Zoekresultaten 22661-22680 van de 47568 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:294 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.299

    De klacht tegen de huisarts betreft de behandeling van de (inmiddels overleden) echtgenoot van klaagster door de huisarts. Klaagster verwijt hem dat hij: 1.niet adequaat heeft gereageerd op de plotselinge bloeding van de urineweg dan wel buik van de echtgenoot van klaagster in de eerste ziektedagen; 2. na de eerste ziekenhuisopname geen enkel contact heeft gezocht met klaagster of haar echtgenoot. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarbij het onder a genoemde klachtonderdeel ongegrond is verklaard, verklaart dit klachtonderdeel alsnog gegrond, legt de arts de maatregel van waarschuwing op, verklaart klaagster niet-ontvankelijk voor zover zij in beroep nieuwe klachtonderdelen aan de orde heeft gesteld, verwerpt het beroep voor het overige en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:288 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.062

    Klager is in behandeling bij een centrum voor verslavingszorg in verband met de medicatie die hij behoeft vanwege zijn chronische pijnklachten. De arts is als Eerste Geneeskundige betrokken om te bemiddelen tussen de hoofdbehandelaar en klager, omdat het behandelproces stagneerde als gevolg van onenigheid tussen hen beiden. De arts heeft klager sedert augustus 2015 drie maal gezien en drie maal telefonisch gesproken. Klager verwijt de arts dat hij klager niet heeft onderzocht en als eerste geneeskundige en daarmee verantwoordelijke voor de hoofdbehandelaar niet zorgvuldig heeft gehandeld en dat hij op klagers verzoek niet het juiste dossier aan hem heeft overhandigd. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Zij heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:295 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.150

    Klacht tegen huisarts. De 32 jarige klager is bekend met diabetes mellitus type II en vertoont op dat punt zorgmijdend gedrag. Op enig moment meldt hij zich met klachten van een vlek aan één oog bij verweerder. Verweerder stelt klager gerust, adviseert het aan te kijken en bij visusklachten en lichtflitsen retour te komen. Klager verwijt verweerder dat deze hem niet meteen naar een oogarts heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager slaagt; het Centraal Tuchtcollege acht de klacht gegrond en legt aan de huisarts een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:289 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.063

    Klager is in behandeling bij een centrum voor verslavingszorg in verband met de medicatie die hij behoeft vanwege zijn chronische pijnklachten. Verweerder is zijn hoofdbehandelaar sinds augustus 2015. Klager verwijt de arts – verkort weergegeven – dat hij klager niet heeft onderzocht en niet de juiste medicatie heeft gegeven en dat hij op klagers verzoek niet het juiste dossier aan hem heeft overhandigd. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Zij heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:296 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.151

    Klacht tegen huisarts. Bij klager is op enig moment diabetes mellitus type II geconstateerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat deze hem na deze diagnose niet meteen en periodiek naar een oogarts heeft verwezen. Klager stelt dat de verwijzing in ieder geval in 2008 had moeten plaatsvinden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:290 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.145

    Klacht tegen huisarts. Klager, destijds 24 jaar, lag met griep op bed en zijn moeder heeft de hap gebeld in verband met pijnklachten en tinteling in de linkerarm, rond de mond en in de tong. Een collega van verweerder (C2017.144), huisarts op de hap, bezoekt klager in de ochtend en verweerder, eveneens als huisarts werkzaam op de hap, ziet klager op consult later op dezelfde dag. De volgende dag is klager door zijn eigen huisarts verwezen voor een ECG en is hij opgenomen. Diagnose is uiteindelijk een peri-myocarditis. Klager verwijt verweerder dat hij niet de juiste diagnose heeft gesteld en voorts dat hij niet een diagnose heeft gesteld die spoed vereiste waardoor zich bij klager een pericarditis heeft kunnen ontwikkelen. Verweerder had, zo stelt klager, nader onderzoek moeten verrichten naar aanleiding van de klachten. Het RTG Zwolle wees de klacht af. Het CTG verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:297 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.135

    Klacht tegen kinderarts. Klagers zijn de ouders van de minderjarige zoon bij wie de diagnose Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is gesteld. Verweerster was een dag per week als kinderarts werkzaam bij een instelling voor medisch orthopedagogische dagbehandeling die door de zoon van klagers destijds werd bezocht. Op enig moment heeft verweerster een melding bij het Centrum Veilig Thuis gedaan. Na onderzoek heeft het Centrum Veilig Thuis geconcludeerd dat er geen kindermishandeling is aangetoond. De klacht houdt in: 1) De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is niet gevolgd. 2) De onderdelen 2 t/m 6 kunnen worden samengevat als klacht over de wijze van communicatie met en bejegening van klagers door verweerster. Het RTG heeft de klacht afgewezen. Het CTG verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:291 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.144

