Zoekresultaten 42921-42940 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0659 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/974
- Datum publicatie: 02-09-2011
- Datum uitspraak: 16-08-2011
- ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0659
Koop. De notaris heeft slechts gecontroleerd of de gehele koopsom ontvangen was op het moment van ondertekenen van de akte, maar hij heeft nagelaten om te controleren van wie het geld afkomstig was. Naderhand bleek dat een groot gedeelte van de koopsom niet van de koper kwam. De Kamer is van oordeel dat de notaris bij het passeren van de akte van dit feit op de hoogte had moeten zijn. Doordat de notaris niet op de hoogte was, zijn relevante vragen, zoals of het een schenking of een lening betrof, achterwege gebleven. Gelet op de financiële zekerheid die het notariaat dient te bieden, één van de peilers van het notariaat, rekent de Kamer de notaris dit zwaar aan en legt de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1372 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.072
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1372
Klacht tegen gynaecoloog die bij klaagster laporoscopisch een cyste heeft verwijderd en betrokken is geweest bij een later dezelfde dag in verband met een nabloeding verrichtte laparotomie, waarbij onder meer een scheur in het mesenterium van de dunne darm is gehecht. Klacht afgewezen door het Regionaal Tuchtcollege. Hoger beroep ongegrond. De gynaecoloog is tuchtrechtelijk geen verwijt te maken ter zake van de uitvoering van de laparotomie. Niet komen vast te staan dat sprake is geweest van een langdurig zuurstoftekort bij klaagster voorafgaand aan dan wel tijdens laparotomie. Geen aanleiding voor het oordeel dat de gynaecoloog de scheur in het mesenterium niet zelf had mogen hechten. Voorts kan de gynaecoloog niet worden verweten dat zij na de laparotomie te lang heeft gewacht met het betrekken van een chirurg bij de beoordeling van klaagster, dan wel dat zij eerder had moeten (laten) ingrijpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1385 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.344
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1385
Klaagster heeft geen afscheid van echtgenoot kunnen nemen. Ze verwijt de verpleging dat die niet gewaarschuwd heeft toen er sprake was van ritmestoornissen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat bij gebreke van specifieke afspraak als algemene regel geldt waarschuwen bij “verslechtering van de situatie” . Hoewel hier op een gegeven moment sprake van was mocht de verpleging in het onderhavige geval in redelijkheid tot het oordeel komen dat het niet noodzakelijk was om klaagster te waarschuwen. Vervolgens werden ze overvallen door de “reanimatie situatie” en is klaagster pas gewaarschuwd toen het mogelijk was om een verpleegkundige bij patiënt weg te laten gaan. Klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt in beroep, zij het met een enigszins aangepaste overweging en met weglating van een overweging ten overvloede, het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1379 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.194
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1379
Klacht van klager, in militaire dienst in opleiding tot officier bij de KMA, tegen psychiater die een Incidenteel Geneeskundig Onderzoek (IGO), heeft uitgevoerd, waarbij geconcludeerd werd tot een stoornis van Asperger. Op basis hiervan werd klager arbeidsongeschikt verklaard. Vervolgens is aan klager gerapporteerd dat hij dienstongeschikt was. Klager heeft daar bezwaar tegen gemaakt en heeft verzocht om een her-MGO. Ondanks bezwaren van klager, is dit her-MGO door de psychiater afgenomen. De psychiater heeft de diagnose PDD-NOS gesteld. Het ontslag van klager uit de dienst is op basis van de rapportage van de psychiater gehandhaafd. In eerste aanleg is een berisping opgelegd. Het hoger beroep wordt verworpen. De psychiater kan als arts als bij het IGO betrokken onderzoeker kan worden aangemerkt. Het Centraal Tuchtcollege is verder van oordeel dat de arts zich in de bijzondere omstandigheden van dit geval zich niet kan beroepen op de militaire regelgeving om zich te onttrekken aan de voor hem als arts eveneens geldende gedragsregels. Het Regionaal Tuchtcollege heeft terecht geoordeeld dat de arts het her-MGO niet had mogen uitvoeren bij klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1373 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.073
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1373
Klacht tegen chirurg die betrokken is geweest bij een bij klaagster verrichtte laparotomie, waarbij onder meer een scheur in het mesenterium van de dunne darm is gehecht. Klacht afgewezen door het Regionaal Tuchtcollege. Hoger beroep ongegrond. Ook indien ervan wordt uitgegaan dat de lengte van de scheur 10 a 15 cm bedroeg, bracht dit in de gegeven omstandigheden niet mee dat de chirurg zijn achterwacht had moeten vragen in huis te komen dan wel een ander beleid had moeten adviseren. Voorts geen aanleiding voor het oordeel dat ten aanzien van de vitaliteit van de darm onvoldoende overleg heeft plaatsgevonden tussen de chirurg en zijn achterwacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1386 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.345
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1386
