Zoekresultaten 23021-23040 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:259 Raad van Discipline Amsterdam 17-425/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:260 Raad van Discipline Amsterdam 17-573/A/A

    Gedeeltelijk gegronde klacht. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet gelijktijdig een afschrift van zijn brief aan de kinderrechter aan de gemachtigde van klaagster te sturen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:242 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-193/DH/DH

    Klacht over advocaat wederpartij ongegrond. In de regel geldt dat een advocaat ervan uit mag gaan dat de informatie die zijn cliënt hem verschaft op juistheid berust, tenzij er concrete aanwijzingen zijn van het tegendeel. Tegenover verweersters stelling dat er geen redenen waren waarom zij niet mocht varen op de informatie die haar cliënt verstrekte, heeft klaagster niet nader onderbouwd waarom dit naar haar oordeel anders lag. Het niet gelijktijdig aan de advocaat van klaagster toezenden van stukken die verweerster bij de rechtbank heeft ingediend, is volgens de raad een slordigheidsfout en geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:76 Accountantskamer Zwolle 17/1098 Wtra AK

    Indien een accountant redelijkerwijs kan constateren dat de hem verstrekte gegevens onjuist, onvolledig of anderszins onbevredigend zijn, moet hij aanvullende informatie vragen en/of zelf nader onderzoek instellen. Betrokkene heeft nagelaten dit te doen. Dit levert schending op van het fundamentele beginsel ‘vakbekwaamheid en zorgvuldigheid’ als bedoeld in artikel 2 onder d van de VGBA. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:261 Raad van Discipline Amsterdam 17-505/A/A/

    Klacht over advocaat wederpartij. Zie ook 17-503/A/A/D. Verweerder heeft een constructie opgezet met het kennelijke doel om de wederpartij buitenspel te zetten en zo een verstekvonnis te verkrijgen. Verweerder heeft zich daarbij verscholen achter de vennootschapsrechtelijke structuur van de vennootschappen waarvan zijn cliënt (middellijk) bestuurder was, en aldus zijn eigen verantwoordelijkheid miskend, zich niet professioneel en onafhankelijk van zijn cliënten opgesteld en het onderlinge vertrouwen tussen advocaten beschaamd. Verweerder heeft aldus onevenredig nadeel toegebracht aan de wederpartij van zijn cliënten. Daarnaast heeft verweerder zowel de wederpartij als de rechtbank bewust informatie onthouden dan wel onjuiste informatie verstrekt, waarmee verweerder de kernwaarde integriteit ernstig heeft veronachtzaamd. Verweerder heeft daarbij ook miskend dat het openbaar belang bij een goede rechtspleging zich ertegen verzet dat een advocaat de rechter bewust op het verkeerde been zet. Verweerder heeft met zijn handelen het aanzien van en het vertrouwen in de advocatuur aangetast. Klacht grotendeels gegrond. Schorsing voor de duur van 32 weken, waarvan 16 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:255 Raad van Discipline Amsterdam 17-386/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:249 Raad van Discipline Amsterdam 17-515/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. Uitlatingen in krantenartikel vallen binnen de vrijheid die een advocaat heeft om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. Niet gebleken dat sprake is van feitelijk onjuiste en/of onnodig grievende uitlatingen. Verweerder diende met uitlatingen het belang van zijn cliënten. Hoewel de advocaat in de omgang met de pers tot bijzondere voorzichtigheid is gehouden is in het onderhavige geval geen tuchtrechtelijke grens overschreden. Aangezien de zaak in staat van wijzen verkeerde was het verweerder in beginsel niet geoorloofd om zich zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter te wenden, maar er is sprake van specifieke omstandigheden die voor het handelen van verweerder een rechtvaardiging vormen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:243 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-023/DH/RO

    Beslissing op verzet. De voorzitter heeft de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond verklaard. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:262 Raad van Discipline Amsterdam 17-504/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweten gedragingen betreffen de handelwijze van verweerder in een geschil tussen twee bestuurders/aandeelhouders. Privé-gedragingen van een advocaat zijn alleen dan tuchtrechtelijk van belang indien er voldoende aanknopingspunten zijn (of: verband bestaat of: verwevenheid is) met de praktijkuitoefening om de daarvoor geldende maatstaven toe te passen, dan wel de gedraging voor een advocaat in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd moet worden geacht. Naar het oordeel van de raad is daarvan in het onderhavige geval geen sprake. Klacht in zoverre ongegrond. Voor het overige hebben klagers geen belang bij hun klacht en zijn zij aldus niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:174 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-282

