Zoekresultaten 8401-8450 van de 48384 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:131 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-608/AL/OV
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:131
Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. De klacht dat verweerster de ondertekening van de boedelbeschrijving ter discussie heeft gesteld, terwijl verweerster wist dat dit standpunt van haar cliënt onjuist was, is ongegrond. Gelet op de door de zus van klager gedane uitlatingen, die meermaals schriftelijk door haar zijn bevestigd, alsmede de brief van de rechtbank waaruit blijkt dat de rechtbank niet over een door beide vereffenaars ondertekende boedelbeschrijving beschikte, bestonden er voldoende aanwijzingen voor twijfel over de ondertekening van de boedelbeschrijving. De zienswijze van haar cliënt was dus niet op voorhand onjuist, waardoor verweerster als partijdig belangenbehartiger namens haar cliënt het standpunt mocht innemen zoals zij heeft gedaan. Alle klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/408270 KL RK 22-107 C/05/409292 KL RK 22 - 118
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 10-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:26
Klager heeft een redelijk belang bij de klacht want hij was in het voorlaatste testament de enig erfgenaam van erflater en is dat ingevolge het laatste testament van erflater niet meer. Klager kan derhalve niet het recht ontzegd worden een tuchtklacht in te dienen. De klacht is in de eerste plaats gericht tegen de kandidaat-notaris omdat zij een testament buiten het grondgebed van Nederland heeft gepasseerd. De omstandigheden dat erflater Nederlander was, Nederlands sprak, enkele kilometers over de grens woonde en vanwege zijn precaire gezondheid zijn woning niet meer kon verlaten, maken weliswaar begrijpelijk dat de kandidaat-notaris ervoor gekozen heeft het testament bij erflater thuis te passeren, maar dit neemt niet weg dat de kandidaat-notaris in strijd met artikel 13 Wna en dus onzorgvuldig gehandeld. Gezien de omstandigheden van het geval gaat het hier echter niet om een intentionele schending van de kernwaarden van het ambt. Gebleken is dat de kandidaat-notaris service-gericht wilde handelen. Nu niet is gebleken[1] dat de kandidaat-notaris eerder met de tuchtrechter in aanraking is geweest, zal de kamer de op te leggen maatregel beperken tot een waarschuwing. Voor wat betreft de klacht dat de notaris de kandidaat-notaris had behoren te beletten dat de kandidaat-notaris in strijd met artikel 13 Wna zou handelen overweegt de kamer dat het toezicht dat de notaris moet houden op de werkzaamheden van de kandidaat-notaris in het algemeen niet zo ver gaat dat de notaris zich van de inhoud van iedere afspraak moet vergewissen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:132 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-239/AL/GLD
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:132
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/413145 KL RK 22-164
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 10-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:27
Klaagster heeft een klacht ingediend namens haar dochter nadat haar wettelijke vertegenwoordigingsbevoegdheid als moeder van haar dochter van rechtswege is geëindigd op 8 september 2021, zijnde de datum waarop haar dochter 18 jaar is geworden. Vanaf deze datum is klaagster niet meer de wettelijk vertegenwoordiger van haar dochter zodat zij niet bevoegd is, althans niet zonder een daartoe strekkende volmacht, namens haar dochter een klacht in te dienen. Uit de stukken volgt dat hier van een dergelijke volmacht geen sprake is. Klaagster is daarom niet-ontvankelijk in haar klacht. Voor zover klaagster ter zitting aanvullend heeft gesteld dat zij de klacht mede namens zichzelf heeft ingediend overweegt de kamer dat dit uit de klacht niet blijkt. Bovendien heeft klaagster haar standpunt dat zij een eigen (fiscaal) belang had niet met nadere gegevens onderbouwd. Niet aannemelijk is geworden dat in deze zaak voor klaagster sprake is van een notarieel tuchtrechtelijk te beschermen redelijk belang in de zin van artikel 99 lid 1 Wna.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4602
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:27
