Zoekresultaten 8751-8800 van de 48384 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:51 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-722/DB/ZWB
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 24-04-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:51
Indien een advocaat een cliënt bij zijn overstap meeneemt naar een nieuw samenwerkingsverband, is er aanleiding om Gedragsregels 15 ook toe te passen, indien deze advocaat met zijn cliënt en een derde heeft afgesproken voor geen van hen op te treden in een zaak die de distributieovereenkomst, die hij heeft opgesteld voor beiden, tot onderwerp heeft. Immers het gevolg van de overstap en het meenemen van de cliënt is, dat de aan de advocaat verstrekte vertrouwelijke gegevens van de “gelieerde cliënt” binnen het samenwerkingsverband bekend (kunnen) raken en dan is niet uit te sluiten dat die gegevens binnen dat samenwerkingsverband worden gedeeld met anderen.Het had daarom op de weg van de advocaat gelegen om zijn cliënte in deze zaak naar een advocaat van een ander kantoor te verwijzen.Klacht gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:69 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-096/DH/RO
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 12-04-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:69
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft opgetreden voor de partner van klager. Klager heeft verweerder om informatie over het dossier gevraagd. Verweerder heeft deze informatie terecht niet verstrekt omdat hij er niet zeker van was dat het verzoek om informatie ook door of namens de partner van klager/de cliënt van verweerder werd gedaan. De klacht is kennelijk ongegrond. Klager stelt ook dat de bijstand van verweerder ontoereikend was. Klager heeft bij dit deel van de klacht geen belang en deze is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:45 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-759/DB/LI
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 24-04-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:45
Verzet. Ter zake de eerste verzet grond oordeelt de raad dat onderwerp van de procedure waarin verweerster haar cliënten bijstaat het al dan niet aanblijven van klager sub 1 als executeur is. Omdat niet is gebleken dat klager sub 2 hierdoor rechtstreeks in zijn belangen is getroffen heeft de voorzitter klager sub 2 wegens het ontbreken van een eigen belang terecht niet-ontvankelijk verklaard. Ter zake de tweede verzet grond oordeelt de raad dat de nagekomen stukken evenmin aanknopingspunten bevatten voor de juistheid van de klacht dat verweerster de op haar rustende waarheidsplicht heeft geschonden en de op haar rustende onderzoeksplicht heeft verzaakt. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4445
- Datum publicatie: 25-04-2023
- Datum uitspraak: 25-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:108
Ongegronde klacht tegen een destijds aios urologie, nu uroloog. Klager, die vlak voor de zitting is overleden, was sinds 2012 onder behandeling bij de supervisor van de aios (zie beslissing A2022/4444) voor een prostaatcarcinoom. Aanvankelijk is gekozen voor een afwachtend beleid met regelmatige controles. In 2018 steeg de PSA waarde van klager. Klager is vanaf dat moment ontevreden over de behandeling van de supervisor die klager adviseerde de prostaat operatief te laten verwijderen of radiotherapie (uitwendige bestraling met fotonen) te ondergaan. Klager wilde geen operatie, hormoontherapie of fotonentherapie ondergaan. Hij stond wel open voor protonenbestraling. Protonenbestraling voor deze indicatie is in Nederland niet mogelijk. De aios werd vanaf augustus 2019 tot eind december 2019 bij de behandeling van klager betrokken en zag klager poliklinisch. Klager had pijn in zijn anus en uitstralende pijn in zijn linker been. Er werd een botscan en een MRI gemaakt die uitwezen dat er geen aanwijzingen (relatief lage PSA waarde en een solitaire afwijking in het femur) waren voor metastasen, maar wel dat er mogelijk sprake was van fibreuze dysplasie. Klager verwijt de uroloog dat hij niet heeft meegewerkt aan het verwezenlijken van de protonenbehandeling, dat hij de PSA-waarde als hoofdcriterium is blijven gebruiken en geen biopt heeft genomen of ander onderzoek heeft verricht na de uitslag van de botscan en dat hij de aanbeveling op het scintigram van 27 augustus 2019 en het advies op de PSMA-PETSCAN van 6 januari 2020 heeft genegeerd. Ontvankelijkheid: het college heeft op grond van artikel 65d lid 5 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en de uitdrukkelijke toestemming van de gemachtigden van klager, de uroloog en zijn gemachtigde, de klacht in het kader van het algemeen belang voortgezet met de mantelzorgers van klager en niet de IGJ als klagende partij. Ook de aios heeft de klager, vanaf het moment dat hij bij zijn behandeling betrokken is geraakt, geadviseerd om de prostaat operatief te laten verwijderen of radiotherapie te ondergaan. Het college leidt uit het dossier en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen niet af dat verweerder niet heeft meegewerkt aan de door klager gewenste protonenbehandeling. Ook is het college van oordeel dat de conclusie verdedigbaar was dat er niet uitsluitend op de -daadwerkelijk relatief lage- PSA waarde maar ook op de beelden zelf de conclusie werd getrokken dat er vermoedelijk geen sprake was van een uitzaaiing van het prostaatcarcinoom. De hiervoor genoemde PSMA-PET-scan is gemaakt op 6 januari 2020. Verweerder was op dat moment niet meer bij de behandeling van klager betrokken en hem kan van het handelen na deze scan dan ook geen verwijt worden gemaakt. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4069
