Zoekresultaten 9101-9150 van de 48550 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1647

    Klacht tegen internist. Klager heeft enkele dagen na het laatste consult bij de internist een harstilstand gekregen en moest gereanimeerd worden. Hij verwijt de internist onder meer dat zij zijn medische klachten heeft gebagatelliseerd en hem heeft gerustgesteld, ondanks herhaaldelijke verzoeken om nader onderzoek te (laten) doen, en dat zij heeft nagelaten om de behandelend cardioloog tijdig te raadplegen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:22 Accountantskamer Zwolle 22/1253 Wtra AK

    Klagers hebben een klacht ingediend tegen een voormalige zakenpartner, die destijds accountant in business was en op haar huisadres post ontving voor de onderneming van klagers. Volgens klagers heeft zij aangeboden om als vriendendienst de boekhouding en de financiën van klagers onderneming te verzorgen, waaronder het deponeren van jaarrekeningen, wat zij niet heeft gedaan. Daardoor kregen klagers ambtshalve aanslagen en boetes opgelegd. Ook zou zij zonder toestemming belastingaangifte hebben gedaan voor de onderneming, een belastingteruggave hebben ontvangen en correspondentie van de belastingdienst en de Kamer van Koophandel hebben achtergehouden. De accountant ontkent de afspraak. Zij kan zich geen belastingaangifte of ontvangst voor deze onderneming herinneren. Zij heeft geen post achtergehouden. De Accountantskamer oordeelt dat klagers hebben hun beweringen niet aannemelijk hebben gemaakt. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:23 Accountantskamer Zwolle 22/1688 Wtra AK 22/1689 Wtra AK

    Klager heeft vanaf 2011 met zijn vader een vennootschap onder firma (vof) gevoerd. In 2020 heeft klager besloten om uit te treden uit de vof. Tussen klager en zijn vader is vervolgens een geschil ontstaan over de financiële ontvlechting van de vof. Klager stelt zich op het standpunt dat in de door betrokkenen samengestelde jaarrekeningen ten onrechte een winstverdelingspercentage is gehanteerd dat afwijkt van wat hierover in de vennootschapsovereenkomst is vermeld. Ook vindt klager dat de accountant zich niet onafhankelijk en objectief heeft opgesteld en zich alleen heeft laten leiden door het belang van één van de vennoten. De klacht is ongegrond. Betrokkenen hebben toegelicht dat het de bedoeling van partijen was om flexibiliteit te hebben bij de winstverdeling en om vooralsnog een ander winstverdelingspercentage toe te passen. De vennootschapsovereenkomst liet hier ruimte voor. De jaarrekening en de winstverdeling zijn jaarlijks met klager besproken. Het had op zijn weg gelegen om de winstverdeling aan de orde te stellen indien hij meende dat deze onjuist was weergegeven in de conceptjaarrekening. De accountant heeft bij het ontstaan van het conflict een bedreiging van zijn objectiviteit gezien en heeft daarvoor een passende maatregel getroffen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:24 Accountantskamer Zwolle 22/445 Wtra AK

    Tussen klaagster en betrokkene heeft een affectieve relatie bestaan. Aan die relatie is een einde gekomen, nadat klaagster had ontdekt dat betrokkene tevens een relatie had met een andere vrouw. Klaagster stelt dat betrokkene haar gedurende hun relatie heeft gebruikt en misleid, en dat hij gebruik heeft gemaakt van haar kwetsbaarheid. Bovendien was hij als accountant betrokken bij de afwikkeling van het testament van klaagsters overleden echtgenoot, bij zakelijke transacties van haar besloten vennootschap en bij het opstellen van haar testament, wat volgens klaagster tot belangenverstrengeling had kunnen leiden. Ook zou betrokkene grote sommen geld in contanten en douceurtjes van klaagster hebben aangenomen en zonder klaagsters toestemming gebruik hebben gemaakt van haar pinpas. De klacht is deels gegrond. Aan betrokkene wordt de maatregel van berisping opgelegd. Betrokkene heeft als accountant niet de vereiste professionele distantie tot een cliënte bewaard en hij heeft rollen vermengd en overschreden door een jarenlange affectieve relatie met klaagster aan te gaan terwijl hij ook haar zakelijke belangen behartigde. Ook heeft betrokkene onprofessioneel gehandeld door druk uit te oefenen op klaagster om haar ertoe aan te zetten om niet de waarheid te vertellen over het bestaan van hun affectieve relatie. Betrokkene heeft hierbij zijn eigen belang vooropgesteld en hij heeft er geen rekening mee gehouden dat klaagster in een kwetsbare positie verkeerde.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:65 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-583/AL/OV

