Zoekresultaten 2661-2680 van de 48147 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7239

    Verweerster, huisarts werkzaam in PI, wordt verweten dat zij in strijd heeft gehandeld met de voor haar geldende professionele standaard door geen/niet tijdig een diagnose te stellen, te lang af te wachten en klager niet serieus te nemen nadat hij met zijn hoofd op de wasbak is gevallen en aanhoudende klachten had. Ook wordt de huisarts verweten dat zij klager niet voldoende heeft geïnformeerd en er geen sprake is geweest van informed consent. Het college overweegt dat het door de huisarts ingezette beleid passend en toereikend was. Geen sprake van onvoldoende zorg, informatievoorziening of onjuiste behandeling. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8100

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 759677 / NT 24-45

    Klacht over wilsbekwaamheid testateur. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. Daaruit volgt ook ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer verklaart klager sub 4 daarom niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de vader volgens klagers, die het verzoek tot onderbewindstelling wilden indienen, niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen, betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament zijn wil niet zou kunnen bepalen. Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7790

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verbleef van 2013 tot 2017 in een specialistisch verpleeghuis. Klager is eenmaal bij de arts, destijds huisarts, op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Het college stelt vast dat de arts klager voldoende en zorgvuldig heeft onderzocht. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760306 / NT 24-46

    De klacht is grotendeels gegrond. Van de notaris mocht worden verwacht dat hij erop zou toezien dat bij klagers geen onduidelijkheid bestond over zijn rol. Omdat de notaris ook zelf het testament had verleden waarin erflaatster hem tot executeur had benoemd, mocht van hem ook enige uitleg aan de erfgenamen worden verwacht over het feit dat hij die benoeming niet had aanvaard. De notaris heeft niet zorgvuldig gehandeld door na te laten klagers daarover tijdig te informeren. Omdat uit de e-mail die de notaris na indiening van de klacht aan klagers heeft gezonden blijkt dat hij heeft ingezien dat hij klagers direct op de hoogte had moeten brengen, ziet de kamer aanleiding om de notaris de maatregel van waarschuwing op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:220 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7789

    Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een huisarts. Er is een periodevan meer dan tien jaren verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. Het college bespreekt daarom de klacht niet verder inhoudelijk en beslist dat klager niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8189

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen, later bleek dat dit een dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het college oordeelt dat de huisarts op goede gronden heeft voorgesteld het plekje te verwijderen en het plekje ook op de juiste wijze heeft verwijderd. Littekenvorming is inherent aan een dergelijke ingreep en afhankelijk van de genezing van de persoon zelf. Een huisarts hoeft bij een verdenking op een goedaardige tumor in beginsel niet door te verwijzen naar een specialist. Een huisarts is in het algemeen bevoegd en bekwaam een dergelijke tumor zelf te verwijderen en het weefsel op te sturen voor verder onderzoek. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7979

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 753699 / NT 24-17

    Klager heeft geen redelijk belang bij de klacht over de akte van 2001. Vast staat dat de moeder van klager partij was bij die akte. Zij was belanghebbende bij de beëindiging van de erfdienstbaarheid. Voor het geval dat de moeder van klager hem wel had gemachtigd namens haar de klacht in te dienen, is de klacht niet-ontvankelijk omdat deze niet tijdig is ingediend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-068/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de informatievoorziening door de eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 240383

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Tussen klaagster en haar werkgever speelt de vraag of het advies van de Beoordelingscommissie in het kader van een reorganisatie voor de werkgever bindend was in alle vergelijkbare gevallen of dat het advies enkel zag op de zaak van de een andere werknemer – en niet op die van klaagster - en (slechts) in die zaak bindend is. Klaagster verwijt verweerster – de advocaat van de werkgever - dat zij in dit kader bewust feitelijk onjuiste informatie aan klaagster heeft verschaft. Het hof is – anders dan de raad - van oordeel dat omtrent de vorenbedoelde vraag het door verweerster verwoorde standpunt over de toepasbaarheid van het advies van de Beoordelingscommissie een pleitbaar standpunt was, omdat niet is komen vast te staan dat het standpunt van klaagster de enig juiste uitleg is. Niet gebleken is dan ook dat verweerster bewust onjuiste informatie aan klaagster heeft verschaft. De beroepsgrond van verweerster dat de raad zich heeft begeven op het terrein dat ter beoordeling van de civiele rechter is slaagt. Het hof is van oordeel dat – voor zover dit aan het hof voorligt – alle klachten ongegrond zijn en dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Vernietiging raadsbeslissing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-393/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat verweerder niet betrokken was bij de zaak van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-179/DH/DH

