Zoekresultaten 2701-2720 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:166 Hof van Discipline 's Gravenhage 240385

    Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij onvoldoende integer en zorgvuldig heeft gehandeld in financiële aangelegenheden en zijn onafhankelijkheid in gevaar heeft gebracht door zijn eigen belang boven de belangen van cliënten te stellen. Het hof oordeelt (op grond van de nog voorliggende klachten) dat verweerder de kernwaarde financiële integriteit heeft geschonden door in twee (familierechtelijke) dossiers excessief te declareren en door daarnaast in één dossier contante bedragen te accepteren zonder dat er feiten en omstandigheden aanwezig waren die dat rechtvaardigen. Daarnaast oordeelt het hof dat verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid heeft geschonden door zich onvoldoende bewust te zijn van de “verschillende petten” die hij op had en het belang om kenbaar te maken in welke hoedanigheid hij optrad. Het hof acht evenals de raad de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de periode van acht weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-420/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerder (1) geen kennis had van de zaak, (2) dat hij een slecht en slordig verweerschrift heeft opgesteld en het definitieve verweerschrift pas laat gereed had, waardoor extra kosten moesten worden gemaakt om het verweerschrift tijdig – per koerier – bij de rechtbank te krijgen (3) op het moment dat hij klaagsters zaak aannam al wist dat hij de zaak zou gaan neerleggen en de zaak ook heeft neergelegd, met extra kosten voor klaagster tot gevolg en (4) dat hij (telefonisch) niet bereikbaar was voor klaagster. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757934 DW RK 24/361 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder beslag heeft gelegd ondanks dat aan de betalingsregeling werd voldaan door klaagster. Klaagster heeft niet uiterlijk op de daarvoor afgesproken datum (van 1 oktober 2024) de betaling verricht. Klaagster heeft daartoe onvoldoende gesteld dat er een afspraak bestond om op een later moment de betaling te verrichten. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-896/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een vastgoed/omgevingsrechtelijke procedure. Klacht over de aanwezigheid van beveiligingscamera’s in de spreekruimte ongegrond. Verweerder mocht verder een afwijkend standpunt innemen namens zijn cliënten, dat ook niet evident onpleitbaar is. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig kwetsend heeft uitgelaten over klaagster of jegens haar ondoelmatig heeft gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758194 DW RK 24/363 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster verschilt met de gerechtsdeurwaarder van mening over de hoogte van de vordering die voortvloeit uit het betreffende vonnis. Het ligt niet op de weg van de tuchtrechter op de inhoudelijke beoordeling van (de hoogte van) de vordering in te gaan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-004/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Diverse procedurele bezwaren van klager verworpen. Verweerster heeft een brief verstuurd aan de wederpartij van klager, terwijl daarin inhoudelijke wijzigingen waren opgenomen ten opzichte van het eerder verstuurde concept die niet (kenbaar) nader met klager waren besproken. Ook heeft zij voor onduidelijkheid gezorgd over de financiële kant van de zaak. Gelet op de relatief geringe ernst van de verweten gedragingen en het feit dat verweerster niet eerder met het tuchtrecht in aanraking is gekomen, acht de raad alleen een waarschuwing op zijn plaats.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:81 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/743295 DW RK 23/448 MK/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De situatie als omschreven in het door de gerechtsdeurwaarder betekende exploot is geen juiste weergave geweest van de feitelijke situatie ter plaatse. De gerechtsdeurwaarder heeft in het betreffende exploot melding gemaakt van handelingen tijdens de beslaglegging alsof deze aan het kantooradres hebben plaatsgevonden, terwijl de betekening heeft plaatsgevonden aan het adres van de bestuurder. Het argument van de gerechtsdeurwaarder dat zij zich met deze vergissing niet schuldig heeft gemaakt aan een handelen of nalaten dat tuchtrechtelijk laakbaar is wordt niet gevolgd door de kamer. De kamer overweegt daartoe dat de gestelde vergissing een ambtshandeling betreft en dat de door de gerechtsdeurwaarder aangehaalde criterium past bij een bagatelfout. Niet bij fouten of vergissingen die zien op de kerntaken van de gerechtsdeurwaarder. De omstandigheden dat de gerechtsdeurwaarder direct heeft toegegeven dat het relaas in het beslagexploot onjuist is, getracht heeft een oplossing te bieden en de fout niet materieel is geweest voor het met het exploot beoogde rechtsgevolg, maakt dat in dit geval kan worden volstaan met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-049/DH/RO

    Klacht over de advocaat van de wederpartij bij een kort geding. Klaagster verwijt verweerder dat het kort geding is doorgegaan en dat er bij het plannen van de zitting geen rekening is gehouden met haar verhinderdata. Klachten ongegrond. Er is gecorrespondeerd over het voorkomen van het kort geding. In de laatste e-mail heeft verweerder laten weten dat de zitting zou doorgaan. Klaagster had er dan ook van uit moeten gaan dat het kort geding zou doorgaan. Dat er geen rekening is gehouden met klaagsters verhinderdata, kan niet aan verweerder verweten worden.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:76 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/754426 DW RK 24/264 MK/SM

