Zoekresultaten 2421-2440 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8251
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat zij niet ingreep toen een arts-assistent in haar bijzijn tegen klaagster zei dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Daardoor kan evenmin worden vastgesteld dat de arts had moeten inbreken in het gesprek. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7940
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127
Klacht tegen een radioloog kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de enkelfractuur heeft gemist en röntgenfoto’s onjuist heeft beoordeeld. Het college stelt vast dat de radiologische beeldvorming geen evidente fracturen laat zien. Verder benadrukt het college dat het kan voorkomen dat een fractuur niet goed te constateren is op beeld. Ook is het mogelijk dat een niet-aanwijsbare fractuur later wel zichtbaar is op een röntgenfoto. De radioloog kan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:147 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-213/DB/OB 25-214/DB/OB
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:147
Verzetszaak. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:148 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-258/DB/LI
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:148
Verzetszaak. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7709
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:124
Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Klaagster is, na onderzoek door een andere neuroloog, door verweerster onderzocht met onder meer klachten van dubbelzien en uitvalsverschijnselen en de vraag of sprake zou kunnen zijn van de ziekte van Lyme. Zij maakt de neuroloog verwijten over haar bevindingen, verslaglegging en verwijzing naar de Lyme-polikliniek.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7710
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:125
Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Klaagster is door de huisarts verwezen naar de afdeling neurologie in het ziekenhuis waar verweerster als neuroloog werkzaam is. Hier is zij onderzocht door een arts-assistent onder supervisie van verweerster en eveneens door verweerster zelf. De klacht heeft betrekking op het door verweerster verrichte onderzoek en haarsupervisie en begeleiding van de arts-assistent.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7706
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:126
Klacht tegen psychotherapeut gedeeltelijk gegrond. De psychotherapeut heeft klaagster, die gedurende een periode van drie jaar bij haar onder behandeling was, tijdens een consult weggestuurd, nadat klaagster hevig emotioneel werd. Klaagster verwijt de psychotherapeut, dat zij haar ten onrechte wegstuurde tijdens dit consult, dat zij onvoldoende (na)zorg heeft verleend en dat zij onwaarheden schreef in de afsluitende brief aan de huisarts. Het college komt tot het oordeel dat de psychotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klaagster zonder waarschuwing vooraf weg te sturen. Ook de nazorg is onvoldoende. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:246 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8294
- Datum publicatie: 17-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:246
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verloskundige. Klaagster heeft na een zwangerschapsduur van 41 weken een dochter gekregen, die kort na de geboorte is overleden. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij bij het maken van de 20-weken echo fouten heeft gemaakt, onder meer door de placentalokalisatie en de navelstrenginsertie niet te beoordelen. Het college overweegt als volgt. Indien de navelstrenginsertie niet te beoordelen was, had van de verloskundige mogen worden verwacht dat zij het echoscopisch onderzoek zou herhalen. Als dan nog steeds sprake zou zijn van onvoldoende beeldvorming, had verwijzing en nader onderzoek moeten plaatsvinden. In het verslag van de 20-weken echo is aanvankelijk de placentalokalisatie niet vermeld. De verloskundige heeft dit later, na het overlijden van de dochter van klaagster, aan het verslag toegevoegd. Omdat het medisch dossier leidend is, gaat het college ervan uit dat de placentalokalisatie tijdens de 20-weken echo niet heeft plaatsgevonden. Het achteraf aanvullen van het dossier zonder dit kenbaar te maken is onzorgvuldig. Overig klachtonderdeel is ongegrond. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:187 Raad van Discipline Amsterdam 25-326/A/A
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:187
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels gegrond. Naar het oordeel van de raad kon van verweerder redelijkerwijs worden verwacht dat een inhoudelijk bericht aan de wederpartij opgesteld zou zijn, terwijl verweerder nadien slechts kwam met een vraag die algemeen van aard was en daarbij geen blijf gaf van bestudering door hetgeen klager hem reeds had aangereikt. Verweerder had meer kunnen doen, zoals hij had toegezegd, maar dat heeft hij niet gedaan. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder daarom niet gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mocht worden verwacht. De uitleg die verweerder heeft verstrekt acht de raad in dit verband onvoldoende. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. De raad weegt hierin mee dat verweerder de eigen bijdrage aan klager heeft terug betaald en klager geen nadeel heeft ondervonden van het handelen van verweerder. Aan verweerder zal daarom geen maatregel worden opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7859
