Zoekresultaten 22981-23000 van de 48147 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:329 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.126

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is werkgeefster van de verpleegkundige. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij heeft toegestaan dat een gedwongen opgenomen patiënte met een langdurige psychiatrische voorgeschiedenis, die tevens bekend was met een alcoholprobleem die door de verpleegkundige begeleid werd buiten de instelling één glas wijn heeft gedronken. Tevens wordt de verpleegkundige verweten dat zij dit nadien niet heeft gerapporteerd. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door patiënte toe te staan één glas wijn te nuttigen. Van belang is dat algemene (beleids)regels en richtlijnen ten aanzien van alcoholgebruik ontbraken in de instelling. Voorts was er geen recent behandelplan van patiënte voor handen waaruit kon worden opgemaakt dat alcoholgebruik moest worden vermeden. Verder is van belang dat binnen de afdeling waar de verpleegkundige werkte, bij de omgang van patiënten aan de verpleegkundigen veel vrijheid werd gegund ten behoeve van een goede behandel- en vertrouwensbasis en “out of the box” denken werd gestimuleerd. Verder kan de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk worden verweten dat de verpleegkundige het alcoholgebruik nadien niet heeft gerapporteerd, nu rapportage hiervan alleen diende plaats te vinden bij buitensporig en fors afwijkend gedrag, hetgeen niet aan de orde was. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht alsnog ongegrond. De opgelegde maatregel van waarschuwing komt zodoende te vervallen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:236 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170043W

    De wrakingskamer oordeelt dat verweerders wel degelijk getracht hebben rekening te houden met de belangen van verzoeker bij de bepaling van de datum waarop de klacht in hoger beroep zou worden behandeld en dat juist de beperkte beschikbaarheid van verzoeker en de (late) communicatie hierover door verzoeker voor verweerders aanleiding was vast te houden aan de vastgestelde behandeldatum. De verklaring die verzoeker voor zijn handelwijze geeft, namelijk dat “het” (verzoeker bedoelt kennelijk: “zijn”) leven dynamisch is en er voortdurend wisselingen plaatsvinden en dat hij sedert april 2016 zijn kantoor gesloten heeft en daarna gepensioneerd is, brengen niet mee dat wanneer tegen deze achtergrond verder uitstel niet wordt geaccepteerd, verweerders (schijn van) rechterlijke vooringenomenheid kan worden verweten. Volgt afwijzing van het wrakingsverzoek.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:230 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170110

    Klacht tegen eigen advocaten. Anders dan de raad acht het hof de klacht dat verweersters klager niet hebben gewezen op de mogelijkheid die zijn ex-echtgenote had om zonder rechterlijke tussenkomst, via een deurwaarder, beslag te laten leggen, ongegrond. Uit de omstandigheden volgt dat klager zich reeds bij aanvang van de behandeling van de zaak ervan bewust moet zijn geweest dat de ex-echtgenote executiemaatregelen kon treffen en dat beslag kon worden gelegd. Anders dan de raad acht het hof de expliciete waarschuwing van verweersters aan klager niet te laat. Het hof oordeelt dat ook de klacht dat verweersters ten onrechte heben gezegd dat het LBIO terughoudend zou zijn met het nemen van incassomaatregelen gedurende de loop van een rechtszaak, ongegrond is. De uitlating van verweerster bevat geen onjuistheden en is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, temeer klager erop is gewezen dat de alimentatieverplichting zou blijven bestaan indien de rechter het verzoek tot beëindiging van de alimentatieverplichting zou afwijzen, dat het risico van exectue bij niet-betaling bleef bestaan en dat hem geadviseerd is de gelden te reserveren. De beslissing van de raad wordt vernietigd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:224 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170180

    Dekenbezwaar. Gegrond. De raad heeft aan verweerder een schorsing van 4 weken en een geldboete van € 10.000 opgelegd vanwege (onder meer) excessief declareren en daarbij overwogen dat aanleiding bestaat verweerder het door hem ten onrechte genoten voordeel te ontnemen. Het hoger beroep van verweerder, de deken en de algemeen deken richt zich tegen de maatregel, in het bijzonder de boete. Het hof oordeelt dat de cliënt in ieder geval ten onrechte een bedrag van € 5.000 heeft betaald. Het hof legt een voorwaardelijke geldboete van € 10.000 op onder de bijzondere voorwaarde dat verweerder € 5.000 betaalt aan de cliënt. Schorsing van 4 weken. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:231 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170256

