Zoekresultaten 23261-23280 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1798
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 01-11-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:114
Neuroloog was niet op de hoogte van verhoogde bezinking en heeft nierfunctiestoornissen niet besproken, waardoor de familie onvoldoende is geïnformeerd en patiënt ten onrechte is ontslagen naar revalidatiecentrum. Verantwoordelijkheid als hoofdbehandelaar. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1777
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 01-11-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:115
Medisch adviseur wordt verweten dat hij op intimiderende wijze een medische keuring heeft uitgevoerd in een openbare ruimte, dat hij in verband met het verkrijgen van informatie uit de curatieve sector machtigingen heeft opgesteld die niet voldoen aan de eisen van KNMG, dat ten onrechte een afwijzend advies aan de opdrachtgever is gegeven waarbij klager geen gelegenheid heeft gehad gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht. Eigen verantwoordelijkheid verweerder voor keuze onderzoekslocatie. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Verschillende lezingen over de gebeurtenissen. Zelfstandige beoordeling op basis van eigen onderzoek en informatie uit de curatieve sector. Machtigingen, in samenhang met begeleidende brief, voldoen aan de eisen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:183 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-357/DB/LI
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:183
Advocaat heeft cliënt tijdig bericht dat het door de rechtsbijstandsverzekeraar beschikbaar gestelde maximum was bereikt en zijn uurtarief voor zijn verdere werkzaamheden vermeld. Kosten zijn onder meer door de grote omvang door de cliënt aangeleverde stukken hoog opgelopen. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:283 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.089 en c2017.090
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:283
Klacht van IGZ tegen gz-psycholoog tevens psychotherapeut. De klacht houdt in dat verweerder ten opzichte van zijn cliënte de grenzen van de professionele relatie niet in acht heeft genomen door een persoonlijke relatie met haar aan te gaan en dat hij geen verantwoorde zorg aan cliënte heeft geboden door zelfstandig een specialistische behandeling uit te voeren waarvoor hij zichzelf zonder supervisie niet bekwaam achtte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachtonderdelen gegrond verklaard, aan verweerder een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden opgelegd met een proeftijd van twee jaar en publicatie van de beslissing gelast. Het principaal beroep van verweerder richt zich niet tegen de gegrondverklaring door het Regionaal Tuchtcollege van de klacht noch tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel, maar ziet veeleer op de verbetering van gronden. IGZ heeft in incidenteel beroep verzocht om de voorwaarden van de in eerste aanleg opgelegde schorsing te verduidelijken zodat de inspectie toezicht kan uitoefenen op de naleving van die voorwaarden. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt de gegrondverklaring van de beide klachtonderdelen onder verbetering van gronden en handhaaft de oplegging van de voorwaardelijke schorsing onder aanpassing van de voorwaarden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:284 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.091
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:284
Herzieningsverzoek van doorgehaalde huisarts. De arts is bij beslissing van 31 maart 2015 doorgehaald op grond van een combinatie van verwijten: grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van een patiente, onjuist declaratiegedrag, slechte dossiervoering, het opstellen van een valse medische verklaring; tezamen met een aantal eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen leidde dit alles tot het oordeel van het Centraal Tuchtcollege dat de arts niet over een juiste beroepshouding beschikt en dat hij heeft gehandeld in strijd met zowel de eerste als de tweede tuchtnorm. De arts heeft na de strafrechtelijke behandeling van de gebeurtenissen ten aanzien van (onder andere) de klaagster herziening van het tuchtrechtelijk oordeel gevraagd. Van een aantal feiten is hij tuchtrechtelijk vrijgesproken, maar is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf terzake van poging tot ontucht ten opzichte van een patient die zich aan zijn hulp en zorg heeft toevertrouwd. De arts beroept zich op een document dat niet vervalst zou zijn om zich een alibi ten tijde van het gewraakte grensoverschrijdende gedrag te verschaffen en blijft de ontuchtige handelingen betwisten. Het Centraal Tuchtcollege wijst het herzieningsverzoek af. De tuchtrechtelijke toetsing heeft een ander kader dan de strafrechtelijke; het bewuste document is niet de enige grond voor twijfel aan het alibi en er was sprake van een combinatie van diverse verwijten, waarop de doorhaling in 2015 was gebaseerd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:180 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-506/DB/ZWB
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:180
Voldoende aannemelijk dat aan advocaat opdracht is verstrekt om zich in hoger beroep te stellen en de dagvaarding te (doen) aanbrengen. Klager heeft, toen bleek dat de rechtsbijstandsverzekeraar ook na het positieve advies van de advocaat definitief geen dekking gaf, nagelaten de opdracht voor de verder behandeling in hoger beroep te bevestigen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:285 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.180
