Zoekresultaten 22381-22400 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-841/DB/LI

    Klager was op moment van verzoek al geen bestuurder meer van de Stichting Derdengelden en gedrag van verweerder is, gezien de dusdanige verslechterde verhouding tussen klager en verweerder niet van dien aard dat hem een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:16 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-689/DB/ZWB

    Verweerder is advocaat van de wederpartij van klager. Klager heeft geen belang bij klacht over onduidelijke informatie over lidmaatschap van specialisatievereniging op website van verweerders kantoor. Verweerder heeft geen onnodige procedures aanhangig gemaakt en heeft klagers belangen niet nodeloos geschaad. Niet gebleken dat door toedoen van verweerder geen regeling is tot stand gekomen. Feitelijke grondslag overige klachtonderdelen ontbreekt. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:26 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170254

    Klager is niet-ontvankelijk in zijn beroep (appelverbod van artikel 46h lid 7 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:20 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170175

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij, inhoudende dat hij (de advocaten van) klaagsters niet vooraf in kennis heeft gesteld van het voornemen tot het nemen van executiemaatregelen en klaagster geen redelijke termijn voor beraad heeft gegund, hetgeen in strijd is met gedragsregel 19. Het hof acht de klacht, anders dan de raad, ongegrond. In beginsel dient gedragsregel 19 te worden nageleefd, doch in uitzonderlijke gevallen is afwijking mogelijk en handelt de advocaat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar indien hij zonder kennisgeving en zonder het geven van een redelijke termijn overgaat tot het nemen van executiemaatregelen. In deze specifieke zaak waarin grote belangen spelen, waarin op voorhand duidelijk is dat klaagsters niet zouden betalen en waarin onduidelijk is in hoeverre gelegde beslagen nog kleven, kon in redelijkheid niet van verweerder worden verwacht dat hij na ontvangst van het erkenningsvonnis klaagsters een kennisgeving deed en een termijn voor beraad gaf alvorens executiemaatregelen te treffen. De beslissing van de raad wordt (ten aanzien van deze klacht) vernietigd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:17 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-997/DB/OB

    Deken had goede gronden om zich met een verzoek ex artikel 60c Advocatenwet tot de voorzitter van de raad van discipline te wenden. Deken heeft overeenkomstig zijn toezichthoudende toch gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:27 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170142

    Het hoger beroep van verweerder tegen de beslissing van de raad, dat de klacht gegrond is en aan verweerder de maatregel van berisping wordt opgelegd, wordt verworpen omdat het beroep zonder gronden is ingesteld.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17162

    Cardioloog. Klacht: nalatig geweest met betrekking tot de behandeling van moeder van klaagster (1), verantwoordelijk voor de dood van moeder (2) en klaagster en familie onjuist bejegend en geïnformeerd (3). College: ongegrond. Hartkatheterisatie diende ter voorbereiding op (hartklep)operatie. Uit medisch dossier voldoende duidelijk dat conditie van patiënte te slecht was om hartoperatie uit te voeren. T erecht besloten beleid eerst te richten op revalidatie voordat hartkatheterisatie zou worden uitgevoerd (1). College mag niet oordelen over causaal verband (2). Niet is komen vast te staan dat klaagster door verweerster onvoldoende is geïnformeerd of onjuist is bejegend (3).

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:21 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170251

    Ongegronde klacht advocaat tegen oud-kantoorgenoot. Tussen klager en verweerder (oud-kantoorgenoot) is een geschil ontstaan over de (financiële en administratieve) afwikkeling van zaken die na het einde van het dienstverband tussen klager en verweer bij klager zijn achtergebleven en zaken die verweerder heeft meegenomen. Partijen zijn het niet met elkaar eens of verweerder nog een bedrag verschuldigd is aan klager. Het is niet de taak van de tuchtrechter om een oordeel te geven over dit geschil. Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat verweerder in verband met de afwikkeling een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:28 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170143

    Dekenbezwaar. Het beroep van verweerder tegen de beslissing van de raad dat het bezwaar gegrond is en verweerder de maatregel van een schorsing van twee maanden waarvan een maand voorwaardelijk is opgelegd, wordt verworpen nu het zonder gronden is ingesteld. Het hof beoordeelt ambtshalve de beslissing van de raad om de termijn van artikel 8a lid 3 Advocatenwet te verkorten tot nihil. Verkorting van de termijn tot nihil is op grond van de wet niet mogelijk. Het hof ziet aanleiding om de termijn van 10 jaar tot een periode van 2 jaar te verkorten, gelet op de leeftijd van verweerder en de positieve wijziging in zijn praktijkvoering.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:22 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170216

    Het beroep van klager dat zich richt tegen de ongegrondverklaring van het verzet wordt verworpen nu de wet hoger beroep uitsluit (artikel 46h lid 7 Advocatenwet) en de door klager aangevoerde gronden onvoldoende redenen vormen om het appelverbod te doorbreken. Het hof acht, net als de raad, de klacht dat sprake is van misbruik van recht doordat verweerder ten onrechte aanspraak maakt op betaling van de proceskosten ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:29 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170116