Klacht tegen bedrijfsarts gedeeltelijk gegrond zover die betrekking heeft op niet naleven van privacywetgeving. Volgens artikel 15e van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabpvz) had bedrijfsarts logging moeten bijhouden en desgevraagd aan klager afschrift van loggegevens verstrekken. Op grond van artikel 15d Wabpvz moet het medisch dossier desgevraagd op elektronische wijze beveiligd worden verstrekt. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:133 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-712/AL/MN
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:133
Klacht over eigen advocaat. De raad verklaart (onder meer) de klacht over de tijdigheid van het starten van een procedure ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:28 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/415512 KL RK 23-12
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 31-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:28
Klaagster heeft aan de notaris niet expliciet de opdracht gegeven om de boedel af te wikkelen. De notaris heeft de opdracht gehad om de verklaring van erfrecht op te stellen, en heeft dat ook gedaan. Daarna heeft hij nog wel contact gehad met klaagster en de andere erfgenamen. Bij klaagster is kennelijk onduidelijkheid ontstaan over zijn rol. De notaris had duidelijker kunnen zijn over zijn rol naar klaagster. Het is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3402
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:28
Bedrijfsarts heeft klager begeleid van augustus t/m december 2017 (na ongeval) en van september 2018 t/m mei 2019, waarna begeleiding door andere bedrijfsarts overgenomen. Klachten onder meer over dossiervoering en vermeend causaal verband tussen ongeval en arbeidsongeschiktheid vanaf september 2018. Klacht deels gegrond. Dossiervoering niet altijd even accuraat en correct, waardoor misverstanden konden ontstaan en de indruk is gewekt dat bedrijfsarts klachten en beperkingen niet volledig serieus nam. Waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:134 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-670/AL/NN
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:134
Naar het oordeel van de raad heeft verweerder de belangen van klager op zorgvuldige en deskundige wijze behartigd in eerste aanleg en in hoger beroep. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege verjaring daarvan en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:29 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/405228 KL RK 22-77
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:29
Artikel 99 lid 21 Wna. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn. Uitzondering van slot artikel 99 lid 21 Wna niet van toepassing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4431
- Datum publicatie: 08-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:29
Nieuwe klacht tegen verzekeringsarts. Eerdere klacht was deels gegrond. Beslissing bekrachtigd door CTG. Klager verwijt verzekeringsarts nu dat zij in procedure bij CTG in strijd met de waarheid heeft verklaard. De nieuwe klacht is ontvankelijk, maar ongegrond. Klager heeft wederom klacht tegen de verzekeringsarts aangekondigd. College overweegt dat klager er rekening mee moet houden dat volgende klacht wegens misbruik van klachtrecht niet in behandeling wordt genomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1761
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:104
Klacht tegen cardioloog. Klager heeft in het verleden een hartinfarct gehad en heeft sindsdien veel cardiologische problemen ervaren. Klager werd in 2019 binnengebracht op de Eerste Hart Hulp in verband met een te snel hartritme en een relatief lage bloeddruk. Een elektrocardioversie (ECV) was geïndiceerd, maar kon op dat moment niet direct worden uitgevoerd, omdat klager niet nuchter was. Op een bepaald moment verslechterde de toestand van klager en moest er acuut worden ingegrepen. De kern van de klacht is dat hij eerder behandeld had moeten worden. Klager verwijt de cardioloog - onder meer - dat hij heeft nagelaten om klager met spoed op de PACU te laten opnemen en de elektrocardioversie te starten en dat hij geen adequate zorg heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1403
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:97
