Zoekresultaten 22101-22120 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:84 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.248

    Klacht tegen chirurg. Klaagster verwijt de chirurg, dagsupervisor, dat zij op 16 oktober 2015 is tekortgeschoten in de supervisie en de arts-assistenten niet heeft gecontroleerd op hun werk. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt de chirurg als supervisor onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld door na te laten in de namiddag, na de middagoverdracht, klaagster zelf te beoordelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep. Volgens het Centraal Tuchtcollege heeft de chirurg in haar rol als dagsupervisor niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door na te laten klaagster in de namiddag van 16 oktober 2015, na de middagoverdracht, zelf te beoordelen. Doorslaggevend daarbij is dat de hoofdbehandelaar van klaagster bij het nemen van de beslissing ten aanzien van het uit te voeren beleid tijdens de middagoverdracht aanwezig was, zodat het juist voor de hand lag dat niet de chirurg, maar de hoofdbehandelaar klaagster zou zien om zich een eigen zelfstandig oordeel te vormen over haar klinische toestand. De beslissing waarvan beroep wordt vernietigd en de opgelegde maatregel van waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:37 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-760/DB/LI

    Voorzitter heeft terecht geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerster informatie over de subsidieaanvraag heeft achtergehouden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.267

    Klacht tegen psychiater. Verweerder heeft aan de directeur van de PI waar klager verblijft het advies gegeven noodmedicatie aan klager te verstrekken. Klager verwijt verweerder dat hij dit advies ten onrechte heeft gegeven en voorts dat hij voorafgaand aan de toepassing van de dwangmedicatie niet met klager heeft gesproken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel gegrond, legt aan verweerder de maatregel van berisping op en gelast publicatie van de beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de verplichting om een gedetineerde voor toepassing van dwangmedicatie in de gelegenheid te stellen te worden gehoord op de instellingsdirecteur rust en niet op verweerder. Op dit punt slaagt het beroep van verweerder. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep voor het overige, legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.273

    Evenals het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de bij de patiënt verrichte bronchoscopie vanuit medisch oogpunt gerechtvaardigd was. Voorts is voldoende vast komen te staan dat de bloeding bij de patiënt afkomstig was uit het maagdarmkanaal, en dus niet uit de longen, nu in het medisch dossier drie maal is opgenomen dat het bloed afkomstig was uit de maagsonde. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:14 Accountantskamer Zwolle 17/1784 en 17/1785 Wtra AK

    De maten van het kantoor van betrokkenen, waaronder betrokkenen zelf, zijn verwikkeld in een civiele procedure met hun voormalige kantoordirecteur over de door deze gevorderde bonus. Het kantoor neemt bij de civiele rechter bepaalde standpunten in over de jaarrekeningen waarop de bonus is gebaseerd. De voormalige kantoordirecteur verliest in twee instanties bij de civiele rechter, maar dient toch een tuchtklacht in. De Accountantskamer toetst de klacht inhoudelijk. Het door een accountant al dan niet in rechte innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Van zulke bijzondere omstandigheden zou onder meer sprake zijn indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend en dus te kwader trouw blijkt te zijn of, naar zijn aard bezien, moet worden opgevat als het accountantsberoep in diskrediet brengend. Voorts heeft te gelden dat onder bijzondere omstandigheden ook de fundamentele beginselen van objectiviteit en of vakbekwaamheid en zorgvuldigheid kunnen zijn geschonden en dat dit ook het geval kan zijn indien de betrokken accountant weliswaar niet bewust onjuist of misleidend een standpunt heeft ingenomen, maar hem wel in sterke mate kan worden verweten dat hij een onjuist of misleidend standpunt heeft ingenomen of doen innemen. De klacht wordt ongegrond verklaard nu van voormelde bijzondere omstandigheden niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:38 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-1151/DB/LI 16-1152/DB/LI 17-042/DB/LI