    Naar het oordeel van de raad is sprake van een patroon van nalatigheid, waarbij verweerder de belangen van klaagster in haar bijstandsgeschil vanaf het begin tot zijn onttrekking volstrekt niet met voldoende zorg en deskundigheid heeft behartigd in de zin van artikel 46 Aw. Daarnaast heeft verweerder belangrijke afspraken en informatie niet schriftelijk aan klaagster bevestigd en dat is in strijd met regel 16. Verweerder heeft tevens de kernwaarden deskundigheid en integriteit geschonden. Vooral de omstandigheid dat verweerder niet duidelijk aan klaagster heeft gemeld dat hij de beroepstermijn had laten verlopen maar de suggestie heeft gewekt met een herzieningsprocedure hetzelfde resultaat te kunnen bereiken, neemt de raad hem zeer kwalijk. Dit alles in combinatie met zijn recente tuchtrechtelijk verleden, waarbij dezelfde kernwaarden ook aan de orde waren in gelijksoortige gevallen, legt de raad aan verweerder een onvoorwaardelijke schorsing van 4 weken op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:39 Hof van Discipline 's Gravenhage 220051

    Verweerster, optredend voor de ex-vrouw van klager, benaderde klager tijdens een nog lopend mediationtraject van partijen.De van een advocaat te verwachten terughoudendheid in familierechtelijke kwesties geldt ook als partijen samen proberen tot een oplossing te komen door tussenkomst van een mediator, omdat het opnemen van rechtstreeks contact door de advocaat van de ene partij met de andere partij het slagen van de mediation onnodig in gevaar kan brengen. In deze zaak is van onvoldoende terughoudendheid en tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster geen sprake, omdat het opnemen van contact met klager juist gericht was op de voortzetting van het mediationtraject terwijl haar cliënte overwoog dat traject te beëindigen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:40 Hof van Discipline 's Gravenhage 220093

    Klacht over advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij hem telefonisch heeft bedreigd en heeft hiertoe getuigenverklaringen overlegd. Het hof verklaart de klacht evenals de raad ongegrond. De verklaringen van de ene getuige zijn wisselend en daarmee niet geloofwaardig. De verklaringen van de andere getuige zijn 'van horen zeggen'-verklaringen; de vaststelling van verweerders identiteit door deze getuige was gebaseerd op informatie van klager. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:41 Hof van Discipline 's Gravenhage 220094

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat is onvoldoende onderbouwd. In hoger beroep heeft klager een groot aantal stukken overgelegd zonder duidelijk te maken welk stuk ter onderbouwing dient voor welke stelling. Het onderzoek door het hof van discipline strekt niet zover dat het hof ambtshalve uitzoekt welke bewijsstukken ten grondslag liggen aan welke verwijten en waarom daar verwijtbaar handelen van verweerder uit zou volgen. De klacht is dus ook in hoger beroep onvoldoende gericht en concreet onderbouwd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:56 Raad van Discipline Amsterdam 22-814/A/NH

    Ongegrond verzet. De stelling van klager dat hij wel een rechtstreeks belang zou hebben is ook met de nadere argumenten die hij heeft gegeven niet komen vast te staan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:36 Hof van Discipline 's Gravenhage 210359

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft ter onderbouwing van een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor gebruikgemaakt van correspondentie waarin door wordt gesteld dat sprake zou zijn van een valse overeenkomst en dat de advocaat van de wederpartij (klager) daarbij een rol zou spelen. Verweerder heeft bij het gebruikmaken van deze correspondentie ondubbelzinnig laten blijken dat hij zelf geen beschuldigingen jegens klager uitte. Het overleggen van deze correspondentie diende, vanuit het perspectief van de bijstand aan zijn cliënt, een redelijk doel en was dus niet onnodig. Verweerder heeft de aan hem toekomende ruime uitingsvrijheid niet overschreden. Verweerder heeft zich niet onnodig grievend uitgelaten jegens de advocaat van de wederpartij. Vernietiging beslissing raad. Klachtonderdeel ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 220127

    Ongegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder is niet buiten de aan hem toekomende vrijheid getreden met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak dient te behandelen. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat een ernstige vertrouwensbreuk tussen hem en zijn cliënt was ontstaan, zodat verweerder goede grond had zich aan de zaak te onttrekken. Verweerder heeft dit tijdig, met voldoende voorlichting en zorgend voor uitstel van de mondelinge behandeling, in overeenstemming met hetgeen is bepaald in Gedragsregel 14 lid 3, gedaan. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:21 Accountantskamer Zwolle 22/941 Wtra AK 22/942 Wtra AK 22/944 Wtra AK

    Betrokkene heeft een samenstellingsopdracht aanvaard van een controleplichtige onderneming, terwijl het hem duidelijk was dat de cliënt zich aan de controleplicht zou onttrekken. Ook is de klacht dat de jaarrekening inhoudelijke fouten bevat gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden op.De klacht tegen een tweede betrokkene in hetzelfde samenstellingsdossier is ook gegrond. De Accountantskamer vindt dat hij niet eerlijk is geweest over zijn rol en legt aan hem ook de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden op. De klacht tegen een derde betrokkene is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:38 Hof van Discipline 's Gravenhage 220131

    Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld met betrekking tot aan klaagster toekomende derdengelden door deze onder zich te houden en zonder toestemming te verrekenen met een openstaande declaratie. Bekrachtiging beslissing raad. Berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:52 Raad van Discipline Amsterdam 22-841/A/A

    Raadsbeslissing. De raad verklaart de verschillende klachtonderdelen over de advocaat van de wederpartij ongegrond. Verweerder heeft met zijn handelswijze de grenzen van de aan hem toekomende vrijheid als advocaat niet overschreden en verweerder heeft niet onvoldoende doelmatig gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4561

    Gegronde klacht tegen een internist. Drie co-assistenten hebben een klacht ingediend tegen de internist die hen gedurende hun coschap interne geneeskunde onderwijs heeft gegeven. Klaagsters stellen dat de internist zich tijdens echografieonderwijs seksueel grensoverschrijdend heeft gedragen en dat hij daarbij heimelijk beeldopnames heeft gemaakt. Het college acht klaagsters ontvankelijk. Naar het oordeel van het college kunnen klaagsters als rechtstreeks belanghebbende worden aangemerkt. Het college vindt daarbij van belang dat de klachten voortkomen uit praktisch echografie-onderwijs tijdens een coschap. De verweten gedragingen kunnen een negatieve invloed hebben op de manier waarop de co-assistenten nu – maar ook later als arts – met patiënten omgaan, als zij deze gedragingen als normaal en passend bij de beroepsuitoefening zouden aanleren. Voorts valt het handelen van de internist naar het oordeel van het college onder de tweede tuchtnorm. De internist begaf zich met het echografieonderwijs op het terrein van zijn deskundigheid als BIG-geregistreerd internist en de gedragingen waarover wordt geklaagd kunnen niet los worden gezien van die hoedanigheid. Door de co-assistenten in de veronderstelling te brengen dat deze gedragingen normaal zijn bij een dergelijk onderzoek, wordt de kwaliteit van de patiëntenzorg ondermijnd. Het college oordeelt dat het verweten handelen daarmee voldoende weerslag heeft op het belang van de individuele gezondheidszorg. Het college komt vervolgens tot de conclusie dat alle klachtonderdelen gegrond zijn en beveelt de doorhaling van de inschrijving van de internist in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:53 Raad van Discipline Amsterdam 22-852/A/A

    Raadsbeslissing. De raad verklaart de klacht over de advocaat van klager in zijn geheel ongegrond. Niet gebleken is dat verweerster klager niet naar behoren heeft bijgestaan. In de gegeven omstandigheden heeft verweerster gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. Verweerster kan tuchtrechtelijk niets worden verweten. Ook is van een belangenverstrengeling niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:54 Raad van Discipline Amsterdam 22-860/A/A