    Klager verwijt verweerster dat zij hem rauwelijks, althans voorbarig heeft gedagvaard en dat zij hem onnodig op kosten heeft gejaagd door een procedure bij het kantonrechter aanhangig te maken. Van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht dat hij de wederpartij van zijn cliënt niet rauwelijks dagvaardt, maar dat hij deze vooraf informeert en in de gelegenheid stelt om vrijwillig aan de vordering van de cliënt te voldoen, dan wel een regeling in der minne te treffen. Met de raad is het hof van oordeel dat verweerster hieraan ruimschoots heeft voldaan. Van rauwelijks dagvaarden is geen sprake, noch van enig op het Nederlands procesrecht gegrond verbod om tot dagvaarden over te gaan. Van het onnodig op kosten jagen van klager is geen sprake. De klacht is ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-989/DB/LI

    Klager was reeds in 2011 op de hoogte van de verklaring van getuige X dat er sprake was van een betalingsachterstand van de vennootschap van klager en de door verweerder daaraan verbonden conclusie. Klacht daarover in 2017 is op grond van art. 46g lid 1 sub 4 niet-ontvankelijk. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:23 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170186

    Gegronde klacht over eigen advocaat. Wanneer een advocaat geconfronteerd wordt met onvoorziene omstandigheden waardoor hij niet zelf in staat is de bijstand te verlenen die hij aan zijn cliënt heef toegezegd (i.c. het bijwonen van een comparitie en het houden van een voorbespreking voorafgaand aan die comparitie), behoort hij alles in het werk te stellen om de mogelijke negatieve gevolgen voor zijn cliënt te ondervangen. Daarin is verweerster tekortgeschoten. Waarschuwing en kostenveroordeling. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:17 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170245

    Dekenbezwaar. Verweerster heeft zonder opdracht een verzoekschriftprocedure gestart. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:14 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1033/DB/OB

    Deken komt de bevoegdheid toe om aan advocaten op wie hij toezicht uitoefent om inzage in dossiers te vragen. Valt onder geheimhoudingsplicht van de deken. Deken heeft gehandeld overeenkomstig zijn toezichthoudende taak. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:30 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170217

    Klaagster is een incassobureau en heeft een belang gekocht in een vordering van een mevrouw, voor wie verweerder als advocaat in de civiele procedure optreedt. Tussen klaagster en mevrouw is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de door mevrouw bij haar wederpartij geïncasseerde gelden. Klaagster verwijt verweerder dat hij gedragsregels 10, 8, 29, 23, 24 en 26 heeft geschonden. De centrale vraag in hoger beroep is of klaagster (mede) als cliënt van verweerder moet worden beschouwd. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:24 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170309

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet. Het beklag is ongegrond. De zaak van klaagster is door meerdere advocaten beoordeeld. De door de deken aangewezen advocaat heeft na verkregen medisch advies een gemotiveerd negatief advies aan klaagster verstrekt. De door de deken aan de toewijzing van de advocaat verbonden voorwaarden zijn niet ongebruikelijk of onredelijk. Mede gelet op de uit het dossier blijkende voorgeschiedenis stond het de deken vrij om niet opnieuw een advocaat aan te wijzen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:18 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170258

    Tussenbeslissing. Dekenbezwaar. Het hof acht, net als de raad, het verwijt dat verweerder in strijd met gedragsregels 36 en 37 heeft gehandeld, gegrond aangezien verweerder zonder mededeling vooraf het gesprek met de deken wenste op te nemen en de deken heeft belet zijn toezichthoudende taak uit te oefenen. Het hof passeert de stelling van verweerder dat hij het dekenonderzoek niet heeft kunnen frustreren omdat geen aankondiging van een dekenonderzoek is geweest. Uit gedragsregel 37 volgt dat een advocaat niet alleen bij een tuchtrechtelijk onderzoek maar ook bij een verzoek om informatie van de deken dat met een mogelijk tuchtrechtelijk onderzoek of een aan de deken opgedragen controle verband houdt, verplicht is alle gevraagde gegevens aanstonds te verstrekken. Een aankondiging van een dekenonderzoek is daarvoor niet nodig. Met betrekking tot de klacht dat verweerder ten onrechte toevoegingen heeft aangevraagd of laten aanvragen op naam van een andere advocaat en daarmee misbruik heeft gemaakt van het systeem van gefinancierde rechtsbijstand, acht het hof het instellen van een nader onderzoek naar de feiten noodzakelijk, gelet op de ernst van het gemaakte verwijt en de onduidelijkheden. Het hof zal de andere advocaat en een medewerker van de Raad voor Rechtsbijstand als getuige horen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-115/DB/ZWB

    Klager sub 2 is vanwege het ontbreken van een eigen belang bij de klacht niet-ontvankelijk. Gehandeld in strijd met gedragsregel 27 lid 7 door zonder voorafgaand overleg met de deken ten laste van klager sub 1, zijnde een voormalig cliënt, conservatoir beslag te leggen. Niet gebleken van onjuistheden in beslagrekest waardoor beslagrechter op oneigenlijke gronden verlof heeft verleend. Klachtonderdelen 3 tot en met 6 zijn niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn ex artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond, deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:25 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170271

    De klacht dat verweerster stukken heeft ingebracht in de echtscheidingsprocedure tussen klager en zijn (ex-)echtgenote, terwijl zij deze stukken van klager heeft gekregen in het kader van het eerder gevoerde kort geding tot ontruiming waarin zij klager als advocaat heeft bijstaan, is ook in hoger beroep ongegrond. Hetzelfde geldt voor de klacht dat verweerster dat zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. Bekrachtiging