Zoekresultaten 46221-46240 van de 47568 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA0368 Raad van Discipline Arnhem 09-42

    Advocaat heeft onvoldoende feiten in de procedure gesteld en stukken waarop hij zich in de dagvaarding beroept, niet overgelegd, als gevolg waarvan de vorderingen van klagers zijn afgewezen. Advocaat heeft onvoldoende ingegrepen in het verloop van het deskundigenonderzoek, als gevolg waarvan klagers zijn benadeeld. Bovendien heeft advocaat klagers onvoldoende op de hoogte gesteld van relevante en belangrijke informatie afkomstig van de advocaat van de wederpartij.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA0324 Raad van Discipline Arnhem 09-95

    Als advocaat van de wederpartij het ertoe leiden dat een deurwaarder een onrechtmatige daad pleegt door onder dreiging met een klacht en aansprakelijkheidsstelling te verlangen, dat een eerder gelegd conservatoir beslag wordt opgeheven en verschaffen van verkeerde informatie aan klager (en de deken).

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA0325 Raad van Discipline Arnhem 09-93

    Verweerder heeft de zaak van klaagster te traag behandeld en is een belofte om binnen een bepaalde termijn zijn visie op de zaak te geven niet nagekomen. Verweerder heeft klaagster onjuist geïnformeerd over de mogelijkheid en de hoogte van de te claimen schadevergoeding.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA0306 Raad van Discipline Arnhem 09-67A

    Verweerder heeft zich beziggehouden met de behartiging van tegenstrijdige belangen van twee partijen. Verweerder heeft zijn geheimhoudingsverplichting geschonden door aan een derde gegevens te verstrekken omtrent een schadeuitkering van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van verweerder aan klager na een aansprakelijkheidsstelling van klager.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA0326 Raad van Discipline Arnhem 09-82

    Hoewel het verzetschrift na afloop van de verzettermijn is ontvangen beoordeelt de raad het verzet als tijdig te zijn gedaan. Klager heeft het verzetschrift ingediend bij de deken die in de voorbereidende fase heeft geïnstrueerd. Gelet op deze omstandigheid is de raad van oordeel dat nu het verzetschrift binnen de verzettermijn door klager is verzonden de onjuiste adressering en het feit dat dit niet binnen de verzettermijn is doorgezonden niet voor risico van klager dient te komen. Verweerder heeft zich jegens de wederpartij onheus gedragen en zich grievend uitgelaten door na een woordenwisseling tegen klager te zeggen: “Jij moet je vuile, vieze gore bek houden, anders timmer ik hem dicht” en door op de punt van de voet van klager te gaan staan.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA0320 Raad van Discipline Arnhem 09-51

    Verweerder heeft in een strafzaak de aan zijn cliënt in het kader van de voorlopige hechtenis opgelegde beperkingen geschonden door informatie uit het dossier en met name de namen van mededaders, aan de vader van zijn cliënt te verstrekken.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA0327 Raad van Discipline Arnhem 09-53

    Verweerder heeft als advocaat van de wederpartij van klager jegens klager onvoldoende zorg betracht en heeft zich grievend over klager uitgelaten.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA0321 Raad van Discipline Arnhem 09-50

    Verweerder heeft klager, zijnde de advocaat van de wederpartij van zijn cliënt, niet geïnformeerd over het feit dat hij een faillissementsaanvraag had ingetrokken als gevolg waarvan verweerder en zijn cliënt voor de behandeling voor niets naar de rechtbank zijn afgereisd. Verweerder heeft zonder overleg te plegen met verweerder of de deken confraternele correspondentie in een procedure overgelegd. Voorts heeft verweerder een faillissementsaanvraag als dreigement gebruikt.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA0328 Raad van Discipline Arnhem 09-32

    Advocaat wederpartij treft geen tuchtrechtelijk verwijt, gelet op de grote mate van vrijheid de zaak aan te pakken op de wijze die hem geraden voorkomt. Het besluit over te gaan tot dagvaarden is niet op grond van onjuiste of onvolledige gegevens is genomen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0085 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 042/2009

