, omdat deze jaarrekening ook voor hen als erfgenamen van hun vader van belang is. Ook heeft hij zonder toestemming van klaagsters de aangifte IB van vader ingediend bij de Belastingdienst en heeft hij zonder toestemming vertrouwelijke stukken van andere klanten van het accountantskantoor gedeeld met de advocaat van de ooms.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-600/AL/GLD/D

    Dekenbezwaar over het handelen van een advocaat als patroon. De raad oordeelt dat verweerster als patroon ernstig tekort is geschoten. De raad acht dit handelen van verweerster zeer kwalijk. Verweerster heeft hiermee belangrijke regels overtreden en zowel de twee stagiaires als de cliënten van het advocatenkantoor van verweerster zijn hierdoor benadeeld. Gelet op de ernst van dat handelen is in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke schorsing gerechtvaardigd. De raad houdt echter - in het voordeel van verweerster - ook rekening met de volgende omstandigheden. Naar aanleiding van deze zaak is de verwachting dat verweerster de komende tijd geen goedkeuring zal krijgen om over een stagiaire het patronaat te voeren. De kans dat zij op korte termijn vergelijkbare handelingen zal verrichten, is daarom klein. Verder heeft verweerster op de zitting zelfreflectie getoond en heeft zij op eigen initiatief een coach ingeschakeld om zich persoonlijk verder te ontwikkelen. Ten slotte wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat verweerster niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. De raad acht alles overziende een geheel voorwaardelijke schorsing van 6 weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:6 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/710407 DW RK 21/535 LV/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: berisping. Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn beantwoordt. Daarmee is voor de gerechtsdeurwaarder een ondergrens gesteld ten aanzien van de communicatie in de uitoefening van zijn ambt. Indien die communicatie (nadrukkelijk) ziet op de (aanpassing van de) vastgestelde beslagvrije voet wordt de termijn (van twee weken) aanzienlijk ingekort en dient het verzoek onverwijld in behandeling te worden genomen.