Zoekresultaten 1381-1400 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2838

    Klacht tegen een huisarts. Klager is [gezaghebbende] de vader van een dochter, over wie hij het ouderlijk gezag heeft. Met het oog op een ondertoezichtstellingsprocedure bij de rechtbank heeft de huisarts (niet de eigen huisarts van moeder of dochter) in opdracht van moeder, zonder toestemming van klager, de dochter onderzocht en een schriftelijke verklaring afgelegd. Klager verwijt de huisarts dat zij: 1. zijn dochter heeft onderzocht/behandeld zonder zijn toestemming als [gezaghebbende] ouder [met gezag]; 2. ongefundeerde en belastende uitlatingen heeft gedaan over klager en zijn dochter die haar competentiegebied overstijgen. Deze uitlatingen zijn in strijd met gegronde bevindingen van de bevoegde rechtbank en in strijd met de bevindingen van de door deze rechtbank aangestelde psycholoog-deskundige en de Raad voor de Kinderbescherming; 3. klager als [gezaghebbende] ouder geen informatie heeft gegeven over het onderzoek/behandeling van zijn dochter en over de mogelijkheden tot het indienen van een klacht over haar werkwijze. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen gegrond en legt de huisarts een gedeeltelijke ontzegging op van de bevoegdheid om haar beroep uit te oefenen, in die zin dat het verweerster niet is toegestaan om in de hoedanigheid van huisarts of arts schriftelijk en/of mondeling verklaringen of rapportages over personen af te geven, onder welke naam en van welke aard ook en ongeacht met welk doel, en bepaalt dat de maatregel onmiddellijk van kracht wordt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:32 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-842/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken van overtreding van de gedragsregels 15, 9 en 25. In zoverre ongegrond. Wel heeft verweerster onjuistheden gepresenteerd tijdens het bemiddelingsgesprek bij de deken. In zoverre gegrond. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit in de zin van artikel 10a Advocatenwet. De raad rekent verweerster dit handelen in strijd met de kernwaarde integriteit zwaar aan. Gelet op de aard van het gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijt acht de raad een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:69 Hof van Discipline 's Gravenhage 240381 240382

    Deze zaak betreft het handelen van een advocaat van gefailleerden. Het hoger beroep richt zich tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen a), e) en f). Klagers - curatoren - verwijten verweerder het medeplegen van witwassen, het niet voldoen aan de op hem rustende onderzoeks- en vergewisplicht in de zin van artikelen 7.1 en 7.3 Voda en handelen in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet neergelegde kernwaarde integriteit door het meewerken aan heling, bedrieglijke bankbreuk en/of valsheid in geschrift, althans het faciliteren van het onttrekken van gelden aan de faillissementsboedel. De raad van discipline heeft alle klachtonderdelen (a) tot en met f)) ongegrond verklaard. Het hof sluit zich bij dat oordeel van de raad aan en bekrachtigt het oordeel van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:33 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-069/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-797/AL/GLD

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een langdurig erfrechtelijk geschil. Na een deels uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is verkoop van een onroerende zaak uit de nalatenschap bevolen met benoeming van een rentmeester voor de verkoop en zo nodig machtiging tot verkoop op basis van dat vonnis bij uitblijven toestemming van de cliënt van verweerder. Die cliënt heeft hoger beroep ingesteld. Verweerder heeft daarna de rentmeester schriftelijk gewezen op de gevolgen van de verkoop tegen de kennelijke wil van zijn cliënt. De rentmeester heeft daarna de verkoop opgeschort totdat partijen overeenstemming hadden bereikt. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om als partijdige belangenbehartiger zijn brieven aan de rentmeester te sturen. De advocaat van klager kon daarop reageren, en heeft dat ook gedaan. Van een dreigende toonzetting is geen sprake geweest. Dat is zo ook niet door de rentmeester opgevat. De beslissing van de rentmeester kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:70 Hof van Discipline 's Gravenhage 250021 250022 250023 250024

    Deze zaak betreft een klacht over twee advocaten die rechtsbijstand hebben verleend, de advocaat-klachtfunctionaris en een advocaat-bestuurder van een advocatenkantoor. Klagers verwijten verweerders onvoldoende zorgvuldigheid en/of onvoldoende deskundigheid te hebben betracht in de wijze waarop zij twee zaken van klagers hebben behandeld. De Raad van Discipline heeft klagers 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9 niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht is gericht op het geschil met de familie A. De raad heeft de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het hof sluit zich aan bij dat oordeel van de raad. De klacht is ook in hoger beroep op alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:34 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-070/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-887/AL/MN

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager. Niet is gebleken van grievende uitlatingen, schending vertrouwelijkheid of onvoldoende professionele distantie van verweerder. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 230012

    De raad heeft klachtonderdelen a), b), c) en e) terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de klacht te laat is ingediend. Mogelijk waren op 2 november 2018 nog niet alle gevolgen van de verweten gedragingen aan klagers bekend, maar dat leidt niet tot een verlenging van de vervaltermijn. In de drie jaar waarin de vervaltermijn liep, zijn blijkens de eigen stellingen van klagers ook de gevolgen aan hen bekend geworden. Dat die gevolgen een doorlopend effect hebben en ook vandaag de dag nog een rol (kunnen) spelen, maakt dit niet anders. De beroepsgronden van klagers falen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8295

