Zoekresultaten 23681-23700 van de 48314 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:185 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-484/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat van ex-partner. Verweerster is gebleven binnen de brandbreedte van professioneel gedrag. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:190 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-397/DH/DH-a

    voorzittersbeslissing. klacht deels kennelijk niet ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. zie ook de samenhangende klacht tegen de klachtfunctionaris met nummer 17-397/DH/DH-b

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:186 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-318/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder is bij het behartigen van de belangen van zijn cliënte gebleven binnen de bandbreedte van professioneel gedrag. Naar het oordeel van de voorzitter zijn de belangen van klager niet nodeloos geschaad. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-156/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft al eerder een klacht ingediend over de door verweerder verleende rechtsbijstand in klagers arbeidsgeschil met B.V. X. Nieuwe feiten zijn gesteld noch gebleken. Voor zover klager in de eerdere klachtprocedure niet alle klachten ten aanzien van verweerders bijstand in het arbeidsgeschil naar voren heeft gebracht, komt dat voor zijn rekening. Nieuwe klachten die daarop betrekking hebben worden alleen in behandeling genomen als het onmogelijk was deze in de eerdere procedure al mee te nemen. Daarvan is niet gebleken. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-267/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-219/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter valt niet in te zien waarom het, in het kader van de beoordeling van de oorspronkelijke klacht, volgens verweerder nodig was om een op klager betrekking hebbend strafvonnis en een ontslagbrief (integraal) aan de deken te sturen. Er is derhalve sprake geweest van schending van klagers privacy. Nu de deken een geheimhoudingsplicht heeft, is de schending evenwel zeer beperkt gebleven. Aangezien er voorts is gesteld noch gebleken dat hieruit schade voor klager is voortgevloeid, ziet de voorzitter aanleiding het te laten bij de enkele constatering, en daar geen verdere gevolgen aan te verbinden. Klacht ook voor overigens kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-032/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond voor zover deze jegens verweerster is ingediend. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk voor zover deze is gericht tegen het advocatenkantoor waar verweerster werkzaam is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:201 Raad van Discipline Amsterdam 17-567/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van curator. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:202 Raad van Discipline Amsterdam 17-556/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:62 Accountantskamer Zwolle 16/1441 Wtra AK

    Klachten over de controle van de jaarrekeningen over een tweetal jaren. De controle over het tweede jaar is nog niet afgerond maar betrokkene heeft in het accountantsverslag dat aan de directie en de Raad van Commissarissen is gestuurd, onder de kop “Controleverklaring” vermeld dat een aantal posten nader wordt onderbouwd, maar al wel met hem is besproken, en dat hij verwacht na afronding van de werkzaamheden een goedkeurende controleverklaring over het boekjaar te verstrekken. Klachten ontvankelijk. Dat de posten waarover wordt geklaagd in het accountantsverslag staan brengt niet mee dat klaagsters een vermoeden hadden van tekortschieten, aangezien uit het verslag niet kan worden afgeleid over welke controle-informatie betrokkene beschikte. Als de onderbouwing van een goedkeurende verklaring bij een jaarrekening gelijkluidend is aan de onderbouwing van de goedkeurende verklaringen over eerdere jaren wil dat niet zeggen dat de termijnen van artikel 22 lid 1 Wtra al aanvangen bij het kennis nemen van die eerdere onderbouwingen. Klachten gedeeltelijk gegrond. Onvoldoende betrouwbare controle-informatie vergaard over de post onderzoek en ontwikkeling, waarin forse bedragen zijn begrepen die betrekking hadden op interne uren van eigen personeel. Betrokkene heeft nagelaten aan de orde te stellen bij de directie dat bepaling van de realiseerbare waarde van nog niet in gebruik genomen projecten achterwege was gebleven. Hij had ook moeten aandringen op impairment testing van de post goodwill in de conceptjaarrekening. Betrokkene had moeten opmerken dat latente belastingvorderingen en acute belastingverplichtingen gesaldeerd in de balans waren opgenomen. Bij de controle van de post machines en inventaris zijn de werkzaamheden bedoeld in paragraaf 8 van Standaard 500 van de NVCOS niet verricht. Meerdere tekortkomingen bij de controle van de post voorraden, de post onderhanden werk en de resultaatneming van inkoopbonussen. De verwachtingen die werden gewekt in het accountantsverslag werden niet gerechtvaardigd door de werkzaamheden die waren uitgevoerd in het kader van de controle op de hantering van de continuiteitsveronderstelling.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 060/2017