Klacht tegen longarts. Klager heeft zich in oktober 2016 met klachten van kortademigheid gemeld bij de SEH van het ziekenhuis waar de CTB-longarts werkzaam is. CTB staat voor Centrum voor Thuisbeademing. Klager is toen opgenomen voor verder onderzoek en ondersteuning van de ademhaling. Uiteindelijk is geconstateerd dat het middenrif van klager aan beide zijden te hoog stond, maar daar is geen verklaring of oorzaak van gevonden. Tijdens de opname is de CTG-longarts in consult geroepen in verband met het instellen van nachtelijke non-invasieve beademing. Eind oktober 2016 is klager naar huis ontslagen. Het advies bij ontslag was om een mogelijk spontaan herstel af te wachten en ondertussen thuis behandeld te worden met ademhalingsondersteuning on der leiding van het Centrum voor Thuisbeademing (CTB). In februari 2019 is klager in Turkije geopereerd aan de rechterzijde van het middenrif. Klager wordt nog steeds door het CTB behandeld en poliklinisch gevolgd, met dien verstande dat klager sinds september 2020 andere behandelaars heeft. Klager verwijt de CTB-longarts dat zij tekort is geschoten in de behandelovereenkomst met klager, dat er een verkeerde diagnose is gesteld en dat er in vervolg daarop een verkeerd behandelbeleid is ingesteld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2023:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 23-03
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 17-05-2023
- ECLI:NL:TNORDHA:2023:10
Klager verwijt de notaris dat zij hem opzettelijk foutieve informatie heeft verschaft over de stemmingsprocedure om een akte van uitgifte erfpacht te wijzigen, in een poging om op onrechtmatige wijze de betreffende akte te wijzigen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1781
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:105
Klacht tegen huisarts. Klaagster, geboren in 1945, heeft in oktober 2021 een heupprothese gekregen. In december 2021 valt klaagster uit bed en kan het betreffende been niet meer belasten. De huisarts besluit niet bij klaagster langs te gaan. Klaagster verwijt de huisarts dat hij 1. niet (medisch) heeft gehandeld; er is sprake van grove en verwijtbare nalatigheid, 2. heeft gehandeld vanuit een vooroordeel en tunnelvisie (niet gekeken en niet geluisterd), 3. niet zelf is gekomen om klaagster te onderzoeken, een diagnose te stellen en medische hulp te verleden, 4. zonder klaagster te hebben gezien het advies heeft gegeven om klaagster terug in bed te leggen, afstand te nemen en haar alleen te laten en 5. nadien geen contact heeft opgenomen en evenmin excuses heeft aangeboden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdelen 1, 2 en 3 gegrond, de klachtonderdelen 4 en 5 ongegrond en legt aan de huisarts de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1404
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:98
Klacht tegen longarts. Klager heeft zich in oktober 2016 met klachten van kortademigheid gemeld bij de SEH van het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. Klager is toen opgenomen voor verder onderzoek en ondersteuning van de ademhaling. Uiteindelijk is geconstateerd dat het middenrif van klager aan beide zijden te hoog stond, maar daar is geen verklaring of oorzaak van gevonden. Tijdens de opname heeft de longarts enkele dagen de supervisie over de aan klager verleende zorg gehad. Eind oktober 2016 is klager naar huis ontslagen. Het advies bij ontslag was om een mogelijk spontaan herstel af te wachten en ondertussen thuis behandeld te worden met ademhalingsondersteuning on der leiding van het Centrum voor Thuisbeademing (CTB). Eind januari 2017 is klager door de longarts verwezen voor een second opinion en in april 2017 naar een diafragma chirurg om te onderzoeken of operatief ingrijpen mogelijk en wenselijk was. In februari 2019 is klager in Turkije geopereerd aan de rechterzijde van het middenrif. Klager wordt nog steeds door het CTB behandeld en poliklinisch gevolgd. Klager verwijt de longarts dat zij tekort is geschoten in de behandelovereenkomst met klager, dat er een verkeerde diagnose is gesteld en dat er in vervolg daarop een verkeerd behandelbeleid is ingesteld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2023:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-44
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 17-05-2023
- ECLI:NL:TNORDHA:2023:11
Klagers verwijten de notaris dat hij bij het opstellen en passeren van het testament van erflater en de akte wijziging huwelijksvoorwaarden onzorgvuldig heeft gehandeld. Het notariskantoor heeft verder nagelaten om het gehele dossier te bezien, waardoor er belangrijke punten niet zijn genoemd in het bezwaarschrift (onder andere verrekening van de vermogens van erflater en de vrouw bij het verplicht wederkerig finaal verrekenbeding en geen rekening gehouden met het door erflater verkregen vermogen krachtens gift onder uitsluitingsclausule).