    Raadsbeslissing. De raad verklaart de verschillende klachtonderdelen over de voormalig advocaat van klager ongegrond. Van klachtwaardig handelen door verweerder is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:55 Raad van Discipline Amsterdam 22-885/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat van klaagster is deels gegrond. Een advocaat behoort de door een opvolgend advocaat verzochte stukken binnen een redelijke termijn aan te leveren, zeker nu klaagster zich geconfronteerd zag met nieuwe procedures. Verweerster heeft niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Aan verweerster wordt de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De raad ziet in de door verweerster ter zitting aangevoerde geringe draagkracht aanleiding voor een matiging van de proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4285

    Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de inmiddels overleden broer van klaagster. Klaagster verwijt de psychiater dat zij de diagnose van de vorige behandelende psychiaters heeft overgenomen, dat zij niet heeft meegewerkt aan overplaatsing naar een gespecialiseerde afdeling en dat zij het advies van een door klaagster en haar broer geraadpleegde psychiater niet heeft opgevolgd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3770

    Klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klager stelt dat op de diagnostiekdag ADHD is vastgesteld dat hij geen ADHD heeft en dat hij daarom doorverwezen had moeten worden naar een andere beroepsbeoefenaar. De verpleegkundig specialist stelt dat er duidelijke aanwijzingen waren voor ADHD en dat er daarom geen reden was voor doorverwijzing. De klacht gaat verder over het ten onrechte verstekken van bepaalde medicijnen en het geven van onvoldoende informatie over de behandeling met medicijnen. Het college deelt de verwijten niet en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:395 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-072/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klachten over de kwaliteit van de dienstverlening. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:396 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-112/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De voorzitter is van oordeel dat verweerder aan klaagster voldoende duidelijk heeft gemaakt dat zij in het geval de aanvragen om toevoegingen zouden worden afgewezen, verweerder op basis van een uurtarief van € 190,00 excl. btw zou moeten betalen. Niet is gebleken dat verweerder bij het aanvragen van de toevoegingen en het in rekening brengen van zijn werkzaamheden tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De juistheid van de verwijten dat verweerder klaagster onder druk heeft gezet om zijn rekening te voldoen (klachtonderdeel b) en verweerder de beslagvrije voet onjuist heeft berekend (klachtonderdeel c), zijn niet vast komen te staan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-593/AL/GLD

    Klacht tegen verweerder in zijn hoedanigheid van deken. De raad neemt het verweerder kwalijk dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van de signalen van klaagster over het kantoor dat klaagster had bijgestaan. De raad begrijpt dat klaagster zich niet gehoord voelde door verweerder. De raad vindt dat verweerder zijn taak als deken heeft verwaarloosd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:397 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-159/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De gemaakte verwijten aan de advocaat van de wederpartij zijn niet vast komen te staan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-589/AL/MN

    Verweerder is tekortgeschoten in de communicatie met klager over het belang van tijdige ondertekening van de vaststellingsovereenkomst en hij heeft daarmee de belangen van klager geschaad. Bij het bepalen van de maatregel betrekt de raad de rol van klager in de gang van zaken. Klager ging tijdens onderhandelingen met zijn werkgever over de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst op vakantie en hield zich vervolgens onbereikbaar. Daarmee maakte hij het verweerder erg lastig om diens taak als belangenbehartiger goed te kunnen uitvoeren. Dat de kwestie nadelig heeft uitgepakt voor klager is dus niet uitsluitend te wijten aan het handelen van verweerder. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:398 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-161/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:64 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-351/AL/MN

    Naar het oordeel van de raad heeft verweerster onvoldoende duidelijk met klager gecommuniceerd over de mogelijkheid om cassatie in te stellen en dat zij hem daar niet in kon bijstaan. Daarnaast heeft verweerster onvoldoende adequaat gereageerd op verschillende berichten van klager over de stand van zaken en de te nemen vervolgstappen. Dat zij veel telefonisch contact met klager heeft gehad, is door verweerster niet met stukken, waaronder urenstaten of telefoonnotities, onderbouwd. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:399 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-103/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een curator. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:394 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1018/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de klacht over het handelen van verweerster in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:11 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/721261 / DW RK 22/304 LvB/WdJ

    Beslissing op verzet. De klacht heeft betrekking op een periode van langer dan drie jaar geleden. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4281

    Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klaagster werd verwezen naar de neuroloog in verband met hevige pijnklachten in haar rug, uitstralende pijnscheuten en fors krachtsverlies in haar rechterbeen na spinaal anesthesie. Na neurologisch onderzoek concludeerde de neuroloog dat er geen sprake was van een zenuwbeknelling of zenuwbeschadiging en stelde zij de diagnose functionele neurologische stoornis (FNS). Klaagster is tegen het einde van het neurologisch consult uit haar rolstoel opgestaan en gevallen. Hierna is bij klaagster een complex regionaal pijnsyndroom (CPRS) ontstaan. Klaagster verwijt de neuroloog zakelijk weergegeven dat deze onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan, een onjuiste diagnose heeft gesteld en geen nazorg heeft gegeven. Het college heeft geen aanknopingspunten om aan te nemen dat de neuroloog op onjuiste wijze onderzoek heeft verricht en/of daarover onjuist zou hebben verklaard en/of onderzoeksresultaten zou hebben verzonnen. Het college is van oordeel dat de neuroloog conform de professionele standaard onderzoek heeft uitgevoerd en op basis daarvan de diagnose FNS kon stellen. Voorts oordeelt het college dat de neuroloog geen tuchtrechtelijk verwijt treft ten aanzien van de val van klaagster en de verleende (na)zorg. Zie voor de VIM (Veilig Incidenten Melden)-melding ten aanzien van de val van klaagster 6.11 van de beslissing. Daarnaast is het college van oordeel dat de neuroloog zich professioneel heeft opgesteld. De klacht is in al haar onderdelen ongegegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:12 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/705672 / DW RK 21/354 LvB/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft één e-mail van de raadsman van klager niet beantwoord. De klacht betreft verder de verschuldigde alimentatie en opslagkosten. Klacht is gedeeltelijk gegrond. Maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4137

    Ongegronde klacht tegen een neurochirurg. Nadat bij klaagster de diagnose supinatorsyndroom was vastgesteld werd zij in 2018 geopereerd aan haar rechter onderarm door de orthopedisch chirurg en de neurochirurg. Toen de klachten aan haar rechter onderarm toch weer toenamen, heeft de neurochirurg een heroperatie voorgesteld wegens verdenking van een terugkeer van het supinatorsyndroom. Bij een second opinion in een ander ziekenhuis is bij klaagster de diagnose Multifocale Motore Neuropathie gesteld waardoor de diagnose supinatorsyndroom verworpen kon worden en een operatie niet langer geïndiceerd was. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij onvoldoende zorgvuldig tot zijn diagnose is gekomen, er geen sprake was van een informed consent voor een (tweede) operatie en hij geen inlevingsvermogen toonde en zijn excuses niet heeft aangeboden. De neurochirurg heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat de neurochirurg voldoende zorgvuldig heeft gehandeld en oog heeft gehad voor alternatieven en dus niet vanuit een tunnelvisie heeft gehandeld. Daarnaast is het college van oordeel dat niet is gebleken van een dermate groot gebrek in de informatieverstrekking dat er geen sprake is van informed consent. Niet kan worden vastgesteld of de neurochirurg in een telefoongesprek met klaagster voldoende inlevingsvermogen heeft getoond. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:13 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/707654 / DW RK 21/429 LvB/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft de nieuwe wetgeving betreffende de beslagvrije voet niet juist uitgevoerd. Verder kan de toonzetting in e-mails van de gerechtsdeurwaarder niet als professioneel worden aangemerkt. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in proceskosten.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:14 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/708284 / DW RK 21/453 LvB/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft in één van de drie lopende dossiers ten onrechte beslag gelegd en heeft in ander dossier ten onrechte een verhoogde betalingsregeling voorgesteld. Klacht gedeeltelijk gegrond en maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:10 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/719492 / DW RK 22/252 LvB/WdJ

    Beslissing op verzet. De klacht betreft het ontvangen vonnis, het niet verstrekken van informatie en de hoogte van de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:52 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1492