    Dekenbezwaar gegrond. Ondanks diverse verzoeken daartoe heeft verweerder de Centrale Controle Verordening (CCV) niet tijdig ingevuld en opgestuurd. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:263 Raad van Discipline Amsterdam 17-811/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerster heeft geweigerd hem bij te staan tijdens het politieverhoor. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:244 Raad van Discipline Amsterdam 17-411/A/A/D

    Dekenbezwaar. Ten aanzien van de door verweerder verstrekte dienstverlening heeft de raad in klachtzaak met zaaknummer 17-410/A/A geoordeeld dat de behandeling van deze zaak door verweerder onder de maat is gebleven van hetgeen van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. Daarnaast valt ook het door de deken aangevoerde patroon van klachten onder het dekenbezwaar. Gesteld noch gebleken is dat dit patroon zich langer dan drie jaar geleden heeft geopenbaard, zodat de deken in dit onderdeel van zijn bezwaar kan worden ontvangen. Dekenbezwaar gegrond. Naar het oordeel van de raad is er evenwel onvoldoende grond om bovenop de in klachtzaak met zaaknummer 17-410/A/A reeds aan verweerder opgelegde maatregel nog een aanvullende maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:251 Raad van Discipline Amsterdam 17-548/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft klager rechtstreeks benaderd terwijl deze door een advocaat werd bijgestaan. Voormalig advocaat van klager heeft verweerder weliswaar meegedeeld de zaak te zullen overdragen, maar daarna heeft verweerder wekenlang niets meer vernomen. Gezien dit tijdsverloop valt verweerder van het rechtstreeks benaderen van klager geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Voorts stond het verweerder in beginsel vrij om het faillissement van klager aan te vragen. Gelet op omstandigheden hoefde verweerder de namens klager aangeboden bankgarantie niet in het faillissementsverzoekschrift te vermelden. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-600/DH/RO

    Schrapping naar aanleiding van dekenbezwaar. Verweerder heeft niet voldaan aan diverse verzoeken van de deken tot het verstrekken van informatie, onder meer inzake de (vermeende) arbeidsongeschiktheid van verweerder, diens wegloopgedrag en de overdracht van dossiers aan andere advocaten. Verweerder heeft bovendien niet, althans onvoldoende gereageerd op verzoeken van de deken om te reageren op klachten van (voormalig) cliënten van verweerder. Ook heeft hij niet voldaan aan zijn betalingsverplichtingen en heeft hij na ingang van de aan hem opgelegde schorsing ex artikel 60ab Advocatenwet niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Verweerder lijkt het ernst van zijn handelen onvoldoende in te zien. De ernst van de verweten gedragingen, de volharding van verweerder in zijn gedrag en zijn tuchtrechtelijk verleden laten geen andere keus dan de maatregel van schrapping. De raad gelast voorts de tenuitvoerlegging van de bij de beslissing van 22 mei 2017 onder nummer 17-088/DH/RO aan verweerder opgelegde voorwaardelijke schorsing voor de duur van één maand.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:245 Raad van Discipline Amsterdam 17-474/A/A 17-475/A/A

    Klacht over advocaten wederpartij over ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid om namens drie vennootschappen beslag te leggen. Klacht over verweerster ongegrond, aangezien namens verweerster onweersproken is gesteld dat zij pas na het leggen van de beslagen bij de zaak betrokken raakte. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder onder de specifieke omstandigheden van dit geval vertrouwen op de mededelingen van zijn contactpersonen dat de drie vennootschappen waren overgenomen door T B.V., en rustte er op hem dus geen verplichting om nader onderzoek te verrichten. Klacht over verweerder eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:246 Raad van Discipline Amsterdam 17-503/A/A/D