- Datum publicatie: 24-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:13
“Klacht tegen nucleair geneeskundige over gebruik Fleischner Criteria bij beoordeling FDG PET-CT-scan bij patiënte met melanoomverleden.College: klacht gegrond, Fleischner Criteria zijn niet bedoeld voor gebruik bij patiënten met een bekende maligniteit, verslag is summier en te stellig en daarin is niet benoemd waarom de criteria toch zijn toegepast, waarschuwing
-
ECLI:NL:TNORSHE:2023:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/43
- Datum publicatie: 24-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TNORSHE:2023:7
Onenigheid tussen klager en de notaris, die beiden lid zijn van de VvE van een appartementencomplex. De notaris houdt geen kantoor in dat complex. Indiening tuchtklacht vormt geen misbruik van bevoegdheid of klachtrecht. Hoedanigheid. Klachtonderdelen over geluidsoverlast door verbouwingen van de notaris en de wijze waarop hij zijn bijdrage in de gemeenschappelijke kosten heeft berekend, worden aangemerkt als privéaangelegenheid van de notaris waarvoor hij zich in beginsel niet tuchtrechtelijk hoeft te verantwoorden. Een notaris kan desalniettemin tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor zijn handelen in privé als dit dermate kwalijk is dat daardoor de eer en het aanzien van het notarisambt zijn geschaad, maar de kamer oordeelt dat daarvan geen sprake is. Dat de notaris – in zijn hoedanigheid van notaris – de levering van appartementsrechten aan klager heeft opgeschort in afwachting van het herstel van een lekkage in het appartement dat klager voorafgaand aan die levering aan de notaris zou leveren, acht de kamer niet klachtwaardig. In zijn hoedanigheid van notaris heeft hij ook een bestuursbesluit ingeschreven bij de KvK, terwijl hij wist dat klager (enig bestuurder van de VvE) het daar niet mee eens was. Volgens de notaris kon hij uit eigen wetenschap verklaren dat bij de voorafgaande ledenvergadering van de VvE unaniem was ingestemd met het besluit tot benoeming van de door hem opgerichte stichting als bestuurder, maar de kamer is van oordeel dat de notaris er daarbij ten onrechte aan voorbij is gegaan dat hij de ledenvergadering van de VvE niet in zijn hoedanigheid van notaris heeft bijgewoond, maar in zijn hoedanigheid van lid van de VvE. Daarom acht de kamer het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notaris er, met de kennelijke bedoeling de door klager geuite bezwaren te omzeilen, welbewust voor heeft gekozen om de (beweerdelijke) bestuurswijziging vervolgens in zijn hoedanigheid van notaris te laten inschrijven. Daardoor heeft de notaris op oneigenlijke wijze gebruik gemaakt van de aan hem wegens zijn ambt toegekende bevoegdheid. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5209
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:102
Voordracht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tot doorhaling vanwege ongeschiktheid tot het uitoefenen van het beroep van verpleegkundige. De verpleegkundige heeft van 2011 tot 2019 als verpleegkundige in een ziekenhuis gewerkt. In 2022 heeft de inspectie, na onderzoek, een rapport uitgebracht. De inspectie stelt vast dat bij de verpleegkundige sprake is van een zeer ernstig psychiatrisch toestandsbeeld. Het college acht het risico dat de verpleegkundige als gevolg van haar psychiatrische stoornis bij de uitvoering van haar werk fouten maakt, situaties onjuist inschat en niet adequaat kan handelen zeer groot. Ook brengt deze stoornis een reëel risico op collegiale conflicten met zich, die eveneens hun weerslag kunnen hebben op een goede patiëntenzorg. Het college acht de verpleegkundige vanwege haar geestesgesteldheid dan ook ongeschikt voor werk in de gezondheidszorg. Doorhaling inschrijving in BIG-register en directe schorsing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:75 Raad van Discipline Amsterdam 23-141/A/NH
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:75
Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerster zich onbetamelijk heeft gedragen of zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5119
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:103
