Zoekresultaten 41661-41680 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3904 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3933/12.67

    Klager beklaagt zich, kort gezegd, over het feit dat de advocaat van de wederpartij, wetende dat er een gebrek kleefde aan de grosse waaraan de executoriale titel in de betreffende procedure werd ontleend, toch doorgegaan is met de reeds gestarte executoriale incasso- en/of beslagmaatregelen. Niet aannemelijk is geworden dat de advocaat tegen beter weten in de executiemaatregelen heeft doorgezet, terwijl in de gegeven omstandigheden de advocaat geen nader onderzoek hoefde te doen naar de authenticiteit van de executoriale titel. De raad heeft daarbij van belang geacht dat niet aannemelijk is geworden dat verweerster betrokken is geweest bij de zaak op het moment dat haar cliënte het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen inschakelde en de advocaat haar cliënte niet ter zake heeft geadviseerd. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1823 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 199/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt hem dat hij haar met een kluitje in het riet heeft gestuurd en dat hij haar te laat heeft doorverwezen naar een cardioloog. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0040 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0112

    Twee keer als D-bedrijf aanvoeren van varkens van meer dan zes bedrijven binnen een periode van zestien weken. Een leverancier vroeg om hulp, zijn stallen waren vol en hij zat omhoog met een partij biggen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat, hoezeer het ook sympathiek is om een ander te helpen, dit niet gepaard mag gaan met gezondheidsrisico’s voor dieren en daarmee voor de gehele sector. Het verweer dat de partij biggen van 19 december 2010 maar kort op het bedrijf is geweest, houdt geen stand; het gaat om de contactmomenten, in dit geval het aantal aanvoeren binnen 16 weken, waarbij het grootste risico wordt gelopen juist op het moment dat er nieuwe varkens binnenkomen. De duur van de aanhoudperiode speelt geen rol. Het Tuchtgerecht legt de standaard sanctie op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG1824 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1178

    Klager verwijt de psychiatrisch verpleegkundige dat zij hem het recht op een eigen mening heeft ontnomen doordat hij niet met andere cliënten over zijn gewonnen klachtenprocedure mag spreken. Voorts klaagt klager erover dat verweerster heeft gezegd dat hij dreigend is, maar daarvan op verzoek geen voorbeeld kan geven. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0041 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0212

    Twee keer als B-bedrijf aan meer dan zes D-bedrijven varkens afvoeren binnen een periode van zes weken, alsmede als B-bedrijf aan meer dan twaalf D-bedrijven afvoeren in een periode van vier maanden. De overtredingen waren het gevolg van de beperkte afvoermogelijkheden door de verminderde vraag op de markt, in de startfase nadat de klant was overgenomen van een andere handelaar. Over de oplossing die betrokkene heeft gekozen – de keuze voor een extra afvoeradres – oordeelt het Tuchtgerecht dat in plaats van deze afweging te maken, betrokkene contact had kunnen opnemen met het Productschap voor de mogelijkheden van een tijdelijke ontheffing. Dat heeft hij nagelaten. Het probleem lijkt nu te zijn opgelost door het werken met een vaste afnemer. Het Tuchtgerecht legt de standaard sanctie op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1822 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 200/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen cardioloog betreffende onderzoek en diagnostiek. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0151 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0112

    In het derde kwartaal van 2011 is niet voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij afspraken heeft gemaakt met de dierenarts over AI-bloedonderzoek. Er is ook op het formulier bijgeschreven en doorgestreept, door wie weet hij niet. Het Tuchtgerecht oordeelt echter dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk blijft voor de juiste naleving van de verordening op zijn bedrijf. Ook was er na de uitslag nog tijd geweest voor het nemen van nieuwe monsters in het derde kwartaal. Bij het bepalen van de hoogte van de boete houdt het Tuchtgerecht rekening met het feit dat er vanuit de sturende instanties – de dierenartspraktijk en de GD – op het inzendformulier en op het formulier uitslag laboratoriumonderzoek onduidelijkheid is gecreëerd. Anderzijds zijn aan betrokkene in juni 2011 twee voorwaardelijke boetes opgelegd. De huidige overtreding heeft plaatsgevonden binnen de proeftijd van twee jaar. Daarom wordt nu een onvoorwaardelijke geldboete opgelegd en wordt ook de voorwaardelijke geldboete uit 2011 ten uitvoer gelegd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0152 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0212