    Verzoek aanwijzing van een advocaat (art. 13 Advocatenwet). Klager heeft zelf een cassatieverzoek bij de Hoge Raad ingediend. De griffier van de Hoge Raad heeft klager een termijn van twee weken gegeven om een door een cassatieadvocaat ondertekend verzoekschrift in te dienen.De griffier heeft klager vervolgens geschreven dat, nu het verzuim niet is hersteld, deze termijn is verstreken. Klager beroept zich op een verschoonbare termijnoverschrijding doordat volgens klager de post naar zijn bewindvoerder is verzonden en deze de post te laat naar hem heeft doorgezonden. Klager stelt dat hij de eerste brief van de griffier pas na 17 dagen heeft ontvangen. Volgens het hof valt niet uit te sluiten dat de bewuste brief van de Hoge Raad klager te laat heeft bereikt zonder dat klager daarvan een verwijt kan worden gemaakt. Het hof ziet daarin aanleiding de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen om advies uit te brengen over de vraag of in dit geval een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding een redelijke kans van slagen heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:225 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170191

    Hoger beroep tegen beslissing van de raad waarbij het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ongegrond is verklaard. Appelverbod artikel 46h lid 7 Advocatenwet. Geen grond voor doorbreking. Klager is niet-ontvankelijk in zijn beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:244 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-560/DH/DH

    Beslissing op verzet. De preliminaire verweren zijn tevergeefs voorgesteld. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:326 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.093

    Klacht tegen kinderarts. IGZJ i.o. verwijt de kinderarts schending van de tweede tuchtnorm ex artikel 47 lid 1 onder b Wet BIG door als kinderarts kinderpornografisch materiaal te downloaden, in het bezit te hebben en te bekijken. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt de klacht gegrond, ontzegt de arts de bevoegdheid om, in het register ingeschreven staand, het beroep van kinderarts uit te oefenen en bepaalt dat deze ontzegging onmiddellijk van kracht wordt, beveelt zo nodig de doorhaling van verweerders inschrijving als kinderarts in het BIG-register dan wel ontzegt verweerder, voor het geval hij op het moment van het onherroepelijk worden van deze beslissing niet als kinderarts is ingeschreven in het BIG-register, het recht om wederom in dit register als kinderarts te worden ingeschreven en bepaalt dat deze ontzegging onmiddellijk van kracht wordt en gelast de publicatie. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing echter uitsluitend wat betreft de opgelegde maatregel, legt de arts de maatregel op van ontzegging van de bevoegdheid om het beroep als arts uit te oefenen ten aanzien van minderjarigen, gelast de onmiddellijke inwerkingtreding, bekrachtigt de beslissing voor het overige en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:226 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170153

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de behandeling van een familiezaak. Klager beklaagt zich erover dat de advocaat zijn argumenten in een procedure onvoldoende voor het voetlicht heeft gebracht, heeft geweigerd een stuk op te vragen, de belangen van klager onvoldoende voortvarend heeft behartigd, ermee heeft ingestemd dat er door een derde alleen betalingen aan zijn ex-echtgenote werden gedaan en dat de advocaat zich ontijdig aan de zaak heeft onttrokken. Klacht is ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:197 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-531/DB/LI

    Een advocaat kan niet worden verplicht een (appel)procedure te voeren indien die advocaat geen mogelijkheden ziet deze met succes te voeren. Uit dossier volgt dat advocaat veelvuldig met klaagster heeft gecommuniceerd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:220 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170179

    Dekenbezwaar, inhoudende dat verweerder een declaratie heeft gestuurd met ondeugdelijke urenspecificatie, geen opdrachtbevestiging gestuurd en heeft nagelaten zorgvuldig en nauwgezet te declareren, is gegrond. In hoger beroep is ongegrond het bezwaar dat geen redelijke salaris in rekening is gebracht. Voor tuchtrechtelijk ingrijpen is slechts dan plaats als excessief gedeclareerd is. Daarvan is sprake als het in rekening gebrachte bedrag in geen enkele verhouding staat tot de verrichte werkzaamheden. Verweerder heeft volgens de Geschillencommissie weliswaar een te hoog bedrag in rekening gebracht maar gelet op de omvang van dit bedrag (€ 1.000) in verhouding tot het totale bedrag (€ 3.206,50) en de aard van de werkzaamheden en de omstandigeid dat verweerder het teveel betaalde inmiddels heeft gerestitueerd, is naar het oordeel van het hof geen sprake meer van een exces. De maatregel wordt enigzins gematigd tot een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:227 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170083

    Klacht tegen eigen advocaat, dat hij de boot heeft afgehouden, zijn belofte om klager binnen een maand na ontvangst van de stukken te berichten niet is nagekomen en een afspraak met klager kort voor een geplande bespreking heeft afgezegd omdat verweerder geen heil in de zaak van klager zag, is ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:252 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-630/DH/DH

    Beslissing op verzet. De preliminaire verweren zijn tevergeefs voorgesteld. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:221 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170141