    Deels gegrond verzet. De raad constateert dat de voorzitter een door klagers aangevoerd aspect niet heeft besproken. Verzet daarom gegrond. De raad verklaart de klacht alsnog ongegrond. Verzet voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 240105

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder (de advocaat van de oud-werkgever van klager) dat hij onaangekondigd en tegen de wens in van klager tijdens ziekte diens woning heeft betreden en heeft geprobeerd klager te dwingen een (voor klager ongunstige) vaststellingsovereenkomst te ondertekenen. Het hof is van oordeel dat van het rauwelijks voor de deur van klagers woning verschijnen door verweerder een dwang uit ging om de conceptovereenkomst te tekenen. Het hof acht dit handelen van verweerder extra verwijtbaar omdat hier sprake was van een kwetsbare en zieke werknemer. Evenals de raad acht het hof acht de klacht gegrond. Het hof sluit zich aan bij de door de raad opgelegde maatregel van een voorwaardelijke schorsing van 4 weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-408/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in hoedanigheid van gedaagde partij in een procedure. Verweerder heeft een toelichting gegeven dat geen evident onpleitbaar standpunt is. Evenmin heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur geschaad door bezwaar te maken tegen het inbrengen van stukken na afloop van de zitting. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-444/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zijn klacht pas voor het eerst na afronding van de onderzoeksfase bij de deken (zeer) uitvoerig gemotiveerd. De voorzitter acht het in strijd met de goede procesorde om een dergelijke uitbreiding van de klacht in dit stadium nog toe te staan en laat deze aanvullende reactie daarom buiten beschouwing. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerder is niet de patroon van de advocaat-stagiaire. Ook verder is niet gebleken dat hij als procesadvocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-029/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft namens de moeder een verweerschrift tevnes zelfstandig verzoekschrift kunnen indienen, waarin werd verzocht om klager te ontslaan als bewindvoerder en mentor onder verwijzing naar medische aandoeningen bij klager. Dat klager al om zijn eigen ontslag had gevraagd, laat onverlet dat verweerder namens de moeder eenzelfde verzoek mocht doen voorzien van een eigen motivering. De uitlatingen zijn gedaan namens de moeder en niet op eigen titel en zijn onderbouwd met (medische) stukken. Datzelfde geldt voor het uitgesproken vermoeden van de moeder over onregelmatigheden rondom het uitschrijven van medicatie op haar naam. Verweerder kon ook naar voren brengen dat klaagster PGB-gelden onterecht dan wel onrechtmatig heeft ontvangen, omdat zij geen zorg zou hebben verleend. Dat is civielrechtelijk onderbouwd; het strafrecht is buiten beschouwing gelaten. Het betoog was dienstig aan het standpunt van de moeder dat klaagster ongeschikt was als bewindvoerder en/of mentor. Beide klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-820/DH/RO 24-821/DH/RO 24-822/DH/RO 24-824/DH/RO 24-825/DH/RO

    Verzet van klager ongegrond verklaard. Ook het verzet van verweerder 1 wordt ongegrond verklaard. De vermelding in de voorzittersbeslissing waar dit verzet op ziet is weliswaar feitelijk onjuist, maar de raad is van oordeel dat uit de beoordeling blijkt dat de voorzitter haar beslissing niet mede op die onjuiste datum heeft gebaseerd. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. De raad laat de voorzittersbeslissing (hersteld) in stand.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-059/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht van een VvE-lid over de advocaat van de VvE. Verweerder was gemachtigd om namens het bestuur op te treden. Of het bestuur zelf gemachtigd was door de ALV, is een interne aangelegenheid. De getroffen schikking is aan de ALV voorgelegd, zodat niet valt in te zien welk tuchtrechtelijk verwijt daarvan aan verweerder valt te maken. Datzelfde geldt wat betreft de nietigverklaring van de schikking. De schikking is getroffen door het bestuur. Verweerder heeft ten aanzien daarvan geen evident onpleitbaar standpunt ingenomen. Niet gebleken dat verweerder (bewust) verkeerde of onjuiste informatie aan de ALV heeft verstrekt over de kansen en risico’s. Verweerder heeft geen rekening hoeven houden met de minderheidsbelangen binnen de VvE, maar kon ervan uitgaan dat het bestuur handelde naar de belangen van de meerderheid van de VvE. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-945/DH/DH

    Verzet ongegrond