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Volgens klaagster heeft de verpleegkundige valsheid in geschrifte gepleegd door in de medische rapportage te schrijven dat zij klaagster meermalen in het zorgverblijf heeft bezocht, terwijl klaagster verweerster nooit heeft gezien of gesproken. De verpleegkundige heeft de klacht bestreden en verwijst daarvoor naar haar rapportage in het cliëntendossier. Het college heeft geen aanleiding te veronderstellen dat in het cliëntendossier iets anders staat beschreven dan wat er in werkelijkheid is gebeurd. Noch in klaagsters stellingen, noch in de rest van het dossier is daar enige aanwijzing voor te vinden. Van valsheid in geschrifte is dan ook geen sprake. Het college komt tot het oordeel dat verweerster niet klachtwaardig heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:76 Raad van Discipline Amsterdam 23-142/A/NH
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:76
Voorzittersbeslissing; Klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft met zijn uitlatingen in zijn pleidooi niet de grenzen van de hem toekomende vrijheid overschreden. Verweerder heeft toereikend toegelicht dat hij is afgegaan op de informatie van zijn cliënte en haar standpunt heeft verwoord. Op grond van het klachtdossier en hetgeen partijen naar voren hebben gebracht is niet gebleken dat verweerder ten onrechte van de juistheid van de verklaring van zijn cliënte is uitgegaan en dat hij derhalve nader onderzoek had moeten doen. Evenmin is het de voorzitter gebleken dat verweerder met zijn stellingen het oogmerk had klager onnodig te grieven. Verweerder heeft genoegzaam aangevoerd dat de uitlatingen noodzakelijk waren ter onderbouwing van de stelling dat sprake is van misbruik van procesrecht. In zoverre is de klacht derhalve kennelijk ongegrond. Klager heeft geen rechtstreeks eigen belang bij zijn klacht over de wijze waarop verweerder de procedure voor zijn cliënte voert. Dit betreft de relatie tussen verweerder en zijn cliënte waar klager buiten staat. De klacht is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:43 Hof van Discipline 's Gravenhage 220106
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-03-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:43
Klacht over eigen advocaat in familierechtelijke kwestie. In hoger beroep gaat het enkel om het verwijt dat verweerster voor het aannemen van de zaak als voorwaarde stelde dat klaagster over zou gaan tot directe inning van de partneralimentatie op basis waarvan verweerster de toevoegingsaanvraag introk. Deze aanvullende voorwaarde is in deze zaak absoluut ontoelaatbaar. Hierdoor werd de toevoeging afhankelijk van de feitelijke inning van de partneralimentatie in plaats van de vraag of dit geld klaagster ook juridisch toekwam. Hierdoor heeft verweerster de situatie gecreëerd dat klaagster na afronding van de juridische procedure mogelijk die partneralimentatie zou moeten terugbetalen maar daartoe deels niet in staat zou zijn omdat het geld aan verweersters declaraties was besteed. Daar komt dan bij dat klaagster in die situatie geen beroep meer op de toevoeging kon doen, omdat verweerster die had ingetrokken, terwijl klaagster daar mogelijk wel recht op had. Schending kernwaarden financiële integriteit en partijdigheid. Berisping. Het beroep op misbruik van tuchtrecht is afgewezen. Het tuchtrecht gericht is op de verantwoording van de advocaat aan de beroepsgroep en de maatschappij.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5211
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:104
Ongegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft van 2011 tot 2019 als verpleegkundige in een ziekenhuis gewerkt. In 2022 heeft de inspectie, na onderzoek, een rapport uitgebracht. De inspectie stelt vast dat bij de verpleegkundige sprake is van een zeer ernstig psychiatrisch toestandsbeeld. Volgens de inspectie heeft de verpleegkundige in haar werkzame periode gehandeld in strijd met artikel 47 lid 1 van de Wet BIG. De verpleegkundige heeft de klacht bestreden. Het college overweegt dat de inspectie haar verwijten baseert op verklaringen van de verpleegkundige. De verpleegkundige weerspreekt in haar verweerschrift en op de zitting dat zij deze verklaringen heeft gedaan. Het college stelt vast dat de inspectie geen (feiten)onderzoek heeft gedaan en dat de verklaringen van de verpleegkundige (los van de vraag of zij dit daadwerkelijk zo gezegd heeft) in het dossier geen verdere steun vinden. Het college kan daarom niet vaststellen dat de verpleegkundige tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:77 Raad van Discipline Amsterdam 23-143/A/NH
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:77
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over een advocaat; Ondanks dat er - op uitdrukkelijk verzoek van klager - al een toevoeging was aangevraagd, stond het verweerder vrij om klagers zaak niet aan te nemen, nu zij het niet eens werden over de aanpak van de zaak. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5002
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:105
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist AGZ. De vader van klager was opgenomen in het ziekenhuis waar de verpleegkundige werkt. De verpleegkundige heeft met klager via de telefoon gesproken over zijn vader en diens aanstaande verplaatsing naar een verpleeghuis. Klager is ontevreden over de wijze waarop de verpleegkundige daarbij heeft gehandeld. De verpleegkundige voert verweer. Het college kan niet vaststellen dat de verpleegkundige klachtwaardig heeft gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:78 Raad van Discipline Amsterdam 23-156/A/A