    De termijn waarbinnen het griffierecht dient te worden betaald betreft geen fatale termijn, in die zin dat overschrijding van deze termijn tot niet-ontvankelijkheid leidt. Ook de omstandigheid dat klager op een eerdere intrekking van de klacht bij de deken is teruggekomen en alsnog om doorzending van de klacht heeft gevraagd leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de klacht. Enkel een klacht waarop door de tuchtrechter is beslist kan niet voor een tweede maal aan de tuchtrechter worden voorgelegd. Klager heeft geen eigen belang bij klachten die zijn echtgenote betreffen. Leidt tot niet-ontvankelijkheid van deze klachten. Uit de overgelegde stukken valt niet eenduidig op te maken dat advocaat voor het verstrijken van de termijn opdracht had gekregen bezwaar tegen de CIZ-indicatie in te dienen. Het staat een advocaat vrij om van zijn cliënt verkregen kennis in het belang van zijn cliënt aan de wederpartij van die cliënt te berichten, voorzover de cliënt daartegen geen bezwaar heeft geuit en voor zover dit in overeenstemming is met een goede beroepsuitoefening,

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.356

    Klacht tegen kinderarts die melding heeft gedaan over zoon klaagster bij Veilig Thuis. Volgens klaagster is niet gehandeld conform stap 1 van de meldcode van de KNMG en is onvoldoende onderzoek gedaan voordat tot melding is overgegaan. Volgens klaagster is er bij haar zoon geen sprake van toegebracht letsel, maar van letsel dat al bij de geboorde is ontstaan. Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en is van oordeel dat voldoende onderzoek is gedaan voordat tot melding is overgegaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.342

    Klacht tegen chirurg. De klacht heeft betrekking op de inmiddels overleden echtgenote van klager (hierna: patiënte). Bij patiënte is anuskanker geconstateerd. Na het aanleggen van een stoma en behandeling met chemo- en radiotherapie leek sprake van complete remissie. Vervolgens heeft patiënte toch verschillende klachten ontwikkeld. De chirurg heeft op enig moment een operatieve drainage verricht onder spinaal anesthesie. Drie maanden nadien is patiënte overleden. Klager verwijt de chirurg onder meer dat hij patiënte heeft geopereerd in bestraald gebied en dat hij haar heeft geopereerd zonder met haar en klager te overleggen en zonder haar of klager op de gevolgen te wijzen. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de chirurg niet heeft voldaan aan de op hem rustende dossierplicht als bedoeld in artikel 7:454 BW, acht de klacht in zoverre gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-1149/DB/LI 17-043/DB/LI

    De termijn waarbinnen het griffierecht dient te worden betaald betreft geen fatale termijn, in die zin dat overschrijding van deze termijn tot niet-ontvankelijkheid leidt. Ook de omstandigheid dat klager op een eerdere intrekking van de klacht bij de deken is teruggekomen en alsnog om doorzending van de klacht heeft gevraagd leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de klacht. Enkel een klacht waarop door de tuchtrechter is beslist kan niet voor een tweede maal aan de tuchtrechter worden voorgelegd. Klacht is voor zover deze betrekking heeft op feiten die meer dan drie jaar voor indiening van de klacht hebben plaatsgevonden niet-ontvankelijk. Aan klager is tijdig aangekondigd dat hij tijdens een hoorzitting door de beklaagde advocaat zou worden bijgestaan, waarop door klager niet is gereageerd. Ondermaatse rechtsbijstand tijdens de hoorzitting is niet komen vast te staan. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.357

    Klacht tegen kinderarts die door een collega-kinderarts als aandachtsfunctionaris kindermishandeling is geconsulteerd over een melding bij Veilig Thuis. De collega-kinderarts heeft uiteindelijk een melding gedaan over de zoon van klaagster. Volgens klaagster is niet gehandeld conform stap 1 van de meldcode van de KNMG en is onvoldoende onderzoek gedaan voordat tot melding is overgegaan. Volgens klaagster is er bij haar zoon geen sprake van toegebracht letsel, maar van letsel dat al bij de geboorde is ontstaan. Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en is van oordeel dat voldoende onderzoek is gedaan voordat tot melding is overgegaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.363

    Anders dan klagers betogen is in beroep niet gebleken dat aan betrokkene bij zijn ziekenhuisopname andere medicatie werd verstrekt dan bij zijn ontslag. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.411