    Dekenbezwaar. Zie ook 17-505/A/A. Verweerder heeft een constructie opgezet met het kennelijke doel om de wederpartij buitenspel te zetten en zo een verstekvonnis te verkrijgen. Verweerder heeft zich daarbij verscholen achter de vennootschapsrechtelijke structuur van de vennootschappen waarvan zijn cliënt (middellijk) bestuurder was, en aldus zijn eigen verantwoordelijkheid miskend, zich niet professioneel en onafhankelijk van zijn cliënten opgesteld en het onderlinge vertrouwen tussen advocaten beschaamd. Verweerder heeft aldus onevenredig nadeel toegebracht aan de wederpartij van zijn cliënten. Daarnaast heeft verweerder zowel de wederpartij als de rechtbank bewust informatie onthouden dan wel onjuiste informatie verstrekt, waarmee verweerder de kernwaarde integriteit ernstig heeft veronachtzaamd. Verweerder heeft daarbij ook miskend dat het openbaar belang bij een goede rechtspleging zich ertegen verzet dat een advocaat de rechter bewust op het verkeerde been zet. Verweerder heeft met zijn handelen het aanzien van en het vertrouwen in de advocatuur aangetast. Bezwaar gegrond. Schorsing voor de duur van 32 weken, waarvan 16 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:240 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-666/DH/RO

    Verweerder heeft een ernstige beroepsfout gemaakt door het griffierecht niet (tijdig) te voldoen. Daarnaast heeft hij niet c.q. onvoldoende gereageerd op verzoeken van klaagster, onder meer om het griffierecht aan haar te retourneren en om contact op te nemen met diverse instanties. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder acht de raad de maatregel van een onvoorwaardelijke schorsing van twee weken passend en geboden. Daarnaast ziet de raad aanleiding om aan verweerder een voorwaardelijke geldboete van EUR 1.000,- op te leggen, onder de bijzondere voorwaarden dat verweerder binnen 14 dagen na dagtekening van de onderhavige beslissing aan de deken moet hebben aangetoond: 1) dat hij het niet (tijdig) betalen van het griffierecht bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar heeft gemeld en 2) dat hij het van klaagster ontvangen griffierecht aan haar heeft geretourneerd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:253 Raad van Discipline Amsterdam 17-622/A/A

    Verweerder heeft klaagster in het verleden bijgestaan in een geschil dat verband hield met de kwestie waarin verweerder de wederpartij van klaagster later heeft bijgestaan, aangezien in beide zaken de verkoop van hetzelfde onroerend goed centraal staat. Daarmee is sprake van een ter zake doend verband tussen beide zaken. Dat de feiten in beide zaken van andere aard zijn kan daar niet aan afdoen. Aan de voorwaarde van Gedragsregel 7 lid 5 sub 1 wordt niet voldaan. Voor zover de klacht mede is ingediend namens de raadsman van klaagster is deze niet-ontvankelijk in zijn klacht, nu de bepaling van Gedragsregel 7 lid 4 strekt tot de bescherming van de belangen van klaagster en niet tot die van klager als raadsman van klaagster. Klacht voor zover deze namens klaagster is ingediend gegrond. Gezien specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:247 Raad van Discipline Amsterdam 17-813/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Het valt verweerster niet tuchtrechtelijk te verwijten dat mr. A is gaan optreden tegen klager. Dat verweerster vertrouwelijke informatie over klager aan mr. A heeft verstrekt heeft klager op geen enkele wijze onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:241 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-512/DH/DH

    Dekenbezwaar. Verweerster is tekort geschoten in haar communicatie richting de deken en heeft in strijd gehandeld met gedragsregel 37. Ook heeft zij in strijd gehandeld met de Verordening op de advocatuur door in het jaar 2016 in het geheel geen opleidingspunten te behalen, en door geen opvolging te geven aan de namens de deken geconstateerde gebreken van haar kantoororganisatie. Verweerster heeft weliswaar meermalen beterschap beloofd, maar heeft tot op heden de daad niet bij het woord gevoegd. Zelfs de aan haar opgelegde schorsing ex artikel 60b Advocatenwet heeft er niet toe geleid dat verweerster op adequate wijze haar verantwoordelijkheid neemt. Zij blijft zich verschuilen achter excuses. De raad is daarom met de deken van oordeel dat verweerster een flinke stok achter de deur nodig heeft en legt aan haar een voorwaardelijke schorsing voor de duur van 26 weken op.