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld bij zijn werkgever. Na betrokkenheid van meerdere bedrijfsartsen heeft een gesprek plaatsgevonden tussen klager en de bedrijfsarts. Werkgever heeft op enig moment een deskundigenoordeel gevraagd aan het UWV. Aan de bedrijfsarts is gevraagd een medische onderbouwing te geven van de door hem vastgestelde belastbaarheid. Dit heeft de bedrijfsarts gedaan. Klager verwijt de bedrijfsarts (1) dat hij adviezen heeft gegeven zonder daarvoor informatie te hebben ingewonnen bij de behandelaar van klager, (2) dat hij zijn adviezen, waaronder een door hem opgestelde probleemanalyse en plan van aanpak, niet heeft afgestemd met klager en (3) dat hij zich in zijn berichtgeving aan het UWV zodanig heeft uitgelaten dat dit schadelijk is voor (de reputatie van) klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachten ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 3 gegrond, omdat de bedrijfsarts zich niet had moeten laten leiden door persoonlijke frustraties en zich in meer neutrale bewoordingen over klager had moeten uitlaten. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4665

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij geweigerd heeft een psa-bepaling te laten doen. Ook verwijt hij de huisarts dat hij heeft gerommeld in het medisch dossier. De huisarts heeft uitleg gegeven over het in de NHG-standaard “Mictieklachten bij mannen” beschreven terughoudende beleid. Daarbij heeft hij uitleg gegeven over de waarde van psa-bepaling voor de diagnostiek van prostaatkanker, en over de mogelijk negatieve gevolgen zowel na een positieve als een negatieve uitslag. Hij concludeerde dat er geen aanleiding bestond voor een periodieke psa-bepaling, maar dat hij wel bereid was om een eenmalige psa-bepaling te doen, waarop klager besloot daarvan af te zien. Het college oordeelt dat de huisarts niet in strijd met de richtlijn heeft gehandeld. Het overige klachtonderdeel is ook ongegrond verklaard. Klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-416/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft echtscheidingsbeschikking niet binnen de daarvoor geldende termijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en klaagster hier niet over geïnformeerd. Beroepsfout. Dit nalaten van verweerder raakt aan de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Bij de bepaling van de op te leggen maatregel zijn de persoonlijke omstandigheden van verweerder, zoals ter zitting besproken, meegewogen, en ook het tuchtrechtelijke verleden van verweerder. Deze beide aspecten baren ernstige zorgen, zowel ten aanzien van verweerder persoonlijk als ten aanzien van zijn beroepsuitoefening als advocaat. Verweerder is, zoals ter zitting is besproken, anderhalf jaar geleden door een ervaren advocaat begeleid bij zijn praktijkvoering, maar die begeleiding heeft niet kunnen voorkomen dat verweerder in het geval van klaagster opnieuw met termijnen de fout in is gegaan. Verder hebben de beperking van het aantal zaken en de hulp van derden, onder wie zijn vrouw, bij de planning en termijnbewaking niet tot verbetering geleid. Verweerder heeft in verband met zijn persoonlijke situatie ter zitting aangegeven dat hij zichzelf ook afvraagt of hij nog wel als advocaat werkzaam moet blijven en of hij niet beter ander werk kan gaan doen. Tot slot weegt mee dat ook de eerder opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen, waaronder twee voorwaardelijke schorsingen, voor vergelijkbaar klachtwaardig handelen, blijkbaar onvoldoende zijn geweest om het tij te keren. De belangen van (toekomstige) cliënten kunnen niet meer aan verweerder worden toevertrouwd. Schrapping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3661