    Klacht tegen huisarts. Klager, destijds 24 jaar, lag met griep op bed en zijn moeder heeft de hap gebeld in verband met pijnklachten en tinteling in de linkerarm, rond de mond en in de tong. Verweerder, huisarts op de hap, bezoekt klager in de ochtend en een collegahuisarts (C2017.145), ook werkzaam op de hap, ziet klager op consult later op dezelfde dag. De volgende dag is klager door zijn eigen huisarts verwezen voor een ECG en is hij opgenomen. Diagnose is uiteindelijk een peri-myocarditis. Klager verwijt verweerder dat hij niet de juiste diagnose heeft gesteld en voorts dat hij niet een diagnose heeft gesteld die spoed vereiste waardoor zich bij klager een pericarditis heeft kunnen ontwikkelen. Verweerder had, zo stelt klager, nader onderzoek moeten verrichten naar aanleiding van de klachten. Het RTG Zwolle wees de klacht af. Het CTG verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/322280 KL RK 17-77

    De notaris heeft ten onrechte nagelaten het nodige te onderzoeken en vast te leggen met betrekking tot koper, verkoper en de gevolmachtigde. De toelichting van de notaris ter zitting dat verkoper hem bekend was brengt daar geen wijziging in. Daarnaast heeft klager terecht gewezen op de poortwachtersrol die de notaris heeft. De hoogte van de koopsom van € 1,= alleen al had moeten leiden tot een volstrekt andere houding en werkwijze.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:292 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.161

    Klacht tegen huisarts. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster bij wie onlangs de ziekte van Parkinson was geconstateerd, alsmede op de bejegening van diens echtgenote. Patiënt meldde zich met benauwdheidsklachten bij verweerder op het spreekuur en verweerder heeft na onderzoek antibiotica voorgeschreven en, twee tot drie weken later, een longfunctieonderzoek bij de poh geadviseerd. Dit onderzoek mislukte, waarna verweerder het voorgestelde beleid van de praktijkondersteuner, medicatie en controle na een maand, heeft geaccordeerd. Korte tijd later is patiënt overleden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij bij beide consulten onzorgvuldig heeft gehandeld en onvoldoende toezicht heeft gehouden op de praktijkondersteuner. Voorts klaagt klaagster over de bejegening en het niet op haar verzoek verstrekken van het obductieverslag. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht op deze punten (deels) gegrond en legt aan verweerder de maatregel van berisping op. Het beroep van verweerder slaagt deels. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld en voldoende toezicht had op de ervaren praktijkondersteuner. Op het punt van de bejegening acht ook het Centraal Tuchtcollege de klacht deels gegrond. Aan verweerder wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1798

    Neuroloog was niet op de hoogte van verhoogde bezinking en heeft nierfunctiestoornissen niet besproken, waardoor de familie onvoldoende is geïnformeerd en patiënt ten onrechte is ontslagen naar revalidatiecentrum. Verantwoordelijkheid als hoofdbehandelaar. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1777

    Medisch adviseur wordt verweten dat hij op intimiderende wijze een medische keuring heeft uitgevoerd in een openbare ruimte, dat hij in verband met het verkrijgen van informatie uit de curatieve sector machtigingen heeft opgesteld die niet voldoen aan de eisen van KNMG, dat ten onrechte een afwijzend advies aan de opdrachtgever is gegeven waarbij klager geen gelegenheid heeft gehad gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht. Eigen verantwoordelijkheid verweerder voor keuze onderzoekslocatie. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Verschillende lezingen over de gebeurtenissen. Zelfstandige beoordeling op basis van eigen onderzoek en informatie uit de curatieve sector. Machtigingen, in samenhang met begeleidende brief, voldoen aan de eisen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:183 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-357/DB/LI

    Advocaat heeft cliënt tijdig bericht dat het door de rechtsbijstandsverzekeraar beschikbaar gestelde maximum was bereikt en zijn uurtarief voor zijn verdere werkzaamheden vermeld. Kosten zijn onder meer door de grote omvang door de cliënt aangeleverde stukken hoog opgelopen. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:283 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.089 en c2017.090

    Klacht van IGZ tegen gz-psycholoog tevens psychotherapeut. De klacht houdt in dat verweerder ten opzichte van zijn cliënte de grenzen van de professionele relatie niet in acht heeft genomen door een persoonlijke relatie met haar aan te gaan en dat hij geen verantwoorde zorg aan cliënte heeft geboden door zelfstandig een specialistische behandeling uit te voeren waarvoor hij zichzelf zonder supervisie niet bekwaam achtte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachtonderdelen gegrond verklaard, aan verweerder een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden opgelegd met een proeftijd van twee jaar en publicatie van de beslissing gelast. Het principaal beroep van verweerder richt zich niet tegen de gegrondverklaring door het Regionaal Tuchtcollege van de klacht noch tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel, maar ziet veeleer op de verbetering van gronden. IGZ heeft in incidenteel beroep verzocht om de voorwaarden van de in eerste aanleg opgelegde schorsing te verduidelijken zodat de inspectie toezicht kan uitoefenen op de naleving van die voorwaarden. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt de gegrondverklaring van de beide klachtonderdelen onder verbetering van gronden en handhaaft de oplegging van de voorwaardelijke schorsing onder aanpassing van de voorwaarden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:284 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.091

