Zoekresultaten 22901-22920 van de 48147 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:190 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-144

    Klacht tegen voormalig eigen advocaat. Klacht gegrond voor wat betreft de gestelde belangenverstrengeling. Naar het oordeel van de raad is gebleken van redelijke bezwaren die verweerder hadden moeten weerhouden om in deze zaak tegen klaagster op te treden (Gedragsregel 7 lid 5 onder 3). Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:197 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-460

    Voorzittersbeslissing; verweerder is curator in faillissement van klaagster sub 2. Voorzitter oordeelt dat overige klagers niet-ontvankelijk zijn in hun klachten wegens ontbreken van een eigen rechtstreeks belang bij de klacht. Verwijt dat verweerder de belangen van de schuldeisers van klaagster sub 2 niet adequaat heeft behartigd en heeft samengespannen niet gebleken door onvoldoende concrete onderbouwing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:336 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.136

    Klacht tegen plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft over klager een expertiserapport uitgebracht in het kader van een letselschadezaak. Klager verwijt de plastisch chirurg dat hij het correctie- en blokkeringrecht heeft geschonden, dat het door hem uitgebrachte expertiserapport niet voldoet aan de vereisten, dat hij tijdens het onderzoek heeft gemeld dat sprake was van een flink defect en hij dit niet tot uitdrukking heeft laten komen in het expertiserapport, dat hij heeft geweigerd door hem vervaardigde foto’s aan klager ter beschikking te stellen, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld en zakelijke banden heeft met een van de verzekeringsmaatschappijen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2017:24 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/52

    Inschrijving registerverklaring als bedoeld in art. 3:17 lid 1 sub a BW jo. art. 26 Kadasterwet na buitengerechtelijke vernietiging van koopovereenkomst m.b.t. onroerende zaken wegens bedrog, althans dwaling. Klacht deels niet-ontvankelijk i.v.m. overschrijding klachttermijn. Overigens ongegrond omdat N, mede gelet op advies van Notarieel Bureau, in gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door (nog) niet over te gaan tot wijziging van de wijze waarop de betreffende onroerende zaken in de openbare registers zijn ingeschreven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:191 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-063

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft klager onvoldoende geïnformeerd over de mogelijkheden, kansen en risico's om via de rechter nakoming van de beslissing van de ethische commissie (onderdeel van een sportfederatie) af te dwingen, met name over de kansen en risico’s van zijn keuze voor de strategie om de beslissing als arbitraal vonnis aan te merken en een exequatur te vragen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-061

    Klacht tegen eigen advocaat (deels) gegrond nu genoegzaam is komen vast te staan dat verweerder onvoldoende op de hoogte was van gerechtelijke protocollen en (mede daardoor) processuele fouten heeft gemaakt. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:207 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-436/DB/LI

    Voorzitter heeft juiste maatstaf gehanteerd en kon de klacht zonder zitting afdoen op gerond van artikel 46j Advocatenwet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17100

    Huisarts wordt verweten dat zij de klachten van patiënte heeft gebagatelliseerd en een acuut coronair syndroom heeft gemist waardoor patiënte is overleden. Tevens was zij niet empatisch en respectvol en is er sprake van onzorgvuldige verslaglegging. Verweerster heeft zich teveel laten leiden door haar eigen waarneming. Zij had meer acht moeten slaan op het triageverslag en de aanhoudende onrust van patiënte, minder moeten vertrouwen op een relativerende opmerking van patiënte die zij niet kende en dus niet kon inschatten of het in de aard van deze patiënte zat om haar klachten (ten onrechte) te relativeren. Verslaglegging had vollediger gekund doch de hulpverlening is niet in het gedrang gekomen. Deels gegrond. Waarschuwing en publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:208 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-617/DB/LI

    Geen sprake van het uitoefenen van ongeoorloofde druk door advocaat om klacht in te trekken. Begrijpelijk dat een advocaat tegen wie een klacht is ingediend zich terughoudend opstelt. Advocaat heeft de belangen van klager in de lopende zaken steeds behartigd. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1177

    Klacht tegen eigen advocaat. Door stukken, waarvan aannemelijk is dat deze relevante bewijswaarde hadden, niet (tijdig) in het geding te brengen en door niet te reageren op contactverzoeken van klager na het voor klager negatieve vonnis, heeft verweerder niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1757

    volgt

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:209 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-636 DB /OB

    Advocaat heeft erkend dat hij geen hoger beroep heeft ingesteld, terwijl zijn cliënt had kunnen begrijpen dat hij dat wel zou doen. Onduidelijkheid over het al dan niet instellen van hoger beroep komt voor risico van de advocaat. Dat advocaat heeft erkend dat hij geen hoger beroep heeft ingesteld, betekent niet dat hij erkent dat zijn cliënt schade heeft geelden. Client dient de advocaat aansprakelijk te stellen. Zonder dat kan de advocaat de zaak niet aan zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar doorgeleiden. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:181 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-760

    verzet ongegrond. Geen plaats voor een ruimere verjaringstermijn.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-249 17-249D

