Zoekresultaten 23121-23140 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:228 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-664/DH/RO
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 01-11-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:228
Voorzittersbeslissing. Niet is gebleken dat verweerder in zijn hoedanigheid van bijzonder curator (over de dochter van klaagster) onverdedigbare of onbegrijpelijke afwegingen heeft gemaakt dan wel anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-747/DH/RO
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 15-11-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:222
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:323 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.209
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:323
Klacht tegen kinderarts. Klaagster heeft een dochtertje dat is geboren met een zeldzame, niet progressieve spierafwijking, waarvoor zij sinds haar geboorte onder behandeling is van de kinderarts. Het gezag over haar dochtertje berust bij klaagster. Klaagster en haar moeder zijn in een juridische strijd verwikkeld over de woonplaats van klaagsters dochtertje. Na een gesprek met de moeder van klaagster, haar advocaat en klaagsters schoonzus achtte de kinderarts een spoedmelding bij Veilig Thuis noodzakelijk. De kinderarts heeft ten behoeve van Veilig Thuis een medische verklaring geschreven en een verklaring inhoudende een gespreksverslag. Klaagster verwijt de kinderarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld doordat zij zonder dat zij klaagster heeft gehoord, gezien of ingelicht een onbegrijpelijke en voor klaagster belastende verklaring heeft afgegeven waarin zij aangeeft zich al tien jaar zorgen te maken over de verstandhouding tussen klaagster en haar dochtertje. Dit terwijl zij klaagster dochtertje slechts 8 tot 10 keer in de afgelopen tien jaar heeft gezien. Daarbij is de kinderarts volledig afgegaan op eenzijdig van de grootmoeder verkregen informatie. Door deze verklaring aan de advocaat van de grootmoeder te sturen heeft zij zich gemengd in een juridische strijd tussen klaagster en haar moeder. Het Regionaal legt de kinderarts de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de kinderarts.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:317 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.451
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:317
Klacht tegen orthopeed. In 2008 is bij klaagster een knieprothese links geplaatst. In verband met klachten aan de rechterknie heeft klaagster in het kader van een second opinion het advies gekregen eerst de linkerknie te laten opereren en pas daarna de rechterknie. Klaagster is vervolgens naar verweerder doorverwezen. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet aan haar linkerknie, maar aan haar rechterknie had moeten behandelen en dat de communicatie te wensen heeft overgelaten. Het Regionaal Tuchtcollege acht beide klachten ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege onderschrift het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-242/DH/RO
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 14-11-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:229
Voorzittersbeslissing. Een advocaat is niet gehouden om zijn werkzaamheden voort te zetten indien een cliënt niet voldoet aan zijn betalingsverplichtingen jegens de advocaat. De voorzitter is van oordeel dat verweerster bij het beëindigen van haar werkzaamheden voor klager de benodigde zorgvuldigheid in acht heeft genomen. In het dossier bevindt zich geen enkele aanwijzing voor de juistheid van de stelling dat verweerster is tekortgeschoten in de door haar verleende rechtsbijstand. Verweerster heeft naar het oordeel van de voorzitter zorgvuldig gehandeld door aan de hand van bestudering van de stukken uit het dossier een second opinion te adviseren. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-319/DH/DH
- Datum publicatie: 21-11-2017
- Datum uitspraak: 20-11-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:217
Beslissing op verzet. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:218 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-259/DH/RO
- Datum publicatie: 21-11-2017
- Datum uitspraak: 20-11-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:218