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:78
Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat de advocaat de belangen van klaagster nodeloos heeft geschaad. Het staat een advocaat vrij om de wederpartij van zijn cliënt te berichten dat, gelet op de in dezelfde kwestie jarenlang door die wederpartij tegen zijn cliënt gevoerde procedures, het punt was bereikt dat zijn cliënt had besloten om niet meer te reageren op door de wederpartij ingediende verzoeken, claims of bezwaarschriften.Klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5118
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:107
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Volgens klaagster heeft de verpleegkundige valsheid in geschrifte gepleegd doordat zij een rapportage van een gesprek heeft geschreven terwijl klaagster de verpleegkundige nooit heeft ontmoet of gesproken. De verpleegkundige heeft de klacht bestreden en verwijst daarvoor naar haar rapportage in het cliëntendossier. Het college heeft geen aanleiding te veronderstellen dat in het cliëntendossier iets anders staat beschreven dan wat er in werkelijkheid is gebeurd. Noch in klaagsters stellingen, noch in de rest van het dossier is daar enige aanwijzing voor te vinden. Van valsheid in geschrifte is dan ook geen sprake. Het college komt tot het oordeel dat verweerster niet klachtwaardig heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2023:74 Raad van Discipline Amsterdam 23-194/A/DH/W
- Datum publicatie: 21-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRAMS:2023:74
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-956/AL/GLD
- Datum publicatie: 20-04-2023
- Datum uitspraak: 13-02-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:86
Voorzittersbeslissing. Klacht over niet reageren op een e-mail kennelijk ongegrond. Verweerder was niet gehouden op elke e-mail van een onbekende te reageren.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:80 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-1003/AL/GLD/D
- Datum publicatie: 20-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:80
Dekenbezwaar. Verweerder is eerder geschorst op grond van artikel 60b Advocatenwet. De raad is van oordeel dat verweerder structureel en langdurig in strijd met de kernwaarden onafhankelijkheid, integriteit en deskundigheid heeft gehandeld. Uit zijn handelen blijkt dat hij geen vertrouwen in de rechtspraak, in individuele rechters en (de vertegenwoordigers van) de orde van advocaten heeft. De raad concludeert op grond van alle omstandigheden dat in het belang van (het goed functioneren van) de advocatuur, de rechtspraak en met name in het belang van de rechtzoekenden, het onverantwoord is dat verweerder advocaat blijft. De raad zal verweerder daarom schrappen van het tableau.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:87 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-968/AL/GLD
- Datum publicatie: 20-04-2023
- Datum uitspraak: 20-02-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:87
Voorzittersbeslissing. Ne bis in idem. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-731/AL/NN
- Datum publicatie: 20-04-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:81
Klager heeft zijn verzetschrift te laat ingediend. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is naar het oordeel van de raad geen sprake. Klager wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-001/AL/GLD
- Datum publicatie: 20-04-2023
- Datum uitspraak: 27-02-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:88
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager heeft zijn verwijten niet feitelijk onderbouwd. Het is aan de cliënte van verweerster om te bepalen of zij wel of niet met klager en zijn advocaat om de tafel wil gaan zitten. Zij kan daartoe niet worden verplicht, ook niet door verweerster. Daarbij komt dat verweerster onweersproken heeft aangevoerd dat er een contactverbod aan klager is opgelegd op grond waarvan hij geen contact met haar cliënte mag opnemen. Klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-251/AL/GLD
- Datum publicatie: 20-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:82
Verzetbeslissing. Verzet gegrond, omdat de voorzitter de klacht onjuist heeft geïnterpreteerd. Hoewel sprake is geweest van ferme onzorgvuldigheden in de conceptdagvaarding, is de raad alles afwegende van oordeel dat verweerder niet dermate onzorgvuldig is geweest dat hem dit tuchtrechtelijk te verwijten valt. Verzet gegrond, klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-562/AL/MN
- Datum publicatie: 20-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:83
Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft op diverse momenten belangrijke informatie en gemaakte afspraken niet vastgelegd, waardoor bij klaagster onduidelijkheid en verkeerde verwachtingen konden ontstaan. Deels gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-516/AL/MN