Klaagster heeft geen afscheid van echtgenoot kunnen nemen. Ze verwijt de verpleging dat die niet gewaarschuwd heeft toen er sprake was van ritmestoornissen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat bij gebreke van specifieke afspraak als algemene regel geldt waarschuwen bij “verslechtering van de situatie” . Hoewel hier op een gegeven moment sprake van was mocht de verpleging in het onderhavige geval in redelijkheid tot het oordeel komen dat het niet noodzakelijk was om klaagster te waarschuwen. Vervolgens werden ze overvallen door de “reanimatie situatie” en is klaagster pas gewaarschuwd toen het mogelijk was om een verpleegkundige bij patiënt weg te laten gaan. Klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt in beroep, zij het met een enigszins aangepaste overweging en met weglating van een overweging ten overvloede het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1367 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.304
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1367
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1380 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.295
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1380
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1374 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.108
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1374
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1387 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.346
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1387
Klaagster heeft geen afscheid van echtgenoot kunnen nemen. Ze verwijt de verpleging dat die niet gewaarschuwd heeft toen er sprake was van ritmestoornissen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat bij gebreke van specifieke afspraak als algemene regel geldt waarschuwen bij “verslechtering van de situatie” . Hoewel hier op een gegeven moment sprake van was mocht de verpleging in het onderhavige geval in redelijkheid tot het oordeel komen dat het niet noodzakelijk was om klaagster te waarschuwen. Vervolgens werden ze overvallen door de “reanimatie situatie” en is klaagster pas gewaarschuwd toen het mogelijk was om een verpleegkundige bij patiënt weg te laten gaan. Klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt in beroep, zij het met een enigszins aangepaste overweging en met weglating van een overweging ten overvloede het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1368 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.305
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1368
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1381 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.302
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1381
Klager klaagt over de door de bedrijfsarts tijdens een keuringsonderzoek gehanteerde formulieren waarin onder andere klager een ongerichte medische machtiging dient te ondertekenen voor het opvragen van informatie bij de curatieve sector. Tevens klaagt klager over de werkwijze van de arts waarbij klager een blanco onderzoeksrapportage voor gezien en gehoord dient te ondertekenen. Het RTG wijst de klachten af. Het CTG acht de klachten gegrond maar ziet af van het opleggen van een maatregel gelet op de gangbare praktijk binnen de werkgever van de arts.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1375 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.178
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1375
De aangeklaagde psychotherapeut is werkzaam bij een behandelinstituut voor huiselijk geweld. De psychotherapeut is de behandelaar van de echtgenoot van klaagster geweest (daderhulpverlening). In die hoedanigheid is hij in een aantal gesprekken betrokken geweest bij de behandeling van klaagster. Klaagster was zelf onder behandeling van een gz-psycholoog werkzaam bij dezelfde instelling. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij: a. onvoldoende de ernst van de situatie van huiselijk geweld waarin klaagster en haar kinderen leefden heeft onderkend, daardoor niet de juiste hulp heeft geboden en daarmee klaagster en haar kinderen onnodige veiligheidsrisico’s heeft laten lopen, b. verkeerde diagnosen bij klaagster en haar partner heeft gesteld, en c. procedurele fouten heeft gemaakt in strijd met de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO) Het RTG oordeelt klaagster niet-ontvankelijk in de klacht voor zover de klacht gericht is op een onjuiste diagnose bij de echtgenoot van klaagster en heeft de klachten voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1388 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2011.012
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1388
Klaagster is ernstig ziek en genezing is niet meer mogelijk. Zij heeft aangegeven dat ze een beroep op de huisarts wil doen voor het uitvoeren van actieve levensbeëindiging. Klaagster en de huisarts zijn echter tevens buren en tussen de huisarts en de partner van klaagster is een geschil gerezen waardoor de vertrouwensband is verstoord. In geschil is (onder meer) wie de behandelingsovereenkomst heeft beëindigd. Klaagster verwijt de huisarts het opzeggen van de behandelovereenkomst zonder dat daartoe een gewichtige reden bestond, dat de huisarts bij die opzegging onzorgvuldig te werk is gegaan en dat de huisarts het gesprek over de begeleiding van patiënte niet had mogen aangaan indien er toen al irritatie ten opzichte van de partner van patiënte bestond. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing en legt de arts de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1369 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.177