Verweerster heeft in 2016 als bijzonder curator van de minderjarige dochter van klaagster opgetreden, nadat zij klaagster in de periode van 2007 tot 2009 als BOPZ-advocaat had bijgestaan. Het was wellicht verstandiger geweest indien verweerster niet als bijzonder curator van de dochter van klaagster was opgetreden, maar de raad acht dit in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Zo heeft verweerster klaagster bij aanvang van haar aanstelling als bijzonder curator uitgebreid geïnformeerd over die rol. Klaagster heeft vervolgens expliciet ingestemd met het optreden van verweerster als bijzonder curator. Voorts is niet uit het klachtdossier gebleken dat verweerster als bijzonder curator onverdedigbare of onbegrijpelijke afwegingen heeft gemaakt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-497/DH/RO
- Datum publicatie: 21-11-2017
- Datum uitspraak: 20-11-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:219
Verweerder heeft op verzoek van zijn cliënte - de ex-echtgenote van klager - met de minderjarige kinderen (11 en 12 jaar oud) van klager gesproken. Hij heeft daardoor onjuist en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Reeds vanwege de jeugdige leeftijd van beide kinderen en vanwege de spanningen rond de omgangsregeling tussen klager en diens ex-echtgenote, had verweerder van een gesprek met die kinderen moeten afzien. Daar komt bij dat verweerder klager niet op voorhand in kennis heeft gesteld van zijn voornemen om met de minderjarige kinderen in gesprek te gaan - laat staan dat hij daarvoor toestemming van klager heeft gevraagd. Verweerder heeft door aldus te handelen de belangen van klager en mogelijk ook die van de kinderen geschaad. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-099
- Datum publicatie: 21-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:155
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Er bestaat naar het oordeel van het College geen reden voor de vaststelling dat de bedrijfsarts de situatie van klaagster onjuist heeft ingeschat. In geval een bedrijfsarts vaststelt dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid op een medische grondslag, is het aan de werkgever en de werknemer in overleg te komen tot hervatting van werkzaamheden in eigen dan wel ander werk of een andere oplossing. Er is sprake van slordigheden in de dossiervoering, maar niet van dien aard dat deze van tuchtrechtelijke aard zijn. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2016-297
- Datum publicatie: 21-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:156
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager en de bedrijfsarts verschillen in mening over hetgeen is gezegd tijdens het spreekuurcontact, waardoor naar het oordeel van het College het medisch dossier een in voldoende mate objectief aanknopingspunt is voor de stelling van de bedrijfsarts. Een bedrijfsarts kan en mag uitgaan van de mededeling van de werknemer van de diagnose en die door de behandelaar is gesteld. De vroege aanvinking van de CAS-code in het digitale dossier van klager is onbedoeld blijven staan in de informatie die de bedrijfsarts heeft vertrekt ten behoeve van de WIA-aanvraag. Dit is onhandig geweest, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voorts kan niet worden vastgesteld dat de bedrijfsarts ondeskundig heeft geadviseerd ten behoeve van het expertiseonderzoek naar klagers belastbaarheid. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-624/DH/DH
- Datum publicatie: 21-11-2017
- Datum uitspraak: 20-11-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:221
Dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft gedragsregel 37 geschonden door geen gevolg te geven aan verzoeken van de deken. Daarnaast heeft hij niet voldaan aan zijn verplichting als bedoeld in artikel 6.5 lid 1 onder b Voda en heeft hij de financiële bijdrage aan de NOvA over het jaar 2017 niet tijdig voldaan. Bij beslissing van 4 juli 2016 onder nummer 15-462/DH/DH heeft de raad aan verweerder een waarschuwing opgelegd omdat hij onvoldoende had gereageerd op verzoeken van de deken en niet tijdig had voldaan aan zijn betalingsverplichting aan de lokale Orde. Verweerder heeft klaarblijkelijk niets van deze veroordeling geleerd. De raad legt daarom een geheel voorwaardelijke schorsing van 4 weken op, met een proeftijd van 2 jaar. De inzagetermijn als bedoeld in artikel 8a lid 3 Advocatenwet wordt verkort tot twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-057
- Datum publicatie: 21-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:157
