Zoekresultaten 41021-41040 van de 47536 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3908 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3930/12.64
- Datum publicatie: 02-03-2012
- Datum uitspraak: 15-10-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3908
Verweerster heeft in een echtscheidingsprocedure de belangen van beide echtelieden behartigd. Indien een advocaat de belangen van beide partijen behartigt in een dergelijke situatie, dient deze grote zorgvuldigheid te betrachten en zich ervan te vergewissen dat beide partijen de inhoud van een regeling begrijpen. De advocaat dient de partijen er dan duidelijk op te wijzen wat hun wederzijdse marges en mogelijkheden zijn. Daarbij dient de advocaat ervoor te waken dat wanneer één van beiden genoegen neemt met minder dan hem of haar bij formele afwikkeling toe zou komen, deze daarin uitdrukkelijk instemt en zich rekenschap geeft van de gronden waarop hij of zij dat standpunt inneemt. In het algemeen zal het daarbij van belang zijn dat partijen schriftelijk op hun mogelijkheden en hun voorgenomen toegevingen worden gewezen, naast vastlegging van de regeling welke partijen en de gezamenlijke advocaat voor ogen staat. De raad is niet gebleken dat verweerster beide echtelieden gewezen heeft op de consequenties van de door hen gewenste verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Uit de stukken volgt bovendien niet dat verweerster klager gewezen heeft op de noodzaak om de waarde van de aandelen van de onderneming van klager bij helfte te verdelen. Verweerster had de verplichting om de inhoud van de vaststellingsovereenkomst te toetsen en klager en diens ex-echtgenote te wijzen op de mogelijke consequenties van deze overeenkomst. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Maatregel: oplegging van enkele waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3877 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3939/12.73
- Datum publicatie: 02-03-2012
- Datum uitspraak: 19-11-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3877
Klagers hebben op 1 maart 2010 een klacht ingediend tegen verweerder. Na sluiting van het dekenonderzoek is niet aanstonds meegedeeld aan de deken dat de klacht naar de raad moest worden doorgestuurd. Het tijdsverloop tussen het afsluiten van het dossier en de indiening van de klacht acht de raad gerechtvaardigd door bijzondere omstandigheden. De bijzondere omstandigheden houden in dat klagers weliswaar hun gemachtigde gevraagd hebben om de klacht naar de raad te sturen doch dat deze dit niet heeft gedaan door de bedreigingen die verweerder aan het adres van hun gemachtigde heeft geuit en doordat deze zich door verweerder geïntimideerd voelde. Klagers verwijten verweerder dat hij zich niet als een behoorlijk advocaat heeft gedragen door tegen ieder van hen een faillissementsrekest in te dienen bij de rechtbank zonder klagers of een advocaat van zijn voornemen daartoe of de eerste zittingsdatum in kennis te stellen, terwijl verweerder wist, althans behoorde te weten dat klagers door een advocaat werden bijgestaan. Het verweer dat verweerder in de door klagers genoemde zaken niet optreedt als advocaat verwerpt de raad. De raad overweegt dat er geen sprake is van een zuivere advocaat-cliënt relatie tussen verweerder en diens advocaat. Verweerder was als advocaat op de hoogte van de wijze waarop stukken betekend dienden te worden, was bekend met wat het verlenen van verstek daadwerkelijk inhoudt en wist bovendien op welke wijze en op welk adres hij klagers, althans een advocaat, kon bereiken. De klacht wordt gegrond verklaard. Maatregel: een enkele waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3878 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3825/11.227
- Datum publicatie: 02-03-2012
- Datum uitspraak: 19-11-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3878
De klacht die ingediend is tegen de deken waarbij de deken verweten wordt dat deze geen oplossing heeft geboden ter verkrijging van rechtsbijstand om een andere advocaat aansprakelijk te stellen, weigert te komen met een inhoudelijk antwoord op de bevindingen in het onderzoek naar klagers klacht tegen deze advocaat en weigert in een andere lopende klachtprocedure haar bevindingen te vermelden en de klacht naar de Raad van Discipline door te leiden, is bij voorzittersbeslissing deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard. De raad komt in de verzetprocedure niet tot een ander oordeel en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2360 Raad van Discipline Amsterdam 11-131A
- Datum publicatie: 02-03-2012
- Datum uitspraak: 25-01-2012
- ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2360
Klacht eigen advocaat betreffende communicatie, inhoudelijke behandeling zaak en de gedeclareerde uren bij de Raad voor Rechtsbijstand. Bij klacht over onjuist declareren heeft klaagster geen eigen, rechtstreeks belang, nu advocaat haar bijstaat op toevoegingsbasis. Overige klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3904 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3933/12.67
- Datum publicatie: 02-03-2012
- Datum uitspraak: 15-10-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3904
Klager beklaagt zich, kort gezegd, over het feit dat de advocaat van de wederpartij, wetende dat er een gebrek kleefde aan de grosse waaraan de executoriale titel in de betreffende procedure werd ontleend, toch doorgegaan is met de reeds gestarte executoriale incasso- en/of beslagmaatregelen. Niet aannemelijk is geworden dat de advocaat tegen beter weten in de executiemaatregelen heeft doorgezet, terwijl in de gegeven omstandigheden de advocaat geen nader onderzoek hoefde te doen naar de authenticiteit van de executoriale titel. De raad heeft daarbij van belang geacht dat niet aannemelijk is geworden dat verweerster betrokken is geweest bij de zaak op het moment dat haar cliënte het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen inschakelde en de advocaat haar cliënte niet ter zake heeft geadviseerd. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1823 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 199/2011
