Zoekresultaten 9151-9200 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4299

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster meent dat de psychiater de patiënt niet goed heeft behandeld door, ondanks dringend verzoek van onder andere de patiënt en klaagster, de antidepressiva en het behandelplan niet aan te passen en geen veiligheidsinterventie te doen. De psychiater heeft ervoor gekozen om de medicatie, ondanks verzoeken daartoe, niet te wijzigen zich daarbij baserend op de ‘Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van autismespectrumstoornissen (ASS) bij volwassenen’. De patiënt zou verder behandeld worden door het FACT team alwaar de medicatie tegen het licht zou worden gehouden. In de periode dat de patiënt onder behandeling was van de psychiater is, blijkens het overzicht van contacten, wel gebleken van inzet om de patiënt goed te behandelen en is de medicatieverstrekking ook steeds onder de aandacht geweest van de psychiater. Hij heeft in zoverre zijn rol als regiebehandelaar juist uitgevoerd en zijn handelen is in overeenstemming met het behandelplan waarin staat dat de psychiater de medicatie(verstrekking) zou evalueren, optimaliseren, wijzigen (indien nodig, zo verstaat het college) en monitoren. OokOngegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster meent dat de psychiater de patiënt niet goed heeft behandeld door, ondanks dringend verzoek van onder andere de patiënt en klaagster, de antidepressiva en het behandelplan niet aan te passen en geen veiligheidsinterventie te doen. De psychiater heeft ervoor gekozen om de medicatie, ondanks verzoeken daartoe, niet te wijzigen zich daarbij baserend op de ‘Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van autismespectrumstoornissen (ASS) bij volwassenen’. De patiënt zou verder behandeld worden door het FACT team alwaar de medicatie tegen het licht zou worden gehouden. In de periode dat de patiënt onder behandeling was van de psychiater is, blijkens het overzicht van contacten, wel gebleken van inzet om de patiënt goed te behandelen en is de medicatieverstrekking ook steeds onder de aandacht geweest van de psychiater. Hij heeft in zoverre zijn rol als regiebehandelaar juist uitgevoerd en zijn handelen is in overeenstemming met het behandelplan waarin staat dat de psychiater de medicatie(verstrekking) zou evalueren, optimaliseren, wijzigen (indien nodig, zo verstaat het college) en monitoren. Ook ten aanzien van de overige klachtonderdelen heeft het college onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat de psychiater tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. ten aanzien van de overige klachtonderdelen heeft het college onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat de psychiater tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:28 Hof van Discipline 's Gravenhage 220312

    Hoger beroep tegen verzetsbeslissing van de raad, waarbij het verzet ongegrond is verklaard. De door klager aangevoerde gronden zien uitsluitend op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen, zoals schending van hoor en wederhoor. Dergelijke klachten leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Beroep niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:383 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-838/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk omdat deze is ingediend na het verstrijken van de driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Klager heeft - tegenover de gemotiveerde betwisting door de advocaat - zijn stelling dat de advocaat hem geen stukken heeft gestuurd, onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:15 Accountantskamer Zwolle 22/1013 Wtra AK

    Betrokkene is bestuurslid en penningmeester van een stichting, een vermogensfonds dat financiële steun verleent aan initiatieven die erop gericht zijn om de leefomstandigheden van mensen met een verstandelijke beperking te verbeteren. Een aantal erfgenamen van een verstandelijk beperkte vrouw, uit en via wier vermogen aanzienlijke bedragen zijn geschonken en nagelaten aan de stichting, voert een civiele procedure over haar nalatenschap tegen de stichting. De nabestaanden hebben vragen gesteld over het beheer van het vermogen van de stichting en over de jaarrekeningen van de stichting. De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op de publicatie van deels onjuiste kerngetallen op de website van de stichting. Betrokkene is daarvoor als bestuurslid en penningmeester verantwoordelijk. Hij heeft in onvoldoende mate toezicht gehouden op de werkzaamheden van de administrateur die de onjuiste cijfers op de website had gepubliceerd. Aan de accountant wordt hiervoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:384 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-788/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:385 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-818/AL/OV