    Klacht tegen vertrouwensarts bij AMK. Kindje vertoonde vanaf enige tijd na haar geboorte een ernstige groeiachterstand (“failure to thrive”). Zij werd herhaaldelijk opgenomen in verschillende ziekenhuizen. Er werd geen medische oorzaak gevonden voor de achterblijvende groei en het uitblijven van inhaalgroei. Bij het geven van voeding via een centrale lijn was sprake van lijninfecties, die niet verklaard konden worden. Er werden breedspectrum antibiotica toegediend en er bleken steeds verschillende faecale bacteriën uit de genomen kweken, waarvan de bron onduidelijk bleef. Het kindje werd op 11 juni opgenomen in het ziekenhuis in verband met een septische shock. Na het inwinnen van een second opinion bij een ander ziekenhuis deed het ziekenhuis op 5 juli een melding bij het AMK. Het AMK schakelde de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) in. De Raad heeft bij de kinderrechter een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De kinderrechter heeft dat verzoek afgewezen, omdat er kort gezegd geen causaal verband was komen vast te staan tussen de diagnose PCF en een doen of laten door de ouders. Ook was niet gebleken van korte termijn risico’s op herhaling van groeistagnaties, omdat de hulpverlening was gestart en de ouders op dat moment volledig meewerkten. Deze beschikking van de kinderrechter is door het hof bekrachtigd. Op 17 januari heeft beklaagde aangifte van kindermishandeling gedaan tegen de ouders, klagers inde tuchtzaak.Klagers stellen onder meer dat beklaagde aan een tunnelvisie leed en, ondanks de rechterlijke uitspraken, zonder goede reden bleef volharden in een diagnose waar het dossier onvoldoende grondslag voor bood. Beklaagde heeft daardoor ten onrechte aangifte gedaan tegen klagers. Ook had zij een te grote persoonlijke betrokkenheid bij de zaak en mogelijk zelfs een persoonlijk motief omdat zij op het onderwerp PCF wilde promoveren.Het college overweegt dat het dossier reden tot grote zorg gaf. Zowel het ziekenhuis als de second opinion noemden PCF of PFD als mogelijke oorzaak. Ook het hof vond het waarschijnlijk dat het kindje slachtoffer is geworden van PCF, al stond volgens het hof niet vast dat de ouders daarvoor verantwoordelijk waren. Volgens het college was op het moment van aangifte het vermoeden van PCF nog steeds actueel. In het ziekenhuis had het kindje namelijk vanaf 5 juli – toen zij grotendeels afgezonderd werd van haar ouders en onder video-observatie kwam te staan – een consistente groei laten zien. De onverklaarbare lijninfecties met faecale bacteriën behoorden vanaf dat moment tot het verleden. De civiele rechterlijke uitspraken stonden volgens het college niet in de weg aan het doen van aangifte. Deze gaven slechts aan dat op het moment van de beoordeling volgens de normen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek geen aanleiding bestond voor de civiele maatregelen tot ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing. De vraag of er tegenover het kindje een strafbaar feit was gepleegd, lag niet voor aan de kinderrechter en het hof. Het doen van aangifte had ook toegevoegde waarde, omdat het openbaar ministerie opsporingsbevoegdheden ten dienste staan waarover de Raad en het AMK niet beschikten. Dat beklaagde in de aangifte de ouders noemt, acht het college niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, nu PCF naar zijn aard als regel op betrokkenheid van een ouder of verzorgende wijst en beklaagde geen redelijke aanwijzingen had voor de feitelijke betrokkenheid van anderen. Dat beklaagde te persoonlijk betrokken was bij de casus, neemt het college niet aan, omdat uit het dossier blijkt dat binnen het AMK collegiaal is besloten tot het doen van aangifte en niet door beklaagde persoonlijk. De beschuldiging dat beklaagde een persoonlijk motief had bij de aangifte, omdat zij overwoog op het onderwerp PCF te promoveren, wijst het college af, omdat daarvoor geen redelijke aanwijzing is. Het college acht de klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:50 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1454

    Klacht tegen radioloog. Eind 2018 is bij klager een MRI-scan van de hersenen gemaakt. Klager verwijt de radioloog dat zij fraude heeft gepleegd bij het medisch onderzoek door het achterhouden van beelden van de MRI-scan waarop ernstige functionele hersenklachten dan wel hersenletsel te zien zouden zijn. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4318

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Volgens klager heeft de huisarts onzorgvuldig gehandeld, omdat hij Olanzapine heeft voorgeschreven zonder voorafgaand consult terwijl daags daarvoor Temazepam was voorgeschreven. Volgens klager heeft de wisselwerking van deze medicijnen ertoe geleid dat hij in een psychose terecht is gekomen. Klager had aan de huisarts verteld dat de Temazepam niets voor hem deed, en dat hij ermee was gestopt. Er was dan ook voor de huisarts geen aanleiding om expliciet te adviseren om met Temazepam te stoppen. Maar er is ook geen contra-indicatie voor het voorschrijven van Olanzapine als reeds Temazepam is voorgeschreven. Het starten van de Olanzapine is juist een bewuste keuze geweest omdat er symptomen waren passend bij een (dreigende) psychotische decompensatie namelijk het horen van stemmen. Door aldus te handelen, zonder fysiek contact met klager, heeft de huisarts geen zorgvuldigheidsnorm geschonden. Er bestaat geen algemene regel die voorschrijft dat een huisarts geen medicatie mag voorschrijven zonder de patiënt zelf te hebben gezien. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1455