-
ECLI:NL:TNORDHA:2023:7 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-27
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 12-04-2023
- ECLI:NL:TNORDHA:2023:7
Klager verwijt de notaris schending van het bepaalde in artikel 17 lid 3 Wna. De notaris heeft twee vakantiewoningen alsmede één appartement (tezamen met haar echtgenoot, ieder voor de helft) in eigendom die zij verhuurt aan derden. Hiermee heeft zij belegd in registergoederen en dit is de notaris op grond van genoemde bepaling verboden
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:130 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-969/AL/NN
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:130
Naar het oordeel van de raad heeft verweerster de geschillen van klaagster met zowel de huurcommissie als met haar verhuurder (na lekkage) op zorgvuldige wijze en op deskundige wijze behandeld. Verweerster heeft bovendien geheel onverplicht voor de zaken niets aan klaagster in rekening gebracht. Na de met klaagster ontstane vertrouwensbreuk diende verweerster haar opdracht voor klaagster te beëindigen. Het stond haar daarna vrij om de toevoeging te declareren zoals door haar gedaan. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1405
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:99
Klacht tegen longarts. Klager heeft zich in oktober 2016 met klachten van kortademigheid gemeld bij de SEH van het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. Klager is toen opgenomen voor verder onderzoek en ondersteuning van de ademhaling. Uiteindelijk is geconstateerd dat het middenrif van klager aan beide zijden te hoog stond, maar daar is geen verklaring of oorzaak van gevonden. Eind oktober 2016 is klager naar huis ontslagen. Het advies bij ontslag was om een mogelijk spontaan herstel af te wachten en ondertussen thuis behandeld te worden met ademhalingsondersteuning on der leiding van het Centrum voor Thuisbeademing (CTB). Eind januari 2017 is klager door de behandelend longarts verwezen voor een second opinion en in april 2017 naar een diafragma chirurg om te onderzoeken of operatief ingrijpen mogelijk en wenselijk was. In februari 2019 is klager in Turkije geopereerd aan de rechterzijde van het middenrif. Klager wordt nog steeds door het CTB behandeld en poliklinisch gevolgd. Klager verwijt de longarts dat zij tekort is geschoten in de behandelovereenkomst met klager, dat er een verkeerde diagnose is gesteld en dat er in vervolg daarop een verkeerd behandelbeleid is ingesteld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2023:8 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-35
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 12-04-2023
- ECLI:NL:TNORDHA:2023:8
Klager verwijt de notaris dat hij voor de derde maal een tekort heeft in het aantal opleidingspunten, ondanks de twee geboden herstelmogelijkheden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1441
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:100
Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht is ingediend door de echtgenote van patiënt. De echtgenoot van klaagster woonde sinds begin 2020 in het verpleeghuis waar de verpleegkundige werkzaam is. De patiënt is in het najaar van 2020 positief getest op het Covid-19-virus en is kort daarna overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij klaagster en haar zonen slecht heeft bejegend, klaagster en haar zonen het afscheid nemen van de patiënt heeft ontnomen, als leidinggevend verpleegkundige niet heeft voorkomen dat de patiënt slecht werd verzorgd, ondanks verzoek daartoe door klaagster en haar zonen geen ambulance heeft gebeld terwijl dit noodzakelijk was, als leidinggevend verpleegkundige geen adequate leiding heeft gegeven aan het verplegend en verzorgend personeel, en dat hij medeverantwoordelijk is voor het zonder toestemming inzetten van palliatief beleid. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht in alle onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:76 Hof van Discipline 's Gravenhage 220004
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:76
Bekrachtiging beslissing raad. Klacht tegen advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2023:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-48
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 12-04-2023
- ECLI:NL:TNORDHA:2023:9
De klacht ziet enerzijds op de behandeling door de notaris van het dossier inzake de nalatenschap van de partner (niet nakomen verplichtingen in het kader van boedelafwikkeling, onbehoorlijke waarneming) en anderzijds op het gebrek aan communicatie jegens klager (onbehoorlijke omgang, te laat of niet reageren en beroep op geheimhoudingsplicht) met betrekking tot het verstrekken van inhoudelijke informatie over de gerechtigdheid in de woning.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1442
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:101
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De klacht is ingediend door de echtgenote van patiënt. De echtgenoot van klaagster woonde sinds begin 2020 in het verpleeghuis waar de specialist ouderengeneeskunde werkzaam is. De patiënt is in het najaar van 2020 positief getest op het Covid-19-virus en is kort daarna overleden. Klaagster verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat hij, klaagster en haar zonen slecht bejegend heeft en niet serieus heeft genomen, klaagster en haar zonen het afscheid nemen van de patiënt heeft ontnomen, onvoldoende informatie heeft gegeven over de behandelopties en het te voeren beleid, zich niet aan afspraken heeft gehouden, als eindverantwoordelijke niet heeft voorkomen dat de patiënt slecht werd verzorgd, als eindverantwoordelijke het heeft laten gebeuren dat er geen ambulance werd gebeld terwijl dit noodzakelijk was, geen adequate leiding heeft gegeven aan het verplegend en verzorgend personeel, en dat hij zonder toestemming palliatief beleid heeft ingezet. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt die beslissing voor zover de klacht over het verstrekken van informatie ongegrond is verklaard, verklaart dat klachtonderdeel alsnog gegrond en ziet af van het opleggen van een maatregel. Voor het overige verwerpt het Centraal Tuchtcollege het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:77 Hof van Discipline 's Gravenhage 220315
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:77
Appelverbod, beroep niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1491
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:102
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klagers zijn de broer en de zus van patiënte. Klaagster was ten tijde van het indienen van de klacht de curator van patiënte. Halverwege juli 2019 is patiënte komen wonen in een woonzorgcentrum, waar de specialist ouderengeneeskunde werkzaam is. De specialist ouderen geneeskunde is betrokken bij de behandeling van patiënte. Klagers verwijten de specialist ouderengeneeskunde dat 1. zij patiënte te veel pijnstilling toediende, 2. onvoldoende algemene zorg is verleend volgens de indicatie van het CIZ, 3. onvoldoende is gecommuniceerd met de curator en de contactpersoon, 4. onvoldoende inzage/kopie van het medisch dossier is geboden, 5. adviezen van beroepsgenoten zijn genegeerd en 6. algemene fouten en slordigheden zijn gemaakt, met name op het gebied van controle. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klagers kennelijk niet-ontvankelijk in hun klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep, voor zover dit is ingediend door klager, verklaart klaagster alsnog ontvankelijk in haar klacht en doet de klacht zelf af (ongegrond).
