Zoekresultaten 42281-42300 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1598 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 10195

    Bedrijfsarts wordt grensoverschrijdend gedrag, schending van zijn beroepsgeheim, onvoldoende informatieverstrekking en niet doorverwijzen verweten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1649 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-218b

    Klaagster verwijt de arts dat hij in zijn advisering aan de IND tekort is geschoten in de jegens haar in acht te nemen zorg. Het rapport voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen. Klacht afgewezen.t

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1599 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/002

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1590 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.131

    De klacht heeft betrekking op de behandeling van klager door de fysiotherapeut. De klacht bestaat uit een vijftal klachtonderdelen: geen deugdelijke praktijkvoering, geen deugdelijke verslaglegging, eenzijdig beëindigen behandelrelatie, indruk gewekt dat er sprake was van andersoortige relatie dan professionele en plaatsvinden van seksuele handelingen. Klager heeft eerder een klacht ingediend tegen verweerder maar heeft deze destijds ingetrokken. Het RTG heeft overwogen dat klager misbruikt maakt van zijn bevoegdheid tot klagen door opnieuw te klagen op basis van hetzelfde feitencomplex en oordeelt tot niet-ontvankelijkheid met publicatie. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1591 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.199

    Klaagster verwijt de cardioloog dat hij een informatie- en voorlichtingsverplichting heeft geschonden door niet de mogelijkheid van plaatsing van een ICD met de patiënt te bespreken. Voorts stelt zij dat de cardioloog zijn zorgplicht heeft geschonden door na te laten nader onderzoek te verrichten naar aanleiding van de klachten van de patiënt bij gelegenheid van de laatste controle. Tot slot stelt klaagster dat de bejegening van de nabestaanden onzorgvuldig is geweest. Het Regionaal College heeft geoordeeld dat de cardioloog zijn informatieverplichting jegens de patiënt niet heeft geschonden, nu plaatsing van een ICD niet geïndiceerd was. Bij het laatste poliklinische contact heeft patiënt er melding van gemaakt drie keer een onrustig gevoel te hebben gehad, maar omdat er geen hartkloppingen, duizeligheid of wegrakingen waren geweest, mocht de cardioloog ervan uitgaan dat – op dat moment – geen sprake was van hartfalen. Ten aanzien van de bejegening oordeelt het Regionaal College dat, gelet op de terughoudendheid die dient te worden betracht bij de beoordeling van het feitelijk verloop van de communicatie verschil van mening bestaat, niet is komen vast te staan dat verweerder zich onprofessioneel heeft uitgelaten en dat hem derhalve van het onbevredigend verlopen van het gesprek geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Plaatsing van een ICD bij patiënt was niet geïndiceerd. Voorts is niet gebleken dat de cardioloog de klachten van de patiënt onvoldoende serieus genomen heeft, of dat hem schending van zijn zorgplicht kan worden verweten. Daarbij is mede van belang dat het acute incident dat de patiënt kort na zijn bezoek aan de cardioloog heeft getroffen zich helaas slecht voorzienbaar is, en dat eventueel nader onderzoek ten tijde van – of kort na – de controle op 18 december 2007 weinig voorspellende waarde zou hebben gehad ten aanzien van de hartstilstand die de patiënt op eerste kerstdag 2007 heeft getroffen. Met betrekking tot het verwijt dat de cardioloog de nabestaanden onheus of onzorgvuldig heeft bejegend gedurende een gesprek op 10 maart 2009 overweegt het Centraal Tuchtcollege dat op basis van het onderzoek ter zitting voldoende aannemelijk is geworden dat de uitlatingen van de cardioloog niet krenkend bedoeld waren, maar dat hij met de aangehaalde voorbeelden heeft bedoeld de onvoorspelbaarheid van dergelijk cardiologisch lijden te verduidelijken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1592 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 239/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen tandarts, ingetrokken maar verweerder wenst voorzetting van de behandeling. Verweerder heeft niet gehandeld in zijn hoedanigheid van tandarts. Klaagster niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1593 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 044/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen psychiater. Klager, verblijvend in een TBS-instelling, beklaagt zich onder meer over het voorschrijven van risperidon bij een autisme- en persoonlijkheidsstoornis en overplaatsing na een door hem veroorzaakt incident. Klacht als kennelijk ongegrond in raadkamer afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1588 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2011.051

    Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door met de vader van de kinderen van klaagster niet alleen over de kinderen te praten maar ook over de medische situatie van klaagster. Klaagster stelt dat de huisarts het vertrouwen van klaagster misbruikt, de opinies van specialisten willens en wetens naast zich neer legt en vast heeft gehouden aan haar ongefundeerde en zeer afwijkende opinie. Het is aan het Regionaal Tuchcollege niet gebleken dat de huisarts haar beroepsgeheim heeft geschonden door met de ex-echtgenoot over de medische situatie van klaagster te spreken. Uit het dossier blijkt dat de huisarts terecht aan de ex-echtgenoot informatie omtrent de kinderen heeft verstrekt, nu deze na de echtscheiding het ouderlijk gezag had behouden. Dat zij informatie over klaagster zelf aan de ex-echtgenoot heeft verstrekt betwist de huisarts, en klaagster heeft dit niet kunnen aantonen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1589 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2011.085