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:285
Klacht tegen een huisarts van een Penitentiaire Inrichting. Klager verwijt de huisarts dat hij laakbaar heeft gehandeld door de verkeerde medicatie toe te dienen, als gevolg waarvan klager in coma heeft gelegen en zijn leven in gevaar is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat moet worden vastgesteld dat de huisarts aan verweerder geen verkeerd medicijn heet toegediend of heeft voorgeschreven en heeft daarom de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17112
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 01-11-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:113
Verwijt aan specialist ouderengeneeskunde dat hij zonder toestemming van de mentor en op onjuiste wijze een psychiatrisch onderzoek bij patiënte heeft verricht en een uitspraak over de wilsbekwaamheid van patiënte heeft gedaan. Toestemming wettelijk vertegenwoordiger. Verweerder was bekend met setting in verpleeghuizen en met familieproblemen en heeft nagelaten te onderzoeken of er een mentor was benoemd. Desondanks heeft hij onderzoek gedaan. Rapportage ver beneden de maat. Deels gegrond. Berisping en publicatie.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:33 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/628222 / NT RK 17/42 (Th)
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 19-11-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:33
De kamer rekent de notaris niet alleen het laten ontstaan van een negatieve bewaringspositie zwaar aan, maar ook dat hij het tekort niet terstond heeft aangevuld en kennelijk heeft laten afhangen van een betaling van een declaratie. Voorts blijkt uit het verweer van de notaris dat ook in de maanden juli, augustus en oktober telkens aan het eind van de maand sprake is geweest van een negatieve bewaringspositie, waarvan de notaris naar eigen zeggen steeds niet op de hoogte is geweest. In zoverre kan niet gezegd worden dat sprake is van een incident. Op zichzelf beschouwd zou dit het opleggen van de maatregel van ontzetting uit het ambt kunnen rechtvaardigen. De kamer is evenwel van oordeel dat het opleggen van deze maatregel aan de notaris in het onderhavige geval te ver voert. De kamer acht namelijk aannemelijk dat bedoelde maandelijkse negatieve bewaringsposities vooral veroorzaakt zijn door een onhandige timing in de betalingen. Voorts staat vast dat de negatieve bewaringsposities niet het gevolg zijn van overboekingen te eigen bate en evenmin van excessieve uitgaven. Ook neemt de kamer in ogenschouw de over het algemeen relatief geringe omvang en korte duur van de tekorten en de serieuze maatregelen die de notaris heeft genomen om herhaling te voorkomen, zoals wekelijkse monitoring van de bewaringspositie, controle bij elke kantooruitgave en een stringenter incassobeleid. Het hiervoor overwogene in aanmerking genomen, acht de kamer het passend en geboden dat de notaris wordt opgelegd de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee maanden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:181 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-102/DB/LI
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:181
Een advocaat dient een opvolgend advocaat te informeren over de stand van een zaak. Dit geldt eveneens ten aanzien van een tweede opvolgende advocaat in een later stadium, indien deze informatie nodig heeft die de betreffende advocaat niet aan de eerste opvolgende advocaat had verstrekt. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-128b
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:152
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft bij haar beoordeling ten onrechte geen acht geslagen op wat onder andere de dochter van klaagster heeft gezegd. De huisarts had hieruit kunnen afleiden dat de woordvindstoornissen al vier weken speelden. De huisarts heeft de subtiele signalen die ook gerelateerd kunnen worden aan neurologische problemen, niet opgepikt. Zij had gezien de voormelde signalen van klaagster in de differentiaal diagnose een mogelijke TIA moeten overwegen. Er waren voldoende signalen voor een niet-pluisgevoel. Dat de huisarts niet direct een duidelijke diagnose had, valt haar niet te verwijten, maar er had wel verwacht mogen worden een ander beleid te volgen, namelijk verwijzing naar neuroloog op korte termijn. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 166/2016
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:169
Klacht tegen lid van Raad van Bestuur. Wel ontvankelijk maar ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-082
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:153
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt voorop dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid binnen detentie van een heel andere orde is dan de beoordeling van arbeidsongeschiktheid buiten detentie. De huisarts in een PI is in staat en ook bevoegd om te oordelen over de geschiktheid om arbeid in detentie te verrichten. De huisarts heeft klager op zorgvuldige wijze arbeidsgeschikt verklaard. Wat betreft de doorverwijzing naar een handenspecialist, is de vertraging niet aan de huisarts te wijten. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2017:39 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2016/87
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 26-10-2017
- ECLI:NL:TDIVTC:2017:39
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een paard nalatig te hebben gehandeld bij een operatie ter verwijdering van OCD-fragmenten uit de spronggewrichten. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:30 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/625950 / NT 17-28 O
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 24-08-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:30
