Zoekresultaten 47061-47080 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2010:YG0011 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen RTCG0864p

  • ECLI:NL:TADRARN:2009:YA0212 Raad van Discipline Arnhem 08-54

    Klaagster verschaft informatie aan de deken over een landelijke criminele organisatie en mishandelingen haar overkomen. Deken neemt contact op met het openbaar ministerie, omdat bij gebleken onjuistheid van die informatie er reden was om te twijfelen aan de geestelijke gezondheid van klaagster. OM neemt informatie niet serieus. De voorzitter vindt niet dat de deken deze stappen achterwege had behoren te laten. Weliswaar is het een stevige stap, maar niet een te vergaande stap. Het verzet tegen deze beslissing wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0009 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 0965

    volgt binnenkort

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0010 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 0939

    volgt binnenkort

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2010:YG0016 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen RTCG0917p

  • ECLI:NL:TADRARN:2009:YA0231 Raad van Discipline Arnhem 09-28

    Klacht over de advocaat van klagers tegenpartij. Klager is geschokt door een brief van de advocaat. De advocaat heeft, gezien de grote mate van vrijheid die haar toekomt, geen grens overschreden.

  • ECLI:NL:TADRARN:2009:YA0233 Raad van Discipline Arnhem 09-100

    Klager heeft verweerder verzocht het faillissement van de Raad voor de Kinderbescherming, althans het Ministerie van Justitie, aan te vragen. Hij stelt een vordering te hebben wegens onrechtmatig handelen. Klager dient zelf bewijsstukken aan verweerder te doen toekomen ter onderbouwing van zijn vordering. Bij gebreke hieraan heeft hij het aan zichzelf te wijten dat verweerder hem niet adequaat heeft kunnen bijstaan. Klacht ten aanzien van de wijze waarop verweerder hem heeft bijgestaan is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2009:YA0232 Raad van Discipline Arnhem 09-29

    Geen nieuw feit op grond waarvan nieuwe klacht kan worden ingediend of eerste beslissing kan worden herzien. Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2009:YC0360 Kamer van toezicht Amsterdam 418154 / NT 09-7 Pee

    Naar het oordeel van de kamer was er geen aanleiding voor de notaris om zijn ministerie te weigeren, toen de betrokken partijen bij de leveringsakte van de woning (die leeg en ontruimd was) na bezichtiging van die woning, hadden verklaard dat zij de akte wilden passeren.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2009:YC0357 Kamer van toezicht Amsterdam 402690 / NT 08-22 Pee 402693 / NT 08-23 Pee

    De notaris heeft niet onzorgvuldig gehandeld door niet een deel van het depot (het deel dat boven het bedrag lag waarvoor beslag was verleend) vrij te geven. Ook was het juist de taak van de notaris om bij alle partijen te informeren naar de stand van zaken en niet alleen bij klaagster. De notaris heeft niet partijdig gehandeld.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2009:YC0358 Kamer van toezicht Amsterdam 413983 / NT 08-44 B

    De notaris heeft niet zijn zorgplicht geschonden, aangezien aannemelijk is geworden dat klager zelf fiscale informatie zou inwinnen.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2009:YC0359 Kamer van toezicht Amsterdam 417068 / NT 09-2 B

    De notaris heeft vanuit zijn notarispraktijk een door de notaris gestarte onderneming in heremodeaccessoires gefinancierd. Artikel 23 lid 1 Wna verbiedt de notaris bepaalde handelingen te verrichten die zodanig financieel risico met zich brengen dat een notaris niet meer aan zijn financiële verplichtingen zou kunnen voldoen. Berisping.

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0340 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 2009.545verzet

    Beslissing in verzet. De voorzitter acht de klacht kennelijk ongegrond. De Kamer is het niet met de voorzitter eens en vernietigt de beslissing. De klachten dat niet op brieven wordt gereageerd en geen duidelijke overzicht van het verschuldigde wordt verstrekt, worden gegrond verklaard. Maatregel van berisping wordt opgelegd.