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:78 Hof van Discipline 's Gravenhage 220302
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:78
Appelverbod; beroep niet-ontvankelijk
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1760
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:103
Klacht tegen arts, destijds in opleiding tot cardioloog. Klager heeft in het verleden een hartinfarct gehad en heeft sindsdien veel cardiologische problemen ervaren. Klager werd in 2019 binnengebracht op de Eerste Hart Hulp in verband met een te snel hartritme en een relatief lage bloeddruk. Een elektrocardioversie (ECV) was geïndiceerd, maar kon op dat moment niet direct worden uitgevoerd, omdat klager niet nuchter was. Op een bepaald moment verslechterde de toestand van klager en moest er acuut worden ingegrepen. De kern van de klacht is dat hij eerder behandeld had moeten worden. Klager verwijt de arts meer specifiek - onder meer - dat hij heeft nagelaten om klager met spoed op de PACU op te nemen en de elektrocardioversie te starten en dat hij geen adequate zorg heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:96 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1402
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 07-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:96
Klacht tegen anesthesioloog. Klager heeft zich in oktober 2016 met klachten van kortademigheid gemeld bij de SEH van het ziekenhuis waar de anesthesioloog werkzaam is. Klager is toen opgenomen voor verder onderzoek en ondersteuning van de ademhaling. Uiteindelijk is geconstateerd dat het middenrif van klager aan beide zijden te hoog stond, maar daar is geen verklaring of oorzaak van gevonden. Eind oktober 2016 is klager naar huis ontslagen. Het advies bij ontslag was om een mogelijk spontaan herstel af te wachten en ondertussen thuis behandeld te worden met ademhalingsondersteuning on der leiding van het Centrum voor Thuisbeademing (CTB). In februari 2019 is klager in Turkije geopereerd aan de rechterzijde van het middenrif. In september 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen klager en de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis. Vervolgens zijn de klachten van klager voorgelegd aan de behandelend longarts van het CTB. De brief die daarop aan klager is geschreven, is mede ondertekend door het hoofd van de IC, de beklaagde anesthesioloog, omdat het CTB in organisatorische zin onder de IC valt. Klager verwijt de anesthesioloog dat hij tekort is geschoten in de behandelovereenkomst met klager, dat er een verkeerde diagnose is gesteld en dat er in vervolg daarop een verkeerd behandelbeleid is ingesteld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:79 Hof van Discipline 's Gravenhage 220313
- Datum publicatie: 07-06-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:79
Beklag op grond van artikel 13 Aw ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:73 Hof van Discipline 's Gravenhage 220055 220056
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:73
Klacht tegen advocaat en voormalig advocaat in de hoedanigheid van curator. Beoordeling ontvankelijkheid klaagster. Verzet t.a.v. de klachtonderdelen a), b), d) en e) ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing van de raad kan klaagster niet meer in hoger beroep komen. Geen doorbreking appelverbod. Alleen de klachtonderdelen c) en f) zijn aan de orde in hoger beroep. Bevestiging beslissing raad ten aanzien van deze klachtonderdelen. Klachtonderdeel c) (m.b.t. de aanvraag van het faillissement van klaagster) ligt bovendien niet ter beoordeling voor aan de tuchtrechter, maar de civiele rechter.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:67 Hof van Discipline 's Gravenhage 220100
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:67
Klacht over eigen advocaat. Het hof oordeelt dat uit de correspondentie wel degelijk blijkt dat er een opdracht aan verweerder is gegeven, klager is daarom betaling voor de werkzaamheden verschuldigd. Dat verweerder zijn opdrachtbevestiging pas later aan klager had verzonden, verdient geen schoonheidsprijs en is ook niet bevorderlijk voor zijn bewijspositie. Dat neemt niet weg dat het klager duidelijk had moeten zijn dat verweerder voor hem aan het werk is gegaan en daarvoor betaling is verschuldigd. Vernietiging beslissing raad. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-889/DB/LI
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:71
Verzet. Klacht over advocaat van de wederpartij terecht kennelijk ongegrond verklaard. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4292