    Klaagster is woonachtig in de Bondsrepubliek Duistland en is niet als patiënt ingeschreven in de praktijk van de huisarts. Op enig moment heeft klaagster de praktijk van de huisarts bezocht met het verzoek om onderzoek naar een blaasontsteking. Er waren geen aanwijzingen voor een spoedeisende situatie en de huisarts heeft klaagster gevraagd vooraf contant het passantentarief te betalen voordat hij haar zou behandelen. Klaagsters klacht houdt in dat de huisarts heeft geweigerd klaagster te behandelen en dat hij dat niet had mogen weigeren. Het RTG wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2011:YC0731 Kamer van toezicht Amsterdam 476855/NT 10-34 B

    Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de notaris is afgeweken van de aan hem gegeven opdracht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2011:YC0732 Kamer van toezicht Amsterdam 483961/NT 11-10 J

    Kandidaat-notaris heeft een fout gemaakt door in strijd met de opdracht een bedrag uit te keren in plaats van in depot te houden. Notaris is daarvoor verantwoordelijk. Nu de notaris heeft nagelaten om de gevolgen van de fout te herstellen, heeft hij niet gehandeld zoals van een redelijk handelend notaris mocht worden verwacht. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRLEE:2011:YA2240 Raad van Discipline Leeuwarden 50/11 91/11

    De deken heeft een drietal bezwaren tegen verweerder ter kennis van de raad gebracht. Alle bezwaren houden in dat verweerder tijdens zijn schorsing werkzaamheden heeft verricht die tot het werkgebied van een advocaat behoren. De raad heeft één bezwaar ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat het verweerder was die in een telefonisch onderhoud met de secretaresse van de advocaat van een wederpartij vragen heeft beantwoord over een processtuk uit het dossier. Ten aanzien van de overige twee dekenbezwaren heeft de raad het volgende overwogen. Vast is komen te staan dat verweerder in de maand mei 2011 meermalen telefonisch contact heeft gehad met de advocaat van een wederpartij over een lopend dossier waarbij het geheel van de zaak, de achtergrond, de opzet en de noodzaak van een procedure aan de orde zijn geweest. Verweerder heeft de advocaat om toezending van stukken gevraagd en heeft hem een brief in het vooruitzicht gesteld. De raad heeft geoordeeld dat deze contacten niet anders kunnen worden gekwalificeerd dan als de werkzaamheden van een advocaat, waarmee verweerder in strijd met de hem opgelegde schorsing heeft gehandeld. Dat verweerder bij deze contacten, naar hij stelt, zou hebben geput uit zijn kennis van het dossier uit het verleden, maakt dat niet anders. Voorts is komen vast te staan dat verweerder in het kader van een hoger beroepprocedure waarin hij de belangen van een cliënte behartigde, na het ingaan van zijn schorsing een bespreking heeft gehad met die cliënte ter voorbereiding van het pleidooi dat in die zaak zou plaatsvinden. Verweerder heeft aantekeningen van dat gesprek gemaakt ten behoeve van de pleitnota en heeft gesteld dat hij zijn kantoorgenoot heeft geadviseerd over het opstellen daarvan. Ook heeft hij het arrest van het hof met de cliënte besproken, waarbij de mogelijkheid van het vragen van een cassatieadvies aan de orde is geweest. Verweerder heeft ontkend dat hij de pleitnota en de notitie ten behoeve van het vragen van cassatieadvies zelf heeft opgesteld, maar de raad acht die ontkenning niet geloofwaardig in het licht van de brieven van zijn kantoorgenoot aan de cliënte waarin deze onder meer heeft vermeld dat de afspraken die verweerder met de cliënte had gemaakt, niet inhielden dat van hem, de kantoorgenoot, "enige activiteit" werd verlangd. De raad heeft geoordeeld dat verweerder - ook in het geval hij de pleitnota en de notitie ten behoeve van de cassatie niet zelf heeft geschreven - aldus werkzaamheden heeft verricht die behoren tot het werkgebied van de advocaat. De raad heeft beide bezwaren gegrond verklaard en verweerder mede gezien de lange lijst met tuchtrechtelijke veroordelingen, waaronder de hem recentelijk opgelegde langdurige onvoorwaardelijk schorsing, de maatregel van schrapping van het tableau opgelegd.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0213 Accountantskamer Zwolle 11/952 Wtra AK