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0347 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 2009.719

    Kantoor houden buiten vestigingsplaats. De Kamer heeft bij beslissing van 14 juli 2009 (LJN YB0305) de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping met aanzegging opgelegd wegens het kantoor houden buiten de vestigingsplaats zonder toestemming van de Minister. Naar het oordeel van de Kamer heeft de gerechtsdeurwaarder een voortgezette inbreuk gemaakt op het vestigingsbeleid van gerechtsdeurwaarders als bedoeld in artikel 16 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet. Hij heeft geen verzoek ingediend tot het vestigen van een nevenkantoor, noch de feitelijke situatie teruggedraaid. Hiermee staat vast dat de gerechtsdeurwaarder aan de eerdere beslissing van de Kamer is voorbijgegaan. De Kamer legt de maatregel van schorsing op voor de duur van drie maanden.

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0341 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 2009.543verzet

    Beslissing in verzet. De voorzitter acht de klacht kenneljk ongegrond. De Kamer is het met de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0335 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 2009.283

    Geklaagd wordt over fouten in verschuldigde bedragen en over het feit dat de gerechtsdeurwaarder op de dag en het uur waartegen is aangezegd dat er beslag zou worden gelegd, niet is verschenen. De kamer acht de klacht gegrond en legt een maatregel op.

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0348 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 2009.399

    Beslissing op verzet. In dit verzet zijn twee principiele gronden aangevoerd. Allereerst is aangevoerd dat het de voorzitter niet vrij stond om de klacht als kennelijk ongegrond af te doen. Klagers baseren zich daarbij op de artikelen 39 en 40 van de Gerechtsdeurwaarderswet. Volgens klagers volgt uit deze bepalingen dat na binnenkomst van de klacht de voorzitter eerst dient te beoordelen of de klacht kennelijk ongegrond is. Pas indien wordt geoordeeld dat daarvan geen sprake is, dient de klacht naar behandeling door de Kamer worden verwezen en kan de klacht naar de gerechtsdeurwaarder worden doorgezonden. Daarnaast hebben klager aangevoerd dat op grond van de wetsgeschiedenis de ministerieplicht een vrijwel absoluut gegeven is. De Kamer oordeelt met een beroep op de wetsgeschiedenis dat de voorzitter de klacht procedureel mocht behandelen als is gedaan. Ten aanzien van de ministerieplicht oordeelt de Kamer eveneens met een beroep op de wetsgeschiedenis dat de gerechtsdeurwaarder niet gehouden is om elke opdracht met betrekking tot de verplichte taak van de gerechtsdeurwaarder uit te voeren in de door de opdrachtgever gewenste zin. Het verzet wordt ongegrond verklaard. Uitspraak is gedaan in zeven vrijwel gelijke zaken, waarvan alleen deze wordt gepubliceerd. Hoger beroep is ingesteld op de grond dat de Kamer is uitgegaan van een verkeerde wetstoepassing.

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0342 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 2009.544verzet

    Beslssing in verzet. De voorzitter acht de klacht kennelijk ongegrond. De Kamer is het met de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0336 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 2009.203

    De gerrechtsdeurwaarder heeft zijn jaarstukken niet tijdig bij het BFT ingeleverd. De Kamer acht de klacht gegrond maar legt geen maatregel op.

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0343 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 2009.265

    Klacht dat het te lang heeft geduurd voordat uitvoering werd gegeven aan de opdracht tot het leggen van beslag. De kamer laat in het midden of de opdracht te lang heeft geduurd maar oordeelt dat de gerechtsdeurwaarder, die uit zijn ambt was gezet, de opdracht terug had moeten sturen naar zijn collega die de opdracht ook had gekregen. Ook had de gerechstdeurwaarder moeten begrijpen dat hij geen ambtshandelingen meer kon verrichten.