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager. Verweerster heeft aan klager een onderbouwd schikkingsvoorstel gedaan. Zoals het de keuze van klager was om daarmee in te stemmen, zo was het de keuze van verweerster om de termijn van het tegenvoorstel zonder bericht te laten verlopen. Verweerster heeft gehandeld in het partijdig belang van haar cliënte en het stond haar vrij om klager in rechte te betrekken. Of dat een kansloos hoger beroep was, ligt primair ter beoordeling voor aan de civiele rechter. Van onmiskenbare misbruik is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-110/DB/OB

    Het staat een advocaat vrij om de wederpartij van zijn cliënt namens die cliënt te informeren over de voorgenomen huuropzegging en tevens over de vervolgstappen, die genomen zouden worden indien hij niet akkoord zou gaan met de huuropzegging. Voorzover klager zich niet kan vinden in de huuropzegging dient hij zich daartegen in rechte te verweren.Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:386 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-781/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:387 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-686/AL/MN

    De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:13 Accountantskamer Zwolle 22/1097 Wtra AK

    Een accountant heeft jaarrekeningen van een onderneming samengesteld op basis van het microregime terwijl het regime voor kleine rechtspersonen van toepassing is. De klacht wordt gegrond verklaard en aan de accountant wordt de maatregel van berisping opgelegd. De accountant heeft door jaarrekeningen op te stellen volgens een regime dat op grond van de wettelijke bepalingen niet van toepassing is, gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:30 Raad van Discipline Amsterdam 23-027/A/A 23-028/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Daarnaast heeft verweerster zich op zorgvuldige wijze aan de zaak onttrokken. Ook de klacht over verweerder als klachtenfunctionaris is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5198

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager verwijt de fysiotherapeut dat deze geen melding heeft gemaakt op grond van artikel 11 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). De voorzitter acht klager niet rechtstreeks belanghebbend. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4091

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft samen met zijn ex-vrouw het ouderlijk gezag over zijn dochter. Klager verwijt de huisarts hem onvoldoende te informeren en hem onvoldoende in de gelegenheid te stellen mee te beslissen over medische behandelingen van zijn dochter. Het college is van oordeel dat de huisarts met het verstrekken van het medisch dossier – bijna twintig maanden na het eerste verzoek daartoe – ruimschoot te laat was, de klacht is in zoverre gegrond. Het binnen een dag (of maximaal enkele dagen) na een verzoek daartoe informeren van klager, zoals hij graag zou zien, acht het college niet werkbaar. Het eens per drie maanden verstrekken van het medisch dossier, zoals de huisarts nu doet, is een passende handelwijze. Klager verwijt de huisarts daarnaast dat zij weigert een tweegesprek (alleen met klager, buiten aanwezigheid van zijn ex-vrouw) aan te gaan. Het college oordeelt hierover dat een driegesprek (met beide ouders) de meest efficiënte en transparante manier van informatieoverdracht is en de enige manier om te voorkomen dat er (nog meer) ‘ruis op de lijn ontstaat’. Tot slot is het college van oordeel dat de huisarts een andere afweging had moeten maken met betrekking tot het informeren en consulteren van klager over een doorverwijzing van zijn dochter naar een dermatoloog. Zij had klager actiever (vooraf) moeten betrekken bij de besluitvorming. Het college verklaart de klacht deels gegrond en legt de huisarts de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:14 Accountantskamer Zwolle 22/1028 Wtra AK

    Betrokkene heeft in het kader van een civielrechtelijk geschil, op verzoek van een van de partijen in dat geschil, een rapport opgesteld. In dit rapport heeft betrokkene een financiële analyse gemaakt. Klaagster meent dat betrokkene zich daarbij ten onrechte naar de wensen van haar opdrachtgever heeft gericht. De klacht is ongegrond. Betrokkene heeft zich bij de door haar verrichte cijfermatige analyse terecht gericht naar de door het gerechtshof Amsterdam gegeven uitleg van de winstrechtenovereenkomst. Betrokkene heeft zich gelet op het puur cijfermatige karakter van de uit te voeren analyse en omdat zij in haar rapport geen conclusies trok, op het standpunt mogen stellen dat hoor en wederhoor in dit geval niet noodzakelijk was ter verkrijging van een deugdelijke grondslag voor haar rapport.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:31 Raad van Discipline Amsterdam 23-021/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond, omdat de feitelijke grondslag van de klacht ontbreekt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5199

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager verwijt de fysiotherapeut dat deze geen melding heeft gemaakt op grond van artikel 11 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). De voorzitter acht klager niet rechtstreeks belanghebbend. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4609