    Klacht tegen psychiater. Tijdens haar verblijf in een TBS-kliniek heeft er een incident plaatsgevonden tussen klaagster en een mede-patiënt. Klaagster verwijt verweerder dat hij daar, als directeur behandelzaken, niet adequaat op heeft gereageerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet in haar klacht ontvangen nu er geen sprake was van handelen of nalaten dat betrekking heeft op de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt anders en ontvangt klaagster in haar klacht maar acht die ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.399

    Het enkele feit dat een beklaagde arts en een lid van het Regionaal Tuchtcollege ongeveer in dezelfde tijd aan dezelfde faculteit hebben gestudeerd, vormt onvoldoende grond voor het bestaan van de schijn van partijdigheid. Het is gebruikelijk dat de ontslagbrief (mede) wordt ondertekend door de laatst aanwezige supervisor, ook als deze niet de gehele opnameperiode verantwoordelijk was voor de patiënt. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:40 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-588/DB/OB

    Niet is gebleken dat verweerster haar cliënten en / of derden heeft aangezet tot antedateren, verdraaien, vervalsen of het plegen van meineed. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:31 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170302

    Verzoek aanwijzing advocaat ex art. 13 Advocatenwet. Het beklag is ongegrond, omdat de deken niet bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek nu de zaak waarvoor klager stelt bijstand nodig te hebben niet in zijn arrondissement zou dienen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:82 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.421

    Klaagster is bekend binnen de geestelijke gezondheidszorg. De aangeklaagde psychiater is hoofdbehandelaar van het FACT-team en supervisor van de bij de behandeling van klaagster betrokken verpleegkundigen. Klaagster heeft op enig moment aan een verpleegkundige om verlaging van de dosering van het depot gevraagd waarop een afspraak met de psychiater is gemaakt om dit te bespreken. Klaagster is zonder bericht van verhindering niet op deze, en ook niet op de volgende afspraken met de psychiater verschenen. Klaagster verwijt de psychiater dat er onjuiste medicatie aan haar wordt gegeven, dat deze niet op een goede manier wordt toegediend, dat hij klaagsters gezondheid veronachtzaamt en dat er sprake is van belangenverstrengeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:45 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170209

    Klacht van belastinginspecteur en Belastingdienst tegen de advocaat van wederpartij. De klacht is door de raad ongegrond verklaard. Klagers en de deken hebben hoger beroep ingesteld. De Belastingdienst is in twee klachtonderdelen, die de persoonlijke bejegening door de beklaagde advocaat van een belastinginspecteur betreffen, niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een eigen belang. Het hoger beroep van klager (belastinginspecteur) en de deken met betrekking tot deze twee klachtonderdelen slaagt niet. De advocaat heeft gehandeld binnen de vrijheid die hem toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen. Het hof acht, net als de raad, ook de overige klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:53 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-950/DH/A

    voorzittersbeslissing; klacht over optreden advocaat wederpartij kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:46 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170276

    Het hoger beroep beperkt zich tot de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing door de raad. Hoewel het handelen van verweerder in het verleden een onvoorwaardelijke schorsing rechtvaardigt, oordeelt het hof dat de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke schorsing verweerder kennelijk aan het denken heeft gezet, zodanig dat hij de problemen - die de deken aanleiding hebben gegeven tot het indienen van een nieuw dekenbezwaar - en de resterende vraagpunten alsnog (praktisch) volledig heeft opgelost en ook concrete stappen heeft gezet in de vorm van het volgen van een cursus en therapie om herhaling in de toekomst te voorkomen. Gelet op deze recente ontwikkelingen en de visie van de deken daarop, ziet het hof aanleiding de opgelegde maatregel aan te passen in die zin dat een geheel voorwaardelijke schorsing wordt opgelegd voor een langere periode dan door de raad bepaald, namelijk voor 8 weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:47 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170244

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou klager tijdens zijn dienstverlening niet goed geadviseerd hebben over de mogelijke gevolgen van de vaststellingsovereenkomst en verweerder zou hebben verzuimd de wederzijdse rechten en verplichtingen nauwkeurig in de vaststellingsovereenkomst vast te leggen. Klacht ongegrond. Het hof acht de klacht alsnog ongegrond. Vernietiging.