- Datum publicatie: 20-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:84
Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster heeft in haar verzoekschrift meer meegedeeld over de mediation dan strikt noodzakelijk om haar verzoek te onderbouwen. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-498/AL/MN
- Datum publicatie: 20-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:85
Raadsbeslissing. Klacht tegen verweerder die als advocaat optreedt in zijn eigen zaak. Verweerder heeft zich onbetamelijk gedragen door zonder medeweten van de advocaat van de wederpartij de partijdeskundige van de wederpartij te benaderen en hem in dreigende bewoordingen te trachten te bewegen om zijn rapport in te trekken. De raad rekent verweerder zwaar aan dat hij bij het optreden voor zichzelf zijn rol en verantwoordelijkheid als advocaat uit het oog heeft verloren. Klacht gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2023:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/04
- Datum publicatie: 19-04-2023
- Datum uitspraak: 07-04-2023
- ECLI:NL:TDIVBC:2023:8
De dierenarts heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de inzet van antibiotica op het schapenbedrijf en de toegepaste uierinfusen in strijd met de wettelijke voorschriften en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Daarbij is sprake van ontoereikende administratieve verantwoording van de toepassing en verstrekking van diergeneesmiddelen, en tweede keuze antibiotica in het bijzonder. Beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:71 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1702
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:71
Klacht tegen arts. Klaagster is de partner van een inmiddels overleden patiënt die leed aan een in de longen, botten en lymfeklieren gemetastaseerd heldercellig niercelcarcinoom. De patiënt heeft vier kuren immunotherapie gekregen, maar er bleek sprake van een progressieve ziekte. De patiënt ging lichamelijk achteruit en is gezien op de SEH. Klaagster verwijt de arts dat zij de diagnose van de SEH-arts heeft genegeerd toen deze een longontsteking vermoedde en dat zij daarbij de aanvraag tot het maken van een thorax-foto heeft genegeerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5114
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 18-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:97
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klaagster is opgenomen in een kliniek voor acute psychiatrie. De psychiater was gedurende de opname van klaagster verbonden aan de opnameafdeling en zij had de supervisie over een arts-assistent in opleiding tot psychiater. Klaagster heeft de psychiater tal van verwijten gemaakt. Niet gebleken is dat de psychiater foute/fictieve diagnoses heeft gesteld, valsheid in geschrifte heeft gepleegd, of zou hebben gehandeld in strijd met haar artseneed of ambt. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:17 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/712033 DW RK 21/598 MH/SM
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:17
Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder de betalingsregeling zomaar heeft beëindigd terwijl klager zich aan zijn betalingsverplichting hield. Van een plotselinge beëindiging was geen sprake. Klager heeft zich niet gehouden aan de specifieke voorwaarden van de betalingsregeling. Klager heeft het dus aan zichzelf te wijten dat de betalingsregeling niet in stand kon blijven. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:72 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1703
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:72
Klacht tegen internist. Klaagster is de partner van een inmiddels overleden patiënt die leed aan een in de longen, botten en lymfeklieren gemetastaseerd heldercellig niercelcarcinoom. De patiënt heeft vier kuren immunotherapie gekregen, maar er bleek sprake van een progressieve ziekte. De patiënt ging lichamelijk achteruit en is gezien op de SEH. Klaagster verwijt de internist dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld omdat zij 1) heeft ingestemd met het beleid van haar collega om de diagnose en aanvraag van een thorax-foto van de SEH-arts te negeren toen deze een longontsteking vermoedde en 2) heeft besloten de behandeling van klager te staken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4591
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 18-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:98
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft ingestemd met vrijwillige opname in een kliniek. Vanwege plaatsingsgebrek is klaagster op een andere locatie geplaatst. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat een alcoholverslaving is aangegrepen om haar plaatsing bij de andere locatie te rechtvaardigen, terwijl van een alcoholverslaving geen sprake was. Deze klacht is ongegrond. De diagnose alcoholverslaving is niet gesteld en klaagster kon goed op de andere locatie worden behandeld. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:18 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/711882 DW RK 21/591 LV/SM