    Klacht tegen neuroloog. Eind 2018 is bij klager een MRI-scan van de hersenen gemaakt. Klager verwijt de neuroloog dat zij fraude heeft gepleegd bij het medisch onderzoek door het achterhouden van beelden van de MRI-scan waarop ernstige functionele hersenklachten dan wel hersenletsel te zien zouden zijn. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4593

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Volgens klaagster heeft de huisarts onjuist gehandeld, omdat hij weigert een kopie van het medisch dossier van haar door zelfdoding overleden man te verstrekken ten behoeve van de aanvraag van een uitkering voor nabestaanden van (oud-)militairen. Het had naar het oordeel van het college op de weg van klaagster gelegen om aannemelijk te maken op welke specifieke nabestaandenregeling zij een beroep wilde gaan doen, welke informatie zij daarvoor gehouden is aan te leveren (en bijvoorbeeld ook of dit om het gehele huisartsenjournaal zou gaan of dat zou kunnen worden volstaan met beperkte gedeelten hiervan), aan wie die informatie ter hand zou worden gesteld en of een aanvraag van die uitkering al in gang was gezet, bij voorkeur onderbouwd met bewijsstukken hiervan. Nu klaagster dit heeft nagelaten, heeft de huisarts zich terecht op het standpunt gesteld dat klaagster hem onvoldoende (concrete) informatie over het financiële belang heeft verschaft om te kunnen bepalen of sprake is van een zwaarwegend belang, dat zodanig is dat dit tot doorbreking van zijn beroepsgeheim moest leiden. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:49 Raad van Discipline Amsterdam 22-745/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:50 Raad van Discipline Amsterdam 22-673/A/A

    Raadsbeslissing; (Gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met gedragsregel 8 ter onderbouwing van het spoedeisend belang van haar cliënt in haar berichtgeving aan de rechtbank (en in de concept-dagvaarding) te spreken van een huurovereenkomst met ontbindende voorwaarde, terwijl er nog slechts sprake was van een intentieverklaring. De raad volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel, omdat verweerster een relatief onervaren advocaat is die onder grote tijdsdruk de concept-dagvaarding en de aanbiedings-e-mail (met onjuiste mededeling) aan de rechtbank heeft geschreven. Ook betrekt de raad het feit dat niet is gebleken dat verweerster met opzet deze verkeerde mededeling heeft gedaan, maar dat zij zelf in de overtuiging verkeerde dat in de gegeven omstandigheden kon worden gesproken van een huurovereenkomst met ontbindende voorwaarde.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:51 Raad van Discipline Amsterdam 22-793/A/A

    Raadsbeslissing; Klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang. Een mogelijke belangenverstrengeling kan alleen relevant zijn in de verhouding tussen de verschillende cliënten van verweerder onderling. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3311

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Naar het oordeel van het college heeft klager onvoldoende gesteld welke feitelijke gedragingen van de huisarts aan de tuchtklacht ten grondslag liggen. De enkele stelling dat de procedures in haar praktijk niet gaan zoals deze zouden moeten gaan is daarvoor onvoldoende, reeds omdat onduidelijk is op welke procedures in de praktijk van verweerster de klacht betrekking heeft. Overigens heeft de toelichting op de klacht louter betrekking op het handelen van (waarnemende) huisartsen. Verweerster is in die periode niet persoonlijk betrokken geweest bij de zorg aan klager, zodat zij daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:46 Raad van Discipline Amsterdam 23-114/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de inhoud van zijn e-mailberichten aan het hof. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5110

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college gaat uit van de gegevens zoals die destijds in 2014 door verweerster zijn genoteerd in het medisch dossier. Dat er sprake is geweest van valsheid in geschrifte, zoals is gesuggereerd door klaagster, is niet gebleken noch aannemelijk geworden. Het dossier bevat geen enkel aanknopingspunt of aanleiding om te veronderstellen dat er bewust gegevens zijn achtergehouden of gemanipuleerd, of dat het medisch verslag onjuistheden bevat. Verweerster heeft na (lichamelijk) onderzoek en op basis van haar bevindingen slechts een voorlopige diagnose gesteld. Van een misdiagnose door verweerster, zoals klaagster stelt, is geen sprake. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.