Zoekresultaten 1501-1520 van de 47460 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7589

    Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het opstellen van een onjuiste rapportage. Procedure zorgmachtiging verplichte zorg. Niet kan worden vastgesteld dat de door de psychiater opgestelde medische verklaring onjuist zou zijn. Rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-585/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerders uitlatingen in zijn verweerschrift zijn niet onnodig grievend. Niet gebleken dat ze onwaar zijn. Het verweerschrift is binnen de wettelijke mogelijkheden ingediend. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-172/DH/DH

    Verweerster heeft en een familiekwestie polariserend gehandeld door op stellige wijze naar voren te brengen dat klager het kind niet heeft erkend, terwijl dat niet bleek te kloppen, althans niet was vereist in het land van geboorte. Verweerster heeft voorts niet voldaan aan haar onderzoeksplicht daartoe. Ook heeft verweerster niet gereageerd op meerdere e-mails van klager over de verrekening, terwijl de voorzieningenrechter twee/drie maanden daarvoor had aangedrongen op nader minnelijk overleg en bovendien verweerster zelf het initiatief heeft genomen voor dat overleg.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:237 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-626/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advies van een cassatieadvocaat. Niet gebleken dat het advies onjuist of kwalitatief onvoldoende was. Verweerder heeft klager tijdig en correct gewezen op de mogelijkheid om een second opinion aan te vragen. Klager kwam niet in aanmerking voor een toevoeging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:218 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-218/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder had klaagster tijdens een lopende procedure mogen verzoeken een ALV van de VvE uit te roepen met als doel het ontslag van klaagster als bestuurder. Geen sprake van dreigementen of beschuldigingen. Geen schending van artikel 21 Rv. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7725

    Klaagster klaagt over een huisarts in opleiding die haar dochter die oorpijn en koorts had ten onrechte niet heeft verwezen naar een kinderarts en dochter uiteindelijk een hersenvliesontsteking bleek te hebben. Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld: hij heeft het kind goed onderzocht en twee keer met een kinderarts overlegd en diens advies om antibiotica (te proberen) toe te dienen opgevolgd. Op dat moment waren er geen aanwijzingen die konden duiden op een hersenvliesontsteking. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:231 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-618/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder in strijd met de waarheid heeft aangegeven dat hij geen proceskosten heeft ontvangen. Verweerder heeft in zijn verweer toegelicht dat binnen de woningstichting een misverstand is ontstaan over de proceskosten en dat klaagster terecht heeft gezegd dat zij de proceskosten al heeft voldaan. Verder kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door in de ontruimingsprocedure bewust verkeerde informatie te gebruiken en daarmee de privacy van klaagster te schenden. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de informatie die hij van zijn cliënte kreeg. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:159 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-082/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster gedragsregel 9 heeft geschonden door er onvoldoende zorg voor te dragen dat er geen misverstand kon bestaan over haar hoedanigheid, noch dat zij gedragsregel 15 heeft overtreden, noch dat zij in strijd met de kernwaarden integriteit, onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid, gedragsregels 20, 21 en 26, en de goede procesorde heeft gehandeld door misbruik te maken van haar positie als advocaat van het ziekenhuis, zijnde de opdrachtgever aan B&S, door heimelijke afspraken te maken met de klachtcommissie over het opzettelijk verborgen houden van processtukken en door in het kader van de beoordeling over het al dan niet splitsen van de dossiers eerder en daarmee langduriger te beschikken over het onderzoeksdossier. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:269 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7817

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is langdurig in behandeling geweest bij (de praktijk van) de huisarts. Zij verwijt de huisarts haar geen bloeddrukverlagende medicijnen te hebben voorgeschreven. Klaagster heeft een herseninfarct gekregen, dat met het gebruik van bloeddrukverlagers wellicht had kunnen worden voorkomen. Het college oordeelt dat de huisarts onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij ondanks een steeds verder stijgende bloeddruk bij klaagster is blijven vasthouden aan haar oordeel dat er sprake was van een laag tot licht verhoogd risico op een CVA en aan leefstijladviezen c.q. verwijzing naar de POH-GGZ of de fysiotherapeut. De huisarts heeft een onbetrouwbare 24-uursmeting als geruststellend geïnterpreteerd en klaagster onterecht niet behandeld met bloeddrukverlagende medicatie. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:232 Hof van Discipline 's Gravenhage 250291

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Voor de procedure die klaagster wil voeren is verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat niet noodzakelijk. Het betreft een arbeidsrechtelijke procedure.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:160 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-377/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:270 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8395

    Klaagster is in de periode van 2022 tot maart 2024 door meerdere zorgverleners van de praktijk van de huisarts gezien in het kader van diverse mentale en fysieke gezondheidsklachten. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat er tijdens consulten niet aan haar gezondheid gerelateerde vragen zijn gesteld en dat haar medische hulp bij haar fysieke klachten is geweigerd. Het college komt tot het oordeel dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:247 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-446/AL/MN