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:18
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De kamer heeft vastgesteld dat klager lang in het ongewisse is gelaten over door het kantoor van de gerechtsdeurwaarders aangenomen incasso-opdracht. Uit het door de gerechtsdeurwaarders aangevoerde is voldoende duidelijk geworden dat de interne en onderlinge verhoudingen niet meer goed waren, maar daar mag klager nooit de dupe van worden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4713
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:96
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Hem wordt verweten dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat hij klager dwingt medicijnen in te nemen. Aan klager is terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd. De psychiater voert aan dat de diagnose met regelmaat wordt getoetst en dat klager - juist door het inzetten van anti-psychotische medicatie - wat dit aspect betreft doorgaans stabiel functioneert. De psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022.1582 en C2022.1671
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:73
Klacht tegen huisarts. De zoon van klaagster was opgenomen in een instelling in verband met een verstandelijke beperking en een aandoening in het autistisch spectrum. Verweerder was toen enige tijd de huisarts van de zoon. Klaagster is de mentor en bewindvoerder van haar zoon. Klaagster maakt verweerder meerdere verwijten. Klachtonderdeel 1 ziet op het voorschrijven van medicatie en het opzeggen van de behandelrelatie. Klachtonderdeel 2 houdt in dat verweerder zijn dossier niet op orde heeft. Klachtonderdeel 3 houdt in dat verweerder zich niet professioneel heeft opgesteld jegens klaagster in de communicatie. Klachtonderdeel 4 houdt in dat verweerder onterecht declaraties heeft ingediend bij de zorgverzekeraar van de zoon. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 2 en 3 gegrond verklaard, ter zake daarvan aan verweerder de maatregel van berisping opgelegd, en de klachtonderdelen 1 en 4 ongegrond verklaard. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 4. Verweerder heeft beroep ingesteld tegen de gegrondverklaring van de klachtonderdelen 2 en 3 en tegen de opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 4, verklaart klachtonderdeel 2 alsnog ongegrond en legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4331
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 18-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:99
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is opgenomen in een tbs-kliniek. De psychiater heeft in het kader van een eventuele verlenging van de tbs een rapport over klager uitgebracht. Dat klager onvoldoende informatie heeft gekregen over het doel van het onderzoek is naar het oordeel van het college niet juist. Geconcludeerd kan worden dat klager wist waarvoor hij werd opgenomen ter observatie en dat hij daarover voldoende was voorgelicht. Niet gebleken is dat het rapport niet aan de tuchtrechtelijke normen voldoet. De klacht dat de psychiater klager en zijn cultuur heeft beledigd, kan het college zonder nadere toelichting of onderbouwing niet volgen. Het college heeft dat niet kunnen lezen in de rapportage van de psychiater. De overige klachtonderdelen slagen ook niet. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:19 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/730627 DW RK 23/77 LV/SM
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:19
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De kamer heeft vastgesteld dat klager lang in het ongewisse is gelaten over door het kantoor van de gerechtsdeurwaarders aangenomen incasso-opdracht. Uit het door de gerechtsdeurwaarders aangevoerde is voldoende duidelijk geworden dat de interne en onderlinge verhoudingen niet meer goed waren, maar daar mag klager nooit de dupe van worden.*****UITSPRAAK IN HOGER BEROEP: 28 november 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2918, [- vernietigt de bestreden beslissing;en, in zoverre opnieuw beslissende:- verklaart de tegen de oud-gerechtsdeurwaarder gerichte klacht ongegrond.]*****
-
ECLI:NL:TNORSHE:2023:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/35
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 20-03-2023
- ECLI:NL:TNORSHE:2023:6
Klaagster verwijt de notaris dat het door hem opgestelde testament van vader niet overeenkomstig de wens van vader is, waardoor het door vader beoogde rechtsgevolg niet is ingetreden. Ook verwijt klaagster de notaris dat hij niet onafhankelijk en/of onpartijdig gehandeld heeft bij het afwikkelen van de nalatenschap van vader. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5053
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:97
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Hem wordt verweten dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat hij klager dwingt medicijnen in te nemen. Aan klager is terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd. De psychiater voert aan dat de diagnose met regelmaat wordt getoetst en dat klager - juist door het inzetten van anti-psychotische medicatie - wat dit aspect betreft doorgaans stabiel functioneert. De psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1542