    Elk jaar dat de accountant een jaarrekening voor zijn client samenstelt, rusten op hem (opnieuw) de verplichtingen voortvloeiende uit de NVCOS. Indien hij daarbij steeds weer dezelfde fout maakt, dan vangt de drie- en zesjarige verjaringstermijn na ommekomst c.q. bekendheid van/met elke fout voor die fout opnieuw aan. Voor zover al juist zou zijn dat de client in strijd met boek 2, titel 9 BW de opdracht heeft gegeven geen enkelvoudige jaarrekening op te stellen, dat had op de accountant de verplichting gelegen zijn client op diens wederrechtelijke gedrag te wijzen en hem te adviseren anders te handelen en dat schriftelijk vast te leggen. Op de accountant die de jaarrekening samenstelt ligt in bijzondere gevallen de verplichting om te beoordelen of een bepaalde handelsactiviteit van zijn client wel met BTW is belast. In casu mocht hij echter op een bij de client gehouden fiscaal onderzoek vertrouwen, waarbij geen opmerkingen waren gemaakt dat voor de betrokken handelsactiviteit ten onrechte BTW-plichtigheid was aangenomen

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0214 Accountantskamer Zwolle 10/1982 Wtra AK

    Betrokkene is als bestuurder van een vereniging van eigenaren opgetreden en kan voor de uitoefening daarvan tuchtrechtelijk aangesproken worden. Tegen bedreigingen van zelftoetsing en eigen belang zijn door betrokkene afdoende waarborgen genomen. Ten onrechte heeft betrokkene aangenomen dat op een coöperatieve vereniging geen verplichting rust een jaarrekening te publiceren. Art. 2:360, derde lid BW is niet op een coöperatie van toepassing

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0215 Accountantskamer Zwolle 11/353 Wtra AK

    Onzorgvuldig bindend advies

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1587 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2011.022

    Klaagster klaagt over wijze waarop huisarts haar dementerende moeder medisch begeleidt. Het verwijt is o.a. het tegen de wil van moeder toedienen van een griepprik en het weigeren met klaagster te spreken over de medische toestand van moeder. Aan de orde is de vraag of de ruim geformuleerde machtiging van moeder aan klaagster toereikend is nu de andere dochters meer specifiek gemachtigd zijn en of klaagster wel als rechtstreeks belanghebbende kan gelden. Het RTG oordeelt klaagster deels niet-ontvankelijk en wijst de overige klachten af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA2322 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 91 - 2011

    Indien, zoals verweerder stelt, de betreffende factuur geen betrekking had op de door klaagster gestelde prijsafspraak voor de gehele zaak, betekent dit dat door verweerder nog niet verrichte werkzaamheden bij klaagster in rekening zijn gebracht, wat verweerder tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. Het vorderen van een wettelijke verhoging staat het vorderen van de wettelijke rente over de hoofdsom niet in de weg. Niet gebleken dat verweerder eventuele verdelingskosten voor klaagster inzichtelijk heeft gemaakt en de beslissing om met inachtneming daarvan al dan niet tot incasso over te gaan aan haar heeft voorgelegd. Hoewel een cliënt zelf tot aanvraag van peiljaarverlegging dient over te gaan, mag van een advocaat worden verwacht dat hij zijn cliënt op deze mogelijkheid wijst en zijn cliënt daarin adviseert. Nadat vonnis is gewezen onvoldoende adequaat gehandeld, en ten onrechte nagelaten op verzoek van zijn cliënte de executie van het vonnis ter hand te nemen. Klacht over trage afhandeling ten onrechte aangegrepen om werkzaamheden te beëindigen. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij zijn cliënt uitlegt hoe op grond van een proceskostenveroordeling aan hem betaalde proceskosten zich verhouden tot hetgeen hij aan zijn cliënt in rekening heeft gebracht. Klacht gegrond; onvoorwaardelijke schorsing 14 dagen

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2235 Raad van Discipline Arnhem 11-123

    De klacht behelst het verwijt, dat verweerster niet tijdig een deskundigenrapport heeft opgevraagd en in de procedure bij de Centrale Raad van Beroep heeft overgelegd. De klacht mist feitelijke grondslag. Uit het dossier blijkt dat met de voorgangster van verweerster een andere afspraak is gemaakt en niet gebleken is dat klager na overname van de zaak door verweerster op die afspraak is teruggekomen. Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2236 Raad van Discipline Arnhem 11-44

    Klaagster had een verklaring afgelegd ten behoeve van een zakelijke relatie, cliënt van verweerder. Toen die relatie ten einde kwam heeft klaagster die verklaring in willen trekken. Verweerder heeft daar niet aan mee willen werken. Klaagster verwijt hem dat. Klacht kennelijk ongegrond omdat de verklaring was ingebracht door de cliënt van verweerder, verweerder af mocht gaan op de juistheid daarvan zolang hem niet van onjuistheid was gebleken, de door klaagster beweerde onjuistheid alleen gelegen was in de door haar in die verklaring aangenomen hoedanigheid, terwijl verweerder alvorens een besluit omtrent klaagsters verzoek te nemen advies heeft ingewonnen bij de deken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1583 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 134/2010

    Klacht tegen chirurg. Rol als assistent-supervisor bij operatie. Niet gekeken naar markering darmtumor met OI-inkt. Operateur neemt niet zelf kennis van PA-verslag. College uit zorgen over gefragmenteerde zorg in ziekenhuis. Ongegrond en publicatie.