    Patiënt wordt opgenomen met ernstige, al langer bestaande, pijnklachten aan rug en heup, zeer ernstig gewichtsverlies en algehele malaise. Helaas overlijdt patiënt een week na opname bij abstinerend beleid met adequate pijnstilling zonder dat bij leven een diagnose is gesteld. Uit de obductie blijkt er, na extra onderzoek van de wervelkolom (omdat er geen afwijkingen met het blote oog kunnen worden vastgesteld), een osteomyelitis van L 4 en L5 met destrucie van de tussenwervelschijf met aangrenzend een psoasabces links te bestaan. Doorsneden van het beenmerg elders lumbaal blijken ook osteomyelitis te tonen. Tevens is door het psoasabces de aorta aangetast, nabij de bifurcaiteprothese. In de rechterlong is sprake van een actieve pneumonie en links een organiserende pneumonie. Hebben verweerders (AIOS interne geneeskunde en internist) patiënt adequate medische zorg onthouden waardoor hij is overleden ? Had er met name eerder vocht en of voedsel toegediend moeten worden en had er eerder een PET scan gemaakt moeten worden om eerdere behandeling mogelijk te maken? Het college oordeelt dat verweerders de algehele toestand van patiënt zorgvuldig hebben bewaakt in samenspraak met elkaar, verpleging, diëtist en consulterende specialisten als orthopeed en internist ouderenzorg. Patiënt was niet uitgedroogd bij de opname en is blijkens bloeduitslagen en statusvoering nauwlettend gevolgd. Toen het nodig was is behandeld met breedspectrum antibiotica, zuurstof en is onmiddellijk gestart met een vochtinfuus voor rehydratie. Er is niet gebleken dat dit eerder noodzakelijk was. Sondevoeding is, met name in verband met het risico op aspiratie, in verband met de onrust van patiënt terecht achterwege gelaten. Ook bij hun onderzoek hebben verweerders voortvarend en zorgvuldig gehandeld. Zij hebben kennis genomen van onderzoeken die in de maanden daarvoor waren gedaan. Naast laboratoriumonderzoek hebben zij röntgenonderzoeken, een MRI scan en een beenmergpunctie laten doen. Alles eveneens in nauw overleg met betrokken disciplines. De met spoed aangevraagde MRI scan was, mede gelet op een kort voor opname uitgevoerd CT onderzoek, waarbij tevens was vergeleken met eerdere onderzoeken en scans, een meer voor de hand liggende keuze voor de werkdiagnose maligniteit dan wel infectueuze oorzaak, dan een (door klagers gewenste) PET scan, zeker ook in verband met de onrust van de patiënt: een PET scan vereist immers een meer coöperatieve patiënt. Het college is bovendien van oordeel dat een PET scan uiteindelijk geen wezenlijk verschil voor de behandeling had gemaakt omdat de hierbij mogelijk aan het licht gekomen activiteit bij de ontstekingsgebieden geen antwoord zou hebben gegeven op de vraag of er sprake was van een ontsteking dan wel een maligniteit. Nu ook hierbij zeker nader onderzoek noodzakelijk zou zijn geweest middels punctie of aanvullende MRI-scan, is een eerdere diagnose en daarmee snellere behandeling onaannemelijk. De klachten zijn dan ook als ongegrond afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0086 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 091/2009