    Erfrechtelijk geschil. Gedragsregel 15 is naar het oordeel van de raad niet van toepassing omdat geen sprake is (geweest) van een advocaat-cliënt relatie tussen klager en verweerster. Klager is ook geen cliënt geworden doordat verweerster de broer van klager is gaan bijstaan die erfgenaam en vereffenaar was in de nalatenschap van hun moeder. Niet verweerster was de vereffenaar, zij stond haar cliënt in genoemde dubbele hoedanigheid bij. Uit de stukken is de raad gebleken dat verweerster bij haar optreden als advocaat van de broer van klager voldoende oog heeft gehad voor de belangen van klager als wederpartij/schuldeiser. Op grond van de wet moet een vereffening voltooid zijn voordat een nalatenschap kan worden verdeeld. Dat die vereffening van invloed is op de omvang van de nalatenschap is evident, maar niet is gebleken dat verweerster bij het doen van de voorstellen aan klager tot vereffening onvoldoende rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager. Haar cliënt en klager verschilden op een punt, de rente, van mening. Als advocaat verdedigde zij het belang van haar cliënt, maar zij probeerde ook een oplossing te zoeken en deed daartoe voorstellen. Daarbij heeft zij geen grenzen overschreden. Evenmin is gebleken dat verweerster zich anderszins onbetamelijk heeft gedragen richting klager. Verweerster heeft ook voldoende voortvarend en doelmatig opgetreden namens haar cliënt. Van het onredelijk uitoefenen van druk op klager door verweerster is geen sprake geweest. Haar e-mails zijn in neutrale bewoordingen opgesteld met daarin een feitelijk juiste weergave van het standpunt van haar cliënt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:161 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-332/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:271 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8396

    Klaagster is door de huisarts eenmalig gezien in de praktijk. Dit consult vond plaats één week nadat klaagster was onderzocht door een physician assistant.Zij verwijt de huisarts onder andere dat hij haar gezondheidsklachten niet serieus heeft genomen en haar niet lichamelijk heeft onderzocht. Het college kan niet vaststellen dat de huisarts klaagster niet serieus heeft genomen in haar klachten. Gelet op het feit dat klaagster zich veel zorgen maakte over haar gezondheid, zou het haar mogelijk geholpen hebben als de huisarts wel lichamelijk onderzoek had verricht, maar het college acht het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat hij dat in deze situatie, waarbij klaagster in zorg was bij de physician assistant en het vervelend vond haar verhaal opnieuw te vertellen, niet heeft gedaan. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:248 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-665/AL/OV

    voorzittersbeslissing. Verweerder heeft opgetreden voor een gemeente als wederpartij van klager en zijn advocaat (samen klagers). Op enig moment heeft verweerder de zaak voor het treffen van executiemaatregelen overgedragen aan een kantoorgenoot. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder daarbij betrokken is geweest. Verweerder is bovendien niet verantwoordelijk voor gedragingen van zijn collega. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:272 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8611

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is tijdens een consult door een coassistent is gezien. Volgens klaagster was de coassistent niet bevoegd of bekwaam en heeft de huisarts de coassistent onvoldoende begeleid door haar zelfstandig het consult te laten uitvoeren. Het college oordeelt dat de anamnese die is afgenomen en het advies dat is gegeven vallen onder de medische handelingen die de coassistent onder supervisie van de huisarts mocht uitvoeren. Van enige onzorgvuldigheid of van onvoldoende professionaliteit van de huisarts als supervisor bij het spreekuur is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:273 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8612

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft naar aanleiding van een consult waarbij zij door een coassistent is gezien meerdere klachten over het handelen van de huisarts. Het college oordeelt dat de huisarts zorgvuldig en professioneel heeft gehandeld bij het verlenen van zorg aan klaagster. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:34 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/450201 / KL RK 25-59

    De kernvraag in deze zaak is of de notaris had moeten weten dat klager een belang had bij het passeren van de hypotheekakte van 24 juli 2024 en de akte van levering van 20 november 2024 en of de notaris daarvoor ook toestemming nodig had van klager. Het antwoord op deze vraag is nee. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:231 Hof van Discipline 's Gravenhage 250296

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft aan de deken te kennen gegeven die eigen bijdrage niet te willen betalen, dus de deken heeft het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof overweegt in dit verband dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen, waaronder financiële, mag worden onderworpen. Dergelijke beperkingen mogen het recht op toegang tot de rechter niet in essentie aantasten, maar moeten een gerechtvaardigd doel dienen en moeten proportioneel zijn aan dat doel. Het Nederlandse wettelijk systeem, waaronder het betalen van een eigen bijdrage, is daarmee niet in strijd (vgl. ABRvS 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1243 en HvD, 20 maart 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:52). Dit systeem levert ook geen schending van enige andere verdragsbepaling op (zie HvD 8 mei 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:79).