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Niet is gebleken dat de conclusie van de bedrijfsarts dat sprake is van een arbeidsconflict, niet juist zou zijn. Dat klager ten onrechte is uitgenodigd voor een consult terwijl dit ook telefonisch kon, is niet aan de bedrijfsarts te wijten. Wat betreft het verwijt dat de bedrijfsarts de inhoud van een brief niet vooraf met klager heeft besproken oordeelt het College dat het de voorkeur had verdiend dat de bedrijfsarts dat wel had gedaan maar dat dit in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is, omdat de bedrijfsarts wel zijn voorlopige bevindingen met klager heeft gedeeld, welke gelijk zijn aan de definitieve. Ook kan niet worden gesteld de bedrijfsarts zijn beroepsgeheim zou hebben geschonden. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-075
- Datum publicatie: 21-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:158
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Niet is gebleken dat de bedrijfsarts de richtlijnen die geldend zijn voor de beroepsgroep bedrijfsartsen niet heeft nageleefd. Evenmin is gebleken dat de bedrijfsarts een onjuiste c.q. geen diagnose heeft gesteld. Dat de bedrijfsarts meer algemeen onvolledige en onjuiste rapportages en verklaringen heeft afgegeven is niet aannemelijk geworden. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:218 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170168
- Datum publicatie: 20-11-2017
- Datum uitspraak: 10-11-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:218
Bekrachtiging van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 143/2017
- Datum publicatie: 20-11-2017
- Datum uitspraak: 20-11-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:183
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde over behandeling patiënt en bejegening naaste betrekking. Veronderstelde wil patiënt. Klaagster niet ontvankelijk met betrekking tot klacht over behandeling patiënt. Klacht betreffende bejegening klaagster als naaste betrekking wel ontvankelijk maar kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:214 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170119
- Datum publicatie: 20-11-2017
- Datum uitspraak: 10-11-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:214
De raad heeft geoordeeld dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, nu het rolreglement bepaalt dat het desbetreffende processtuk ter zitting kon worden genomen. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die zijn vervat in de beslissing van de raad, waarmee het hof zich verenigt. De grieven van klager tegen de beslissing van de raad worden verworpen. Volgt bekrachtiging van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2017:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/284f
- Datum publicatie: 20-11-2017
- Datum uitspraak: 20-11-2017
- ECLI:NL:TGZRAMS:2017:130
Klager, die een prostatectomie had ondergaan, verwijt de fysiotherapeut, kort samengevat, dat hij bij de manuele lymfdrainage van het rechter bovenbeen onzorgvuldig heeft gehandeld. Als gevolg van de behandeling is bij klager een spierruptuur ontstaan. De klacht heeft voorts betrekking op onder meer het ontbreken van toestemming voor de behandeling (geen informed consent), het verrichten van onvoldoende diagnostiek en het stellen van een onjuiste diagnose. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:215 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170084
- Datum publicatie: 20-11-2017
- Datum uitspraak: 10-11-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:215
Bekrachtiging van de uitspraak van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:216 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170145
- Datum publicatie: 20-11-2017
- Datum uitspraak: 10-11-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:216
Hetgeen de raad heeft overwogen omtrent de proceskosten-vergoeding is niet (geheel) juist; de procesvergoeding komt niet zonder meer aan de cliënten toe, maar aan de Raad voor Rechtsbijstand en eventueel pro resto aan de advocaat. Dat brengt echter niet mee dat de beslissing van de raad niet in stand kan blijven. Voor het overige heeft het onderzoek in hoger beroep niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die zijn vervat in de beslissing van de raad, waarmee het hof zich verenigt. De overige grieven van klager tegen de beslissing van de raad worden verworpen. Volgt bekrachtiging van de uitspraak van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:217 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170165
- Datum publicatie: 20-11-2017
- Datum uitspraak: 10-11-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:217
Bekrachtiging van de beslissing van de raad.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1156
- Pagina: 1157
- Pagina: 1158
- ...
- Pagina: 2408
- Volgende pagina zoekresultaten