Zoekresultaten 2681-2700 van de 48147 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:198 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-231/AL/OV

    Naar het oordeel van de raad heeft verweerster de zaak van klager en zijn familieleden totaal niet onder controle gehad. Zij heeft niet gecontroleerd of de dagvaarding was verstuurd en heeft de zaak daarna zelfs uit het oog verloren. Ook de daarna van de wederpartij ontvangen brief heeft bij verweerster niet tot actie of overleg met haar cliënten geleid. Zij heeft haar cliënten aan hun lot overgelaten wat tot de maatregel van berisping leidt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-488/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-455/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Verweerder wordt als bestuurder van het kantoor beklaagd. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder telkens binnen een redelijke termijn en adequaat namens het kantoor op correcte wijze gereageerd op berichten van klaagster en op herhaalde aansprakelijkstellingen. Dat klaagster het met de inhoud daarvan niet eens was, maakt niet dat verweerder daardoor tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-053/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over het optreden van de advocaat van de wederpartij in een geschil over gezag en omgang ongegrond. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat verweerder op verschillende momenten procedures en/of verzoeken heeft ingetrokken. Van onjuiste en/of onnodig grievende stellingen is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat verweerder conflicten veroorzaakt of weigert in gesprek te gaan. Klaagster lijkt uit het oog te verliezen dat verweerder de partijdig belangenbehartiger van de man is en dat verweerder mocht opkomen voor de belangen van de man, ook als dat voor klaagster vervelend is of tot kosten leidt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:167 Hof van Discipline 's Gravenhage 240278

    Klacht tegen advocaat wederpartij. De Ondernemingskamer heeft eind 2021 de heer T. aangewezen als interim-bestuurder van een vennootschap, waarvan klaagster een volledige dochtervennootschap is. Klaagster verwijt verweerder dat hij na de aanstelling van de heer T. voor klaagster is blijven optreden, terwijl hij feitelijk enkel nog voor de voormalig bestuurder, de heer De B., en/of diens vennootschappen kon optreden. Ook verwijt klaagster verweerder dat hij haar tijdens de AVA van 21 april 2023 verkeerd heeft voorgelicht over zijn declaratie. Het hof acht de klacht evenals de raad ongegrond. Verweerder mocht zijn werkzaamheden voor klaagster blijven verrichten tot het moment dat de door de Ondernemingskamer benoemde interim-bestuurder besloot dat het beter was als verweerder niet langer als advocaat van klaagster zou blijven optreden. Over de declaratie van 4 maart 2022 van verweerder is door de interim-bestuurder bevoegd beslist. Bovendien is deze niet ten laste gekomen van klaagster, maar als vordering in rekening-courant ten laste van (de vennootschappen van) De B. geboekt. Van het prijsgeven van de rekening-courant vorderingen in de later gesloten regeling tussen de klaagster en (de vennootschappen van) De B. kan verweerder geen verwijt worden gemaakt. De klacht over (het handelen of) nalaten door verweerder op de aandeelhoudersvergadering van 21 april 2023 mist feitelijke grondslag, omdat deze vergadering niet heeft plaatsgevonden. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-387/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft klager er terecht op gewezen dat schadeposten door hem onderbouwd moeten worden. Vervolgens heeft verweerster zich ingespannen voor het treffen van een vaststellingsovereenkomst en heeft zij bezwaar gemaakt tegen een geheimhoudingsbeding. Als klager niet wenste in te stemmen met de vaststellingsovereenkomst, dan had hij dat kenbaar kunnen maken. Dat verweerster geen dagvaarding namens klager wenste in te dienen als de vaststellingsovereenkomst niet zou worden gesloten, is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerster was er gelet op gedragsregel 14 lid 2 toe gehouden om de belangenbehartiging neer te leggen als er een vertrouwensbreuk is ontstaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 250031

    Klager verwijt de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak dat zij in een procedure onjuiste uitlatingen heeft gedaan en klager valselijk heeft beschuldigd. Het hof verklaart de klacht anders dan de raad gedeeltelijk gegrond en legt verweerster een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:165 Hof van Discipline 's Gravenhage 240241H 240242H 240243H

    Herzieningsverzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-433/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat (1) verweerder in de medische tuchtzaken een of meerdere stellingen (bij herhaling) heeft geponeerd en een voorstelling van zaken heeft gegeven, waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze onjuist waren; (2) zich onnodig grievend heeft uitgelaten; (3) door zijn optreden de belangen van klagers onnodig of onevenredig heeft geschaad en/of heeft geprobeerd die belangen onnodig of onevenredig te schaden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:166 Hof van Discipline 's Gravenhage 240385

    Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij onvoldoende integer en zorgvuldig heeft gehandeld in financiële aangelegenheden en zijn onafhankelijkheid in gevaar heeft gebracht door zijn eigen belang boven de belangen van cliënten te stellen. Het hof oordeelt (op grond van de nog voorliggende klachten) dat verweerder de kernwaarde financiële integriteit heeft geschonden door in twee (familierechtelijke) dossiers excessief te declareren en door daarnaast in één dossier contante bedragen te accepteren zonder dat er feiten en omstandigheden aanwezig waren die dat rechtvaardigen. Daarnaast oordeelt het hof dat verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid heeft geschonden door zich onvoldoende bewust te zijn van de “verschillende petten” die hij op had en het belang om kenbaar te maken in welke hoedanigheid hij optrad. Het hof acht evenals de raad de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de periode van acht weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-420/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerder (1) geen kennis had van de zaak, (2) dat hij een slecht en slordig verweerschrift heeft opgesteld en het definitieve verweerschrift pas laat gereed had, waardoor extra kosten moesten worden gemaakt om het verweerschrift tijdig – per koerier – bij de rechtbank te krijgen (3) op het moment dat hij klaagsters zaak aannam al wist dat hij de zaak zou gaan neerleggen en de zaak ook heeft neergelegd, met extra kosten voor klaagster tot gevolg en (4) dat hij (telefonisch) niet bereikbaar was voor klaagster. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757934 DW RK 24/361 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder beslag heeft gelegd ondanks dat aan de betalingsregeling werd voldaan door klaagster. Klaagster heeft niet uiterlijk op de daarvoor afgesproken datum (van 1 oktober 2024) de betaling verricht. Klaagster heeft daartoe onvoldoende gesteld dat er een afspraak bestond om op een later moment de betaling te verrichten. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-896/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een vastgoed/omgevingsrechtelijke procedure. Klacht over de aanwezigheid van beveiligingscamera’s in de spreekruimte ongegrond. Verweerder mocht verder een afwijkend standpunt innemen namens zijn cliënten, dat ook niet evident onpleitbaar is. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig kwetsend heeft uitgelaten over klaagster of jegens haar ondoelmatig heeft gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758194 DW RK 24/363 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster verschilt met de gerechtsdeurwaarder van mening over de hoogte van de vordering die voortvloeit uit het betreffende vonnis. Het ligt niet op de weg van de tuchtrechter op de inhoudelijke beoordeling van (de hoogte van) de vordering in te gaan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-004/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Diverse procedurele bezwaren van klager verworpen. Verweerster heeft een brief verstuurd aan de wederpartij van klager, terwijl daarin inhoudelijke wijzigingen waren opgenomen ten opzichte van het eerder verstuurde concept die niet (kenbaar) nader met klager waren besproken. Ook heeft zij voor onduidelijkheid gezorgd over de financiële kant van de zaak. Gelet op de relatief geringe ernst van de verweten gedragingen en het feit dat verweerster niet eerder met het tuchtrecht in aanraking is gekomen, acht de raad alleen een waarschuwing op zijn plaats.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:81 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/743295 DW RK 23/448 MK/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De situatie als omschreven in het door de gerechtsdeurwaarder betekende exploot is geen juiste weergave geweest van de feitelijke situatie ter plaatse. De gerechtsdeurwaarder heeft in het betreffende exploot melding gemaakt van handelingen tijdens de beslaglegging alsof deze aan het kantooradres hebben plaatsgevonden, terwijl de betekening heeft plaatsgevonden aan het adres van de bestuurder. Het argument van de gerechtsdeurwaarder dat zij zich met deze vergissing niet schuldig heeft gemaakt aan een handelen of nalaten dat tuchtrechtelijk laakbaar is wordt niet gevolgd door de kamer. De kamer overweegt daartoe dat de gestelde vergissing een ambtshandeling betreft en dat de door de gerechtsdeurwaarder aangehaalde criterium past bij een bagatelfout. Niet bij fouten of vergissingen die zien op de kerntaken van de gerechtsdeurwaarder. De omstandigheden dat de gerechtsdeurwaarder direct heeft toegegeven dat het relaas in het beslagexploot onjuist is, getracht heeft een oplossing te bieden en de fout niet materieel is geweest voor het met het exploot beoogde rechtsgevolg, maakt dat in dit geval kan worden volstaan met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-049/DH/RO

    Klacht over de advocaat van de wederpartij bij een kort geding. Klaagster verwijt verweerder dat het kort geding is doorgegaan en dat er bij het plannen van de zitting geen rekening is gehouden met haar verhinderdata. Klachten ongegrond. Er is gecorrespondeerd over het voorkomen van het kort geding. In de laatste e-mail heeft verweerder laten weten dat de zitting zou doorgaan. Klaagster had er dan ook van uit moeten gaan dat het kort geding zou doorgaan. Dat er geen rekening is gehouden met klaagsters verhinderdata, kan niet aan verweerder verweten worden.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:76 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/754426 DW RK 24/264 MK/SM

    Klacht (deels) gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft, zonder (summier) te hebben vastgesteld of de opdrachtgever in dit geval rechthebbende van de vorderingen was en dus bevoegd was om de vonnissen ten uitvoer te laten leggen, beslag gelegd. De kamer komt tot het oordeel dat het in ernstige mate tuchtrechtelijk laakbaar is om vorderingen met een groot aantal cedenten als in deze zaak wel te incasseren maar op verzoek geen aktes daarvan over te (kunnen) leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-267/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de wederpartij in een civiel geschil. Het verwijt dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten over één van de klagers is gegrond. Verweerder heeft in een telefoongesprek met die klager gezegd dat klager rijp is voor de psychiater. Ook verweerders verdere opstelling in het gesprek is onbehoorlijk en onvoldoende zakelijk geweest. De raad legt daarvoor een waarschuwing. De klachten zijn voor het overige niet-ontvankelijk en ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:77 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/756138 DW RK 24/318 MK/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder is onvoldoende (inhoudelijk) ingegaan op vragen van klaagster over het verschil in betalingen en hoe deze bezien moeten worden. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder de klacht van klaagster over dit onderwerp onbeantwoord gelaten.