- Datum publicatie: 01-03-2012
- Datum uitspraak: 01-03-2012
- ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1823
Raadkamerbeslissing. Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt hem dat hij haar met een kluitje in het riet heeft gestuurd en dat hij haar te laat heeft doorverwezen naar een cardioloog. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0040 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0112
- Datum publicatie: 01-03-2012
- Datum uitspraak: 22-02-2012
- ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0040
Twee keer als D-bedrijf aanvoeren van varkens van meer dan zes bedrijven binnen een periode van zestien weken. Een leverancier vroeg om hulp, zijn stallen waren vol en hij zat omhoog met een partij biggen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat, hoezeer het ook sympathiek is om een ander te helpen, dit niet gepaard mag gaan met gezondheidsrisico’s voor dieren en daarmee voor de gehele sector. Het verweer dat de partij biggen van 19 december 2010 maar kort op het bedrijf is geweest, houdt geen stand; het gaat om de contactmomenten, in dit geval het aantal aanvoeren binnen 16 weken, waarbij het grootste risico wordt gelopen juist op het moment dat er nieuwe varkens binnenkomen. De duur van de aanhoudperiode speelt geen rol. Het Tuchtgerecht legt de standaard sanctie op, deels voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG1824 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1178
- Datum publicatie: 01-03-2012
- Datum uitspraak: 01-03-2012
- ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG1824
Klager verwijt de psychiatrisch verpleegkundige dat zij hem het recht op een eigen mening heeft ontnomen doordat hij niet met andere cliënten over zijn gewonnen klachtenprocedure mag spreken. Voorts klaagt klager erover dat verweerster heeft gezegd dat hij dreigend is, maar daarvan op verzoek geen voorbeeld kan geven. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0041 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0212
- Datum publicatie: 01-03-2012
- Datum uitspraak: 22-02-2012
- ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0041
Twee keer als B-bedrijf aan meer dan zes D-bedrijven varkens afvoeren binnen een periode van zes weken, alsmede als B-bedrijf aan meer dan twaalf D-bedrijven afvoeren in een periode van vier maanden. De overtredingen waren het gevolg van de beperkte afvoermogelijkheden door de verminderde vraag op de markt, in de startfase nadat de klant was overgenomen van een andere handelaar. Over de oplossing die betrokkene heeft gekozen – de keuze voor een extra afvoeradres – oordeelt het Tuchtgerecht dat in plaats van deze afweging te maken, betrokkene contact had kunnen opnemen met het Productschap voor de mogelijkheden van een tijdelijke ontheffing. Dat heeft hij nagelaten. Het probleem lijkt nu te zijn opgelost door het werken met een vaste afnemer. Het Tuchtgerecht legt de standaard sanctie op, deels voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1822 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 200/2011
- Datum publicatie: 01-03-2012
- Datum uitspraak: 01-03-2012
- ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1822
Raadkamerbeslissing. Klacht tegen cardioloog betreffende onderzoek en diagnostiek. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0151 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0112
- Datum publicatie: 29-02-2012
- Datum uitspraak: 08-02-2012
- ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0151
In het derde kwartaal van 2011 is niet voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij afspraken heeft gemaakt met de dierenarts over AI-bloedonderzoek. Er is ook op het formulier bijgeschreven en doorgestreept, door wie weet hij niet. Het Tuchtgerecht oordeelt echter dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk blijft voor de juiste naleving van de verordening op zijn bedrijf. Ook was er na de uitslag nog tijd geweest voor het nemen van nieuwe monsters in het derde kwartaal. Bij het bepalen van de hoogte van de boete houdt het Tuchtgerecht rekening met het feit dat er vanuit de sturende instanties – de dierenartspraktijk en de GD – op het inzendformulier en op het formulier uitslag laboratoriumonderzoek onduidelijkheid is gecreëerd. Anderzijds zijn aan betrokkene in juni 2011 twee voorwaardelijke boetes opgelegd. De huidige overtreding heeft plaatsgevonden binnen de proeftijd van twee jaar. Daarom wordt nu een onvoorwaardelijke geldboete opgelegd en wordt ook de voorwaardelijke geldboete uit 2011 ten uitvoer gelegd.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0152 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0212
- Datum publicatie: 29-02-2012
- Datum uitspraak: 08-02-2012
- ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0152