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 06-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:147
Gegronde klacht tegen een neurochirurg. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij tijdens een operatie de elleboogzenuw van klaagster heeft doorgesneden en dat hij onvoldoende nazorg heeft geleverd. Het college is van oordeel dat de neurochirurg de operatie niet op de juiste manier heeft uitgevoerd. Weliswaar heeft de neurochirurg verklaard dat hij de operatie heeft uitgevoerd zoals het volgens de deskundige had moeten gebeuren, maar dat is niet aannemelijk. Niet alleen is het hoogst onwaarschijnlijk dat voornoemd letsel onopgemerkt zou zijn ontstaan, temeer nu de neurochirurg heeft verklaard de operatie te hebben verricht onder de operatiemicroscoop, maar ook is de verklaring van de neurochirurg niet in overeenstemming met de bevindingen van de plastisch chirurg tijdens een revisieoperatie. De verklaring van de neurochirurg vindt ook geen steun in het – overigens erg summiere – operatieverslag. Het college is van oordeel dat het doorsnijden van de zenuw door de neurochirurg onder deze omstandigheden verwijtbaar is. Verder overweegt het college dat uit hetgeen klaagster ter zitting heeft verklaard en uit de notities in het medisch dossier blijkt dat klaagster zich kort na de operatie tweemaal bij de polikliniek heeft gemeld met de mededeling dat zij haar rechter ringvinger en pink niet meer kon gebruiken. Dit had de neurochirurg tot actie moeten bewegen, omdat dit kan wijzen op uitval van de elleboogzenuw. Beide klachtonderdelen zijn gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:74 Hof van Discipline 's Gravenhage 230129
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 31-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:74
Beklag op grond van artikel 13 Aw ongegrond. rubricering tuchtrecht.nl: 12. beklag artikel 13 Advocatenwet : aanwijzing van een advocaat
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:68 Hof van Discipline 's Gravenhage 220157
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:68
Klacht van een advocaat tegen de opvolgend advocaat. Verweerster heeft een lopende zaak overgenomen van klager zonder goed overleg (ism gedragsregel 28). Bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-059/DB/OB
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:72
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster had de rechter behoren te informeren over het nieuwe feit, namelijk de sloop van de woning, en haar kan tuchtrechtelijk worden verweten dat zij geen medewerking heeft verleend aan het gezamenlijk melden van dit feit aan de rechtbank. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:75 Hof van Discipline 's Gravenhage 220015
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 15-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:75
Bekrachtiging beslissing raad. Klacht over eigen advocaat ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:69 Hof van Discipline 's Gravenhage 220070
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:69
Klacht advocaat tegen advocaat tegenpartij. Bevestiging beslissing raad. Verweerder heeft naar het oordeel van het hof de gewraakte passage in zijn verweerschrift over de beweerdelijke relatie tussen klager en zijn cliënte enkel opgenomen om klager te diffameren. Verweerder had zijn zorgen over de beweerdelijke relatie bij klager zelf of bij de deken moeten voorleggen en niet bij de rechter in het kader van de onderliggende echtscheidingsprocedure. Lezing verweerder t.a.v. omvang klacht vindt geen steun in het onderliggende klachtdossier. Omvang klacht in hoger beroep wordt bovendien bevestigd in de reactie van klager. Maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-986/DB/OB
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:73
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels niet ontvankelijk en deels ongegrond. Klaagster heeft op 5 februari 2019 van het OM het dossier ontvangen en de gevolgen van verweersters handelen zijn klaagster pas toen duidelijk geworden. De raad oordeelt op grond hiervan dat klaagster niet eerder dan op 5 februari 2019 met de gevolgen van het – vermeende - handelen of nalaten van verweerster bekend is geraakt. Op grond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar later, op 5 februari 2020 derhalve. Dit betekent dat de mogelijkheid om te klagen over het optreden van verweerster van voor 5 februari 2019 is komen te vervallen op 5 februari 2020. Voor zover de klacht betrekking heeft op verweersters optreden van na 5 februari 2019 kan klaagster wel in de klacht worden ontvangen, maar dat deel van de klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:70 Hof van Discipline 's Gravenhage 220180