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij de voormalig persoonlijk begeleider van klager bij een GGZ-instelling beschermt ten koste van klager en dat zij hem als patiënt verwaarloost. Ook verwijt hij haar met zijn dossier te hebben geknoeid en medisch bewijs te hebben verduisterd, om hem in een kwaad daglicht te stellen. Tot slot verwijt klager de huisarts dat zij een overstap naar een andere huisarts zou blokkeren. Voor het vermoeden van klager dat de huisarts een rol speelt in het conflict tussen klager en zijn voormalig persoonlijk begeleider bij de GGZ-instelling, kan het college in het dossier geen aanwijzingen vinden. Ditzelfde geldt voor de stelling dat sprake is van verduistering van medisch bewijs. Voor zover klager met ‘knoeien’ bedoelt dat de huisarts de in het verleden door de GGZ gestelde diagnose ‘depressie’ in het dossier heeft veranderd in ‘zenuwinzinking’, merkt het college op dat dit na herhaalde verzoeken van klager is gedaan. Dat de huisarts klager zou hebben weerhouden van een overstap naar een andere huisarts is evenmin gebleken. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:32 Raad van Discipline Amsterdam 22-683/A/A

    klacht eigen advocaat. Verweerder heeft het aanzien van de advocatuur geschaad door ruim een jaar niet op e-mails van de rechtsbijstandverzekeraar te reageren en geen gehoor te geven aan terugbelverzoeken. Nu verweerder uit de e-mails van de rechtsbijstandverzekeraar had kunnen begrijpen dat de informatieverzoeken zagen op het dossier van klaagster, alsmede dat klaagster kennelijk niet op de hoogte was van (de inhoud van) de beschikkingen van het hof, had verweerder zowel met de rechtsbijstandverzekeraar als met klaagster contact moeten opnemen. Door in zijn geheel niet te reageren op de verzoeken van klaagster en/of de rechtsbijstandverzekeraar, heeft verweerder niet de zorgvuldigheid betracht die van hem verwacht mocht worden. Verweerder heeft daarmee tevens gehandeld in strijd met de voorwaarde voor de voorwaardelijke schorsing waarvan de proeftijd nog niet was verstreken ten tijde van het handelen van verweerder. Verweerder dient daarom rekening houden met de mogelijkheid dat (verzocht zal worden dat) de voorwaardelijke schorsing alsnog ten uitvoer gelegd zal worden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4482

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager meent dat er door de huisarts, die de eigen huisarts van klager vanwege afwezigheid verving, niet is geluisterd naar de hulpvraag van hem en zijn echtgenote over de gezondheid van hun tweejarige dochter, en dat er niet is meegedacht in het behandelen van de klachten. Ook verwijt hij de huisarts dat de door klager en zijn echtgenote gevraagde verwijzing naar een specialist ten onrechte is geweigerd. Het college is van oordeel dat de handelwijze van de huisarts getuigt van een voldoende zorgvuldige aanpak. De triage door de assistente tijdens het eerste telefoongesprek is uitgebreid geweest, er bleek geen sprake van een spoedeisende situatie, er heeft overleg plaatsgevonden en de huisarts heeft het dossier van de dochter gelezen. Tijdens een tweede telefoongesprek is nog gevraagd naar veranderde omstandigheden. Dat de huisarts de gevraagde verwijsbrief niet heeft verstrekt kan onder deze omstandigheden niet als onzorgvuldig worden beschouwd. Voor de juistheid van de stelling van klager dat juiste, passende en adequate zorg categorisch is geweigerd ziet het college geen aanknopingspunten. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:33 Raad van Discipline Amsterdam 22-832/A/A 22-833/A/A

    klacht eigen advocaat. Verweersters hebben voldoende hebben onderbouwd dat in het intake gesprek het recht op gefinancierde rechtsbijstand met klaagster is besproken. Daarvoor is het whatsapp-bericht dat klaagster nadien stuurde en dat zij niet kan verklaren, mede redengevend. Tegen de achtergrond van het aanbod van verweersters, dat zij klaagster zullen vrijstellen van betaling van de openstaande facturen en de reeds betaalde facturen zullen terugbetalen indien klaagster alsnog de stukken overlegt waaruit blijkt dat zij in 2020 inderdaad recht had op gefinancierde rechtsbijstand, oordeelt de raad dit klachtonderdeel ongegrond. Ook de klacht over excessief declareren is ongegrond, de in rekening gebrachte uren noch de uurtarieven zijn als excessief aan te merken. Hoewel de declaratie aanzienlijk hoger is uitgevallen dan vooraf verwacht, maakt dat niet dat de declaratie dus excessief is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:27 Raad van Discipline Amsterdam 23-079/A/DH/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4084

