Zoekresultaten 1501-1520 van de 48471 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8822
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:61
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. De arts had dienst in de nacht ten tijde van de opname van klager op de SEH. Er waren op dat moment weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en dus ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8921
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:52
Klacht van patiënte tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld bij klaagster en haar geen medicamenteuze behandeling heeft gegeven voor langdurige klachten na COVID.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:66 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-020/DH/DH
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:66
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Niet gebleken dat verweerder onjuiste feiten heeft gesteld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:1 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-01 (2025.V6-AMADEUS GOLD)
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:1
Deze zaak gaat over de gronding die eind 2024 heeft plaatsgevonden met het schip, de Amadeus Gold. Volgens de inspecteur is sprake van slecht zeemanschap. De inspecteur verwijt betrokkene dat hij er niet voor heeft gezorgd dat de bemanning en hijzelf voldoende gefamiliariseerd waren, dat niet alle benodigde detailkaarten aan boord waren, dat hij alleen heeft genavigeerd op een kustkaart, dat hij de koers alleen heeft bepaald op de lichtenlijnen en geen loods heeft besteld. Het tuchtcollege oordeelt op basis van de bewezen elementen van het bezwaar, dat de klacht van de inspecteur gegrond is. Het tuchtcollege legt betrokkene de maatregel op van een gedeeltelijk voorwaardelijke schorsing van de vaarbevoegdheid.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:60 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-458/DH/RO
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:60
Raadsbeslissing. Klacht over echtscheiding waarin verweerster als gezamenlijk echtscheidingsadvocaat heeft opgetreden. Verweerster heeft niet voldaan aan de op haar rustende zware zorgplicht. Zij heeft klaagster en de man nooit gesproken. Na een mediationtraject hebben klaagster en de man contact gehad met diverse paralegels en heeft er een videogesprek met een paralegal plaatsgevonden. Verweerster heeft kennelijk alleen een aantal vragen van de paralegal beantwoord en het verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. Niet blijkt dat verweerster zich ervan heeft vergewist dat het convenant en ouderschapsplan ook daadwerkelijk was wat partijen wensten af te spreken. Dat wringt des te meer, nu het convenant op een aantal punten financieel (zeer) nadelig voor klaagster was. Ook heeft verweerster het in haar brief – ten onrechte doen voorkomen alsof zij wel met klaagster en de man heeft gesproken. Schending kernwaarde deskundigheid. De raad weegt mee dat dit geen incident is, maar het bedrijfsmodel van verweerster. Onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:67 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-045/DH/RO
- Datum publicatie: 27-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:67
Voorzittersbeslissing. Klacht over het door verweerster incasseren van dwangsommen in verband met het door klager niet nakomen van een in 2021 vastgestelde bezoekregeling. Het stond verweerder vrij om dat te doen. Als zij dat niet had gedaan, had haar cliënte haar daarvan tuchtrechtelijk en civielrechtelijk een verwijt kunnen maken. Zij was niet gehouden klager daar vooraf over te informeren. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:70 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-540/AL/GLD
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:70
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:36 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766527 / DW RK 25/96 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:36
Alvorens het betekenen van de dagvaarding heeft de gerechtsdeurwaarder de naam en adresgegevens van klaagster in het handelsregister van de Kamer van Koophandel gecontroleerd. Nu deze gegevens overeenkwamen met de te vorderen facturen, was er voor de gerechtsdeurwaarder geen reden om te twijfelen aan de juistheid van betreffende B.V. Het lag op de weg van klaagster om zich bij de kantonrechter te verweren indien zij het niet eens was met de dagvaarding, dan wel verzet in te stellen tegen het verstekvonnis. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het verstekvonnis te executeren. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2949
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:61
Herzieningsverzoek. Het Centraal Tuchtcollege heeft de tandarts bij beslissing van 26 mei 2025 met nummer C2024/2411 een voorwaardelijke schorsing opgelegd voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De tandarts heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen naderhand gebleken omstandigheden zijn aangevoerd die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid indien zij tijdig bekend waren geworden en wijst het verzoek tot herziening af.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-076/AL/GLD
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:77
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2872
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:55
Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts is de supervisor van de arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde (hierna: bedrijfsarts i.o.), die klager in zijn ziekteverzuimperiode heeft begeleid. Klager stelt dat de bedrijfsarts heeft toegelaten dat de bedrijfsarts i.o. niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Meer in het bijzonder verwijt klager de bedrijfsarts dat hij als supervisor zijn verantwoordelijkheden niet heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3132 VZ
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 26-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:49
Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat de klacht zich richt tegen een zorgverlener die niet staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:71 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-691/AL/GLD