    Dekenbezwaar. De deken is ontvankelijk in zijn bezwaren. Een wettelijk voorschrift op grond waarvan de deken vooraf de advocaat op de hoogte moet brengen van zijn klacht en hem de gelegenheid moet geven om zijn zienswijze te geven, ontbreekt. Op grond van de ontvangen signalen van de gemeente en de president van de rechtbank en de overige omstandigheden, waaronder de strafbeschikking ten laste van verweerder sub 2, was de deken bevoegd onderzoek te doen en vragen te stellen. Verweerders hebben de deken belemmerd in zijn toezichthoudende taak door de door hem gevraagde informatie te onthouden. Zij hadden aan het onderzoek geen nadere voorwaarden mogen stellen. Niet valt in te zien dat de deken geen onafhankelijk onderzoek zou kunnen doen en evenmin is sprake van ontstentenis in de zin van artikel 23 Advocatenwet. Ook hebben zij het proactieve toezicht van de deken gefrustreerd door een kantoorbezoek te weigeren en niet alle gevraagde gegevens te verstrekken. Verweerders hebben echter, anders dan de raad heeft geoordeeld, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de gevraagde jaarrekening niet toe te sturen, nu de deken niet heeft onderbouwd waarom de door verweerders verstrekte financiële informatie voor hem ontoereikend was. Onvoldoende besef van de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid. Schorsing voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1722

    Klacht tegen MDL-arts na perforatie dikke darm bij coloscopie in 2008 ongegrond. Voldoende informatie verstrekt over mogelijke complicaties. Ontslag naar huis na observatieperiode en onderzoek niet onzorgvuldig. Niet aannemelijk dat verweerster zou hebben gezegd dat de hersteloperatie een kleine ingreep zou zijn. Van mogelijke taalbarrière is niets gebleken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:228 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170177

    Dekenbezwaar. Het hoger beroep richt zich tegen de door de raad opgelegde maatregel van een onvoorwaardelijke schorsing van 2 maanden en niet tegen de gegrondheid van de bezwaren. Verweerder komt zijn betalingsverplichtingen aan de NOvA en de lokale orde stelselmatig te laat na, verweerder heeft het tuchtrechtelijk onderzoek naar een klacht vertraagd, verweerder heeft niet gereageerd op verzoeken tot overdracht van een dossier en verweerder heeft de rekeningen van zijn coach meer dan een jaar onbetaald gelaten. Het hoger beroep faalt. Ernstige vergrijpen die het vertrouwen in de advocatuur ondermijnen. De door de gemachtigde van verweerder besproken te treffen/getroffen maatregelen zijn van onvoldoende gewicht om de voor een juiste uitoefening van de praktijk benodigde gedragsverandering bij verweerder te bewerkstelligen. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:222 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170215

    Beroep tegen beslissing van de algemeen secretaris van de Orde om appellant, advocaat te Bonaire, niet in te schrijven op het tableau als advocaat bij de Hoge Raad (art. 9j Advocatenwet). Appellant voldoet niet aan eisen van artikel 9j Advocatenwet nu hij niet staat ingeschreven op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten. Appellant beroept zich op de laatste constitutionele ontwikkelingen. Het beroep is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17134

    Apotheker. Klacht: onterechte substitutie merkgeneesmiddelen (1), onvoldoende voorlichting (2), lichamelijk letsel als gevolg van onzorgvuldig handelen (3), onjuistheden in/onvolledig apothekersdossier (4). College: 1: Substitutie Zyloric onjuist. Overige substitutie correct. 2: Voorlichting voldoende. 3: geen uitspraak over causaal verband. 4: Medische noodzaak voor Zyloric niet (correct) geregistreerd in dossier. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:229 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 150053

    Klacht tegen eigen advocaat. Ook in hoger beroep zijn de klachten dat de advocaat de offerte van de deskundige naar arbiters had moeten sturen en dat hij na het stranden van het minnelijk overleg tussen klagers en hun wederpartij gebruik had moeten maken van het verkregen beslagverlof en beslag had moeten leggen op de maatschapsrekening, gegrond. Berisping. Anders dan de raad acht het hof de klacht dat de advocaat in een kort gedingprocedure facturen had moeten inbrengen, ongegrond. De vorderingen van klagers in kort geding zijn afgewezen omdat deze niet geschikt werden geacht voor afzonderlijke behandeling in kort geding en niet omdat er geen facturen waren overgelegd. Vernietiging van de beslissing van de raad op dit onderdeel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:223 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170049

    Klacht tegen optreden eigen advocaat in strafzaak. Klager verwijt verweerster dat zij niets heeft gedaan met het omvangrijke strafdossier dat zij een dag voor de mondelinge behandeling van de strafzaak heeft ontvangen, dat zij het dossier niet aan klager heeft afgegeven en dat zij zich niet heeft onttrokken bij de rechtbank ondanks herhaalde verzoeken van klager daartoe. De klachtonderdelen zijn ook in hoger beroep ongegrond. Verweerster heeft klager het dossier digitaal verstrekt. Het is aan klager om aan te tonen welk belang hij heeft bij ontvangst van de papieren versie van het dossier. Klager is hierin niet geslaagd. Bekrachtiging.