Uit de stukken van het dossier alsmede uit het verhandelde ter zitting is immers gebleken dat met klaagster en verkoper is gesproken over de mogelijkheid dat de notaris het courtagebedrag zou achterhouden, maar dat het niet tot een depotovereenkomst is gekomen omdat verkoper herhaaldelijk weigerde hieraan mee te werken. De notaris heeft ter zitting verklaard dat zij ook geen functie had met betrekking tot de makelaarsovereenkomst tussen opdrachtgever en klaagster. In de algemene voorwaarden van het notariskantoor is niet opgenomen dat de makelaarskosten dienen te worden voldaan uit de nota van afrekening, aldus de notaris. Het is een goed en praktisch gebruik dat de courtage zo betaald wordt maar een mogelijkheid om deze service ten behoeve van de makelaar te bieden als de verkoper dit pertinent weigert heeft zij niet, aldus de notaris. De kamer volgt de notaris in dit standpunt: de koopsom die de koper op de rekening van de notaris stort, komt toe aan de verkoper en de notaris is gehouden de koopsom, met uitzondering van de afdracht aan de hypotheekhouder die noodzakelijk is voor de doorhaling van de hypotheek, door te betalen aan de verkoper. De notaris heeft dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de gehele koopsom aan de verkoper uit te keren.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-098
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:149
Gegronde klacht van de IGZ tegen een verpleegkundige wegens grensoverschrijdend gedrag. De verpleegkundige heeft door het grensoverschrijdend gedrag de professionele grenzen die zij als verpleegkundige in acht behoorde te nemen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de Nationale beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden 2007 en 2015, overschreden. Klacht gegrond. Schorsing voor de duur van twaalf maanden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:31 Kamer voor het notariaat Amsterdam 593218 / NT 15-56 O
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 05-10-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:31
De stellingen van het BFT met betrekking tot het eerste klachtonderdeel staan, als niet betwist, vast. Dit leidt tot de conclusie dat de notaris in strijd heeft gehandeld met artikel 23 Wna jo artikel 2 Administratieverordening en artikel 3 van het Reglement Verslagstaten 2010. Het verweer van de notaris dat hij sinds 2012 niet meer aan het dagelijks bestuur van het notariskantoor deelnam, ontslaat hem niet van zijn eigen verantwoordelijkheid. Het verwijt dat de notarissen niet adequaat hebben gehandeld, treft immers ook hem. De notaris is (mede) verantwoordelijk voor de financiële administratie van het notariskantoor en het had dan ook op zijn weg gelegen om onverwijld maatregelen te treffen, dan wel erop toe te zien dat deze door zijn kantoorgenoten werden genomen, teneinde het liquiditeits- en vermogenstekort terug te dringen. Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-046
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:150
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had, op basis van de verhoogde infectie parameters, in combinatie met de duur van de benauwdheidsklachten, het feit dat de prednison kuur de klachten had moeten verminderen, en het feit dat patiënte bekend stond als rookster, een doorverwijzing voor verder onderzoek moeten realiseren. De huisarts heeft steeds op geleide van de klachten een andere diagnose gesteld zonder de diagnose longkanker te overwegen en in de differentiaal diagnose mee te nemen. Het College overweegt daarbij dat de huisarts bij het stellen van de diverse diagnoses belangrijke signalen uit voorgaande consulten niet heeft meegenomen. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:32 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/621372 / NT 16-86 O
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 05-10-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:32
Naar ter zitting is gebleken doelt klaagster zowel met het eerste als het tweede klachtonderdeel op de - volgens klaagster – onjuiste conceptleveringsakte(n). Niet in geschil is immers dat de definitieve leveringsakte juist is. Uit die akte blijkt ook dat de notaris zich door beide partijen deugdelijk en voldoende heeft laten inlichten, gelet op de ongebruikelijk uitvoerige considerans en de uitdrukkelijke verwijzing naar de beide vonnissen van de rechtbank Noord-Holland. De kamer acht het standpunt van de notaris betreffende het royement van het hypotheekrecht voorts juist. Aangezien de notaris over een getekende volmacht tot royement van de ex-echtgenote van [A] beschikte kon hij overgaan tot het passeren van de leveringsakte. Van onzorgvuldige bestudering dan wel het onvoldoende verifiëren door de notaris van de betreffende gegevens is de kamer niet gebleken. In het proces dat tot de leveringsakte heeft geleid heeft de notaris dan ook niet verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-128a
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:151
Gegronde klacht tegen een huisarts. Het is het College niet gebleken dat de huisarts klaagster voldoende heeft uitgevraagd over de woordvindstoornissen, ook niet dat de huisarts een differentiaal diagnose heeft gesteld waarbij hij een mogelijk infarct of TIA heeft overwogen. Er waren volgens het College voldoende signalen voor een niet-pluisgevoel. Van de huisarts mocht een pro-actiever beleid worden verwacht waarbij hij op korte termijn een doorverwijzing naar een neuroloog had moeten realiseren. Klacht gegrond. Waarschuwing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1163
- Pagina: 1164
- Pagina: 1165
- ...
- Pagina: 2408
- Volgende pagina zoekresultaten