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:71
ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:37 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773470 / DW RK 25/272 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:37
Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder was bevoegd buitengerechtelijke incassowerkzaamheden te verrichten. De gerechtsdeurwaarder hoeft geen machtiging te overleggen waaruit blijkt dat hij namens de opdrachtgever optreedt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2832
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:56
Ongegronde klacht tegen een chirurg. De chirurg heeft bij klaagster een buikwandoperatie gedaan in verband met een littekenbreuk. Klaagster is van mening dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de ingreep en dat zij de chirurg geen toestemming heeft gegeven om haar te opereren, in ieder geval niet om de eerste incisie te zetten. Daarnaast is klaagster ontevreden over de uitvoering en het resultaat van de operatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klaagster verwerpen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:72 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-844/AL/MN
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:72
Raadsbeslissing. Een advocaat dient zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken. Een advocaat dient zijn cliënt genoegzaam en tijdig te informeren, te waarschuwen, en duidelijkheid te scheppen omtrent de kansen en risico’s en de kosten van zijn optreden. Dit alles dient de advocaat schriftelijk aan de cliënt te bevestigen, ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil. Daar is het in deze zaak mis gegaan. In de wandeling van de rechtbank naar het kantoor van verweerder is weliswaar gesproken over hoger beroep, maar klager heeft daaruit begrepen dat hoger beroep niet mogelijk was terwijl de jurist werkzaam bij het kantoor van verweerder volgens zijn verklaring heeft gezegd dat hoger beroep zinloos zou zijn. Daaruit blijkt dus al de noodzaak van het schriftelijk vastleggen van afspraken. Na de zitting bij de kantonrechter heeft geen schriftelijke vastlegging plaatsgevonden van de mogelijkheid van hoger beroep, de kansen en risico’s van een hoger beroep, de termijn waarbinnen dat hoger beroep moet worden ingesteld en wat tussen klager en verweerder hierover is afgesproken. Bij die stand van zaken komt de raad tot de conclusie dat verweerder in zijn informatieplicht tekort is geschoten en hem dat tuchtrechtelijk kan worden aangerekend. Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:50 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2836
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:50
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is wegens pensionering van haar vaste huisarts per 1 juli 2022 ingeschreven als patiënt bij de huisartsenpraktijk van de huisarts die het patiëntenbestand overnam. Klaagster was het daar niet mee eens vanwege de grotere afstand van de praktijk tot haar woning. Het bleek niet mogelijk te zijn om klaagster aan een andere huisarts over te dragen. Klaagster had in 2023 en 2024 meerdere malen contact met de huisartsenpraktijk voor verschillende hulpvragen. Zij is niet tevreden met de zorg die zij heeft ontvangen. Zo zou de huisarts onder andere haar zorgplicht niet zijn nagekomen, onzorgvuldig beleid voeren, slechte service verlenen en medicatie hebben geweigerd. Het regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2833
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:57
Klager en verweerder zijn tandarts in dezelfde plaats. De verhoudingen tussen beide tandartsen zijn al jaren ernstig verstoord. Klager verwijt verweerder 1) ernstig oncollegiaal gedrag en 2) het niet verstrekken van medische dossiers van naar klager overgestapte patiënten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en bepaald dat aan verweerder geen maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep voor zover dit betrekking heeft op het gegrond verklaarde klachtonderdeel en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:73 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-853/AL/MN
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:73
Raadsbeslissing. De kern van de klacht is of maatschapsovereenkomsten rechtsgeldig zijn aangepast en er daardoor een wijziging in de vertegenwoordigingsbevoegdheid is gekomen. Het is echter niet aan de tuchtrechter om dit te beoordelen, maar aan de civiele rechter. De stelling van klager dat verweerder gedragsregel 8 zou hebben geschonden (verstrekken van onjuiste informatie) is door hem niet geconcretiseerd, anders dan dat verweerder klakkeloos de hem door zijn cliënten verstrekte informatie voor waar zou hebben aangenomen. De raad overweegt dat advocaten veel vrijheid hebben om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is. Daarbij geldt dat zij er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zijn van hun cliënt hebben ontvangen juist is. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2839
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:51
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een radioloog. Klager is de weduwnaar van klaagster in eerste aanleg (hierna: patiënte). Patiënte is in januari 2022 in verband met een zwelling in de rechterborst en pijnklachten door haar huisarts verwezen naar de afdeling radiologie van het ziekenhuis waar de radioloog werkt. Na verergering van de klachten en groei en toename van de zwellingen is zij nogmaals naar de afdeling radiologie en later naar de mammapoli chirurgie doorverwezen. Zij stond onder behandeling van een physician assistant en er zijn meerdere echo-onderzoeken uitgevoerd en drainages verricht door verschillende radiologen. Vanaf het eerste consult in het ziekenhuis is gedurende acht maanden uitgegaan van lactatieadenomen/galactocèles. Uiteindelijk bleek patiënte een zeldzame vorm van een (agressieve) borstkanker te hebben en is zij aan de gevolgen daarvan overleden. De radioloog wordt onder meer verweten dat hij onvoldoende onderzoek heeft verricht en geen volledige diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een gedeelte gegrond verklaard en aan de radioloog daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep verwerpen.