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is van mening dat de (waarnemend) huisarts laks met haar acute oogklachten is omgegaan. Zij neemt het hem kwalijk dat hij geen belang heeft gehecht aan haar verzoek een verwijsbrief te sturen voor haar oogarts en dat ook niet heeft gedaan, waardoor pas laat serieus naar haar klachten is gekeken. Het college is van oordeel dat de huisarts juist heeft gehandeld door onmiddellijk (telefonisch) contact op te nemen met het academisch medisch centrum waar klaagster was behandeld en met de oogkliniek waar klaagster patiënt is. Daarmee hield de verantwoordelijkheid van de huisarts evenwel niet op. Het enkel neerleggen van de casus bij de specialist, volstaat in dit geval niet. Nu niet duidelijk was wat er aan de hand was, was het de verantwoordelijkheid van de huisarts om zich er in samenspraak met de specialist van te verzekeren dat zijn (voorlopige) inschatting van de situatie en daarmee de verwijzing, juist was, en dat daaraan een goed gevolg werd gegeven. Gebleken is dat de huisarts zich daarvan niet bewust is (geweest) en hij op dat punt tekort is geschoten. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de huisarts de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:34 Raad van Discipline Amsterdam 22-853/A/A

    Ongegronde klacht tegen eigen advocaat. Van klachtwaardig handelen zijdens verweerder is de raad niet gebleken; uit de overgelegde stukken blijkt dat verweerder wel degelijk overleg heeft gevoerd met klager en stukken heeft meegenomen in de procedure.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:28 Raad van Discipline Amsterdam 23-011/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak.

  • ECLI:NL:TACAKN:2023:11 Accountantskamer Zwolle 22/928 Wtra AK

    Klacht gedeeltelijk gegrond, tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand. Klager en betrokkene waren partners bij hetzelfde accountantskantoor. Klager is per 1 januari 2021 vertrokken naar een ander accountantskantoor en heeft zijn klantenportefeuille meegenomen. Betrokkene heeft vanaf januari 2021 uitkeringen op grond van de NOW en TVL aangevraagd voor zijn accountantskantoor. Klager verwijt betrokkene dat hij deze uitkeringen ten onrechte heeft aangevraagd en dat hij bij de waardering van de aandelen van klager een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven door deze uitkeringen niet in zijn prognose over 2021 op te nemen. De Accountantskamer overweegt dat klager gemotiveerd en met stukken onderbouwd heeft gesteld dat betrokkene ten onrechte NOW-uitkeringen heeft aangevraagd, waardoor het op de weg van betrokkene lag om daartegen gemotiveerd verweer te voeren. Betrokkene heeft dat niet gedaan. Hij heeft alleen ontkend dat hij deze uitkeringen ten onrechte heeft aangevraagd, maar heeft niet willen uitleggen waar deze aanvraag op is gebaseerd. De Accountantskamer komt daarom tot de conclusie dat in deze tuchtprocedure aangenomen moet worden dat betrokkene NOW-uitkeringen heeft aangevraagd zonder dat aan de voorwaarden van de NOW is voldaan. De klacht is in zoverre gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond, omdat klager met betrekking tot de aangevraagde TVL-uitkering onvoldoende heeft gesteld om aan te kunnen nemen dat deze ten onrechte is aangevraagd. Daarnaast kan het standpunt van betrokkene dat de NOW- en TVL-uitkeringen niet in de prognose over 2021 hoefden te worden opgenomen worden beschouwd als een verdedigbaar civielrechtelijk standpunt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:29 Raad van Discipline Amsterdam 23-010/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. De klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk, omdat klager geen rechtstreeks belang heeft bij de (aard van) de afspraken tussen zijn wederpartij en diens advocaat. Verder is de klacht kennelijk ongegrond; verweerder mocht als partijdige belangenbehartiger namens zijn cliënt een kort geding starten, ook al was klager ziek en veroorzaakte het kort geding stress bij klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5197