    In het tweede kwartaal van 2011 is niet voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza. Ook overtredingen, mede door toedoen van derden (in dit geval de dierenarts), komen voor rekening van betrokkene; hij is als ondernemer te allen tijde verantwoordelijk voor de juiste naleving van de verordening op zijn bedrijf. Betrokkene dacht dat niet alle bloedonderzoeken uitgevoerd hoefden te worden, omdat de kippen niet het hele jaar buiten waren geweest. Het voorschrift om elk kwartaal te monitoren hangt echter af van de registratie als vrije uitloop ondernemer, niet van de tijd dat de dieren daadwerkelijk buiten hebben gelopen. Bij pluimveebedrijven die over een vrije uitloop beschikken is het risico op besmetting met Aviaire influenza groter dan bij pluimveebedrijven die niet over een vrije uitloop beschikken. Daarom worden deze risicobedrijven vaker onderzocht.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0153 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0312

    Betreft het tweemaal niet voldoen aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza (AI). Het maakt niet uit dat de stal in het vierde kwartaal een groot deel van de drie maanden leeg was; vanwege het vergrote risico op besmetting met AI als vrije uitloop ondernemer dient men elk kwartaal te monitoren. Er bestaat de mogelijkheid om bij het Productschap ontheffing aan te vragen; dat heeft betrokkene niet gedaan. De nieuwe hennen die in december kwamen waren bij de broederij gecheckt op AI; de monitoring is echter bedrijfsgebonden en niet koppelgebonden. Het gaat namelijk juist om het vergrote infectierisico dat kan optreden op het vrije uitloopbedrijf. Gelet op onder meer de onduidelijkheid over het al dan niet ontvangen van een brief van het Productschap, komt het Tuchtgerecht tot een schuldigverklaring zonder oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0154 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0412

    In het tweede en in het derde kwartaal van 2011 is niet voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza. De uitslag van een AI-onderzoek, in het derde kwartaal uitgevoerd bij de opfokker, voldoet niet; de monitoring is bedrijfsgebonden en niet koppelgebonden. Het gaat namelijk juist om het vergrote infectierisico dat kan optreden op het vrije uitloopbedrijf. Na de tweede waarschuwingsbrief van het Productschap is in het derde kwartaal wederom geen AI-onderzoek uitgevoerd. Dat wordt betrokkene aangerekend. Het Tuchtgerecht legt een – deels voorwaardelijke – geldboete op.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG1821 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1072

    Tandarts, niet zijnde de directe behandelaar, wordt als eindverantwoordelijke van de behandelend tandarts verweten dat patiënte vijf jaar lang een niet goed geplande en ondeskundig uitgevoerde orthodontische behandeling heeft ondergaan, waardoor opnieuw een orthodontische behandeling en een operatieve kaakcorrectie onverm ijdelijk was . Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG1819 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2010/98

    Klager verwijt de arts dat zij heeft nagelaten om objectieve en deugdelijke medische onderzoeken te verrichten. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1815 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.314

    Klacht tegen waarnemend huisarts. Bij afwezigheid van de eigen huisarts is klaagster met klachten van tintelingen en doof gevoel in beide benen en rechterarm gezien door de waarnemend huisarts die haar, na overleg met een neuroloog, naar huis heeft gestuurd. Klaagster verwijt de arts haar klachten niet serieus te hebben genomen. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1809 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.053

