Zoekresultaten 23641-23660 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-293

    Klacht over een declaratie en daarin opgenomen betalingstermijn; niet over excessief declareren. Naar het oordeel van de voorzitter is klaagster op grond van het bepaalde in artikel 46g lid 3 Advocatenwet niet-ontvankelijk in haar klacht omdat voor haar de weg van de Geschillencommissie Advocatuur open heeft gestaan. Klaagster heeft immers met verweerster de overeenkomst tot dienstverlening ondertekend, waarin de bevoegdheid om over declaratiegeschillen te oordelen - óók voor toekomstige overeenkomsten krachtens de toepasselijke voorwaarden, zoals in dit geval - is voorbehouden aan de Geschillencommissie Advocatuur. Klaagster had dat zo ook kunnen begrijpen uit genoemde overeenkomst met verweerster alsmede uit de daarvan deel uitmakende informatiebrief over de Klachten- en Geschillenregeling. De voorzitter acht zich onbevoegd over deze klacht te oordelen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16217a

    Verwijt aan huisarts van huisartsenpost dat hij tijdens visite aan klaagster uitvalsverschijnselen niet heeft herkend en diagnose herseninfarct heeft gemist. Aangenomen wordt dat de huisarts voorafgaand aan bezoek aan klaagster door triagiste niet op de hoogte was gebracht van neurologische uitvalsverschijnselen. Verschillende lezingen van de feiten: college kan niet vaststellen dat klaagster de huisarts tijdens visite heeft meegedeeld dat zij haar glas niet meer had kunnen optillen en dat zij haar bestek niet had kunnen vasthouden en dat het nu voorbij was. ABCDE benadering niet toegepast, maar niet verwijtbaar. Geen voor de huisarts kenbare omstandigheden die aanleiding daartoe gaven, bovendien feitelijk bijna alle factoren van ABCDE benadering nagelopen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:182 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160302

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet voor het starten van een procedure tegen de staat. Het beklag is ongegrond, omdat het dezelfde kwestie betreft als waarover reeds door het hof is beslist in 2016 (150019) en klager geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft gesteld die aanleiding zouden kunnen geven tot een nieuwe inhoudelijke beoordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:143 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-997

    Verweerder heeft als advocaat van de wederpartij aan klaagster op een vrijdag een vonnis laten betekenen met daarin aanzegging en bevel tot betaling binnen 2 dagen van verbeurde dwangsommen van € 100.000,-. Klaagster heeft de vermeende overtreding van het vonnis meteen via haar advocaat betwist. Toepasselijkheid van gedragsregel 19? Naar het oordeel van de raad heeft verweerder de vrijheid als advocaat van de wederpartij overschreden door onvoldoende de gerechtvaardigde belangen van klaagster in het oog te houden. Voor de raad is voldoende aannemelijk geworden dat voor de betekening geen contact van verweerder met de advocaat van klaagster is geweest over de te nemen rechtsmaatregelen jegens klaagster, dat klaagster op vrijdagmiddag door de betekening is overvallen en daardoor kosten heeft moeten maken voor haar advocaat en voor het starten van een kort geding na het weekend, omdat verweerder had geweigerd om de betalingstermijn van 2 dagen te verlengen. Door de aanzegging zo kort voor het weekend te laten plaatsvinden werd bovendien vrijwillige betaling en een termijn voor beraad over een oplossing door verweerder bemoeilijkt. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in de gegeven omstandigheden zich aldus niet gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt jegens een wederpartij als klaagster nu hij haar belangen onnodig en onevenredig heeft geschaad en klaagster onnodig met kosten heeft belast. Klacht in zoverre gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-344

    Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt de klacht over de advocaat van de verhuurder kennelijk ongegrond. De door verweerster gebruikte bewoordingen in haar sommatiebrief aan klager waren in de gegeven omstandigheden toegestaan en niet bedreigend of anderszins intimiderend.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1739b

    Klager verwijt verweerder kokervisie en zware nalatigheid ten gevolge waarvan zijn echtgenote is overleden. Verweerder heeft patiënte gezien op huisartsenpost vanwege pijnklachten. Er waren geen afwijkende waarden, geen aanwijzingen voor hernia, klachten zijn serieus genomen en onderzocht. Pijnmedicatie is aangepast. Verweerder kon volstaan met verrichte onderzoek. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16217b