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1369
De aangeklaagde gz-psycholoog is werkzaam bij een behandelinstituut voor huiselijk geweld. Klaagster is door de gz-psycholoog behandeld. De echtgenoot van klaagster was onder behandeling bij een psychotherapeut van dezelfde instelling. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij : a. onvoldoende de ernst van de situatie van huiselijk geweld waarin klaagster en haar kinderen leefden heeft onderkend, daardoor niet de juiste hulp heeft geboden en daarmee klaagster en haar kinderen onnodige veiligheidsrisico’s heeft laten lopen, b. verkeerde diagnosen bij klaagster en haar partner heeft gesteld en c. procedurele fouten heeft gemaakt in strijd met de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO). Het RTG oordeelt klaagster niet-ontvankelijk in de klacht voor zover de klacht gericht is op een onjuiste diagnose bij de echtgenoot van klaagster. De klacht wordt voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing deels en legt de gz-psycholoog de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1382 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.307
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1382
Klacht tegen arts. Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager afgewezen. Niet is gebleken dat de arts klager onheus heeft bejegend. Klager heeft daartegen beroep ingesteld. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1376 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.179a
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1376
Aangeklaagde is gz-psycholoog en psychotherapeut en werkzaam als vestigingshoofd van een behandelinstituut voor huiselijk geweld. Aangeklaagde heeft als gz-psycholoog en psychotherapeut o.m. deel uitgemaakt van een spiegelteam dat zich met de behandeling van klaagster heeft bemoeid. Klaagster was onder behandeling van een gz-psycholoog werkzaam bij dezelfde instelling. De echtgenoot van klaagster was onder behandeling bij een psychotherapeut ook verbonden aan de instelling. Klaagster verwijt aangeklaagde dat hij: a. onvoldoende de ernst van de situatie van huiselijk geweld waarin klaagster en haar kinderen leefden heeft onderkend, daardoor niet de juiste hulp heeft geboden en daarmee klaagster en haar kinderen onnodige veiligheidsrisico’s heeft laten lopen, b. verkeerde diagnosen bij klaagster en haar partner heeft gesteld, c. procedurele fouten heeft gemaakt in strijd met de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO). Het RTG heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1370 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.025
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1370
Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij niet steeds aan haar afschriften heeft verstrekt van datgene dat hij aan de werkgever heeft verstrekt in het kader van haar verzuimbegeleiding door de bedrijfsarts. Voorst verwijt klaagster de bedrijfsarts dat hij niet tijdig heeft voldaan aan het verzoek van haar gemachtigde om toezending van stukken. Het RTG acht beide klachtonderdelen gegrond en legt ter zake een maatregel van waarschuwing op. Het CTG over weegt dat het van belang is dat een werknemer over dezelfde informatie beschikt als die de bedrijfsarts aan de werkgever heeft verstrekt. Aangezien het CTG hier een nieuwe norm introduceert, acht het een maatregel voor dit klachtonderdeel ongegrond. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1383 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.308
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1383
Klager beklaagt zich er over dat de bedrijfsarts in het door hem afgenomen onderzoek de klachten van klager heeft miskend en hem weer arbeidsgeschikt heeft beoordeeld. De bedrijfsarts heeft klager geadviseerd om een second opinion te later afnemen. In eerste aanleg is de klacht afgewezen. In het door klager ingestelde hoger beroep is het beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1377 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.179b
- Datum publicatie: 01-09-2011
- Datum uitspraak: 01-09-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1377
Aangeklaagde is gz-psycholoog en psychotherapeut en werkzaam als vestigingshoofd van een behandelinstituut voor huiselijk geweld. Aangeklaagde heeft als gz-psycholoog en psychotherapeut o.m. deel uitgemaakt van een spiegelteam dat zich met de behandeling van klaagster heeft bemoeid. Klaagster was onder behandeling van een gz-psycholoog werkzaam bij dezelfde instelling. De echtgenoot van klaagster was onder behandeling bij een psychotherapeut ook verbonden aan de instelling. Klaagster verwijt aangeklaagde dat hij: a. onvoldoende de ernst van de situatie van huiselijk geweld waarin klaagster en haar kinderen leefden heeft onderkend, daardoor niet de juiste hulp heeft geboden en daarmee klaagster en haar kinderen onnodige veiligheidsrisico’s heeft laten lopen, b. verkeerde diagnosen bij klaagster en haar partner heeft gesteld, c. procedurele fouten heeft gemaakt in strijd met de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO). Het RTG heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2146
- Pagina: 2147
- Pagina: 2148
- ...
- Pagina: 2408
- Volgende pagina zoekresultaten