    Klacht (deels) gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft, zonder (summier) te hebben vastgesteld of de opdrachtgever in dit geval rechthebbende van de vorderingen was en dus bevoegd was om de vonnissen ten uitvoer te laten leggen, beslag gelegd. De kamer komt tot het oordeel dat het in ernstige mate tuchtrechtelijk laakbaar is om vorderingen met een groot aantal cedenten als in deze zaak wel te incasseren maar op verzoek geen aktes daarvan over te (kunnen) leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-267/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de wederpartij in een civiel geschil. Het verwijt dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten over één van de klagers is gegrond. Verweerder heeft in een telefoongesprek met die klager gezegd dat klager rijp is voor de psychiater. Ook verweerders verdere opstelling in het gesprek is onbehoorlijk en onvoldoende zakelijk geweest. De raad legt daarvoor een waarschuwing. De klachten zijn voor het overige niet-ontvankelijk en ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:77 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/756138 DW RK 24/318 MK/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder is onvoldoende (inhoudelijk) ingegaan op vragen van klaagster over het verschil in betalingen en hoe deze bezien moeten worden. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder de klacht van klaagster over dit onderwerp onbeantwoord gelaten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-117/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheidingsprocedure. Verweerder heeft zich in een familiezaak waarbij kinderen betrokken waren onvoldoende terughoudend en de-escalerend opgesteld, door klager te (dis)kwalificeren als onder meer labiel, neurotisch en obsessief en dit standpunt te onderbouwen met een fikse lijst (van meerdere pagina’s) aan citaten uit gevoerde WhatsApp-correspondentie. Verweerder had voor minder escalerende bewoordingen kunnen en moeten kiezen. Verweerders stellingname heeft de onderlinge verhoudingen onnodig op scherp gezet. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7975

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. De moeder van klaagster (patiënte) was onder behandeling bij de huisarts. Patiënte was bekend met onder andere diabetes en een hoge bloeddruk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klachten van patiënte en haar onvoldoende zorg heeft verleend, waardoor zij uiteindelijk een hersenbloeding heeft gekregen. Het college oordeelt dat de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:78 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757286 DW RK 24/344 MK/SM

    Klacht (deels) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft met betrekking tot de tweede betekening een bedrag gerekend dat in overeenstemming is met betekening en niet met het doen van een los (hernieuwd) bevel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-157/DH/RO 25-158/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klachten tegen een advocaat wederpartij over kennisname van vertrouwelijke stukken. Verweerster heeft van de RDI het dossier ontvangen. Daar zaten door een fout van de RDI ook vertrouwelijke stukken bij. Niet gebleken is dat verweerster wist dat het om vertrouwelijke stukken ging. Zij dat dat in de gegeven omstandigheden ook niet moeten weten. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7373

    Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met een waarnemend arts. Zij en haar echtgenoot (klager) verwijten haar onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het college oordeelt dat klager in een aantal klachtonderdelen niet kan worden ontvangen omdat hij daarbij geen direct belang heeft. Behandeling en doorverwijzing zijn volgens de regels. Het college acht de informatie in de verwijsbrief aan de KNO-arts, met uitzondering van een per vergissing opgenomen notitie van een telefoongesprek met klager, relevant en noodzakelijk. De klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7757

    Onder supervisie van een bedrijfsarts werkende arts heeft klager tweemaal op een consult ontvangen tijdens een eerder door het college opgelegde schorsing. Van deze consulten heeft hij ook een terugkoppeling gegeven aan de werkgever. Klacht gegrond. Verweerder heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen. Maatregel doorhaling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2653

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het beroep van de arts tegen die beslissing slaagt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b alsnog ongegrond, hetgeen meebrengt dat de in eerste aanleg oplegde maatregel komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7157

    Klaagster klaagt tegen de eerdere huisarts van haar tweelingzus omdat deze medische gegevens over haar, die per abuis in het dossier van haar tweelingzus zijn opgenomen, zonder haar toestemming uit dit dossier heeft verwijderd en in een apart dossier heeft geplaatst. Ook klaagt zij erover dat hij geen contact met haar heeft opgenomen en niet heeft gereageerd op een mail van haar. Het college oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat het verweerder is die de gegevens heeft verwijderd en een nieuw dossier heeft aangemaakt. Ook is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder geen contact opnam of niet reageerde op de e-mail, aangezien hij geen behandelaar van klaagster was en de behandelrelatie met haar zus al was beëindigd en er geen medische noodzaak bestond op de e-mail te reageren. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2691

    .