    Klacht tegen neuroloog. Klacht gedeeltelijk verjaard en voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerder heeft op goede gronden tot de waarschijnlijkheidsdiagnose epilepsie kunnen komen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/318122 KL RK 17-39

    De gedragingen die klaagster de notaris verwijt houden geen rechtstreeks verband met de werkzaamheden die de notaris – betrokken bij de boedelafwikkeling - in het kader van zijn ambtsuitoefening verricht heeft of die voor een notaris onbetamelijk zijn. Ook stond het de notaris vrij – gelet op stadium waarin de afwikkeling verkeerde, alsnog van het bewind af te zien. Klacht ook op overige onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:204 Raad van Discipline Amsterdam 17-557/A/A

    Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht over eigen advocaat. Niet gebleken dat klager verweerster opdracht heeft gegeven om de zaak voor te leggen aan de gewone rechter. Dat zij dat niet heeft gedaan valt haar dan ook niet tuchtrechtelijk te verwijten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-487/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond omdat door advocaat is betwist en niet is gebleken dat er een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen tussen cliënt en advocaat.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:163 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-016/DB/OB

    Verzetbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-364/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klaagster sub 2 en klaagster sub 3 hebben geen rechtstreeks belang bij de klacht. De klacht is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Voor zover de klacht is ingediend namens klager sub 1 is deze kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:164 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-1001/DB/LI

    Klager verwijt verweerder dat hij in zijn hoedanigheid van deken onvoldoende toezicht heeft gehouden op mr. H., ex-echtgenote van verweerder. Mr. H. zou de derdengeldenrekening van haar kantoor hebben gebruikt om zwart geld weg te sluizen. Verweerder heeft onderzoek naar mutaties gedaan, maar klager heeft op geen enkele wijze aannemelijk weten te maken dat gelden die aan klager zouden toebehoren, van de derdengeldenrekening van de stichting Derdengelden van mr. H. zijn verdwenen. In verzet zijn door klager geen nieuwe gezichtspunten naar voren gebracht. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:256 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2016.350

    Klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij de behandeling van de dochter van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat het in deze tuchtrechtprocedure gaat om het vaststellen van mogelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de psychiater waarvoor klager zelf de feiten moet aandragen. Omdat klager geen afschrift van het medisch dossier van patiënte heeft ingezien of ontvangen is het voor hem nagenoeg onmogelijk om de feiten te onderbouwen waarop zijn klacht kennelijk berust. Als de feiten die aan de klacht ten grondslag liggen niet komen vast te staan, kan die klacht in beginsel niet gegrond verklaard worden. Dit berust niet hierop dat het woord van klager minder geloof verdient dan het woord van de psychiater (die van de GGZ-instelling ten behoeve van zijn verweer wel inzage in het medisch dossier van patiënte heeft gekregen) maar op de omstandigheid dat voor het oordeel dat bepaalde gedragingen van de psychiater hem tuchtrechtelijk kunnen worden verweten, eerst aannemelijk moet zijn geworden dat feitelijk sprake is van zodanige gedragingen. Dat is hier niet het geval. Dat leidt tot de conclusie dat de klacht niet gegrond verklaard kan worden en dus moet worden afgewezen. Het Regionaal Tuchtcollege is tot hetzelfde oordeel gekomen. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-098/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-480/DB/ZWB

    Klaagster was geen partij in de procedure en haar belangen zijn geschaad. Kennelijk ongegrond.