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:68
Klacht tegen sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. Klager heeft bij zijn woningcorporatie melding gedaan van geluidshinder van zijn buurman. De woningcorporatie heeft ook meldingen van de buren van klager gehad van overlast door klager. De woningcorporatie heeft een huisbezoek afgelegd bij klager, waarbij ook de verpleegkundige aanwezig was. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij zonder voorafgaand gesprek met hem tegen hem heeft gezegd dat hij hulp moest zoeken bij zijn huisarts, dat hij moest stoppen met aanbellen bij de buren en dat de buren bang voor hem waren. Daarna is volgens klager de situatie geëscaleerd en werd klager gedwongen te verhuizen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5113
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 18-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:94
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot psychiater. Klaagster is opgenomen in een kliniek voor acute psychiatrie. De arts was de gedurende de opname van klaagster de klinisch behandelaar, onder supervisie van een psychiater. Klaagster heeft de arts tal van verwijten gemaakt. Niet gebleken is dat de arts foute/fictieve diagnoses heeft gesteld, valsheid in geschrifte heeft gepleegd, of zou hebben gehandeld in strijd met haar artseneed of ambt. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5087
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:98
Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij de professionele grenzen heeft overschreden, onder meer door veelvuldig (seksueel getint) WhatsApp-contact. De huisarts erkent dat het appcontact tussen hem en klaagster uit de hand is gelopen. De huisarts ontkent seksuele handelingen of onderzoek met seksuele intenties. Het college verklaart de klacht gegrond. De huisarts is al uitgeschreven uit het BIG-register. De ernst van de hier aan de orde zijnde normoverschrijdingen rechtvaardigt naar het oordeel van het college dat dit zo blijft en dat de huisarts zich niet opnieuw in het BIG-register kan inschrijven. Alleen op deze wijze kan risico op herhaling worden voorkomen. Het college betrekt hierin dat de huisarts op geen enkel moment gedurende het jarenlange appcontact zelf tot het inzicht is gekomen dat wat hij deed niet door de beugel kon. Tot dit besef kwam hij pas toen klaagster een procedure was gestart. Het college heeft niet de overtuiging gekregen dat de huisarts achteraf het volstrekt ontoelaatbare van zijn gedrag inziet. De wijze waarop de huisarts de achtergrond en redenen van zijn handelen heeft toegelicht, brengt het college tot de overtuiging dat het bij de huisarts ontbreekt aan een doorleefd besef van de ernst en de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag. Het college ontzegt aan de huisarts het recht om wederom in het BIG-register te worden ingeschreven.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:69 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1581
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:69
Klacht tegen internist. Klaagster klaagt over de behandeling van haar overleden echtgenoot (patiënt). Het eerste consult met de internist was in november 2016. Tijdens dit consult heeft de coassistent onder supervisie van de internist een uitgebreide anamnese afgenomen en lichamelijk onderzoek verricht. De internist heeft de bevindingen daarvan met de patiënt besproken. Het tweede consult was in december 2016 toen de uitslagen van de uitgevoerde onderzoeken, waaronder de beenmergpunctie, bekend waren. Na het tweede consult heeft de internist de behandeling overgedragen aan de hematoloog en geen zorgcontact met patiënt meer gehad. Klaagster verwijt de internist dat hij 1) een verkeerde diagnose heeft gesteld, namelijk de ziekte van Kahler, die hij ondanks aanhoudende klachten niet wilde herzien,2) klaagster en patiënt nooit serieus heeft genomen en 3) heeft geweigerd een collega van een ander medisch centrum te woord te staan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A20225121
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 18-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:95
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot psychiater. Klaagster is opgenomen in een kliniek voor acute psychiatrie. Klaagster verwijt de arts valsheid in geschrifte, omdat zij ten onrechte beweert dat klaagster twee keer brand heeft gesticht waardoor zij in de isoleercel is geplaatst. Voorts stelt klaagster dat de arts feiten verdraait met betrekking tot uitlatingen die klaagster zou hebben gedaan over een medepatiënt. Het college is van oordeel dat de arts het gedrag van klaagster terecht kon aanmerken als brandstichting en dat uit het medisch dossier blijkt dat dit al een keer eerder had plaatsgevonden. Dat klaagster naar aanleiding van haar gedrag gesepareerd is, acht het college in de gegeven omstandigheden een proportionele maatregel. Niet is gebleken dat klaagster hierover onjuist heeft genoteerd in het dossier van klaagster. Het dossier bevat verder geen enkel aanknopingspunt of aanleiding om te veronderstellen dat de arts de feiten met betrekking tot de uitlatingen van klaagster over de medepatiënt zou verdraaien.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:15 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/ 725812 / DW RK 22/434 LV/SM