    Verwijt aan huisarts van huisartsenpost dat hij tijdens visite aan klaagster uitvalsverschijnselen niet heeft herkend en diagnose herseninfarct heeft gemist en haar ten onrechte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen op basis van de uitval aan de rechterzijde. Huisarts had op grond van mededelingen triagiste en zijn eigen waarneming van een nog aanwezige neurololgische afwijking bedacht moeten zijn op beroerte. Anamnese onvoldoende uitgediept en onvolledig neurologisch onderzoek gedaan. Verwijzing naar neuroloog lag in de rede. De huisarts heeft de resultaten van het – onvolledige – onderzoek onjuist geïnterpreteerd, waardoor deugdelijk vervolgonderzoek achterwege is gebleven. Huisarts heeft zich niet toetsbaar opgesteld. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:150 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-307

    Voorzittersbeslissing: Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder als advocaat van de gedetineerde klager diens klacht over de tekortschietende medische zorg in de penitentiaire inrichting voldoende voortvarend en adequaat behandeld en, ondanks de taalproblemen, klager van zijn werkzaamheden op de hoogte gehouden, zonder dat van leugens sprake is geweest.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:144 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1122

    Verzet tegen voorzittersbeslissing. De voorzitter is niet van onjuiste feiten uitgegaan en heeft de beslissing voldoende gemotiveerd. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-343

    Voorzittersbeslissing: naar het oordeel van de voorzitter diende verweerder in het belang van zijn cliënte op grond van de relevante wettelijke bepalingen het exploot van dagvaarding op 28 oktober 2016 op het BRP-adres van klager laten betekenen. Dat klager feitelijk op een ander adres verbleef, waar hij overigens tevens is gedagvaard, doet daar niet aan af. Het had op de weg van klager gelegen om zijn juridische woonsituatie in overeenstemming te brengen met zijn feitelijke woonsituatie. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:151 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-197

    Voorzittersbeslissing: naar het oordeel van de voorzitter hebben verweerders, als toegevoegd advocaat in de strafzaak in appel, klager kwalitatief goed en op juiste wijze bijgestaan. Ondanks de tussentijdse intrekking door klager van zijn opdracht, zijn zij op verzoek van het gerechtshof betrokken gebleven bij de behandeling van de zaak in verband met een te starten deskundigenonderzoek naar de psychische toestand van klager om verder zijn eigen belangen te mogen behartigen. Klager heeft daarna zijn hoger beroep ingetrokken, waarna verweerders zijn gestopt met hun werkzaamheden. Alle (overige) klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:145 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-284

    Voorzitter oordeelt dat verweerder als advocaat van klaagster in haar geschil over de boedelscheiding voldoende zorgvuldig heeft gehandeld. Dat sprake was van een door verweerder onopgemerkte fout in de beschikking van het hof is niet gebleken, zodat dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond is. Het verwijt dat de door verweerder ingeschakelde cassatie-advocaat een negatief cassatie advies heeft gegeven, kan verweerder niet worden verweten. Dat klachtonderdeel is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:178 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170081

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij dat zij zich onnodig grievend heeft uitgelaten over klager door in haar brief de zinsnede 'middels bedrog en een onjuiste voorlichting van de rechters, cliënte een aanzienlijke geldsom ten onrechte afhandig wenst te maken' op te nemen. Het hof is, anders dan de raad, van oordeel dat verweerster niet klachtwaardig heeft gehandeld. De bewoordingen waren bezien in het licht van het gevoerde debat en met het oog op de naderende schadestaatprcoedure, scherp maar tevens functioneel en niet onnodig grievend. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-932