    Klacht tegen huisarts, werkzaam als inrichtingsarts in een penitentiaire inrichting. Klager is gedetineerd en verwijt de arts onvoldoende rekening te hebben gehouden met zijn beperkingen bij het bepalen van zijn arbeidsgeschiktheid. Hij verwijt de arts daarbij de rollen van huisarts en controlearts onvoldoende gescheiden te hebben gehouden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG1820 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2011/02

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager verwijt verweerster het niet tijdig indienen van een Pro-Justitia rapportage, met als gevolg dat hij hier pas een dag voor de strafzitting kennis van heeft kunnen nemen en zich aldus onvoldoende op de zitting kon voorbereiden. Daarnaast stelt klager dat de rapportage onzorgvuldig tot stand is gekomen, waardoor er onjuistheden in de rapportage staan. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1816 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.315

    Klacht tegen neuroloog. Bij een consult heeft de arts de klachten van klaagster geduid als een lichte polyneuropathie en klaagster naar de huisarts verwezen voor het beter instellen van diabetes. Klaagster verwijt de arts onzorgvuldig gehandeld te hebben door niet met spoed in te grijpen en haar naar huis te sturen. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0236 Accountantskamer Zwolle 11/556 Wtra AK

    Na het overlijden van betrokkene en daarna het intrekken van de klacht door klager, is er geen grond voor voortzetting van de behandeling van de klacht zodat die wordt gestaakt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1810 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.154

    Klaagster is diverse keren bij de aangeklaagde huisarts op consult geweest met klachten als obstipatie en toenemende buikomvang. Op zekere dag bezoekt zij de huisarts wegens een navelbreuk. Op eigen initiatief is zij vervolgens door een chirurg onderzocht, die na onderzoek tot de conclusie kwam dat sprake was van darmkanker met ernstige uitzaaiingen in de lever. Klaagster verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan naar de klachten en daardoor de werkelijke oorzaak van de klachten te hebben gemist. Het RTG rekent de arts aan dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan en dat hij in de omstandigheden die hij had vastgesteld, geen aanleiding heeft gevonden om klaagster eerder te verwijzen naar een ziekenhuis. In zoverre is de klacht gegrond en wordt de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1817 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.138

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klaagster heeft diverse klachten geuit over de rapportages van de verzekeringsarts. Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege 1) vernietigt de beslissing van het Regionale College ten aanzien van de formulering van het dictum, 2) verklaart de klacht gegrond ten aanzien van de omissie van de arts om klaagster voor de hoorzitting te wijzen op de rol van de verzekeringsarts op een dergelijke zitting en 3) laat het opleggen van een maatregel achterwege.

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0237 Accountantskamer Zwolle 11/1204 Wtra AK

    Klacht na kantoortoetsing over 1) het niet indienen van een verbeterplan, 2) het niet voldaan hebben aan de PE-verplichting, 3) het niet hebben van een adequate beroepsaansprakelijkheidsverzekering en 4) het niet hebben van een adequate waarnemingsregeling. Anders dan betrokkene bepleit, is de voorzitter van de NOvAA ten alle tijde bevoegd te klagen over wat bij de toetsing is gebleken en behoeft niet eerst de bij betrokkene levende bezwaren te worden afgehandeld. Die bezwaren rechtvaardigen evenmin het niet indienen van een verbeterplan en het niet communiceren met de beroepsorganisatie, zodat klacht 1) gegrond. De begeleiding en examentraining van een student die bij betrokkene stage heeft gelopen, leveren voor betrokkene als openbaar accountant geen PE-punten op zodat ook klacht 2) gegrond is. Klacht 3) ongegrond omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de dekking tekortschoot. Voldoende aannemelijk dat betrokkene wel beschikte over een waarnemingsregeling doch die bleek niet voldoende vastgelegd zodat klacht 4) in zoverre gegrond is. Mede gelet op de inspanningen van betrokkene om de geconstateerde tekortkomingen te verbeteren en er vanuit gaande dat betrokkene op korte termijn zal meewerken aan een verbetertraject in de zin van de VPPT wordt volstaan met de maatregelen van geldboete en van tijdelijke doorhaling voor de duur van 2 maanden.