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:15
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder weigert de beslagvrije voet met terugwerkende kracht aan te passen. Indien klager het met de uiteindelijk berekende beslagvrije voet niet eens is, dient hij zich te wenden tot de gewone civiele rechter. De kamer acht de beslissing van de voorzitter derhalve juist en de door klager aangevoerde gronden geven geen aanleiding de motivering van de beslissing aan te passen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4631
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 18-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:100
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft ingestemd met vrijwillige opname in een kliniek. Vanwege plaatsingsgebrek is klaagster in een andere locatie geplaatst. Klaagster verwijt de arts onder meer dat een alcoholverslaving is aangegrepen om haar plaatsing bij de andere locatie te rechtvaardigen, terwijl van een alcoholverslaving geen sprake was, zij op een onjuiste behandellocatie terecht is gekomen en de beoordeling niet zorgvuldig is geweest. Deze verwijten gaan niet op. De arts heeft de diagnose alcoholverslaving niet gesteld. De problematiek kon goed in de kliniek worden behandeld. Het college heeft geen aanwijzingen dat de beoordeling onzorgvuldig is geweest. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:70 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1701
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:70
Klacht tegen arts. Klaagster is de partner van een inmiddels overleden patiënt die leed aan een in de longen, botten en lymfeklieren gemetastaseerd heldercellig niercelcarcinoom. De arts heeft de patiënt aangemeld voor immunotherapie, bestaande uit een combinatie van de medicijnen nivolumab en ipilimumab. De arts heeft de patiënt uitgelegd dat dit een levensverlengende behandeling betrof. Klaagster verwijt de arts dat zij nalatig is geweest bij het monitoren van de immunotherapie, omdat zij de dosering van de medicatie niet heeft aangepast op het verminderde gewicht van patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5115
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 18-04-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:96
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klaagster is aangemeld bij de polikliniek waar de psychiater werkzaam was. Klaagster is daar uiteindelijk niet behandeld, waarop het dossier is afgesloten en de psychiater de huisarts van klaagster heeft geïnformeerd. Klaagster verwijt de psychiater valsheid in geschrifte en het stellen van fictieve diagnoses. Dat er sprake is geweest van valsheid in geschrifte, is het college niet gebleken noch aannemelijk geworden. Van het stellen van fictieve diagnoses is ook geen sprake, nu de psychiater zelf geen diagnose(s) heeft gesteld en in de huisartsenbrief alleen eerder gestelde diagnoses (automatisch) zijn opgenomen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2023:16 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/711711/ DW RK 21/583 LV/SM
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TGDKG:2023:16
Klacht gegrond. Maatregel: berisping. De kamer stelt vast dat in de door de gerechtsdeurwaarder opgemaakte en uitgebrachte exploten onjuiste bedragen zijn opgenomen en dat het een onjuistheid betreft die door de gerechtsdeurwaarder gemakkelijk hadden kunnen worden opgemerkt en waarover hij zijn opdrachtgeefster had moeten bevragen. Gelet op de cruciale rol van exploten in het rechtsverkeer – zij leveren immers dwingend bewijs op – is het van groot belang dat de gerechtsdeurwaarder bij het uitbrengen hiervan uiterste zorgvuldigheid betracht. In de zelfde mate geldt dat voor de inzet van een ingrijpend middel als beslaglegging.*****UITSPRAAK IN HOGER BEROEP: 19 december 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3158], [- vernietigt de bestreden beslissing, voor zover het betreft de aan de gerechtsdeurwaarder opgelegde maatregel;en, in zoverre opnieuw beslissende:- legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op;- bevestigt de bestreden beslissing voor het overige.]*****
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:63 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-053/DH/RO
- Datum publicatie: 17-04-2023
- Datum uitspraak: 05-04-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:63
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond bij gebrek aan onderbouwing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 175
- Pagina: 176
- Pagina: 177
- ...
- Pagina: 968
- Volgende pagina zoekresultaten