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de behandeling van een familiezaak. Klager beklaagt zich erover dat de advocaat zijn argumenten in een procedure onvoldoende voor het voetlicht heeft gebracht, heeft geweigerd een stuk op te vragen en ermee heeft ingestemd dat er door een derde alleen betalingen aan zijn ex-echtgenote werden gedaan. Klacht ongegrond. De klachten zijn zowel in de klachtbrief als bij repliek als op de zitting niet nader onderbouwd en onvoldoende aannemelijk gemaakt. Daarbij heeft de raad ook in ogenschouw genomen dat aldus de gemachtigde van klager sprake is van een dossier van 1000 bladzijden, waaruit blijkt dat er het nodige is gebeurd en dat niet in deze tuchtprocedure is ingebracht, terwijl verweerder onbetwist heeft aangevoerd dat hij het dossier aan de opvolgend advocaat heeft gezonden en daarover dus niet meer de beschikking heeft. Bij gebreke van enige onderbouwing komt de raad niet toe aan enige verdere factfinding in deze zaak.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:139 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-461

    Voorzittersbeslissing. Klaagsters sub 2 en 3 kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van klager sub 1 tegen verweerder in zijn hoedanigheid van curator kennelijk ongegrond. De klacht dat verweerder fouten van andere advocaten niet heeft gecontroleerd en hersteld en klachten van klager heeft genegeerd, is onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-311

    Voorzittersbeslissing: klager beklaagt zich over de gang van zaken bij het onderzoek door de deken naar zijn klacht jegens mr. T. De voorzitter is van oordeel dat het verweerder op grond van de voor hem geldende regelingen - in zowel in de Advocatenwet als in de Leidraad, waaronder het bepaalde in artikel 3.4 - vrij stond om aan mr. T. nader uitstel te verlenen zoals hij om hem moverende redenen heeft gedaan en tevens om de daarna te laat ontvangen reactie van mr. T. alsnog aan het klachtdossier voor de raad van discipline toe te voegen. Een deken heeft immers een grote vrijheid om een klacht te onderzoeken zonder daarbij gebonden te zijn aan dwingende bepalingen en termijnen. Anders dan klager stelt, bestaat geen verplichting voor een deken om een klacht op verzoek van een klager direct door te zenden naar de raad van discipline. Integendeel, op grond van de in deze geldende regelingen als door verweerder genoemd, was verweerder juist verplicht om de klacht van klager jegens mr. T. eerst te onderzoeken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1739a

    Klager verwijt verweerster kokervisie en zware nalatigheid ten gevolge waarvan zijn echtgenote is overleden. Verweerster, dienstdoende op huisartsenpost, heeft telefonisch consult met patiënte vanwege lage rugpijn. Verweerster kon gelet op vragen, bevindingen in medisch dossier tot standpunt komen dat er geen noodzaak was tot doen van nader onderzoek. Voordat pijnmedicatie is voorgeschreven is patiënte uitgevraagd over eventuele contra-indicaties voor dit medicijn. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:146 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-286

    Naar het oordeel van de voorzitter heeft klager wat betreft klachtonderdeel a) tijdig geklaagd en is hij daarin ontvankelijk. Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder fouten heeft gemaakt bij de waardering voor de boedelverdeling of bij berekening van de hoogte van de alimentatie. Ten aanzien van de overige verwijten over de alimentatieprocedure is klager niet-ontvankelijk op grond van art. 46g lid 1 sub a Advocatenwet, nu een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding niet slaagt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:179 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170250

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet. Klager is door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een geldsom en heeft hoger beroep ingesteld. Zijn advocaat heeft zich korte tijd na indiening van de memorie van grieven onttrokken. Klager heeft zich tot de deken gewend omdat hij een advocaat benodigd heeft die voor hem pleidooi kan vragen aan het hof. De deken heeft het verzoek afgewezen. Het hof acht het beklag van klager gegrond. Kllager wordt in een lopende hoger beroepprocedure niet meer door een advocaat vertegenwoordigd. De zaak staat inmiddels voor arrest, maar de kans op pleidooi is niet volledig uit te sluiten. De bewaking van de procedure en de afwikkeling van de zaak maken het noodzakelijk dat klager door een advocaat wordt bijgestaan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:140 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-481

    Voorzittersbeslissing. Verweerder mocht als partijdige belangenbehartiger de stellingen en feiten innemen namens zijn cliënte in de bestuursrechtelijke procedure en in dat kader de kwaliteit van de door klaagster verstrekte opdrachten aan een onderzoeksbureau ter discussie stellen. De door verweerder daarbij gebruikte bewoordingen zijn toegestaan bezien binnen de context van het gevoerde debat. Geen sprake van grievende uitlatingen jegens klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.