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager verwijt de fysiotherapeut dat deze geen melding heeft gemaakt op grond van artikel 11 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). De voorzitter acht klager niet rechtstreeks belanghebbend. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4090

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft samen met zijn ex-vrouw het ouderlijk gezag over zijn dochter. Klager verwijt de huisarts hem onvoldoende te informeren en hem onvoldoende in de gelegenheid te stellen mee te beslissen over medische behandelingen van zijn dochter. Het college is van oordeel dat de huisarts met het verstrekken van het medisch dossier – bijna twintig maanden na het eerste verzoek daartoe – ruimschoot te laat was, de klacht is in zoverre gegrond. Het binnen een dag (of maximaal enkele dagen) na een verzoek daartoe informeren van klager, zoals hij graag zou zien, acht het college niet werkbaar. Het eens per drie maanden verstrekken van het medisch dossier, zoals de huisarts nu doet, is een passende handelwijze. Klager verwijt de huisarts daarnaast dat zij weigert een tweegesprek (alleen met klager, buiten aanwezigheid van zijn ex-vrouw) aan te gaan. Het college oordeelt hierover dat een driegesprek (met beide ouders) de meest efficiënte en transparante manier van informatieoverdracht is en de enige manier om te voorkomen dat er (nog meer) ‘ruis op de lijn ontstaat’. Tot slot is het college van oordeel dat de huisarts een andere afweging had moeten maken met betrekking tot het informeren en consulteren van klager over een doorverwijzing van zijn dochter naar een dermatoloog. Zij had klager actiever (vooraf) moeten betrekken bij de besluitvorming. Het college verklaart de klacht deels gegrond en legt de huisarts de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:29 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-868/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht d.d. 17 januari 2022 over kwaliteit dienstverlening eigen advocaat. Onderdeel dat ziet op dienstverlening tot en met eerste kwartaal 2017. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Klacht in zoverre op grond van artikel 46g lid 1 onder a kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzitter kan niet vaststellen op welke periode het andere klachtonderdeel ziet. Voor zover dat ontvankelijk zou zijn is het onvoldoende onderbouwd en derhalve kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:6 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/397619 / KL RK 21-193

    De toegevoegd notaris had in de omstandigheden niet direct gevolg mogen geven aan het verzoek van [sponsor] tot het laten doorvoeren van bestuurswijzigingen in het Handelsregister. De toegevoegd notaris had eerst contact moeten opnemen met de voorzitter van de stichting. De klacht is gegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:7 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/404349 / KL RK 22-61

    De notaris had gelet op de bestaande onzekerheden, niet mogen overgaan tot het tekenen van de akte van verdeling van de nalatenschap zonder de procedure omtrent wettelijke vereffening van de nalatenschap in acht te nemen, tenzij door de executeur alsnog de ruimschootsvoldoende-verklaring was afgegeven. De kamer overweegt hierbij nog dat een notaris tenminste een summier onderzoek moet doen naar de juistheid van een door een executeur afgelegde ruimschootsvoldoende-verklaring. De klacht is gegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:30 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-967/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder mocht afgaan op de informatie die hij van zijn cliënten kreeg. Niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder deze informatie had moeten verifiëren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:31 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-304/AL/OV

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5129

    Klacht tegen gz-psycholoog kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzitter is van oordeel dat (de totstandkoming van) het rapport op zich wel weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg, maar klager heeft daar geen rechtstreeks belang bij omdat de psychische gesteldheid van zijn vader en niet hijzelf werd onderzocht. Uit de stukken blijkt veeleer een financieel en emotioneel belang. Dat zijn geen rechtstreekse en concrete belangen in het kader van de individuele gezondheidszorg.Voor zover klager als nabestaande de klacht heeft ingediend is de voorzitter van oordeel dat klager niet de veronderstelde wil van zijn vader tot uitdrukking laat komen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:53 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/397112 / KL RK 21-184 A

    De gemachtigde van klager heeft gevraagd om een herstelbeslissing vanwege een kennelijke schrijffout in het dictum van de beslissing in deze zaak van 7 juni 2022 (ECLI:NL:TNORARL:2022:22). De gemachtigde van de notaris heeft laten weten geen bezwaar te hebben tegen herstel van de beslissing op dit punt. Deze kennelijke verschrijving of onjuistheid wordt daarom middels deze herstelbeslissing gecorrigeerd in zoverre dat niet alleen klachtonderdeel 1) en 3), maar ook klachtonderdeel 4) gegrond wordt verklaard, terwijl de ongegrondverklaring alleen klachtonderdeel 2) en niet langer klachtonderdeel 4) geldt, terwijl de beslissing van 7 juni 2022 op de overige punten gehandhaafd blijft.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:32 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-576/AL/GLD

    Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft de klacht gemotiveerd betwist. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerster (onder andere) te laat heeft gehandeld, incidenteel hoger beroep heeft ingesteld zonder voorafgaand overleg met klager en onvoldoende bereikbaar was voor klager. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3977

    Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klager is in maart 2016 met keelpijnklachten op consult geweest bij beklaagde. Naar aanleiding van het consult is geconcludeerd dat sprake was van keelpijn en hoesten bij een viraal infect. Uiteindelijk is klager in augustus 2016 weer bij beklaagde op consult geweest en op dat moment was er in de hals een zwelling waarneembaar van ca 4 cm. Dit bleek bij nader onderzoek in het ziekenhuis een anaplastisch schildkliercarcinoom, waarvoor klager uitgebreid operatief is behandeld. Klager maakt beklaagde meerdere verwijten over het consult in maart 2016. De klacht mist feitelijke grondslag, omdat klager uitgaat van een andere lezing van het verloop van het consult dan beklaagde en het college niet kan vaststellen wat de feitelijke gang van zaken is geweest.Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klager is in maart 2016 met keelpijnklachten op consult geweest bij beklaagde. Naar aanleiding van het consult is geconcludeerd dat sprake was van keelpijn en hoesten bij een viraal infect. Uiteindelijk is klager in augustus 2016 weer bij beklaagde op consult geweest en op dat moment was er in de hals een zwelling waarneembaar van ca 4 cm. Dit bleek bij nader onderzoek in het ziekenhuis een anaplastisch schildkliercarcinoom, waarvoor klager uitgebreid operatief is behandeld. Klager maakt beklaagde meerdere verwijten over het consult in maart 2016. De klacht mist feitelijke grondslag, omdat klager uitgaat van een andere lezing van het verloop van het consult dan beklaagde en het college niet kan vaststellen wat de feitelijke gang van zaken is geweest.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:33 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-398/AL/MN

    Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft de klacht gemotiveerd betwist. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerster (onder andere) onvoldoende bereikbaar was voor klager en dat zij de verdediging van klager niet met hem heeft besproken. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1244

    Klacht tegen een neuroloog. Klager is in de avond onwel geworden en per ambulance naar de spoedeisende hulp gebracht. Daar heeft de dienstdoende arts (ANIOS, eveneens aangeklaagd) in overleg met beklaagde als dienstdoende neuroloog en supervisor de diagnose functionele stoornis gesteld. Later is gebleken dat sprake was van een herseninfarct. Klager verwijt de neuroloog dat zij als eindverantwoordelijke een tunnelvisie heeft gehad bij de interpretatie van de symptomen van klager, dat zij de symptomen van klager als niet-acuut heeft beoordeeld op basis van het ontbreken van risicofactoren en de jonge leeftijd en daarbij de mogelijke uitzondering niet in de afweging heeft meegenomen, dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld, waardoor een (trombolytische) behandeling om de schade te beperken aan klager is onthouden, en dat zij het veilig en verantwoord heeft geacht om klager in de nacht van 14 op 15 december 2020 naar huis te laten gaan, terwijl de uitvalsverschijnselen nog volop aanwezig waren en aannemelijk was dat de symptomen door een herseninfarct konden worden veroorzaakt. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de manier waarop tot de onjuiste diagnose is gekomen in strijd is met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame beroepsgenoot mag worden verwacht, en dat klager niet naar huis had mogen gaan. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gegrond en legt aan de neuroloog de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1261

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager is door de orthopedisch chirurg geopereerd aan een Mortons neuroom in zijn voet. Na de operatie is klager last blijven houden van een pijnlijke drukplek onder zijn voet. Klager heeft vervolgens twee telefonische consulten en twee fysieke consulten bij de orthopedisch chirurg gehad. De verwijten die klager de orthopedisch chirurg maakt gaan over het traject na de operatie. Klager verwijt de orthopedisch chirurg: a) het achterhouden van informatie; b) inadequate diagnostische verslaglegging; c) het verstrekken van onjuiste en misleidende informatie; d) het stellen van het eigenbelang boven dat van de patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1243