    Gecombineerde klacht/dekenbezwaar over eigen advocaat van klagers. Klagers ex 46g lid 1 sub a Aw niet-ontvankelijk in aantal klachtonderdelen die buiten 3-jaarstermijn vallen. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Vervaltermijn deken ook ex 46g lid 1 sub a Aw beoordeeld. Deken heeft onbetwist gesteld eerst in april 2016 bekend te zijn geworden met het gewraakte handelen van verweerder vanaf 2010 door indiening van de klacht door klagers. Binnen 3-jaarstermijn dekenbezwaar ingediend en daarmee ontvankelijk. Onzorgvuldige communicatie van verweerder met klagers. Schending van Gedragsregel 8 door het ontbreken van schriftelijke opdrachtbevestigingen met financiële afspraken. Gegrond. Waarschuwing. Overige klachtonderdelen over voeren incassoprocedure over onbetaalde declaraties, grievende uitlatingen, dossieroverdracht ongegrond. Dekenklacht gegrond ten aanzien van ontbreken van schriftelijke opdrachtbevestigingen van verweerder en ontbreken van schriftelijke bevestiging van met klagers beweerdelijk gemaakte financiële afspraken en besproken plan van aanpak met risico analyse. Aldus heeft verweerder in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 7.5 van de VOdA en met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt (artt. 46 Aw in combinatie met Gedragsregels 8 en 26). Dat verweerder geen deugdelijk onderzoek heeft gedaan en een bij voorbaat kansloze procedure in hoger beroep namens klaagster heeft gevoerd en daarmee in strijd met art.10a en 46 Aw kan de raad door gemotiveerde betwisting daarvan en bij gebreke van concrete onderbouwing niet vaststellen. Overige dekenklachten ongegrond. Alleen maatregel in klachtzaak. Eenmaal proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-123

    Verweerder heeft in een procedure twee brieven met klager overgelegd en mocht dat naar het oordeel van de raad ook doen. Geen strijdigheid met gedragsregel 12. Verweerder heeft na vergeefs overleg met klager vooraf om bemiddeling door de deken gevraagd. Volgens de deken had de cliënt van verweerder in de gegeven omstandigheden een belang dat bepaaldelijk kon vorderen dat de gewraakte brieven door verweerder in de procedure zouden worden overgelegd. Gelet op dit advies van de deken in samenhang met het aannemelijke processuele belang van verweerder om de correspondentie over te leggen is de raad van oordeel dat verweerder de gewraakte correspondentie met klager in de procedure heeft mogen overleggen zoals door hem gedaan. Evenmin strijdigheid met gedragsregel 13, nu de raad uit de inhoud van de door klager bedoelde (letterlijke) tekst in de brief van 29 december 2015 niet is gebleken dat op dat moment (nog) sprake was van schikkingsonderhandelingen tussen partijen. Klager heeft dat verwijt onvoldoende onderbouwd die niet ter zitting is verschenen voor een noodzakelijk nadere toelichting daarop. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17126

    volgt

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-104

    Klacht van advocaat tegen andere advocaat ongegrond. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder, na de beëindiging van de maatschap van klager en verweerder, tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld nu (uiteindelijk) uitvoering is gegeven aan de afspraken zoals vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst en een bindend advies door de deken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:183 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-312

    Klachten over de eigen advocaat. Dat verweerder een met klaagster gemaakte vaste prijsafspraak van € 1.210,- heeft gemaakt die hij niet is nagekomen is tegenover het gemotiveerde verweer niet komen vast te staan. Geen excessief declareren. Naar het oordeel van de raad is het tarief noch het aantal gedeclareerde uren in verhouding tot de blijkens het klachtdossier verrichte werkzaamheden kennelijk onredelijk. Voorts in geschil is het beroep op het retentierecht. Verweerder mocht in de gegeven omstandigheden de grosse van het vonnis en de dagvaarding vasthouden wegens onbetaald blijven van zijn declaraties. Ondanks slordigheden heeft verweerde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld want de vereiste behoedzaamheid ex gedragsregel 27 lid 4 in acht genomen jegens klaagster. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1775

    Verwijt aan huisarts van huisartsenpost (HAP) dat hij dochter van klaagster, toen 9 jaar oud en gezien op de HAP vanwege neustrauma, niet direct heeft verwezen naar een KNO-arts. Op een röntgenfoto is op die leeftijd een fractuur niet te zien. Geen reden direct te verwijzen naar KNO-arts. Na ongeveer 2 maanden alsnog naar KNO-arts, toen reponeren neus niet meer mogelijk. Reponeren dient volgens KNO-arts binnen 7-10 dagen te gebeuren. Dit kan huisarts niet verweten worden nu niet gebleken is dat deze regel bij huisartsen in de regio algemeen bekend is. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-030

    Klacht tegen eigen advocaat gegrond. Verweerder heeft onvoldoende voortvarend opgetreden in de zaak van klager door hierin een aantal jaren geen concrete actie te ondernemen, zelfs niet na het dekenadvies om tot actie over te gaan nadat klager zich eerder over verweerder bij de deken had beklaagd. Onbegrijpelijk dat verweerder het dossier van klager op enig moment terzijde heeft gelegd en waarom niet (eerder) een gesprek met de wederpartij was gepland. Verweerder heeft voorts onvoldoende gecommuniceerd door niet of nauwelijks te reageren op contactverzoeken van klager. Waarschuwing.