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:70
Klacht tegen advocaat tegenpartij. Vaststelling omvang klachtomschrijving door het hof, nu verweerster meent dat de raad de klachten ten onrechte heeft beperkt tot klachtonderdelen a) en b). Uit de gang van zaken bij de raad leidt het hof af dat klaagster de klachtomschrijving van de raad heeft aanvaard. Dat brengt mee dat klaagster daar in hoger beroep niet meer van kan terugkomen (zie HvD 14 mei 2018, ECLI:NL:TAHVD:2018:77). Bevestiging beslissing raad t.a.v. de klachtonderdelen a) en b), waarbij de klachten met toepassing van art. 46j Advocatenwet ongegrond zijn verklaard. Ten aanzien van het (aanvullende) verwijt dat verweerster de deurwaarder opzettelijk foutief heeft geïnformeerd over de beslagvrije voet in 2018 merkt het hof op dat hoewel uit de stukken blijkt dat verweerster (ten onrechte) meende dat de beslagvrije voet niet behoefde te worden toegepast, niet is gebleken dat verweerster de deurwaarder de instructie heeft gegeven om bij de beslaglegging hier geen rekening mee te houden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:71 Hof van Discipline 's Gravenhage 220080
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:71
Verweerder wordt door klaagsters (een B.V. en een v.o.f.) onder meer verweten dat hij in een kort geding heeft opgetreden voor een vennoot en voor de vof (klaagster 2) in een geschil met de medevennoot (klaagster 1), terwijl a) de belangen tegenstrijdig waren, b) hij daar niet toe gerechtigd was en c) heeft geweigerd om een afschrift van een opdrachtbevestiging en declaraties te verstrekken. Anders dan de raad, acht het hof klachtonderdelen a) en c) gegrond en klachtonderdeel b) ongegrond. Verweerder heeft in de aanvang een verkeerde beslissing genomen door op te treden voor een vennoot en de vof (klaagster 2), terwijl, gelet op de namens hen betekende dagvaarding, van een potentieel tegenstrijdig belang sprake was. Doordat verweerder dat niet (voldoende) heeft onderkend is hij (kennelijk) in de positie gekomen dat hij klaagster 1 niet de gevraagde informatie kon geven die haar als vennoot van de vof wel toekwam. Het hof rekent verweerder dat zwaar aan. Omdat het gegrond verklaarde klachtonderdeel c) voortvloeit uit het gegrond verklaarde klachtonderdeel a) en gelet op het geringe tuchtrechtelijk verleden van verweerder die reeds bijna 29 jaar advocaat is, is het hof van oordeel dat met een waarschuwing volstaan kan worden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:72 Hof van Discipline 's Gravenhage 220086D
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 12-05-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:72
Dekenbezwaar. Hoger beroep deken ongegrond. Ingevolge artikel 46g, lid 1, onder a, Advocatenwet klacht niet-ontvankelijk. Ook dekenbezwaren vallen onder het toepassingsbereik van voornoemd artikel (zie HvD 17 mei 2021, ECLI:NL:TAHVD:2021:94). Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Het betoog van de deken dat de gestelde afspraak met verweerder dat geen kennen zou worden genomen van het dossier zolang het OM zijn standpunt niet had bepaald, tot gevolg heeft gehad dat de termijn pas met de ontvangst van de vervolgingsbeslissing van het OM is aangevangen, gaat niet op. Vervaltermijn ambtshalve toegepast door de tuchtrechter. Daarmee valt niet te verenigen dat in onderling overleg zou kunnen worden afgesproken dat de termijn op een later moment gaat lopen dan uit de wet volgt. Eigen verantwoordelijkheid van de deken om tijdig een dekenbezwaar in te dienen en zijn beslissing niet af te laten hangen van het handelen van het OM. Ook betoog van de deken dat de gevolgen van het handelen van verweerder pas bekend zijn geworden met de vervolgingsbeslissing van het OM treft geen doel.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5342
- Datum publicatie: 06-06-2023
- Datum uitspraak: 06-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:152
Voorzittersbeslissing. Klacht is voor een deel op een dag na verjaard en voor het overige deel is deze niet volledig. Nu de wetgever heeft overwogen dat het niet redelijk is dat een zorgverlener na meer dan tien jaar nog met een klacht kan worden geconfronteerd, is de voorzitter van oordeel dat een aanvulling – waar het gaat om de concrete verwijten aan het adres van de zorgverlener – nog binnen de verjaringstermijn van tien jaar moet (kunnen) worden ingediend. Als dat anders zou zijn, zou de termijn om een klacht in te dienen worden opgerekt en langer worden dan tien jaar. De klacht is in zijn geheel niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:123 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-977/DH/DH