    Klacht tegen een arts, destijds werkzaam als anios bij de afdeling neurologie van een ziekenhuis. Klager is in de avond onwel geworden en per ambulance naar de spoedeisende hulp gebracht. Daar heeft de arts in overleg met haar supervisor (neuroloog, eveneens aangeklaagd) de diagnose functionele stoornis gesteld. Later is gebleken dat sprake was van een herseninfarct.Klager verwijt de arts dat zij een tunnelvisie heeft gehad bij de interpretatie van de symptomen van klager, dat zij de symptomen van klager als niet-acuut heeft beoordeeld op basis van het ontbreken van risicofactoren en de jonge leeftijd en daarbij de mogelijke uitzondering niet in de afweging heeft meegenomen, dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld, waardoor een (trombolytische) behandeling om de schade te beperken aan klager is onthouden, en dat zij het veilig en verantwoord heeft geacht om klager in de nacht van 14 op 15 december 2020 naar huis te laten gaan, terwijl de uitvalsverschijnselen nog volop aanwezig waren en aannemelijk was dat de symptomen door een herseninfarct konden worden veroorzaakt. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gegrond, maar legt aan de arts geen maatregel op omdat het grootste deel van de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het handelen van de beginnende anios bij de supervisor ligt met wie steeds uitgebreid overleg heeft plaatsgevonden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:28 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-651/AL/GLD/D

    Dekenbezwaar. De raad verklaart het dekenbezwaar grotendeels gegrond. Verweerder heeft gedurende een langere periode meerdere gedragsregels en kernwaarden geschonden, hij heeft zijn cliënten benadeeld en de deken onjuist voorgelicht. Met dit alles heeft verweerder niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet; zijn handelen heeft het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Gelet op de ernst van dit handelen, is slechts een zware maatregel passend. De raad zal verweerder echter niet schrappen van het tableau, zoals de deken heeft verzocht. Een schrapping onder de gegeven omstandigheden zou erop neerkomen dat de tuchtrechter elk vertrouwen in het functioneren van verweerder heeft verloren. Weliswaar deelt de raad de zorgen van de deken over verweerder en zijn praktijkvoering, maar het is niet zo dat elk vertrouwen in zijn functioneren als advocaat ontbreekt. De raad acht daarbij van belang dat de raad een aantal onderdelen van het dekenbezwaar niet gegrond zal verklaren, verweerder slechts een keer eerder (vijf jaar geleden) door de tuchtrechter is veroordeeld en dat verweerder op de zitting van de raad inzicht in het tuchtrechtelijk verwijtbare van zijn handelen heeft getoond en hij zijn bedrijfsvoering inmiddels (gedeeltelijk) zegt te hebben verbeterd. Verweerder zal van de raad nog een laatste kans krijgen om orde op zaken te stellen. De raad zal daarom aan verweerder de maatregel van een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 26 weken opleggen, waarbij verweerder dringend wordt geadviseerd om zich (in overleg met de deken) te laten coachen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 220012

    Klacht over eigen advocaat, kwaliteit van de dienstverlening. Ongegrond, bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:17 Hof van Discipline 's Gravenhage 220031D

    De deken verwijt verweerder dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door mee te werken aan publicaties in een krant. De raad heeft het dekenbezwaar gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad dat verweerder met het interview zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden, omdat hij hierin uitlatingen heeft gedaan over de persoon van zijn voormalige cliënt, bijzonderheden van de door hem behandelde zaak en de aard en omvang van de belangen van zijn voormalige cliënt. Al deze uitlatingen vallen onder het beroepsgeheim van een advocaat. De geheimhoudingsplicht ziet ook op persoonlijke waarnemingen van verweerder over (de persoon, het karakter of het uiterlijk van) klager en op zijn persoonlijke (mening over zijn) ervaringen met klager. Maatregel: Schrapping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 220009

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft de heer H. per e-mail benaderd en hem aansprakelijk gesteld, terwijl verweerder wist dat klaagster de heer H. als getuige had aangemerkt en hem als getuige had genoemd in de inleidende dagvaarding. Naar het oordeel van het hof heeft verweerder de heer H. hiermee op ontoelaatbare wijze beinvloed en in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. Bekrachtiging raadsbeslissing. Berisping en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:18 Hof van Discipline 's Gravenhage 220032