In het tweede kwartaal van 2011 is niet voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza. Ook overtredingen, mede door toedoen van derden (in dit geval de dierenarts), komen voor rekening van betrokkene; hij is als ondernemer te allen tijde verantwoordelijk voor de juiste naleving van de verordening op zijn bedrijf. Betrokkene dacht dat niet alle bloedonderzoeken uitgevoerd hoefden te worden, omdat de kippen niet het hele jaar buiten waren geweest. Het voorschrift om elk kwartaal te monitoren hangt echter af van de registratie als vrije uitloop ondernemer, niet van de tijd dat de dieren daadwerkelijk buiten hebben gelopen. Bij pluimveebedrijven die over een vrije uitloop beschikken is het risico op besmetting met Aviaire influenza groter dan bij pluimveebedrijven die niet over een vrije uitloop beschikken. Daarom worden deze risicobedrijven vaker onderzocht.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0153 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0312
- Datum publicatie: 29-02-2012
- Datum uitspraak: 08-02-2012
- ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0153
Betreft het tweemaal niet voldoen aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza (AI). Het maakt niet uit dat de stal in het vierde kwartaal een groot deel van de drie maanden leeg was; vanwege het vergrote risico op besmetting met AI als vrije uitloop ondernemer dient men elk kwartaal te monitoren. Er bestaat de mogelijkheid om bij het Productschap ontheffing aan te vragen; dat heeft betrokkene niet gedaan. De nieuwe hennen die in december kwamen waren bij de broederij gecheckt op AI; de monitoring is echter bedrijfsgebonden en niet koppelgebonden. Het gaat namelijk juist om het vergrote infectierisico dat kan optreden op het vrije uitloopbedrijf. Gelet op onder meer de onduidelijkheid over het al dan niet ontvangen van een brief van het Productschap, komt het Tuchtgerecht tot een schuldigverklaring zonder oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0154 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0412
- Datum publicatie: 29-02-2012
- Datum uitspraak: 08-02-2012
- ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0154
In het tweede en in het derde kwartaal van 2011 is niet voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza. De uitslag van een AI-onderzoek, in het derde kwartaal uitgevoerd bij de opfokker, voldoet niet; de monitoring is bedrijfsgebonden en niet koppelgebonden. Het gaat namelijk juist om het vergrote infectierisico dat kan optreden op het vrije uitloopbedrijf. Na de tweede waarschuwingsbrief van het Productschap is in het derde kwartaal wederom geen AI-onderzoek uitgevoerd. Dat wordt betrokkene aangerekend. Het Tuchtgerecht legt een – deels voorwaardelijke – geldboete op.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG1821 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1072
- Datum publicatie: 29-02-2012
- Datum uitspraak: 29-02-2012
- ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG1821
Tandarts, niet zijnde de directe behandelaar, wordt als eindverantwoordelijke van de behandelend tandarts verweten dat patiënte vijf jaar lang een niet goed geplande en ondeskundig uitgevoerde orthodontische behandeling heeft ondergaan, waardoor opnieuw een orthodontische behandeling en een operatieve kaakcorrectie onverm ijdelijk was . Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG1819 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2010/98
- Datum publicatie: 28-02-2012
- Datum uitspraak: 28-02-2012
- ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG1819
Klager verwijt de arts dat zij heeft nagelaten om objectieve en deugdelijke medische onderzoeken te verrichten. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1815 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.314
- Datum publicatie: 28-02-2012
- Datum uitspraak: 28-02-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1815
Klacht tegen waarnemend huisarts. Bij afwezigheid van de eigen huisarts is klaagster met klachten van tintelingen en doof gevoel in beide benen en rechterarm gezien door de waarnemend huisarts die haar, na overleg met een neuroloog, naar huis heeft gestuurd. Klaagster verwijt de arts haar klachten niet serieus te hebben genomen. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1809 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.053
- Datum publicatie: 28-02-2012
- Datum uitspraak: 23-02-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1809
Klacht tegen huisarts, werkzaam als inrichtingsarts in een penitentiaire inrichting. Klager is gedetineerd en verwijt de arts onvoldoende rekening te hebben gehouden met zijn beperkingen bij het bepalen van zijn arbeidsgeschiktheid. Hij verwijt de arts daarbij de rollen van huisarts en controlearts onvoldoende gescheiden te hebben gehouden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG1820 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2011/02
- Datum publicatie: 28-02-2012
- Datum uitspraak: 28-02-2012
- ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG1820
Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager verwijt verweerster het niet tijdig indienen van een Pro-Justitia rapportage, met als gevolg dat hij hier pas een dag voor de strafzitting kennis van heeft kunnen nemen en zich aldus onvoldoende op de zitting kon voorbereiden. Daarnaast stelt klager dat de rapportage onzorgvuldig tot stand is gekomen, waardoor er onjuistheden in de rapportage staan. Klacht gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1816 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.315
- Datum publicatie: 28-02-2012
- Datum uitspraak: 28-02-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1816
Klacht tegen neuroloog. Bij een consult heeft de arts de klachten van klaagster geduid als een lichte polyneuropathie en klaagster naar de huisarts verwezen voor het beter instellen van diabetes. Klaagster verwijt de arts onzorgvuldig gehandeld te hebben door niet met spoed in te grijpen en haar naar huis te sturen. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2051
- Pagina: 2052
- Pagina: 2053
- ...
- Pagina: 2377
- Volgende pagina zoekresultaten