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:123
Raadsbeslissing. Verweerder heeft klager een zeer summier hoger beroepschrift ingediend en vervolgens geen nader verweerder gevoerd. Hij heeft klager niet op de hoogte gesteld van de zitting in hoger beroep, waardoor klager niet ter zitting aanwezig heeft kunnen zijn. Verweerder is echter zelf ook niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft de uitspraak in hoger beroep pas ruim na het verstrijken van de cassatietermijn aan klager gezonden, waardoor klager de mogelijkheid van cassatie is ontnomen. Er is sprake van een opeenstapeling van fouten. Verweerder heeft zich bovendien van het tableau laten schrappen, maar klager hierover niet geïnformeerd. Gehandeld in strijd met de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Verweerder weigert bovendien verantwoording af te leggen. Schrapping.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 704691/NT 21-39
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 16-05-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:4
Klager stelt zich op het standpunt dat het recht van parate executie van de bank is komen te vervallen door de betaling, vóórdat de veiling plaatsvond, van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekte (vermeerderd met kosten). Klager verwijt de notaris dat hij onbevoegd, zonder daartoe van klager opdracht te hebben ontvangen en tegen diens kennelijke wil, de executie heeft doorgezet.De kamer ziet aanleiding de klacht in ruime zin op te vatten. Aan de orde zijn dan de volgende vragen (klachtonderdelen): a. Had de notaris de veiling moeten staken? b. Had de notaris na de veiling zijn diensten aan de bank moeten weigeren ? c. Had de notaris een verklaring van subrogatie moeten opstellen en inschrijven? De kamer acht de klachtonderdelen b en c gegrond (dwz. klachtonderdeel c in de zin dat van de notaris een actievere houding kon worden verwacht toen klager het standpunt innam dat door subrogatie het zekerheidsrecht was overgegaan), maar legt de notaris geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-980/DH/RO
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:124
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam 723070/NT 22-37 729416/NT 23-6
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 11-05-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:5
De kandidaat-notaris heeft in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel opgave gedaan van het ontslag van twee bestuurders en de benoeming van twee nieuwe bestuurders. Klagers hebben de notarissen verzocht hen te informeren – kort gezegd – over de achtergrond van deze registratie. De notarissen hebben de gevraagde informatie niet verstrekt en zich op hun geheimhoudingsplicht beroepen. Klagers menen dat de notarissen zich ten onrechte achter hun geheimhoudingsplicht verschuilen.De kandidaat-notaris heeft naar zijn zeggen de registratie uitgevoerd op basis van een door hem ontvangen aandeelhoudersbesluit, raadpleging van de statuten en door hem ontvangen datacards. Voor het overige heeft verificatie plaatsgevonden op basis van communicatie en de contacten met de opdrachtgever. De grondslag daarvan kunnen de notarissen niet met klagers delen, omdat dat in strijd zou zijn met de geheimhoudingsplicht. De notarissen beschikken daarom niet over meer informatie die met klagers kan worden gedeeld, aldus de notarissen.Naar het oordeel van de kamer hebben de notarissen daarmee voldoende inzicht gegeven in de door hen gehanteerde werkwijze bij de registratie. Of deze werkwijze voldoende zorgvuldig is geweest staat niet ter beoordeling van de kamer in deze zaak; de klachten richten zich uitsluitend op het beroep van de notarissen op de geheimhoudingsplicht. Door de notarissen is voldoende toegelicht dat het hen vanwege hun geheimhoudingsplicht niet vrijstaat om nadere opheldering te geven over hun communicatie met hun opdrachtgever. Klacht(en) ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:63 Hof van Discipline 's Gravenhage 230003
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:63
Te laat ingediend artikel 13 beklag. Weliswaar heeft klager op tijd beklag ingesteld, maar hij heeft zijn beklag niet binnen de beklagtermijn voorzien van gronden (motivering). Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij door medische omstandigheden zijn beklag niet tijdig kon indienen. Beklag niet-ontvankelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 168
- Pagina: 169
- Pagina: 170
- ...
- Pagina: 968
- Volgende pagina zoekresultaten