    Klager (een voormalig advocaat) verwijt verweerder dat hij in strijd heeft gehandeld met het streven van advocaten naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen, zoals vervat in gedragsregel 24. In deze zaak gaat het om de vraag of verweerder in een interview met een krant verslag heeft mogen doen van de inhoud van een (beweerdelijke) telefoongesprek met de zaaksofficier en of verweerder daarmee jegens klager onbetamelijk heeft gehandeld, door zich publiekelijk over hem uit te laten en daarmee de indruk te versterken dat klager banden zou hebben met een criminele organisatie. De raad heeft de klacht gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. ​​​​​Verweerder had geen belang bij het doen van belastende en schadelijke uitlatingen over klager, juist of niet. Verweerder heeft door het doen van zijn uitlatingen in het interview niet de welwillendheid die hij tegenover klager als beroepsgenoot in acht had horen te nemen, in acht genomen. Verweerder heeft daarmee gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit (artikel 10a Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3600

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster was doorverwezen naar het ziekenhuis waar de dermatoloog werkzaam is voor een laserbehandeling van littekens op haar wang. Er hebben verschillende behandelingen plaatsgevonden, o.a. een resurfacing behandeling. Klaagster verwijt de dermatoloog dat 1) er tijdens de resurfacing behandeling iets mis is gegaan, waardoor zich een litteken heeft ontwikkeld op haar wang en 2) klaagster op de spoedeisende hulp naar huis is gestuurd met zalf. Het college oordeelt dat de beide klachtonderdelen feitelijke grondslag missen, omdat de dermatoloog die behandeling niet heeft verricht en hij ook verder er niet bij betrokken was en omdat hij heeft verklaard klaagster nooit te hebben gesproken en/of gezien tijdens zijn diensten op de spoedeisende hulp en het college geen reden ziet om aan zijn verklaring te twijfelen. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:25 Hof van Discipline 's Gravenhage 220002

    Artikel 13-beklag. Het hof is met de deken van oordeel dat klager geen belang heeft bij toewijzing van een advocaat, gelet op de al aanhangige procedure waarin dezelfde rechtsvraag voorligt, en gelet op het feit dat klager nog niet in overleg is getreden met de Ontvanger. Reeds hierom acht het hof klagers beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:19 Hof van Discipline 's Gravenhage 220033D

    Klager verwijt verweerder dat hij ten opzichte van klager gevaarzettend heeft gehandeld door zijn naam als (mogelijke) belangenbehartiger van de kroongetuige te lekken naar de pers. De klacht is door de raad gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Verweerder wist als geen ander dat betrokkenheid als belangenbehartiger van de kroongetuige in het Marengo-proces met veiligheidsrisico’s gepaard gaat. Verweerder moet zich dan ook bewust zijn geweest van het gevaarzettend karakter van zijn handelen. Van hem had dan ook uiterste voorzichtigheid en terughoudendheid mogen worden verwacht. Door desondanks zonder redelijk belang of noodzaak in verband met de zaak van de kroongetuige mededelingen over klager te doen aan een journalist, heeft hij in strijd gehandeld met de professionele verantwoordelijkheid die behoort tot de kernwaarde integriteit.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4486

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager bezocht de huisarts in de Covid-19 pandemie. Volgens klager maakte de huisarts hem belachelijk, door een piemel op haar witte doktersjas te tekenen en daarop te tikken tijdens het consult. Klager is weggelopen. De huisarts vroeg enkele dagen na het consult om uitleg aan klager, maar die kreeg zij toen niet. Klager verwijt de huisarts dat door haar handelen klager een geestesziekte aangemeerd kreeg, er een incompleet medisch dossier over hem ontstond en zorg hem werd onthouden. De huisarts heeft verweer gevoerd. Vanwege tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder doktersjassen, had de praktijk laboratoriumjassen geleend van verschillende scholen. Op verschillende jassen stonden tekeningen. Afgaand op het verhaal van klager, begreep de huisarts pas na bijna twee jaar tijdens een gesprek met klager dat er op haar jas een geslachtsdeel stond getekend en dat hij daarom plotseling was weggelopen. Het college acht de verklaring van de huisarts, hoe het geslachtsdeel op de doktersjas is gekomen, aannemelijk. Het college is niet gebleken dat de huisarts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.