    Patiënt wordt opgenomen met ernstige, al langer bestaande, pijnklachten aan rug en heup, zeer ernstig gewichtsverlies en algehele malaise. Helaas overlijdt patiënt een week na opname bij abstinerend beleid met adequate pijnstilling zonder dat bij leven een diagnose is gesteld. Uit de obductie blijkt er, na extra onderzoek van de wervelkolom (omdat er geen afwijkingen met het blote oog kunnen worden vastgesteld), een osteomyelitis van L 4 en L5 met destrucie van de tussenwervelschijf met aangrenzend een psoasabces links te bestaan. Doorsneden van het beenmerg elders lumbaal blijken ook osteomyelitis te tonen. Tevens is door het psoasabces de aorta aangetast, nabij de bifurcaiteprothese. In de rechterlong is sprake van een actieve pneumonie en links een organiserende pneumonie. Hebben verweerders (AIOS interne geneeskunde en internist) patiënt adequate medische zorg onthouden waardoor hij is overleden ? Had er met name eerder vocht en of voedsel toegediend moeten worden en had er eerder een PET scan gemaakt moeten worden om eerdere behandeling mogelijk te maken? Het college oordeelt dat verweerders de algehele toestand van patiënt zorgvuldig hebben bewaakt in samenspraak met elkaar, verpleging, diëtist en consulterende specialisten als orthopeed en internist ouderenzorg. Patiënt was niet uitgedroogd bij de opname en is blijkens bloeduitslagen en statusvoering nauwlettend gevolgd. Toen het nodig was is behandeld met breedspectrum antibiotica, zuurstof en is onmiddellijk gestart met een vochtinfuus voor rehydratie. Er is niet gebleken dat dit eerder noodzakelijk was. Sondevoeding is, met name in verband met het risico op aspiratie, in verband met de onrust van patiënt terecht achterwege gelaten. Ook bij hun onderzoek hebben verweerders voortvarend en zorgvuldig gehandeld. Zij hebben kennis genomen van onderzoeken die in de maanden daarvoor waren gedaan. Naast laboratoriumonderzoek hebben zij röntgenonderzoeken, een MRI scan en een beenmergpunctie laten doen. Alles eveneens in nauw overleg met betrokken disciplines. De met spoed aangevraagde MRI scan was, mede gelet op een kort voor opname uitgevoerd CT onderzoek, waarbij tevens was vergeleken met eerdere onderzoeken en scans, een meer voor de hand liggende keuze voor de werkdiagnose maligniteit dan wel infectueuze oorzaak, dan een (door klagers gewenste) PET scan, zeker ook in verband met de onrust van de patiënt: een PET scan vereist immers een meer coöperatieve patiënt. Het college is bovendien van oordeel dat een PET scan uiteindelijk geen wezenlijk verschil voor de behandeling had gemaakt omdat de hierbij mogelijk aan het licht gekomen activiteit bij de ontstekingsgebieden geen antwoord zou hebben gegeven op de vraag of er sprake was van een ontsteking dan wel een maligniteit. Nu ook hierbij zeker nader onderzoek noodzakelijk zou zijn geweest middels punctie of aanvullende MRI-scan, is een eerdere diagnose en daarmee snellere behandeling onaannemelijk. De klachten zijn dan ook als ongegrond afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0084 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09119

    Klager klaagt erover dat verweerder onvoldoende aandacht heeft voor een goede registratie van de door hem voorgeschreven medicijnen, waardoor medicijnen ten onrechte zijn voorgeschreven en niet aan de juiste persoon zijn verstrekt, en dat verweerder hem onheus heeft bejegend en niet serieus heeft genomen. Verweerder heeft gemotiveerd verweerder gevoerd. Het college is van oordeel dat de dossiervorming onvolledig en onjuist is. Uit het dossier blijkt niet wat de achterliggende reden van het voorschrijven van de medicatie is geweest. Het is niet aannemelijk geworden dat er een consult aan klager heeft plaatsgevonden. In zoverre is de klacht gegrond. Voor het overige zal het college de klachten afwijzen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0091 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09181c

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0080 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09180a

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0087 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09228

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0081 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09181b

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0088 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09230

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0082 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 0948

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0089 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09231

  • ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0083 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09118

    Klaagster verwijt verweerder dat hij onvoldoende aandacht aan haar heeft besteed, geen lichamelijk onderzoek heeft gedaan toen zij bij hem kwam met klachten over haar dikker wordende buik en niet heeft gediagnosticeerd dat klaagster lijdt aan de ernstige ziekte Myelofibrose. Verweerder heeft gemotiveerd verweerder gevoerd. Het college is van oordeel dat verweerder naast het aanvragen van onderzoeken ook lichamelijk onderzoek bij klaagster had moeten doen. Ook had verweerder aandacht moeten besteden aan het hematoom op de rechterborst van klaagster. Het college verklaart dit gedeelte van de klacht gegrond en wijst de klachten voor het overige af: waarschuwing.