    Herzieningsverzoek van doorgehaalde huisarts. De arts is bij beslissing van 31 maart 2015 doorgehaald op grond van een combinatie van verwijten: grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van een patiente, onjuist declaratiegedrag, slechte dossiervoering, het opstellen van een valse medische verklaring; tezamen met een aantal eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen leidde dit alles tot het oordeel van het Centraal Tuchtcollege dat de arts niet over een juiste beroepshouding beschikt en dat hij heeft gehandeld in strijd met zowel de eerste als de tweede tuchtnorm. De arts heeft na de strafrechtelijke behandeling van de gebeurtenissen ten aanzien van (onder andere) de klaagster herziening van het tuchtrechtelijk oordeel gevraagd. Van een aantal feiten is hij tuchtrechtelijk vrijgesproken, maar is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf terzake van poging tot ontucht ten opzichte van een patient die zich aan zijn hulp en zorg heeft toevertrouwd. De arts beroept zich op een document dat niet vervalst zou zijn om zich een alibi ten tijde van het gewraakte grensoverschrijdende gedrag te verschaffen en blijft de ontuchtige handelingen betwisten. Het Centraal Tuchtcollege wijst het herzieningsverzoek af. De tuchtrechtelijke toetsing heeft een ander kader dan de strafrechtelijke; het bewuste document is niet de enige grond voor twijfel aan het alibi en er was sprake van een combinatie van diverse verwijten, waarop de doorhaling in 2015 was gebaseerd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:180 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-506/DB/ZWB

    Voldoende aannemelijk dat aan advocaat opdracht is verstrekt om zich in hoger beroep te stellen en de dagvaarding te (doen) aanbrengen. Klager heeft, toen bleek dat de rechtsbijstandsverzekeraar ook na het positieve advies van de advocaat definitief geen dekking gaf, nagelaten de opdracht voor de verder behandeling in hoger beroep te bevestigen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:285 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.180

    Klacht tegen een huisarts van een Penitentiaire Inrichting. Klager verwijt de huisarts dat hij laakbaar heeft gehandeld door de verkeerde medicatie toe te dienen, als gevolg waarvan klager in coma heeft gelegen en zijn leven in gevaar is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat moet worden vastgesteld dat de huisarts aan verweerder geen verkeerd medicijn heet toegediend of heeft voorgeschreven en heeft daarom de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17112

    Verwijt aan specialist ouderengeneeskunde dat hij zonder toestemming van de mentor en op onjuiste wijze een psychiatrisch onderzoek bij patiënte heeft verricht en een uitspraak over de wilsbekwaamheid van patiënte heeft gedaan. Toestemming wettelijk vertegenwoordiger. Verweerder was bekend met setting in verpleeghuizen en met familieproblemen en heeft nagelaten te onderzoeken of er een mentor was benoemd. Desondanks heeft hij onderzoek gedaan. Rapportage ver beneden de maat. Deels gegrond. Berisping en publicatie.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:33 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/628222 / NT RK 17/42 (Th)

    De kamer rekent de notaris niet alleen het laten ontstaan van een negatieve bewaringspositie zwaar aan, maar ook dat hij het tekort niet terstond heeft aangevuld en kennelijk heeft laten afhangen van een betaling van een declaratie. Voorts blijkt uit het verweer van de notaris dat ook in de maanden juli, augustus en oktober telkens aan het eind van de maand sprake is geweest van een negatieve bewaringspositie, waarvan de notaris naar eigen zeggen steeds niet op de hoogte is geweest. In zoverre kan niet gezegd worden dat sprake is van een incident. Op zichzelf beschouwd zou dit het opleggen van de maatregel van ontzetting uit het ambt kunnen rechtvaardigen. De kamer is evenwel van oordeel dat het opleggen van deze maatregel aan de notaris in het onderhavige geval te ver voert. De kamer acht namelijk aannemelijk dat bedoelde maandelijkse negatieve bewaringsposities vooral veroorzaakt zijn door een onhandige timing in de betalingen. Voorts staat vast dat de negatieve bewaringsposities niet het gevolg zijn van overboekingen te eigen bate en evenmin van excessieve uitgaven. Ook neemt de kamer in ogenschouw de over het algemeen relatief geringe omvang en korte duur van de tekorten en de serieuze maatregelen die de notaris heeft genomen om herhaling te voorkomen, zoals wekelijkse monitoring van de bewaringspositie, controle bij elke kantooruitgave en een stringenter incassobeleid. Het hiervoor overwogene in aanmerking genomen, acht de kamer het passend en geboden dat de notaris wordt opgelegd de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee maanden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:181 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-102/DB/LI

    Een advocaat dient een opvolgend advocaat te informeren over de stand van een zaak. Dit geldt eveneens ten aanzien van een tweede opvolgende advocaat in een later stadium, indien deze informatie nodig heeft die de betreffende advocaat niet aan de eerste opvolgende advocaat had verstrekt. Verzet ongegrond.