    Ongegronde klacht tegen een reumatoloog. Klaagster is circa 5 maanden onder behandeling geweest van de reumatoloog. Klaagster verwijt de reumatoloog onder meer dat zij te lang en in een te hoge dosering Prednisolon heeft voorgeschreven. Het college stelt vast dat bij klaagster sprake was van een ernstige aandoening waarvoor snelle en adequate onderdrukking van ziekteactiviteit noodzakelijk was. Het voorschrijven van hoge doseringen Prednisolon was hierbij gebruikelijk en medisch geïndiceerd. Uit het dossier blijkt dat de reumatoloog de ziekteactiviteit van klaagster structureel heeft gemonitord en het beleid telkens heeft aangepast aan het beloop van de aandoening. Dat achteraf is geoordeeld dat eerder of sneller afbouwen mogelijk was geweest, maakt niet dat de reumatoloog ten tijde van haar handelen buiten de grenzen van een redelijk bekwame en redelijk handelende reumatoloog is getreden. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-081/AL/NN

    voorzittersbeslissing. Klacht over bestuurder van een kantoor. Verweerster was op de achtergrond op de hoogte van de weigering van een kantoorgenoot om wegens betalingsachterstand van klagers op grond van het kantoorbeleid op enig moment haar opdracht neer te leggen. Ook was verweerster als bestuurder op de hoogte van de gang van zaken bij de klachtenfunctionaris. Verweerster heeft naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gehandeld richting klagers. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8397

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). Klaagster verwijt de PA dat zij onvoldoende zorg heeft verleend en dat zij, na klaagsters uitschrijving uit de huisartsenpraktijk waar de PA werkzaam is, het medisch dossier niet tijdig aan de nieuwe huisarts heeft overgedragen. Het college oordeelt dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor het verwijt dat zij onvoldoende zorg heeft verleend. De PA heeft juist veel inspanning geleverd in de behandeling, terwijl klaagster hier slechts deels op reageerde. De overdracht van het medisch dossier aan de nieuwe huisarts was een administratieve handeling waarbij de PA niet betrokken was en ook niet betrokken hoefde te zijn.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-106/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht over verweerder omdat hij te laat heeft geklaagd. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is de voorzitter niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-484/AL/NN/D

    Verweerster heeft in drie zaken samengewerkt met een voormalige advocaten. Deze voormalige advocaat is vóór deze samenwerking door de Raad van Discipline van het tableau geschrapt en hij was ten tijde van deze samenwerking daarom geen advocaat meer. Desondanks heeft de voormalige advocaat deze zaken behandeld en dat gebeurde niet onder de verantwoordelijkheid van verweerster. Zij heeft in die zaken feitelijk slechts gefungeerd als doorgeefluik. Verweerster heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid en integriteit. De raad rekent dit verweerster zwaar aan. Bij de oplegging van de maatregel houdt de raad verder sterk rekening met het tuchtrechtelijke verleden van verweerster. De raad heeft haar tweemaal een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Eén van die veroordelingen zag - net als de onderhavige zaak - mede op een samenwerking die ertoe heeft geleid dat zij niet volledig onafhankelijk is geweest en de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid en integriteit in gevaar heeft gebracht. Verder neemt de raad in aanmerking dat verweerster het verwijtbare van haar handelen niet inziet. Tijdens het onderzoek van de deken, in het door haar ingediende verweerschrift (waarin alle verwijzingen naar jurisprudentie onjuist of niet relevant zijn) en op de zitting van de raad heeft zij volhard in haar stelling dat zij op een correcte wijze heeft gehandeld. De raad is - rekening houdend met alle feiten en omstandigheden - van oordeel dat alleen kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke schorsing. De raad zal verweerster een schorsing opleggen voor de duur van twaalf weken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:47 Raad van Discipline Amsterdam 25-757/A/A 25-758/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:31 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-452/DB/LI

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:48 Raad van Discipline Amsterdam 26-033/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht is (kennelijk) niet-ontvankelijk. Er is sprake van misbruik van recht en van een schending van het ne bis in idem-beginsel. Deze klacht ziet (wederom) op het handelen van verweerder in het geschil tussen klager en F. Daarnaast is (ook) sprake van een overschrijding van de termijn zoals genoemd in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/01

    De klager heeft meerdere klachten ingediend over het handelen van de notaris als privépersoon. Daarbij heeft de klager zich grievend en respectloos uitgelaten over de notaris. Voorzittersbeslissing: klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht. Van de notaris kan in redelijkheid niet langer worden gevraagd dat hij zich blijft verweren tegen dit soort “processtukken”. Mogelijke volgende klachten die voortvloeien uit of samenhangen met de bestaande privégeschillen en processtukken waarin de klager zich grievend en respectloos uitlaat over de notaris zal de kamer niet meer in behandeling nemen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:49 Raad van Discipline Amsterdam 25-903/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de belangen van klager behartigd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Verweerder heeft klager adequaat geïnformeerd over hoe klagers zaak ervoor stond en welk verweer het beste kon worden gevoerd om ontruiming te voorkomen. Dat verweerder klager niet in al zijn wensen en eisen heeft gevolgd, leidt niet tot de conclusie dat verweerder is tekortgeschoten in zijn dienstverlening. Aan verweerder komt als dominus litis immers de vrijheid toe de zaak te behandelen zoals hem dat juist voorkomt.