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 10-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:120
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde deels ontvankelijk, maar kennelijk ongegrond. College gaat uit van wilsbekwaamheid bij klaagster. Uit de klacht en hoe zij deze heeft verwoord valt niet af te leiden dat zij niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake. Klaagster verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat hij in het kader van een aanvraag tot verlenging van de rechterlijke machtiging een onjuiste medische verklaring heeft opgesteld. Het college oordeelt dat in de medische verklaring duidelijk is omschreven hoe zijn beoordeling luidt en waarop die is gebaseerd. Geen aanwijzingen voor tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:188 Raad van Discipline Amsterdam 25-329/A/A
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:188
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in alle klachtonderdelen ongegrond. Verweerder behartigde de belangen van de vrouw en hij mocht uitgaan van de informatie die hij van zijn cliënte had gekregen. Van een uitzonderingssituatie waarin hij de juistheid van deze informatie had moeten controleren, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Ten aanzien van het verwijt van klager dat verweerder niet zou zijn ingegaan op een mediationvoorstel van de kinderrechter, overweegt de raad dat het aan de vrouw was om hier al dan niet gehoor aan te geven. Het niet ingaan op een mediationvoorstel, voor zover daar al sprake van was, kan verweerder in ieder geval niet worden verweten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7728
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 10-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:121
Klacht tegen neuroloog gegrond. Vanwege toenemende pijnklachten bij een incomplete dwarslaesie is klager naar de neuroloog verwezen. Deze heeft klager twee keer op consult gezien en één keer telefonisch gesproken. Klager heeft vervolgens om een verwijzing voor een second opinion gevraagd. Klager maakt de neuroloog verwijten over het door haar verrichte onderzoek en de verwijzing voor een second opinion. Het college verklaart de klacht in beide onderdelen gegrond en legt aan de neuroloog een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:189 Raad van Discipline Amsterdam 25-089/A/NH
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:189
Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7260
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:122
Klacht tegen een gz-psycholoog. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de gz-psycholoog de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2024/7364
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:123
Klacht tegen een psychotherapeut. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de psychotherapeut de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:190 Raad van Discipline Amsterdam 25-191/A/A
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:190
Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:199 Hof van Discipline 's Gravenhage 250339
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 16-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:199
Afwijzing verzoek tot verwijzing. Klager is ontevreden is over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerster waardoor volgens klager de behandeling van zijn klachten vertraging heeft opgelopen. De klachten die klager heeft over de wijze waarop verweerster zich jegens klager heeft opgesteld of heeft gehandeld, kan klager indienen bij de Orde van Advocaten te Amsterdam op basis van de interne klachtenregeling van die Orde. Het klachtrecht in de zin van de Advocatenwet is niet bedoeld om de werkwijze van de Amsterdamse Orde van Advocaten aan de orde te stellen. Verder is het klachtrecht niet bedoeld om een hernieuwde dekenvisie te krijgen. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid tot verwijzing van een onwelgevallige klachtbehandeling naar een andere deken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:198 Hof van Discipline 's Gravenhage 250265
- Datum publicatie: 15-10-2025
- Datum uitspraak: 14-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:198
Klacht niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een advocaat ter discussie te stellen
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7762
- Datum publicatie: 15-10-2025
- Datum uitspraak: 15-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:112
Klager kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen arts. Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over de beslissing om de patiënt, de vriend van klager, met ontslag naar huis te laten gaan zonder volledig te onderzoeken of de patiënt somatisch gezien in staat was om naar huis terug te keren. Voorzitter: er is sprake van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven eraan te twijfelen dat klager de wil van de patiënt vertegenwoordigt waar het gaat om het indienen van een klacht tegen deze verweerster. Op geen enkele wijze kan ergens uit worden opgemaakt dat de patiënt over haar had willen klagen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:225 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-521/AL/ZWB/W 25-522/AL/LI/W 25-523/AL/LI/W
- Datum publicatie: 14-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:225
Wrakingsbeslissing. De wrakingskamer verklaart het verzoek kennelijk ongegrond.